Wekelijkse bijbeltekst

Bijbeltekst week 2019 – 33

Werkt niet om de spijs, die vergaat, maar om de spijs, die blijft tot in het eeuwige leven, welke de Zoon des mensen u geven zal; want op Hem heeft God, de Vader, zijn zegel gedrukt. 

Johannes 6:27

Onze tafeltekst begint met iets wat we vooral niet moeten doen: werken om spijs, die vergaat. Het werkwoord ‘werken’ kunnen we ook vertalen met: tot stand brengen, bezig zijn met. Het woord ‘spijs’ heeft, naast de algemene betekenis van ’dat wat gegeten wordt’, in de christelijke literatuur vaak de betekenis in geestelijke zin van: voedsel, dat de ziel verfrist, voedt en onderhoudt.  Jezus waarschuwt ons er voor dat er ziele-voedsel is, dat ‘vergaat’. De betekenis van dit werkwoord verwijst niet zo zeer naar de ‘vergankelijkheid’, de tijd-gebondenheid, maar heeft veel meer een actieve betekenis van: vernietigend, geheel uit de weg ruimend, verwoestend.

De Heer waarschuwt ons dat er dus in de religieuze sfeer voedsel wordt aangeboden, dat het zielenleven kan verwoesten. Daar mogen we ons dus niet mee bezighouden, niet aan meewerken! Maar hoe weten we welke spijs, welk godsdienstig aanbod, hiermee bedoeld wordt?

Jezus heeft gezegd: Ik ben het brood des levens; wie tot Mij komt, zal nimmermeer hongeren en wie in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten. (Johannes 6:35)  Als we deze woorden voor ogen hebben, dan verstaan we dat alles wat ons niet dichter bij Jezus brengt en alles wat ons vertrouwen in Hem niet versterkt ons zielenleven vernietigt. Waar zijn we, dag in dag uit, uur na uur, in Gods Naam mee bezig?

Jezus waarschuwt ons om te stoppen met dit zinloos bezig zijn, met dit onvruchtbaar bestaan. Hij roept ons op om voortdurend bezig te zijn met het tot stand brengen, met het voortbrengen van ‘spijs die de ziel verfrist en onderhoudt’, want dan werken we, zijn we bezig met een ‘spijs’, die eeuwig blijft. D.w.z. een ‘spijs’ die niet verdwijnt, maar altijd blijft bestaan: tot in het ‘eeuwige leven’. Dat is een actief en krachtig leven, altijd ‘fris en sprankelend’, dat geen begin kent en geen eind. Wie dit gaat verstaan wordt voor altijd bevrijd van dat zgn. hemelse beeld: schone witte jurken, altijd schone nagels en geen eelt op de vingers ondanks dat eeuwig spelen op gouden harpen . . .  Echt leven is ‘krachtig’; niet in de wereldse zin van spierkracht, maar ‘bruisend’ en ‘betrokken’.

Jezus zegt heel duidelijk dat dit ‘leven’ niet pas komt na de dood, maar er nu al mag zijn, en even krachtig zal blijven tot in de eeuwigheid. Het werkwoord ‘geven’ staat in de tafeltekst in de ‘aantonende wijs’; een werkwoordsvorm die een handeling aangeeft, die werkelijk plaatsvindt. Hier dus: de Zoon des Mensen geeft deze spijs, dit voedsel voor onze ziel, voor nu en tot in het leven hierna.

Achter deze rijke belofte staat: want op Hem heeft God, de Vader, zijn zegel gedrukt. God heeft Jezus van Nazareth aangewezen als de beloofde Messias, door de tekenen en wonderen die Hij destijds heeft verricht. Maar ook in onze tijd drukt God Zijn zegel op Hem. Hij wijst Jezus aan als Degene die de ware ‘spijs’ aan ons geeft: Hij is met ons, tot aan de voleinding der wereld. Dit beleven we, waar wij Zijn nabijheid ervaren, in moeite, pijn, maar ook in blijdschap en verwondering.

Wat een zegen, dat Hij ons een Gemeente geeft, waar we telkens opnieuw de vervulling van deze, broodnodige, belofte mogen ervaren!

Bijbeltekst week 2019 – 32

En laten wij op elkander acht geven om elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken

Hebreeën 10:24

Deze week worden we door onze tafeltekst opgeroepen om: op elkander acht te geven. Dat kan je op velerlei wijzen doen. Vaak wordt dat helemaal verkeerd gedaan. Want wat letten we maar al te graag op wat er ontbreekt of verkeerd is in de ander. Jezus zei hier over: Hoe kunt gij tot uw broeder zeggen: Broeder, laat mij de splinter, die in uw oog is, wegdoen, terwijl gij de balk, die in uw eigen oog is, niet ziet? Huichelaar, doe eerst de balk weg uit uw oog en dan zult gij scherp kunnen zien om de splinter in het oog van uw broeder weg te doen (Lukas 6:42).  Deze manier van acht geven op elkaar is dus een eigenschap van huichelaars… en dat willen we toch echt niet zijn!?

Nee, dit ‘op elkander acht geven’ heeft niets te maken met dit schijnheilige gepeuter aan de ander. Het heeft te maken met de ‘volle aandacht schenken’ aan de ander, niet om te zien wat er mogelijkerwijze ontbreekt, maar om ervoor zorg te dragen dat in de ander iets moois gaat ontstaan: liefde en goede werken.

Het woord ‘liefde’ heeft niets te maken met de betekenis die het in de gangbare taal heeft. Daar wordt van liefde gesproken als het gaat om het geboeid zijn in de andere sekse. Deze liefde, ‘eros’,  zelfs in de mooiste zin van het woord, komt in de Bijbel niet voor! Want het woord ‘eros’ betekent: verlangen, begeerte. Als er in de Bijbel gesproken wordt over liefde, dan is het altijd over de liefde die vrij is van de hebzucht, van de begeerte. Het woord ‘liefde’ dat in onze tekst gebruikt wordt, heeft te maken met: broederlijke liefde, genegenheid, het goedgezind zijn, welwillendheid.

De tekst van deze week roept ons op om ons zodanig te wijden aan elkaar, dat daardoor deze ‘broederliefde, de genegenheid en welwillendheid’ het juist gaat winnen van de hebberigheid. De hartstocht is een vuur, dat ontbrandt als gevolg van de fantasiewereld waarin we vluchten als we ons ongelukkig voelen. En natuurlijk wordt in de Bijbel niet gesproken over dit verterend vuur wat alles in brand zet wat maar branden kan…

De tafeltekst spreekt van een heel ander ‘aanvuren’. Dit aanvuren heeft de betekenis van aansporen, bemoedigen, richten op. De gezindheid waarmee we ‘acht slaan’ op de ander is dus niet aandacht-trekkerig, maar: richtend op het doel, het doel wat God met het leven van de ander heeft. En dat maakt dat het wegvluchten in hebberige fantasieën weggespoeld wordt door de liefde van God, die je niet uitkleedt, maar juist bekleedt met waardigheid en geluk! De aandacht die God wil dat we aan elkaar schenken, beknelt niet, maar vuurt aan om je te wijden aan de broederliefde; aan echte betrokkenheid en het ‘goedgezind zijn naar de ander toe’, waardoor we ruimte schenken aan elkaar om tot die volle ontplooiing te komen. Pas dan wordt de weg voor ons, door elkaar, geopend om tot datgene te komen wat de Bijbel weergeeft in het begrip: goede werken. Dit begrip komt 14 keer voor in het Nieuwe Testament. Er wordt nooit omschreven wat het inhoudt. Maar als we het zouden willen omschrijven, dan zouden we zeggen dat alle goede werken heel eenvoudig zijn samen te vatten in: alles wat je doet om de ander tot volle ontplooiing te brengen.

Dan ontstaat er weer een heel mooie vertaling van onze tafeltekst, die we hier dan ook graag neerschrijven: Laten we zo aandacht aan elkaar besteden, dat we elkaar aansporen om onbaatzuchtig lief te hebben en elkaar de ruimte te bieden om elkaar op te bouwen, geschikt te maken, voor het Koninkrijk van God.

Bijbeltekst week 2019 – 31

Ik heb de stangen van uw juk verbroken en u rechtop doen gaan

Leviticus 26:13

De tafeltekst voor deze week is het tweede gedeelte van een vers. Daarom eerst maar even aandacht voor de hele tekst: Ik ben de HERE, uw God, die u uit het land Egypte heb geleid, opdat gij hun niet meer tot slaven zoudt zijn; Ik heb de stangen van uw juk verbroken en u rechtop doen gaan. De persoon die tot ons spreekt is dus: de HERE, uw God. De naam HERE is de Naam van God waarmee Hij zich aan Israël bekend heeft gemaakt ten tijde dat Hij hen uit Egypte, uit het slavenhuis, verloste.

De apostel Paulus zegt: (Galaten 5:1) Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt. Houdt dus stand en laat u niet weder een slavenjuk opleggen. Zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament bewerkt de ontmoeting met de levende Here, dat we verlost worden van een slavenjuk. Wat is dat slavenjuk dan?

Het is het leven onder het juk van de wereldgeesten: (Galaten 4:3) Zo bleven ook wij, zolang wij onmondig waren, onderworpen aan de wereldgeesten. Deze wereldgeesten binden ons aan, wat de Bijbel noemt, het tijdgebonden leven. De wereldgeesten gaan uit van de vorst der duisternis, waarvan Petrus zegt: (1 Petrus.5:8) Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden.

