Wekelijkse bijbeltekst

Bijbeltekst week 2019 – 08

Zo zegt de HERE, uw Verlosser, de Heilige Israëls: Ik ben de HERE, uw God, die u leert, opdat het u welga; die u de weg doet betreden, die gij moet gaan.     

Jesaja 48:17

De tekst van deze week staat ingebed tussen twee heel belangrijke zinnen. De tekst wordt voorafgegaan door: En nu heeft de Here HERE mij met zijn Geest gezonden: Het is dus niet Jesaja die hier spreekt, maar God Zelf! Hij maakt Zich aan Zijn volk bekend als: de HERE, uw God. Dat kan misschien uit het Hebreeuws het beste vertaald worden met: Het hoogste gezag, Die er altijd voor jullie wil zijn.

Onze tafeltekst wordt vervolgd met vers 18:  Och, dat gij naar mijn geboden luisterdet; dan zou uw vrede zijn als een rivier en uw gerechtigheid als de golven der zee; dit is een smeekbede van God aan Zijn kinderen… Als we dit tot ons laten doordringen, wat wordt onze tafeltekst dan een bewogen, liefdevol woord van God aan Zijn kinderen. Alleen in dit besef komt onze tafeltekst pas tot zijn volle recht!

Nu halen we de woorden even uit elkaar: Zo zegt de HERE, . . .   Ik ben de HERE, uw Verlosser, de Heilige Israëls, uw God, Laten we altijd goed opmerken wanneer HERE met hoofdletters staat geschreven. Want dat betekent heel wat anders dan Here. In de zin voorafgaande aan onze tekst staan deze twee woorden achter elkaar: En nu heeft de Here HERE mij met zijn Geest gezonden: Het eerste woord Here betekent eenvoudigweg: meester, maar het tweede woord HERE is de heiligste eigennaam van God, die de betekenis heeft: Ik zal er altijd voor jullie zijn.

Als we nu weer even teruggaan naar ‘het uit elkaar gehaalde zinnetje’, dan staat daar dus: Zo zegt Degene, Die er altijd voor jullie wil zijn, . . . Ik ben Degene Die er altijd voor jullie zal zijn, jullie Verlosser, Degene, Die Zich heeft afgezonderd voor Zijn volk, jullie hoogste gezag: Ik onderwijs jullie. Dit onderwijs van God is niet als van een professor aan studenten. Het ‘onderwijzen’ van God heeft te maken met: oefenen, gewennen, vertrouwd doen zijn. Dit wijst op een enorme betrokkenheid van de leraar bij zijn leerling…  En Hij rust niet tot het ons ‘welgaat’: tot het baat heeft gebracht, we iets bereikt hebben, we ‘beter af’ zijn. Zijn onderwijs is dus pas voltooid als Hij tot Zijn doel met ons is gekomen: dat wij met Hem wandelen op Zijn wegen, als Henoch, als Noach, als Jezus… En dat ‘wandelen’ is de mooiste vertaling voor ‘moet gaan’, waar de tafeltekst van deze week mee eindigt. Want dat ‘moet gaan’, heeft niets te maken met dwang, met moeten, maar met ‘mogen’. Wonderlijk is het dat dit werkwoord vertaald wordt in de Bijbel met: ‘sterven’, maar net zo goed ook met ‘leven’, met ‘levenswijze’, manier van leven dus. We moeten immers eerst sterven aan alle eigen gedoe om tot werkelijk leven te komen!

Als we de tafeltekst van deze week lezen, dan worden we eraan herinnerd, dat God niet ophoudt om ons mee te nemen op Zijn wegen, niet rust totdat we gewoon met Hem wandelen, al de dagen van ons leven, luisterend naar Zijn stem. Ja, dat komt zo duidelijk naar voren in de uitroep van God, die op onze tekst volgt: Och, dat gij naar mijn geboden luisterdet; … Want Zijn wegen leren we nooit te bewandelen door studie, maar door te luisteren naar Zijn stem!

Bijbeltekst week 2019 – 07

Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus.

Filippenzen 4:6,7

De tafeltekst voor deze week begint met een tegenstelling: ‘bezorgd zijn in verband met onze wensen’ en ‘onze wensen bekend maken bij God’. Paulus zegt hier heel radicaal: weest in niets bezorgd . . .  Het werkwoord ‘bezorgd zijn’ heeft natuurlijk weer veel meer betekenissen, zoals: ’in beslag genomen worden door’, ‘eigen belang bevorderen’, ‘door zorgen gekweld zijn’. Kortom, het heeft te maken met een zelfstandig naamwoord dat de betekenis heeft van: zorg, verdriet.

Dit alles heeft te maken met iets wat lijnrecht staat tegenover wat achter het woordje ‘maar’ vermeld staat: maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. Ieder mens weet heel goed wat ‘angst, zorg en verdriet’ betekent, maar er zijn weinig mensen die het geheimenis zijn gaan verstaan van de machtig gelukkige woorden van Paulus!

Wensen zijn meestal onvervulde verlangens, maar Paulus weet dat, als we echt bij God schuilen, er verlangens en wensen geboren worden, die ons hoopvol en verlangend doen uitzien naar de vervulling ervan. Want Paulus spreekt hier beslist niet over wensen die uit onvrede geboren zijn, maar wensen die ontstaan zijn vanuit het werkelijke leven met Hem! Zulke wensen, die ontstaan vanuit een wandel met de Levende Here, zijn niet los te denken van Hem die deze verlangens gewekt heeft. En in het ‘gesprek’ met Hem worden deze wensen, deze verlangens alleen maar duidelijker omlijnd!

Dat is nu precies wat Paulus bedoelt met ‘laten bekend worden’ bij God. Dit werkwoord zouden we ook kunnen vertalen met: grondig kennis hebben van. Het heeft te maken met: eenswillend worden met God. Dus: het samen eens zijn. Dit eenswillend worden met God ontstaat door gebed, smeking en dankzegging.

Het woord ‘gebed’ heeft in de taal van het Nieuwe Testament nog een andere betekenis, nl. ‘gebedsplaats’. Dit was een plek, vaak in de open lucht, waar mensen (Joden) samen kwamen om te bidden. Hierdoor kunnen we gaan verstaan dat werkelijk bidden een zaak is van de Gemeente, die samenkomt op een afgesproken plaats om God te aanbidden, zodat – in de zo ontstane aanwezigheid van God – we eenswillend worden met Hem, die heilige verlangens in ons gewekt heeft, waardoor we meer en meer weten wat ons wacht . . .

Maar dan wordt ook het 7e vers duidelijk: En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus. Ja, want dan komt ‘de vrede Gods’ over ons. Het woord ‘vrede’ betekent in de eerste plaats: vrijheid van de verwoestende invloed van oorlog. Ook betekent het: de toestand van rust in de ziel. We zingen in een lied: “wij weten wat ons wacht”. . .  En Jezus heeft gezegd: Johannes 16:13  doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen. Dat is de toekomst die in Zijn handen is en waarvoor Hij ons de toerusting geeft om daar aan mee te bouwen. Dat geeft de vrede ‘die alle verstand te boven gaat’.

Voor ‘verstand’ wordt hier een woord gebruikt dat de betekenis heeft van: het vermogen om tot geestelijke waarheid te komen. Dit -met elkaar- verkeren met God, geeft ons het vermogen om tot de eeuwige waarheid – we zouden dit een naam van God kunnen noemen: ‘Eeuwige Waarheid’-, te komen. Dan raken we vertrouwd met het denken als hemelburgers (Fil. 3:20), die nauwelijks de Eeuwige Waarheid kunnen verstaan, maar wel kunnen aanbidden!

En die aanbidding komt als we gelukkig worden met de beleving dat deze eeuwige waarheid zelfs ons ‘geestelijk denkvermogen’ te boven gaat: overtreft, boven alles uitsteekt. Dan komt de ‘vrede’ waar we al over spraken. Dat is de vrede die ontstaat als onze ziel tot rust komt ‘in Hem’. Dan worden onze gedachten niet meer verontrust door de denkpatronen van deze wereld, maar komen onze gedachten onder de hoede van God. Dit werkwoord ‘behoeden’ in het 7e vers wordt bij de Joden gebruikt om uit te drukken dat onze gedachtenwereld onder de heerschappij van de wet van Mozes is gekomen.

Hoeveel meer zal de vrede Gods onze gedachten tot rust brengen als Zijn volle openbaring ons wensenpatroon bepalen gaat en we bruikbaar ingeschakeld gaan worden in Zijn komende Rijk?!

Bijbeltekst week 2019 – 06

Want de HERE zelf zal vóór u uit trekken, Hij zelf zal met u zijn, Hij zal u niet begeven en u niet verlaten; vrees niet en word niet verschrikt.

