Wekelijkse bijbeltekst

Bijbeltekst week 2021 – 30

Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus.

Efeziërs 1:3

Wat een jubelroep mogen we deze week telkens weer uitroepen, als we samen aan tafel gaan! De tekst begint met ‘gezegend’. Dit werkwoord heeft een heel diepe betekenis. Het is in ieder geval iets heel vreugdevols. Als we dit vreugdevolle aan God brengen, kunnen we dit het beste vertalen met: Laten we met plechtige gebeden de God en Vader van onze Here Jezus Christus eren.

Nu gaan we het bekende woordje ‘Here’ met aandacht te bekijken. Dit woord is afgeleid van het woord ‘kracht, macht’. Tijdens het Nieuwe Testament werd ‘Here’ gebruikt voor mensen die meester of bezitter waren van anderen, over wie zij de bevoegdheid hadden om te beslissen. De koning van het Romeinse rijk werd daarom ook zo genoemd: kurios, keizer. Wat machtig om te bedenken dat wij onze Heiland ook kurios, keizer noemen. Want daarmee spreken we uit dat Hij meester of bezitter is van ons en dat Hij de bevoegdheid heeft om over ons te beslissen in alle dingen van ons leven…

Nu het tweede gedeelte van de tekst: die ons met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus. Wat houdt het woord ‘zegen’ in onze tekst in?

Het woord kan op zich zelf betekenen: lof, roem, weldaad, wijding. Graag kiezen we in onze tafeltekst, omdat het hier in het enkelvoud staat, voor de betekenis van ‘wijding’. Vooral als we denken aan de betekenis van het woord ’geestelijke’, dat er voor staat. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat de betekenis heeft van: deel van de mens, dat verwant is aan God en dienst doet als Zijn instrument. Wat moeten we hieronder verstaan? We denken dat de apostel Paulus hiermee doelt op het nieuw geboren leven.

De nieuw geboren mens bestaat uit een: geest, ziel en lichaam.

In zijn brief aan de Korintiërs schrijft Paulus: Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is. (1 Korintiërs 2:14)

Overal ter wereld waar mensen zijn,  is er sprake van ‘religie’. Een godsdienstig mens hoeft -helaas- niet altijd een geestelijk mens te zijn. Dat zijn alleen de wedergeboren mensen. Misschien kunnen we nu de rijkdom van onze tafeltekst beter gaan verstaan: Het is door Jezus Christus dat wij wedergeboren worden. Hierbij kunnen we denken aan twee teksten uit de eerste brief van Petrus:

  • *Geloofd zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons naar zijn grote barmhartigheid door de opstanding van Jezus Christus uit de doden heeft doen wedergeboren worden tot een levende hoop, … (1 Petrus 1:3)
  • *….als wedergeborenen, en niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en blijvende woord van God. (1 Petrus 1:23)

De 1e tekst vertelt ons dat het beleven van een levende hoop een kenmerk van de wedergeboorte is. En die hoop ontstaat dus omdat Jezus ons de weg heeft geopend, door de wedergeboorte, om van Godswege deel te krijgen aan allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten.

De 2e tekst leert ons dat de wedergeboorte, het geestelijk leven, gestalte krijgt door gehoorzaamheid aan het levende en blijvende woord van God.

De gehoorzaamheid is geen deugd van ons zelf! Het is een ‘zegen’, een ‘wijding’ aan het nieuwe leven, dat verwant is aan God en dienst kan doen als Zijn instrument voor de wereld om ons heen. De tafeltekst is dus een uitroep tot God voor we gaan eten:

Heer, hier ben ik, om als Uw instrument in deze wereld te staan!

Bijbeltekst week 2021 – 28

Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen, luidt het woord des HEREN.

Jesaja 55:8

Omdat de tafeltekst voor deze week met het woordje ‘Want’ begint, moeten we, om de betekenis goed te verstaan, teruggaan naar de vorige tekst: De goddeloze verlate zijn weg en de ongerechtige man zijn gedachten en hij bekere zich tot de HERE, dan zal Hij Zich over hem ontfermen – en tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig. (Jesaja 55:7)

In deze tekst wordt gesproken over een ‘goddeloze’ en over een ‘ongerechtige man’. De taal van de profeet Jesaja is vaak heel dichterlijk. We moeten hierbij niet denken aan twee verschillende soorten van mensen. Bij ‘goddeloze’ gaat het niet direct over mensen die zonder God leven – in het Hebreeuwse woord ‘goddeloos’ is het woord ‘God’ helemaal niet terug te vinden -, maar gewoon over ons mensen, die boosaardig zijn, schuldig staan (tegenover God en mens), en het woord ‘ongerechtige’ wijst op mensen die een heilloze weg gaan, een onvruchtbaar leven lijden.

Jesaja doelt hier op alle mensen, die God niet kennen in hun levenswandel. Hij raadt ze aan om te stoppen met die eigen gekozen wegen te gaan en vooral te stoppen met ‘eigen gedachten’. Het is mooi om even aandacht te besteden aan het Hebreeuwse woord voor ‘gedachten’: naast de goede vertaling van ‘gedachten’ is het ook te vertalen met ‘plannen, bedenksels, uitvindingen’.

Maar hoe kom je daar toch allemaal van af?!

Jesaja vertelt ons dat dit heel eenvoudig is: hij bekere zich tot de HERE. Het woord ‘bekeren’ betekent: omkeren, terugkeren of terugkomen. Hoe we het ook vertalen, het betekent heel duidelijk: rechtsomkeert! Dus: ‘geheel anders’ . . . terugkeren naar God, die op ons wacht. Pas dán zullen we ervaren hoe Hij Zich over ons ‘ontfermt’. ‘Ontfermen’ betekent naast ‘ontfermen’ vooral ook ‘van harte liefhebben’.

De centrale boodschap van Jesaja in deze twee verzen is, dat we ons moeten bekeren, teruggaan naar God. En dit is alleen mogelijk, niet door veel te bidden en Bijbel te lezen, maar door te luisteren naar Zijn Stem en ons niet meer te laten leiden door al onze eigen slimme plannen en gedachtewerelden. Bidden en Bijbellezen kan hierbij een geweldige sprong in de goede richting zijn…

Want, en nu komen we bij onze tafeltekst aan: mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen. Bij echte bekering is het dus onmogelijk om nog iets van onze eigen plannen en denkwerelden mee te nemen: En hij (Levi) liet alles achter, stond op en volgde Hem. (Lukas 5:28)  Hierbij komen ook de woorden van Paulus naar boven: Maar gij geheel anders: gij hebt Christus leren kennen. (Efeziërs 4:20 En in zijn brief aan de Romeinen schrijft hij:  En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene. (Rom.12:2)

De tafeltekst voor deze week leert ons te beseffen dat, wanneer we geboeid raken door de openbaring van Jezus Christus in ons leven, we zullen gaan ervaren dat dán struikelen niet meer erg is: want Hij vergeeft veelvuldig.

Bijbeltekst week 2021 – 27

Werkt niet om de spijs, die vergaat, maar om de spijs, die blijft tot in het eeuwige leven, welke de Zoon des mensen u geven zal; want op Hem heeft God, de Vader, zijn zegel gedrukt.

Johannes 6:27

Onze tafeltekst begint met iets wat we vooral niet moeten doen: werken om spijs, die vergaat. Het werkwoord ‘werken’ kunnen we ook vertalen met: tot stand brengen, bezig zijn met.

Het woord ‘spijs’ heeft, naast de algemene betekenis van ’dat wat gegeten wordt’, in de christelijke literatuur vaak de betekenis in geestelijke zin van: voedsel, dat de ziel verfrist, voedt en onderhoudt.  Jezus waarschuwt ons er voor dat er ziele-voedsel is, dat ‘vergaat’. De betekenis van dit werkwoord verwijst niet zo zeer naar de ‘vergankelijkheid’, de tijd-gebondenheid, maar heeft veel meer een actieve betekenis van: vernietigend, geheel uit de weg ruimend, verwoestend.

De Heer waarschuwt ons dat er dus in de religieuze sfeer voedsel wordt aangeboden, dat het zielenleven kan verwoesten. Daar mogen we ons dus niet mee bezighouden, niet aan meewerken! Maar hoe weten we welke spijs, welk godsdienstig aanbod, hiermee bedoeld wordt?

Jezus heeft gezegd: Ik ben het brood des levens; wie tot Mij komt, zal nimmermeer hongeren en wie in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten. (Johannes 6:35)  Als we deze woorden voor ogen hebben, dan verstaan we dat alles wat ons niet dichter bij Jezus brengt en alles wat ons vertrouwen in Hem niet versterkt ons zielenleven vernietigt.

Waar zijn we, dag in dag uit, uur na uur, in Gods Naam mee bezig?