Hoe meer we door God met Zijn levenslicht omstraald worden (Job 33:30), hoe meer we ontdekken dat we gewend waren aan dit door de duivel verslonden worden. Het is een zuigende kracht naar alles wat de wereldmachten ons aanbieden. Als we ons maar even laten meezuigen in die richting, verzwakt het verlangen naar God en naar het leven dat Hij biedt. Het mag een wonder heten als we dan toch nog het roepen van God mogen verstaan en ons omkeren, ons bekeren tot Hem die ons roept…

God heeft ons, midden in deze wereld, de Gemeente van Christus gegeven. De Gemeente van Christus is en wordt door Hemzelf gebouwd. Overal waar vol ontzag wordt gezegd: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God”, daar bouwt Jezus, onze opgestane Heer, Zijn Gemeente: (Mattheus 16:18) En Ik zeg u, dat gij Petrus zijt, en op deze petra (op dit getuigenis) zal Ik mijn gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen. 

De Gemeente van Christus bouwt geen kathedralen; het is meestal een eenvoudige huisgemeente: (Romeinen 16:5) Groet insgelijks de gemeente bij hen aan huis. Daar worden mensen niet gebonden aan een bepaalde leer of dogmatiek, maar aan Hemzelf, die beloofd heeft: (Mattheus 28:20) En zie, Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld. En: (Handelingen 18:10) want Ik ben met u en niemand zal het op u toeleggen om u kwaad te doen, want Ik heb veel volk in deze stad.

Het is onze levende Here die ons bevrijdt van ieder slavenjuk, en ons stelt in de vrijheid waarvan ook Paulus spreekt! (Galaten. 5:1)

En dan komen we nu bij de tafeltekst van de komende week: Ik heb de stangen van uw juk verbroken en u rechtop doen gaan.

Als we Gods liefde in ons leven toelaten, dan kan Satan, de grote tegenstander, niet meer brullen als een leeuw, ons niet meer beangstigen, maar dan voelen we ons veilig en geborgen in Hem. Dan tilt Hij ons op uit ons slavenbestaan: het leven volgens regels en voorschriften van mensen (Kolossenzen 2:22), en dan doet Hij ons rechtop gaan. Dit werkwoord ‘gaan’ omschrijft zoiets als: wandelen, maar nog meer dan dat: meegaan, volgen, verder gaan; Zijn toekomst tegemoet…

Bijbeltekst week 2019 – 30

Doch wij hebben niets van doen met nalatigheid, die ten verderve leidt, doch met geloof, dat de ziel behoudt.

Hebreeën 10:39

De tafeltekst voor deze week begint met een reactie op de voorgaande tekst, waar staat: en mijn rechtvaardige zal uit geloof leven; maar als hij nalatig wordt, dan heeft mijn ziel in hem geen welbehagen.

Wat wordt bedoeld met een ‘rechtvaardige’? We zouden dit woord ook kunnen vertalen met: iemand wiens wijze van denken, voelen en doen geheel in overeenstemming is met de wil van God; iemand zonder zijwegen. Zulke mensen leven uit geloof. Dat betekent, dat zij in alles op God vertrouwen. Dat zijn mensen die, wakker, telkens weer, in iedere nieuwe situatie, deze keuze maken, deze beslissing nemen. Daarin kun je dus ‘nalatig worden’. Dat betekent heel eenvoudig: uit vrees aarzelen te bekennen dat je gelooft, dat je in alles op God vertrouwt.

Dit is een gruwel voor God; dan heeft God geen ‘welbehagen’ in zo’n persoon . . ., dan kan God hem, wegens zijn onbetrouwbaarheid, niet ‘gunstig gezind zijn’. De schrijver van de Hebreeënbrief reageert heel fel op deze gedachte met de woorden van onze nieuwe tafeltekst: Doch wij hebben niets van doen met deze misselijke instelling. We zouden dit ’nalatig zijn’ ook kunnen vertalen met: zich vreesachtig, stilletjes, terugtrekken van een stuk verantwoording …

Als we de komende week deze tekst aan tafel opzeggen, dan beseffen we dat we radicaal gebroken hebben met deze vreesachtigheid, dit ontlopen van de verantwoording om in alles Zijn getuigen te zijn! Want we weten dat dit volkomen ‘ten verderve leidt’! Anders vertaald: volslagen tot ondergang brengt. Deze ‘nalatigheid’ heeft, door de eeuwen heen, het geloofsgetuigenis van de gelovigen volkomen teniet gedaan. Door de eeuwen heen zijn de woorden van onze tafeltekst onomwonden gebleken waar te zijn! De kerk der eeuwen is zijn daadkracht kwijt en als wij niet oppassen, gebeurt hetzelfde met ons: Gods goedgunstigheid ebt weg uit de praktijk van ons dagelijks leven!

Als wij de tafeltekst opzeggen, dan hebben we dus een besluit genomen om te breken met dat ons vreesachtig terugtrekken. Nee! We zullen gaan staan in het geloof, in het vertrouwen, dat Gods openbaring in ons leven heeft gewekt: Hij zal Zijn plannen volvoeren! Daar willen we bij betrokken zijn. Zijn Woord zal ons leven bepalen en niet ons lafhartig eigen denken!

We zouden onze tafeltekst weer even heel anders kunnen vertalen, in de hoop dat het een verfrissende, wakker schuddende uitwerking heeft op ons leven van iedere dag van deze week en op de rest van ons leven dat nog voor ons ligt: Doch wij hebben niets te maken met een zich vreesachtig, stilletjes terugtrekken, wat tot een volslagen ondergang leidt, maar met een vast vertrouwen in God, die Heer is over alles, zodat het echte leven steeds meer gestalte krijgt.

Bijbeltekst week 2019 – 29

Niemand zoeke het zijne, maar wat des anderen is.   

1 Korintiërs 10:24

De tafeltekst voor deze week lijkt heel eenvoudig, maar dat is niet het geval. Natuurlijk staat deze tekst weer in een bepaald verband. Daar gaan we dus even naar kijken. Onze tekst staat achter een, voor velen vaak, schokkend woord van Paulus: Alles is geoorloofd, maar niet alles is nuttig. Alles is geoorloofd, maar niet alles bouwt op. (1 Korintiërs 10:23) Dit is een woord dat heen wijst naar een onbeperkte vrijheid: Alles is geoorloofd, maar gelukkig met daarop volgend een beperking: maar niet alles is nuttig, maar niet alles bouwt op.

De beperking van deze onbeschrijfelijke vrijheid van de gelovige is: de zorgvuldigheid naar de ander. Dit laatste blijkt weer uit wat volgt op onze tafeltekst: vers 29-33 Want waartoe zou mijn vrijheid beoordeeld worden door eens anders geweten? Indien ik onder dankzegging van iets gebruik maak, hoe kan men kwaad van mij spreken over iets, waarvoor ik dankzeg? Of gij dus eet of drinkt, of wat ook doet, doet het alles ter ere Gods. Geeft noch aan Joden, noch aan Grieken, noch aan de gemeente Gods aanstoot; zoals ook ik allen in alles ter wille ben, niet om mijn eigen belang te zoeken, maar dat van zeer velen, opdat zij behouden worden.

Uit alles wat de apostel Paulus vertelt in dit gedeelte blijkt overduidelijk, dat de vrijheid waarmee Christus ons heeft vrijgemaakt, alleen maar te beleven is als we leven in de gezindheid die Christus ons schenkt: Want gij zijt geroepen, broeders, om vrij te zijn; (gebruikt) echter die vrijheid niet als een aanleiding voor het vlees, maar dient elkander door de liefde. (Galaten 5:13)

Wonderlijk dat het hele verhaal van Paulus over het ‘vleeshuis’ dus eigenlijk alleen gaat om duidelijk te maken wat in onze tafeltekst staat! Alleen zó kunnen we de inhoud van deze tekst pas echt goed begrijpen. Want het werkwoord ‘zoeken’ in onze tafeltekst betekent vooral: door beredeneren en onderzoeken naar iets streven, maar ook: eisen van een ander. Niemand zoeke het zijne, zouden we daarom ook kunnen vertalen met: niemand eise van de ander te zijn als jij . . . En om de hele tekst in deze stijl af te maken wordt het dan: Eis niet van de ander te zijn als jij, maar heb belangstelling, onderzoek wat goed is voor de ander.

Laat deze ‘vertaling’ nu eens rustig tot je doordringen, dan ga je pas goed begrijpen wat Paulus met alles wat hij over het ‘vleeshuis’ vertelt, bedoelt. Maar dan begrijp je ook dat hij dat hele verhaal alleen maar als voorbeeld heeft verteld om de kostbare inhoud van onze tafeltekst aan de lezers van zijn brief duidelijk te maken. Wat zou ons leven – en daardoor het leven van de ander – er anders uitzien, als deze gezindheid ons meer bezielde! Dan zouden wíj meer van onze vrijheid genieten en zou onze vrijheid de ander nooit beknellen, maar verlangend maken om, net als wij …, door Christus waarlijk vrijgemaakt te worden van elk moralistisch denken over onszelf en over anderen.

Laten we bidden dat we gedurende deze week, door het opzeggen van onze tafeltekst, gaan verlangen om meer uit deze vrijheid te leven ten dienste van de ander!

Bijbeltekst week 2019 – 28

Simon Petrus antwoordde Hem: Here, tot wie zullen wij heengaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven; en wij hebben geloofd en erkend, dat Gij zijt de Heilige Gods.