Deuteronomium 31:8

De tafeltekst van deze week komt uit het laatste gedeelte van de vijf boeken van Mozes. Mozes is dan honderd en twintig jaar oud. Van zichzelf zegt hij: ‘ik kan niet meer uitgaan of ingaan’. (Deut. 31:2). Hij voelt zich oud en weet dat hij het beloofde land niet zal ingaan. Dit is niet omdat hij daarvoor te oud is, maar omdat hij tegen God gezondigd heeft door voor de tweede maal de Rots te slaan:

  • Exodus 17:6 Zie, Ik zal daar vóór u op de rots bij Horeb staan; dan zult gij op de rots slaan en daaruit zal water te voorschijn komen, zodat het volk kan drinken.
  • Numeri 20:8 Neem de staf en laat de vergadering samenkomen, gij en uw broeder Aäron; spreek dan in hun tegenwoordigheid tot de rots, dan zal zij haar water geven.

De ‘zachtmoedigste van alle mensen’ (Num.12:3) bedierf daarmee de geweldige profetische waarheid dat de Rots (Jezus Christus) ten tweede male niet als de Lijdende Knecht zou komen, maar als de Koning der koningen. Mozes heeft in zijn leven telkens weer ervaren, dat God niet een God van verre is, maar dat Hij Zelf met de zijnen optrekt: En Mozes zeide tot Hem: Indien Gij zelf niet medegaat, doe ons vanhier niet optrekken. (Exodus 33:15)

Deze levenservaring geeft hij aan het volk Israël mee als zij, zonder hem, verder moeten trekken, het Beloofde Land in. Wat hebben ook wij het nodig te beleven dat God ons niet ‘afscheept’ met mooie leefregels en wij dan maar moeten zien daar wat van terecht te brengen. Nee, ook voor ons geldt, dat God ons Zijn Woord heeft gegeven als een richtsnoer voor het leven van elke dag, maar dat wij daar niets van terecht zullen brengen tenzij wij beleven dat Hij Zelf met ons mee trekt naar Zijn toekomst.

Hij zal ons niet begeven: niet aan ons lot overlaten. Hij zal ons niet verlaten: niet eenzaam achterlaten op de weg. Als het er soms op lijkt dat God ver weg is en de hemel als van koper is, vrees dan niet: laat je dan niet afschrikken door wat je onderweg tegenkomt. En laat je nooit ontmoedigen, niet door het wereldgebeuren, niet door eigen falen of wat dan ook, omdat je het immers zelf ervaren hebt: ‘Want de HERE Zelf zal vóór u uit trekken, Hij Zelf zal met u zijn, Hij zal u niet begeven en u niet verlaten; vrees niet en word niet verschrikt.’

Bijbeltekst week 2019 – 05

Ik zal U loven, HERE, met mijn ganse hart, ik wil al uw wonderen verhalen.

Psalm 9:2

Koning David begint deze psalm met een heilig voornemen: Ik zal U loven. Vanuit dat heilig voornemen heeft hij al zijn psalmen geschreven voor zijn volk, om hen mee te nemen in het grote levensgeheim: God troont op de lofzangen van Zijn volk. Hoe zouden we onze medemens kunnen dienen door hen mee te nemen in onze lofzang, als we zelf niet verstaan hoe belangrijk de aanbidding is in ons leven!? We zeggen wel eens: ‘Eerst aanbidden en dan pas ademen.’ Maar als het bij een mooie gedachte blijft, dan blijven we toeven in de dood en nemen onze naasten mee in de uitzichtloosheid van de dood.

De kracht van koning Davids leven is dus de aanbidding: Ik zal U loven. Het werkwoord ‘loven’ houdt veel meer in dan geestelijke liederen zingen: dat kan een verdoving zijn, een geestelijke drug, waardoor je jezelf even boven alle ellende uit tilt… Dat religieuze gedoe dient, zoals Paulus het uitdrukt: slechts tot bevrediging van het (vrome) vlees. Nee, echt loven is er alleen maar als we onder de indruk zijn van Gods handelen in ons leven! Echt loven is het gevolg van het onder de indruk zijn van wie Hij is. Daarom houdt loven niet in: geestelijk uit je dak gaan, maar verwonderd neerknielen, buigen voor Hem, voor de HERE. De diepe betekenis van de Naam van God, HERE, is: Ik ben er voor jullie. In die verwondering wordt het echte ‘loven’ geboren. Loven is niet een dansen en springen en met je armen zwaaien, maar is een verstilling.

Het werkwoord loven houdt ook in een ‘belijden’, ja, een schuld belijden, zoals het ook vertaald is in Daniël 9:4,5  En ik bad tot de HERE, mijn God, en deed schuldbelijdenis en zeide: Ach Here, Gij grote en geduchte God, die vasthoudt aan het verbond en de goedertierenheid jegens hen die U liefhebben en uw geboden bewaren; wij hebben gezondigd en misdreven, wij hebben goddeloos gehandeld en zijn wederspannig geweest; wij zijn afgeweken van uw geboden en van uw verordeningen, en alles wat er verder volgt in de woorden van Daniël.

Als David uitroept: Ik zal U loven, HERE, dan is het woord HERE niet zo maar een stopwoordje, zoals het helaas maar al te vaak gebruikt wordt in onze gebeden;  het is de meest verheven Naam van God, die een oprechte Jood nooit zal durven uitspreken: de Zijnde, de eeuwig Bestaande, Die er altijd voor ons wil zijn. Loven heeft dus niets te maken met: in een religieuze sfeer komen, maar met: onder de indruk zijn van Gods handelen in ons leven.

David vervolgt de inleiding van deze psalm met: …, met mijn hele hart. Het woord hart duidt niet op onze rikketik, maar op: ons innerlijk, onze manier van denken, onze wil, ons geweten. David heeft de ware Bron van het Leven ontdekt: met ons hele hart bepaald worden door de ‘wonderen’ van God. Wat zijn de wonderen van God? Elk handelen van God, dat we niet aan toeval, maar alleen aan het werkelijk ingrijpen van God kunnen toeschrijven, is een wonder. Een wonder verwondert ons, maakt ons stil, doet ons echt leven. Alleen in het schuilen bij God is er de mogelijkheid tot verwondering: zien van Gods handelen.

David neemt zich voor om niet zijn eigen handelen, maar het handelen van God, de wonderen dus, te ‘verhalen’. Het werkwoord verhalen is veel meer dan alleen ‘vertellen over’. Nee, het heeft te maken met: opsommen, optellen, mee rekenen, herhalen, in ogenschouw nemen. Kortom, David neemt zich voor om heel zijn ‘hart’ te laten bepalen door de ‘wonderen’ van God.

Bijbeltekst week 2019 – 04

Wie zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar wie ze belijdt en nalaat, die vindt ontferming.  

Spreuken 28:13

De tafeltekst voor komende week begint met ‘Wie zijn overtredingen bedekt’. Wat wordt hier met ‘overtredingen’ bedoeld? Het Hebreeuwse woord is een afleiding van een werkwoord dat betekent: ‘afvallig worden’, ‘zich onttrekken aan de macht van’. Met overtredingen wordt dus alles bedoeld wat het gevolg is van een leven dat niet bepaald wordt door echte toewijding aan Hem Die ons schiep… Dat is dan alles wat we op eigen initiatief bedenken en doen, zonder God daarin te kennen en te eren.

Als wij onze ‘overtredingen bedekken’ dan leven we dus vanuit een vanzelfsprekendheid: zo is het nu eenmaal. Want ‘bedekken’ betekent niet alleen ‘verbergen’ etc., maar ook: ‘zich bekleden met’, ‘zich tooien in’. Wat een wonder is het in ons leven, als we gaan ontdekken dat het zo maar vanzelfsprekend leven en denken en verlangen, zonder God in dit alles te kennen, ons niet voorspoedig maakt! Ja, echt een wonder, een genade van God, want de hele wereld leeft in deze vanzelfsprekendheid. Het gaat hen goed… wordt gezegd…  Heel de wereld gonst van succes, van geluk hebben, van ‘geslaagde’ ondernemingen. Het is echt een ingrijpen van God in je leven als deze levensinstelling je niet langer voorspoedig maakt.

Maar hoe belangrijk is dan onze reactie naar God. Gaan we dan verlangen om Hem te kennen in al onze wegen van denken, doen en verlangen? Gaan we echt verdriet hebben over al onze eigenzinnigheid, als elke vorm van voorspoed ons bij de handen wordt afgebroken? Of worden we boos en ballen de vuist tegen alles en iedereen om ons heen, die ons dit alles maar aandoen en…  tegen God?!

