Wekelijkse bijbeltekst

Bijbeltekst week 2021 – 48

En het gelovige gebed zal de lijder gezond maken, en de Here zal hem oprichten.

Jakobus 5:15a

Wat wordt bedoeld met het gelovige gebed? Het woord ‘gelovig’ is afgeleid van een werkwoord wat veel, op elkaar betrokken, betekenissen heeft. De grondbetekenis is: ‘overreden’ of: ‘met woorden overtuigen’.

Dit laatste heeft te maken met een gesprek. Wat goed om dit tot ons te laten door dringen! Want dan gaat het niet om een gesprek met jezelf, maar om een gesprek met God. Dan gaan we begrijpen dat bidden niets te maken heeft met ‘hemelbestorming’, maar met een door God overtuigd worden. Heel duidelijk wordt dit als we denken aan de woorden van Jezus: Indien gij in Mij blijft en mijn woorden in u blijven, vraagt wat gij maar wilt, en het zal u geworden (Johannes 15:7). Wat een uitbundige uitnodiging van Jezus: vraagt wat gij maar wilt, en het zal u geworden.

Waar halen we de moed vandaan om daar gevolg aan te geven?!

Wie van ons durft dit onvoorwaardelijk te geloven? Dat kan alleen werkelijkheid worden als het eerste gedeelte van deze tekst tot werkelijkheid is geworden in ons leven: Indien gij in Mij blijft en mijn woorden in u blijven. Alleen in de relatie met Jezus, alleen in het voortdurende gesprek met Hem, ontstaat het gelovige gebed. Dan merk je zelf ook dat ‘gelovig’ nog meer betekent: gehoorzaam toegeven, overgeven aan.

God leert ons in het dagelijks leven dat het gelovige gebed door moet gaan, omdat het gelovige gebed de lijder gezond zal maken: het is dus een genezingsproces waarbij het gelovige gebed het geneesmiddel is. Niet alleen de ‘oudsten’ maar alle gemeenteleden mogen deelhebben aan dit gelovig gebed, dit door God gedreven worden tot gebed!

Zo worden we gevormd tot dat, wat we eigenlijk al zo lang hadden moeten zijn: voorbidders, priesters!

Als we uit liefde voor allen, die in Gods liefde getuchtigd en opgevoed worden, gelovig zijn gaan bidden, kan God eindelijk ons gelovig gebed gaan verhoren. En dan zal God ons zeker ook gaan leren dat de lijder waar Jakobus over spreekt, niet alleen onze allernaaste is. Dan zullen we beseffen dat heel de wereld om ons heen lijdt onder het ontbreken van een krachtig getuigenis van de liefde van God. Het getuigenis dat dag in dag uit van ons mag uitgaan naar al onze naasten.

Maar als God wonderlijk en onweerlegbaar Zijn Woord heeft bevestigd onder ons, dan zal de echte ‘vreze des HEREN’, het kinderlijk ontzag voor Vader, ons drijven tot een gelovig gebed voor allen die lijden in deze wereld . . . Dan zullen ook de woorden van Jezus vervuld worden in ons:  Hierin is mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt en gij zult mijn discipelen zijn (Johannes 15:8).

Als wij deze week onze tafeltekst met elkaar opzeggen, hopen we dat er een verlangen geboren wordt in ons hart, om vervuld te worden met het gelovige gebed dat ons leven vruchtbaar maakt voor Zijn naderend Koninkrijk.

Bijbeltekst week 2021 – 47

Zalig is de man, die in verzoeking volhardt, want, wanneer hij de proef heeft doorstaan, zal hij de kroon des levens ontvangen, die Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben.

Jakobus 1:12

Het gaat in deze tafeltekst vooral om het laatste gedeelte: hij zal de kroon des levens ontvangen, die Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben. De ‘kroon des levens’ is een term die bekend was bij alle mensen, in de tijd dat Jakobus dit schreef. Net zoals bij ons voetbaltermen bekend zijn. En dan gaat het vooral om het woord ‘kroon’. Dit kunnen we vertalen als ‘lauwerkrans’. De lauwerkrans werd gegeven als prijs aan degene, die in de spelen de overwinning had behaald.

Het begrip ‘kroon des levens’ krijgt een diepere inhoud dan dit, doordat het woord ‘leven’ te maken heeft met de toestand van iemand die levenskracht heeft, of van iemand die bezield is. Deze lauwerkrans wordt dus niet gegeven aan iemand, die iets gepresteerd heeft, maar aan iemand die bezield is.  Natuurlijk moet iemand die er naar streeft om de ‘lauwerkrans’ te behalen bezield zijn! Maar de bezieling waar de apostel Jakobus het over heeft is de liefdes-bezieling! Hij zegt hier dus dat degene die vol van liefde is voor de Heer, bekroond wordt met een ongekende, boven alles en allen uittillende levenskracht.

Deze bekroning wordt door de Here gegeven, niet aan degene die zich heeft ingespannen om tot dit resultaat te komen, maar aan degene, die zich heeft laten vormen in Zijn handen. Deze vorming is zwaar. Te zwaar zelfs! Tenzij wij Jezus liefhebben boven alles. De liefde voor Hem maakt het onmogelijke mogelijk! Als we Hem echt liefhebben gaan we dit ervaren: Wat bij mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God  (Lukas 18:27). In de praktijk van het leven blijkt heel duidelijk dat alleen als we Hem gaan liefhebben, deze vorming werkelijkheid wordt. Zonder werkelijke liefde voor Jezus blijkt er geen basis voor deze vorming te zijn .. . .

Dit verklaart de wonderlijke ervaring dat het leven er beslist niet eenvoudiger op wordt, als we Jezus gaan lief krijgen. Het eerste gedeelte van onze tafeltekst wordt nu duidelijker, als we er iets aan toevoegen: Zalig is de man, die in verzoeking (in de liefde tot Hem) volhardt. Als de liefde tot Hem in de ‘verzoeking’ vervaagt, dan is er geen kracht om te volharden.

Wat moeten we onder het woord ‘verzoeking’ verstaan? Het woord dat hier gebruikt wordt, komt van een werkwoord dat de betekenis heeft van: uitproberen, beproeven. We kunnen het woord ‘verzoeking’ het best omschrijven met: tegenspoed, verdriet en moeite, door God gezonden, om iemands karakter, geloof en heiligheid op de proef te stellen, beter nog: om iemands karakter, geloof en heiligheid te vormen.

Wie in de ‘verzoeking’ niet gericht blijft op Hem, die ons hierin vormen wil tot werkelijke hemelburgers, tot huisgenoten Gods, tot medearbeiders van Christus (Filippenzen 3:20; 1 Korintiërs 3:9; Efeze 2:19) merkt niets meer van Zijn rijke belofte: Gij hebt geen bovenmenselijke verzoeking te doorstaan. En God is getrouw, die niet zal gedogen, dat gij boven vermogen verzocht wordt, want Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen, zodat gij ertegen bestand zijt (1 Korintiërs 10:13). Wie in deze ‘vorming’ gericht blijft op Hem: Zalig is d(i)e man! 

