Wekelijkse bijbeltekst

Bijbeltekst week 2020 – 14 (voorbereiding voor Pasen)

Voorbereiding voor Pasen

Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is.

Filippenzen 2:5,6 en 7

In deze voorbereidingstijd naar Pasen toe, staan we stil bij een tekst uit de brief van Paulus aan de gemeente te Filippi; een tekst over de gezindheid van Jezus.

Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was’.

Wat is het een indrukwekkende uitnodiging voor ons allemaal om in de voetstappen van onze Heer te mogen gaan. Zijn als Hij in deze wereld, zoals de apostel Johannes het ons zegt: Hierin is de liefde bij ons volmaakt geworden, dat wij vrijmoedigheid hebben op de dag des oordeels, want gelijk Hij is, zijn ook wij in deze wereld (1 Joh.4:17).

Ja, onze tafeltekst roept ons op om in de gezindheid van een volmaakte liefde, in deze wereld, te leven voor alle mensen om ons heen. God wil dat alle mensen behouden worden zegt de Schrift: God, onze Heiland, die wil, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen (1 Tim. 2:3,4).

Als wij God gaan lief krijgen met heel ons hart en met heel onze ziel en met geheel onze kracht, zoals Mozes het volk Israël leerde (Deut. 6:5), dan kunnen we het niet langer verdragen dat onze naasten geen deel hebben aan de behoudenis die in Christus is. Trouwens, dat is toch ook de centrale boodschap van Christus opstanding?

Niet hoog verheven, maar de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, . . .

Dat beeldt die wonderlijke gezindheid op zo’n schitterende wijze uit. Als de rijke inhoud van onze tafeltekst tot ons gaat doordringen, dan wordt het Paasfeest dit jaar een feest van ‘leven uit de dood’, een feest waarin deze goddelijke gezindheid gestalte mag gaan krijgen in ons leven. Hierdoor gaat ons leven werkelijk vruchtdragend worden voor Zijn komende Rijk.

En als we ons daadwerkelijk laten bepalen door deze Bijbeltekst, over de gezindheid van Jezus, kan het wonder gaan gebeuren dat we niet langer zelfgenoegzaam verder kunnen leven. En dat we ons wakker laten schudden en gaan roepen tot God om ontferming en verlossing van onze eigen manier van denken en leven. Dan gaan we echt vragen om een  ‘hervorming’ van ons denken. Een denken, verlost van de macht van de ‘wereldgeesten’, bepaald door de Geest der Waarheid, waarvan Jezus zegt: doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen (Joh.16:13).

Door Gods Geest gericht op Zijn toekomst, zullen we dan … de waarheid gaan verstaan, en de waarheid zal ons vrijmaken (Joh.8:32). Wat mogen we ernaar uitzien om, ook in deze  tijd, waarin alle aardse zekerheden wegvallen, ons te laten vormen tot dat ‘normale’ geloofsleven, waarin Jezus ons is voorgegaan en waar onze tafeltekst zo onomwonden over spreekt.

Bijbeltekst week 2020 – 13

HERE, des morgens hoort Gij mijn stem, des morgens leg ik het U voor, en zie uit.

Psalm 5:4

Wie denkt dat de tafeltekst van deze week een uitdrukking is van een verlangen om de dag altijd met God te beginnen, moet maar eerst de hele psalm aandachtig lezen. David is in nood, hij kan ‘s nachts niet slapen. Het is zoals het in de volgende psalm staat:

Psalm 6:7  Ik ben afgemat van mijn zuchten; elke nacht doorweek ik mijn sponde, doe ik mijn bed van tranen vloeien.

Maar David steekt zijn nood niet onder stoelen of banken; hij beschrijft zijn nood in een lied en geeft de opdracht aan het hele volk om dit lied, deze psalm voor Gods aangezicht biddend te zingen:

Psalm 5:1  Voor de koorleider. Bij fluitspel. Een psalm van David.

Wat de nood van David is staat duidelijk beschreven in deze verdere psalm:

  • 5:  Want Gij zijt geen God, aan wie goddeloosheid behaagt, geen boze zal bij U vertoeven;
  • 6:  de verdwaasden houden geen stand voor uw ogen, Gij haat alle bedrijvers van ongerechtigheid;
  • 7:  Gij richt te gronde de leugensprekers, de HERE verafschuwt de man van bloed en bedrog.

David weet wat de gezindheid is van de wereld die hem omringt, maar hij weet ook wat er gebeurt als God zich over de mens ontfermt:

  • 8:  Maar ik zal, dank zij uw grote goedertierenheid, uw huis binnengaan, mij neder buigen naar uw heilige tempel in vreze voor U.
  • 9:  HERE, leid mij door uw gerechtigheid om mijner belagers wil; effen uw weg voor mijn aangezicht.

David heeft de nood van de wereld om zich heen voor ogen als hij onze (tafel)tekst uitspreekt voor Gods aangezicht. Als wij bereid zijn om gedurende deze week in dezelfde gezindheid deze woorden voor Gods aangezicht uit te spreken, zal ons oog meer dan ooit hoopvol, verwachtingsvol gericht zijn op wat God – misschien wel door ons heen – zal gaan doen in de wereld om ons heen.

Hij wil dat wij betrokken willen zijn bij Zijn handelen in de wereld om ons heen, met een priesterlijk en bereidvaardig hart. Daarom mag, niet alleen deze week, maar iedere dag van ons leven zó bepaald zijn door:

HERE, des morgens hoort Gij mijn stem, des morgens leg ik het U voor, en zie uit.

Bijbeltekst week 2020 – 12

Zo zegt de HERE: De wijze roeme niet op zijn wijsheid, en de sterke roeme niet op zijn kracht, de rijke roeme niet op zijn rijkdom, maar wie roemen wil, roeme hierin, dat hij verstaat en Mij kent.    

Jeremia 9: 23,24

De tekst van deze week begint met: Zo spreekt de HERE. Als we deze woorden goed willen verstaan, is het goed om de klemtoon te leggen op HERE. Dit houdt dan in dat God anders spreekt dan wíj gewend zijn te doen. Wij zouden zeggen: De wijze roeme in zijn wijsheid, etc..

Het werkwoord ‘roemen’ wordt ook wel gebruikt als ‘dwaas zijn’. Dat is ook wel begrijpelijk. Want we zien het mensdom steeds dwazer worden waar we roemen in en roemen op alles wat we zelf, zonder God, kunnen opbrengen: kennis, kracht en rijkdom. Hoe meer we daar op roemen, hoe dwazer we worden in de ogen van de overheden en machten in de hemelse gewesten . . .

Daarom zegt de HERE dan ook, dat we daar niet aan mee moeten doen. Maar als we dat niet doen, dan blijft er eigenlijk niets over wat waarde heeft in ons leven . . . tenzij we verder luisteren: maar wie roemen wil – wonderlijk dat dit ‘wil’ eigenlijk een uitnodiging is – hij roeme hierin dat hij verstaat . . . Het werkwoord ‘verstaan’ betekent hier eigenlijk: zicht hebben op, aanschouwen, gericht zijn op (daarom is bij deze tekst gekozen voor de Statenvertaling).

Als we deze week deze woorden als tafeltekst lezen en opzeggen, dan worden we uitgenodigd om te beseffen dat echt roemen, zonder dwaas te worden, pas ontstaat als we, in alles wat we doen, gericht zijn op God. Het is dus eigenlijk hetzelfde als: Hem kennen in al onze wegen. Salomo spreekt hierover: Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken.(Spreuken 3:6) En als we zo God betrokken weten in alles wat we doen en bedenken, dan gaan we de werkelijkheid van God leren kennen. Zo worden we echt verlost van al onze eigen ‘godsbeelden’.

Wanneer we gericht zijn op God, Hem bij ons weten, dan raken we vertrouwd met Hem. Maar echt vertrouwd met God zijn we pas, als we ons ook zelf door God laten kennen. Wat machtig dat in het Hebreeuws dan ook voor ‘kennen’ het werkwoord staat dat we het beste kunnen vertalen met ‘wederzijds gekend zijn’. Als we die vertrouwde omgang met God zoeken en leren kennen, dan gaan we in Hem roemen. En als we echt in Hem gaan roemen, meer en meer, ja, dan moeten we aanvaarden dat we ook steeds dwazer worden voor de wereld om ons heen, die dit geheimenis niet meer kent.

Zo zegt de HERE dus tegen ons, dat als wij gaan roemen in Hem, we steeds meer dwaze, maar gelukkige, vreemdelingen worden op aarde. ‘Huisgenoten Gods’ wordt dat in de bijbel genoemd: Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is.(Efeziërs 2:19, 20)

 

Bijbeltekst week 2020 – 11

Welzalig het volk dat de jubelroep kent, zij wandelen, HERE, in het licht van uw aanschijn; in uw naam juichen zij de ganse dag, en door uw gerechtigheid worden zij verhoogd.