Wat is Gods aanbod in ons leven toch groots als Hij, in Zijn eeuwige liefde voor ons, ons alles bij de handen afbreekt. Als deze instelling van verwonderd zijn het dan wint van alle boosheid en onmacht: verlies van macht, dan komt er een echt ‘belijden’. Echt belijden kent een lach en een traan. Als één van deze twee ontbreekt is er geen sprake van belijden. Wanneer mensen zeggen: ‘Ik heb alles beleden en dus is alles nu goed’, dan ontbreekt de traan, de ontroering, de verwondering. Als we alleen maar zwaar zuchten over al onze ‘overtredingen’ en de verwondering ontbreekt dat God ons een halt toeriep, dan is er ook helemaal geen sprake van belijden.

Nee, bevrijdend belijden is er alleen in de verwondering over Gods bemoeiing met ons. Want alleen in Zijn licht zien we het licht én de duisternis. Dan verdwijnt al het grauwe. Zwart wordt zwart en wit wordt wit; dat is bevrijdend en doet ons juichen en roemen in Hem. Dit is de ware inhoud van ‘belijden’, want belijden betekent: loven, prijzen, maar ook: op het doel gericht zijn. Belijden geeft helderheid, vrolijkheid en doelgerichtheid. Wie echt belijdt, blijft ook niet ‘hangen’, kent geen ‘terugvallen’.

Echt belijden en ‘nalaten’ horen daarom ook bij elkaar. Want wie zijn zonden belijdt, wordt op het doel gericht en laat alles wat te maken heeft met een leven zonder God achter zich. Dat is ook de betekenis van ‘nalaten’: achter laten, aan z’n lot overlaten. Wie in de ontmoeting met de levende Here deze gezindheid ontvangt, gaat vrolijk verder, verwachtingsvol. Dan staat ‘voorspoedig zijn’ al helemaal niet meer op de eerste plaats in het leven, omdat we het hoogste geluk gevonden hebben: ‘ontferming vinden’. Dat wil zeggen wat ‘ontferming vinden’ ook ten diepste inhoudt: (door God) hartelijk bemind zijn.

Bijbeltekst week 2019 – 03

Vestigt uw aandacht dan op Hem, die zulk een tegenspraak van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat gij niet door matheid van ziel verslapt.

Hebreeën 12:3

Het woordje ‘dan’ in onze tafeltekst, wat we ook kunnen vertalen met ‘daarom’,  legt het verband met wat er voor staat. Dit is heel belangrijk! Want de voorgaande teksten geven een prachtige schildering van Jezus. Daarom schrijven we deze teksten maar even op: Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die vóór ons ligt. Laat ons oog daarbij [alleen] gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke vóór Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods (Hebreeën 12:1,2).

Wat is het belangrijk dat de vreugde in de Here ons leven bepaalt en niet de schande, niet het lijden dat ons wordt aangedaan: Nehemia 8:11b weest dus niet verdrietig, want de vreugde in de HERE, die is uw toevlucht. Want alles wat ons, in de dienst aan Hem, overkomt, is te doorstaan, als we onze aandacht vestigen op Hem. De onderstreepte woorden zijn met elkaar een werkwoord dat de betekenis heeft van: overdenken, overwegen. De oproep aan ons is dus om, onder alle omstandigheden, te overwegen, te denken aan Jezus, die zo ontzettend veel ‘tegenspraak’ heeft ondergaan.

‘Tegenspraak’ kan een woordentwist zijn, maar veel verdrietiger is het als je merkt dat je niet serieus wordt genomen in je verlangen om de ander mee te nemen in dat wat je zeker weet Gods bedoeling te zijn. Jezus heeft het in Zijn lijden uitgeroepen: O ongelovig en verkeerd geslacht, hoelang zal Ik nog bij u zijn en u verdragen? (Luk 9:41). Het woord ‘tegenspraak’ is ook te vertalen met: zich tegen iemand verzetten, weigeren iemand te gehoorzamen, protesteren, weigeren om iets met iemand te maken te hebben.

In Zijn grote liefde voor zondaren heeft Jezus dit alles ‘verdragen’, dat wil zeggen: Hij is voortdurend aanwezig gebleven, zonder door de tegenstanders bepaald te worden. ‘Verdragen’ betekent dan ook: volharden. En dit wordt in de Bijbel meestal vertaald met: onder tegenslag en beproeving vasthouden aan het geloof.

Bij ‘zondaren’ moeten we niet in de eerste plaats denken aan wat wij ‘slechte mensen’ vinden, maar aan mensen die: het doel missen, die niet bewust deel hebben aan het plan van God met deze wereld. Dat zijn dus alle mensen, die zich niet laten leiden door de Heilige Geest in al hun denken en handelen… Als je leven niet door onze Heer bepaald wordt, maar door de mensen die ons omringen, dan komt er ongemerkt een ‘matheid’ over je. In de tekst staat hiervoor een werkwoord dat betekent: 1) moe worden 2) ziek zijn.

Voor je het weet word je dan ‘zielig’. Dat betekent eigenlijk ongeveer: ontzield. Want de betekenis van het woord ziel is: de ziel als de zetel van de gevoelens, verlangens. Maar heel duidelijk wordt het als we het vertalen met een andere omschrijving: de levenskracht die het lichaam bezielt. Dan blijft er geen energie meer over; niet voor het komende Koninkrijk, maar het gaat nog verder: … eigenlijk voor niets. De tekst voor de komende week beschrijft dit met het woordje ‘verslappen’ en dat betekent ook: moedeloos worden, wanhopen.

De schrijver van de brief aan de Hebreeën geeft ons deze week dus een heel goede raad, voor de rest van ons leven: laat de vreugde die voor ons ligt – de komst van Zijn Rijk – ons denken en handelen bepalen, om daarin de kracht te ontvangen om de goede strijd te blijven strijden, zonder te verslappen!

Bijbeltekst week 2019 – 02

Indien gij in Mij blijft en mijn woorden in u blijven, vraagt wat gij maar wilt, en het zal u geworden.

Johannes 15:7

Het eerste gedeelte van de tekst spreekt over ‘blijven’. Het is goed om aan de diepe betekenis van dit woord te denken: niet iets anders worden. Het gaat er dus niet alleen om, om dicht bij Jezus te blijven, maar om in het schuilen bij Hem betrouwbaar te blijken, stand te houden, te weten waar je voor leeft, in elk detail van het leven. En dat kan alleen als Zijn woorden in ons blijven. Het Griekse woord dat hier gebruikt wordt voor ‘woord’ betekent vooral: dat wat wordt geuit door een levende stem.

In het blijven in Hem, verkeren met Hem, spreekt Hij tot ons over de volle Waarheid en over de toekomst: Johannes 16:13 ...; doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen. Pas vanuit deze innige relatie met Hem kan het tweede gedeelte van onze tafeltekst in vervulling gaan: vraagt wat gij maar wilt, en het zal u geworden. Ja, want dan pas zijn we betrouwbaar en vragen we in alles naar Zijn komende Rijk en naar Zijn wil voor ons persoonlijke leven. Dan beaamt onze wil de Zijne . . . en kunnen we ook pas echt bidden in Zijn Naam.

Dan gaat in vervulling wat Jezus gezegd heeft: want God uw Vader weet, wat gij van node hebt, eer gij Hem bidt. (Mattheus 6:8). Wat is het nu goed om het woord ‘geworden’ te vertalen zoals het ook eigenlijk hoort: worden, tot ontstaan komen, tot stand gebracht worden, leven ontvangen. Want als wij, door een echte wandel met Hem, eens willend met Jezus zijn geworden, zal ons leven in elk detail tot leven komen, getuigenis afleggen van Zijn leven.

Bijbeltekst week 2019 – 01

Roep Mij aan ten dage der benauwdheid, Ik zal u redden en gij zult Mij eren.

Psalm 50:15

God nodigt ons uit om, als we het moeilijk hebben, Hem aan te roepen. Dat betekent dat wij Hem dan om hulp mogen vragen, beter nog: Hem zelf te hulp vragen, Zijn bijstand vragen. Het gaat er dus in de eerste plaats niet om, dat we uit de problemen komen, maar dat we de uitkomst van Hem willen verwachten. In het werkwoord ‘redden’ komt uit hoe Hij voor de uitkomst zal zorgen. Want dit werkwoord betekent niet alleen ‘redden’, maar ook toerusten, wapenen, krachtig maken. De uitredding is dus vooral een mentale zaak, een geestelijke toerusting, waardoor we sterk komen te staan tegenover de vijand. Paulus zegt: Efeziërs 6:12  want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.