‘Zalig’ betekent: gelukkig, voorspoedig. En het woord ‘man’ kunnen we, omdat het hier in z’n algemeenheid wordt gebruikt, natuurlijk vertalen met zowel ‘man’ als ‘vrouw’. Beter had hier dus kunnen staan: Gelukkig en voorspoedig is de mens . . . Het woord ‘volharden’ heeft niets verbetens in zich. Het betekent eenvoudig: dezelfde blijven, niet iets anders worden. Jakobus zegt dus in onze tafeltekst dat, als we in de vorming die God ons in ons leven geeft, op Hem gericht blijven, dat we dan niet zullen wegglijden, als een hond tot z’n eigen uitbraaksel, maar voorspoedig en gelukkig zullen zijn!

En de reden/oorzaak van dit voorspoedig en gelukkig zijn is hierin gelegen, dat we Hem liefhebben boven alles. Want als we Hem liefhebben boven alles en allen, dan zal Hij ons kronen met een hemelse levenskracht. Hij heeft dat beloofd! Het woord ‘beloven’ betekent: zich vrijwillig (onvoorwaardelijk) aan iets binden.

Tot besluit een tekst die hier zeker bij past: Daar wij nu deze beloften bezitten, geliefden, laten wij ons reinigen van alle bezoedeling des vlezes en des geestes, en zo onze heiligheid volmaken in de vreze Gods (2 Korintiërs 7:1).

En laten we dus daarbij vooral beseffen dat dit: laten wij ons reinigen, alleen maar mogelijk is als we, bezield door de liefde tot Jezus, ons overgeven, toevertrouwen aan de vorming waar onze tafeltekst voor deze week zo vreugdevol over spreekt!

Bijbeltekst week 2021 – 46

Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.

1 Johannes 1:9

Deze tafeltekst is uit het Nieuwe Testament, uit de 1e brief van Johannes. De apostel Johannes beklemtoont hier, dat Jezus getrouw en rechtvaardig is. Het woord ‘getrouw’ geeft uitdrukking aan een heel wezenlijke eigenschap van iemand, die in de praktijk van het leven getoond heeft trouw te zijn in het afhandelen van zaken. Het is goed om bij het lezen van deze woorden er aan te denken, dat we nooit meer mogen twijfelen of Jezus bij machte is om onze zonden te vergeven.

Hij heeft blijk gegeven daarin betrouwbaar te zijn en ‘rechtvaardig’, wat zeggen wil, dat Hij onberispelijk, schuldeloos is. Jezus is het vlekkeloze Lam dat onze schuld heeft weggedragen. Dit woordje ‘rechtvaardig’ betekent: gebleken smetteloos te zijn. En dat is een prachtig beeld van Jezus, die dit niet van Zichzelf beweert, maar die, hoe meer we Hem leren kennen, blijkt onberispelijk te zijn. Jezus is dus betrouwbaar en onberispelijk, de enige autoriteit om onze zonden te vergeven.

Er is slechts één voorwaarde aan verbonden: dat wij onze zonden belijden.

Als de bijbel over ‘zonden’ spreekt, moeten we niet in de eerste plaats denken aan allerlei dingen die fout liepen, maar aan een levensinstelling die niet deugt. Zonde betekent dat we geen deel hebben aan het plan dat God met Zijn schepping heeft, kortweg: het doel missen. Door deze verkeerde instelling lopen er allerlei dingen mis en worden we verontreinigd in ons denken en handelen. Zo zou je het laatste woord van onze tafeltekst, ongerechtigheid, het beste kunnen omschrijven. De voorwaarde om vergeving te ontvangen is dus: belijden dat we niet op het doel gericht zijn, geen deel hebben aan het plan van God, en we een eigen gekozen weg zijn gegaan.

Het woord ‘belijden’ vraagt ook wel even aandacht. De eigenlijke betekenis van dit woord is: hetzelfde zeggen als een ander, beamen, instemmen met de ander. Als we hier over nadenken dan beseffen we dat er pas sprake is van zonden belijden, als God tot ons gesproken heeft, als God ons hiervan overtuigd heeft. Als een christelijke moraal ons vertelt dat we verkeerd gehandeld hebben, dan kunnen we ons schuldig voelen, maar nooit merken we dan iets van bevrijding; het is de volgende keer weer hetzelfde… Maar als God ons overtuigt, dat we een verkeerde gezindheid hebben en we daarom dit graag erkennen en beamen, dan pas is er sprake van vergeving.

Vergeven’ is een woord dat ten diepste betekent: wegzenden, laten varen, opgeven, uitademen. Als je lucht uitademt, kun je die niet meer inademen, tenzij je de uitgeademde lucht zorgvuldig in een zakje hebt uitgeblazen… Vergeving is pas echt als je beleeft, dat God de zonde(bok) wegzendt om nooit meer terug te laten keren. Daarom is er pas sprake van echte vergeving als we ‘amen’ zeggen op Gods spreken.

Dan is er verwondering om de bemoeiing van God met ons leven. Tot onze verbazing merken we dan hoe Jezus Zich omgordt om onze voeten te wassen, die vuil zijn geworden in het daadwerkelijk onderweg zijn in deze wereld, met Zijn gezindheid, met Zijn Geest in ons hart. En dat is dan ook de diepe betekenis van het laatste gedeelte van de tekst van deze week: ‘en ons te reinigen van alle ongerechtigheid’.

Bijbeltekst week 2021 – 45

Laten wij dan door Hem Gode voort­durend een lofoffer brengen, namelijk de vrucht van onze lippen, die zijn Naam belijden.

Hebreeën 13:15

Het is goed om de tafeltekst van deze week in z’n verband te lezen: Het twaalfde vers vertelt ons over Jezus, die, als het Lam van God, Zijn bloed, Zijn leven heeft gegeven om ons te ‘heiligen’.

Wat hebben we vaak een verkeerde voorstelling van wat ‘heiligen’ eigenlijk inhoudt. Dit woord betekent: apart zetten van aardse, tijdgebonden dingen om louter aan God toegewijd te zijn. Als wij ons leven door het offer van Jezus laten heiligen, wordt ons leven losgemaakt van de tijdgebonden zaken: ons denken wordt dan niet meer bepaald door wat de wereld te bieden heeft, maar door het eeuwige.

Dit is het ‘vernieuwde denken’ waar de apostel Paulus van spreekt in zijn brief aan de Romeinen: ‘En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene’ (Romeinen 12:2). Heiliging is dus niet een zuur en saai gebeuren, maar een verrijking van ons leven van iedere dag, omdat het echt doel en zin aan ons leven geeft. We gaan verstaan wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene.

Jezus, die tegen de vrome Joden die Hem omringden, zei: ‘O, ongelovig geslacht, hoelang zal Ik nog bij u zijn? Hoelang zal Ik u nog verdragen?’ (Marcus 9:19), had hen lief en bood hen Zijn Koninkrijk, het eeuwigheidsleven aan. Velen hebben Zijn aanbod aanvaard en met deze Joden, die zich lieten vervullen met het vernieuwde eeuwigheids-denken, stichtte Jezus Zijn Gemeente: ‘En Ik zeg u, dat gij Petrus zijt, en op deze petra (aanbidding) zal Ik mijn gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen’ (Mattheus 16:18).