Psalm 89:16 en 17

Wat een heerlijke tekst, deze week! Als je het met elkaar opzegt, dan jubelt en danst het in je hart. En het mag doordansen en jubelen, al de uren van de dag! Het woord ‘welzalig’ is ietwat ouderwets, past niet meer in ons taalgebruik. We kunnen het vertalen met: gelukkig of gezegend. Het is goed om te bedenken dat het woord ‘volk’ niet in de eerste plaats ‘natie’ betekent, maar zeker ook gewoon een groep mensen. En daarom betekent het verder: natie, krijgsvolk, bevolking.

En de ‘jubelroep’ is niet alleen maar feestgeroep, maar in het algemeen het geven van een teken; om op te trekken. Vandaar ook krijgsgeschreeuw, als sein om tot de aanval over te gaan. Het is verder het geluid van een naderende storm, wat je waakzaam maakt. Als het een vreugdekreet is (op godsdienstige gronden), dan denken we aan een startsein, aan het elkaar mee nemen in de goede richting. De jubelroep is dus niet een gebeuren in een klein hoekje, maar dienstbaar aan de omgeving; een blij meenemen van de ander naar God toe.

Gelukkig, ja gezegend, zijn de mensen die het startsein weten te geven om God groot te maken. Heel praktisch gezien gaat het dus om mensen die gezegend genoemd worden, omdat ze de ander altijd weer mee weten te nemen naar het geluk van het ‘van Hem’ mogen zijn. Zulke mensen wandelen in het licht van Gods aanschijn.

Het werkwoord ‘wandelen’ heeft ook zo’n rijke betekenis. Het heeft niets te maken met een gezellig wandelingetje in de zonneschijn op zondagmiddag… Het betekent vooral: je laten meenemen om vertrouwd te raken met degene met wie je onderweg bent. Daarom ook: behoren tot het gevolg van God, behoren tot degenen die achter Hem aan gaan. Daardoor raken we bekend op Zijn wegen. Zeventien keer wordt dit werkwoord in de Bijbel eveneens vertaald met: gemeenschap hebben met…

Het woord ‘licht’ betekent vooral ochtendlicht, dus begin van de dag. Wat zijn wij gezegende, gelukkige mensen als we de dag beginnen met voor Zijn aanschijn te zijn. Dit houdt in, dat we bij het ontwaken ons bewust zijn dat we onder de hoede van Hem willen zijn, onder Zijn toezicht. Dit houdt dan meteen in dat we tot Zijn beschikking willen zijn; vragend opzien naar Hem om, Hem volgend, te gaan verstaan wat Hij voor ons bedoelt. Dan juichen we de hele dag, dus zonder ophouden.

‘Juichen’ betekent zoiets als jubelen, blij zijn, je verheugen. Dat is heel wat anders dan blij doen. De Bron van onze blijdschap mag zijn dat Christus onze Heer is; die de Naam boven alle naam ontvangen heeft, omdat Hij gehoorzaam is geweest tot de dood, ja, tot de dood aan het kruis (Fil 2:8,9). Bij ons heeft een naam niet zo veel waarde als in de Bijbel. Dat komt omdat ‘naam’ in de Bijbel iets weergeeft van het wezen van de persoon, eigenlijk de persoon zelf. Als een jood het heeft over de Naam, dan bedoelt hij daarmee, heel eerbiedig, God Zelf. Het woord naam betekent dan ook meer dan bij ons: faam, roem, aanzien. Ja, het wordt zelfs gebruikt voor een gedenkteken, een monument. Maar dan heel duidelijk niet voor een gebeuren, maar uitsluitend voor een persoon.

Gezegend en gelukkig zijn dus de mensen, die in alles erop gericht zijn om zich te verheugen in de grootheid van God, omdat zij in alles wat zij zien een gedenkteken zien van Gods grootheid. Zulke mensen worden door Gods gerechtigheid verhoogd: grootgebracht, opgevoed door de  rechtvaardiging, de redding die van God uitgaat. Het ons heel de dag verheugen in de grootheid van God, doet ons dan groeien in Zijn genade, Zijn ‘gein’. Gein heeft echt iets te maken met de twinkellichtjes in de ogen van God, die je opmerkt, als je leert, om bij alles wat je doet, naar Hem op te kijken, Hem te kennen op alle wegen die je gaat.

Bijbeltekst week 2020 – 10

En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus.                      

Filippenzen 4:7

Deze tekst is een sluitstuk van wat daarvoor geschreven staat:  Verblijdt u in de Here te allen tijde! Wederom zal ik zeggen: verblijdt u! Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend. De Here is nabij. Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. We hebben alle reden om ons in Hem te verblijden: we zijn schoon gewassen in het bloed van het Lam. Laten we ons dus verheugen in Hem en … onder alle omstandigheden. Dan leven we waardig en gelukkig en is er geen enkele reden meer – zo die er ooit was – om niet vriendelijk te zijn voor alle mensen.

Het woord ‘vriendelijkheid’ kan ook vertaald worden met ‘mildheid’. Dat past hier wel beter. Want waar wij dieper mogen gaan beseffen wat het is om alleen uit genade te leven, daar wordt ons hart mild voor alle mensen om ons heen, ook als die dit geheimenis van Gods genade nog niet hebben leren kennen… Onbezorgd en met een biddend hart mogen we dus altijd vooruit blikken. Onbevangen en gelukkig, mild en verwachtingsvol voor alle mensen om ons heen.

Deze gezindheid is voorwaarde waardoor onze tafeltekst in vervulling kan gaan: alle dagen van ons leven.

Vandaar dat onze tafeltekst begint met het woordje ‘en’.  Ja, dan zal de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, die dus niet te bevatten is, onze harten en onze gedachten ‘behoeden’. Dit werkwoord ‘behoeden’ betekent eigenlijk: gewapend bewaken, beschermen door te bewaken. De wapenen worden in de hierboven genoemde verzen genoemd. Maar al deze wapenen zijn pas krachtig, als we beseffen dat deze wapens er alleen maar zijn in het heel eenvoudig schuilen bij onze levende Here. Vandaar dat onze tafeltekst eindigt met dat waar het eigenlijk allemaal om gaat: in Christus Jezus!

Bijbeltekst week 2020 – 09

Jezus Christus, onze Here, gesproten uit het geslacht van David naar het vlees, naar de geest der heiligheid door zijn opstanding uit de doden verklaard Gods Zoon te zijn in kracht.  

Romeinen 1: 3,4

Wat een aanbidding spreekt er uit deze tekst! Jezus van Nazareth, zo getuigt Paulus, is de Christus, de Gezalfde des HEREN. Hij is de Beloofde, de Verlosser van de mens uit de zondeslavernij. Zoveel profeten hebben over Hem gesproken in de Oude Bedeling. Voor de gelovige Joden is het door alle eeuwen heen duidelijk geworden dat de Christus, de Gezalfde, voort zou komen uit het geslacht van David. En Paulus heeft in Jezus van Nazareth de beloofde Messias herkend, toen deze Zich aan hem openbaarde, onderweg naar Damascus: En terwijl hij daarheen op weg was, geschiedde het, toen hij Damascus naderde, dat hem plotseling licht uit de hemel omstraalde; en ter aarde gevallen, hoorde hij een stem tot zich zeggen: Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij? En hij zeide: Wie zijt Gij, Here? En Hij zeide: Ik ben Jezus, die gij vervolgt (Hand.9:3-5).

Jezus openbaarde Zich niet aan hem omdat Paulus Hem zocht; integendeel, hij vervolgde allen die in Jezus geloofden. Paulus is, na deze schokkende openbaring, niet te rade gegaan bij degenen die hij eerst vervolgde, nee, hij zocht de stilte in de woestijn van Arabië om daar door God zelf onderwezen te worden. Pas jaren later zocht hij de apostelen in Jeruzalem op: Daarna ging ik na verloop van veertien jaar weder naar Jeruzalem…en ik ging op grond van een openbaring. En ik legde hun het evangelie voor, dat ik onder de heidenen verkondig, afzonderlijk echter aan hen, die in aanzien waren, opdat ik niet vruchteloos liep of gelopen had (Galaten 2:1,2).

Wat kunnen overleveringen en leringen van mensen gevaarlijk zijn, tenzij zij heel nauwkeurig in overeenstemming zijn met het Woord van God: Marcus 7:9 Het gebod Gods stelt gij wel fraai buiten werking om úw overlevering in stand te houden, zei Jezus. En Paulus kende dit gevaar ook. In zijn brief aan de gemeente te Kolosse schrijft hij …, dat alles zijn dingen, die door het gebruik teloorgaan, zoals het gaat met voorschriften en leringen van mensen. Dit toch is, ook al staat het in een roep van wijsheid met zijn eigendunkelijke godsdienst, zijn nederigheid en zijn kastijding van het lichaam, zonder enige waarde [en dient slechts] tot bevrediging van het vlees… (Kol. 2:22,23).