Het woord benauwdheid in onze tafeltekst betekent ook niet alleen ‘benauwdheid’, maar vooral ook: tegenstander, vijand of verdrukker, iemand die benauwt, angstig maakt. Als we de tekst lezen, moeten we daarom er vooral aan denken, dat we, als we ons door de tegenstander verdrukt, aangevallen voelen, niet een vuist maken, ons zelf sterk maken, maar een toerusting van God verwachten. Pas als we in deze gezindheid ons opstellen tegen alle duisternis die we meer en meer gaan zien, als we echt onze toevlucht tot Jezus hebben genomen, dan komt er die diepe verwondering om wat God in ons leven doet. Hij geeft ons de toerusting om waardig in deze wereld te wandelen naar de roeping waarmee Hij ons geroepen heeft.

Als we ons zo door Hem laten toerusten met de wapenen des lichts (Efez. 6:13-17), dan verdwijnt de angst, de nood, die de tegenstander bij ons oproept. (De onderstreepte woorden zijn vertalingen van het woord ‘benauwdheid’). Dan zullen de overheden en machten, waarvan Paulus spreekt in de hierboven aangehaalde tekst, zien hoe wij, schuilend onder Zijn vleugels, deze geweldige toerusting ontvangen van Hem, Die wij aanroepen.

Dit is de mooiste manier om Hem te ‘eren’. Ja, want het woord ‘eren’ mogen we zeker ook vertalen met: Zijn heerlijkheid tonen, aan de mensen om ons heen, maar zeker ook aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten. De tafeltekst voor de komende week roept ons dus op om zó eenvoudig alles van Hem te verwachten, dat Hij ons de toerusting kan geven om stand te houden tegen de vijand. Dan heeft satan niets aan ons en moet, als wij roemen in Gods heerlijkheid én roemen in onze zwakheid, verslagen afdruipen.

Bijbeltekst week 2018 – 52

Ik ben als een licht in de wereld geko­men, opdat een ieder, die in Mij ge­looft, niet in de duisternis blijve.

Johannes 12:46

De bedoeling van de tafeltekst is, dat het een Woord is voor de hele week om te overdenken en op ons in te laten werken. De uitleg kan ons helpen om ons te richten op het vieren van het kerstfeest. Tijdens deze week van kerst een tekst over het licht. Het woord ‘licht’ kan vertaald worden met alles wat de duisternis verdrijft: vuur, omdat het licht geeft, vlam, lamp, etc. Maar daarom kan het ook een diepere betekenis hebben: het vermogen om te begrijpen, maar vooral morele en geestelijke waarheden.

Jezus zegt hier, vele jaren na Bethlehem: Ik ben als een licht in de wereld gekomen, d.w.z. Ik ben in het openbaar verschenen om mensen, die in de duisternis zijn, het vermogen te geven om geestelijke waarheden te begrijpen. Paulus zegt in zijn brief aan de Gemeente te Korinte: Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is. (1 Kor.2:14) . Niemand is het dus kwalijk te nemen dat hij, uit zichzelf, de dingen van Gods Koninkrijk niet kan verstaan…

Maar Jezus heeft eerder gezegd: Dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht, want hun werken waren boos. (Joh.3:19). We mogen hieruit leren dat ieder mens die zich schaamt voor zichzelf, niet in het licht durft te komen, om niet ontdekt te worden aan zijn rottigheid. Hij blijft dan dus liever in de ‘duisternis’: daar waar het licht afwezig is. Als je diep in je hart weet, dat er niets van klopt, maar het geloof, het vertrouwen ontbreekt, dat er iemand is die alles goed kan maken, dan durf je niet in het licht te komen en blijf je liever vertrouwd met de duisternis.

God heeft de Gemeente gegeven, waar allereerst liefde is, voor elkaar en voor de wereld om ons heen. Alleen die liefde geeft veiligheid en vertrouwen, geloof, dat God Zich ontfermt. Dan alleen durft een mens zich bloot te geven: in het Licht te komen. Er moet dus eerst dit vertrouwen komen dat God, onvoorwaardelijk, alle dingen nieuw maakt, voordat een mens in het Licht durft te komen. God veroordeelt niemand die niet in het licht durft te komen en dus liever in de duisternis wil blijven.

Nee, daar waar de Gemeente van Christus is, daar is in de eerste plaats Gods liefde en veiligheid. En daar waar God zo aanwezig is, daar groeit het verlangen om in het licht te komen. Als die veiligheid er echt is, maar de mens de geborgenheid van God niet aangrijpt om in het licht te komen, dan blijft er niet anders over dan het rechtvaardig oordeel van God omdat: de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht, want hun werken waren boos.

Nu gaan we terug naar de tafeltekst voor deze week: Ik ben als een licht in de wereld geko­men, opdat een ieder, die in Mij ge­looft, niet in de duister­nis blijve. Jezus heeft Zich geopenbaard, is verschenen in deze wereld, opdat niemand in de duisternis hoeft te ‘blijven’: uitzichtloos te blijven ronddolen in het niets. Maar deze uitredding uit de duisternis is alleen mogelijk, als we ons zo toevertrouwen aan Hem, dat we ons niet meer schamen voor onszelf, voor alle dwaze ijver om, ronddolend in het duister, nog wat te lijken…

Laat de tafeltekst voor deze week voor ons een oproep zijn, om zo met elkaar Gemeente van Christus te zijn, dat iedereen, die we meenemen naar ons samen-zijn, zich veilig gaat voelen. Dan gaat het verlangen naar het Licht het winnen van de angst, waardoor je wel in de duisternis zou moeten blijven ronddolen…

Als de viering van de komst van de Messias in deze wereld ons gelukkig maakt, dan zal ons dat niet zonder vrucht laten; mensen zullen ons geluk zien en verlangen om met ons in het Licht te komen. Dan hoeft niemand meer in de duisternis te blijven, omdat onder ons blijkt dat Jezus daadwerkelijk gekomen is om ons in staat te stellen gelukkig te worden, met alles wat God ons in Christus schenkt. Wie zou dan nog, onveranderd, willen blijven ronddolen in de uitzichtloosheid van deze wereld?!

Bijbeltekst week 2018 – 51

Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.  

Johannes 3:16

Deze keer, hoe toepasselijk in de ‘kerstmaand’, een tekst over de komst van de Messias. Deze week is de week vóór het kerstfeest, en deze tekst kan ons helpen om ons voor te bereiden op dit komende feest. De liefde waarmee God de wereld heeft liefgehad, is het beste te omschrijven met: welkom heten, gesteld zijn op. Wat is het goed om te bedenken dat God alle mensen van de hele wereld ‘welkom heet’, omdat Hij ‘op hen gesteld is’. Dat met ‘wereld’ alle mensen die op aarde leven bedoeld worden, is wel duidelijk, want het woord wereld, ‘kosmos’ in het Grieks, betekent: de bewoners van de aarde. Dit woord is afgeleid van een werkwoord wat betekent: terugkrijgen wat vroeger eigendom was.

Wat prachtig om daar over door te denken! God heet dus de mensen welkom, die voorheen Zijn eigendom waren, maar die hun eigen weg zijn gegaan. Hij roept ze terug in Zijn armen door Jezus Christus, die de verzoening tot stand heeft gebracht tussen God en ons, eigenwijze mensen. God is hierbij de grote Initiatiefnemer, want er staat dat Hij zijn Zoon gegeven heeft. Het woord ‘zoon’ is een weids begrip in de Bijbel. Het betekent in de eerste plaats: nakomeling van mensen. Een nakomeling is iemand die lijkt op degene uit wie hij is voortgekomen. Daarom betekent ‘zoon’ vooral ook ‘beelddrager’.

God heeft dus iemand gezonden op aarde die een Beeld van de Vader is: Deze, de afstraling zijner heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen, die alle dingen draagt door het woord zijner kracht, heeft, na de reiniging der zonden tot stand gebracht te hebben, Zich gezet aan de rechterhand van de majesteit in den hoge. (Hebreeën 1:3). Zo beschrijft de Hebreeënbriefschrijver onze Heer. Jezus Zelf zegt: Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien (Joh.14:9). God heeft ons in Jezus van Nazareth de afstraling zijner heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen ‘gegeven’. Dit ‘gegeven’ is niet iets vrijblijvends, want het betekent: tot zijn voordeel iemand iets geven om in zijn belangen te voorzien.

Dan gaat onze tafeltekst verder met: opdat een ieder, die in Hem gelooft . . . Wat heeft het werkwoord ‘geloven’ een diepe en ingrijpende betekenis. Het is heel wat anders dan ons: ‘ik geloof van wel’, want daar betekent geloven: niet zeker weten. Nee, het Bijbelse geloven betekent: ‘je vertrouwen schenken aan’, ‘je toevertrouwen aan’. Als we dit ‘geschenk’ van God gaan verstaan als iets wat veel meer is dan een ‘oplossing van een probleem’, waardoor we in de hemel kunnen komen, dan gaat Zijn aanbod zo eindeloos meer worden dan slechts een weg daarnaartoe; het is een uitnodiging om verwonderd te raken van wie Hij is.

