Wekelijkse bijbeltekst

Bijbeltekst week 2020 – 32

Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen.

 Johannes 1:18

Is het wel waar wat Johannes ons vertelt: Niemand heeft ooit God gezien? En Mozes dan? Van hem wordt verteld: (Exodus 33:11)  En de HERE sprak tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals iemand spreekt met zijn vriend;…

En zo zijn er zo veel voorbeelden uit de Bijbel te noemen:

  • Genesis 32:30  En Jakob noemde de plaats Pniël, want [zeide hij] ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht en mijn leven is behouden gebleven.
  • Richteren 6:22  Toen begreep Gideon, dat het de Engel des HEREN was, en hij zeide: Wee mij, Here HERE! want ik heb de Engel des HEREN gezien van aangezicht tot aangezicht
  • Zelfs van heel het volk wordt gezegd: Deuteronomium 5:4  Van aangezicht tot aangezicht heeft de HERE met u gesproken op de berg uit het midden van het vuur

Van aangezicht tot aangezicht met God spreken is toch veel meer dan Hem alleen maar zien?! De apostel Johannes zal dus meer hebben bedoeld dan we zo maar in eerste instantie verstaan.

Wat hebben we het nodig om, ieder persoonlijk, Gods Stem te verstaan; niet alleen verstaan, maar ook te gehoorzamen. God spreekt tot ons, door zijn profeten, door zijn Geest. Maar ook in het handelen van God in deze wereld. Maar het verstaan van zijn Stem is alleen mogelijk als we ons laten verlossen van de macht van de wereldgeesten. Zoals Paulus het zegt: En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat …(Rom.12:2).

Deze wereldgeesten bepalen het denken van de hele wereld. Maar wij, die van Jezus willen zijn… wij willen, verlost van de macht van de wereldgeesten, alleen maar door Gods Geest geïnspireerd worden in heel ons denken. Want: (1 Korintiërs 2:14Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is.

Niemand heeft ooit God gezien. Nee, wat een mens ooit van God gezien heeft was de Zoon: in het Oude Testament de Engel des HEREN. Zo wordt Hij voor het eerst genoemd in: Genesis 16:7 En de Engel des HEREN trof haar aan bij een waterbron in de woestijn, bij de bron aan de weg naar Sur.

En in het Nieuwe Testament Jezus van Nazareth: Johannes 14:9  Jezus zeide tot hem: Ben Ik zolang bij u, Filippus, en kent gij Mij niet? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; hoe zegt gij dan: Toon ons de Vader?

De enige die God werkelijk heeft ‘gezien’ is Jezus van Nazareth, want Hij was, als de Zoon, aan de boezem des Vaders, van voor de grondlegging van deze wereld! En wie Jezus heeft leren kennen, niet zijn gestalte, maar Zijn wezen, heeft de Vader leren kennen. Ja, zelfs nog meer dan van aangezicht tot aangezicht: Zijn wezen! Want, zo zegt Jezus het immers zelf (Johannes 14:9).

En laten we bij het lezen van de tafeltekst van de komende week nooit vergeten, dat, als de apostel Johannes zegt: …, die heeft Hem doen kennen, hij dan als Jood gesproken heeft en niet als een Griek. Immers het ‘kennen’ waar Johannes van spreekt is het Hebreeuwse ‘kennen’: ‘Jada’ en dat betekent: wederzijds kennen, samen weet hebben van…

Bijbeltekst week 2020 – 32

Indien iemand Mij wil dienen, hij volge Mij, en waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn.Indien iemand Mij dienen wil, de Vader zal hem eren. 

Johannes 12:26

De tafeltekst begint met het woord ‘indien’. Dit kan ook vertaald worden met: ‘in het geval dat’. De tekst begint dus met: In het geval dat iemand Mij dienen wil, … dan moet hij Mij volgen. In het werkwoord ‘dienen’ zit het Griekse woordje ‘diaken’ en dat betekent: de bevelen van een meester uitvoeren. En het werkwoord ‘volgen’ betekent letterlijk: dezelfde weg gaan. Maar dan niet in een betekenis als ‘toevallig’ dezelfde weg gaan, maar er dus bewust voor kiezen: zich bij iemand voegen als leerling.

Het begin van onze tafeltekst zou dus ook zo kunnen luiden: ‘In het geval dat iemand bereid is om al Mijn bevelen uit te voeren, dan moet hij dezelfde weg gaan, die Ik ga, om Mijn leerling te kunnen zijn.’ Wie hier ‘Ja’ op zegt gaat tot de wonderbaarlijke ontdekking komen, dat de belofte van de Here Jezus dan in vervulling gaat: ‘waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn.’

Het woordje ‘en’ heeft heel vaak in het Grieks veel meer betekenis dan bij ons. Meestal betekent ‘en’ bij ons gewoon ‘plus’. Maar in het Grieks legt ’en’ een ‘oorzakelijk verband’. Dit wil zeggen dat het één verband houdt met het ander. Dat is in de tafeltekst voor de komende week zeker het geval! Pas ‘In het geval dat iemand bereid is om al Mijn bevelen uit te voeren, en daarom bereid is om dezelfde weg te gaan, die Ik ga, zal hij Mijn leerling kunnen zijn en  (= en dan geldt de belofte:) waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn.’  Zó zouden we het eerste gedeelte van de tafeltekst wel een tijdje boven onze tafel kunnen hangen! Want wat worden nu veel ‘woorden’ uit de Bijbel voor ons duidelijk…

Als we hiermee biddend bezig zijn, zullen de woorden van het tweede gedeelte van onze tafeltekst krachtig gaan jubelen in ons hart: Indien iemand Mij (zo) dienen wil, de Vader zal hem eren.

Dit laatste gedeelte heeft natuurlijk alles te maken met: ‘waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn’. Want in dit ware discipelschap (leerling zijn) maakt Jezus ons tot ‘huisgenoten Gods’: Efeze 2:19  Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods. Daar is God, de Schepper van Hemel en Aarde, onze Hemelse Vader, onze eeuwige Gastheer! Daar worden we door Hemzelf ‘verzorgd’. Ja, want dat is de diepste betekenis van het Griekse woord ‘eren’. Eigenlijk is er een nog mooiere betekenis van dit werkwoord: in de handen dragen… Dat is heel wat rijker dan wat wij vaak van het woord ‘eren’ maken: op de handen dragen.

Pas als de tafeltekst van de komende week in ons leven tot ‘vlees en bloed’ wordt: gestalte gaat krijgen, dan gaan we beleven hoe nú al, in dit leven, we door Jezus tot huisgenoten Gods worden gemaakt: hemelburgers. Daar is God onze eeuwige Gastheer, die in al onze noden rijkelijk voorziet en … We houden op met verder schrijven! Maar in ons hart gaan we verder. Dan zal het wonder, waar de wereld al zo lang tevergeefs naar uitziet werkelijkheid worden. Dat wij als huisgenoten Gods ons verheugen in Zijn zorg voor ieder, die in ons zodanig Jezus’ leven herkent, dat zij, met ons mee, leerling van Hem willen zijn.

Bijbeltekst week 2020 – 31

Genees mij, HERE, dan zal ik genezen zijn; help mij, dan zal ik geholpen zijn, want Gij zijt mijn lof.

Jeremia 17:14 

Bij het lezen van de tekst voor deze week bidden we om twee dingen:

  1. Genees mij, en
  2. help mij.

Waarom zou je, als je je kerngezond voelt, bidden om genezing en waarom zou je, als je voorspoedig bent, om hulp vragen? Hoort het soms bij ons christelijk leven, in onze stichtelijke ogenblikken, om te zeggen dat we ziek zijn en Zijn hulp echt nodig hebben…? Wat moet het in de hemelse gewesten dwaas overkomen, als we in ons dagelijks leven trots zijn op ons gezonde lichaam en op de manier waarop we ons door het leven slaan, maar alleen in onze ‘vroomheid’ ons ziek en hulpbehoevend verklaren…

Dat komt omdat we vertrouwd zijn met een ‘gespleten’ leven, een leven dat ergens een knopje heeft weten in te bouwen, waarmee we ons leven eenvoudig kunnen omschakelen van vroom tot normaal…  Het gebed dat in onze tafeltekst naar voren komt, wordt inderdaad belachelijk als we gewend zijn om een dubbel leven te leven!

Bijbels realisme wil zeggen: God kennen in alle aspecten van ons dagelijks leven. Maar het geheimenis van onze tafeltekst zit in de staart, de laatste vijf woorden: want Gij zijt mijn lof. Het woord lof  betekent ook ‘lied’, ‘loflied’ wel te verstaan, maar ook ‘roemen in Gods daden’, ‘dankzegging’, ‘aanbidding’. Als God mijn lof is, betekent dit dat ik niet meer op mezelf gericht leef, maar van me af leef. Dan let ik niet meer op hoe ik overkom bij de ander, maar let ik op Gods daden, die ik zoek te herkennen in de ander, in m’n naasten.