Jezus waarschuwt ons om te stoppen met dit zinloos bezig zijn, met dit onvruchtbaar bestaan. Hij roept ons op om voortdurend bezig te zijn met het tot stand brengen, met het voortbrengen van ‘spijs die de ziel verfrist en onderhoudt’, want dan werken we, zijn we bezig met een ‘spijs’, die eeuwig blijft. D.w.z. een ‘spijs’ die niet verdwijnt, maar altijd blijft bestaan: tot in het ‘eeuwige leven’. Dat is een actief en krachtig leven, altijd ‘fris en sprankelend’, dat geen begin kent en geen eind. Wie dit gaat verstaan wordt voor altijd bevrijd van dat zgn. hemelse beeld: schone witte jurken, altijd schone nagels en geen eelt op de vingers ondanks dat eeuwig spelen op gouden harpen . . .  Echt leven is ‘krachtig’; niet in de wereldse zin van spierkracht, maar ‘bruisend’ en ‘betrokken’. Jezus zegt heel duidelijk dat dit ‘leven’ niet pas komt na de dood, maar er nu al mag zijn, en even krachtig zal blijven tot in de eeuwigheid.

Het werkwoord ‘geven’ staat in de tafeltekst in de ‘aantonende wijs’; een werkwoordsvorm die een handeling aangeeft, die werkelijk plaatsvindt. Hier dus: de Zoon des Mensen geeft deze spijs, dit voedsel voor onze ziel, voor nu en tot in het leven hierna.

Achter deze rijke belofte staat: want op Hem heeft God, de Vader, zijn zegel gedrukt.

God heeft Jezus van Nazareth aangewezen als de beloofde Messias, door de tekenen en wonderen die Hij destijds heeft verricht. Maar ook in onze tijd drukt God Zijn zegel op Hem. Hij wijst Jezus aan als Degene die de ware ‘spijs’ aan ons geeft: Hij is met ons, tot aan de voleinding der wereld. (Matt.28:20) Dit beleven we, waar wij Zijn nabijheid ervaren, in moeite, pijn, maar ook in blijdschap en verwondering.

Wat een zegen, dat Hij ons een Gemeente geeft, waar we telkens opnieuw de vervulling van deze, broodnodige, belofte mogen ervaren!

Bijbeltekst week 2021 – 26

En laten wij op elkander acht geven om elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken.

Hebreeën 10:24

Deze week worden we door onze tafeltekst opgeroepen om: op elkander acht te geven. Dat kan je op velerlei wijzen doen. Vaak wordt dat helemaal verkeerd gedaan. Want wat letten we maar al te graag op wat er ontbreekt of verkeerd is in de ander. Jezus zei hier over: Hoe kunt gij tot uw broeder zeggen: Broeder, laat mij de splinter, die in uw oog is, wegdoen, terwijl gij de balk, die in uw eigen oog is, niet ziet? Huichelaar, doe eerst de balk weg uit uw oog en dan zult gij scherp kunnen zien om de splinter in het oog van uw broeder weg te doen (Lukas 6:42).  Deze manier van acht geven op elkaar is dus een eigenschap van huichelaars… en dat willen we toch echt niet zijn!?

Nee, dit ‘op elkander acht geven’ heeft niets te maken met dit schijnheilige gepeuter aan de ander. Het heeft te maken met de ‘volle aandacht schenken’ aan de ander, niet om te zien wat er mogelijkerwijze ontbreekt, maar om ervoor zorg te dragen dat in de ander iets moois gaat ontstaan: liefde en goede werken.

Het woord ‘liefde’ heeft niets te maken met de betekenis die het in de gangbare taal heeft. Daar wordt van liefde gesproken als het gaat om het geboeid zijn in de andere sekse. Deze liefde, ‘eros’,  zelfs in de mooiste zin van het woord, komt in de Bijbel niet voor! Want het woord ‘eros’ betekent: verlangen, begeerte. Als er in de Bijbel gesproken wordt over liefde, dan is het altijd over de liefde die vrij is van de hebzucht, van de begeerte. Het woord ‘liefde’ dat in onze tekst gebruikt wordt, heeft te maken met: broederlijke liefde, genegenheid, het goedgezind zijn, welwillendheid.

De tekst van deze week roept ons op om ons zodanig te wijden aan elkaar, dat daardoor deze ‘broederliefde, de genegenheid en welwillendheid’ het juist gaat winnen van de hebberigheid. De hartstocht is een vuur, dat ontbrandt als gevolg van de fantasiewereld waarin we vluchten als we ons ongelukkig voelen. En natuurlijk wordt in de Bijbel niet gesproken over dit verterend vuur wat alles in brand zet wat maar branden kan…

De tafeltekst spreekt van een heel ander ‘aanvuren’. Dit aanvuren heeft de betekenis van aansporen, bemoedigen, richten op. De gezindheid waarmee we ‘acht slaan’ op de ander is dus niet aandacht-trekkerig, maar: richtend op het doel, het doel wat God met het leven van de ander heeft. En dat maakt dat het wegvluchten in hebberige fantasieën weggespoeld wordt door de liefde van God, die je niet uitkleedt, maar juist bekleedt met waardigheid en geluk! De aandacht die God wil dat we aan elkaar schenken, beknelt niet, maar vuurt aan om je te wijden aan de broederliefde; aan echte betrokkenheid en het ‘goedgezind zijn naar de ander toe’, waardoor we ruimte schenken aan elkaar om tot die volle ontplooiing te komen. Pas dan wordt de weg voor ons, door elkaar, geopend om tot datgene te komen wat de Bijbel weergeeft in het begrip: goede werken. Dit begrip komt 14 keer voor in het Nieuwe Testament. Er wordt nooit omschreven wat het inhoudt. Maar als we het zouden willen omschrijven, dan zouden we zeggen dat alle goede werken heel eenvoudig zijn samen te vatten in: alles wat je doet om de ander tot volle ontplooiing te brengen.

Dan ontstaat er weer een heel mooie vertaling van onze tafeltekst, die we hier dan ook graag neerschrijven: Laten we zo aandacht aan elkaar besteden, dat we elkaar aansporen om onbaatzuchtig lief te hebben en elkaar de ruimte te bieden om elkaar op te bouwen, geschikt te maken, voor het Koninkrijk van God.

Bijbeltekst week 2021 – 25

Ik heb de stangen van uw juk verbroken en u rechtop doen gaan.

Leviticus 26:13

De tafeltekst voor deze week is het tweede gedeelte van een vers. Daarom eerst aandacht voor de hele tekst: Ik ben de HERE, uw God, die u uit het land Egypte heb geleid, opdat gij hun niet meer tot slaven zoudt zijn; Ik heb de stangen van uw juk verbroken en u rechtop doen gaan.

De persoon die tot ons spreekt is dus: de HERE, uw God. De naam HERE is de Naam van God waarmee Hij zich aan Israël bekend heeft gemaakt ten tijde dat Hij hen uit Egypte, uit het slavenhuis, verloste. De apostel Paulus zegt: (Galaten 5:1) Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt. Houdt dus stand en laat u niet weder een slavenjuk opleggen. Zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament bewerkt de ontmoeting met de levende Here, dat we verlost worden van een slavenjuk.

Wat is dat slavenjuk dan? Het is het leven onder het juk van de wereldgeesten: (Galaten 4:3) Zo bleven ook wij, zolang wij onmondig waren, onderworpen aan de wereldgeesten. Deze wereldgeesten binden ons aan, wat de Bijbel noemt, het tijdgebonden leven. De wereldgeesten gaan uit van de vorst der duisternis, waarvan Petrus zegt: (1 Petrus.5:8) Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden.

Hoe meer we door God met Zijn levenslicht omstraald worden (Job 33:30), hoe meer we ontdekken dat we gewend waren aan dit door de duivel verslonden worden. Het is een zuigende kracht naar alles wat de wereldmachten ons aanbieden. Als we ons maar even laten meezuigen in die richting, verzwakt het verlangen naar God en naar het leven dat Hij biedt. Het mag een wonder heten als we dan toch nog het roepen van God gaan verstaan en ons omkeren, ons bekeren tot Hem die ons roept…

God heeft ons, midden in deze wereld, de Gemeente van Christus gegeven. De Gemeente van Christus is en wordt door Hemzelf gebouwd. Overal waar vol ontzag wordt gezegd: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God”, daar bouwt Jezus, onze opgestane Heer, Zijn Gemeente: (Mattheus 16:18) En Ik zeg u, dat gij Petrus zijt, en op deze petra (op dit getuigenis) zal Ik mijn gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen. 

De Gemeente van Christus bouwt geen kathedralen; het is meestal een eenvoudige huisgemeente: (Romeinen 16:5) Groet insgelijks de gemeente bij hen aan huis. Daar worden mensen niet gebonden aan een bepaalde leer of dogmatiek, maar aan Jezus Zelf, die beloofd heeft: (Mattheus 28:20) En zie, Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld. En: (Handelingen 18:10) want Ik ben met u en niemand zal het op u toeleggen om u kwaad te doen, want Ik heb veel volk in deze stad.

Het is onze levende Here die ons bevrijdt van ieder slavenjuk, en ons stelt in de vrijheid waarvan ook Paulus spreekt! (Galaten. 5:1)

En dan komen we bij de tafeltekst van deze week: Ik heb de stangen van uw juk verbroken en u rechtop doen gaan.