Dan zullen we Hem leren kennen en daardoor worden we bereid om ons aan Hem toe te vertrouwen. In het ons gaan toevertrouwen aan onze Here komt een radicaal einde aan het eindeloos ronddolen in religieus denken. Dan gaan we ervaren hoe Hij ons doet opstaan uit de verlorenheid: uit de ondergang, het verderf, de dood, de uitzichtloosheid en ons plaatst in het Goddelijke perspectief van ‘leven’: echt leven, genieten, fris, sterk, daadkrachtig zijn. En dat niet heel spaarzaam, zo af en toe, maar ‘eeuwig’; dit wil volgens het woordenboek zeggen: zonder begin en einde, dat wat altijd geweest is en altijd zal zijn.

Bijbeltekst week 2018 – 50

Ik zelf zal vóór u uitgaan en de oneffenheden effenen; koperen deuren zal Ik verbreken en ijzeren grendels verbrijzelen.

Jesaja 45:2

We leven in een tijd waarin de vijandschap: koperen deuren en ijzeren grendels, nog niet verbroken is. Integendeel! En het zal blijken hoe hard de vijandschap zich zal manifesteren, vooral als het eerste gedeelte van onze tafeltekst in vervulling zal gaan. Daarom willen we vooral aan het eerste gedeelte van deze tekst aandacht schenken: Ik zelf zal vóór u uitgaan. Wat staan hier prachtige dingen in vermeld, waar je zo maar overheen kunt lezen!

Het woord zelf staat helemaal niet in de grondtekst, maar geeft uitdrukking aan het heel persoonlijke dat wordt weergegeven in het woordje vóór. Dit woord ‘voor’ betekent eigenlijk: aangezicht. God belooft dus dat Hij van aangezicht tot aangezicht, heel persoonlijk betrokken dus, vóór ons zal ‘uitgaan’. Dit werkwoord: ‘uitgaan’ betekent gewoon ‘gaan’, maar ook ‘meegaan’, ‘wandelen’ en wordt zelfs nog vertaald met ‘leven’. Wat een rijke belofte voor ons, dat God heel persoonlijk met ons wandelen wil, met ons leven wil, bij ons betrokken wil zijn …

En nu het tweede gedeelte: en de oneffenheden effenen; ‘oneffenheden’ komt van een woord wat de betekenis heeft van: voortrekken, pralen, eren, eer bewijzen. Alleen hier in Jesaja 45 wordt het vertaald met ‘oneffenheden’. De bedoeling van onze tekst wordt duidelijker als we aandacht besteden aan de betekenis: pralen, eren. Maar dan vooral in de zin van: zichzelf eren, eer opeisen.

Als we dan verder ook nog het werkwoord ‘effenen’ bekijken, dat veel meer de betekenis heeft van: oprecht zijn, recht zijn, effen zijn, rechtvaardig zijn, zacht zijn, dan kunnen we dit gedeelte eigenlijk beter vertalen met: Al het zoeken van eigen eer zal Ik doen verdwijnen doordat Ik – in een persoonlijke wandel met jullie – je zacht zal maken, je oprecht en rechtvaardig zal doen zijn.

Ja, dan wordt het duidelijk, hoe al de vijandschap van de wereld tegen God op de vlucht zal gaan als wij, in die heel persoonlijke wandel met onze Heer, al onze eigen eer en trots leren afleggen. Want daar is satan niet tegen opgewassen. Als we deze komende week onze tafeltekst opzeggen moeten we telkens maar even aan deze vrije vertaling denken: Ik zal heel persoonlijk met jullie gaan leven, van aangezicht tot aangezicht, zodat je geen behoefte meer hebt om nog eigen eer te zoeken. Dan zal de wereld om je heen geen raad weten met de zachtheid, waarmee we de ander tegemoet treden en daarom op de vlucht slaan of, met ons, zich buigen voor Hem.

Bijbeltekst week 2018 – 49

Mijn schapen horen naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij, en Ik geef hun eeuwig leven en zij zullen voorzeker niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit mijn hand roven.

Johannes 10:27,28

Het woord ‘schaap’, als dat niet letterlijk voor een stuk kleinvee gebruikt wordt, heeft vaak niet zo’n gelukkige betekenis. ‘Arm schaap’, schaapachtig, enz. … Als in het Nieuwe Testament gesproken wordt over een ‘schaap’ dan wordt daarmee bedoeld: de altijd maar voortgaande – grazende – mens, die er in z’n eentje niet komen kan. Dat beeld wordt doorbroken door wat er op volgt: zij ‘horen naar Mijn stem’. Dat woord ‘horen’ betekent hier niet: waarnemen, al zou dat al iets heel geweldigs zijn! Stel je toch voor dat we Zijn stem zouden ‘horen’! Nee, het werkwoord ‘horen’ betekent hier meer dan alleen maar ‘opmerken’, het betekent: leren gehoor geven aan onderwijzing of aan een leraar. Daardoor komt er een eind aan het monotone voortjagen in de vanzelfsprekende sleur van iedere dag. De maar voortjakkerende mens wordt, door het gehoor geven aan de Stem van de Herder, tot een wakker en leergierig mensenkind. Het woord ‘stem’ moeten we ook goed begrijpen. Eigenlijk is het niet meer dan de klank, de toon, het geluid van gesproken woorden.

Wat heeft God al niet vaak tot ons gesproken, door de tijden heen. Ach, je weet wat er gezegd wordt, in de samenkomsten, in de toerustingsavonden … en je graast maar door, als mensen waarvan de Bijbel zegt: die zich te allen tijde laten leren, zonder ooit tot erkentenis der waarheid te kunnen komen (2 Tim.3:7). Ja, dan ‘graas’ je maar door, totdat … je gehoor geeft aan de woorden die al zo vaak geklonken hebben. Dat is het wonder van de werking van de Heilige Geest in ons leven.

Wat zou het rijk zijn als we nu toch werkelijk stoppen met het verburgerlijkte voort-jakkerende, grazende christelijke leven en Zijn Woord gingen verstaan! Want dan gaan we Jezus ‘volgen’. Dat betekent niets minder dan: ons als leerling bij Jezus voegen, ons bij Hem aansluiten om achter Hem aan te gaan, waarheen Hij ons ook voeren zal. Pas in dat werkelijk als leerling Hem volgen, zullen we niet verhongeren, geestelijk armoe lijden, maar echt ‘leven’: verkeren in de toestand van iemand die levenskracht heeft of bezield is. En dat niet maar zo af en toe, maar eeuwig: zonder begin en einde, dat wat altijd geweest is en altijd zal zijn. Dan verzadigen we ons altijd, eeuwig, bij de Bron, die Hij is. Dat maakt dat we niet verloren gaan: vernietigd worden, geheel uit de weg geruimd worden, ten onder gaan, omkomen. Dan blijft er niets van het ‘schaapachtige’ over, nee, dan maakt Hij ons tot een koperen onneembare muur, zoals Jeremia het van God moet zeggen: Dan zal Ik u voor dit volk maken tot een koperen, onneembare muur, en zij zullen tegen u strijden, maar u niet overmogen; want Ik ben met u om u te helpen en te bevrijden, luidt het woord des HEREN (Jer. 15:20). Wat een machtig woord van troost en bemoediging voor degenen die zo’n woord van God meekrijgen, het verdere leven in…

Jezus besluit Zijn woorden met: … en niemand zal ze uit mijn hand roven. Dit is ongeveer dezelfde belofte als in de woorden van Jeremia naar voren komt, want het werkwoord ‘roven’ betekent: grijpen, met geweld wegnemen, beslag leggen op. Als we door het gehoor geven aan de woorden van Jezus veranderen van schaapachtige, voortjakkerende, verburgerlijkte christenen, tot leerlingen van de Allerhoogste, dan zijn we zó veilig in Zijn Hand, dat niemand ons daaruit kan roven. Dan hoeven we dus nooit meer op onszelf te passen, voor onszelf op te komen… Wat zal er dan veel tijd overblijven, vrij komen, om ons geheel te gaan wijden aan de geweldige opdracht die Hij ons geeft om Zijn getuigen te zijn, een waarschuwingsteken voor de grote mensen-kudde, die voortjagend de (zelf)vernietiging tegemoet ‘graast’!

Bijbeltekst week 2018 – 48

Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet.