Ja, dan komt er verwondering om wie Hij blijkt te zijn, en kom ik onder de indruk van Zijn majesteit en macht! Zo groeit er zo’n diep vertrouwen dat Hij alleen bij machte is, zelfs mij om te vormen tot een nieuwe schepping. Dus is onze tafeltekst geen wanhoopskreet naar God om genezing en om hulp, maar veel meer een bereidverklaring van mijn ziel, om me te laten genezen en te laten helpen. Dan…ja dan…

Maar laten we dan beginnen met wat aan het eind van de tekst staat. Laten we de tekst gewoon omdraaien:

Omdat Gij mijn lof zijt, wil ik me volkomen laten genezen en me helemaal, door U alleen, laten helpen.

Zo zullen we merken dat Gods genezing veel dieper gaat dan een herstel van allerlei lichamelijke kwaaltjes en kwalen, maar ervaren we de diepe gezondmaking van ons denken. Dan worden we niet slechts uit – voor ons zo – moeilijke situaties geholpen, maar gaan we ervaren wat hulp van Godswege werkelijk inhoudt: behoudenis, verlossing en overwinning.

Bijbeltekst week 2020 – 30

Daarom vertrouwen op U wie uw naam kennen, want Gij hebt nooit verlaten wie U zoeken, o HERE.

Psalm 9:11

In de tekst van de vorige week: Zoekt de HERE, terwijl Hij zich laat vinden,…(Jes.55:6), hebben we uitgebreid gelezen over de betekenis van het woord ‘zoeken’. Bij deze tekst kwam duidelijk naar voren dat je niet ‘iets’ zoekt, maar ‘iemand’: Hem. Voor deze week staan we stil bij het woord ‘vertrouwen’.

Omdat deze tekst met ‘Daarom’ begint, is het goed om even naar het 10e vers te kijken: De HERE is een burcht voor de verdrukte, een burcht in tijden van nood. Wat is het goed om terug te denken aan de trouw van God in je leven, om altijd in gedachten te houden, hoe Hij ons tot hier geleid heeft. Want als je nooit ervaren hebt, dat de HERE een burcht, een toevlucht, een schuilplaats was in tijden van nood, als je dit alleen maar als een mooie gedachte met je meedraagt, dan mis je heel veel: echt vertrouwen! Want vertrouwen doe je alleen als je uit ervaring hebt geleerd, dat Hij te vertrouwen is!

Pas dan voel je je echt veilig bij Hem, kun je onder de meest uitzichtloze omstandigheden rustig blijven, durf je zelfs zorgeloos te zijn . . .  Dat houdt het woord ‘vertrouwen’ in. Dit ‘vertrouwen’ is er dus alleen als je Zijn Naam kent. Dat wil zeggen: dat je Zijn faam, Zijn roem, ontstaan door Zijn handelen in ons leven, hebt leren kennen. En dat ‘kennen’ is het Hebreeuwse werkwoord: samen met Hem er weet van hebben.

Want als je in beproevingen niet je armen uit de mouwen hebt gestoken om je zelf er uit te redden, maar gemerkt hebt dat Hij bij je was en voor je zorgde, ja dan weet je dat Hij, al ga je door een dal van diepe duisternis, bij je is. Als God ons blijkbaar bij name kent, dan weet je, doet Hij je weten, dat Hij je nooit zal verlaten, nooit zal begeven. Dat is een grote zekerheid voor degenen die niet alleen :’Oh God!’ roepen in tijden van nood, maar voor wie Hem willen kennen in al hun wegen. Dat blijkt uit het werkwoord ‘zoeken’ waar onze tafeltekst mee eindigt. Want dit zoeken betekent ook: vragen, raadplegen, je toevlucht zoeken bij.

Als wij onze hemelse Vader onder alle omstandigheden hebben leren raadplegen, Hem hebben willen leren kennen, op al onze wegen, dan blijkt er, ook onder echt moeilijke omstandigheden, zo’n volkomen rust, zo’n gerustheid te zijn, omdat Hij het ons heeft doen ‘weten’ dat Hij altijd met ons is. Want God is niet een God van verre; Hij wil heel nabij zijn: Zie, Ik ben met u tot aan de voleinding der wereld, Dit ‘vertrouwen’ maakt ons bruikbaar voor de komst van Zijn Rijk.

Bijbeltekst week 2020 – 29

Zoekt de HERE, terwijl Hij Zich laat vinden; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is.

Jesaja 55:6

Jezus heeft gezegd: zoekt en gij zult vinden (Mattheüs 7:7). De Heer heeft daarbij hetzelfde bedoeld als in de woorden van Jesaja. Het Griekse werkwoord voor zoeken heeft meer te maken met ‘ontdekken’ dan met ‘vinden’. En dat is ook het geval met het Hebreeuwse werkwoord ‘zoeken’ in Jesaja 55: vragen, raadplegen, maar ook: je toevlucht zoeken bij. Hierdoor wordt het dan wel duidelijk, dat je niet ‘iets’ zoekt, maar ‘iemand’: Hem.

Heel duidelijk komt dit ook naar voren door wat er achter staat: terwijl Hij Zich laat vinden. Je gaat Hem zoeken, je verlangt Hem meer te leren kennen, je toevlucht bij Hem te zoeken en Hem te raadplegen, omdat je alleen niet verder kan . . . Dit laatste is het grote wonder! Want in deze wereld word je geleerd om zelfstandig te zijn, assertief, voor jezelf op te komen. Maar als Gods Geest werkt in je ziel, dan word je vermoeid en beladen; je komt met je rug tegen de muur te staan. En het duurt wel heel lang vaak voordat je beseft dat dit genade van God is!

Dit laatste komt eigenlijk ook uit in het zinnetje: terwijl Hij Zich laat vinden. Want ‘zich laten vinden’ kun je ook vertalen met: Zijn aanwezigheid kenbaar maken, Zijn gunst betonen… Het is, omdat je je bewust gaat worden van Zijn bestaan, Zijn aanwezigheid, Zijn vrede, dat je ernaar gaat verlangen, niet om kennis over Hem te verkrijgen, maar Hem meer te leren kennen, te raadplegen, je bij Hem veilig te voelen.

De tekst van de komende week zou misschien wat duidelijker worden als we deze twee stukjes in omgekeerde volgorde zouden plaatsen: Terwijl Hij Zich laat vinden, zoekt dan de Here. Of met andere woorden: Zolang de Here laat merken, dat Hij er voor je is (om je te bergen in Zijn armen), zoek je toevlucht dan ook bij Hem, laat je dan ook in Zijn armen rusten…

Roept Hem aan, terwijl Hij nabij is zou je ook kunnen vertalen met: vraag Hem om hulp zolang Hij het allerdichtst bij je is. Ja, want het woord ‘nabij’ betekent zoiets als: naaste bloedverwant, persoonlijke relatie. God is niet een God van verre; Hij wil heel nabij zijn: Zie, Ik ben met u tot aan de voleinding der wereld, heeft Jezus gezegd. En de apostel Paulus zegt: Nu gij Christus Jezus, de Here, aanvaard hebt, wandelt in Hem (Kolossenzen 2:6).

Als we deze tekst overdenken, de komende week, laat het dan voor ons allemaal een oproep worden, om al het afstandelijke, al het beschouwelijke, prijs te geven. Om dankbaar gebruik te gaan maken van het grote wonder dat Hij een gemeente geeft, waar Hij zó Zijn liefde en genade schenkt, dat het voor de meest angstige mens mogelijk wordt om zich aan Hem te gaan toevertrouwen, onvoorwaardelijk, bevrijd van alle reserves!

Bijbeltekst week 2020 – 28

Nochtans zijt Gij de Heilige, die troont op de lofzangen Israëls.

Psalm 22:4

De tekst begint met Nochtans . . . Er gaat iets aan vooraf wat te maken heeft met deze jubelroep: “Mijn God, ik roep des daags, en Gij antwoordt niet, en des nachts, en ik kom niet tot stilte.” David is dus in grote nood! De hemel lijkt van koper; hij roept tot God maar hij krijgt geen antwoord, komt niet tot rust. Maar hij weet dat dit niet aan God ligt. Hij kent God en heeft Zijn nabijheid ervaren, zelfs onder de moeilijkste omstandigheden. Nu zijn er weer moeilijke omstandigheden, maar waar is God nu toch op wie Hij zijn vertrouwen heeft leren stellen?! Hoe beschamend rijk zijn dan de woorden van deze grote koning. We kunnen deze tafeltekst niet zo maar opzeggen, als we geen respect hebben voor de woorden die hier aan vooraf gaan.