In de brief aan de Hebreeën lezen we dat Jezus niet in Jeruzalem, maar buiten de poort geleden heeft. Dat doet ons denken aan de Israëlieten, op weg naar het Beloofde Land: Mozes nu nam een tent en spande haar voor zich uit buiten de legerplaats, ver van de legerplaats, en noemde haar: tent der samenkomst’ (Exodus 33:7). Ieder, die de Here zocht, ging uit naar de tent der samenkomst, die buiten de legerplaats was.

In Hebreeën 13:14 staat: ‘Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar zoeken de toekomstige’. Dan zoeken we niet langer erkenning van mensen, proberen we niet langer ons aannemelijk te maken: ‘… doch wij prediken een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid, …’ (1 Kor.1:23). Dan willen we niet langer ‘geweldig’ zijn, maar leren roemen in zwakheid (2 Kor.12:9) en willen we Zijn smaad dragen (Hebreeën 13:13).

Nu wordt onze tekst pas duidelijk: Onze opdracht mag zijn om voortdurend door Jezus aan God een lofoffer te brengen, namelijk de vrucht van onze lippen, die Zijn Naam belijden. ‘Voortdurend’ betekent: zonder ophouden. Want als onze lippen (onze mond die van Zijn Liefde spreekt) Zijn Naam belijden (vrijuit spreken), zal ons dat niet zonder vrucht laten; die vrucht is het resultaat van ons vrijuit spreken over Hem. Als wij leren om onze weg te laten bepalen door de vernieuwing van ons denken, zal God zelf zielen aan de Gemeente van Christus toevoegen: ‘En de Here voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden werden’ (Handelingen 2:47).

Bijbeltekst week 2021 – 44

Nu wij zulk een verwachting hebben, treden wij met volle vrijmoedigheid op.

2 Korintiërs 3:12

De tafeltekst voor deze week is kort maar krachtig. Om deze tekst met overgave op te kunnen zeggen, moeten we wel heel aandachtig lezen wat daarvoor geschreven staat:

2 Kor. 3:5,6  Niet dat wij uit onszelf bekwaam zijn iets als óns werk in rekening te brengen, maar onze bekwaamheid is Gods werk, die ons ook bekwaam gemaakt heeft om dienaren te zijn van een nieuw verbond, niet der letter, maar des Geestes, want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.   

In onze tafeltekst wordt gesproken over: ‘met volle vrijmoedigheid optreden’. Het woord ‘vrijmoedigheid’ heeft de grondbetekenis van: onomwonden zich uiten over alles. En het werkwoord ‘optreden’ heeft de betekenis van: hanteren, van iets gebruikmaken. Er is hier dus sprake van een graag gebruik willen maken van elke gelegenheid om onomwonden zich bloot te geven, zich te uiten.

Waarover willen we ons uiten? Over de verwachting, die wij hebben, zegt onze tafeltekst. Het werkwoord ‘verwachten’, dat de basis vormt voor het woord ‘verwachting’ in onze tekst, heeft de betekenis van ‘met genoegen verwachten’. Onze ‘verwachting’ is een gelukkige verwachting vol hoop…

Wat een heerlijke opdracht hebben we dus om midden in deze wereld van verwarring en uitzichtloosheid, in alle vrijmoedigheid ons onomwonden bloot te geven, omdat wij een gelukkige verwachting hebben, vol hoop!

Waar is deze vreugdevolle verwachting op gebaseerd? Daarvoor moeten we de voorgaande teksten aandachtig doorlezen. We hebben de opdracht gekregen om ‘dienaren te zijn van een Nieuw Verbond’ (vers 6).

Wat is het kenmerk van het nieuwe verbond? Heel duidelijk komt dat naar voren in het boek Ezechiël, hoofdstuk 11:19  Ik zal hun één hart geven en een nieuwe geest in hun binnenste, en Ik zal het hart van steen uit hun lichaam verwijderen en hun een hart van vlees geven.

Maar er zijn heel veel meer passages, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament, die hier over spreken. Zoals Jer. 31:31-33; Luk.22:20; Hebr.8:13;12:24. Allemaal meer dan de moeite waard om ze met een biddend hart te lezen. Want dan dringt het kenmerkende verschil met het Oude Verbond, het toegevoegde Verbond, zoals Paulus dit noemt, tot ons door: Gal. 3:19 Waartoe dient dan de wet(sbedeling)? Om de overtredingen te doen blijken is zij erbij gevoegd, totdat het zaad zou komen, waarop de belofte sloeg, en zij is op last van [God] door engelen in de hand van een middelaar gegeven.

Dit nieuwe verbond, waarvan wij de dienaren moeten zijn, sluit God niet alleen met ons, maar door het volbrachte werk van Christus, met de hele wereld! Met Jood en heiden: Jer.3:17; Rom.15:8‑12. En dit nieuwe verbond is niet naar de letter, maar naar de Geest, want de letter doodt, maar de Geest maakt levend, zegt het voorgaande gedeelte van onze tafeltekst.

Dit houdt in, dat we de wereld om ons heen niet moeten ‘beleren’ maar ‘voorleven’! Het mag van ons afstralen in alle openheid en onbaatzuchtige liefde, omdat we weten dat Jezus Christus een verzoening is voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld. (1 Joh. 2:2).

Dit is de boodschap die mag uitstralen naar de wereld om ons heen! Wat een wonder dat wij dienaren mogen zijn van dit nieuwe verbond, dat eeuwig is, voor ons, voor de Jood en voor de Islamiet en alle anderen!

Als we deze week onze tafeltekst biddend opzeggen, doordrongen van dit alles, dan zullen we ontdekken hoe we, onder de zalving van Gods Geest, waardige, vrijmoedige dienaren zullen zijn van dit Nieuwe Verbond.

Bijbeltekst week 2021 – 43

Vertoef in dit land als een vreemdeling, dan zal Ik met u zijn en u zegenen.

Genesis 26:3

In de tekst, voorafgaande aan onze tafeltekst staat: ‘…, woon in het land, …’ Dit ‘wonen’ geeft een rust aan, tegenovergesteld aan rondtrekken, dwalen, dolen … Het heeft de betekenis van: rustig blijven wonen, nestelen.

Het is goed om dat te weten, want onze tafeltekst drukt in het ‘vertoeven’ uit, op welke manier, met wat voor gezindheid dit ‘wonen’ moet plaatsvinden. Dit ‘vertoeven’ staat niet los van ‘als een vreemdeling’. Het werkwoord dat hier gebruikt wordt betekent: als vreemdeling vertoeven. Het staat in een vorm uitgedrukt die kleur en beweging weergeeft. God zegt in deze tekst tegen ons dat we ons echt moeten nestelen, woning maken, vertrouwd moeten zijn in het gebied waar we leven, maar wel in het besef, dat het maar voor tijdelijk is. We moeten ons dus bewust zijn, dat we hemelburgers zijn, die slechts voor een bepaalde tijd hier op aarde zijn om gevormd te worden in Zijn handen voor een eeuwige bestemming. Een heel belangrijke periode dus, omdat onze plaats in de eeuwigheid zal bepaald worden door hoe we hier op aarde ons door God hebben laten vormen.