Hebreeën 11:1

Als er in de Bijbel gesproken wordt over het geloof, dan gaat het altijd over het geloof dat God schenkt: Efeziërs 2:8  Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God.  Het Griekse woord voor geloof is afgeleid van een werkwoord, dat naast ‘geloven’ ook de betekenis heeft van: vrienden maken, iemands gunst winnen, proberen iemand voor zich in te nemen. Eén en ander maakt duidelijk dat ‘geloven’ te maken heeft met een relatie van twee: God en mens. Omdat het geloof een gave van God is, kunnen we begrijpen dat het in de eerste plaats God is die deze relatie zoekt, ons tot vriend wil maken, probeert om onze gunst te winnen, ons voor zich in te nemen. Wat een bevrijdende gedachte voor mensen, die God altijd toch nog ergens zien als de ‘eisende partij’…

Daarnaast heeft het werkwoord nog een andere vorm en dan betekent het: iemand vertrouwen, luisteren naar, gehoorzamen. Als we ons, in de ontmoeting met God, het geloof laten schenken – als we naar God gaan luisteren en in een groeiend vertrouwen Hem gaan gehoorzamen – dan leren we Hem kennen als een zorgzame Vader, als een Vriend, die ons hart verwarmt.

In deze relatie met Hem groeit er zekerheid, die z’n fundering heeft in de omgang met Hem, een vast vertrouwen in de ‘dingen’, die Hij ons toezegt en waar wij dan ook echt, vol vertrouwen op hopen. ‘Hopen’ heeft bij ons meer de betekenis gekregen van: niet zeker weten. We zeggen wel eens: ik hoop van wel, maar ik weet het niet zeker. Dit ‘hopen’ is niet het ‘hopen’ waar we hier van lezen. Het werkwoord ‘hopen’ in onze tekst voor de komende week betekent: verwachten, vertrouwen op. Wij verwachten dus en vertrouwen, met grote zekerheid, op de vervulling van alles wat God ons toezegt, als we tenminste in de door Hem aangeboden relatie blijven leven. Als deze relatie verarmt, dan vervaagt deze zekerheid en blijven alleen maar holle, vaak nog wel hoogdravende, woorden over en vervallen we in een ‘eigendunkelijke godsdienst’ (Kol. 2:23).

Het werkwoord ‘zien’ heeft twee betekenissen: met het lichamelijke oog waarnemen, maar ook: met geestelijke ogen zien, onderscheiden, begrijpen. Als God, in die warme, vriendschappelijke relatie met ons, spreekt over de dingen van Zijn komende Rijk, dan zijn dat vaak zaken, die we niet kunnen bevatten. God vraagt van ons geen blindelings vertrouwen en geloof in de dingen, waarover Hij tot ons spreekt. Maar Hij schenkt ons, in deze relatie met Hem, een blindelings vertrouwen in Hem, het bewijs, dat alles wat Hij zegt zal gebeuren, ook al kan ons zgn. gezonde verstand er niet bij…

Het ‘bewijs’ dat God geeft is zo anders dan wat wij met dat woord bedoelen. Want het woord ‘bewijs’ in deze tekst is een woord dat de betekenis heeft van: met daden verantwoording afleggen. Als ons oog door de Heilige Geest geopend wordt voor de daden van God, het handelen van Hem in ons leven, dan geeft ons dat het hemelse bewijs van de dingen, die we nu nog niet zien, maar die we vertrouwensvol en leven bepalend verwachten. Wat een aanmoediging om alle vormen van ‘aangeleerd’ geloof te laten varen en, door te letten op de gaven van God die Hij ons schenkt, ons aan Hem te leren toevertrouwen.

Bijbeltekst week 2018 – 47

Maar wie de HERE verwachten, putten nieuwe kracht; zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen, maar worden niet moede; zij wandelen, maar worden niet mat.

Jesaja 40:31

De tafeltekst voor de deze week begint met ‘Maar’. Er staat dus iets voor, wat belangrijk is: Jesaja 40:30  Jongelingen worden moede en mat, zelfs jonge mannen struikelen. In tegenstelling met wat hier vermeld staat, volgt dan onze tekst: maar wie de HERE verwachten … Ach, wat zijn we vaak moe! Het leven is ook zo ‘heftig’ zeggen we dan vaak. Wat fijn dat in de Bijbel staat dat zelfs jongelingen moe en mat worden en struikelen. Graag zetten we dan een punt, maar onze tafeltekst zet een komma! ‘…, maar wie de HERE verwachten, …’

Dan rijst de vraag: verwachten wij de HERE nu werkelijk, of is het slechts een godsdienstige gedachte?! Wat zou het ons goed doen als we de moed hadden om, als we zo moe zijn en zo mat, ons dan voor Gods aangezicht af te vragen of we eigenlijk wel in de praktijk van ons dagelijks leven echt Hem verwachten? ‘Leer ons U meer te verwachten, Heer’, zou dan ons gebed mogen worden. Het mag ook het gebed van deze komende week worden! Hij alleen immers kan ons leren wat het inhoudt om Hem echt te verwachten. We hebben de zalving van Gods Geest nodig om te leren leven en van daar uit Hem te verwachten, Die de Bron van alle leven is!

Echt verwachten zet je in beweging, want ‘verwachten’ betekent ook ‘uitzien naar’ en het betekent nog meer. In de Bijbel wordt dit werkwoord ook wel vertaald met: ‘verzamelen, samenbinden’. Wat een rijkdom om te beseffen dat het verwachten van de HERE ons samenbindt, ons verenigt. Ja, dat geeft eigenlijk op zich zelf al nieuwe kracht. En het woord ‘kracht’ mag ook vertaald worden met ‘mogelijkheid’. Het verwachten van de HERE schept dus nieuwe mogelijkheden, maakt ons creatief!

Als je de diepe inhoud van onze tafeltekst voor deze week tot je laat doordringen, dan strek je de kromme schouders en ga je diep adem halen, verwachtingsvol uitziende naar wat Zijn komst toch eigenlijk allemaal wel zal inhouden. En het vervolg van onze tafeltekst wijst ons in de goede richting. Daarom is het misschien wel goed om de hele tekst met elkaar op te zeggen, bij iedere maaltijd van de komende week: zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen, maar worden niet moede; zij wandelen, maar worden niet mat.

Bijbeltekst week 2018 – 46

Want des HEREN ogen gaan over de gehele aarde, om krachtig bij te staan hen, wier hart volkomen naar Hem uitgaat.

2 Kronieken 16:9

Wie de tafeltekst van de komende week tot zich laat doordringen komt tot het besef, dat de almachtige God een zoekend God is. Gods ogen gaan over de gehele aarde op zoek naar een mens. Wat voor mens? Een mens wier hart ‘volkomen’ naar Hem uitgaat. Het is wel goed als we de betekenis van het begrip ‘volkomen’ even goed tot ons laten doordringen. Want het Hebreeuwse woord hiervoor is: Shaleem, wat wij kennen als de Joodse groet: Shalom. En dat betekent zoiets als: zuiver, vreedzaam, onverkort, niet opgesierd.

Het is dus heel iets anders dan: volmaakt, perfect… Het heeft niets te maken met een ‘resultaat’, maar veel meer met een gezindheid; een niet opgesierde, pure, ware, zuivere gezindheid: een kinderlijk verlangen naar Vader… Mensen met zo’n volkomen, kinderlijk, toegewijd hart neemt God op in Zijn armen om Zich aan hen te hechten, als een liefdevolle Vader aan Zijn kind. Om het voor altijd bij Zich te houden, te bemoedigen en te herstellen in de volkomen relatie met Hem. Deze onderstreepte woorden zijn allemaal betekenissen van het Hebreeuwse werkwoord wat bij ons vertaald is met: krachtig bijstaan.

Laten we daarom, als we de tafeltekst lezen, ons laten bevrijden van de gedachte, dat God de mens, waar Zijn hart naar uitgaat, krachtig zal bijstaan in de goede strijd die hij voor Hem voert. Nee, de tafeltekst van deze week vertelt ons dat God ons in Zijn armen wil nemen, om ons te koesteren, zodat we in Zijn geborgenheid tot volle ontplooiing zullen komen. Ja, en als we ons zo aan Zijn liefde hebben overgegeven kan het best zijn, dat Hij ons dán ook zal inschakelen om de werken te werken, die Hij voor ons bereid heeft van voor de grondlegging der wereld. Want Hij heeft ons eindelijk betrouwbaar kunnen maken voor Zijn dienst aan de wereld om ons heen. Dit staat niet in deze tafeltekst, maar die belofte staat wel in de Bijbel: Efeziërs 2:10 Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat we daarin zouden wandelen.

Bijbeltekst week 2018 – 45

Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen.