Als volgelingen van Jezus mogen wij het feest van Zijn opstanding, waar Paulus over schrijft in zijn brief aan de Romeinen, iedere eerste dag van de week vieren.

Ja, iedere dag van iedere week, elk uur van iedere dag, omdat Jezus’ opstanding uit de doden niet slechts een overlevering van mensen is. Want iedere dag van ons leven mogen we de woorden van Jezus ervaren: En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld (Matth.28:20). Want waar we de nabijheid van Hem ervaren in ons dagelijks leven, juist ook in de moeilijkste omstandigheden, daar weten we dat Jezus van Nazareth telkens krachtig bewijst Gods Zoon te zijn. Hij zal elk woord dat Hij gesproken heeft dan ook waar maken voor hen, die Hem zo hebben leren kennen.

Zo mag deze tekst dan ook altijd weer opnieuw een aansporing zijn om het avontuur van het leven met Hem aan te gaan, totdat Hij terugkomt op aarde.

Bijbeltekst week 2020 – 08

Verblijdt u in de Here te allen tijde! Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u!

Filippenzen 4:4

 Paulus schrijft in zijn brief aan de gemeente te Galaten, dat blijdschap een vrucht is van de Heilige Geest: Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing (Gal.5:22). Natuurlijk gaat het hier niet om blij doen, maar blij zijn. Het werkwoord ‘verblijden’, in de grondtekst, heeft een prachtige betekenis: zich verheugen, blij zijn, maar ook: het goed hebben, gedijen. Het zijn een beetje verschillende betekenissen, maar die hebben toch wel veel met elkaar te maken.

Want als we ons echt verheugen, dan zullen we het goed hebben, dan zullen we gedijen, ons gezond ontplooien. Veel ziekte is het gevolg van gebrek aan innerlijke vreugde. Het gaat natuurlijk vooral om de innerlijke vreugde, vreugde die van binnenuit opborrelt, niet omdat het zo hoort, maar verrassend: een vrucht van de Geest dus. Die spontane vreugde zit ook als het ware opgesloten in dit Griekse werkwoord verblijden, want er is nóg een betekenis voor dit werkwoord: Hallo zeggen en groeten (bij de aanhef van een brief).

We zouden de tafeltekst van deze week dus ook anders kunnen zeggen: Zeg altijd ‘Hallo’ tegen de Here, wederom zal ik zeggen: doe de groeten. 

‘Hallo’ zeg je tegen iemand bij een ontmoeting . . .

Als we de tekst opzeggen, dan is het goed om je af te vragen of je de Here al tegen bent gekomen, deze dag. En niet alleen tegen gekomen – we mogen immers Zijn aanwezigheid altijd veronderstellen – maar ook gegroet, ‘Hallo’ tegen Hem gezegd. Om het een beetje bijbelser te zeggen: ‘Ken Hem in al je wegen’, want als je dat doet, dan springt je hart op van spontane blijdschap. Dit geeft doel en zin aan al je denken en doen van iedere dag. De tafeltekst voor deze week is niet zo moeilijk om met elkaar op te zeggen. Het is heel wat anders als we deze oproep serieus willen nemen!

Verblijdt u! is dus de opdracht. En dat niet alleen voor deze week, het is een opdracht voor heel ons leven.

Bijbeltekst week 2020 – 07

En het gelovige gebed zal de lijder gezond maken, en de Here zal hem oprichten.

 Jakobus 5:15a

Wat wordt bedoeld met het gelovige gebed?
Het woord ‘gelovig’ is afgeleid van een werkwoord wat veel, op elkaar betrokken, betekenissen heeft. De grondbetekenis is: ‘overreden’ of: ‘met woorden overtuigen’. Dit laatste heeft te maken met een gesprek. Wat goed om dit tot ons te laten door dringen! Want dan gaat het niet om een gesprek met jezelf, maar om een gesprek met God. Dan gaan we begrijpen dat bidden niets te maken heeft met ‘hemelbestorming’, maar met een door God overtuigd worden. Heel duidelijk wordt dit als we denken aan de woorden van Jezus: Indien gij in Mij blijft en mijn woorden in u blijven, vraagt wat gij maar wilt, en het zal u geworden (Johannes 15:7). Wat een uitbundige uitnodiging van Jezus: vraagt wat gij maar wilt, en het zal u geworden.

Waar halen we de moed vandaan om daar gevolg aan te geven?! Wie van ons durft dit onvoorwaardelijk te geloven?
Dat kan alleen werkelijkheid worden als het eerste gedeelte van deze tekst tot werkelijkheid is geworden in ons leven: Indien gij in Mij blijft en mijn woorden in u blijven. Alleen in de relatie met Jezus, alleen in het voortdurende gesprek met Hem, ontstaat het gelovige gebed. Dan merk je zelf ook dat ‘gelovig’ nog meer betekent: gehoorzaam toegeven, overgeven aan.

God leert ons in het dagelijks leven dat het gelovige gebed door moet gaan, omdat het gelovige gebed de lijder gezond zal maken: het is dus een genezingsproces waarbij het gelovige gebed het geneesmiddel is. Niet alleen de ‘oudsten’ maar alle gemeente-leden mogen deelhebben aan dit gelovig gebed, dit door God gedreven worden tot gebed! Zo worden we gevormd tot dat, wat we eigenlijk al zo lang hadden moeten zijn: voorbidders, priesters!

Als we uit liefde voor allen, die in Gods liefde getuchtigd en opgevoed worden, gelovig zijn gaan bidden, kan God eindelijk ons gelovig gebed gaan verhoren. En dan zal God ons zeker ook gaan leren dat de lijder waar Jakobus over spreekt, niet alleen onze allernaaste is. Dan zullen we beseffen dat heel de wereld om ons heen lijdt onder het ontbreken van een krachtig getuigenis van de liefde van God. Het getuigenis dat dag in dag uit van ons had moeten uitgaan naar al onze naasten. Maar als God wonderlijk en onweerlegbaar Zijn Woord heeft bevestigd onder ons, dan zal de echte ‘vreze des HEREN’, het kinderlijk ontzag voor Vader, ons drijven tot een gelovig gebed voor allen die lijden in deze wereld . . . Dan zullen eindelijk ook de woorden van Jezus vervuld worden in ons:  Hierin is mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt en gij zult mijn discipelen zijn (Johannes 15:8).

Als wij deze week onze tafeltekst met elkaar opzeggen, hopen we dat er een verlangen geboren wordt in ons hart: Vervul ons leven met het gelovig gebed, dat ons leven vruchtbaar maakt voor Uw naderend Koninkrijk.

Bijbeltekst week 2020 – 06

Laten wij dan door Hem Gode voort­durend een lofoffer brengen, namelijk de vrucht van onze lippen, die zijn Naam belijden.

Hebreeën 13:15

Het is goed om de tafeltekst van deze week in z’n verband te lezen: Het twaalfde vers vertelt ons over Jezus, die, als het Lam van God, Zijn bloed, Zijn leven heeft gegeven om ons te ‘heiligen’. Wat hebben we vaak een verkeerde voorstelling van wat ‘heiligen’ eigenlijk inhoudt. Dit woord betekent: apart zetten van aardse, tijdgebonden dingen om louter aan God toegewijd te zijn. Als wij ons leven door het offer van Jezus laten heiligen, wordt ons leven losgemaakt van de tijdgebonden zaken: ons denken wordt dan niet meer bepaald door wat de wereld te bieden heeft, maar door het eeuwige.

Dit is het ‘vernieuwde denken’ waar de apostel Paulus van spreekt in zijn brief aan de Romeinen: ‘En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene’ (Romeinen 12:2). Heiliging is dus niet een zuur en saai gebeuren, maar een verrijking van ons leven van iedere dag, omdat het echt doel en zin aan ons leven geeft. We gaan verstaan wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene.

Jezus, die tegen de vrome Joden die Hem omringden, zei: ‘O, ongelovig geslacht, hoelang zal Ik nog bij u zijn? Hoelang zal Ik u nog verdragen?’ (Marcus 9:19), had hen lief en bood hen Zijn Koninkrijk, het eeuwigheidsleven aan. Velen hebben Zijn aanbod aanvaard en met deze Joden, die zich lieten vervullen met het vernieuwde eeuwigheids-denken, stichtte Jezus Zijn Gemeente: ‘En Ik zeg u, dat gij Petrus zijt, en op deze petra (aanbidding) zal Ik mijn gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen’ (Mattheus 16:18).

In de brief aan de Hebreeën lezen we dat Jezus niet in Jeruzalem, maar buiten de poort geleden heeft. Dat doet ons denken aan de Israëlieten, op weg naar het Beloofde Land: Mozes nu nam een tent en spande haar voor zich uit buiten de legerplaats, ver van de legerplaats, en noemde haar: tent der samenkomst’ (Exodus 33:7). Ieder, die de Here zocht, ging uit naar de tent der samenkomst, die buiten de legerplaats was.