De juiste gezindheid waarmee we hier op aarde ‘vertoeven als vreemdeling’ is voorwaarde voor het tweede gedeelte van onze tafeltekst: ‘dan zal Ik met u zijn en u zegenen.’ Dit: ‘met u zijn’ zouden we heel goed kunnen vertalen met: vergezellen, mee gaan, begeleiden.

Pas als we de tijd hier op aarde serieus nemen, gericht op onze eeuwige bestemming, kan God ons in dit tijdgebonden bestaan ‘zegenen’. En dit gezegend worden bestaat dan hier uit, dat we door Hem vergezeld worden, begeleid.

Wat is het toch meer dan de moeite waard, om Hem te willen kennen in al onze wegen! Zoals Koning Salomo al geschreven heeft in zijn spreuken:

Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken (Spreuken 3:6).

Bijbeltekst week 2021 – 42

Zie, deze is onze God, van wie wij hoopten, dat Hij ons zou verlossen; dit is de HERE, op wie wij hoopten; la­ten wij juichen en ons verblijden over de verlossing die Hij geeft.

Jesaja 25:9

Aan de tafeltekst, zoals wij die opzeggen, gaan nog een paar woorden vooraf: En men zal te dien dage zeggen:… ‘Te dien dage’ . . . dat is zo’n geweldige uitdrukking in de Bijbel. Dat is de Dag, ja meer nog: de bedeling, het tijdperk, waarnaar alle gelovigen door de eeuwen heen hebben uitgezien.

Als die dag gekomen is, dan zal men zeggen . . . Dit werkwoord ‘zeggen’ betekent: ‘heel uitdrukkelijk zeggen’. En het is nog meer: ‘ten antwoord geven’. Maar het wordt ook wel vertaald met ‘uitroepen’ en ‘bidden’. In dit ‘zeggen’ wordt een vreugdevol geloof van de ziel uitgedrukt, vol aanbidding!

Laten we ons voornemen om in die gezindheid ook de tafeltekst met elkaar op te zeggen: Zie, deze is onze God, van wie wij hoopten, dat Hij ons zou verlossen; dit is de HERE, op wie wij hoopten; la­ten wij juichen en ons verblijden over de verlossing die Hij geeft. De woorden ‘Zie, deze is onze God’, geven weer dat ‘men’ zal wijzen naar God, Die Zich openbaart!

Dan zal ‘men’ zeggen: Zie, op Hem hebben wij gehoopt. Het werkwoord ‘hopen’ kunnen we ook vertalen met: begerig naar uitzien. Wat heerlijk als we zo de betekenis van woorden tot ons laten doordringen. Daar moet het stil voor worden in ons hart. Dan gaan we verstaan dat dit werkwoord ‘hopen’ eigenlijk nog meer inhoudt. Want dit: begerig, vurig naar uitzien, heeft iets ‘samenbindend’ in zich. Zo wordt dit werkwoord namelijk ook wel eens vertaald: samenbinden.

Als we vurig naar Hem uitzien, uitzien naar de Grote Dag, dan bindt dit verlangen ons samen, zoals Simeon en Anna dat in Jeruzalem ook zo beleefd hebben: …en zij sprak over Hem tot allen, die voor Jeruzalem verlossing verwachtten. (Lucas 2:38)

Wij verwachten dus ook met elkaar ‘dat Hij ons verlossen zal’. Dit Hebreeuwse werkwoord is ook de grondvorm van de Naam van Jezus: Jeshoea. Dit betekent: Verlosser. En in dat woord ‘verlossen’ zit niet alleen: van iets bevrijden, maar ook vooral: in de ruimte plaatsen! Het is zo’n prachtig dichterlijke taal van de profeet Jesaja. Je proeft in onze tafeltekst een cadans, zo’n schwung: Deze is onze God, naar Hem hebben we uitgezien (die Zijn beloften waar heeft gemaakt)  . . .  dit is Jahweh, naar Wie we hebben uitgezien, (laten we juichen en ons verblijden).

Ja, laten we daarom juichen en ons verblijden! Dit ‘juichen’ is niet hetzelfde als bij ons: leve de koning… Want in dit ‘juichen’ zit ook iets van: sidderen van vrees. Het beste kunnen we dit dus vertalen met: Laten wij met diep ontzag juichen.

En het: laten wij ons ‘verblijden’ is ook niet zo maar gewoon ‘blij zijn’. Nee, dit ‘verblijden’ is eigenlijk het beste te vertalen met: godsdienstig verheugen, dus: ons verheugen in God. Maar nu moeten we nog even nadenken waarom de profeet ons oproept om te gaan juichen en ons te verblijden. Wel, dat staat in de tekst hiervoor: Jesaja 25:8  Hij zal voor eeuwig de dood vernietigen, en de Here HERE zal de tranen van alle aangezichten afwissen en de smaad van zijn volk zal Hij van de gehele aarde verwijderen, want de HERE heeft het gesproken.

 

Bijbeltekst week 2021 – 41

Ja, van oudsher heeft men het niet gehoord noch vernomen, geen oog heeft gezien een God buiten U, die optreedt ten behoeve van wie op Hem wacht.

Jesaja 64:4

De Bijbeltekst voor deze week begint met: van oudsher. Dat is een prachtige uitdrukking. Maar dit Hebreeuwse woord drukt niet alleen het verleden uit, maar ook de toekomst. Het woord is afgeleid van een werkwoord, dat de betekenis heeft van: verbergen, geheim zijn, altijd durend, niet eindigend. Van oudsher houdt dus iets oneindigs in naar verleden, heden en toekomst: niet te bevatten, niet te doorgronden, niet te overzien. Wat houdt dit ‘niet te doorgronden’ in onze tafeltekst in? Het is iets wat ‘te horen’, ‘te vernemen’ of ‘te zien’ valt.

Dit ‘horen’ en ‘vernemen’ horen bij elkaar. Het zijn twee verschillende werkwoorden, die allebei met ‘horen’ te maken hebben. Het eerste echter legt meer de nadruk op het ‘horen’, ‘geluid waarnemen’ en het tweede meer op het ‘gericht luisteren naar’. Je zou kunnen zeggen dat het eerste op je afkomt: je hoort wat, en het tweede geeft weer, dat je gehoor geeft aan. Het eerste werkwoord zou meer de betekenis kunnen hebben van: het ene oor in, het andere uit, maar het tweede drukt het verlangen uit om er gevolg aan te geven. Dit laatste is zo anders, omdat het weer met relatie, met liefde te maken heeft.

Laten we het vergelijken met de situatie dat je ergens bent en je je naam hoort roepen. Je kijkt verbaasd rond om te weten te komen wie jou hier kent. Maar het tweede is anders: je herkent aan de stem degene die je naam roept en dat doet je verlangen naar alles wat nu verder gaat gebeuren in het contact met elkaar.