Als we Gods liefde in ons leven toelaten, dan kan Satan, ons niet meer beangstigen, maar dan voelen we ons veilig en geborgen in Hem. Dan tilt Hij ons op uit ons slavenbestaan: het leven volgens regels en voorschriften van mensen (Kolossenzen 2:22), en dan doet Hij ons rechtop gaan. Dit werkwoord ‘gaan’ omschrijft zoiets als: wandelen, maar nog meer dan dat: meegaan, volgen, verder gaan; Zijn toekomst tegemoet…

Bijbeltekst week 2021 – 24

Doch wij hebben niets van doen met nalatigheid, die ten verderve leidt, doch met geloof, dat de ziel behoudt.

Hebreeën 10:39

De tafeltekst voor deze week begint met een reactie op de voorgaande tekst, waar staat: … en mijn rechtvaardige zal uit geloof leven; maar als hij nalatig wordt, dan heeft mijn ziel in hem geen welbehagen.

Wat wordt bedoeld met een ‘rechtvaardige’? We zouden dit woord ook kunnen vertalen met: iemand wiens wijze van denken, voelen en doen geheel in overeenstemming is met de wil van God; iemand zonder zijwegen. Zulke mensen leven uit geloof. Dat betekent, dat zij in alles op God vertrouwen. Dat zijn mensen die, wakker, telkens weer, in iedere nieuwe situatie, deze keuze maken, deze beslissing nemen. Daarin kun je dus ‘nalatig worden’. Dat betekent heel eenvoudig: uit vrees aarzelen te bekennen dat je gelooft, dat je in alles op God vertrouwt.

Dit is een gruwel voor God; dan heeft God geen ‘welbehagen’ in zo’n persoon . . ., dan kan God hem, wegens zijn onbetrouwbaarheid, niet ‘gunstig gezind zijn’. De schrijver van de Hebreeënbrief reageert heel fel op deze gedachte met de woorden van onze nieuwe tafeltekst: Doch wij hebben niets van doen met deze misselijke instelling. We zouden dit ’nalatig zijn’ ook kunnen vertalen met: zich vreesachtig, stilletjes, terugtrekken van een stuk verantwoording . . .

Als we de komende week deze tekst aan tafel opzeggen, dan beseffen we dat we radicaal gebroken hebben met deze vreesachtigheid, dit ontlopen van de verantwoording om in alles Zijn getuigen te zijn! Want we weten dat dit volkomen ‘ten verderve leidt’! Anders vertaald: volslagen tot ondergang brengt. Deze ‘nalatigheid’ heeft, door de eeuwen heen, het geloofsgetuigenis van de gelovigen volkomen teniet gedaan. Door de eeuwen heen zijn de woorden van onze tafeltekst onomwonden gebleken waar te zijn! De kerk der eeuwen is zijn daadkracht kwijt en als wij niet oppassen, gebeurt hetzelfde met ons: Gods goedgunstigheid ebt weg uit de praktijk van ons dagelijks leven!

Als wij de tafeltekst opzeggen, dan hebben we dus een besluit genomen om te breken met dat ons vreesachtig terugtrekken. Nee! We zullen gaan staan in het geloof, in het vertrouwen, dat Gods openbaring in ons leven heeft gewekt: Hij zal Zijn plannen volvoeren! Daar willen we bij betrokken zijn. Zijn Woord zal ons leven bepalen en niet ons lafhartig eigen denken!

We zouden onze tafeltekst weer even heel anders kunnen vertalen, in de hoop dat het een verfrissende, wakker schuddende uitwerking heeft op ons leven van iedere dag van deze week en op de rest van ons leven dat nog voor ons ligt: Doch wij hebben niets te maken met een zich vreesachtig, stilletjes terugtrekken, wat tot een volslagen ondergang leidt, maar met een vast vertrouwen in God, die Heer is over alles, zodat het echte leven steeds meer gestalte krijgt.

Bijbeltekst week 2021 – 23

Niemand zoeke het zijne, maar wat des anderen is.

1 Korintiërs 10:24

De tafeltekst voor deze week lijkt heel eenvoudig, maar dat is niet het geval. Natuurlijk staat deze tekst weer in een bepaald verband. Daar gaan we dus even naar kijken.

Onze tekst staat achter een, voor velen vaak schokkend, woord van Paulus: Alles is geoorloofd, maar niet alles is nuttig. Alles is geoorloofd, maar niet alles bouwt op. (1 Korintiërs 10:23) Dit is een woord dat heenwijst naar een onbeperkte vrijheid: Alles is geoorloofd, maar gelukkig met daarop volgend een beperking: maar niet alles is nuttig, maar niet alles bouwt op.

De beperking van deze onbeschrijfelijke vrijheid van de gelovige is: de zorgvuldigheid naar de ander. Dit laatste blijkt weer uit wat volgt op onze tafeltekst: vers 29-33 Want waartoe zou mijn vrijheid beoordeeld worden door eens anders geweten? Indien ik onder dankzegging van iets gebruik maak, hoe kan men kwaad van mij spreken over iets, waarvoor ik dankzeg? Of gij dus eet of drinkt, of wat ook doet, doet het alles ter ere Gods. Geeft noch aan Joden, noch aan Grieken, noch aan de gemeente Gods aanstoot; zoals ook ik allen in alles ter wille ben, niet om mijn eigen belang te zoeken, maar dat van zeer velen, opdat zij behouden worden.

Uit alles wat de apostel Paulus vertelt in dit gedeelte blijkt overduidelijk, dat de vrijheid waarmee Christus ons heeft vrijgemaakt, alleen maar te beleven is als we leven in de gezindheid die Christus ons schenkt: Want gij zijt geroepen, broeders, om vrij te zijn; (gebruikt) echter die vrijheid niet als een aanleiding voor het vlees, maar dient elkander door de liefde. (Galaten 5:13)

Wonderlijk dat het hele verhaal van Paulus over het ‘vleeshuis’ dus eigenlijk alleen gaat om duidelijk te maken wat in onze tafeltekst staat! Alleen zó kunnen we de inhoud van deze tekst pas echt goed begrijpen. Want het werkwoord ‘zoeken’ in onze tafeltekst betekent vooral: door beredeneren en onderzoeken naar iets streven, maar ook: eisen van een ander. Niemand zoeke het zijne, zouden we daarom ook kunnen vertalen met: niemand eise van de ander te zijn als jij . . . En om de hele tekst in deze stijl af te maken wordt het dan: Eis niet van de ander te zijn als jij, maar heb belangstelling, onderzoek wat goed is voor de ander.

Laat deze ‘vertaling’ nu eens rustig tot je doordringen, dan ga je pas goed begrijpen wat Paulus met alles wat hij over het ‘vleeshuis’ vertelt, bedoelt. Maar dan begrijp je ook dat hij dat hele verhaal alleen maar als voorbeeld heeft verteld om de kostbare inhoud van onze tafeltekst aan de lezers van zijn brief duidelijk te maken. Wat zou ons leven – en daardoor het leven van de ander – er anders uitzien, als deze gezindheid ons meer bezielde! Dan zouden wíj meer van onze vrijheid genieten en zou onze vrijheid de ander nooit beknellen, maar verlangend maken om, net als wij …, door Christus waarlijk vrijgemaakt te worden van elk moralistisch denken over onszelf en over anderen.

Laten we bidden dat we gedurende deze week, door het opzeggen van onze tafeltekst, gaan verlangen om meer uit deze vrijheid te leven ten dienste van de ander!

Bijbeltekst week 2021 – 22

Simon Petrus antwoordde Hem: Here, tot wie zullen wij heengaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven; en wij hebben geloofd en erkend, dat Gij zijt de Heilige Gods.

Johannes 6:68,69

Petrus geeft hier antwoord op een vraag van Jezus: Gij wilt toch ook niet weggaan? Deze vraag van Jezus was heel begrijpelijk. Hij sprak tot Zijn discipelen rechtstreeks, dus zonder gelijkenissen, over de geheimenissen van het Koninkrijk van God. Het waren woorden die wij ook graag horen, maar voor mensen die God alleen maar kennen vanuit overlevering, die geen persoonlijke ontmoeting met Jezus hebben gehad, voor hen zijn deze woorden, zelfs al zijn ze volgelingen van Jezus, niet te begrijpen. En als ze er iets van begrepen, konden ze eigenlijk alleen maar zeggen: Deze rede is hard; wie kan haar aanhoren? (Joh.6:60)  En een paar verzen later staat er dan ook:  Van toen af keerden vele van zijn discipelen terug en gingen niet langer met Hem mede. (Joh.6:66)

We weten niet hoeveel het er waren die heengingen, maar misschien waren alleen de apostelen, zij die uit de discipelschare door Jezus waren uitgekozen, overgebleven…

Eigenlijk had Jezus niet veel mensen om Hem heen die Hem echt begrepen. En de vraag gericht tot de apostelen: Gij wilt toch ook niet weggaan? werd natuurlijk weer door Petrus beantwoord. Het was dit keer geen direct antwoord: ‘Natuurlijk niet!’  Nee, het antwoord was wel doordacht.