Deze woorden spraken Herman Kloppenburg, ruim 50 jaar geleden, zo geweldig aan dat dit de basis werd van het ontstaan van de B’ulah-hoeve. In Hebreeën 13:14 staat: ‘Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar zoeken de toekomstige’. Dan zoeken we niet langer erkenning van mensen, proberen we niet langer ons aannemelijk te maken: ‘… doch wij prediken een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid, …’ (1 Kor.1:23). Dan willen we niet langer ‘geweldig’ zijn, maar leren roemen in zwakheid (2 Kor.12:9) en willen we Zijn smaad dragen (Hebreeën 13:13).

Nu wordt onze tekst pas duidelijk: Onze opdracht mag zijn om voortdurend door Jezus aan God een lofoffer te brengen, namelijk de vrucht van onze lippen, die Zijn Naam belijden. ‘Voortdurend’ betekent: zonder ophouden. Want als onze lippen (onze mond die van Zijn Liefde spreekt) Zijn Naam belijden (vrijuit spreken), zal ons dat niet zonder vrucht laten; die vrucht is het resultaat van ons vrijuit spreken over Hem. Als wij leren om onze weg te laten bepalen door de vernieuwing van ons denken, zal God zelf zielen aan de Gemeente van Christus toevoegen: ‘En de Here voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden werden’ (Handelingen 2:47).

Bijbeltekst week 2020 – 05

Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.

1 Johannes 1:9

Deze tafeltekst is uit het Nieuwe Testament, uit de 1e brief van Johannes. De apostel Johannes beklemtoont hier, dat Jezus getrouw en rechtvaardig is. Het woord ‘getrouw’ geeft uitdrukking aan een heel wezenlijke eigenschap van iemand, die in de praktijk van het leven getoond heeft trouw te zijn in het afhandelen van zaken. Het is goed om bij het lezen van deze woorden er aan te denken, dat we nooit meer mogen twijfelen of Jezus bij machte is om onze zonden te vergeven. Hij heeft blijk gegeven daarin betrouwbaar te zijn en ‘rechtvaardig’, wat zeggen wil, dat Hij onberispelijk, schuldeloos is. Jezus is het vlekkeloze Lam dat onze schuld heeft weggedragen. Dit woordje ‘rechtvaardig’ betekent: gebleken smetteloos te zijn. En dat is een prachtig beeld van Jezus, die dit niet van Zichzelf beweert, maar die, hoe meer we Hem leren kennen, blijkt onberispelijk te zijn. Jezus is dus betrouwbaar en onberispelijk, de enige autoriteit om onze zonden te vergeven.

Er is slechts één voorwaarde aan verbonden: dat wij onze zonden belijden.

Als de bijbel over ‘zonden’ spreekt, moeten we niet in de eerste plaats denken aan allerlei dingen die fout liepen, maar aan een levensinstelling die niet deugt. Zonde betekent dat we geen deel hebben aan het plan dat God met Zijn schepping heeft, kortweg: het doel missen. Door deze verkeerde instelling lopen er allerlei dingen mis en worden we verontreinigd in ons denken en handelen. Zo zou je het laatste woord van onze tafeltekst, ongerechtigheid, het beste kunnen omschrijven. De voorwaarde om vergeving te ontvangen is dus: belijden dat we niet op het doel gericht zijn, geen deel hebben aan het plan van God, en we een eigen gekozen weg zijn gegaan.

Het woord ‘belijden’ vraagt ook wel even aandacht. De eigenlijke betekenis van dit woord is: hetzelfde zeggen als een ander, beamen, instemmen met de ander. Als we hier over nadenken dan beseffen we dat er pas sprake is van zonden belijden, als God tot ons gesproken heeft, als God ons hiervan overtuigd heeft. Als een christelijke moraal ons vertelt dat we verkeerd gehandeld hebben, dan kunnen we ons schuldig voelen, maar nooit merken we dan iets van bevrijding; het is de volgende keer weer hetzelfde… Maar als God ons overtuigt, dat we een verkeerde gezindheid hebben en we daarom dit graag erkennen en beamen, dan pas is er sprake van vergeving.

Vergeven’ is een woord dat ten diepste betekent: wegzenden, laten varen, opgeven, uitademen. Als je lucht uitademt, kun je die niet meer inademen, tenzij je de uitgeademde lucht zorgvuldig in een zakje hebt uitgeblazen… Vergeving is pas echt als je beleeft, dat God de zonde(bok) wegzendt om nooit meer terug te laten keren. Daarom is er pas sprake van echte vergeving als we ‘amen’ zeggen op Gods spreken.

Dan is er verwondering om de bemoeiing van God met ons leven. Tot onze verbazing merken we dan hoe Jezus Zich omgordt om onze voeten te wassen, die vuil zijn geworden in het daadwerkelijk onderweg zijn in deze wereld, met Zijn gezindheid, met Zijn Geest in ons hart. En dat is dan ook de diepe betekenis van het laatste gedeelte van de tekst van deze week: ‘en ons te reinigen van alle ongerechtigheid’.

Bijbeltekst week 2020 – 04

Zalig is de man, die in verzoeking volhardt, want, wanneer hij de proef heeft doorstaan, zal hij de kroon des levens ontvangen, die Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben.                    

     Jakobus 1:12

Het gaat in deze tafeltekst vooral om het laatste gedeelte: hij zal de kroon des levens ontvangen, die Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben. De ‘kroon des levens’ is een term die bekend was bij alle mensen, in de tijd dat Jakobus dit schreef. Net zoals bij ons voetbaltermen bekend zijn. En dan gaat het vooral om het woord ‘kroon’. Dit kunnen we vertalen als ‘lauwerkrans’. De lauwerkrans werd gegeven als prijs aan degene, die in de spelen de overwinning had behaald.

Het begrip ‘kroon des levens’ krijgt een diepere inhoud dan dit, doordat het woord ‘leven’ te maken heeft met de toestand van iemand die levenskracht heeft, of van iemand die bezield is. Deze lauwerkrans wordt dus niet gegeven aan iemand, die iets gepresteerd heeft, maar aan iemand die bezield is.

Natuurlijk moet iemand die er naar streeft om de ‘lauwerkrans’ te behalen bezield zijn! Maar de bezieling waar de apostel Jakobus het over heeft is de liefdes-bezieling! Hij zegt hier dus dat degene die vol van liefde is voor de Heer, bekroond wordt met een ongekende, boven alles en allen uittillende levenskracht. Deze bekroning wordt door de Here gegeven, niet aan degene die zich heeft ingespannen om tot dit resultaat te komen, maar aan degene, die zich heeft laten vormen in Zijn handen.

Deze vorming is zwaar. Te zwaar zelfs! Tenzij wij Jezus liefhebben boven alles. De liefde voor Hem maakt het onmogelijke mogelijk! Als we Hem echt liefhebben gaan we dit ervaren: Wat bij mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God  (Lukas 18:27). In de praktijk van het leven blijkt heel duidelijk dat alleen als we Hem gaan liefhebben, deze vorming werkelijkheid wordt. Zonder werkelijke liefde voor Jezus blijkt er geen basis voor deze vorming te zijn . . .

Dit verklaart de wonderlijke ervaring dat het leven er beslist niet eenvoudiger op wordt, als we Jezus gaan lief krijgen. Het eerste gedeelte van onze tafeltekst wordt nu duidelijker, als we er iets aan toevoegen: Zalig is de man, die in verzoeking (in de liefde tot Hem) volhardt. Als de liefde tot Hem in de ‘verzoeking’ vervaagt, dan is er geen kracht om te volharden.

Wat moeten we onder het woord ‘verzoeking’ verstaan? Het woord dat hier gebruikt wordt, komt van een werkwoord dat de betekenis heeft van: uitproberen, beproeven. We kunnen het woord ‘verzoeking’ het best omschrijven met: tegenspoed, verdriet en moeite, door God gezonden, om iemands karakter, geloof en heiligheid op de proef te stellen, beter nog: om iemands karakter, geloof en heiligheid te vormen.

Wie in de ‘verzoeking’ niet gericht blijft op Hem, die ons hierin vormen wil tot werkelijke hemelburgers, tot huisgenoten Gods, tot medearbeiders van Christus (Filippenzen 3:20; 1 Korintiërs 3:9; Efeze 2:19) merkt niets meer van Zijn rijke belofte: Gij hebt geen bovenmenselijke verzoeking te doorstaan. En God is getrouw, die niet zal gedogen, dat gij boven vermogen verzocht wordt, want Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen, zodat gij ertegen bestand zijt (1 Korintiërs 10:13). Wie in deze ‘vorming’ gericht blijft op Hem: Zalig is d(i)e man! 