Direct daar achter staat wat geen oog heeft gezien. Dit ‘gezien’ is meer dan ‘waarnemen’. Het heeft vooral ook te maken met ‘bezien om het te begrijpen’. Waar gaat het in onze tafeltekst nu om? Dat er in de oneindige tijd door de mens, behalve onze God, niemand ‘te zien’ is die ‘optreedt’.

Bij het woord ‘optreden’ moeten we echt wel even stil staan! Want dit woord ‘optreden’ is een werkwoord dat meer dan 2.200 keer in het Oude Testament voorkomt en al in de eerste verzen van de Bijbel wordt gebruikt. In het ‘scheppingsverhaal’ (Gen 1:1 tot 2:4) staat dat God tweemaal ‘scheppend’ iets tot stand bracht: 1) de hemel en de aarde en 2) de mens. Voor het overige staat er geen ‘scheppen’, maar een werkwoord dat de betekenis heeft van: doen, vormen, tot stand brengen, maken. Dit werkwoord komt ook hier in onze tekst voor en wordt dan vertaald met ‘optreden’. Wat is het goed om te beseffen dat dit ‘optreden’ niets te maken heeft met een schouwspel, maar met een betrokken zorg.

En deze zorg van God is voor, ‘ten behoeve van’, ten dienste van: de mens die op Hem ‘wacht’. Maar dit ‘wachten’ is niet een passief wachten, niet een afwachten! Nee, het is een ‘wachten op’, een ‘verwachten’! In het verband van onze tafeltekst is het nog meer. Het is een ‘verlangen naar’, een ‘uitzien naar’.

Wat hebben we weer een rijke tafeltekst. Natuurlijk lezen we deze tafeltekst, zoals die in de Bijbel vertaald staat. Maar toch weer even een eigen, heel vrije, vertaling, om het geluk dat vanuit deze woorden ons toe straalt, een week lang te bejubelen: Nooit zal er door een mens een god te verzinnen zijn, die meer zou kunnen zijn dan God, Die ieder, die naar Hem uitziet en zich aan Hem toevertrouwt, verzorgt, bewaart voor tijd en eeuwigheid.

Bijbeltekst week 2021 – 40

Wat gij ook doet, verricht uw werk van harte, als voor de Here en niet voor mensen;

Kolossenzen 3:23

In vers 17 van dit hoofdstuk staat: En al wat gij doet, met woord of werk … Deze tekst begint met: Al wat gij doet. Het woord ‘al’ betekent gewoon ‘alles’, dus niets uitgezonderd. Het werkwoord ‘doen’ slaat vooral op alles wat je tot stand brengt: maken, toebereiden. De woorden: ‘verricht uw werk’  in deze tafeltekst, is eigenlijk één woord en kan vertaald worden met: werken of bezig zijn.

Het slaat eigenlijk op alle gewone, dagelijkse dingen. ‘Verricht uw werk’ doet je al heel gauw denken aan wat meer opvallende zaken. Zo is het beslist niet bedoeld! Het gaat dus om ons gewone dagelijkse werk.

Paulus roept ons op om alle dagelijkse bezigheden ‘van harte’ te doen. Dit van harte zouden we ook kunnen vertalen als: met heel je ziel. Het woord ‘ziel’ kan vertaald worden met ‘levensadem’. Met ‘ziel’ wordt in het Nieuwe Testament altijd bedoeld: de innerlijke mens die voor het eeuwige leven bestemd is. Dit ‘van harte’ is de kern van onze tafeltekst.

Paulus vertelt ons dat alles wat we doen, iedere dag, elk ogenblik van de dag, bepaald moet worden, inhoud moet krijgen, vanuit het besef dat we hemelburgers zijn; mensen die huisgenoten Gods zijn, medearbeiders van Christus, mee bouwend aan Zijn komende Rijk . . . Efeziërs 2:19 Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods.

De tafeltekst is een duidelijke oproep om te breken met het dubbele leven. Paulus zegt ergens anders: Indien ik nog mensen trachtte te behagen, zou ik geen dienstknecht van Christus zijn (Galaten 1:10).

Dat is duidelijke taal! Al ons ‘bezig zijn’ moet voor Hem zijn. Als dat niet het geval is, komt dit omdat we nog zo vast zitten aan het tijd-gebonden leven. We laten ons nog zo beïnvloeden door de wereldgeesten, waar Paulus zo vaak over spreekt (Galaten 4:3,9 en Kolossenzen 2:8,20).

Paulus roept ons op om ons zo op de komst van Zijn Rijk te richten, dat de wereldgeesten geen inspraak meer kunnen hebben. Dat is alleen mogelijk als we ons van ogenblik tot ogenblik laten inspireren door de Heilige Geest, die ons immers wil leiden in alle waarheid! Johannes 16:13 doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen.

Dan kunnen we ook denken aan een ander woord van Paulus: Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede (Romeinen 12:21). En wat het ‘goede’ is, staat zo duidelijk omschreven in de tafeltekst van deze week.

Iedere dag mogen we driemaal aan tafel deze woorden tot ons laten doordringen. En dan ook vertrouwen dat, als we niet uit gewoonte, maar biddend deze woorden uitspreken als ‘Brood voor ons Hart’, God Zijn Woord zal bevestigen in onze harten. Dan zullen we, meer dan ooit, betrouwbare medearbeiders van Christus worden, tot zegen en verlossing van heel veel mensen om ons heen . . .

Bijbeltekst week 2021 – 39

De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten wij dan de werken der duisternis afleggen en aandoen de wapenen des lichts!

Romeinen 13:12

Het woord ‘dag’ in onze tafeltekst moeten we zien als de tijd om zich te onthouden van uitspatting, ondeugd, misdaad, omdat daden van die aard ‘s nachts en in duisternis bedreven worden. Het woord ‘dag’ kun je zien als een symbool van alles wat het licht verdragen kan, het licht niet schuwt. Daar tegenover staat het begrip ‘nacht’ als de tijd waarop het normale werk stil ligt, de tijd voor daden die het licht niet verdragen, de tijd van het leven in de dood…

Onze tekst zegt: De nacht is ver gevorderd. Dit ‘ver gevorderd’ kunnen we ook vertalen met: ‘snelle voortgang hebben, toenemen’.

Het ‘nachtleven’ is er altijd geweest, door de eeuwen heen. Maar tegenwoordig is ‘de dag’ – de periode dat men werkt – er vaak alleen om het nachtleven te beleven: de tijd van de dood, de tijd voor daden van zonde en schande. Dit laatste is overigens alleen de beschrijving, vanuit het ‘licht’ gezien, want in ‘de nacht’ is dit alles eigenlijk gewoon, gezellig, ontspannend etc.