Het woord ‘nochtans’ is een woord dat je leert uitspreken door beproevingen heen, beproevingen die God in ons leven brengt om ons te leren in alles alleen op Hem te vertrouwen. Tenminste… als je ooit eens naar Hem toe hebt uitgesproken betrouwbaar te willen zijn. Alleen door beproevingen heen wordt onze tafeltekst een werkelijk getuigenis, waarin we alleen maar kunnen roemen in de trouw van God.

Nochtans – ‘hoe dan ook, wat me ook overkomt’ – Gij zijt de Heilige. Voor de gelovige Jood is dit één van de kostbaarste eigennamen van God. Heilig is iemand die zich met een volkomen hart wijdt, hier dus God van Wie David weet dat Hij zich onvoorwaardelijk wijdt aan de Zijnen. Maar de Zijnen zijn degenen die van harte verlangen om zich geheel aan de Heilige, aan God, te wijden.

David getuigt, door heel zijn leven heen, dat hij, wat hij er ook van terecht zal brengen, geheel en al voor God wil leven. En zo heeft hij God leren kennen als Hij die troont op de lofzangen van Israël.

Het werkwoord ‘tronen’ is weer zo’n prachtig woord wat onze aandacht mag hebben. In het moderne Hebreeuws betekent dit werkwoord gewoon: gaan zitten. Het kan natuurlijk ook wat deftiger vertaald worden met: zich nederzetten etc. Maar de Bijbel toont ons diepere betekenissen van dit werkwoord ‘tronen’:

  • zich vestigen:   Jeremia 49:1b Waarom heeft Milkom Gad in bezit genomen en diens volk zich in zijn steden gevestigd?
  • bewonen: Jesaja 45:18 (Hij is God) die de aarde geformeerd en haar gemaakt heeft, Hij heeft haar gegrondvest; niet tot een baaierd heeft Hij haar geschapen, maar ter bewoning heeft Hij haar geformeerd.
  • verblijf zoeken: Exodus 2:15 Toen Farao van deze zaak hoorde, trachtte hij Mozes te doden, maar Mozes vluchtte voor Farao en zocht verblijf in het land Midjan.
  • zich bevinden: Jeremia 32:12b …, en al de Judeeërs die zich in de gevangenhof bevonden.
  • maaltijd houden, aanzitten: Spreuken 23:1 Wanneer gij bij een heerser tafelt, bepaal dan uw aandacht alleen bij wat voor u staat,

Zo gaan we verstaan dat God niet hoog verheven ‘troont’ op de lofzangen, maar dat Hij, waar we echt Hem de lof toe zingen, dat dit is: het roemen in de eigenschappen, het wezen, van God en het verrukt zijn van Zijn handelen in ons leven. Als wij onze liederen zingen en dit zingen is niet voortgekomen uit het verrukt zijn over wie Hij is in ons leven, dan wordt ons zingen een bespotting van Gods heerlijkheid en maken we, al zingende, de hemel van koper.

Als we God de lof toe zingen, dan gaat het niet om onze mooie stem of onze vrome blik. Nee, de lofzang kan juist heel stil zijn, als een uitstraling van ons leven. Daarom wordt dit woord ook wel vertaald als ’lofgewaad’. Dan wordt het gebruikt samen met het woord, dat ‘mantel’ of ‘omslag’ betekent:

Jesaja 61:3 om over de treurenden van Sion te beschikken, dat men hun geve hoofdsieraad in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een kwijnende geest. En men zal hen noemen: Terebinten der gerechtigheid, een planting des HEREN, tot zijn verheerlijking.

Wat zou de wereld om ons heen er anders uitzien, als we de grote daden van God niet alleen maar uitzingen, maar vooral ook uitstralen, als een feestkleed om ons heen . . .

Ja, als we zó Hem de lof ‘toebrengen’ dan klopt Hij aan onze deur en laten we Hem graag binnen om Hem onder ons te doen tronen, te wonen, aan te zitten, te (ver)blijven. Dan zal Hij ons kunnen aanbevelen als Zijn getuigen, overal waar Hij ons brengen zal.

Bijbeltekst week 2020 – 27

Vrees voor mensen spant een strik, maar wie op de HERE vertrouwt, is onaantastbaar.

Spreuken 29:25

De tekst voor deze week geeft veel stof om over na te denken. Allereerst de eerste drie woorden: Vrees voor mensen. Met evenveel recht kan het vertaald worden met: Vrees van mensen. Als we dat doen, wordt de inhoud van de tekst heel anders.

Het woordje ‘vrees’ kan ook vertaald worden met: angstige zorg. Deze ‘angstige zorg’ is zo kenmerkend voor wat wij ‘volwassen zijn’ noemen. Het staat zo lijnrecht tegenover de zorgeloosheid van een kind. Maar een kind kent geen echte zorgeloosheid als het zich niet geborgen voelt in zijn ouders. Alleen een kind dat opgroeit in de geborgenheid, de veiligheid van een gezond gezin, waar liefde regeert, straalt deze onbevangen zorgeloosheid uit. En waar deze veiligheid ontbreekt, wordt de basis gelegd voor veel geestelijke afwijkingen die in het latere, volwassen leven openbaar komen. Eén van deze geestelijke afwijkingen is de ‘angstige zorg’ waar deze tafeltekst over spreekt.

Wat gaan de woorden van God, die Hij tot Mozes sprak dan duidelijk worden:

Numeri 14:18  De HERE is lankmoedig en groot van goedertierenheid, vergevende ongerechtigheid en overtreding, hoewel Hij zeker niet ongestraft laat, maar de ongerechtigheid der vaderen bezoekt aan de kinderen, aan het derde en vierde geslacht.

Er is zo veel reden om angstige zorg te hebben, zeker als mensen van onze tijd! Deze angstige zorg voor het leven, zo zegt onze tekst: spant een strik.  Het woord strik heeft natuurlijk niets te maken met: een mooie das strikken, maar met: valstrik. Maar het woord betekent ook ‘lokaas’. Wie z’n leven laat bepalen door angstige zorg, trekt zorgelijke dingen naar zich toe. Angst maakt angstig en wekt agressie naar elkaar. God heeft de mens niet geschapen om bepaald te worden door angstige zorg, maar om waarlijk vrolijk te zijn: Deut.16:15b   …; want de HERE, uw God, zal u zegenen in heel uw oogst en in al het werk uwer handen, zodat gij waarlijk vrolijk kunt zijn.

Wie zich laat bepalen door angstige zorg kán niet echt vrolijk zijn! Maar God schenkt ons in Zijn liefde echte vrolijkheid als een vrucht van de Geest: Galaten 5:22  Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.

En de tekst voor deze week wijst ons de weg naar die werkelijke levensvreugde: maar wie op de HERE vertrouwt, is onaantastbaar.

Het Hebreeuwse werkwoord ‘vertrouwen’ heeft zo’n rijke betekenis: zich veilig voelen, zijn vertrouwen vestigen op, zorgeloos zijn. Er is voor ons en voor degenen die God ons toevertrouwt echt geen toekomst, tenzij we leren nu werkelijk op Hem te vertrouwen – ons veilig gaan voelen bij Hem, zorgeloos durven zijn, omdat Hij voor ons zorgt: 1 Petrus 5:7 Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u. Want als we zo op Hem leren vertrouwen dan maakt Hij ons onaantastbaar.

En het Hebreeuwse woord ‘onaantastbaar’ vertelt ons ook weer zo veel: hoogverheven zijn (boven de angstaanjagende gebeurtenissen in de wereld rondom ons), ontoegankelijk zijn (voor de denkwerelden van onze tijd), beveiligd zijn in de hoogte (omdat Hij ons tot Hemelburgers maakt).

Bijbeltekst week 2020 – 26

Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods.

Kolossenzen 3:1

De tafeltekst voor de deze week geeft een opdracht: zoekt de dingen, die boven zijn. Deze opdracht is gericht tot degenen, die weten dat zij met Christus ‘opgewekt’ zijn . . . Voor het woord ‘opgewekt’ wordt in de grondtekst een werkwoord gebruikt dat de betekenis heeft: vanuit de doodsslaap wekken, de doden terugroepen tot het leven. Maar aan dit werkwoord is nog een woordje toegevoegd: ‘samen’. Hierdoor krijgt dit werkwoord een heel specifieke betekenis die in de literatuur eigenlijk alleen maar in de Bijbel voorkomt en dus een heel eigen, christelijke betekenis heeft gekregen: samen opwekken uit de dood tot een nieuw en gezegend leven, toegewijd aan God. In onze tafeltekst staat dus eigenlijk: Indien gij dan met Christus uit de dood bent opgewekt om samen met Hem een nieuw en gezegend leven, toegewijd aan God te leven . . . 