Johannes 6:68,69

Petrus geeft hier antwoord op een vraag van Jezus: Gij wilt toch ook niet weggaan? Deze vraag van Jezus was heel begrijpelijk. Hij sprak tot Zijn discipelen rechtstreeks, dus zonder gelijkenissen, over de geheimenissen van het Koninkrijk van God. Het waren woorden die wij ook graag horen, maar voor mensen die God alleen maar kennen vanuit overlevering, die geen persoonlijke ontmoeting met Jezus hebben gehad, voor hen zijn deze woorden, zelfs al zijn ze volgelingen van Jezus, niet te begrijpen. En als ze er iets van begrepen, konden ze eigenlijk alleen maar zeggen: Deze rede is hard; wie kan haar aanhoren? (Johannes 6:60)  En een paar verzen later staat er dan ook:  Van toen af keerden vele van zijn discipelen terug en gingen niet langer met Hem mede. (Joh. 6:66)

We weten niet hoeveel het er waren die heengingen, maar misschien waren alleen de apostelen, zij die uit de discipelschare door Jezus waren uitgekozen, overgebleven…

Eigenlijk had Jezus niet veel mensen om Hem heen die Hem echt begrepen. En de vraag gericht tot de apostelen: Gij wilt toch ook niet weggaan? werd natuurlijk weer door Petrus beantwoord. Het was dit keer geen direct antwoord: “Natuurlijk niet!”  Nee, het antwoord was wel doordacht. Misschien stond Petrus ook wel heel dicht bij de gedachte om maar met de anderen mee te gaan, naar huis, weer vissen, zoals vroeger… Maar hij besefte dat het nooit meer als vroeger zou worden. Want een heilige onrust had hem aangegrepen: de Woorden van Jezus hadden zijn leven veranderd. En daardoor wist hij dat er geen weg meer terug was: Gij hebt woorden van eeuwig leven.

Als Jezus sprak, was dat zo anders dan zij van de Schriftgeleerden gewend waren: want Hij leerde hen als gezaghebbende en niet als hun schriftgeleerden. (Mattheüs 7:29)  De woorden van Jezus waren eenvoudig, niet geleerd, maar onweerstaanbaar voor wie naar God vroegen: En zij stonden versteld over zijn leer, want zijn woord was met gezag. (Lukas 4:32)  Het Griekse woord voor ‘gezag’ is heel wat anders dan ‘macht’: het heeft te maken met iets als ‘bevrijdende autoriteit’. De woorden van Jezus waren heel rechtstreeks, maar legden geen druk op de ziel van een mens die werkelijk naar God zocht, die Zijn Koninkrijk verwachtte. De woorden van Jezus brachten scheiding tussen religieuzen en echt gelovigen. De religieuzen konden het niet langer aanhoren, maar degenen die echt God liefhadden, konden niet meer terug: alleen maar verder, achter Hem aan! In de ban van Zijn liefde…

Voor ons mag het geen dogma of bewering zijn: Jezus is de Heilige Gods. Want een dogma, hoe boeiend ook omschreven, heeft geen ‘bevrijdend gezag’. Maar als we Jezus’ werk in en onder ons zijn gaan zien, dan kunnen ook wij, net als Petrus, niet meer terug; verder en verder, achter Hem aan, tot Hij komt!

Bijbeltekst week 2019 – 27

Want bij U is de bron des levens, in uw licht zien wij het licht.

Psalm 36:10

Deze tekst begint met ‘Want’ en daarom moeten we wel het voorgaande aandachtig lezen om niet aan de kostbaarheid van onze weektekst voorbij te gaan: Psalm 36:8,9  Hoe kostelijk is uw goedertierenheid, o God; daarom schuilen de mensenkinderen in de schaduw uwer vleugelen; zij laven zich aan het vette van uw huis, Gij drenkt hen met de stroom van uw liefelijkheden. Het woord ‘kostelijk’ betekent: prachtig, gewichtig, invloedrijk. De goedertierenheid van God moet voor ons dus kostbaar zijn, in de zin van: levensbepalend. En het woord ‘goedertierenheid’ is zo ouderwets, dat we misschien beter kunnen zeggen: trouw, of vriendschap, genegenheid. En dat er achter staat: o God, betekent dus dat we tegen God zeggen dat Zijn trouw en Zijn vriendschap ons leven bepalen.

Ja, als dat zo is, dan is het vanzelfsprekend dat we maar al te graag bij Hem ‘schuilen’. Dit betekent dat we in alles ‘ons vertrouwen stellen’ op Hem, want dat is de diepste betekenis van het Hebreeuwse werkwoord. Dan zoeken we dus onze toevlucht ‘in de schaduw van Zijn vleugelen’. Voor dit woord kunnen we ook iets anders zetten, wat alles wat minder poëtisch maar realistischer maakt. In Ezechiël staat het vertaald met: slip van Uw kleed. Ezechiël 16:8 Ik spreidde de slip van mijn kleed over u en bedekte uw naaktheid, Ik ging onder ede een verbond met u aan, luidt het woord van de Here HERE; zo werdt gij de mijne. We moeten dat hele stuk uit Ezechiël maar eens lezen deze week. Misschien gaat het dan een beetje tot ons doordringen wat Gods liefde voor ons doet: onze naaktheid bedekken. (Dus niet ontbloten!)

Dan komen we het werkwoord ‘laven’ tegen. Heel gewoon vertaald betekent dat: doordrenkt worden, dronken zijn. God dompelt ons dus onder in ‘het vette van Zijn huis’. Het ‘vette’ is afgeleid van een werkwoord, dat betekent: overvloedig verkwikken of zalven. Hij neemt ons dus op in Zijn huis, maakt ons tot ‘huisgenoten Gods in de Geest’, zoals de apostel Paulus het zegt: Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods…(Efeze 2:19) Vaak lijkt het erop dat we daar liever een ‘meubelstuk’ zijn dan iemand die zich overvloedig laat verkwikken door de liefde van God, waar Ezechiël over spreekt . . .

Daarna volgt: Gij drenkt hen met de stroom van uw liefelijkheden. Het ‘drenken met de stroom’ wordt eigenlijk met één woord weergegeven: Nahal. Dit betekent een rivierbedding. We kunnen dit gedeelte dus ook vertalen met: Gij bedt ons in in Uw liefelijkheden. Ja, en dan het kostelijke woord ‘liefelijkheden’: Eden. Precies! Het is het woord dat ook al in het begin van de Bijbel staat: Voorts plantte de HERE God een hof in Eden, in het Oosten, en Hij plaatste daar de mens, die Hij geformeerd had. (Genesis 2:8) Het woord Eden is afgeleid van een werkwoord wat betekent: zich vermaken, genoegen hebben. God geeft ons dus een plaats in Eden, waar het heerlijk toeven is. Immers het huisgenoot Gods zijn betekent niets minder dan Hemelburger zijn, of, zoals het laatste boek van de Bijbel zegt: Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt. Wie overwint, hem zal Ik geven te eten van de boom des levens, die in het paradijs Gods is. (Openbaring 2:7)

En dan komen we nu bij onze tafeltekst voor de deze week. Heel de rijkdom van de vorige verzen wordt hier samengevat: Want bij U is de bron des levens, in Uw licht zien wij het licht. Wat verschrikkelijk is het toch als die overvloeiende vreugde van Gods heil verdoft wordt door de weigering van het dwaze, ik-gerichte vlees, om naar Gods liefde te kijken. We worden liever geboeid door wat de wereld van nu ons aanbiedt. De tafeltekst van deze week nodigt ons toch nog een keer uit om onze ogen te richten op Gods licht over alles wat er in deze ondergaande wereld te koop is, want dan zien we, onderscheiden we, wat waarheid en leugen is. Als we ons niet door de ‘verlichting’ maar door Gods licht laten omstralen, doorzien we de valse schijn. En dan willen we niet anders dan ons graag laten inbedden in de ruimte van Gods huis, Eden, het Paradijs. Alleen door het verzoenend sterven van Jezus te ondergaan, brengt het Licht van God ons in Zijn Huis.

Bijbeltekst week 2019 – 26

Vertrouwt op de HERE voor immer, want de HERE HERE is een eeuwige rots.

Jesaja 26:4

We beginnen bij de overdenking van de tafeltekst voor deze week met het tweede gedeelte: want de HERE HERE is een eeuwige rots. Het komt alleen in deze tekst voor dat de Naam van God: HERE HERE, met twee hoofdletters geschreven moet worden. Want in onze tekst staat, en nergens anders komt dit in de Bijbel voor, twee keer achter elkaar de Naam Jahweh geschreven. Hiermee wordt tot uitdrukking gebracht dat God onze God is. Hij is voor degenen die dit van harte beleven tot iets wat absoluut onwankelbaar is. Dit wordt in onze tekst uitgedrukt met: als een gesteente, een rotspartij, die van eeuwigheid tot eeuwigheid er zal zijn, zoals Hij er nu is: de eeuwig Onveranderlijke . . .

Als we dit, met heel onze ziel, weten, dan blijft er voor ons niets anders over dan op Hem te vertrouwen. Anders gezegd: ons voor immer bij Hem zo veilig te voelen, dat we volkomen zorgeloos kunnen zijn. Paulus spreekt hier ook over in zijn brief aan de gemeente te Filippi: Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. (Fil.4:6) Paulus zegt hier heel radicaal: weest in niets bezorgd . . .  Het werkwoord ‘bezorgd zijn’ heeft natuurlijk veel meer betekenissen, zoals: ’in beslag genomen worden door’, ‘eigen belang bevorderen’, ‘door zorgen gekweld zijn’. Kortom, het gaat over: zorg en verdriet.

Dit alles heeft te maken met iets wat lijnrecht staat tegenover wat achter het woordje ‘maar’ vermeld staat: maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. Ieder mens weet heel goed wat ‘angst, zorg en verdriet’ betekent, maar er zijn weinig mensen die het geheimenis zijn gaan verstaan van de machtig gelukkige woorden van Paulus, om al onze wensen met dankzegging bekend te maken bij God!