‘Zalig’ betekent: gelukkig, voorspoedig. En het woord ‘man’ kunnen we, omdat het hier in z’n algemeenheid wordt gebruikt, natuurlijk vertalen met zowel ‘man’ als ‘vrouw’. Beter had hier dus kunnen staan: Gelukkig en voorspoedig is de mens . . . Het woord ‘volharden’ heeft niets verbetens in zich. Het betekent eenvoudig: dezelfde blijven, niet iets anders worden.

Jakobus zegt dus in onze tafeltekst dat, als we in de vorming die God ons in ons leven geeft, op Hem gericht blijven, dat we dan niet zullen wegglijden, als een hond tot z’n eigen uitbraaksel, maar voorspoedig en gelukkig zullen zijn! En de reden/oorzaak van dit voorspoedig en gelukkig zijn is hierin gelegen, dat we Hem liefhebben boven alles. Want als we Hem liefhebben boven alles en allen, dan zal Hij ons kronen met een hemelse levenskracht.

Hij heeft dat beloofd!! Het woord ‘beloven’ betekent: zich vrijwillig (onvoorwaardelijk) aan iets binden. Tot besluit een tekst die hier zeker bij past:

Daar wij nu deze beloften bezitten, geliefden, laten wij ons reinigen van alle bezoedeling des vlezes en des geestes, en zo onze heiligheid volmaken in de vreze Gods (2 Korintiërs 7:1).

En laten we dus daarbij vooral beseffen dat dit: laten wij ons reinigen, alleen maar mogelijk is als we, bezield door de liefde tot Jezus, ons overgeven, toevertrouwen aan de vorming waar onze tafeltekst voor deze week zo vreugdevol over spreekt!

Bijbeltekst week 2020 – 03

Nu wij zulk een verwachting hebben, treden wij met volle vrijmoedigheid op.

2 Korintiërs 3:12

De tafeltekst voor deze week is kort maar krachtig. Om deze tekst met overgave op te kunnen zeggen, moeten we wel heel aandachtig lezen wat daarvoor geschreven staat: 2 Kor. 3:5,6  Niet dat wij uit onszelf bekwaam zijn iets als óns werk in rekening te brengen, maar onze bekwaamheid is Gods werk, die ons ook bekwaam gemaakt heeft om dienaren te zijn van een nieuw verbond, niet der letter, maar des Geestes, want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.   

In onze tafeltekst wordt gesproken over: ‘met volle vrijmoedigheid optreden’. Het woord ‘vrijmoedigheid’ heeft de grondbetekenis van: onomwonden zich uiten over alles. En het werkwoord ‘optreden’ heeft de betekenis van: hanteren, van iets gebruikmaken. Er is hier dus sprake van een graag gebruik willen maken van elke gelegenheid om onomwonden zich bloot te geven, zich te uiten. Waarover willen we ons uiten? Over de verwachting, die wij hebben, zegt onze tafeltekst. Het werkwoord ‘verwachten’, dat de basis vormt voor het woord ‘verwachting’ in onze tekst, heeft de betekenis van ‘met genoegen verwachten’. Onze ‘verwachting’ is een gelukkige verwachting vol hoop…

Wat een heerlijke opdracht hebben we dus om midden in deze wereld van verwarring en uitzichtloosheid, in alle vrijmoedigheid ons onomwonden bloot te geven, omdat wij een gelukkige verwachting hebben, vol hoop! Waar is deze vreugdevolle verwachting op gebaseerd? Daarvoor moeten we de voorgaande teksten aandachtig doorlezen.

We hebben de opdracht gekregen om ‘dienaren te zijn van een Nieuw Verbond’ (vers 6). Wat is het kenmerk van het nieuwe verbond?  Heel duidelijk komt dat naar voren in het boek Ezechiël, hoofdstuk 11:19  Ik zal hun één hart geven en een nieuwe geest in hun binnenste, en Ik zal het hart van steen uit hun lichaam verwijderen en hun een hart van vlees geven.

Maar er zijn heel veel meer passages, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament, die hier over spreken. Zoals Jer. 31:31-33; Luk.22:20; Hebr.8:13;12:24. Allemaal meer dan de moeite waard om ze met een biddend hart te lezen. Want dan dringt het kenmerkende verschil met het Oude Verbond, het toegevoegde Verbond, zoals Paulus dit noemt, tot ons door: Gal. 3:19 Waartoe dient dan de wet(sbedeling)? Om de overtredingen te doen blijken is zij erbij gevoegd, totdat het zaad zou komen, waarop de belofte sloeg, en zij is op last van [God] door engelen in de hand van een middelaar gegeven.

Dit nieuwe verbond, waarvan wij de dienaren moeten zijn, sluit God niet alleen met ons, maar door het volbrachte werk van Christus, met de hele wereld! Met Jood en heiden: Jer.3:17; Rom.15:8‑12. En dit nieuwe verbond is niet naar de letter, maar naar de Geest, want de letter doodt, maar de Geest maakt levend, zegt het voorgaande gedeelte van onze tafeltekst.

Dit houdt in, dat we de wereld om ons heen niet moeten ‘beleren’ maar ‘voorleven’! Het mag van ons afstralen in alle openheid en onbaatzuchtige liefde, omdat we weten dat Jezus Christus een verzoening is voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld. (1 Joh. 2:2). Dit is de boodschap die mag uitstralen naar de wereld om ons heen!

Wat een wonder dat wij dienaren mogen zijn van dit nieuwe verbond, dat eeuwig is, voor ons, voor de Jood en voor de Islamiet en alle anderen! Als we deze week onze tafeltekst biddend opzeggen, doordrongen van dit alles, dan zullen we ontdekken hoe we, onder de zalving van Gods Geest, waardige, vrijmoedige dienaren zullen zijn van dit Nieuwe Verbond.

Bijbeltekst week 2020 – 02

…, opdat uw geloof niet zou rusten op wijsheid van mensen, maar op kracht van God.

  1 Korintiërs 2:5

Eigenlijk is deze tekst niet te begrijpen zonder het voorgaande. Het begint dan ook met ‘opdat’. Wat een geheimenis ligt er in de voorgaande teksten. Paulus, een ‘Schriftgeleerde’, heeft ontdekt dat al zijn studie hem niet dichter bij God heeft gebracht; maar dat je ook de ander door ‘studie’ geen stap dichter bij God kunt brengen. Paulus, de Schriftgeleerde, heeft God pas leren kennen toen God hem tegenkwam. Die ontmoeting was beslist niet ‘christelijk’. God sloeg hem met blindheid, niet om Paulus te straffen, maar om Paulus radicaal te stoppen in al zijn religieuze ijver.

Wat is het belangrijk om dit tot ons te laten doordringen. En wat is het nodig voor ons om te beseffen dat we beslist niet beter zijn dan Paulus. Ook wij staan onze naasten in de weg om God werkelijk te leren kennen, als we denken dat een vertrouwen op inzichten en verworven kennis óver God de ander tot geloof kan brengen…

Paulus was een gezien man in Jeruzalem, hij had gestudeerd bij een groot geleerde: Ik ben een Jood, te Tarsus in Cilicië geboren, doch in deze stad opgevoed, aan de voeten van Gamaliël opgeleid met nauwgezette inachtneming van de wet onzer vaderen, een ijveraar voor God (Handelingen 22:3). Maar Paulus was door de openbaring van God in zijn leven tot een ander mens geworden. Dat was zo ingrijpend geweest dat hij zijn naam ‘Saulus’ veranderde in ‘Paulus’. In volle overtuiging verwierp hij al zijn verworven kennis over God: Maar alles wat mij winst was, heb ik om Christus’ wil schade geacht. (Filip. 3:7)

En in zijn opdracht om mensen bij God te brengen, wist hij dat hij alleen maar schade zou toebrengen aan mensen als hij met schittering van woorden of wijsheid het getuigenis van God zou komen brengen (1 Kor.2:1). Hier is het woord ‘wijsheid’ onderstreept, omdat Paulus hier hetzelfde woord gebruikt als in onze tafeltekst. Dit woord ‘wijsheid’ heeft met ‘scholing’ te maken. Het is een wijsheid die je verwerven kan. Paulus noemt dit hier ‘wijsheid van mensen’. Deze ‘wijsheid van mensen’ is een vijand van God. Met deze wijsheid kun je het in deze tijdgebonden wereld ver schoppen, maar het brengt je geen stap dichter bij God!

Paulus wilde geen mis-leider zijn, maar een dienstknecht van God. In zijn brief aan de Filippenzen zegt hij onomwonden: Voorzeker, ik acht zelfs alles schade, omdat de kennis van Christus Jezus, mijn Here, dat alles te boven gaat. Om zijnentwil heb ik dit alles prijs gegeven en houd het voor vuilnis, opdat ik Christus moge winnen, en in Hem moge blijken niet een eigen gerechtigheid, uit de wet, te bezitten, maar de gerechtigheid door het geloof in Christus, welke uit God is op de grond van het geloof (Filip. 3:8,9).