Dan duizelt het wel even een beetje in je denken, want dan gaan er zo veel uitspraken van de Bijbel door je heen! We denken dan bijvoorbeeld aan: Zie, Ik ben met u tot aan de voleinding der wereld, en Galaten 2:20  Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, [dat is], niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu [nog] in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven.

In al deze woorden gaat het niet om een leven voor Hem, maar samen met Hem. Wie daar iets van is gaan proeven heeft dus de opdracht die in onze tafeltekst staat: zoekt de dingen, die boven zijn.

Voor het werkwoord ‘zoeken’ staat een woord dat het beste te omschrijven is met: zoeken [om te ontdekken] door na te denken, te beredeneren, te onderzoeken. Het leven met Christus is dus een soort ontdekkingstocht . . . Wat mogen we dan, samen met Hem, ontdekken? Dat wat er achter staat: de dingen, die boven zijn. Hier staat in onze tekst alleen maar een bijwoord, dat aangeeft: naar boven, naar omhoog. Daarom zouden we dit misschien wel beter kunnen vertalen met: ontdek, samen met Hem, de dingen, die naar boven, naar omhoog leiden; ontdek, samen met Christus, de hemelse zaken. Daar is immers Christus, ‘gezeten’ aan de rechterhand Gods. Dat woord ‘gezeten’ geeft ook veel meer aan dan ‘zitten’. Het heeft de betekenis van: vast en onveranderlijk aan een bepaalde plaats gebonden zijn; daar waar je thuis bent dus.

En dan nog even iets over ‘aan de rechterhand Gods’. Dat staat er heel letterlijk, maar het woord betekent niet alleen ‘rechterhand’, maar ook: een plaats van eer of gezag. Tot slot maar weer een ‘eigen’ vertaling, om deze tafeltekst wat levendiger, meer aanspreekbaar voor ons te maken:

Indien gij dan met Christus uit de dood bent opgewekt om samen met Hem een nieuw en gezegend leven, toegewijd aan God te leven, ontdek dan [in het leven en in het gesprek met Hem] de hemelse zaken, waar Christus in thuis is, omdat Hij in de Hemel voor altijd een plaats van eer en ontzag bij God heeft.

Bijbeltekst week 2020 – 25

Voorwaar, Ik zeg u: Wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt als een kind, zal het voorzeker niet binnengaan.

Lucas 18:17

De tafeltekst voor de komende week begint met: Voorwaar, Ik zeg u: en we moeten deze woorden er zeker bij opzeggen. Want dan beseffen we dat hier iets heel belangrijks door Jezus is gezegd. Wij zouden in onze tijd zeggen: Let nu even heel goed op wat ik zeg. Jezus spreekt hier over de voorwaarde voor het binnengaan van het Koninkrijk Gods. Het Koninkrijk Gods is het gebied waar God regeert, waar Hij het onvoorwaardelijk voor het zeggen heeft.

Het is wonderlijk dat in deze weinige woorden van Jezus gesproken wordt over ontvangen en over binnengaan. Beide werkwoorden hebben heel veel met elkaar te maken. ‘Ontvangen’ wil zeggen: met beide handen aanpakken om je er geheel aan te wijden, het helemaal in je op te nemen. Dit werkwoord past helemaal bij de instelling van een kind dat een cadeautje ontvangt: onvoorwaardelijk, vol vertrouwen aanpakken om er helemaal in op te gaan. Het woord ‘kind’ is hier beter vertaald met kindje, hierbij denkend aan ten hoogste zo’n 7 jaar oud. Zoals een kleuter een geschenk met beide handen aanpakt en alles om hem heen vergeet, geboeid door wat nu van hem is, zo moeten wij het Koninkrijk in ontvangst nemen, omdat we het anders geenszins, dat wil zeggen onmogelijk, kunnen binnengaan. Het werkwoord ‘binnengaan’ wordt veel gebruikt bij het naar binnen gaan van voedsel in de mond.

Het wordt ook gebruikt als een aanduiding voor wat het betekent als een kind bij het volwassen-worden de maatschappij binnengaat: zich er geheel door laat omgeven, verwachtingsvol, vol vertrouwen. Het is voor de mens onmogelijk het Koninkrijk Gods binnen te gaan, als we nog een achterdeurtje hebben naar wat we eigenlijk moeten achterlaten. Wees niet ongerust, wie nog reserves heeft kán het Koninkrijk niet binnengaan. Een achterdeurtje heeft dezelfde uitwerking als een geweldige, openstaande, voordeur: onmogelijk om ook maar één stap binnen het Koninkrijk van God te zetten . . .

Wie nog wijs wil zijn in deze wereld, zal altijd reserves behouden: “ik vraag mezelf af . . “.  De meest bescheiden reserves zijn in staat om betonnen muren te bouwen tussen ons en het naderende Koninkrijk van God. Daarom: laat het tot ons doordringen, dat het de hoogste tijd wordt om te worden als een kind, vóórdat Zijn voeten staan op de Olijfberg. Wie om zich heen kijkt, de krant leest, het nieuws ziet, weet dat de tijd om alsnog als een kind te worden nog maar héél kort kan zijn.

Bijbeltekst week 2020 – 24

En hij liet alles achter, stond op en volgde Hem.

Lukas 5:28

In de tafeltekst van deze week wordt gesproken over Levi. In dit bijbelgedeelte lezen we dat Levi een tollenaar was. Hij was een hoge beambte, die in dienst stond van Herodes Antipas. Deze Herodes was viervorst over Galilea en Perea. Levi inde de belasting die geheven werd over de goederen, die in- en uitgevoerd werden over de grens. Tollenaars werden, vooral bij de gelovige joden, vaak op één lijn gezet met de zondaren. Zij werden geëerd en veracht; geëerd om hun hoge positie en veracht om hun hebzucht en de grove manier waarmee zij de reizigers vaak behandelden. Daarom werden tollenaars uitgesloten van de samenkomsten in de synagoge.

Levi was aan het werk toen Jezus tegen hem zei: Volg Mij! Dan komt er een wonderlijke reactie, die we vaker in de Bijbel lezen, en het begin van onze tafeltekst is: En hij liet alles achter, … Wat moeten we daar onder verstaan? Er wordt in de grondtekst een werkwoord gebruikt, dat o.a. vertaald kan worden met: onverzorgd achterlaten, iets of iemand achter laten zonder zorg er voor te hebben, links laten liggen. Levi liet dus zijn bron van inkomsten, zijn middelen van bestaan achter: anderen moesten er mee doen wat ze wilden. Een onverantwoord gedrag, zullen we ongetwijfeld zeggen …

Hij stond op … hij hield dus op met zijn werkzaamheden en volgde Jezus. Voor dit ‘volgen’ is een woord gebruikt dat de betekenis heeft van: iemand als leerling volgen. Wat een ingrijpende verandering vond er plaats in het leven van deze Levi: van veracht en geëerd man werd hij tot een leerling …

Hij was blijkbaar niet onbemiddeld want het verhaal in de Bijbel gaat verder met: En Levi richtte een grote maaltijd voor Jezus aan in zijn huis, en er was een grote menigte tollenaars en anderen, die met hen aan tafel waren. Bij Jezus schaamde hij zich niet voor zijn oude beroep. Hij nodigde immers een menigte van tollenaars uit om samen met Jezus aan één tafel te gaan! Wat moet hij Jezus goed gekend hebben; hij wist dat er voor Jezus ook geen enkel bezwaar bestond om met zulke, door de ‘hooggeplaatsten’ van die tijd, verachte tollenaars samen te eten. Levi verlangde er naar om zijn vreugde: van Jezus te zijn, met zijn ‘vrienden’ te delen en bracht ze dus met hem bijeen aan één tafel. Wat een diepe verandering vond er plaats in het leven van Levi! Hij, de gearriveerde burger, werd leerling van Jezus en liet zich van af nu niet meer bepalen door wat achter hem lag, maar door al hetgeen hij van Jezus zou gaan ontvangen. Is dit niet het grote geheimenis van het volgen van Jezus? Ook voor ons?! Jezus heeft toch niet zo maar gezegd: Niemand, die de hand aan de ploeg slaat en ziet naar hetgeen achter hem ligt, is geschikt voor het Koninkrijk Gods

(Lukas 9:62). En Paulus zegt …, maar één ding doe ik: vergetende hetgeen achter mij ligt, en mij uitstrekkende naar hetgeen vóór mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus (Fil.3:14). Ook hier wordt weer een werkwoord gebruikt dat zo veel te maken heeft met dat: ‘alles achterlaten’. Hier staat in de grondtekst een werkwoord dat zoiets betekent als: verwaarlozen, zich niet langer bekommeren om. Wat hebben wij een echte openbaring van de levende Heer nodig, om zo onder de indruk van Hem te raken, dat we echt los komen van de, zoals Jezus het noemde: de zorgen van de wereld en het bedrog van de rijkdom en de begeerten naar al het andere … (Marcus 4:19). Wat een zegen dat er nog plekjes zijn, stukjes Gemeente van Christus, waar deze bevrijdende openbaring nog werkelijkheid kan zijn.