Wensen zijn meestal onvervulde verlangens, maar Paulus weet dat, als we echt bij God schuilen, er verlangens en wensen geboren worden, die ons hoopvol en verlangend doen uitzien naar de vervulling ervan. Want hij spreekt hier beslist niet over wensen die uit onvrede geboren zijn, maar wensen die ontstaan zijn vanuit het werkelijke leven met Hem! Zulke wensen, die ontstaan vanuit een wandel met de Levende Here, zijn niet los te denken van Hem die deze verlangens gewekt heeft. En in het ‘gesprek’ met Hem worden deze wensen, deze verlangens alleen maar duidelijker omlijnd! Dat is nu precies wat Paulus bedoelt met ‘laten bekend worden’ bij God. Dit werkwoord zouden we ook kunnen vertalen met: grondig kennis hebben van. Het heeft te maken met: eens willend worden met God. Dus: het samen eens zijn. Dit eens willend worden met God ontstaat door gebed, smeking en dankzegging.

En nu nog even aandacht voor de woorden: voor immer, uit onze tafeltekst. Want dat is niet niks! In het Hebreeuws staan hier twee woorden voor, die allebei van één werkwoord zijn afgeleid. Dat werkwoord betekent: doorgeven, vooruitgaan, doorgaan. Voor immer betekent dus zoiets als: van altijd tot altijd doorgaand. Dit wijst niet op een stelling, een dogma, een gedachte, maar op een beweging.

We zouden onze tafeltekst dus ook zo kunnen vertalen: Omdat God, onze God, is als een eeuwig onveranderlijke Rots, laten we ons daarom van ogenblik tot ogenblik volkomen veilig weten bij God.

Bijbeltekst week 2019 – 25

Als gij in mijn woord blijft, zijt gij waarlijk discipelen van Mij en gij zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.

Johannes 8:31,32

Deze woorden van Jezus beschrijven het werkelijke geloofsleven. De basis van ons geloofsleven is: blijven in Zijn woord. Dit ‘woord’ heeft de betekenis van: uitgesproken, meegedeelde gedachte(n). We moeten dus niet in de eerste plaats denken aan de Bijbel, maar aan de woorden, de gedachten van Jezus, die Hij bekend maakt aan wie naar Hem luisteren; dat kunnen dus ook woorden uit de Bijbel zijn, als we tenminste de Bijbel lezen met een biddend hart… Het spreken van Jezus tot ons wordt dan zo indringend, dat we daardoor bepaald worden.

Het werkwoord ‘blijft’ kan ook vertaald worden met ‘verblijven’. Wanneer deze gezindheid in ons is, dan worden we werkelijk discipelen van Jezus: leerlingen, mensen die door Hem geleerd worden. Dus niet mensen die door studie meer over Hem te weten komen, maar die zich willen laten vormen, onderwijzen door Zijn spreken tot ons hart… Pas als deze gezindheid tot werkelijkheid is geworden, gaan we de ‘waarheid verstaan’. Het werkwoord ‘verstaan’ kunnen we het beste vertalen met: ‘leren kennen’.

Jezus heeft heel duidelijk gezegd: Ik ben de Waarheid. (Joh 14:6) Als we ons dus laten bepalen door wat Jezus tegen ons zegt, als we luisteren naar Zijn onderwijzing om alleen nog maar daar uit te leven, dan gaan we Hem zó leren kennen, dat we alles gaan verstaan wat werkelijk waarheid is: wat met de komst van Zijn Rijk te maken heeft. Hier gaat het om de eeuwige Waarheid, die de natuurlijke mens, de nog niet wedergeboren mens, niet kan verstaan: Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is. (1Korintiërs 2:14)

Als de eeuwige waarheid tot ons gaat doordringen, gaat er nog een andere betekenis van het werkwoord ‘verstaan’ gestalte krijgen in ons leven: ‘bemerken’. Want als we de eeuwige Waarheid gaan liefhebben zoals Hij ons heeft liefgehad, dan gaan we tot onze verwondering ‘bemerken’ dat dingen, tot in de wortels van ons bestaan, gaan veranderen. Dat is de bevrijdende kracht van het verstaan van de Waarheid… Het werkwoord ‘vrijmaken’ is afgeleid van een zelfstandig naamwoord dat de betekenis heeft van: iemand die geen slaaf meer is, een vrijgelatene.

Als we het spreken van Jezus tot ons hart en denken toelaten, komen we tot onze verbazing en tot ons geluk tot de ontdekking, dat banden verbroken worden, waarvan we dachten, dat dit nooit zou kunnen gebeuren. Gek hè, dat er toch nog mensen zijn die denken dat het discipelschap van Jezus saai zou zijn!

Bijbeltekst week 2019 – 24

En dit is zijn gebod: dat wij geloven in de naam van zijn Zoon Jezus Christus en elkander liefhebben, gelijk Hij ons geboden heeft.

1 Johannes 3:23

De tekst voor de komende week begint met En dit is zijn gebod:… Wij denken bij het woord ‘gebod’ meestal aan een bevel, maar in de Bijbel betekent het veel meer: opdracht, voorschrift. Het woord is afgeleid van een werkwoord dat betekent: opdracht om iets tot stand te brengen. Een taakbeschrijving eigenlijk voor iemand die een taak gaat vervullen. Dat is heel wat anders dan het ‘bevel’ dat de Israëlieten kregen om die steden voor Farao te bouwen! Zij moesten zelf het stro zoeken om daarmee zelf de tichelstenen te maken. Nee, als iemand een taakomschrijving krijgt, dan is alles wat er voor nodig is om die taak uit te voeren, al klaargelegd. Zo is het ook met het ‘gebod’ in onze tafeltekst! Onze taak is:

  1. om te geloven in de Naam van Jezus.
  2. om elkander lief te hebben.

De apostel Paulus vertelt ons dat het geloof een gave van God is: Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God. (Ef. 2:8). Geloven betekent: vertrouwen hebben in. Waar moeten we dan vertrouwen in hebben? Dat staat er achter: in de Naam van Jezus. Dan denken we aan de Naam, die Jezus ontvangen heeft boven alle Naam, omdat Hij gehoorzaam is geweest tot de dood … Daarom heeft God hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken, … (Filippenzen 2:9)

Het woord ‘naam’ betekent niet alleen maar ‘naam’, maar ook: roem, aanzien, gedachtenis. We hebben dus in de eerste plaats de opdracht om vertrouwen te hebben in de Naam, het aanzien bij God, van Jezus. En in de tweede plaats hebben we de opdracht om elkaar lief te hebben. Hier wordt mee bedoeld: elkaar welkom te heten, te koesteren. Als we daar mee beginnen, dan komt de rest van de betekenis van ‘liefhebben’ vanzelf. Als vrucht van dit welkom heten van de ander in ons leven, gaan we meer en meer ‘gesteld raken op’ de ander. En dan zal het niet lang duren of de laatste betekenis van ‘liefhebben’ komt ook: houden van. Nu is dit ‘houden van’ natuurlijk een rekbaar begrip: ik houd van chocola, van zeilen, etc…

Maar Jezus laat hier geen onduidelijkheid over bestaan: Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkander liefhebt. (Johannes 13:34). Zijn liefde is grenzeloos!! Dus Zijn opdracht aan ons ook! We mogen daarom onderweg gaan, zonder ooit te denken: “zo is het wel genoeg” of  “ik zie het verder niet zo zitten”, want onze tafeltekst voor deze week is een taakomschrijving, een opdracht voor ons hele leven, een gebod om elkaar lief te hebben, zoals Hij ons aangeboden heeft.

Wie zijn vertrouwen op Hem heeft gesteld kan met een gerust hart, na het opzeggen van deze tekst, gaan eten. Want bij alles wat Hij ons opdraagt liggen de ingrediënten klaar: we staan niet in dienst van een gevreesde Farao, maar van Jezus. Hij is ons Zelf deze weg voorgegaan en heeft ons geroepen om Hem daarop eenvoudig te volgen.

Bijbeltekst week 2019 – 23

Over een week vieren we het Pinksterfeest. Pinksteren is de afsluiting van het Paasfeest. Tijdens ons Pinksterfeest gedenken wij, dat wij door de komst van de Heilige Geest een toerusting hebben gekregen om Zijn getuigen te zijn in de wereld waarin wij nu leven.

Maar de ure komt en is nu, dat de waarachtige aanbidders de Vader aanbidden zullen in geest en in waarheid, want de Vader zoekt zulke aanbidders.

Johannes 4:23

Deze woorden van Jezus zullen we overdenken tijdens deze week. Jezus had een gesprek met een Samaritaanse vrouw die op het heetst van de dag water kwam putten. Zij deed dat, omdat niemand zin had, althans overdag, om contact met haar te hebben. Maar Jezus vraagt haar om hulp: ‘Geef Mij te drinken’. In het gesprek dat dan op gang komt blijkt dat deze vrouw, door de fatsoenlijke mensen van Samaria verworpen, een gelovige is: De vrouw zeide tot Hem: Here, ik zie, dat Gij een profeet zijt. Onze vaderen hebben op deze berg aangebeden en gijlieden zegt, dat te Jeruzalem de plaats is, waar men moet aanbidden. (Joh.4:19,20)

Zijn er onder ons nog mensen die ‘zien’ dat iemand een profeet is?! Een profeet is iemand die, bewogen door de Geest van God, de mensen bekendmaakt wat hij door inspiratie ontvangen heeft. Omdat deze vrouw in de man die tot haar spreekt een profeet ziet, maakt zij er meteen gebruik van om een vraag te stellen die voor haar heel belangrijk is: Onze vaderen hebben op deze berg aangebeden en gijlieden zegt, dat te Jeruzalem de plaats is, waar men moet aanbidden. Een gebedsplaats was in die tijd vaak een synagoge of, als die er niet was, slechts een plaats in de open lucht, buiten het rumoer van de stad, waar men gewoon was om in alle rust te bidden. Voor veel mensen was toen, en is ook nu de plek, de entourage, belangrijker dan de gezindheid om te bidden; dat bleek uit de vraag van deze gelovige vrouw.