De nacht is ver gevorderd betekent dat het hierboven beschreven leven, wat vroeger alleen ‘s nachts plaats vond, nu niet meer verborgen is, maar ‘gewoon’ is geworden. En dat we er steeds meer gewoon aan raken, tenzij we ons bewust worden, dat ‘de dag nabij is’, zoals onze tafeltekst vertelt. Vaak wordt in de Bijbel gesproken over de dag als de laatste dag van deze tegenwoordige eeuw, de dag dat Christus zal wederkeren uit de hemel, de doden zal opwekken, het eindgericht zal houden en Zijn koninkrijk zal voltooien. Immers op die dag zal alles wat in de ‘duisternis’ gewerkt werd aan het ‘licht’ komen: ….  maar als dat alles door het licht ontmaskerd wordt, komt het aan de dag; want al wat aan de dag komt is licht. (Ef.5:13) 

Iedereen die zich hier van bewust is, gaat een hekel krijgen aan alles wat tot de ‘nacht’ behoort. Het verlangen om open, klaar en helder, heel eenvoudig te leven, verdrijft de ‘nacht’ uit ons leven. De ‘nachtkleding’ willen we niet meer! Die past alleen bij de bezigheden van de ‘nacht’. Maar als we daar niets meer mee van doen willen hebben, dan willen we ons ‘bekleden’ met de ‘wapenrusting’ die we nodig hebben om alles tot stand te brengen wat bij de dag hoort. Dit alles staat eigenlijk in onze tafeltekst. Waar we ‘de Dag’ zien naderen willen we de werken der duisternis afleggen. Dat wil zeggen, dat we alle bezigheden die tot de nacht behoren, willen afleggen, weg doen.

Als we in plaats van ‘nacht’ nu eens ‘vlees’ zetten: alles wat belangrijk is, kan zijn, voor het tijdgebonden leven. En voor ‘dag’ het woord ‘geest’ zetten: alles wat belangrijk is en met het hemelburgerschap te maken heeft. Dan roept de tafeltekst ons op om alles opzij te schuiven, wat alleen maar te maken heeft met het hier en nu, zonder God en: aandoen de wapenen des lichts. Het woord ‘aandoen’ betekent: zich kleden in, verzinken in, zich omringd weten met. En het woord ‘wapenen’ heeft niet alleen met ‘oorlogstuig’ te maken, maar kan ook eenvoudig vertaald worden met: gereedschap om iets te maken.

Dan zie ik zo voor mij een werkplaats, waar een vrolijk lied klinkt en mensen met plezier bezig zijn om iets te maken, wat straks gebruikt zal worden; straks als de bazuin klinkt en Zijn voeten op de Olijfberg staan, als Zijn Rijk aanbreekt. Immers, onze tafeltekst spreekt toch eigenlijk van dat ogenblik, van die Dag…

Als we die Dag zien naderen, dan gaan we aan de slag; de nachtkleding uit, de werkkleding aan. Omringd door alle werktuigen die nodig zijn en gereedliggen, om de werken te werken, die God voor ons bereid heeft; al vóór de grondlegging van deze wereld!

Bijbeltekst week 2021 – 38

Maar wij hebben deze schat in aarden vaten, zodat de kracht, die alles te boven gaat, van God is en niet van ons.

2 Korintiërs 4:7

Omdat onze nieuwe tafeltekst begint met ‘maar’ moeten we ook nu weer lezen wat aan deze tekst vooraf gaat. (2 Kor.4:6) Want de God, die gesproken heeft: Licht schijne uit het duister, heeft het doen schijnen in onze harten, om ons te verlichten met de kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Christus. Deze tekst: ‘Want de God, die gesproken heeft: Licht schijne uit het duister,’ verwijst heel krachtig naar de eerste verzen van de Bijbel: En God zeide: Er zij licht; en er was licht (Gen. 1:3). Tijdens de scheppingsdagen brak er, vanuit de duisternis die er op de aardbol was, door het zweven van Gods Geest over deze duisternis, licht door.

En de apostel Paulus drukt in zijn brief aan de Korintiërs uit, dat vanuit het duister van ons bestaan Gods licht ook doorgebroken is in onze harten. Dit licht heeft niet slechts tot doel om de duisternis te verbreken, maar, zoals de tekst in vers 6 ook weergeeft, iets aan het licht te brengen, te openbaren, nl. de kennis van de heerlijkheid Gods.

Het woord ‘kennis’ betekent niet zo zeer ‘er iets over weten’, maar eigenlijk meer ‘inzicht, verstaan, deel hebben aan.’

Het woord ‘heerlijkheid’ is ook de moeite waard om aandacht aan te besteden. Dit woord betekent zoiets als: iets verstaan, wat onlosmakelijk tot gevolg heeft dat men tot aanbidding en lofprijzing komt. Het is dus het tegenovergestelde van, zoals de Bijbel het zegt De kennis maakt opgeblazen (1Kor. 8:1). Het grote verschil is nl. de gezindheid bij de ‘kennis’: als de kennis ons tot zelfverrukking brengt of: tot aanbidding brengt vanwege de openbaring van God . . .

Alle kennis die wij vergaren, buiten Christus om, maakt opgeblazen en vervreemdt ons van God. Hiervan zegt de Schrift: Verderven zal Ik de wijsheid der wijzen, en het verstand der verstandigen zal Ik verdoen (1 Kor.1:19). Maar van de kennis die tot aanbidding brengt zegt de Schrift: Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis. Omdat gij de kennis verworpen hebt, verwerp Ik u, dat gij geen priester meer voor Mij zult zijn; daar gij de wet van uw God vergeten hebt, zal ook Ik uw zonen vergeten (Hosea 4:6).

De kennis waarvan vers 6 spreekt, kan niet opgeblazen maken, omdat – en nu komen we dan aan onze tafeltekst – deze kennis ons het besef geeft dat deze schat geborgen is in aarden vaten. Deze kennis heeft God namelijk toevertrouwd aan mensen, hier ‘vaten’ genoemd, die maar heel broze instrumenten, werktuigen zijn.

Deze kennis, die ons God doet aanbidden, is een mogelijkheid voor God om Zich te openbaren aan de wereld om ons heen! Wonderlijk dat in deze tekst aan de ene kant de broosheid van het instrument, de mens, wordt weergegeven, maar aan de andere kant de ‘kracht’ die van het broze werktuig uitgaat naar de wereld om ons heen! Want ‘de kracht, die alles te boven gaat’ zouden we ook eenvoudig kunnen vertalen met: voortreffelijke bekwaamheid. Deze voortreffelijke bekwaamheid krijgt alleen gestalte in de aanbidding. Want alleen als we Hem aanbidden functioneert deze voortreffelijke bekwaamheid naar de wereld om ons heen.

Als we de tafeltekst van deze week met elkaar opzeggen, kan het verlangen groeien, dat we meer dan ooit vanuit de aanbidding zullen leven. Dan zullen wij voor de wereld om ons heen tot openbaring komen als echte, eenvoudige, broze, maar toch ook weer loeisterke, zonen en dochters van God!

Bijbeltekst week 2021 – 37

Vreest niet, want God is gekomen om u op de proef te stellen, en opdat er vrees voor Hem over u kome, dat gij niet zondigt.