Bijbeltekst week 2020 – 23

Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer; dit is uw redelijke eredienst.      

 Romeinen 12:1

Het woord ‘vermanen’ in onze tafeltekst en het woord ‘tucht’, dat we regelmatig in de Bijbel tegenkomen, heeft vaak een minder prettige klank. Maar als we in de Bijbel lezen waar het woord ‘vermanen’ voor komt, dan blijkt dit werkwoord ook zo veel andere betekenissen te hebben, zoals ‘aansporen, troosten, bemoedigen en onderwijzen’. En het woord ‘tucht’ vinden we in het Nederlands terug in het woord ‘pedagoog’ wat betekent: opvoeder. De tafeltekst spreekt dus van opvoeden en dan in de zin van bemoedigen, vertroosten, opwekken!

En dan de woorden ‘met beroep op de barmhartigheden Gods’. Als we ergens een beroep op doen, dan klinkt dat al gauw juridisch. Maar in de Bijbel is dat toch anders, want in plaats hiervan kunnen we zeggen: lettend op. Het Griekse woord ’barmhartigheden’ kunnen we ook vertalen met: een hart vol ontferming. Paulus zegt hier dus dat als wij God leren kennen, Die een hart vol ontferming heeft voor Zijn schepselen, we bemoedigd worden om: onze lichamen te stellen tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer. Het gaat hier dus om een ‘van harte’ bereid zijn! Dat zit ook in het woord ‘stellen’, want dit woord betekent vooral: ter beschikking stellen. God verlangt er naar dat wij met vreugde onze lichamen ter beschikking stellen tot: een levend, heilig en Gode welgevallig offer. Wat een totaal andere manier van denken dan wij van nature gewend zijn. We beleven vaak dat ons lichaam onszelf toebehoort; dat we recht hebben op gezondheid en ons lekker in ons vel voelen… Wat een totaal ander klimaat komt in deze tekst op ons af: indrukwekkend en beangstigend tegelijk. Hier blijkt of we werkelijk God willen dienen.

Als Gods Geest ons gaat inspireren en onze Leermeester wordt, gaat het wonder gebeuren, dat we toch graag: heel anders zijn, niet meer gelijkvormig aan deze wereld. Hierover wordt gesproken in de Romeinenbrief: En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken (Romeinen 12:2a). Als we God hebben leren kennen, doordat Hij Zich aan ons openbaart, dan blijkt Hij de geheel Andere te zijn. De liefdevolle Vader, Die ons leven wil veranderen, gericht op Zijn eeuwig Koninkrijk. Wie dat gaat onderkennen, gaat ook verstaan dat dit alleen maar door lijden heen gaat. De apostelen  schreven hier al over: … keerden zij terug, om de zielen van de discipelen te versterken en hen te vermanen om te blijven bij het geloof, en dat wij door vele verdrukkingen het Koninkrijk Gods moeten binnengaan (Handelingen 14:22).

Ja, alleen door Zijn openbaring in onze levens, leren we weer ‘hoe zeer de Here te vrezen is’ (2 Korintiërs 5:11). Dat wil zeggen, dat we weer leren om kinderlijk ontzag voor Vader te hebben, zodat Hij ons vormen kan tot Zijn getuigen in deze ontredderde wereld. Want betrouwbare getuigen zijn we niet als we heel veel over God kunnen vertellen. Getuigen zijn we als we door Zijn liefde gedreven worden om ons lichaam beschikbaar te stellen voor een hoger doel, dan het, gedurende onze ‘vreemdelingschap’ hier op aarde, naar onze zin te hebben. En dit is alleen mogelijk als ons lichaam een tempel is van de Heilige Geest. Als Zijn Geest woning gemaakt heeft in onze harten, dringt de liefde van Christus ons om met al onze zegen de naasten te zegenen. Daarvoor hebben wij de toerusting ontvangen tijdens  het Pinksterfeest. Hierdoor mogen we ons, met de gezindheid van Jezus, gezondenen weten in de wereld van nu!

Bijbeltekst week 2020 – 22 (Voorbereiding op Pinksteren)

Komend weekend vieren we het Pinksterfeest. Pinksteren is de afsluiting van het Paasfeest. Tijdens ons Pinksterfeest gedenken wij, dat wij door de komst van de Heilige Geest een toerusting hebben gekregen om Zijn getuigen te zijn in de wereld waarin wij nu leven.

Maar de ure komt en is nu, dat de waarachtige aanbidders de Vader aanbidden zullen in geest en in waarheid, want de Vader zoekt zulke aanbidders.

 Johannes 4:23

Deze woorden van Jezus zullen we overdenken tijdens deze week. Jezus had een gesprek met een Samaritaanse vrouw die op het heetst van de dag water kwam putten. Zij deed dat, omdat niemand zin had, althans overdag, om contact met haar te hebben. Maar Jezus vraagt haar om hulp: ‘Geef Mij te drinken’.

In het gesprek dat dan op gang komt blijkt dat deze vrouw, door de fatsoenlijke mensen van Samaria verworpen, een gelovige is: De vrouw zeide tot Hem: Here, ik zie, dat Gij een profeet zijt. Onze vaderen hebben op deze berg aangebeden en gijlieden zegt, dat te Jeruzalem de plaats is, waar men moet aanbidden. (Joh.4:19,20)

Zijn er onder ons nog mensen die ‘zien’ dat iemand een profeet is?! Een profeet is iemand die, bewogen door de Geest van God, de mensen bekendmaakt wat hij door inspiratie ontvangen heeft. Omdat deze vrouw in de man die tot haar spreekt een profeet ziet, maakt zij er meteen gebruik van om een vraag te stellen die voor haar heel belangrijk is: Onze vaderen hebben op deze berg aangebeden en gijlieden zegt, dat te Jeruzalem de plaats is, waar men moet aanbidden.

Een gebedsplaats was in die tijd vaak een synagoge of, als die er niet was, slechts een plaats in de open lucht, buiten het rumoer van de stad, waar men gewend was om in alle rust te bidden. Voor veel mensen was toen, en is ook nu de plek, de entourage, belangrijker dan de gezindheid om te bidden; dat bleek uit de vraag van deze gelovige vrouw.

En dan geeft Jezus dit rijke en leerzame antwoord aan haar en aan allen die God ernstig zoeken: maar de ure komt en is nu, dat de waarachtige aanbidders de Vader aanbidden zullen in geest en in waarheid; want de Vader zoekt zulke aanbidders.

Door de komst van Jezus is er een nieuwe tijd aangebroken. Gebed zal niet langer slechts een ritueel gebeuren zijn. Vanaf nu is de tijd aangebroken dat gebed een echt gesprek is met de levende God: waarachtige bidders zijn mensen die God om antwoord vragen.

Het woord ‘waarachtig’ betekent: tegengesteld aan wat verzonnen, nagemaakt, denkbeeldig of voorgewend is. Vandaar dat de apostel Petrus zegt: Het einde aller dingen is nabijgekomen. Komt dus tot bezinning en wordt nuchter, opdat gij kunt bidden. (1 Petrus 4:7)

Wie in geest en waarheid God leert aanbidden, komt tot het besef dat het einde aller dingen nabijgekomen is.

Wat hebben wij het dan nodig dat het Pinkstergebeuren ons leven weer gaat vervullen, opdat Gods Geest woning kan maken in onze harten. Dan dringt de liefde van Christus ons, nu het nog kan, met alle zegen die wij ontvangen hebben onze naasten te zegenen, te dienen en mee te nemen naar Jezus toe.

Inleiding op Pinksteren 2020

Pinksteren 2020

Inleiding

Net zoals het Paasfeest, is ook het Pinksterfeest van oorsprong een feest vanuit het Oude Testament. Het is één van de drie grote feesten die de Israëlieten ieder jaar moesten houden voor Gods aangezicht, namelijk het Paasfeest, het Pinksterfeest en het Loofhuttenfeest. In Exodus 23:17 staat hierover vermeld: Driemaal in het jaar zullen al uw mannen voor het aangezicht van de Here HERE verschijnen.

Pinksterfeest is de Griekse naam voor het feest en betekent letterlijk ‘vijftigste’. In Leviticus staat hierover geschreven: Dan zult gij tellen van de dag na de (paas)sabbat, … zeven volle weken zullen het zijn; tot de dag na de zevende sabbat zult gij tellen, vijftig dagen. (Lev.23:15, 16). In het Hebreeuws wordt dit feest het ‘Feest der Weken’ genoemd: Het feest der weken, der eerstelingen van de tarwe-oogst zult gij vieren, …(Exodus 34:22). Men noemt dit ook wel het ‘Slotfeest’.