En dan geeft Jezus dit rijke en leerzame antwoord aan haar en aan allen die God ernstig zoeken: maar de ure komt en is nu, dat de waarachtige aanbidders de Vader aanbidden zullen in geest en in waarheid; want de Vader zoekt zulke aanbidders. Door de komst van Jezus is er een nieuwe tijd aangebroken. Gebed zal niet langer slechts een ritueel gebeuren zijn. Vanaf nu is de tijd aangebroken dat gebed een echt gesprek is met de levende God: waarachtige bidders zijn mensen die God om antwoord vragen.

Het woord ‘waarachtig’ betekent: tegengesteld aan wat verzonnen, nagemaakt, denkbeeldig of voorgewend is. Vandaar dat de apostel Petrus zegt: Het einde aller dingen is nabijgekomen. Komt dus tot bezinning en wordt nuchter, opdat gij kunt bidden. (1 Petrus 4:7) Wie in geest en waarheid God leert aanbidden, komt tot het besef dat het einde aller dingen nabijgekomen is.

Wat hebben wij het dan nodig dat het Pinkstergebeuren ons leven weer gaat vervullen, opdat Gods Geest woning kan maken in onze harten. Dan dringt de liefde van Christus ons, nu het nog kan, met alle zegen die wij ontvangen hebben onze naasten te zegenen, te dienen en mee te nemen naar Jezus toe.

Bijbeltekst week 2019 – 22

Deze week vieren we de Hemelvaart van Jezus. Jezus heeft gezegd: “Het is beter voor u dat Ik heenga. Want indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden”. (Joh.16:7).
Jezus kon maar op één plek tegelijk zijn, maar de Heilige Geest wil woning maken in de harten van alle mensen! Jezus ging terug naar de hemel, naar de Vader, om dit te realiseren. Daarom is het vieren van de Hemelvaart van Jezus een goede voorbereiding voor het naderende Pinksterfeest! Belangrijk in dit gebeuren is, dat wat de engelen tenslotte tegen de discipelen zeiden: “Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen”. (Hand.1:11)

Zo mogen we Hem, wakende, terugverwachten. En hierover wordt ook gesproken in onze tafeltekst.

Zalig die slaven, die de heer bij zijn komst wakende zal aantreffen.                                               

Lucas 12:37

Een heel korte tekst voor deze week. Maar natuurlijk staan deze woorden in verband met het voorafgaande. Daarom schrijven we dat hier maar even neer: Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn. Laten uw lendenen omgord zijn en uw lampen brandende. En gij, weest gelijk aan mensen, die op hun heer wachten, wanneer hij van de bruiloft wederkeert, om hem, als hij komt en klopt, terstond te kunnen opendoen. (Lucas 12:34, 35, 36).

Het woordje ‘wachten’ is hier onderstreept, want daar gaat het om. Dit ‘wachten’ en het woord ‘wakende’ in onze tafeltekst drukken hetzelfde uit. Het werkwoord ‘wachten’ drukt iets heel bijzonders uit, wat het beste is weer te geven met: toegang geven tot zichzelf, iemand toelaten in je hart. Het heeft dus duidelijk met een warme relatie te maken; met een verlangen in ons hart om zo te zijn, om te behoren tot mensen, die op hun heer wachten.

Graag willen we ook wijzen op het woord ‘Heer’: kurios in het Grieks, wat ook vertaald kan worden met keizer. De betekenis van dit woord is: hij die meester of bezitter is van iemand (of iets) waarover hij de bevoegdheid heeft om te beslissen. Onze Heer is  op geen enkel gebied te vergelijken met een keizer of met een heer in deze wereld. Maar wel is Hij Heer in de diepste betekenis van het woord: hij die meester of bezitter is van iemand waarover hij de bevoegdheid heeft om te beslissen. Voor iemand die Jezus niet kent is dit een bedreiging van je ‘privacy’. Maar voor hen die beleven Hem lief te hebben, geeft dit een gevoel van enorme veiligheid, geborgenheid, waardoor je altijd vanzelf naar Hem uitziet, Hem wil kennen in al je wegen. Dit is de betekenis van het woord ‘wachten’: Jezus toelaten in je leven, naar Hem verlangen…

Als we aan het woord ‘slaaf’ denken, dan heeft dat meestal iets negatiefs. De apostel Paulus waarschuwt ons: Weest geen slaven van mensen (1 Korintiërs 7:23), maar … slaven van Christus die de wil Gods van harte doen. (Efeziërs 6:6).

Het woord ‘slaaf’ betekent dan ook in de meest algemene zin van het woord: een bediende, toegewijd aan een ander, met veronachtzaming van eigen belangen. Of: iemand die zich aan de wil van een ander overgeeft. De rijkdom in het ‘slaven van Christus’ zijn zit in het feit, dat het volkomen op basis van vrijwilligheid is! Wie de diepe keuze in zijn leven heeft gemaakt om zó een slaaf van Christus te zijn, kan niet anders dan op deze Bijbelse manier op zijn Heer ‘wachten’. Dit doet je pas echt leven. Vandaar dat onze tafeltekst begint met de uitroep: Zalig!

Zalig klinkt heel erg ouderwets. Als het nog gebruikt wordt dan heeft het woord de betekenis van: verrukkelijk, lekker, heerlijk. Maar in Bijbelse zin betekent het: gelukkig, in de zin van: ‘voorspoedig’. Nu weer terug naar de tafeltekst. Vrij vertaald zouden we kunnen neerschrijven: Voorspoedig zijn degenen, die de wil van God van harte doen. Hij die de bevoegdheid heeft om over hen te beslissen zal hen, die verlangen naar Zijn komst, wakende aantreffen.

Eigenlijk zijn we nog niet klaar met onze zo korte en bondige tafeltekst. Want graag willen we nog de onderstreepte woorden beschrijven. Eerst het woord ‘komst’. Naast de gewone betekenis van ‘komen’ heeft het een nog rijkere inhoud als we denken aan de vertaling hiervan als: te voorschijn komen, zich tonen. Degenen die naar Hem uitzien zeggen niet: ‘Daar komt ie an!’ Nee, ze zullen verrukt zijn van Zijn verschijnen! En die vreugde kan er alleen maar zijn als degenen die naar Hem uitzien ‘wakende’ zijn. Dit waken betekent: zorgvuldige aandacht schenken aan, zodat niemand een plotselinge ramp overkomt door nalatigheid of luiheid. Zo staat het in het woordenboek.

En zo moet het bij ons zijn: Als Hij zich openbaart, kunnen we alleen van harte verrukt en vrolijk zijn, als we, tot op dat ogenblik, heel zorgvuldig, zonder nalatigheid of luiheid, met elkaar zijn omgegaan…

Dan zullen we voorspoedig zijn, als de Heer bij Zijn komst ons zó zal aantreffen. Ons zó zal ‘herkennen’ betekent dat!

Bijbeltekst week 2019 – 21

Wees niet bevreesd, gij klein kuddeke! Want het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te geven.

Lukas 12:32

Het is voor ons, Hollanders, een voorrecht dat de meesten van ons wel eens een schaapherder met z’n kudde over de heide hebben zien zwalken. Maar toch missen we vaak precies datgene wat zo belangrijk is, om te verstaan waarom de Gemeente van Christus in de Bijbel vaak met een kudde schapen wordt vergeleken.

Schapen zijn heel volgzame dieren, erg afhankelijk van de herder . . . Maar ook voor schapen is het belangrijk, dat zij een vertrouwde relatie met de herder hebben, want, zo vertelt Jezus ons: …; maar een vreemde zullen zij voorzeker niet volgen, doch zij zullen van hem weglopen, omdat zij de stem der vreemden niet kennen. (Johannes 10:5).

Als Jezus, hier in onze tafeltekst, spreekt van ‘gij klein kuddeke’, dan heeft Hij het dus tegen mensen, die Zijn stem weten te herkennen, omdat zij hebben leren luisteren naar Zijn stem: Mijn schapen horen naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij, … (Johannes 10:27).

Het kleine kuddeke van Jezus bestaat dus niet uit mensen, die wel geloven dat Jezus voor de zonde van de hele wereld gestorven is: …; en Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld (1Johannes 2:2). Nee, als Jezus het heeft over ‘gij klein kuddeke’, dan spreekt hij tot mensen, die door te luisteren naar Zijn stem, Hem herkennen te midden van alle, misschien wel nog zo vrome, geluiden die te horen zijn in deze wereld. Dit kan alleen als we ons laten leiden door Zijn Geest, die Jezus ons beloofd heeft tijdens zijn afscheidswoorden: Maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt. (Hand.1:8)

En dat dit kuddeke in het laatste uur maar heel klein zal zijn, heeft Jezus destijds al voorzien: Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde (Lukas 18:8)?