Misschien stond Petrus ook wel heel dicht bij de gedachte om maar met de anderen mee te gaan, naar huis, weer vissen, zoals vroeger…

Maar hij besefte dat het nooit meer als vroeger zou worden. Want een heilige onrust had hem aangegrepen: de Woorden van Jezus hadden zijn leven veranderd. En daardoor wist hij dat er geen weg meer terug was: Gij hebt woorden van eeuwig leven.

Als Jezus sprak, was dat zo anders dan zij van de Schriftgeleerden gewend waren: … want Hij leerde hen als gezaghebbende en niet als hun schriftgeleerden. (Mattheüs 7:29)  De woorden van Jezus waren eenvoudig, niet geleerd, maar onweerstaanbaar voor wie naar God vroegen: En zij stonden versteld over zijn leer, want zijn woord was met gezag. (Lukas 4:32)  Het Griekse woord voor ‘gezag’ is heel wat anders dan ‘macht’: het heeft te maken met iets als ‘bevrijdende autoriteit’. De woorden van Jezus waren heel rechtstreeks, maar legden geen druk op de ziel van een mens die werkelijk naar God zocht, die Zijn Koninkrijk verwachtte. De woorden van Jezus brachten scheiding tussen religieuzen en echt gelovigen. De religieuzen konden het niet langer aanhoren, maar degenen die echt God liefhadden, konden niet meer terug: alleen maar verder, achter Hem aan! In de ban van Zijn liefde…

Voor ons mag het geen dogma of bewering zijn: Jezus is de Heilige Gods. Want een dogma, hoe boeiend ook omschreven, heeft geen ‘bevrijdend gezag’. Maar als we Jezus’ werk in en onder ons zijn gaan zien, dan kunnen ook wij, net als Petrus, niet meer terug; verder en verder, achter Hem aan, tot Hij komt!

Bijbeltekst week 2021 – 21 (Pinksteren)

En de HERE zal u voortdurend leiden, u in dorre streken verzadigen en uw gebeente krachtig maken; dan zult gij zijn als een besproeide hof en als een bron waarvan het water niet teleurstelt.

Jesaja 58:11

We hebben het wel vaker gezegd, maar toch is het goed ons er weer even aan te herinneren waarom we iedere week een tafeltekst hebben.

Onze maaltijden mogen ontmoetingen met God en met elkaar zijn (worden). Dat is de diepe inhoud van de woorden van Jezus uit Johannes 21:12  Jezus zeide tot hen: Komt en houdt de maaltijd. Dit was niet het ‘Heilig Avondmaal’, maar een gewone maaltijd, die ongewoon werd door de aanwezigheid van Jezus en daardoor tot een gewone, heilige maaltijd werd. Er was geen bijzonder brood en geen bijzondere wijn, maar al het gewone wordt geheiligd door het Woord van God en door het gebed:1 Timotheüs 4:4,5 Want alles wat God geschapen heeft, is goed en niets daarvan is verwerpelijk, als het met dankzegging aanvaard wordt, want het wordt geheiligd door het woord Gods en door gebed.

Echt maaltijd houden, zoals God het voor ons bedoelt, is een heilig gebeuren, een samen komen voor Zijn aangezicht. Het wordt een heilig gebeuren door de maaltijd te ‘omkleden’ met het Woord van God en met het gebed. Het gebed moet dan ook echt een gebed, een spreken met God zijn en de tafeltekst moet dan ook echt Woord van God zijn. Zowel het gebed als de tekst zullen echt zijn, als we verwonderd zijn en ons gelukkig prijzen dat we elkaar in Jezus mogen ontmoeten tijdens het houden van de maaltijd (Joh. 21:12)

En nu dan nog iets over de tafeltekst van deze week.

De inhoud van deze tekst dringt pas volkomen tot ons door als we deze woorden in ons hart laten staan in het geheel van de woorden van Jesaja. Daarom is het goed om gedurende dit weekend heel het gedeelte van Jesaja 58 te lezen voordat we de nieuwe week in gaan.

We lezen hier de twee voorafgaande teksten: Jesaja 58:9,10 Wanneer gij uit uw midden het juk wegdoet, het wijzen met de vinger en het spreken van boosheid nalaat, wanneer gij de hongerige schenkt wat gij zelf begeert en de verdrukten verzadigt, dan zal in de duisternis uw licht opgaan en uw donkerheid zal zijn als de middag. En….  Er is dus een duidelijke voorwaarde verbonden aan de rijke belofte van onze tafeltekst!

Wanneer gij uit uw midden het juk wegdoet,… Als in de Bijbel ‘het juk’ figuurlijk wordt gebruikt, dan wordt daar altijd mee bedoeld: het juk van onderdrukking. En let vooral op de zinsnede: uit uw midden. Als de een zich, te midden van de anderen verheft, worden we een bedreiging voor elkaar. Dan is er sprake van het juk van onderdrukking.

Is het niet verschrikkelijk, als we met de vinger naar elkaar wijzen, boze woorden spreken over elkaar, en elkaar een juk opleggen, een last, in plaats van elkaar op te beuren, te bemoedigen en te vertroosten. Is het niet huiveringwekkend dat, terwijl God Zijn Geest der vertroosting en bemoediging geeft, we nog de moed hebben het omgekeerde met elkaar te doen?! Als we hongerigen en de verdrukten onder ons niet geven wat we zelf begeren, dan maken we de hemel van koper!

Hiervan verlost God ons niet, maar Hij nodigt ons uit om dit zelf uit ons midden weg te bannen opdat… Ja dàn pas wordt onze tafeltekst actueel en gaan we verstaan met wat voor een passie, met welk een verlangen God dàn deze woorden tot ons spreekt:

Jesaja 58:11: En de HERE zal u voortdurend leiden, u in dorre streken verzadigen en uw gebeente krachtig maken; dan zult gij zijn als een besproeide hof en als een bron, waarvan het water niet teleurstelt.

Inleiding Pinksteren

Inleiding Pinksteren 2021

Net zoals het Paasfeest, is ook het Pinksterfeest van oorsprong een feest vanuit het Oude Testament. Het is één van de drie grote feesten die de Israëlieten ieder jaar moesten houden voor Gods aangezicht, namelijk het Paasfeest, het Pinksterfeest en het Loofhuttenfeest. In Exodus 23:17 staat hierover vermeld: Driemaal in het jaar zullen al uw mannen voor het aangezicht van de Here HERE verschijnen. 

Pinksterfeest is de Griekse naam voor het feest en betekent letterlijk ‘vijftigste’. In Leviticus staat hierover geschreven: Dan zult gij tellen van de dag na de (paas)sabbat, … zeven volle weken zullen het zijn; tot de dag na de zevende sabbat zult gij tellen, vijftig dagen. (Lev.23:15, 16)

In het Hebreeuws wordt dit feest het ‘Feest der Weken’ genoemd: Het feest der weken, der eerstelingen van de tarweoogst zult gij vieren, …(Exodus 34:22). Men noemt dit ook wel het ‘Slotfeest’.

Pasen en Pinksteren horen dus duidelijk bij elkaar; Pinksteren is de afsluiting van het Paasfeest. In Exodus 23:14 staat: Driemaal in het jaar zult gij Mij een feest houden. En in Exodus 23:16 wordt hierover genoemd: Ook het feest van de oogst, der eerstelingen van uw vruchten, die gij op de akker zaaien zult. Een andere naam voor het Pinksterfeest is Oogstfeest, omdat dan het eerste graan (gerst) werd geoogst.

Dit alles is weer een prachtig beeld van wat God ons geschonken heeft in Jezus Christus, onze Here. Op Goede Vrijdag stierf Hij voor onze zonden aan het kruis, op Paasmorgen stond Hij op uit de doden en op de Pinksterdag werd ‘de eerste oogst’ binnengehaald!

In Handelingen 2:41-47 wordt hier over geschreven:  Zij dan, die zijn woord aanvaardden, lieten zich dopen en op die dag werden ongeveer drieduizend zielen toegevoegd. En zij bleven volharden bij het onderwijs der apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden. En er kwam vrees over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen. En allen, die tot het geloof gekomen en bijeen vergaderd waren, hadden alles gemeenschappelijk; en telkens waren er, die hun bezittingen en have verkochten en ze uitdeelden aan allen, die er behoefte aan hadden; en voortdurend waren zij elke dag eendrachtig in de tempel, braken het brood aan huis en gebruikten hun maaltijden met blijdschap en eenvoud des harten, en zij loofden God en stonden in de gunst bij het gehele volk.

En de Here voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden werden. 

Tijdens ons Pinksterfeest gedenken wij dat wij door de komst van de Heilige Geest een toerusting hebben gekregen om Zijn getuigen te zijn, zodat door ons leven heen nog velen toegevoegd kunnen worden aan ‘de kring van hen die behouden worden’: de Gemeente van Christus.