Pasen en Pinksteren horen dus duidelijk bij elkaar; Pinksteren is de afsluiting van het Paasfeest. In Exodus 23:14 staat: Driemaal in het jaar zult gij Mij een feest houden. En in Exodus 23:16 wordt hierover genoemd: Ook het feest van de oogst, der eerstelingen van uw vruchten, die gij op de akker zaaien zult. Een andere naam voor het Pinksterfeest is Oogstfeest, omdat dan het eerste graan (gerst) werd geoogst.

Dit alles is weer een prachtig beeld van wat God ons geschonken heeft in Jezus Christus, onze Here. Op Goede Vrijdag stierf Hij voor onze zonden aan het kruis, op Paasmorgen stond Hij op uit de doden en op de Pinksterdag werd ‘de eerste oogst’ binnengehaald!

In Handelingen 2:41-47 wordt hier over geschreven:  Zij dan, die zijn woord aanvaardden, lieten zich dopen en op die dag werden ongeveer drieduizend zielen toegevoegd. En zij bleven volharden bij het onderwijs der apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden. En er kwam vrees over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen. En allen, die tot het geloof gekomen en bijeen vergaderd waren, hadden alles gemeenschappelijk; en telkens waren er, die hun bezittingen en have verkochten en ze uitdeelden aan allen, die er behoefte aan hadden; en voortdurend waren zij elke dag eendrachtig in de tempel, braken het brood aan huis en gebruikten hun maaltijden met blijdschap en eenvoud des harten, en zij loofden God en stonden in de gunst bij het gehele volk.

En de Here voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden werden.

Tijdens ons Pinksterfeest gedenken wij dat wij door de komst van de Heilige Geest een toerusting hebben gekregen om Zijn getuigen te zijn, zodat door ons leven heen nog velen toegevoegd kunnen worden aan ‘de kring van hen die behouden worden’: de Gemeente van Christus.

Bijbeltekst week 2020 – 21

Deze week vieren we de Hemelvaart van Jezus.

Jezus heeft gezegd: “Het is beter voor u dat Ik heenga. Want indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden” (Joh.16:7).

In de uitleg van de tafeltekst van deze week wordt ook gesproken over de Heilige Geest (de Trooster).

Jezus kon maar op één plek tegelijk zijn, maar de Heilige Geest wil woning maken in de harten van alle mensen! Jezus ging terug naar de Hemel, naar de Vader, om dit te bewerkstelligen. Daarom is het vieren van de Hemelvaart van Jezus een goede voorbereiding voor het naderende Pinksterfeest!

Wees niet bevreesd, gij klein kuddeke! Want het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te geven.

Lukas 12:32

Het is voor ons, Hollanders, een voorrecht dat de meesten van ons wel eens een schaapherder met z’n kudde over de heide hebben zien zwalken.

Maar toch missen we vaak precies datgene wat zo belangrijk is om te verstaan waarom de Gemeente van Christus in de Bijbel vaak met een kudde schapen wordt vergeleken. Schapen zijn heel volgzame dieren, erg afhankelijk van de herder . . .  Maar ook voor schapen is het belangrijk, dat zij een vertrouwde relatie met de herder hebben, want, zo vertelt Jezus ons: …; maar een vreemde zullen zij voorzeker niet volgen, doch zij zullen van hem weglopen, omdat zij de stem der vreemden niet kennen (Johannes 10:5).

Als Jezus, hier in onze tafeltekst, spreekt van ‘gij klein kuddeke’, dan heeft Hij het dus tegen mensen, die Zijn stem weten te herkennen, omdat zij hebben leren luisteren naar Zijn stem: Mijn schapen horen naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij, … (Johannes 10:27). Het kleine kuddeke van Jezus bestaat dus niet uit mensen, die wel geloven dat Jezus voor de zonde van de hele wereld gestorven is: …; en Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld (1 Johannes 2:2).

Nee, als Jezus het heeft over ‘gij klein kuddeke’, dan spreekt hij tot mensen, die door te luisteren naar Zijn stem, Hem herkennen te midden van alle, misschien wel nog zo vrome, geluiden die te horen zijn in deze wereld. Dit kan alleen als we ons laten leiden door Zijn Geest, die Jezus ons beloofd heeft tijdens zijn afscheidswoorden: Maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt (Hand.1:8).  

En dat dit kuddeke in het laatste uur maar heel klein zal zijn heeft Jezus destijds al voorzien: Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde? (Lukas 18:8).

Waar we, door vele beproevingen heen, leren om weer naar Zijn stem te luisteren, daar gaan we beseffen tot Zijn klein kuddeke te behoren. Maar, al is dat kuddeke nog zo klein, tegen deze ‘schapen’ zegt Jezus dus: Wees niet bevreesd, gij klein kuddeke!  Dit ‘bevreesd’ zijn houdt in: bang, angstig zijn, door schrik bevangen zijn, bang zijn om  (d.w.z. aarzelen) iets te doen (uit vrees voor schade).

De profeet Daniël zegt …, maar het volk dat zijn God kent, zal sterk zijn en daden doen (Daniël 11:32). Wonderlijk is het toch eigenlijk, dat dit ‘kleine kuddeke’ en ‘het volk dat zijn God kent’ dezelfde mensen zijn. Want Daniël heeft het niet over mensen die veel kennis vergaard hebben over God, maar over mensen, die leerlingen van de Allerhoogste willen zijn, door te luisteren naar Zijn Stem.

Jezus zegt in onze tafeltekst ongeveer hetzelfde als Daniël, namelijk dat, aan allen die naar Zijn Stem leren luisteren, Zijn Koninkrijk is toevertrouwd en dus dat zij – in alle zwakheid – sterk zullen zijn en daden doen …

Bijbeltekst week 2020 – 20

God zegent ons, opdat alle einden der aarde Hem vrezen.

 Psalm 67:8

De tafeltekst voor de komende week is een woord uit de Psalmen. Deze psalm, waarschijnlijk geschreven door koning David, is geschreven als een ‘danklied voor de oogst’. De inhoud van deze psalm lijkt duidelijker, als we de laatste drie verzen bij elkaar lezen en dan wel in een andere volgorde: 7,8 en 6

  • 7. De aarde gaf haar gewas, God, onze God, zegent ons;
  • 8. God zegent ons, opdat alle einden der aarde Hem vrezen.
  • 6. Dat de volken U loven, o God, dat de volken altegader U loven.

Het doel van de zegen die God ons schenkt, is niet in de eerste plaats dat wij voorspoedig zijn. Maar dat we door deze zegen van God leren om Hem te vrezen: het hebben van diepe eerbied en kinderlijk ontzag voor Hem, Die ons schiep en voor ons zorgt. In het Bijbelboek Spreuken schrijft koning Salomo over deze vrees:

Laat je hart … heel de dag blijven in de vreze des HEEREN. Want juist dan is er toekomst, en wordt je hoop niet afgesneden (Spr.23:17 HSV).

De profeet Jesaja profeteert over de Messias: En op hem zal de Geest des HEREN rusten, de Geest van wijsheid en verstand, de Geest van raad en sterkte, de Geest van kennis en vreze des HEREN; ja, zijn lust zal zijn in de vreze des HEREN (Jes. 11:2,3).

Vrees voor God is geen angst, maar vol aanbidding verrukt zijn van Vader. Dit krijgt gestalte in ons leven door beproeving en strijd. Als we bang zijn voor God, dan proberen we Hem te ontlopen, maar als we met ontzag vervuld zijn, dan willen we Hem kennen in al onze wegen, opdat Hij onze paden recht zal maken. Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken (Spr.3:6)In Handelingen wordt van de gemeente getuigd: De gemeente dan door geheel Judea, Galilea en Samaria had vrede; zij werd opgebouwd en wandelde in de vreze des Heren (Hand.9:31).

Als deze vreze des HEREN werkelijkheid wordt in ons leven, dan gaan we misschien ook iets beleven van het geheimenis van deze psalm uit onze tafeltekst. Om dit geheimenis duidelijk te maken, onderstrepen we even een gedeelte uit deze drie verzen: God, onze God, zegent ons, opdat alle einden der aarde Hem vrezen. We zouden het tweede gedeelte: opdat alle einden der aarde Hem vrezen, ook kunnen vertalen met: opdat er niemand op aarde zal zijn die Hem niet vreest.