Johannes 1:18

Is het wel waar wat Johannes ons vertelt: Niemand heeft ooit God gezien? En Mozes dan? Van hem wordt verteld: (Exodus 33:11)  En de HERE sprak tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals iemand spreekt met zijn vriend;… En zo zijn er zo veel voorbeelden uit de Bijbel te noemen:

  • Genesis 32:30:  En Jakob noemde de plaats Pniël, want [zeide hij] ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht en mijn leven is behouden gebleven.
  • Richteren 6:22:  Toen begreep Gideon, dat het de Engel des HEREN was, en hij zeide: Wee mij, Here HERE! want ik heb de Engel des HEREN gezien van aangezicht tot aangezicht.
  • Zelfs van heel het volk wordt gezegd: (Deuteronomium 5:4)  Van aangezicht tot aangezicht heeft de HERE met u gesproken op de berg uit het midden van het vuur

Van aangezicht tot aangezicht met God spreken is toch veel meer dan Hem alleen maar zien?! De apostel Johannes zal dus meer hebben bedoeld dan we zo maar in eerste instantie verstaan.

Wat hebben we het nodig om, ieder persoonlijk, Gods Stem te verstaan; niet alleen verstaan, maar ook te gehoorzamen. God spreekt tot ons, door zijn profeten, door zijn Geest. Maar ook in het handelen van God in deze wereld. Maar het verstaan van zijn Stem is alleen mogelijk als we ons laten verlossen van de macht van de wereldgeesten. Zoals Paulus het zegt: En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat …(Rom.12:2). Deze wereldgeesten bepalen het denken van de hele wereld. Maar wij, die van Jezus willen zijn… wij willen, verlost van de macht van de wereldgeesten, alleen maar door Gods Geest geïnspireerd worden in heel ons denken. Want: (1 Korintiërs 2:14Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is. 

Niemand heeft ooit God gezien. Nee, wat een mens ooit van God gezien heeft was de Zoon: in het Oude Testament de Engel des HEREN. Zo wordt Hij voor het eerst genoemd in: Genesis 16:7 En de Engel des HEREN trof haar aan bij een waterbron in de woestijn, bij de bron aan de weg naar Sur. En in het Nieuwe Testament Jezus van Nazareth: Johannes 14:9  Jezus zeide tot hem: Ben Ik zolang bij u, Filippus, en kent gij Mij niet? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; hoe zegt gij dan: Toon ons de Vader?

De enige die God werkelijk heeft ‘gezien’ is Jezus van Nazareth. Want Hij was, als de Zoon, aan de boezem des Vaders, van voor de grondlegging van deze wereld! En wie Jezus heeft leren kennen, niet zijn gestalte, maar Zijn wezen, heeft de Vader leren kennen. Ja, zelfs nog meer dan van aangezicht tot aangezicht: Zijn wezen! Want, zo zegt Jezus het immers zelf (Johannes 14:9). En laten we bij het lezen van de tafeltekst van de komende week nooit vergeten, dat, als de apostel Johannes zegt: …, die heeft Hem doen kennen, hij dan als Jood gesproken heeft en niet als een Griek. Immers het ‘kennen’ waar Johannes van spreekt is het Hebreeuwse ‘kennen’: ‘Jada’ en dat betekent: wederzijds kennen, samen weet hebben van…

Bijbeltekst week 2018 – 44

Indien iemand Mij wil dienen, hij volge Mij, en waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn. Indien iemand Mij dienen wil, de Vader zal hem eren.

Johannes 12:26

De weektekst begint met het woord ‘indien’. Dit kan ook vertaald worden met: ‘in het geval dat’. De tekst begint dus met: In het geval dat iemand Mij dienen wil, … dan moet hij Mij volgen. In het werkwoord ‘dienen’ zit het Griekse woordje ‘diaken’ en dat betekent: de bevelen van een meester uitvoeren. En het werkwoord ‘volgen’ betekent letterlijk: dezelfde weg gaan. Maar dan niet in een betekenis als ‘toevallig’ dezelfde weg gaan, maar er dus bewust voor kiezen: zich bij iemand voegen als leerling.

Het begin van onze tafeltekst zou dus ook zo kunnen luiden: ‘In het geval dat iemand bereid is om al Mijn bevelen uit te voeren, dan moet hij dezelfde weg gaan, die Ik ga, om Mijn leerling te kunnen zijn.’ Wie hier ‘Ja’ op zegt gaat tot de wonderbaarlijke ontdekking komen, dat de belofte van de Here Jezus dan in vervulling gaat: ‘waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn.’

Het woordje ‘en’ heeft heel vaak in het Grieks veel meer betekenis dan bij ons. Meestal betekent ‘en’ bij ons gewoon ‘plus’. Maar in het Grieks legt ’en’ een ‘oorzakelijk verband’. Dit wil zeggen dat het één verband houdt met het ander. Dat is in de tafeltekst voor de komende week zeker het geval! Pas ‘In het geval dat iemand bereid is om al Mijn bevelen uit te voeren, en daarom bereid is om dezelfde weg te gaan, die Ik ga, zal hij Mijn leerling kunnen zijn en (= en dan geldt de belofte:) waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn.’

Zó zouden we het eerste gedeelte van de tafeltekst wel een tijdje boven onze tafel kunnen hangen! Want wat worden nu veel ‘woorden’ uit de Bijbel voor ons duidelijk…  Als we hiermee biddend bezig zijn, zullen de woorden van het tweede gedeelte van onze tafeltekst krachtig gaan jubelen in ons hart: Indien iemand Mij (zo) dienen wil, de Vader zal hem eren.

Dit laatste gedeelte heeft natuurlijk alles te maken met: ‘waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn’. Want in dit ware discipelschap (leerling zijn) maakt Jezus ons tot ‘huisgenoten Gods’: Efeze 2:19  Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods. Daar is God, de Schepper van Hemel en Aarde, onze Hemelse Vader, onze eeuwige Gastheer! Daar worden we door Hemzelf ‘verzorgd’. Ja, want dat is de diepste betekenis van het Griekse woord ‘eren’. Eigenlijk is er een nog mooiere betekenis van dit werkwoord: in de handen dragen… Dat is heel wat rijker dan wat wij vaak van het woord ‘eren’ maken: op de handen dragen.

Pas als de tafeltekst van de komende week in ons leven tot ‘vlees en bloed’ wordt: gestalte gaat krijgen, dan gaan we beleven hoe nú al, in dit leven, we door Jezus tot huisgenoten Gods worden gemaakt: hemelburgers. Daar is God onze eeuwige Gastheer, die in al onze noden rijkelijk voorziet en … We houden op met verder schrijven! Maar in ons hart gaan we verder. Dan zal het wonder, waar de wereld al zo lang tevergeefs naar uitziet werkelijkheid worden. Dat wij als huisgenoten Gods ons verheugen in Zijn zorg voor ieder, die in ons zodanig Jezus’ leven herkent, dat zij, met ons mee, leerling van Hem willen zijn.

Bijbeltekst week 2018 – 43

Genees mij, HERE , dan zal ik genezen zijn; help mij, dan zal ik geholpen zijn, want Gij zijt mijn lof.

Jeremia 17:14 

Bij het lezen van de tafeltekst voor deze week bidden we om twee dingen:

  1. Genees mij, en
  2. help mij.

Waarom zou je, als je je kerngezond voelt, bidden om genezing en waarom zou je, als je voorspoedig bent, om hulp vragen? Hoort het soms bij ons christelijk leven, in onze stichtelijke ogenblikken, om te zeggen dat we ziek zijn en Zijn hulp echt nodig hebben…? Wat moet het in de hemelse gewesten dwaas overkomen, als we in ons dagelijks leven trots zijn op ons gezonde lichaam en op de manier waarop we ons door het leven slaan, maar alleen in onze ‘vroomheid’ ons ziek en hulpbehoevend verklaren… Dat komt omdat we vertrouwd zijn met een ‘gespleten’ leven, een leven dat ergens een knopje heeft weten in te bouwen, waarmee we ons leven eenvoudig kunnen omschakelen van vroom tot normaal…

Het gebed dat in onze tafeltekst naar voren komt, wordt inderdaad belachelijk als we gewend zijn om een dubbel leven te leven! Bijbels realisme wil zeggen: God kennen in alle aspecten van ons dagelijks leven. Maar het geheimenis van onze tafeltekst zit in de staart, de laatste vijf woorden: want Gij zijt mijn lof. Het woord lof betekent ook ‘lied’, ‘loflied’ wel te verstaan, maar ook ‘roemen in Gods daden’, ‘dankzegging’, ‘aanbidding’. Als God mijn lof is, betekent dit dat ik niet meer op mezelf gericht leef, maar van me af leef. Dan let ik niet meer op hoe ik overkom bij de ander, maar let ik op Gods daden, die ik zoek te herkennen in de ander, in m’n naasten.