Exodus 20:20

Bijna 70 keer staat in de Bijbel (Oude Testament) dat God de mens tegemoet komt met: ’Vrees niet’. Het Hebreeuwse werkwoord heeft vaak een tegengestelde betekenis. Het meest heeft het de betekenis van ‘vrezen, bang zijn voor’, maar vaak heeft het een andere betekenis, zoals ‘eren’ (Richt. 6:10) of ‘met ontzag vervuld zijn’ (1 Kon.3:28). In onze tafeltekst komt dit werkwoord 2 keer voor. ‘Vreest niet’ en dan betekent het inderdaad: weest niet bang. Maar in het tweede gedeelte heeft het de betekenis van ‘met ontzag vervuld zijn, vereren’.

Als we bang zijn voor God proberen we Hem te ontlopen, maar als we met ontzag vervuld zijn, willen we Hem kennen in al onze wegen, opdat Hij onze paden recht zal maken: Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken (Spr.3:6).

Als we vervuld worden met een diep ontzag voor God, leren we Hem kennen, zoals Hij werkelijk is. Dan worden we verlost van al onze eigen ‘godsbeelden’. Vol verwondering en geluk buigen we ons voor Hem: vertrouwen we ons aan Hem toe. Dan gaan we Hem liefhebben, boven alles. En in het schuilen bij Hem, heeft de boze geen vat op ons:

Wij weten, dat een ieder, die uit God geboren is, niet zondigt; want Hij, die uit God geboren werd, bewaart hem, en de boze heeft geen vat op hem (1 Joh.5:18).

Maar geen mens kán bij God schuilen zonder gereinigd te zijn van de zondelast, d.w.z. van de vijandschap tegen God! En het is niet genoeg om te geloven dat Jezus is gestorven, opdat deze vijandschap doorbroken zou worden, want dat doen de boze geesten ook (Jak.2:19). Nee, het is onmogelijk om bij God te schuilen tenzij wij een ‘nieuwe schepping’ zijn: een wedergeboren mens. Daar valt de diepe scheiding tussen mensen die het ‘wel geloven’ en de mensen die werkelijk ‘leven’.

Als in onze tafeltekst staat dat God ‘gekomen is’, dan betekent dit, dat God ons ‘opgezocht’ heeft, dat God is ‘neergedaald’ tot ons, verloren mensen, om ons uit te redden. Dat wijst naar de komst van Jezus Christus. Uit die hoop hebben Adam en Eva al geleefd en met hen al de mensen van de ‘heilige lijn’ die in het Oude Testament van de Bijbel beschreven staat. Daar mogen ook wij uit leven, door het geloof dat de Christus gekomen is. En dus niet alleen door te geloven, maar door te leven uit de werkelijkheid van de verlossing. Dan kunnen we, ieder moment van de dag, onze toevlucht zoeken bij Hem, die ons tegemoet is gekomen, Jezus Christus, die ons bij de Vader brengt: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij (Joh.14:6).

Als door de dagelijkse wandel met Jezus de eerste vrees (bang zijn voor God) verdwenen is, schuilen we als onbevangen kinderen bij Vader, die ons onderwijst en ons de weg wijst, waar we dan niet meer van kunnen afdwalen. Want door beproevingen heen leert Hij ons bij Hem te blijven schuilen, zodat de boze geen vat meer op ons heeft. Dan blijkt het heel duidelijk dat alleen Hijzelf de garantie voor ons leven is, dat wij ‘niet zondigen’: niet meer van het doel en de zin van het Leven af te leiden zijn. Jezus Zelf is het Die ons, door beproevingen heen, leert om voor tijd en eeuwigheid aan Hem ‘verkleefd’ te zijn en te blijven: Mijn ziel is aan U verkleefd, uw rechterhand houdt mij vast (Psalm 63:9).

Voor de duidelijkheid nu nog een vrije vertaling van onze tafeltekst:

‘Wees niet bang, want God is tot ons neergedaald om ons betrouwbaar te maken (in de wandel met Hem) zodat er een kinderlijk ontzag voor Hem over ons komt, zodat wij, aan Hem verkleefd, nooit meer van het Levenspad zullen afdwalen’.

Bijbeltekst week 2021 – 36

Hij heeft u bekend gemaakt, o mens, wat goed is en wat de HERE van u vraagt: niet anders dan recht te doen en getrouwheid lief te hebben, en ootmoedig te wandelen met uw God.

Micha 6:8

Micha profeteerde in de tijd van koning Hizkia. Hij was een tijdgenoot van de profeet Jesaja. Micha sprak vol gloed over de komst van het Vrederijk (Micha 4:1-4) als troost voor degenen, die zijn profeteren over de ondergang van het noordelijke Rijk ter harte hadden genomen (Micha 1:1-8). Maar hij geselt de zonden van de heersende klassen: de omkoopbaarheid van de profeten, de hebzucht van de priesters die ook recht spraken, en de hardvochtigheid van de rijken jegens de armen (hoofdstuk twee en drie).

Maar te midden van al deze harde woorden tegen een volk dat, zelfgenoegzaam, niet meer luisteren wil naar de stem van God, staan deze liefelijke woorden, die voor deze week onze tafeltekst zullen zijn: Hij heeft u bekendgemaakt, o mens…

Micha en Jesaja waren in die tijd niet de enige profeten. Het was de bloeitijd van de profeten: ze waren wat je noemt ‘in’. Ze hoorden bij het leven van de hoge stand in Israël, ze werden uitgenodigd bij de luisterrijke feesten.

Maar naar wat zij spraken in de Naam van God, werd niet geluisterd. Ach ja, wel geluisterd, maar niet aan gehoorzaamd. We hoeven dat niet verder uit te leggen, want dat begrijpen we maar al te goed…  De woorden die de profeet Micha sprak, waren voor degenen die wél luisteren wilden. Want alleen aan de luisterende mens kan God iets ‘bekend maken’. Dit ‘bekendmaken’ heeft niets te maken met ‘proclameren’. Maar wel met ‘mededelen’ of beter nog met ‘duidelijk maken’, ‘te kennen geven’, of nog beter: ‘te weten laten komen’, ‘uitleggen’.

Ook hier leren we God weer kennen zoals Hij werkelijk voor ons wil zijn: een liefdevolle, zorgzame Vader, voor hen die niet alleen Zijn schepsel willen zijn, maar kind willen zijn, zoon en dochter willen zijn.

Aan hen vertelt Vader, dat het leven zo eenvoudig is, in het schuilen bij Hem. Hij vraagt van Zijn kinderen niet anders dan. Dat betekent: ‘alleen maar’. De woorden, zoals ze in onze tafeltekst vertaald staan, klinken nogal zwaar: niet anders dan recht te doen. Maar we mogen het ook anders vertalen: niet anders dan te gehoorzamen aan wat Hij ons heeft voorgeschreven. Gods voorschriften zijn aanbevelingen, richting aangevend voor werkelijk leven: Tora, wat dus niet slechts wet betekent. Als we God hebben leren kennen als onze liefhebbende, eeuwige Vader, dan beleven we de rijkdom van Zijn voorschriften, van de Tora, als raadgevingen, die overigens wel dienen opgevolgd te worden, willen we echt kunnen leven.