De zegen van God die ons ten deel valt, moet dus verder reiken dan ons eigen leven. Daarom is het goed om de bede (van David) in ons hart over te nemen: 6. Dat de volken U loven, o God, dat de volken altegader U loven. Het woord ‘altegader’ past niet meer in onze taalbeleving. Het betekent gewoon ‘al’ of ‘alle’ en over het woordje ‘volk’ hoeven we ook niet zo weids te denken. Het Hebreeuwse woord hiervoor wordt ook vaak vertaald met: mensen of familie (zie bijv. 2 Koningen.4:13).

Zo mogen de mensen die wij ontmoeten, getuigen zijn van de verwondering en dankbaarheid aan onze hemelse Vader, voor de ons geschonken zegen; opdat alle einden der aarde Hem vrezen.

 

 

 

Bijbeltekst week 2020 – 19

De wereld gaat voorbij en haar begeren, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.

1 Johannes 2:17

Door de schokkende gebeurtenissen in de wereld moet de tekst van deze week ons wel bijzonder aanspreken! Angst grijpt ons allen aan: waar gaat het toch heen?! Hoe indrukwekkend staat onze tafeltekst hier tegenover: De wereld gaat voorbij.

Of onderstrepen deze woorden juist het actuele gebeuren? De ondergang van onze beschaving staat voor de deur. Wat een rust geven deze woorden van de apostel Johannes, als we beseffen dat hij dit tweeduizend jaar geleden schreef. Waar zal hij aan gedacht hebben toen hij deze woorden schreef, wat zal hij hebben gezien? Veel belangrijker is het voor ons om te mogen verstaan, wat God ons nu wil zeggen als we deze tweeduizend jaar oude woorden tot ons laten doordringen, als we ze biddend opzeggen.

Als Johannes het over de ‘wereld’ heeft, dan gebruikt hij het Griekse woord ‘kosmos’. Dit kan hier vertaald worden met: de mensheid. Maar ook, zoals het woordenboek ons vertelt, met: het geheel van aardse goederen, rijkdommen, voordelen, genietingen, enz. Hoewel deze aardse goederen in feite hol, zwak en voorbijgaand zijn, wekken ze het begeren op, leiden van God af en zijn hinderpalen voor de zaak van Christus. Deze laatste uitleg van het woord ‘kosmos’ willen we graag onderstrepen. Voor ons betekenen de woorden van Johannes dat al het ‘tijdgebondene’, wat ons zo verschrikkelijk van de zaak van Christus afleidt, voorbij gaat. Je zou dit ‘voorbij gaan’ ook kunnen vertalen met: er aan voorbij gaan, misleiden of verleiden.

Als Mozes aan Israël Gods geboden geeft, dan leert hij hun ook: ‘gij zult niet begeren’… We weten allemaal in ons leven wat een macht het ‘begeren’ heeft. Maar we mogen ook merken dat, in de groeiende liefde van en voor Jezus, het begeren, in welke vorm dan ook, wegsmelt als sneeuw voor de zon. Alleen als we dit wonder ervaren in ons eigen leven, gaan we verstaan wat Johannes tijdloos bedoelde met: En de wereld gaat voorbij en haar begeren. Dit is een heilig verstaan van de woorden van God.

Het geheimenis, om tot dit verstaan te komen, staat in het vervolg: maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid. Helaas blijft voor velen dit geheimenis een verborgenheid. Want: wat zal Johannes bedoeld hebben met: de wil van God doen? Allereerst: wat is de wil van God? In het Griekse woordenboek vinden we o.a. als vertaling van dit woord:

  • 1) wat iemand wenst of besloten heeft te doen
  • 1b) wat God verlangt dat door ons gedaan moet worden…

Wat prachtig dat er niet staat: wat God eist dat door ons gedaan moet worden…

Alleen in de innige wandel met de Here, gaan we iets verstaan van dat diepe, respectvolle verlangen van God. Het is dus uit liefde tot Hem dat we gaan wensen, en uiteindelijk zelfs besluiten om te gaan DOEN wat Hij verlangt dat we zullen doen. Dit is het werk van Gods Geest aan de harten van mensen die naar God Zelf vragen.

Zo kan God verloren mensen maken tot hemelburgers. En het hoeft toch echt geen uitleg, dat hemelburgers tot in eeuwigheid ‘blijven’: aanwezig blijven, voortdurend vastgehouden worden.

Bijbeltekst week 2020 – 18

Wij danken God altijd om u allen, wanneer wij u gedenken bij onze gebeden.

1 Tessalonicenzen 1:2

Als we de tafeltekst van deze week goed tot ons door laten dringen, dan vragen we ons af of deze tekst wel geschikt is als tafeltekst… Maar waarom zou niet juist als we aan tafel gaan, een gelegenheid tot gebed zijn. Moet je je voorstellen wat Paulus hier eigenlijk zegt: Telkens als wij u gedenken in onze gebeden. Eigenlijk zegt hij letterlijk: U gedenkende in onze gebeden.

Allereerst iets over: onze gebeden. Voor ‘gebed’ worden in het Nieuwe Testament veel woorden gebruikt. Het meest komt voor een woord dat de betekenis heeft van: ontmoeting, samenspreking (met God). In zo’n gebed worden zaken duidelijker door Gods onderwijzingen.

Maar in onze tafeltekst wordt een woord gebruikt, waar het accent meer ligt op: het samen komen voor Gods aangezicht voor een bepaalde zaak, b.v.: Uw Koninkrijk kome. Het is zoiets als: samenkomen om iets aan God voor te leggen. Dit woord wordt niet alleen vertaald met ‘gebed’ maar ook voor het aanduiden van de plaats die apart is gezet om te bidden. Vaak een plaats in de open lucht, in ieder geval een stil plekje. Als in de Bijbel dit woord gebruikt wordt voor de Joden, die te gering in aantal waren om een echte Synagoge te bouwen, of waar de vrouwen graag apart samen kwamen voor gebed, dan wordt dat meestal vertaald met ‘gebedsplaats’.

Wij zouden ook een gelegenheid, een plek moeten hebben, waar we bewust samen komen (gezamenlijk, eendrachtig), om bepaalde belangrijke zaken aan God voor te leggen, voorbede te doen. Paulus zegt dat, als zij, een groep gelovigen dus, bijeenkomen om God bepaalde zaken voor te leggen, om voorbede te doen, zij God ‘danken’.

Wat beleven wij eigenlijk, als we God voor iemand of voor een groep mensen ‘danken’? Het werkwoord dat Paulus hier gebruikt, beeldt een innige band uit: blij zijn met het feit dat we ons met elkaar verbonden weten in en door onze Heer. Het wonderlijke is dat dit niet inhoudt dat we blij zijn dat we zo veel aan elkaar hebben, maar dat we er voor elkaar mogen zíjn. Want dit werkwoord houdt ook in: de instelling om iemand in een gevaarlijke situatie te beschermen.

Nu zijn we, zoals de Bijbel ons leert, voortdurend in een gevaarlijke situatie, want Petrus zegt: Wordt nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden (1 Petrus 5:8). In dit besef willen zij daarom de Gemeente te Tessalonica ‘gedenken’. Dat betekent: tijd ervoor nemen om aan hen te denken, opmerkzaam te zijn, te waken over.

Paulus zegt hier dus zoiets als dat zij, telkens wanneer zij samenkomen op een plaats van gebed, hun aandacht wijden aan, opmerkzaam zijn op de gemeente te Tessalonica. En dat zij dan een dankbaar gevoel krijgen, dat God hen in de gelegenheid gesteld heeft om in de bres te staan voor deze mensen, hen voortdurend ‘de voeten te willen wassen’ (Joh.13:14,15), zodat de boze geen vat op hen kan hebben.

Als we zo onze tafeltekst deze week biddend opzeggen, dan bidden we dus om een waakzame ziel voor elkaar en voor allen die allerwegen de Naam van onze Here Jezus aanroepen. Dan staan we open voor het ontvangen van een waakzaam priesterhart…

Bijbeltekst week 2020 – 17

Zie, Ik, de HERE, ben de God van al wat leeft; zou voor Mij iets te wonderlijk zijn? 

Jeremia 32: 27

De tafeltekst van deze week begint met: ‘Zie’. In het Hebreeuws staat daar een aanwijzend voornaamwoord. Dit woord kan op veel manieren vertaald worden. Inderdaad het meest met ‘zie’. Maar het wordt ook vertaald met: ‘Zie, hier ben Ik’. Leuk om het even zo te vertalen: Zie, hier ben Ik, Ik, die er altijd voor jullie wil zijn, ben het hoogste gezag over alle vlees…  Maar dit Hebreeuwse woord, waar de tekst mee begint kan ook vertaald worden met: ‘zo, indien’. Dan wordt de vertaling: ‘Indien Ik, de HERE (Degene die er altijd voor jullie zal zijn), de God (hoogste gezag) ben over alle vlees, zou voor Mij dan iets te wonderlijk zijn?’