Ja, dan komt er verwondering om wie Hij blijkt te zijn, en kom ik onder de indruk van Zijn majesteit en macht! Zo groeit er zo’n diep vertrouwen dat Hij alleen bij machte is, zelfs mij om te vormen tot een nieuwe schepping. Dus is onze tafeltekst geen wanhoopskreet naar God om genezing en om hulp, maar veel meer een bereidverklaring van mijn ziel, om me te laten genezen en te laten helpen. Dan…ja dan… Maar laten we dan beginnen met wat aan het eind van de tekst staat. Laten we de tekst gewoon omdraaien:

Omdat Gij mijn lof zijt, wil ik me volkomen laten genezen en me helemaal, door U alleen, laten helpen.

Zo zullen we merken dat Gods genezing veel dieper gaat dan een herstel van allerlei lichamelijke kwaaltjes en kwalen, maar ervaren we de diepe gezondmaking van ons denken. Dan worden we niet slechts uit – voor ons zo –  moeilijke situaties geholpen, maar gaan we ervaren wat hulp van Godswege werkelijk inhoudt: behoudenis, verlossing en overwinning.

Bijbeltekst week 2018 – 42

Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is.

       Filippenzen 2:5,6,7

Deze week staan we stil bij een tekst uit de brief van Paulus aan de gemeente te Filippi. Het eerste gedeelte van deze tekst: Laat die gezindheid bij u zijn, is heel erg de moeite waard om over door te denken. Het gaat hier om het gebruik van een werkwoord, dat is afgeleid van het woord dat de betekenis heeft van: gevoel, hart of gedachte. Daarom zouden we dit eerste gedeelte heel goed kunnen vertalen met: Laat onder u het denken alleen maar bepaald worden, en dan gaan we verder met: zoals het ook bij Christus Jezus was. Denken is de basis van ons bestaan.

We moeten hierbij denken aan de woorden van Paulus: Rom. 12:2  En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene. Wat met: gelijkvormig aan deze wereld wordt bedoeld, wordt pas duidelijk als we er iets aan zouden toe voegen: gelijkvormig aan de manier van denken van deze wereld. Het woord ‘hervormd’ betekent hier onomwonden: wezensverandering. En  met ‘vernieuwing’ wordt bedoeld: volledige verandering ten beste. . .

In onze tafeltekst gaat het bij ‘gezindheid’ niet om een bepaalde mening van Jezus, maar om het wezen, het bestaan van Jezus. De tafeltekst zouden we daarom kunnen beginnen met: Laat onze gedachtewereld net zo bepaald worden als bij Jezus. Samenvattend zouden we kunnen zeggen: Laat ieder detail van ons leven bepaald worden door het wedergeboren zijn. Immers: Jezus was de eerste, na Adam, die uit God geboren was. Zijn denken werd dus niet bepaald door, zoals Paulus het noemt: de wereldgeesten, maar door de Heilige Geest, de Geest van God.

Onze tafeltekst roept ons op om, net als Jezus, door het ‘tijdloze denken’ bepaald te worden. Wat dat inhoudt staat in het vervolg van onze tafeltekst: Jezus heeft het ‘Gode gelijk zijnniet als een roof, als iets unieks beleefd. Voor Hem was dit gewoon het meest wezenlijke van Zijn bestaan. Wie als wedergeboren mens leeft, kent deze ‘gezindheid’ van Jezus: het is de basis van ons bestaan, van ons denken. Het is dwaas om zelf deze basis van je bestaan te bewaken, te beschermen. Het eeuwige leven is van God en is onaantastbaar. De apostel Johannes zegt daarom: …; want Hij, die uit God geboren werd, bewaart hem, en de boze heeft geen vat op hem (1 Joh 5:18).

Het uit God geboren leven is dus niet iets om zuinig op te zijn, zorgvuldig op te bergen in de brandkast van ons angstig bestaan, maar om er uitbundig uit te leven naar al onze naasten toe. Want we weten dat God wil …, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen (1 Tim.2:4). Waar we als wedergeboren mens leven, worden we door de liefde tot God gedreven om de wereld net als Hij lief te hebben. En de werkelijke, de Goddelijke Liefde, is een dienende liefde. Wie die bereidheid tot dienen niet kent, is daarom niet wedergeboren en leeft een waardeloos leven met een ‘eigendunkelijke godsdienst’ en is slechts bezig om zijn eigen ‘ik’ te bevredigen. (Lees hiervoor Kolossenzen 2:23).

Als wij deze week ons laten bepalen door de tafeltekst, dan kan het wonder gebeuren dat we niet langer zelfgenoegzaam verder kunnen leven. En dat we ons laten wakker schudden en gaan roepen tot God om ontferming en verlossing van onze eigen manier van godsdienstig denken. Dan gaan we echt vragen om een ‘hervorming’ van ons denken. Dat is een denken dat, verlost van de macht van de ‘wereldgeesten’, bepaald wordt door de Geest der Waarheid, waarvan Jezus zegt: …; doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen (Joh 16:13). Door Gods Geest gericht op Zijn toekomst zullen we dan … de waarheid verstaan, en de waarheid zal ons vrijmaken (Joh 8:32).

Wat mogen we ernaar uitzien om ons te laten vormen tot dat ‘normale’ geloofsleven, waarin Jezus ons is voorgegaan en waar onze tafeltekst zo onomwonden over spreekt.

Bijbeltekst week 2018 – 41

Daarom vertrouwen op U wie uw naam kennen, want Gij hebt nooit verlaten wie U zoeken, o HERE.

Psalm 9:11

In de tekst van de vorige week: Zoekt de HERE, terwijl Hij zich laat vinden,…(Jes.55:6), hebben we uitgebreid gelezen over de betekenis van het woord ‘zoeken’. Bij deze tekst kwam duidelijk naar voren dat je niet ‘iets’ zoekt, maar ‘iemand’: Hem.

Bij de tekst voor de deze week staan we stil bij het woord ‘vertrouwen’. Omdat deze tekst met ‘Daarom’ begint, is het goed om even naar het 10e vers te kijken: De HERE is een burcht voor de verdrukte, een burcht in tijden van nood. Wat is het goed om terug te denken aan de trouw van God in je leven. Om altijd in gedachten te houden, hoe Hij ons tot hier geleid heeft. Want als je nooit ervaren hebt, dat de HERE een burcht, een toevlucht, een schuilplaats was in tijden van nood, als je dit alleen maar als een mooie gedachte met je meedraagt, dan mis je heel veel: echt vertrouwen!

Want vertrouwen doe je alleen als je uit ervaring hebt geleerd, dat Hij te vertrouwen is! Pas dan voel je je echt veilig bij Hem, kun je onder de meest uitzichtloze omstandigheden rustig blijven, durf je zelfs zorgeloos te zijn . . .  Dat houdt het woord ‘vertrouwen’ in. Dit ‘vertrouwen’ is er dus alleen als je Zijn Naam kent. Dat wil zeggen: dat je Zijn faam, Zijn roem, ontstaan door Zijn handelen in ons leven, hebt leren kennen. En dat ‘kennen’ is het Hebreeuwse werkwoord: samen met Hem er weet van hebben.

Want als je in beproevingen niet je armen uit de mouwen hebt gestoken om je zelf er uit te redden, maar gemerkt hebt dat Hij bij je was en voor je zorgde, ja dan weet je dat Hij, al ga je door een dal van diepe duisternis, bij je is. Als God ons blijkbaar bij name kent, dan weet je, doet Hij je weten, dat Hij je nooit zal verlaten, nooit zal begeven. Dat is een grote zekerheid voor degenen die niet alleen :’Oh God!’ roepen in tijden van nood, maar voor wie Hem willen kennen in al hun wegen.

Dat blijkt uit het werkwoord ‘zoeken’ waar onze tafeltekst mee eindigt. Want dit zoeken betekent ook: vragen, raadplegen, je toevlucht zoeken bij. Als wij onze hemelse Vader onder alle omstandigheden hebben leren raadplegen, Hem hebben willen leren kennen, op al onze wegen, dan blijkt er, ook onder echt moeilijke omstandigheden, zo’n volkomen rust, zo’n gerustheid te zijn, omdat Hij het ons heeft doen ‘weten’ dat Hij altijd met ons is. Want God is niet een God van verre; Hij wil heel nabij zijn: Zie, Ik ben met u tot aan de voleinding der wereld, Dit ‘vertrouwen’ maakt ons bruikbaar voor de komst van Zijn Rijk.

Abonneer je op de weektekst

Voer je e-mailadres in om wekelijks de bijbeltekst te ontvangen.

Voeg je bij 37 andere abonnees

Archief