Waar we, door vele beproevingen heen, leren om weer naar Zijn stem te luisteren, daar gaan we beseffen tot Zijn klein kuddeke te behoren. Maar, al is dat kuddeke nog zo klein, tegen deze ‘schapen‘ zegt Jezus dus: Wees niet bevreesd, gij klein kuddeke! Dit ‘bevreesd’ zijn houdt in: bang, angstig zijn, door schrik bevangen zijn, bang zijn om (d.w.z. aarzelen) iets te doen (uit vrees voor schade). De profeet Daniël zegt: …, maar het volk dat zijn God kent, zal sterk zijn en daden doen (Daniël 11:32).

Wonderlijk is het toch eigenlijk, dat dit ‘kleine kuddeke’ en ‘het volk dat zijn God kent’ dezelfde mensen zijn. Want Daniël heeft het niet over mensen die veel kennis vergaard hebben over God, maar over mensen, die leerlingen van de Allerhoogste willen zijn, door te luisteren naar Zijn Stem. Jezus zegt in onze tafeltekst ongeveer hetzelfde als Daniël, namelijk dat, aan allen die naar Zijn Stem leren luisteren, Zijn Koninkrijk is toevertrouwd en dus dat zij – in alle zwakheid – sterk zullen zijn en daden doen …

Bijbeltekst week 2019 – 20

Het is beter bij de HERE te schuilen dan op mensen te vertrouwen;  het is beter bij de HERE te schuilen dan op edelen te vertrouwen.

Psalm 118:8,9

De tafeltekst voor de komende week begint met: Het is beter. Voor het woord ‘beter’ staat een Hebreeuws woord dat ook in het Nederlands veel gebruikt wordt: ‘tof’. Meestal wordt dit woord vertaald met ‘goed’, maar als het gaat om iets verhoudingsgewijs uit te drukken wordt het vertaald met ‘beter . . . dan’. Maar ‘goed’ is eigenlijk te algemeen. Het wordt ook vertaald met ‘gelukkiger’: Prediker 4:3 …, en gelukkiger dan die allen [prees ik] degene, die er nog niet geweest is, die nog niet heeft aanschouwd het boze werk dat onder de zon geschiedt.

Een andere vertaling van dit woord vinden we in Jeremia 29:10Want zo zegt de HERE: Neen, als voor Babel zeventig jaren voorbij zullen zijn, dan zal Ik naar u omzien en mijn heilrijk woord aan u in vervulling doen gaan door u naar deze plaats terug te brengen. En weer ergens anders, in Hooglied 1:2 Want kostelijker dan wijn is uw liefde,…  Het woordje ‘tof’ is dus meer dan ‘goed’: gelukkig, heilrijk en kostelijk!

We zouden (zonder de vergelijking te gebruiken met de grote dwaasheid om op mensen te vertrouwen), eenvoudig kunnen zeggen dat er staat: het is gelukkig, heilrijk, kostelijk om bij de HERE te schuilen. Ja, en dan nog even opletten dat HERE met hoofdletters staat geschreven. In de grondtekst staat hier dus de Naam van God! Bij God schuilen betekent ook: je toevlucht vinden bij. Dat is iets mooier.

Dit is geen passief schuilen, als onder een van de vele bomen tegen de regen. Want er is pas sprake van toevlucht vinden, als je er ook naar gezocht hebt. Het is dan een gelukkig resultaat na een ongelukkige situatie…  En in de werkwoordsvorm die hier gebruikt wordt, zit ook de betekenis van: je vertrouwen stellen op. Dat is dus nog meer dan: je toevlucht vinden bij. Ja, dan is er echt rust en gerustheid gekomen: Bij God ben ik veilig!

In het negende vers komt een versterking van het achtste vers. Daar stond immers dat we niet op mensen moeten vertrouwen. Maar misschien dachten we nog dat er uitzonderingen mogelijk waren… Het negende vers geeft hier een schokkende duidelijkheid: zelfs degenen die wij ‘edelen’ noemen, zijn niet te vertrouwen, zoals de HERE te vertrouwen is. Het woord ‘edelen’ is afgeleid van ‘edel’, in de zin van: vrijwillig zich aanbieden, zich bereid verklaren. Onze tafeltekst vertelt ons, dat het veel gelukkiger is om bij de HERE te schuilen, dan je toevlucht te nemen tot mensen die zich spontaan aanbieden om je te hulp te komen…

Dat ‘beter dan’ wijst dus op een tegenstelling. Voor ons houdt dit in, dat je ook bij God moet blijven schuilen als je omringd wordt door mensen die je graag een dienst willen bewijzen, mensen die sociaal, zelfs christelijk, over je bewogen zijn.  Eigenlijk moet je dan juist bij God schuilen, want anders dreigt daar het grote gevaar dat je je aan de hulp van ‘lieve’ mensen liever toevertrouwt, dan aan God, omdat je toevlucht vinden bij God, altijd betekent: sterven aan het: ‘ikke zelf doen’.

Bijbeltekst week 2019 – 19

Want Ik, de HERE, uw God, grijp uw rechterhand vast; die tot u zeg: Vrees niet, Ik help u.

Jesaja 41:13

De tafeltekst voor deze week begint met ‘want’. Om de tekst op de juiste manier te begrijpen, is het goed om te lezen waar dat ‘want’ op slaat: 10.  Vrees niet, want Ik ben met u; zie niet angstig rond, want Ik ben uw God. Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met mijn heilrijke rechterhand. 11.  Zie, allen die tegen u in woede ontstoken zijn, staan beschaamd en worden te schande; de mannen die u bestrijden, worden als niets en komen om; 12.  gij zult hen zoeken, maar niet vinden, de mannen die u bestoken; zij worden als niets, ja vernietigd, de mannen die tegen u oorlog voeren. Het 10e vers komt heel erg overeen met onze tafeltekst. In vers 10 staat: Vrees niet, want Ik ben met u . . .  Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met mijn heilrijke rechterhand. En in vers 13 staat: Vrees niet, Ik help u.

Er is wel veel reden om te vrezen: er zijn mensen in woede tegen ons ontstoken en zij bestrijden ons, zij bestoken ons en voeren zelfs oorlog tegen ons…  Je zou je kunnen afvragen of deze tekst wel past bij onze leefsituatie. Immers we worden toch wel redelijk aanvaard door onze omgeving en als iemand eens boos op ons is, hebben we het er ook wel (een beetje) naar gemaakt. Je zou je natuurlijk ook, omgekeerd, kunnen afvragen of ons leven wel echt bij onze tafeltekst past!

Als ons leven te vergelijken is met dat van een kameleon, als we ons in alle situaties aanpassen in een ijverige poging om het Schriftwoord in ons leven zelf te vervullen:  (Rom. 12:18Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, vrede met alle mensen, ja, dan is de tafeltekst van deze week voor ons niet van toepassing. En zal ook nooit van toepassing worden, tenzij we tot het punt komen dat niet meer onze eigen-liefde de vervulling van welk Schriftwoord dan ook zal bepalen, maar de liefde van Christus, die naar alle mensen, dus ook naar de mensen in onze eigen omgeving, uitgaat. Dan is er niet langer vrees voor onze naasten, dat ze ‘in woede zullen ontstoken raken’, omdat de liefde van Christus zo duidelijk van ons naar hen toe uitstraalt. Dan groeit er een totaal andere vrees in ons: de vrees dat wij zo te kort schieten in de liefde van Christus, dat onze naasten daardoor misschien voor eeuwig verloren zullen gaan! Maar zelfs als die vrees zou gaan groeien, zou de tafeltekst voor deze week nog niet van toepassing zijn op ons leven.

Nee, pas als we echt niet meer in de liefde van Christus voor onze naasten te kort schieten, maar, in tegendeel, Zijn licht van ons gaat uitstralen in alle eenvoud en duidelijkheid, dan zal de haat van deze wereld – waarvan Jezus spreekt, maar die ons in de praktijk van ons leven nog zo weinig raakt –  wel eens tot ontplooiing kunnen gaan komen: Indien de wereld u haat, weet dan, dat zij Mij eer dan u gehaat heeft. (Joh.15:18) . Ja, dan rijst er bij ons opnieuw een vraag: Kunnen we deze tafeltekst dan maar beter niet gebruiken? Wat zijn we toch goed in het ‘onszelf afvragen’.

Maar als we het niet meer ‘onszelf’ afvragen, maar God gaan vragen, dan beseffen we dat ook deze Bijbeltekst ‘Brood voor ons Hart’ mag zijn. Dan roept deze tekst ons bij iedere maaltijd een week lang op, om tot een werkelijke levensheiliging te geraken, zodat we deze tekst niet meer willen ‘doorstrepen’ maar ‘onderstrepen’. Want pas als we eenvoudig en in waarheid onze plaats gaan innemen in deze wereld, zullen we gaan delen in de liefde van Christus én in Zijn nood: onze Heiland,  die wil, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen.

Alleen in die – van ons af-levende nood – kunnen we eventueel in zo’n nood komen, dat we de tafeltekst van deze week brood-nodig zullen hebben. Want pas in die nood zullen we Gods nabijheid echt beleven en zullen Zijn Woorden ons echt aanspreken: Vrees niet, want Ik ben met u; zie niet angstig rond, want Ik ben uw God. Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met mijn heilrijke rechterhand. 11.  Zie, allen die tegen u in woede ontstoken zijn, staan beschaamd en worden te schande; de mannen die u bestrijden, worden als niets en komen om; 12.  gij zult hen zoeken, maar niet vinden, de mannen die u bestoken; zij worden als niets, ja vernietigd, de mannen die tegen u oorlog voeren. 13.  Want Ik, de HERE, uw God, grijp uw rechterhand vast; die tot u zeg: Vrees niet, Ik help u.