 Als we ons afvragen waarom ons leven nog onvruchtbaar is voor God, dan kan onze tafeltekst ons zeker helpen, als we ons ernstig durven af te vragen waar ons geloof nu eigenlijk op gebaseerd is. Is ons geloof gebaseerd op een eigen gerechtigheid, uit de wet, zoals Paulus het noemde? Dit is de brandende vraag die in deze tafeltekst op ons af komt: Waar ‘rust’ ons geloof op? Dit woord ‘rusten’ kunnen we ook vertalen met ‘bestaan uit’. Waar bestaat ons geloof uit? Is dat gebaseerd op ‘scholing’ door de ‘wijsheid der mensen’? Dan wordt het tijd dat we daar net zo radicaal mee breken als Paulus. Want het is juist dit aangeleerde geloof wat de openbaring van God in de weg staat.

Paulus, onderweg naar Damascus, was echt niet zo zelfverzekerd als hij er uitzag (Handelingen 22), want hij was getuige geweest bij de steniging van Stefanus…  Dit sterven van Stefanus was tot een ‘spreken van God’ geworden voor Saulus. Hierdoor kon hij een ontmoeting met God hebben, wat hem tot een nieuwe schepping maakte. De ‘stoere’, zelfverzekerde Saulus werd tot een diep afhankelijke Paulus, die er naar verlangde om in zwakheid te leren roemen, opdat de kracht van Christus zich in hem aan de ander kon openbaren. Dit heeft het leven van Paulus vruchtbaar gemaakt voor het Koninkrijk van God. Wat een tafeltekst voor deze week. Weg dus met alle ‘wijsheid van mensen’. Laten we deze week, en ons hele verdere leven, bidden om de ‘kracht’ van God, die zich openbaart in een leven dat graag wil roemen in zwakheid, om alleen nog maar van Hem te zijn!

Bijbeltekst week 2020 – 01

Vertoef in dit land als een vreemdeling, dan zal Ik met u zijn en u zegenen.   

Genesis 26:3

In de tekst, voorafgaande aan onze tafeltekst staat: ‘…, woon in het land, …’  Dit ‘wonen’ geeft een rust aan, tegenovergesteld aan rondtrekken, dwalen, dolen … Het heeft de betekenis van: rustig blijven wonen, nestelen. Het is goed om dat te weten, want onze tafeltekst drukt in het ‘vertoeven’ uit, op welke manier, met wat voor gezindheid dit ‘wonen’ moet plaatsvinden.

Dit ‘vertoeven’ staat niet los van ‘als een vreemdeling’. Het werkwoord dat hier gebruikt wordt betekent: als vreemdeling vertoeven. Het staat in een vorm uitgedrukt die kleur en beweging weergeeft. God zegt in deze tekst tegen ons dat we ons echt moeten nestelen, woning maken, vertrouwd moeten zijn in het gebied waar we leven, maar wel in het besef, dat het maar voor tijdelijk is. We moeten ons dus bewust zijn, dat we hemelburgers zijn, die slechts voor een bepaalde tijd hier op aarde zijn om gevormd te worden in Zijn handen voor een eeuwige bestemming. Een heel belangrijke periode dus, omdat onze plaats in de eeuwigheid zal bepaald worden door hoe we hier op aarde ons door God hebben laten vormen.

De juiste gezindheid waarmee we hier op aarde ‘vertoeven als vreemdeling’  is voorwaarde voor het tweede gedeelte van onze tafeltekst: ‘dan zal Ik met u zijn en u zegenen.’ . Dit: ‘met u zijn’  zouden we heel goed kunnen vertalen met: vergezellen, mee gaan, begeleiden.

Pas als we de tijd hier op aarde serieus nemen, gericht op onze eeuwige bestemming, kan God ons in dit tijd-gebonden bestaan ‘zegenen’. En dit gezegend worden bestaat dan hier uit, dat we door Hem vergezeld worden, begeleid.

Wat is het toch meer dan de moeite waard, om Hem te willen kennen in al onze wegen! Zoals Koning Salomo al geschreven heeft in zijn spreuken: Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken (Spreuken 3:6).

Bijbeltekst week 2019 – 52

Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.

Jesaja 9:5

We bereiden ons voor op het Kerstfeest. Naarmate het licht van God in onze harten doordringt, gaan we beseffen hoe we vervreemd zijn van de grote vreugde waarmee de engelen de geboorte van Jezus, in de stal van Bethlehem, aan de herders aangekondigd hebben. Het was alsof een ingehouden adem eindelijk werd uitgeblazen: Hoe lang hebben de overheden en machten in de eeuwige, Hemelse gewesten uitgezien naar dit moment. En zij niet alleen! Want door de duizenden jaren heen, hebben gelovigen uitgezien naar de vervulling van de belofte, die God aan Adam en Eva heeft gedaan:

En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen (Genesis 3:15). Deze heilige woorden zijn een bemoediging en vertroosting voor miljoenen mensen geweest. En telkens waren er weer profeten die deze blijde verwachting aanvuurden.

Hoe hartverwarmend klinken de woorden van de grote profeet Jesaja, ruim 600 jaren voor de engelen hun lied zongen in Efrata’s velden: Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst (Jesaja 9:5).

Ook Simeon verwachtte de vertroosting van Israël. Hoe kwam het dat hij de vertroosting van Israël verwachtte? Zou het komen omdat hij, door het Woord van God, gericht werd op de beloften van God? Simeon was een oud man, maar hij wandelde daadwerkelijk met God, want God sprak tot hem. Wat een rijke belofte ontving Simeon in zijn wandel met God: En hem was door de Heilige Geest een godsspraak gegeven, dat hij de dood niet zou zien, eer hij de Christus des Heren gezien had (Lukas 2:26).

En, gelukkig, hij was niet de enige gelovige in Jeruzalem. Daar was ook een Hanna, van wie geschreven staat: Ook was daar Hanna, een profetes. Zij was op hoge leeftijd gekomen, nadat zij met haar man na haar huwelijksdag zeven jaren had geleefd, en nu was zij weduwe, ongeveer vierentachtig jaar oud, en zij diende God onafgebroken in de tempel, met vasten en bidden, nacht en dag (Lucas 2:36).

Hoe komt het toch dat wij die onderstreepte regel zo onbelangrijk vinden, alsof het er gewoon voor niets staat…? Maken we ons van deze woorden af met de gedachte dat er nu geen tempel meer bestaat? Als we deze woorden lezen, laten we dan bidden tot God dat wij, net als Hanna, dag en nacht met vasten en bidden mogen leren verkeren in het huis van God… En wie echt en eenvoudig wandelt met God, zoals Abraham, zoals Simeon, zoals Hanna …, die ervaart de vervulling van de belofte van God. Hij zal ons namelijk tot de volle waarheid leiden door Zijn Geest: Doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij ons de weg wijzen tot de volle waarheid (Johannes 16:13).

Gods Geest leidde Simeon en Hanna in de weg van de volle waarheid. Hij bracht hen, heel praktisch, naar de tempel, toen Maria met haar Zoon daar binnenging ‘om met Jezus te doen overeenkomstig de wet’. Dat is wat we noemen: Bijbels realisme. En die realiteit, die volle waarheid, ging verder. Want toen Simeon zijn profetische woorden gesproken had, toen loofde Hanna God ‘en sprak over Hem tot allen, die voor Jeruzalem verlossing verwachten.’

Bijbeltekst week 2019 – 51

De maand december is begonnen. Deze tijd gebruiken we om toe te leven naar het naderende kerstfeest. De vier weken voor Kerst hebben de naam Advent gekregen. Advent is de periode van voorbereiding op het kerstfeest. Het begint vier zondagen voor Kerst en duurt tot kerstavond. Advent betekent letterlijk ‘komst’. In de uitleg van de tafeltekst staat geschreven dat we vurig naar Hem mogen uitzien, naar Zijn komst op de Grote Dag.

Gelooft in het licht zolang gij het licht hebt, opdat gij kinderen des lichts moogt zijn. 

Johannes 12:36

In het toeleven naar het Kerstfeest, voor deze week een tekst over het Licht. De tafeltekst mag een Woord zijn voor de hele week, om te overdenken en op ons te laten inwerken. Het is goed om iedere week weer de moeite te nemen het gedeelte, waarin de tafeltekst staat, in z’n geheel te lezen. Wat een prachtige, heilige woorden van Jezus! Dan klinkt de tafeltekst des te dieper tot ons door:

Gelooft in het licht . . .