En dan nu het woord ‘wonderlijk’. In het algemeen wordt dit Hebreeuwse woord vertaald met ‘wonderlijk’, maar het is een werkwoord, dat vertaald kan worden met: ‘te moeilijk, onmogelijk lijken, iemands macht te boven gaan, moeilijk te doen zijn’. Hiermee wordt natuurlijk ook heel duidelijk betekenis gegeven aan ‘wonderlijk’. Want alles wat onze macht te boven gaat is wonderlijk!

Als we dit alles overdenken dan kunnen we onze tafeltekst dus ook zo vertalen: ‘Zie, hier ben Ik, Ik, Degene die er altijd voor jullie wil zijn (HERE), Ik ben het hoogste gezag (Elohim) over alles wat vlees (tijdgebonden) is; zou er voor Mij iets kunnen zijn, dat Mijn macht te boven zou gaan (Ik niet zou kunnen volbrengen)?’

De tafeltekst van de komende week is Gods antwoord op het gebed van Jeremia, dat we heel beslist moeten lezen voor we aan onze tafeltekst gaan beginnen! Het gebed van Jeremia begint met vers 17: Ach, Here HERE, zie, Gij hebt de hemel en de aarde gemaakt door uw grote kracht en uw uitgestrekte arm; niets zou te wonderlijk zijn voor U.

Jeremia twijfelt geen moment aan de almacht van God. Hoe dat komt? Omdat Jeremia’s leven bepaald wordt door het handelen van God. In zijn gebed tot God stelt hij zich al de daden van God voor ogen, vanaf de schepping tot op de dag van vandaag: vers 17 – 22. En dan komt de belijdenis van Jeremia voor het hele volk:

(Jeremia 32:23) maar toen zij gekomen waren en het in bezit genomen hadden, hoorden zij niet naar uw stem en wandelden niet naar uw wet; zij deden niets van alles wat Gij hun geboden hadt te doen; daarom hebt Gij al deze rampspoed over hen gebracht. Zie, de wallen zijn tot aan de stad gekomen om die in te nemen, en de stad is gegeven in de macht van de Chaldeeën die tegen haar strijden, door het zwaard, de honger en de pest; ja, wat Gij gesproken hebt, is geschied; en zie, Gij aanschouwt het.

En terwijl alles geschied is, zoals God eertijds gesproken had (Deut.28 – 30), spreekt God tot Jeremia, die, terwijl heel Israël ontrouw werd, trouw is gebleven aan zijn God: (Jeremia 32:25) Toch hebt Gij zelf tot mij gezegd, Here HERE: Koop u de akker voor de prijs en laat het door getuigen bekrachtigen, terwijl de stad in de macht der Chaldeeën is gegeven!

Ja, God spreekt tot de zijnen, ook al staat de hele wereld met de rug naar God gekeerd; ook in deze tijd geldt dan dit troostvolle woord van de Eeuwige tot Jeremia, voor ons. Wat een zegen zal het zijn als we de komende week in deze gezindheid onze tafeltekst ‘nuttigen’!

Bijbeltekst week 2020 – 16

Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen.

Johannes 15:5

Wat een prachtige tekst voor deze week. Jezus vergelijkt Zich hier met een wijnstok en degenen die van Hem zijn met de ranken, om daarmee uit te drukken hoe nauw de relatie tussen Hem en ons moet zijn. Even daarvoor heeft Hij dit beeld ook gebruikt, maar dan in relatie tot onze hemelse Vader: Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de landman. Toch is het beeld dat Hij in het eerste vers gebruikt anders dan in het vijfde. In onze tafeltekst voor deze week splitst Hij de wijnstok op in de wortelstam en de ranken, maar in het eerste vers doelt Hij op de hele plant.

Het is goed om te luisteren naar wat Jezus in de eerste verzen zegt, willen we de tekst voor deze week beter begrijpen: Let op wat de Landman (onze hemelse Vader) doet. Hij bekijkt elke rank met grote aandacht. Als Hij ziet, dat er geen vruchten komen aan de rank, dan neemt Hij die tak weg, omdat deze tak niet beantwoordt aan het doel. Want het gaat bij de Landman niet om de ranken maar om de vruchten. Daarom schenkt Hij alle aandacht aan de ranken die wel vrucht dragen.

Vanaf het eerste begin let Hij er op in vreugdevolle zorg, dat de vruchtbare ranken alles krijgen wat ze nodig hebben: lucht, zonlicht; en verder neemt Hij van deze vruchtbare ranken alles weg wat te veel is voor de volle ontwikkeling van de vruchten. Dan bloedt de rank misschien wel even en wellicht begrijpt de rank niet waarom die prachtige zijtakken worden afgeknipt…

Nu de tekst voor deze week:

Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen.

Hierin vertelt Jezus hoe het komt dat er takken zijn die veel vrucht dragen. Heel eenvoudig omdat een tak, die niet volledig en gezond met Hem verbonden is, nooit vrucht kan dragen. Er kunnen wel bloesems aan komen, heel veelbelovend, maar na de bloei blijft er niets over. Zo kunnen ook wij geen vrucht dragen voor Jezus, als wij niet als een rank verbonden blijven met de wijnstok. Evenals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, zo kunnen ook wij geen vrucht dragen voor het Koninkrijk, als het leven van Jezus niet door ons heen stroomt!

Als dit tot ons doordringt, wat zullen we dan, bij het lezen van de tekst van deze week, bereid worden om met vreugde en verwondering het snoeimes van de Landman, in ons leven van iedere dag, toe te laten. Omdat het snoeimes van Hem in ons leven een teken is, dat we echt met Jezus verbonden zijn, zoals de rank met de wijnstok. Daarom mogen we vol vertrouwen in de Landman, uitzien naar de vruchten, die heel zeker niet zullen uitblijven.

Bijbeltekst week 2020 – 15 (week voor Pasen)

Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen … En houd dit voor ogen: Ik ben met  jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.

Mattheüs 28:19a,20

Deze tafeltekst is een goede voorbereiding op het komende Paasfeest.

‘Ga dus op weg’, zei Jezus tegen Zijn discipelen. Waar slaat dat woordje ‘dus’ op? Op datgene wat Hij aan deze woorden vooraf liet gaan: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde.’ Wat een troost in deze tijd! De apostel Paulus zegt het, vele jaren later, op een andere manier: En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis. Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader (Filippenzen 2:8-11).

Hoe kunnen we de vrijdag dat Jezus stierf aan dat kruis ‘Goede Vrijdag’ noemen, als we niet met hart en ziel beleven dat Hij uit de dood is opgestaan? Dat kunnen we alleen van harte geloven als Hij Zelf ons, tot onze verwondering, doet ervaren, van dag tot dag, dat Hij met ons is. Maar ook dat is niet voldoende om mee ‘op weg te gaan’. Nee, het is echt niet voldoende het iedere dag tot onze verwondering te beleven dat Hij met ons is … Dat doet ons niet onderweg gaan, onderweg naar iets toe dat zeker komen gaat.

Jezus belooft ons niet alleen dat Hij elke dag er weer voor ons zal zijn, maar Hij belooft dat Hij met ons zal zijn tot aan de voleinding van deze wereld. Deze huidige wereld is hard onderweg om zichzelf te vernietigen, omdat de mensen alleen nog maar geloven in zichzelf, en krampachtig trachten voor alle problemen zelf een oplossing te vinden.

Het mensdom is het wezenlijke van de Paasboodschap kwijtgeraakt door de verafgoding van het hier en nu. Waar is nog de onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan God te vinden? Ja, bij onze uit de dood verrezen Heiland! En Hij spreekt niet alleen over de voltooiing van deze wereld, maar Hij richt ons op wat daarna zal komen: Jezus werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis. Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader.

Onze levende Heer komt terug op aarde en allen die de ondergang van de huidige wereld overleefd hebben, zullen daar getuigen van zijn. Daarom is het Paasfeest het feest van ‘leven uit de dood’ voor ieder mens die aan de Paasboodschap gehoor heeft gegeven. Daarom klinkt ook voor ons, meer dan ooit, de boodschap: ‘Ga dus op weg en maak al de volken tot mijn leerlingen. ‘ Dit is een voor ons onmogelijke opdracht. Maar onze Heer heeft uitdrukkelijk gezegd: ‘Wat bij de mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God’ (Lukas 18:27).

Daarom zal het voor iedereen, die nu de Paasboodschap serieus neemt, straks ook echt Pinksteren worden: maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde (Handelingen 1:8).

En besef het goed; wie deze woorden serieus neemt, begint eenvoudig in het eigen ‘Jeruzalem’ …

Abonneer je op de weektekst

Voer je e-mailadres in om wekelijks de bijbeltekst te ontvangen.

Voeg je bij 116 andere abonnees

Archief