Indien gij in Mij blijft en mijn woorden in u blijven, vraagt wat gij maar wilt, en het zal u geworden.

Johannes 15:7

Het eerste gedeelte van de tekst spreekt over ‘blijven’. Het is goed om aan de diepe betekenis van dit woord te denken: niet iets anders worden. Het gaat er dus niet alleen om, om dicht bij Jezus te blijven, maar om in het schuilen bij Hem betrouwbaar te blijken, stand te houden, te weten waar je voor leeft, in elk detail van het leven. En dat kan alleen als Zijn woorden in ons blijven. Het Griekse woord dat hier gebruikt wordt voor ‘woord’ betekent vooral: dat wat wordt geuit door een levende stem.

In het blijven in Hem, verkeren met Hem, spreekt Hij tot ons over de volle Waarheid en over de toekomst: Johannes 16:13 ...; doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen. Pas vanuit deze innige relatie met Hem kan het tweede gedeelte van onze tafeltekst in vervulling gaan: vraagt wat gij maar wilt, en het zal u geworden. Ja, want dan pas zijn we betrouwbaar en vragen we in alles naar Zijn komende Rijk en naar Zijn wil voor ons persoonlijke leven. Dan beaamt onze wil de Zijne . . . en kunnen we ook pas echt bidden in Zijn Naam.

Dan gaat in vervulling wat Jezus gezegd heeft: want God uw Vader weet, wat gij van node hebt, eer gij Hem bidt. (Mattheus 6:8). Wat is het nu goed om het woord ‘geworden’ te vertalen zoals het ook eigenlijk hoort: worden, tot ontstaan komen, tot stand gebracht worden, leven ontvangen. Want als wij, door een echte wandel met Hem, eens willend met Jezus zijn geworden, zal ons leven in elk detail tot leven komen, getuigenis afleggen van Zijn leven.