Geloven is: je vertrouwen stellen in. In het vers vóór onze tafeltekst, zegt Jezus: Wandelt, terwijl gij het licht hebt. Wandelen kan ook vertaald worden met: voortgang maken; goed gebruik maken van gelegenheden. Jezus zegt hier, dat we goed gebruik moeten maken van het licht, zolang het er is, opdat we niet door de duisternis overvallen worden. Jezus zegt hier verder, dat iedereen die door de duisternis overvallen wordt, niet weet waar hij naar toe gaat.

Dit is het kenmerkende verschil tussen kinderen van het Licht en kinderen van de duisternis: de eerste weten wat hen wacht en de laatste weten niet wat het werkelijke doel en de werkelijke zin van het leven is. Zij, die in de duisternis verkeren, zijn degenen waarvan de apostel Paulus zegt:

Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is (1 Korintiërs 2:14). 

De niet wedergeboren mens weet misschien wel wat er in de Bijbel staat, maar hij kan het niet verstaan, niet bemerken, niet bekend raken met. Wat hij ook mogelijk wéét van het hemelburgerschap, het is hem dwaasheid, onzinnigheid, hij laat zich daar niet door beïnvloeden.

Maar degene die zich laat bepalen door het Licht dat in deze wereld verschenen is: Jezus Christus, laat zich meer en meer door Hem bepalen en gaat verstaan wat hem wacht. Wie in het licht wandelt gelijk Hij in het licht is, wordt toekomstgericht en verdraagt het niet langer om in de duisternis, in de uitzichtloosheid rond te dolen.

Wie in het licht wandelt, leeft vanuit de realiteit van het Licht. En in die realiteit ga je in het Licht ‘geloven’. Dat wil zeggen, dan ga je je vertrouwen stellen in het Licht. Jezus zegt niet voor niets:

Ik ben het Licht der wereld (Johannes 8:12).

Het is goed om er ook nog aan te denken dat ‘kinderen des lichts’ eigenlijk meer betekent: zonen des Lichts; nakomelingen van het Licht. Het woord ‘licht’ houdt veel meer in dan slechts een ‘lamp’ of een ‘ster’ zijn. Het woord ‘licht’ is ontstaan uit twee woorden die iets weergeven van: het uiten, bekendmaken van je wezen, van je innerlijk…

De tafeltekst voor deze week roept ons op om ons vertrouwen te gaan stellen in Hem, die Zijn wezen aan ons bekend wil maken, opdat we zullen zijn als Hij in deze wereld: Goddelijk licht in de uitzichtloosheid van de duisternis van deze wereld. Dit laatste is de diepste betekenis van: opdat gij kinderen des lichts moogt zijn.

Bijbeltekst week 2019 – 50

De maand december is begonnen. Deze tijd gebruiken we om toe te leven naar het naderende kerstfeest. De vier weken voor Kerst hebben de naam Advent gekregen. Advent is de periode van voorbereiding op het kerstfeest. Het begint vier zondagen voor Kerst en duurt tot kerstavond. Advent betekent letterlijk ‘komst’. In de uitleg van de tafeltekst staat geschreven dat we vurig naar Hem mogen uitzien, naar Zijn komst op de Grote Dag.

Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is. 

Fil 2:5,6 en 7

In onze voorbereidingen op het Kerstfeest een tekst over de gezindheid van Jezus. Wat is het een indrukwekkende uitnodiging voor ons allemaal om in de voetstappen van onze Heer te mogen gaan. Zijn als Hij in deze wereld, zoals de apostel Johannes het ons zegt:

Hierin is de liefde bij ons volmaakt geworden, dat wij vrijmoedigheid hebben op de dag des oordeels, want gelijk Hij is, zijn ook wij in deze wereld (1 Joh.4:17).

Ja, onze tafeltekst roept ons op om in de gezindheid van een volmaakte liefde in deze wereld te leven voor alle mensen om ons heen. God wil dat alle mensen behouden worden zegt de Schrift:

God, onze Heiland, die wil, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen (1Tim. 2:3,4).

Als wij God gaan lief krijgen met heel ons hart en met heel onze ziel en met geheel onze kracht, zoals Mozes het volk Israël leerde (Deut. 6:5), dan kunnen we het niet langer verdragen dat onze naasten geen deel hebben aan de behoudenis die in Christus is. Trouwens, dat is toch ook de centrale boodschap van Christus geboorte?! Niet hoog verheven, maar nederig en klein, geboren in een stal . . . Dat beeldt die wonderlijke gezindheid op zo’n schitterende wijze uit.

Als de rijke inhoud van onze tafeltekst tot ons gaat doordringen, dan wordt het Kerstfeest dit jaar een vernieuwingsfeest, een feest waarin deze goddelijke gezindheid gestalte mag gaan krijgen in ons leven, waardoor ons leven werkelijk vruchtdragend gaat worden voor Zijn komende Rijk.

Dan stellen we ons huis en leven open voor de naaste, om werkelijk bewogen en verlangend, net als Jezus, ons leven te delen met die naaste. Dit kan alleen, net als Jezus, als we aan de naaste ‘gelijk worden’, ja zelfs werkelijk dienstbaar worden. Dan dienen we de ander alleen waar deze werkelijk mee gediend wil worden. Als we voor onze omgeving een ruimte scheppen waar iedereen zich veilig voelt, dan zullen we verbaasd staan waar de ander mee gediend wil worden. Want dan zal zo onbevangen de schoonheid van het leven in Christus van ons uitstralen, zonder het als zodanig te benoemen, dat de ander daar naar gaat verlangen.

Als dat op een of andere manier tot werkelijkheid gaat worden, dan zal het Kerstfeest van dit jaar echt het geboortefeest van Christus worden, niet alleen voor ons, maar voor heel veel mensen om ons heen.

Bijbeltekst week 2019 – 49

De maand december is begonnen. Deze tijd gebruiken we om toe te leven naar het naderende kerstfeest. De vier weken voor Kerst hebben de naam Advent gekregen. Advent is de periode van voorbereiding op het kerstfeest. Het begint vier zondagen voor Kerst en duurt tot kerstavond. Advent betekent letterlijk ‘komst’. In de uitleg van de tafeltekst staat geschreven dat we vurig naar Hem mogen uitzien, naar Zijn komst op de Grote Dag.

Zie, deze is onze God, van wie wij hoopten, dat Hij ons zou verlossen; dit is de HERE, op wie wij hoopten; la­ten wij juichen en ons verblijden over de verlossing die Hij geeft.

Jesaja 25:9

Aan de tafeltekst, zoals wij die opzeggen, gaan nog een paar woorden vooraf: En men zal te dien dage zeggen:… ‘Te dien dage’ . . . dat is zo’n geweldige uitdrukking in de Bijbel. Dat is de Dag, ja meer nog: de bedeling, het tijdperk, waarnaar alle gelovigen door de eeuwen heen hebben uitgezien. Als die dag gekomen is, dan zal men zeggen . . . Dit werkwoord ‘zeggen’ betekent: ‘heel uitdrukkelijk zeggen’. En het is nog meer: ‘ten antwoord geven’. Maar het wordt ook wel vertaald met ‘uitroepen’ en ‘bidden’. In dit ‘zeggen’ wordt een vreugdevol geloof van de ziel uitgedrukt, vol aanbidding!

Laten we ons voornemen om in die gezindheid ook de tafeltekst met elkaar op te zeggen: Zie, deze is onze God, van wie wij hoopten, dat Hij ons zou verlossen; dit is de HERE, op wie wij hoopten; la­ten wij juichen en ons verblijden over de verlossing die Hij geeft. De woorden ‘Zie, deze is onze God’, geven weer dat ‘men’ zal wijzen naar God, Die Zich openbaart!

Dan zal ‘men’ zeggen: Zie, op Hem hebben wij gehoopt. Het werkwoord ‘hopen’ kunnen we ook vertalen met: begerig naar uitzien. Wat heerlijk als we zo de betekenis van woorden tot ons laten doordringen. Daar moet het stil voor worden in ons hart. Dan gaan we verstaan dat dit werkwoord ‘hopen’ eigenlijk nog meer inhoudt. Want dit: begerig, vurig naar uitzien, heeft iets ‘samenbindend’ in zich. Zo wordt dit werkwoord namelijk ook wel eens vertaald: samenbinden.

Als we vurig naar Hem uitzien, uitzien naar de Grote Dag, dan bindt dit verlangen ons samen, zoals Simeon en Anna dat in Jeruzalem ook zo beleefd hebben: …en zij sprak over Hem tot allen, die voor Jeruzalem verlossing verwachtten. (Lucas 2:38)

Wij verwachten dus ook met elkaar ‘dat Hij ons verlossen zal’. Dit Hebreeuwse werkwoord is ook de grondvorm van de Naam van Jezus: Jeshoea. Dit betekent: Verlosser. En in dat woord ‘verlossen’ zit niet alleen: van iets bevrijden, maar ook vooral: in de ruimte plaatsen! Het is zo’n prachtig dichterlijke taal van de profeet Jesaja. Je proeft in onze tafeltekst een cadans, zo’n schwung: Deze is onze God, naar Hem hebben we uitgezien (die Zijn beloften waar heeft gemaakt)  . . .  dit is Jahweh, naar Wie we hebben uitgezien, (laten we juichen en ons verblijden).