Bijbeltekst week 2021 – 20 (Voorbereiding Pinksteren)

Pinksteren 2021

Deze week bereiden we ons voor op het naderende Pinksterfeest. Dit feest wordt ook wel ‘Feest der Weken’ of ‘Oogstfeest’ genoemd. Pinksteren is de afsluiting van het Paasfeest. Tijdens ons Pinksterfeest gedenken wij dat wij door de komst van de Heilige Geest een toerusting hebben gekregen om Zijn getuigen te zijn, zodat door ons leven heen nog velen toegevoegd kunnen worden aan ‘de kring van hen die behouden worden’: de Gemeente van Christus (Hand.2:47).

En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken.

Rom. 12:2a

Toen de Pinksterdag aanbrak, waren er heel veel Joden in Jeruzalem die vanuit de hele wereld daar waren gekomen om het Pinksterfeest, één van de drie grote feesten der Joden (Ex.23:17), te vieren. Het waren alleen de heel vrome Joden die deze, zeker voor die tijd, grote moeite namen.

Ook de discipelen van Jezus waren in Jeruzalem. Maar zij waren daar niet alleen om ‘het Feest der Weken’ te vieren, maar vooral waren zij daar omdat Jezus, de Opgestane Heer, hen geboden had Jeruzalem niet te verlaten, maar te blijven wachten op de belofte van de Vader (Hand.1:4).

In gehoorzaamheid aan hun Heer verbleven zij daar, allen eendrachtig volharden in het gebed (Hand.1:14), niet wetend hoe lang zij moesten blijven wachten; zij wisten van te voren beslist niet dat aan dit wachten een einde kwam toen de Pinksterdag aanbrak. Zij waren gewoon voor het Pinksterfeest bijeen toen er eensklaps een geluid was als van een geweldige windvlaag, die zelfs het gehele huis vervulde. Zij zullen misschien in eerste instantie wel bezorgd zijn geweest toen het leek alsof vuurtongen zich over hen verdeelden en op ieder van hen bleven rusten… Maar meteen werden zij allen vol van de Heilige Geest, want zij begonnen vrijmoedig uiting te geven aan hetgeen de Geest hun te spreken gaf. Dat moet een bevrijdende ervaring zijn geweest! Misschien herinnerden zij zich toen wat Jezus hun gezegd had: …maakt u dan niet bezorgd, hoe of wat gij spreken zult; …want gij zijt het niet, die spreekt, doch het is de Geest uws Vaders, die in u spreekt (Matt.10:19,20).

Ja, want dat is het werk van de Heilige Geest, dat Hij ons verlost van ons verduisterd verstand en ons verandert door de vernieuwing van ons denken! Wat hebben wij het nodig dat het Pinkstergebeuren ons leven weer gaat vervullen. Want hoe weinig mensen zijn er nog die zich zó door Gods Geest willen laten vervullen, dat zij dusdanig geïnteresseerd raken in hun naasten, dat zij hen van de grote daden van God willen vertellen. Dit is het handelen dat zij in hun eigen leven zijn gaan ervaren door Jezus Christus, de uit de doden opgestane Heer. Maar dan ook in een taal die eigen is aan degenen die luisteren.

Want, als de Geest van God woning gemaakt heeft in onze harten, dan dringt de liefde van Christus ons om met al onze zegen de naasten te zegenen, te dienen en mee te nemen naar Jezus toe. Daarom is het Pinksterfeest, het Oogstfeest, hét toerustingsfeest voor diegenen die zich in de gezindheid van Jezus gezondenen weten in de wereld van nu!

Bijbeltekst week 2021 – 19 (Hemelvaart)

Deze week vieren we de Hemelvaart van Jezus.

Jezus heeft gezegd: “Het is beter voor u dat Ik heenga. Want indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden”. (Joh.16:7). Jezus kon maar op één plek tegelijk zijn, maar de Heilige Geest wil woning maken in de harten van alle mensen! Jezus ging terug naar de hemel, naar de Vader, om dit te realiseren. Daarom is het vieren van de Hemelvaart van Jezus een goede voorbereiding voor het naderende Pinksterfeest! Belangrijk in dit gebeuren is, dat wat de engelen tenslotte tegen de discipelen zeiden: “Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen”. (Hand.1:11)

Zo mogen we Hem, wakende, terugverwachten. En hierover wordt ook gesproken in onze tafeltekst.

 

Maar wie de HERE verwachten, putten nieuwe kracht; zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen, maar worden niet moede; zij wandelen, maar worden niet mat.

Jesaja 40:31

De tafeltekst voor deze week begint met ‘Maar’. Er staat dus iets voor, wat belangrijk is. Jongelingen worden moede en mat, zelfs jonge mannen struikelen (Jesaja 40:30). In tegenstelling met wat hier vermeld staat, volgt dan onze tekst: maar wie de HERE verwachten…

Ach, wat zijn we vaak moe! Het leven is ook zo ‘heftig’ zeggen we dan vaak. Ook in deze tijd: zoveel nieuwe situaties, zoveel om over na te denken. Wat fijn dat in de Bijbel staat dat zelfs jongelingen moe en mat worden en struikelen. Graag zetten we dan een punt, maar onze tafeltekst zet een komma! ‘…, maar wie de HERE verwachten,…’  Dan rijst de vraag: verwachten wij de HERE nu werkelijk, of is het slechts een godsdienstige gedachte?

Wat zou het ons goed doen, als we de moed hadden, om ons voor Gods aangezicht af te vragen of we eigenlijk wel in de praktijk van ons dagelijks leven echt Hem verwachten. ‘Leer ons U meer verwachten, Heer’, zou dan ons gebed mogen worden. Het mag ook het gebed van deze komende week worden! Hij alleen immers kan ons leren wat het inhoudt om Hem echt te verwachten. We hebben de zalving van Gods Geest nodig om te leren leven en van daaruit op Hem te vertrouwen, Die de Bron van alle leven is!

Echt verwachten zet je in beweging, want ‘verwachten’ betekent ook ‘uitzien naar’ en het betekent nog meer. In de Bijbel wordt dit werkwoord ook wel vertaald met: ‘verzamelen, samenbinden’. Wat een rijkdom om te beseffen dat het verwachten van de HERE ons samenbindt, ons verenigt. Ja, dat geeft eigenlijk op zich zelf al nieuwe kracht. En het woord ‘kracht’ mag ook vertaald worden met ‘mogelijkheid’. Het verwachten van de HERE schept dus nieuwe mogelijkheden, maakt ons creatief!

Als je de diepe inhoud van deze tafeltekst tot je laat doordringen, dan strek je de kromme schouders en ga je diep adem halen, verwachtingsvol uitziende naar wat Zijn komst toch eigenlijk allemaal wel zal inhouden. En het vervolg van onze tafeltekst wijst ons in de goede richting. Daarom is het misschien wel goed om de hele tekst met elkaar op te zeggen, bij iedere maaltijd van deze week: zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen, maar worden niet moede; zij wandelen, maar worden niet mat.

Bijbeltekst week 2021 – 18

Want bij U is de bron des levens, in uw licht zien wij het licht.

Psalm 36:10

Deze tekst begint met ‘Want’ en daarom moeten we wel het voorgaande aandachtig lezen om niet aan de kostbaarheid van onze weektekst voorbij te gaan:

Hoe kostelijk is uw goedertierenheid, o God; daarom schuilen de mensenkinderen in de schaduw uwer vleugelen; zij laven zich aan het vette van uw huis, Gij drenkt hen met de stroom van uw liefelijkheden. (Psalm 36:8,9) 

Het woord ‘kostelijk’ betekent: prachtig, gewichtig, invloedrijk. De goedertierenheid van God moet voor ons dus kostbaar zijn, in de zin van: levensbepalend. Het woord ‘goedertierenheid’ is zo ouderwets, dat we misschien beter kunnen zeggen: trouw, of vriendschap, genegenheid. En dat er achter staat: o God, betekent dus dat we tegen God zeggen dat Zijn trouw en Zijn vriendschap ons leven bepalen.

Ja, als dat zo is, dan is het vanzelfsprekend dat we maar al te graag bij Hem ‘schuilen’. Dit betekent dat we in alles ‘ons vertrouwen stellen’ op Hem, want dat is de diepste betekenis van het Hebreeuwse werkwoord. Dan zoeken we dus onze toevlucht ‘in de schaduw van Zijn vleugelen’. Voor dit woord kunnen we ook iets anders zetten, wat alles wat minder poëtisch maar realistischer maakt. In Ezechiël staat het vertaald met: slip van Uw kleed. (Ezechiël 16:8) Ik spreidde de slip van mijn kleed over u en bedekte uw naaktheid, Ik ging onder ede een verbond met u aan, luidt het woord van de Here HERE; zo werdt gij de mijne. We moeten dat hele stuk uit Ezechiël maar eens lezen deze week. Misschien gaat het dan een beetje tot ons doordringen wat Gods liefde voor ons doet: onze naaktheid bedekken. (Dus niet ontbloten!)

Dan komen we het werkwoord ‘laven’ tegen. Heel gewoon vertaald betekent dat: doordrenkt worden, dronken zijn. God dompelt ons dus onder in ‘het vette van Zijn huis’. Het ‘vette’ is afgeleid van een werkwoord, dat betekent: overvloedig verkwikken of zalven. Hij neemt ons dus op in Zijn huis, maakt ons tot ‘huisgenoten Gods in de Geest’, zoals de apostel Paulus het zegt: Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods…(Efeze 2:19).