Bijbeltekst week 2019 – 18

In U wil ik mij verheugen en juichen, uw naam psalmzingen, o Allerhoogste.                                                                                                        

Psalm 9:3

De tafeltekst voor deze week begint met iets heel belangrijks: In U. Wat doen we vaak ons best om vrolijk te zijn, of althans in ieder geval vrolijk te lijken . . . De wereld om ons heen biedt van alles aan om ons op te vrolijken. Natuurlijk: het kost altijd wel het één en ander. Geheel gratis is het aanbod om verdrietig en uitzichtloos te zijn. Het leven – zonder God – geeft genoeg redenen daarvoor: het mensdom is heel intens bezig met de ondergang van het menselijk bestaan.

In deze Psalm van David wordt ons een hele andere weg gewezen om ons te verheugen en te juichen. Een weg, die door God voor ons is bereid van vóór de grondlegging der wereld, van voordat de mens geschapen werd . . .  En dat wordt hier dus heel eenvoudig en kortweg aangegeven door de twee woordjes: in U. Koning David spreekt hier geen dogma, geen stelling uit, maar hij spreekt hier van een fundamentele beslissing in zijn leven om anders te zijn dan de wereld om hem heen. Hij doet dit vanuit het besef dat hij koning is geworden van het volk Israël. Het volk dat God uit deze wereld geroepen heeft om Zijn volk te zijn, als een getuigenis in deze wereld van hoe God de mens bedoelde, toen Hij hem schiep, hier op aarde.

Vele jaren hierna heeft de profeet Jeremia ook gesproken van deze keuze: Ik heb niet gezeten in een kring van lachers, om uitgelaten te zijn;… (Jeremia 15:17). Het aanbod van deze wereld om – tegen betaling van het één en ander – uitgelaten te kunnen zijn, is er eigenlijk alleen voor de mensen, die met de rug naar God toe staan. Want wie z’n leven aan God heeft gewijd kent de diepe en, zo van de macht van de wereldgeesten, bevrijdende keuze om de ware levensvreugde alleen bij de echte Bron van het leven te zoeken: In U wil ik mij verheugen en juichen. Deze bevrijdende keuze is niet slechts een mooie gedachte, maar een daad, die de basis van ons leven zal bepalen: In U.

Koning David heeft deze Psalm geschreven en aan de koorleider van de Tempel opgedragen dit lied te laten zingen als een verkondiging, een boodschap van God voor Zijn volk. De apostel Paulus zegt, vele duizenden jaren later: Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede’. (Rom. 12:21). Als we deze woorden op onze tafeltekst betrekken, dan is het kwade: de opvrolijking van ons dorre bestaan zoeken in het aanbod van deze wereld. En het goede is dan: In U wil ik mij verheugen en juichen.

De keuze voor het kwade is niet moeilijk; Paulus zegt, dat dit vanzelf gaat: je laten overwinnen. De keuze voor het goede is een daad, in de praktijk van elke dag: overwin. Laten we weigeren om onze naargeestigheid en verveling ooit nog op te lossen door onze portemonnee te trekken voor het nooit werkelijk bevrijdende, bevredigende aanbod van deze wereld, om eens even lekker uit ons dak te gaan. Maar laat het deze week tot ons doordringen, bij het oplezen van de tafeltekst, dat het in ons leven gaat om een heldere, radicale keuze: onze levensvreugde alleen in Hem te zoeken.

In U wil ik mij verheugen en juichen, uw naam psalmzingen, o Allerhoogste.

Bijbeltekst week 2019 – 17

Gij komt hem tegemoet, die met vreugde gerechtigheid doet, hun die op Uw wegen aan U denken.

Jesaja 64:5

De tekst die deze week aan de beurt is, is een heel vrolijke tekst, met vaart… Allereerst even iets over het werkwoord ‘tegemoet komen’. Bij ons betekent dit werkwoord ‘tegemoet komen’ vaak zo iets als; een compromis sluiten: ik zal je tegemoet komen… De betekenis in onze tafeltekst is het tegenovergestelde hiervan. Het betekent zoiets als: zich voegen bij, ontmoeten, of zelfs: voorbede doen voor. God zal Zich dus voegen bij en voorbede doen voor degenen die, waar ze ook zijn of wat ze ook doen, aan Hem denken.

Maar nu lijkt het of we een stap te ver gaan, want er staat niet: op hun wegen, maar uitdrukkelijk: op Uw wegen. Die intieme, vertrouwelijke omgang met God ervaren we dus alleen als we op Zijn wegen wandelen. Maar – en dan moeten we denken aan het Schriftwoord uit Spreuken 3:6  Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken – , als wij in al ons doen en laten dus naar Hem vragen, ja dan komt Hij ons tegemoet, dan voegt Hij Zich bij ons, zoals Jezus Zich bij de Emmaüsgangers voegde, na Zijn opstanding. En het geschiedde, terwijl zij daarover spraken en van gedachten wisselden, dat Jezus zelf bij hen kwam en met hen medeging. (Lukas 24:15). En dat: ‘Zich bij ons voegen’ is niet een meelopen in de optocht, maar een volkomen betrokken zijn. Dat is juist de diepste betekenis van dit Hebreeuwse werkwoord!

Verder moet het ook tot ons doordringen dat het werkwoord ‘denken’ in het laatste gedeelte van onze tafeltekst, heel wat meer inhoudt dan ‘gedachten hebben over’ of zoiets. Het betekent veel meer: gedenken, rekening houden met, zoals het staat in Ezechiël 3:20 …, en met de gerechte daden die hij gedaan heeft, zal geen rekening gehouden worden;… Dit werkwoord ‘denken’ heeft ook de betekenis van: belijden, zoals in Jozua 23:7 . . ., de naam van hun goden niet belijdt

En nu nog even het tussenzinnetje: …, die met vreugde gerechtigheid doet,… Gerechtigheid doen is ook heel iets anders dan wat wij er meestal van maken! Het heeft de betekenis van: eenvoudig en zuiver zijn; naar de wil van God vragend. Samenvattend betekent dit eenvoudigweg: doen wat goed is. En dan niet omdat het zo hoort, maar omdat je het niet laten kunt. Dit is verwoord met de woorden: met vreugde, ofwel: jubelend, zingend tot eer van God . . .

Wat een lichtvoetige, vrolijke tafeltekst voor deze week. Als we van harte deze woorden uitspreken voor we gaan eten, dan hoeven we elkaar niet eens het: ‘Eet smakelijk’ toe te wensen, want reken maar dat, zelfs de meest eenvoudige maaltijd ons dan smaken zal.

Bijbeltekst week 2019 – 16

Nu gij Christus Jezus, de Here, aanvaard hebt, wandelt in Hem.

Kolossenzen 2:6

De tafeltekst voor deze week willen we graag gebruiken als voorbereiding voor het komende paasfeest. In dit feest vieren we dat Jezus uit de doden is opgestaan. Maar er is in deze viering geen kracht, als we Hem niet in ons dagelijks leven aanvaarden als onze Heer; degene die het voor het zeggen heeft in ons leven. Jezus Christus, de Messias, de Beloofde, die God al aan Adam en Eva beloofd heeft.

Onze tafeltekst begint met het woordje ‘Nu’. Dit woord kan ook vertaald worden met: ‘Aangezien’. Het eerste gedeelte van de tekst veronderstelt een feit. De apostel Paulus spreekt hier dus tegen mensen die Jezus als Here aanvaard hebben. Wat houdt dit in? Het gaat hier om mensen, die aanvaard hebben dat Jezus van Nazareth hun Here is. Het werkwoord ‘aanvaarden’ heeft zo veel betekenissen, dat het daarom goed is om te verstaan wat de betekenis hiervan in onze tafeltekst is. Het Griekse woordenboek zegt dat ‘aanvaarden’ betekent: aanvaarden of erkennen dat iemand is wat hij zegt te zijn.

Jezus heeft in Zijn leven hier op aarde getoond dat Hij de Christus is, doordat Hij de tekenen van de Christus, die de profeten hadden genoemd, volbracht heeft: Toen dan de mensen zagen, welk teken Hij verricht had, zeiden zij: Deze is waarlijk de profeet, die in de wereld komen zou (Joh.6:14). Maar het is niet genoeg dat wij alleen geloven dat Jezus de Messias is, door de tekenen die Hij verricht heeft. Dat doen de duivel en de boze geesten immers ook: ….(maar) dat geloven de boze geesten ook en zij sidderen (Jak. 2:19). Het onderscheid tussen de kinderen van de duisternis en de kinderen van het licht is, dat de kinderen van het licht niet alleen aanvaarden dat Jezus de Christus is, maar Hem daarom ook aanvaarden als Here!

Het mooie van het werkwoord ‘aanvaarden’ is, dat het niet alleen betekent: aanvaarden of erkennen dat Jezus is wat Hij zegt te zijn. Want dit werkwoord is afgeleid van een ander werkwoord dat de betekenis heeft van: iemand aan zich verbinden als metgezel. Het werkwoord ‘aanvaarden’ geeft in de tafeltekst dus aan dat we niet alleen erkennen dat Jezus werkelijk de Messias, de Verlosser is, maar dat we Hem daarom ook aanvaarden als onze Metgezel, onze Levenspartner, als iemand die we betrekken in alles van ons leven. . . Maar in de ogen van Paulus is dat nog niet voldoende. Hij zegt tegen de gemeente te Kolosse: aangezien jullie geloven dat Jezus inderdaad jullie Verlosser is en Hem daarom wilt kennen in alle aspecten van jullie leven . . ., wandelt dan ook in Hem.