Ja, laten we daarom juichen en ons verblijden! Dit ‘juichen’ is niet hetzelfde als bij ons: leve de koning… Want in dit ‘juichen’ zit ook iets van: sidderen van vrees. Het beste kunnen we dit dus vertalen met: Laten wij met diep ontzag juichen.

En het: laten wij ons ‘verblijden’ is ook niet zo maar gewoon ‘blij zijn’. Nee, dit ‘verblijden’ is eigenlijk het beste te vertalen met: godsdienstig verheugen, dus: ons verheugen in God. Maar nu moeten we nog even nadenken waarom de profeet ons oproept om te gaan juichen en ons te verblijden. Wel, dat staat in de tekst hiervoor: Jesaja 25:Hij zal voor eeuwig de dood vernietigen, en de Here HERE zal de tranen van alle aangezichten afwissen en de smaad van zijn volk zal Hij van de gehele aarde verwijderen, want de HERE heeft het gesproken.

We moeten, voor we de tafeltekst deze week opzeggen, telkens maar even de Bijbel er bij pakken en dan vers 8 eerst lezen. Wat zal het dan juichen en jubelen, elke maaltijd weer, heel deze week!

Bijbeltekst week 2019 – 48

Ja, van oudsher heeft men het niet gehoord noch vernomen, geen oog heeft gezien een God buiten U, die optreedt ten behoeve van wie op Hem wacht.

Jesaja 64:4

De Bijbeltekst voor deze week begint met: van oudsher. Dat is een prachtige uitdrukking. Maar dit Hebreeuwse woord drukt niet alleen het verleden uit, maar ook de toekomst. Het woord is afgeleid van een werkwoord, dat de betekenis heeft van: verbergen, geheim zijn, altijd durend, niet eindigend. Van oudsher houdt dus iets oneindigs in naar verleden, heden en toekomst: niet te bevatten, niet te doorgronden, niet te overzien. Wat houdt dit ‘niet te doorgronden’ in onze tafeltekst in? Het is iets wat ‘te horen’, ‘te vernemen’ of ‘te zien’ valt.

Dit ‘horen’ en ‘vernemen’ horen bij elkaar. Het zijn twee verschillende werkwoorden, die allebei met ‘horen’ te maken hebben. Het eerste echter legt meer de nadruk op het ‘horen’, ‘geluid waarnemen’ en het tweede meer op het ‘gericht luisteren naar’. Je zou kunnen zeggen dat het eerste op je afkomt: je hoort wat, en het tweede geeft weer, dat je gehoor geeft aan. Het eerste werkwoord zou meer de betekenis kunnen hebben van: het ene oor in, het andere uit, maar het tweede drukt het verlangen uit om er gevolg aan te geven. Dit laatste is zo anders, omdat het weer met relatie, met liefde te maken heeft.

Laten we het vergelijken met de situatie dat je ergens bent en je je naam hoort roepen. Je kijkt verbaasd rond om te weten te komen wie jou hier kent. Maar het tweede is anders: je herkent aan de stem degene die je naam roept en dat doet je verlangen naar alles wat nu verder gaat gebeuren in het contact met elkaar.

Direct daar achter staat wat geen oog heeft gezien. Dit ‘gezien’ is meer dan ‘waarnemen’. Het heeft vooral ook te maken met ‘bezien om het te begrijpen’. Waar gaat het in onze tafeltekst nu om? Dat er in de oneindige tijd door de mens, behalve onze God, niemand ‘te zien’ is die ‘optreedt’.

Bij het woord ‘optreden’ moeten we echt wel even stil staan! Want dit woord ‘optreden’ is een werkwoord dat meer dan 2.200 keer in het Oude Testament voorkomt en al in de eerste verzen van de Bijbel wordt gebruikt. In het ‘scheppingsverhaal’ (Gen 1:1 tot 2:4) staat dat God tweemaal ‘scheppend’ iets tot stand bracht: 1) de hemel en de aarde en 2) de mens.

Voor het overige staat er geen ‘scheppen’, maar een werkwoord dat de betekenis heeft van: doen, vormen, tot stand brengen, maken. Dit werkwoord komt ook hier in onze tekst voor en wordt dan vertaald met ‘optreden’. Wat is het goed om te beseffen dat dit ‘optreden’ niets te maken heeft met een schouwspel, maar met een betrokken zorg.

En deze zorg van God is voor, ‘ten behoeve van’, ten dienste van: de mens die op Hem ‘wacht’. Maar dit ‘wachten’ is niet een passief wachten, niet een af-wachten! Nee, het is een ‘wachten op’, een ‘verwachten’! In het verband van onze tafeltekst is het nog meer. Het is een ‘verlangen naar’, een ‘uitzien naar’.

Wat hebben we weer een rijke tafeltekst. Natuurlijk lezen we deze tafeltekst, zoals die in de Bijbel vertaald staat. Maar toch weer even een eigen, heel vrije, vertaling, om het geluk dat vanuit deze woorden ons toe straalt, een week lang te bejubelen: Nooit zal er door een mens een god te verzinnen zijn, die meer zou kunnen zijn dan God, Die ieder, die naar Hem uitziet en zich aan Hem toevertrouwt, verzorgt, bewaart voor tijd en eeuwigheid.

Bijbeltekst week 2019 – 47

Wat gij ook doet, verricht uw werk van harte, als voor de Here en niet voor mensen;

Kolossenzen 3:23

In vers 17 van dit hoofdstuk staat: En al wat gij doet, met woord of werk …  Deze tekst begint met: Al wat gij doet. Het woord ‘al’ betekent gewoon ‘alles’, dus niets uitgezonderd. Het werkwoord ‘doen’ slaat vooral op alles wat je tot stand brengt: maken, toebereiden. De woorden: ‘verricht uw werk’  in deze tafeltekst, is eigenlijk één woord en kan vertaald worden met: werken of bezig zijn. Het slaat eigenlijk op alle gewone, dagelijkse dingen. ‘Verricht uw werk’ doet je al heel gauw denken aan wat meer opvallende zaken. Zo is het beslist niet bedoeld! Het gaat dus om ons gewone dagelijkse werk.

Paulus roept ons op om alle dagelijkse bezigheden ‘van harte’ te doen. Dit van harte zouden we ook kunnen vertalen als: met heel je ziel. Het woord ‘ziel’ kan vertaald worden met ‘levensadem’. Met ‘ziel’ wordt in het Nieuwe Testament altijd bedoeld: de innerlijke mens die voor het eeuwige leven bestemd is. Dit ‘van harte’ is de kern van onze tafeltekst.

Paulus vertelt ons dat alles wat we doen, iedere dag, elk ogenblik van de dag, bepaald moet worden, inhoud moet krijgen, vanuit het besef dat we hemelburgers zijn; mensen die huisgenoten Gods zijn, medearbeiders van Christus, mee bouwend aan Zijn komende Rijk . . . Efeziërs 2:19 Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods.

De tafeltekst is een duidelijke oproep om te breken met het dubbele leven. Paulus zegt ergens anders: Indien ik nog mensen trachtte te behagen, zou ik geen dienstknecht van Christus zijn (Galaten 1:10). Dat is duidelijke taal! Al ons ‘bezig zijn’ moet voor Hem zijn. Als dat niet het geval is, komt dit omdat we nog zo vast zitten aan het tijd-gebonden leven. We laten ons nog zo beïnvloeden door de wereldgeesten, waar Paulus zo vaak over spreekt (Galaten 4:3,9 en Kolossenzen 2:8,20).

Paulus roept ons op om ons zo op de komst van Zijn Rijk te richten, dat de wereldgeesten geen inspraak meer kunnen hebben. Dat is alleen mogelijk als we ons van ogenblik tot ogenblik laten inspireren door de Heilige Geest, die ons immers wil leiden in alle waarheid! Johannes 16:13  doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen.

Dan kunnen we ook denken aan een ander woord van Paulus: Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede (Romeinen 12:21). En wat het ‘goede’ is, staat zo duidelijk omschreven in de tafeltekst van deze week.

Iedere dag mogen we driemaal aan tafel deze woorden tot ons laten doordringen. En dan ook vertrouwen dat, als we niet uit gewoonte, maar biddend deze woorden uitspreken als ‘Brood voor ons Hart’, God Zijn Woord zal bevestigen in onze harten. Dan zullen we, meer dan ooit, betrouwbare medearbeiders van Christus worden, tot zegen en verlossing van heel veel mensen om ons heen . . .

Abonneer je op de weektekst

Voer je e-mailadres in om wekelijks de bijbeltekst te ontvangen.

Voeg je bij 114 andere abonnees

Archief