Daarna volgt: Gij drenkt hen met de stroom van uw liefelijkheden. Het ‘drenken met de stroom’ wordt met één woord weergegeven: Nahal. Dit betekent een rivierbedding. We kunnen dit gedeelte dus ook vertalen met: Gij bedt ons in in Uw liefelijkheden.

En dan komen we nu bij onze tekst voor deze week. Heel de rijkdom van de vorige verzen wordt hier samengevat: Want bij U is de bron des levens, in Uw licht zien wij het licht. Bovengenoemde tafeltekst nodigt ons uit om onze ogen te richten op Gods licht over alles wat er in deze ondergaande wereld te koop is, want dan zien we, onderscheiden we, wat waarheid en leugen is. Als we ons door Gods licht laten omstralen, doorzien we de valse schijn. En dan willen we niet anders dan ons graag laten inbedden in de ruimte van Gods huis. Alleen door het verzoenend sterven van Jezus te ondergaan, brengt het Licht van God ons in Zijn Huis.

Bijbeltekst week 2021 – 17

En dit is zijn gebod: dat wij geloven in de naam van zijn Zoon Jezus Christus en elkander liefhebben, gelijk Hij ons geboden heeft.

1 Johannes 3:23

De tafeltekst voor de komende week begint met En dit is zijn gebod:…  Wij denken bij het woord ‘gebod’ meestal aan een bevel, maar in de Bijbel betekent het veel meer: opdracht, voorschrift. Het woord is afgeleid van een werkwoord dat betekent: opdracht om iets tot stand te brengen. Een taakbeschrijving eigenlijk voor iemand die een taak gaat vervullen. Dat is heel wat anders dan het ‘bevel’ dat de Israëlieten kregen om die steden voor Farao te bouwen! Zij moesten zelf het stro zoeken om daarmee zelf de tichelstenen te maken. Nee, als iemand een taakomschrijving krijgt, dan is alles wat er voor nodig is om die taak uit te voeren, al klaargelegd. Zo is het ook met het ‘gebod’ in onze tafeltekst!

Onze taak is:

  1. om te geloven in de Naam van Jezus.
  2. om elkander lief te hebben.

De apostel Paulus vertelt ons dat het geloof een gave van God is: Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God. (Ef.2:8) Geloven betekent: vertrouwen hebben in. Waar moeten we dan vertrouwen in hebben? Dat staat er achter: in de Naam van Jezus.

Dan denken we aan de Naam, die Jezus ontvangen heeft boven alle Naam, omdat Hij gehoorzaam is geweest tot de dood … Daarom heeft God hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken, … (Filippenzen 2:9) Het woord ‘naam’ betekent niet alleen maar ‘naam’, maar ook: roem, aanzien, gedachtenis. We hebben dus in de eerste plaats de opdracht om vertrouwen te hebben in de Naam, het aanzien bij God, van Jezus.

En in de tweede plaats hebben we de opdracht om elkaar lief te hebben. Hier wordt mee bedoeld: elkaar welkom te heten, te koesteren. Als we daar mee beginnen, dan komt de rest van de betekenis van ‘liefhebben’ vanzelf. Als vrucht van dit welkom heten van de ander in ons leven, gaan we meer en meer ‘gesteld raken op’ de ander. En dan zal het niet lang duren of de laatste betekenis van ‘liefhebben’ komt ook: houden van.

Nu is dit ‘houden van’ natuurlijk een rekbaar begrip: ik houd van chocola, van zeilen, etc… Maar Jezus laat hier geen onduidelijkheid over bestaan: Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkander liefhebt. (Johannes 13:34). Zijn liefde is grenzeloos!! Dus Zijn opdracht aan ons ook!

We mogen daarom onderweg gaan, zonder ooit te denken: ‘zo is het wel genoeg’ of  ‘ik zie het verder niet zo zitten’, want onze tafeltekst voor deze week is een taakomschrijving, een opdracht voor ons hele leven, een gebod om elkaar lief te hebben, zoals Hij ons aangeboden heeft.

Wie zijn vertrouwen op Hem heeft gesteld kan met een gerust hart, na het opzeggen van deze tekst, gaan eten. Want bij alles wat Hij ons opdraagt liggen de ingrediënten klaar: we staan niet in dienst van een gevreesde Farao, maar van Jezus. Hij is ons Zelf deze weg voorgegaan en heeft ons geroepen om Hem daarop eenvoudig te volgen.

Bijbeltekst week 2021 – 16

Als gij in mijn woord blijft, zijt gij waarlijk discipelen van Mij en gij zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.

Johannes 8:31,32

Deze woorden van Jezus beschrijven het werkelijke geloofsleven. De basis van ons geloofsleven is: blijven in Zijn woord. Dit ‘woord’ heeft de betekenis van: uitgesproken, meegedeelde gedachte(n). We moeten dus niet in de eerste plaats denken aan de Bijbel, maar aan de woorden, de gedachten van Jezus, die Hij bekend maakt aan wie naar Hem luisteren; dat kunnen dus ook woorden uit de Bijbel zijn, als we tenminste de Bijbel lezen met een biddend hart… Het spreken van Jezus tot ons wordt dan zo indringend, dat we daardoor bepaald worden.

Het werkwoord ‘blijven’, wat hier gebruikt wordt, kan ook vertaald worden met ‘verblijven’. Wanneer deze gezindheid in ons is, dan worden we werkelijk discipelen van Jezus: leerlingen, mensen die door Hem geleerd worden. Dus niet mensen die door studie meer over Hem te weten komen, maar die zich willen laten vormen, onderwijzen door Zijn spreken tot ons hart… Pas als deze gezindheid tot werkelijkheid is geworden, gaan we de ‘waarheid verstaan’.

Het werkwoord ‘verstaan’ kunnen we het beste vertalen met: ‘leren kennen’. Jezus heeft heel duidelijk gezegd: Ik ben de Waarheid (Joh.14:6). Als we ons dus laten bepalen door wat Jezus tegen ons zegt, als we luisteren naar Zijn onderwijzing om alleen nog maar daar uit te leven, dan gaan we Hem zó leren kennen, dat we alles gaan verstaan wat werkelijk waarheid is: wat met de komst van Zijn Rijk te maken heeft. Hier gaat het om de eeuwige Waarheid, die de natuurlijke mens, de nog niet wedergeboren mens, niet kan verstaan: Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is (1 Korintiërs 2:14).

Als de eeuwige Waarheid tot ons gaat doordringen, gaat er nog een andere betekenis van het werkwoord ‘verstaan’ gestalte krijgen in ons leven: ‘bemerken’. Want als we de eeuwige Waarheid gaan liefhebben zoals Hij ons heeft liefgehad, dan gaan we tot onze verwondering ‘bemerken’ dat dingen, tot in de wortels van ons bestaan, gaan veranderen. Dat is de bevrijdende kracht van het verstaan van de Waarheid…

Het werkwoord ‘vrijmaken’ is afgeleid van een zelfstandig naamwoord dat de betekenis heeft van: iemand die geen slaaf meer is, een vrijgelatene.

Als we het spreken van Jezus tot ons hart en denken toelaten, komen we tot onze verbazing en tot ons geluk tot de ontdekking, dat banden verbroken worden, waarvan we dachten, dat dit nooit zou kunnen gebeuren. Dan mogen we ervaren wat Jacobus al zo lang geleden geschreven heeft: Maar wie zich verdiept in de volmaakte wet, die der vrijheid…, die zal zalig zijn in zijn doen (Jac.1:25).

Bijbeltekst week 2021 – 15

Zalig die slaven, die de heer bij zijn komst wakende zal aantreffen. 

Lucas 12:37

Een heel korte tekst voor deze week. Maar natuurlijk staan deze woorden in verband met het voorafgaande. Daarom schrijven we dat hier maar even neer: Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn. Laten uw lendenen omgord zijn en uw lampen brandende. En gij, weest gelijk aan mensen, die op hun heer wachten, wanneer hij van de bruiloft wederkeert, om hem, als hij komt en klopt, terstond te kunnen opendoen. (Lucas 12:34, 35, 36)

Het woordje ‘wachten’ is hier onderstreept, want daar gaat het om. Dit ‘wachten’ en het woord ‘wakende’ in onze tafeltekst drukken hetzelfde uit. Het werkwoord ‘wachten’ drukt iets heel bijzonders uit, wat het beste is weer te geven met: toegang geven tot zichzelf, iemand toelaten in je hart. Het heeft dus duidelijk met een warme relatie te maken; met een verlangen in ons hart om zo te zijn, om te behoren tot mensen, die op hun heer wachten.