‘Wandelen’ betekent in het Joodse denken: leven. En dan gaat het hierbij niet om het eeuwige leven, maar het dagelijks leven hier op aarde, de belevingen van iedere dag. Paulus maakt dit heel duidelijk in de tweede brief aan de gemeente te Korinthe: Want al leven wij in het vlees (hier op aarde), wij trekken niet ten strijde naar het vlees, want de wapenen van onze veldtocht zijn niet vleselijk, maar krachtig voor God … (2 Kor. 10:3,4). Wat zou het heerlijk zijn als we bij het lezen van deze tafeltekst gaan verstaan, dat Jezus niet alleen voor de vergeving van onze zonden is gestorven aan het Kruis van Golgotha, om ons daardoor het eeuwige leven te schenken, maar dat Hij is opgestaan uit de doden om met ons te zijn, ons aardse leven lang. Als Metgezel, als Levenspartner, om ons tijdens ons aardse leven te leren leven als Hemelburgers, als vreemdelingen op aarde, tot een getuigenis voor alle mensen om ons heen.

Dan mogen we elke dag vieren dat Jezus gezegd heeft: En zie, Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld. (Matt. 28:20) Zo wordt ieder paasfeest dan altijd weer opnieuw een aansporing om het avontuur van het leven met Hem aan te gaan, totdat Hij terugkomt op aarde. Als hulp om deze tafeltekst beter te verstaan, hier nog een vrije vertaling:

Aangezien jullie Jezus als de Christus in jullie leven hebt opgenomen als jullie Levensgezel, laat jullie leven dan ook in alles door Hem bepalen.

Bijbeltekst week 2019 – 15

Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem, die Hij gezonden heeft.

Johannes 6:29

De tafeltekst is het laatste gedeelte van vers 29. In het eerste gedeelte staat: Jezus antwoordde en zeide tot hen:… De woorden van Jezus (uit vers 29) zijn een antwoord op een vraag die de schare aan Hem gesteld had. Zij zeiden dan tot Hem: Wat moeten wij doen, opdat wij de werken Gods mogen werken? (Vers 28). Deze tafeltekst is dus een antwoord op de vraag die ook wij mogen stellen: Wat moeten wij doen, opdat wij de werken Gods mogen werken?

Het zal overigens wel een verrassend antwoord van Jezus geweest zijn! Want de Joden die deze vraag stelden wilden aan de slag, wilden iets doen, om het eeuwige leven te beërven. Want zij stelden deze vraag naar aanleiding van de woorden van Jezus: (vs.27) Werkt niet om de spijs, die vergaat, maar om de spijs, die blijft tot in het eeuwige leven, welke de Zoon des mensen u geven zal; want op Hem heeft God, de Vader, zijn zegel gedrukt. De vraag van de toehoorders van Jezus was dus eigenlijk: welk werk moeten wij werken om de spijs die blijft tot in het eeuwige leven?

Het woord ‘spijs’ heeft in de christelijke gemeente een eigen betekenis gekregen: het voedsel van de ziel, dat wat de ziel verfrist, dan wel voedt en onderhoudt. Maar de mensen die om de spijs vroegen die blijft tot in het eeuwige leven, hadden zojuist van de broden gegeten tijdens de ‘wonderbare spijziging’. Het waren arme mensen, die graag de zorg voor het dagelijkse leven voor hen en hun kinderen kwijt wilden. Zij zochten Jezus omdat, zoals Jezus het zei: gij van de broden gegeten hebt en verzadigd zijt (vs.26). Jezus veroordeelt deze mensen niet, maar vertelt hun dat Hij gezonden is, niet om in eerste instantie ons van ons dagelijks brood te voorzien, maar om onze ziel tot in eeuwigheid te voeden met de ware spijs.

Het gaat er om dat wij, tijdens het oplezen van deze tekst, terwijl wij ons dagelijks brood genieten, gaan beseffen dat wij zullen werken om een spijs, die blijft tot in het eeuwige leven. Het werkwoord ‘werken’ staat hier in een bepaalde vorm, waardoor het meer de betekenis krijgt van: bezig zijn met, tot stand brengen. Het antwoord op de gestelde vraag is dus zoiets als: wees nu niet zo bezig met de zorg van elke dag, maar wees bezig met datgene wat je ziel nodig heeft: geloven in Hem, die God gezonden heeft.

‘Geloven’ staat voor: je vertrouwen stellen in iemand. Dit is weer afgeleid van een ander werkwoord dat de betekenis heeft van: 1) vrienden maken, iemands gunst winnen, maar ook: 2) zich laten overtuigen. Geloven betekent dus: bezig zijn om Jezus tot je vriend te maken, Zijn gunst te winnen, waardoor je Hem zo leert kennen, dat je je door Hem laat overtuigen, die God tot ons ‘gezonden’ heeft.

We zullen deze korte tekst nu even wat uitgebreider vertalen: Dit is hetgeen waar God wil dat je mee bezig bent, dat je Jezus, die God volgens afspraak naar de aarde gezonden heeft, tot vriend maakt zodat je Hem leert kennen en je aan Hem gaat toevertrouwen en dan hierbij aansluitend de vertaling van vers 27: zodat je ziel verfrist en onderhouden wordt tot in het eeuwige leven toe.

Bijbeltekst week 2019 – 14

Vreest niet, want God is gekomen om u op de proef te stellen, en opdat er vrees voor Hem over u kome, dat gij niet zondigt.

Exodus 20:20

Bijna 70 keer staat in de Bijbel (O.T) dat God de mens tegemoet komt met: ‘Vrees niet’. Het Hebreeuwse werkwoord heeft vaak een tegengestelde betekenis. Het betekent: ‘vrezen, bang zijn voor’, maar vaak heeft het ook een andere betekenis, zoals ‘eren’ (Richt. 6:10) of ‘met ontzag vervuld zijn’ (1 Kon.3:28).

Twee keer komt dit werkwoord in onze tafeltekst van de komende week voor; ‘Vreest niet’ en dan betekent het inderdaad: weest niet bang. Maar in het tweede gedeelte heeft het de betekenis van ‘met ontzag vervuld zijn, vereren’. Als we bang zijn voor God, dan proberen we Hem te ontlopen. Maar als we met ontzag vervuld zijn, dan willen we Hem kennen in al onze wegen, opdat Hij onze paden recht zal maken: Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken. (Spr.3:6) Als we vervuld worden met een diep ontzag voor God, dan leren we Hem kennen, zoals Hij werkelijk is. Dan worden we verlost van al onze eigen ‘godsbeelden’. Vol verwondering en geluk buigen we dan voor Hem: vertrouwen we ons aan Hem toe. En gaan we Hem liefhebben, boven alles. In het schuilen bij Hem, heeft de boze geen vat op ons: Wij weten, dat een ieder, die uit God geboren is, niet zondigt; want Hij, die uit God geboren werd, bewaart hem, en de boze heeft geen vat op hem. (1 Joh.5:18) Maar geen mens kán bij God schuilen zonder gereinigd te zijn van de zondelast, d.w.z. van de vijandschap tegen God!

En het is niet genoeg om te geloven dat Jezus is gestorven, opdat deze vijandschap doorbroken zou worden, want dat doen de boze geesten ook: Gij gelooft, dat God één is? Daaraan doet gij wél, [maar] dat geloven de boze geesten ook en zij sidderen. (Jak.2:19)  Nee, het is onmogelijk om bij God te schuilen tenzij wij een ‘nieuwe schepping’ zijn: een wedergeboren mens. Daar valt de diepe scheiding tussen mensen die het ‘wel geloven’ en de mensen die werkelijk ‘leven’.

In onze tafeltekst staat dat God ‘gekomen’ is, dit betekent, dat God ons ‘opgezocht’ heeft, dat God is ‘neergedaald’ tot ons, verloren mensen, om ons uit te redden. Dat wijst naar de komst van Jezus Christus. Uit die hoop hebben Adam en Eva al geleefd en met hen al de mensen van de ‘heilige lijn’, die in het Oude Testament van de Bijbel beschreven staat. Daar mogen ook wij uit leven, door het geloof dat de Christus gekomen is. En dus niet alleen door te geloven, maar door te leven uit de werkelijkheid van de verlossing. Dan kunnen we, ieder moment van de dag, onze toevlucht zoeken bij Hem, die ons tegemoet is gekomen, Jezus Christus, die ons bij de Vader brengt: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij. (Joh.14:6)

Als door de dagelijkse wandel met Jezus de eerste vrees (bang zijn voor God) verdwenen is, schuilen we als onbevangen kinderen bij Vader, die ons onderwijst en ons de weg wijst, waar we dan niet meer van kunnen afdwalen. Want door ‘beproevingen’ heen leert Hij ons bij Hem te blijven schuilen, zodat de boze geen vat op ons heeft. Dan blijkt het heel duidelijk dat Hijzelf alleen de garantie voor ons leven is dat wij ‘niet zondigen’: niet meer van het doel en de zin van het Leven af te leiden zijn. Dit betekent dat Hijzelf het is die ons, door beproevingen heen, leert om voor tijd en eeuwigheid aan Hem ‘verkleefd’ te zijn en te blijven: Mijn ziel is aan U verkleefd, uw rechterhand houdt mij vast. (Ps. 63:9)

 Voor de duidelijkheid nu nog een vrije vertaling van onze tafeltekst: ‘Wees niet bang, want God is tot ons neergedaald om ons betrouwbaar te maken (in de wandel met Hem), zodat er een kinderlijk ontzag voor Hem over ons komt, zodat wij, aan Hem verkleefd, nooit meer van het Levenspad zullen afdwalen’.

Abonneer je op de weektekst

Voer je e-mailadres in om wekelijks de bijbeltekst te ontvangen.

Voeg je bij 77 andere abonnees

Archief