Graag willen we ook wijzen op het woord ‘Heer’: kurios in het Grieks, wat ook vertaald kan worden met keizer. De betekenis van dit woord is: hij die meester of bezitter is van iemand (of iets) waarover hij de bevoegdheid heeft om te beslissen. Onze Heer is op geen enkel gebied te vergelijken met een keizer of met een heer in deze wereld. Maar wel is Hij Heer in de diepste betekenis van het woord: hij die meester of bezitter is van iemand waarover hij de bevoegdheid heeft om te beslissen. Voor iemand die Jezus niet kent is dit een bedreiging van je ‘privacy’. Maar voor hen die beleven Hem lief te hebben, geeft dit een gevoel van enorme veiligheid, geborgenheid, waardoor je altijd vanzelf naar Hem uitziet, Hem wil kennen in al je wegen. Dit is de betekenis van het woord ‘wachten’: Jezus toelaten in je leven, naar Hem verlangen…

Als we aan het woord ‘slaaf’ denken, dan heeft dat meestal iets negatiefs. De apostel Paulus waarschuwt ons: Weest geen slaven van mensen (1 Korintiërs 7:23), maar … slaven van Christus die de wil Gods van harte doen. (Efeziërs 6:6) Het woord ‘slaaf’ betekent dan ook in de meest algemene zin van het woord: een bediende, toegewijd aan een ander, met veronachtzaming van eigen belangen. Of: iemand die zich aan de wil van een ander overgeeft.

De rijkdom in het ‘slaven van Christus’ zijn zit in het feit, dat het volkomen op basis van vrijwilligheid is! Wie de diepe keuze in zijn leven heeft gemaakt om zó een slaaf van Christus te zijn, kan niet anders dan op deze Bijbelse manier op zijn Heer ‘wachten’. Dit doet je pas echt leven. Vandaar dat onze tafeltekst begint met de uitroep: Zalig! Zalig klinkt heel erg ouderwets. Als het nog gebruikt wordt dan heeft het woord de betekenis van: verrukkelijk, lekker, heerlijk. Maar in Bijbelse zin betekent het: gelukkig, in de zin van: ‘voorspoedig’. Nu weer terug naar de tafeltekst.

Vrij vertaald zouden we kunnen neerschrijven: Voorspoedig zijn degenen, die de wil van God van harte doen. Hij die de bevoegdheid heeft om over hen te beslissen zal hen, die verlangen naar Zijn komst, wakende aantreffen.

Eigenlijk zijn we nog niet klaar met onze zo korte en bondige tafeltekst. Want graag willen we nog de onderstreepte woorden beschrijven. Eerst het woord ‘komst’. Naast de gewone betekenis van ‘komen’ heeft het een nog rijkere inhoud als we denken aan de vertaling hiervan als: te voorschijn komen, zich tonen. Degenen die naar Hem uitzien zeggen niet: ‘Daar komt ie an!’ Nee, ze zullen verrukt zijn van Zijn verschijnen! En die vreugde kan er alleen maar zijn als degenen die naar Hem uitzien ‘wakende’ zijn. Dit waken betekent: zorgvuldige aandacht schenken aan, zodat niemand een plotselinge ramp overkomt door nalatigheid of luiheid. Zo staat het in het woordenboek.

En zo moet het bij ons zijn: Als Hij zich openbaart, kunnen we alleen van harte verrukt en vrolijk zijn, als we, tot op dat ogenblik, heel zorgvuldig, zonder nalatigheid of luiheid, met elkaar zijn omgegaan…

Dan zullen we voorspoedig zijn, als de Heer bij Zijn komst ons zó zal aantreffen. Ons zó zal ‘herkennen’ betekent dat!

Bijbeltekst week 2021 – 14 – Pasen

Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven, en een ieder, die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven; gelooft gij dat?

Johannes 11:25,26

De tafeltekst voor deze week is een goede voorbereiding op het komende Paasfeest. In dit feest vieren wij immers dat Jezus uit de doden is opgestaan?! Maar er is in deze viering geen kracht als we niet in ons dagelijks leven ons verwonderen over het feit dat Hij leeft. Deze werkelijkheid van Zijn leven onder ons heeft Jezus zo krachtig uitgedrukt in de woorden die Hij sprak na Zijn opstanding uit de dood: En zie, Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld (Matth.28:20). 

Maar de woorden van onze tafeltekst zeggen ons meer dan de opstanding van Jezus uit de dood! Hij is niet alleen opgestaan uit de dood, maar Hij is de opstanding en Hij is het leven!

Dat betekent dus dat Hij niet alleen Zelf is opgestaan uit de doden, maar dat Hij de opstanding uit de dood is voor een ieder die in Hem gelooft: wie in Mij gelooft zal leven. Dit ‘leven’ staat tegenover het ‘gestorven zijn’. Dit ‘gestorven zijn’ staat in een werkwoordsvorm, die je duidelijker kunt vertalen met: stervend zijn. Deze uitdrukking wordt gebruikt bij bomen waarvan je ziet dat ze wegkwijnen door gebrek aan water en bij zaad, dat in de grond verrot, omdat het niet tot ontkieming is gekomen.

Dit laatste vooral geeft duidelijk de betekenis van de woorden van Jezus weer. Immers, als wij jaar in jaar uit het Woord van God aanhoren, maar het niet tot ontkieming komt in onze harten, dan zijn we daarmee te vergelijken. Heel de wereldbevolking is daarmee te vergelijken, met bomen die door gebrek aan water verdrogen en met zaad, dat niet tot ontkieming komt en daarom langzaam maar zeker verrot in de aarde.

Wat een geweldige boodschap is het Woord van Jezus dan: wie in Mij gelooft zal leven, ook al is hij stervende. Want door het geloof in Jezus zullen allen, die uitzichtloos stervende zijn leven!

Maar dan zijn de Woorden die daar op volgen heel belangrijk: en een ieder, die (1) leeft en (2) in Mij gelooft . . .

Want pas als wij uit het ‘sterven’ zijn verlost tot leven, omdat het Woord van God tot ontkieming is gekomen in onze zielen, kunnen we pas echt geloven. Eerder is ons geloven niets anders dan het aanhangen van een leer of een traditie . . .  Als het Woord van God tot ontkieming komt in ons leven, kunnen we pas echt geloven zoals Jezus bedoelt. Wat houdt dat geloof in? Jezus heeft na het uitspreken van deze indrukwekkende woorden aan Martha de indringende vraag gesteld: gelooft gij dat?

Onze tafeltekst voor deze week zou onvolledig zijn als we niet eindigden met deze vraag! De tafeltekst mag dan wel compleet zijn met deze vraag, maar als ons antwoord, zoals Martha antwoordde, wegblijft, wordt deze tafeltekst nooit tot een volwaardige Paastekst:

Zij zeide tot Hem: Ja, Here, ik heb geloofd, dat Gij zijt de Christus, de Zoon van God, die in de wereld komen zou (Johannes 11:27). 

Oppervlakkig gezien zou je denken dat Martha niet het juiste antwoord geeft. Ze had eigenlijk moeten zeggen: Ja Heer, ik geloof dat U de opstanding en het leven bent. Wat gelukkig als wij gaan beleven hoe juist het antwoord van Martha op de vraag van Jezus was.

Laat ons antwoord op Jezus’ vraag in dezelfde geest zijn, want alleen als we beseffen en geloven dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, die God vanaf het prille bestaan van de mens ons beloofd heeft, pas dan verandert ons stervend zijn in eeuwig leven. Hiervan getuigt de Geest van Jezus in het boek Openbaring:  Zalig en heilig is hij, die deel heeft aan de eerste opstanding: over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn en zij zullen met Hem als koningen heersen, die duizend jaren (Openb. 20:6).

Pasen 2021

PASEN 2021

Het Paasfeest is van oorsprong een Oud Testamentisch feest. De Israëlieten kregen de opdracht dit feest jaarlijks te vieren, om daarin te gedenken dat God hen uit het slavenhuis, uit Egypte, geleid had. Dit feest valt in de maand Abib, (ongeveer april): ‘Deze maand zal u het begin der maanden zijn; zij zal u de eerste der maanden van het jaar zijn’ (Exodus 12:2).

Op de 10e van deze maand moesten de Israëlieten een gaaf, mannelijk, éénjarig stuk kleinvee nemen en dat apart zetten tot de 14e van de maand, om het dan in de  avondschemering te slachten en gedurende de nacht op te eten (:5,6). Vier dagen werd het Paaslam apart gezet om geslacht te worden. ‘Vier’ is in de Bijbel het symbolische getal van de voorbereiding.

Als later Johannes de Doper zijn discipelen op de Here Jezus wijst, dan zegt hij: ‘Zie, het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt’ (Johannes 1:29,36). Voor de gelovige Jood was het Paaslam een beeld van de Messias en Johannes zegt hier dus eigenlijk: ‘Zie, de Messias!’ Ook de apostel Johannes trekt deze vergelijking later door als hij Exodus 12:46 citeert: ‘Want dit is geschied, opdat het schriftwoord zou vervuld worden: Geen been van Hem zal verbrijzeld worden’ (Johannes 19:36).

En zoals het bloed van het paaslam, op de deurposten van de huizen gestreken, de doodsengel aan de gelovigen voorbij deed gaan (Exodus 12:13), zo werd ook het bloed van Jezus voor velen vergoten tot verzoening van hun zonden (Matteüs 26:28).

Daarom vieren we ieder jaar, vaak bijna gelijk met het Joodse volk, het Paasfeest, om te gedenken dat Jezus als ons Paaslam is geslacht tot verzoening van al onze zonden.

Bijbeltekst week 2021 – 13 – Voorbereiding op Pasen

Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is.

Filippenzen 2:5,6 en 7

In deze voorbereidingstijd naar Pasen toe, staan we stil bij een tekst uit de brief van Paulus aan de gemeente te Filippi. Deze tekst spreekt over de dienende gezindheid van Jezus.

Het eerste gedeelte van deze tekst: Laat die gezindheid bij u zijn, is heel erg de moeite waard om verder over na te denken. Het gaat hier om het gebruik van een werkwoord, dat is afgeleid van het woord dat de betekenis heeft van: gevoel, hart of gedachte. Daarom zouden we dit eerste gedeelte heel goed kunnen vertalen met: Laat onder u het denken alleen maar bepaald worden, en dan gaan we verder met: zoals het ook bij Christus Jezus was.

Denken is de basis van ons bestaan. We moeten hierbij denken aan de woorden van Paulus: En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene (Rom. 12:2). Wat met: gelijkvormig aan deze wereld wordt bedoeld, wordt pas duidelijk als we er iets aan zouden toevoegen: gelijkvormig aan de manier van denken van deze wereld. Het woord ‘hervormd’ betekent hier onomwonden: wezensverandering. En met ‘vernieuwing’ wordt bedoeld: volledige verandering ten beste. . .

In onze tafeltekst gaat het bij ‘gezindheid’ niet om een bepaalde mening van Jezus, maar om het wezen, het bestaan van Christus Jezus. De tafeltekst zouden we daarom kunnen beginnen met: Laat onze gedachtewereld net zo bepaald worden als bij Jezus. Samenvattend zouden we kunnen zeggen: Laat ieder detail van ons leven bepaald worden door het wedergeboren zijn. Immers: Jezus was de eerste, na Adam, die uit God geboren was. Zijn denken werd dus niet bepaald door, zoals Paulus het noemt: de wereldgeesten, maar door de Heilige Geest, de Geest van God.

Onze tafeltekst roept ons op om, net als Jezus, door het ‘tijdloze denken’ bepaald te worden. Wat dat inhoudt staat in het vervolg van onze tafeltekst: Jezus heeft het ‘Gode gelijk zijn’ niet als een roof, als iets unieks, beleefd. Voor Hem was dit gewoon het meest wezenlijke van Zijn bestaan.

Wie als wedergeboren mens leeft, kent deze ‘gezindheid’ van Jezus: het is de basis van ons bestaan, van ons denken. Het is dwaas om zelf deze basis van je bestaan te bewaken, te beschermen. Het eeuwige leven is van God en is onaantastbaar. De apostel Johannes zegt daarom: …; want Hij, die uit God geboren werd, bewaart hem, en de boze heeft geen vat op hem (1Joh.5:18).

Het uit God geboren leven is dus niet iets om zuinig op te zijn, zorgvuldig op te bergen in de brandkast van ons angstig bestaan, maar om er uitbundig uit te leven naar al onze naasten toe. Want we weten dat God wil …, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen (1Tim.2:4).

Waar we als wedergeboren mens leven, worden we door de liefde tot God gedreven om de wereld net als Hij lief te hebben. En de werkelijke, de Goddelijke Liefde, is een dienende liefde. Wie die bereidheid tot dienen niet kent, is daarom niet wedergeboren en leeft een waardeloos leven met een ‘eigendunkelijke godsdienst’ en is slechts bezig om zijn eigen ‘ik’ te bevredigen. (Lees hiervoor Kolossenzen 2:23).

Als wij ons deze week laten bepalen door de tafeltekst, dan kan het wonder gebeuren dat we niet langer zelfgenoegzaam verder kunnen leven. En dat we ons laten wakker schudden en gaan roepen tot God om ontferming en verlossing van onze eigen manier van godsdienstig denken. Dan gaan we echt vragen om een ‘hervorming’ van ons denken. Dat is een denken dat, verlost van de macht van de ‘wereldgeesten’, bepaald wordt door de Geest der Waarheid, waarvan Jezus zegt: …; doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen (Joh.16:13).

Door Gods Geest gericht op Zijn toekomst zullen we dan … de waarheid verstaan, en de waarheid zal ons vrijmaken (Joh.8:32).

Wat mogen we ernaar uitzien om ons te laten vormen tot dat ‘normale’ geloofsleven, waarin Jezus ons is voorgegaan en waar onze tafeltekst zo onomwonden over spreekt.

Bijbeltekst week 2021 – 12

Hij heeft u bekend gemaakt, o mens, wat goed is en wat de HERE van u vraagt: niet anders dan recht te doen en getrouwheid lief te hebben, en ootmoedig te wandelen met uw God.

Micha 6:8 

Micha profeteerde in de tijd van koning Hizkia. Hij was een tijdgenoot van de profeet Jesaja. Micha sprak vol gloed over de komst van het Vrederijk (Micha 4:1-4) als troost voor degenen, die zijn profeteren over de ondergang van het noordelijke Rijk ter harte hadden genomen (Micha 1:1-8). Maar hij geselt de zonden van de heersende klassen: de omkoopbaarheid van de profeten, de hebzucht van de priesters die ook recht spraken, en de hardvochtigheid van de rijken jegens de armen (hoofdstuk twee en drie).

Maar te midden van al deze harde woorden tegen een volk dat, zelfgenoegzaam, niet meer luisteren wil naar de stem van God, staan deze liefelijke woorden, die voor deze week onze tafeltekst zullen zijn: Hij heeft u bekendgemaakt, o mens… 

Micha en Jesaja waren in die tijd niet de enige profeten. Het was de bloeitijd van de profeten: ze waren wat je noemt ‘in’. Ze hoorden bij het leven van de hoge stand in Israël, ze werden uitgenodigd bij de luisterrijke feesten. Maar naar wat zij spraken in de Naam van God, werd niet geluisterd. Ach ja, wel geluisterd, maar niet aan gehoorzaamd. We hoeven dat niet verder uit te leggen, want dat begrijpen we maar al te goed…  De woorden die de profeet Micha sprak, waren voor degenen die wél luisteren wilden. Want alleen aan de luisterende mens kan God iets ‘bekend maken’. Dit ‘bekendmaken’ heeft niets te maken met ‘proclameren’. Maar wel met ‘mededelen’ of beter nog met ‘duidelijk maken’, ‘te kennen geven’, of nog beter: ‘te weten laten komen’, ‘uitleggen’.

Ook hier leren we God weer kennen zoals Hij werkelijk voor ons wil zijn: een liefdevolle, zorgzame Vader, voor hen die niet alleen Zijn schepsel willen zijn, maar kind willen zijn, zoon en dochter willen zijn.

Aan hen vertelt Vader, dat het leven zo eenvoudig is, in het schuilen bij Hem. Hij vraagt van Zijn kinderen niet anders dan. Dat betekent: ‘alleen maar’. De woorden, zoals ze in onze tafeltekst vertaald staan, klinken nogal zwaar: niet anders dan recht te doen. Maar we mogen het ook anders vertalen: niet anders dan te gehoorzamen aan wat Hij ons heeft voorgeschreven. Gods voorschriften zijn aanbevelingen, richting aangevend voor werkelijk leven: Tora, wat dus niet slechts wet betekent. Als we God hebben leren kennen als onze liefhebbende, eeuwige Vader, dan beleven we de rijkdom van Zijn voorschriften, van de Tora, als raadgevingen, die overigens wel dienen opgevolgd te worden, willen we echt kunnen leven.

Dan gaat onze tekst verder met: en getrouwheid lief te hebben. Het woord ‘getrouwheid’ klinkt ook weer zo zwaar. Maar dit woord krijgt zo veel warmere inhoud als we zien hoe het ook vertaald kan worden, met: ‘goedheid’, ‘vriendelijkheid’ of ‘vriendschap’. Laten we er vooral op letten dat er niet staat: getrouwheid in acht nemen of zoiets, maar liefhebben.

En nu nog het laatste gedeelte van deze liefelijke woorden van, de overigens zo strenge profeet, Micha: en ootmoedig te wandelen met uw God.

We gebruiken het woord ‘ootmoed’ vaak zonder werkelijk te verstaan wat dat betekent. In onze tekst staat er niet ‘ootmoed’ maar ‘ootmoedig zijnde’. Het staat in een werkwoordsvorm die om een andere vertaling vraagt: ‘bescheiden zijn’. De woorden van de profeet Micha roepen ons op om in het wandelen met God, in het Hem kennen in al onze wegen, geen geweldenaar te zijn.

Als we van harte onze tafeltekst opzeggen, dan spreken we uit dat we in alle eenvoud Vader willen gehoorzamen, Die ons dan veilig in het Koninkrijk van Zijn Zoon zal aanbrengen. Want Hij is niet alleen onze Hemelse Vader, maar de HERE. En dat is: Degene, Die in alles het laatste Woord heeft.

Abonneer je op de weektekst

Voer je e-mailadres in om wekelijks de bijbeltekst te ontvangen.

Voeg je bij 119 andere abonnees

Archieven