Dan gaat onze tekst verder met: en getrouwheid lief te hebben. Het woord ‘getrouwheid’ krijgt een zo veel warmere inhoud als we zien hoe het ook vertaald kan worden, met: ‘goedheid’, ‘vriendelijkheid’ of ‘vriendschap’. Laten we er vooral op letten dat er niet staat: getrouwheid in acht nemen of zoiets, maar liefhebben.

En nu nog het laatste gedeelte van deze liefelijke woorden van, de overigens zo strenge profeet, Micha: en ootmoedig te wandelen met uw God.

We gebruiken het woord ‘ootmoed’ vaak zonder werkelijk te verstaan wat dat betekent. In onze tekst staat er niet ‘ootmoed’ maar ‘ootmoedig zijnde’. Het staat in een werkwoordsvorm die om een andere vertaling vraagt: ‘bescheiden zijn’.

De woorden van de profeet Micha roepen ons op om in het wandelen met God, in het Hem kennen in al onze wegen, geen geweldenaar te zijn.

Als we van harte onze tafeltekst opzeggen, dan spreken we uit dat we in alle eenvoud Vader willen gehoorzamen, Die ons dan veilig in het Koninkrijk van Zijn Zoon zal aanbrengen. Want Hij is niet alleen onze Hemelse Vader, maar de HERE. En dat is: Degene, Die in alles het laatste Woord heeft.

Bijbeltekst week 2021 – 35

Maar de rechtvaardigen ver­heugen zich, zij juichen voor Gods aangezicht­ en zijn blijde met vreugde betoon.

Psalm 68:4

Omdat de tafeltekst begint met het woordje ‘maar’, moeten we wel aandacht besteden aan wat er voor staat. Belangrijk is vooral in het 2e vers van deze psalm de tekst: God staat op. Dit is een prachtige uitdrukking. De eigenlijke betekenis is: God maakt Zich gereed, gaat op weg. Hij verheft Zich dus. Want het betekent: God laat Zich zien, Hij openbaart Zich, Hij treedt handelend op. Dit is de grondtoon van deze psalm: God is niet ver weg, maar heel nabij. Hij ontfermt Zich over ons. Alle ellende verdwijnt dan als sneeuw voor de zon. Alles wordt eenvoudig, omdat de duisternis op de vlucht gaat.

En nu onze tafeltekst: Maar de rechtvaardigen ver­heugen zich. Wat zijn de ‘rechtvaardigen’? Dat zijn degenen die onschuldig zijn. Wat zijn dat voor mensen? De Prediker zegt: Want niemand op aarde is zo rechtvaardig, dat hij goed doet zonder te zondigen (Prediker 7:20).

Maar dan kunnen er toch geen onschuldigen bestaan?

Daarom is het woord ‘rechtvaardige’ juist ook zo mooi, want een rechtvaardige is iemand die ‘recht vaart’, in wie niets ‘dubbel’ is. Hij bestaat alleen bij het wonder, dat God ‘opstaat’, Zich openbaart. Alleen dan komt er duidelijkheid: licht is licht en duisternis blijkt echt duisternis te zijn. Als God Zich openbaart, komt er een scheiding van geesten; wie bij Hem schuilt wordt verlost van al het ‘dubbele’, van alle kronkels… De tafeltekst beschrijft het ‘schuilen bij Hem’ op zo’n rijke manier. Om dit duidelijk te maken kunnen we de tekst veranderen; een beetje omkeren: Zij die zich ver­heugen en juichen voor Gods aangezicht­, en die blijde zijn met vreugdebetoon, zijn rechtvaardigen.

Een rechtvaardige is iemand die zich verheugt. Dit werkwoord betekent: innerlijk blij zijn. Echte innerlijke vreugde is er alleen, als je opmerkt, dat God naar ons omziet en handelend optreedt: Zie, Ik maak alle dingen nieuw (Openbaring 21:5).

Niemand kan deze tafeltekst, die uitpuilt van vreugde, blijdschap en pret, van harte opzeggen, tenzij hij z’n denken laat bepalen door het handelen van God. Wie uitgekeken is op de wereld van vandaag, door uit te zien naar Zijn handelen, gaat deze vreugde beleven en voelen opborrelen in z’n hart. Deze blijdschap is een vrucht van Gods Geest: Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing  (Galaten 5:22). Wie dat eenmaal geproefd heeft, verstaat het dat rechtvaardigen ‘innerlijk blij zijn’ . . .

Onze tafeltekst tuimelt nog verder in de blijdschap: zij juichen voor Gods aangezicht. Dit is heel speels: opspringen, huppelen van vreugde. Ja, daar is die ‘innerlijke’ vreugde voor nodig. Maar die is er ook alleen als we voor Gods aangezicht zijn. Dit betekent: in Gods tegenwoordigheid zijn. Geheel anders is dat in de ‘godsdienstigheid’. De beschrijving van een ‘rechtvaardige’ in de Bijbel is: een kinderlijk, speels en blij mens, omdat hij God kent in alle details van zijn leven. Daar heb je geen sfeertjes voor nodig. Al dat ‘plechtige’ bevredigt alleen maar het vrome vlees. En dat kent een rechtvaardige niet. Nee, hij is blijde met vreugdebetoon. Dit ‘blijde’ beleeft niets van ‘plechtigheid’, want het betekent: vrolijkheid, plezier, feestelijkheid. En het woord ‘vreugdebetoon’ beschrijft de bron van de vreugde: niet om de pret, maar ‘plezier hebben in’… de aanwezigheid van God!

Als we onze tafeltekst opzeggen, mogen we beseffen, dat deze echte vreugde er alleen kan zijn – te midden van alle verwording en vervreemding van God –  als wij, juist daarom, bij Hem schuilen, letten op Zijn handelen onder ons. Dan maakt God Zelf ons immers tot ‘rechtvaardigen’, die zo geheel anders zijn dan we dachten: eenvoudige, blije mensen, die het nooit kunnen nalaten, om onder alle omstandigheden naar Gods handelen te blijven kijken.

Bijbeltekst week 2021 – 34

Gij maakt mij het pad des levens be­kend; overvloed van vreugde is bij uw aangezicht, liefelijkheid is in uw rech­terhand, voor eeuwig.

Psalm 16:11

We hebben voor deze week een jubeltekst uit de Psalmen. Laat het maar jubelen, elke dag dus wel drie keer! Wat een vreugdevolle ontdekking geeft die eerste regel weer: Gij maakt mij het pad des levens be­kend; …

We ontdekken het pad des levens dus niet zelf, door studie of meditatie, maar God maakt ons het pad des levens bekend. Dit ‘bekendmaken’ heeft niets te maken met ‘aankondigen’, ‘proclameren’ of iets dergelijks. Nee, we kunnen het veel beter vertalen met: ‘doen verstaan’, zoals in Deut.29:4  Doch de HERE heeft u geen hart gegeven om te verstaan of ogen om te zien, of oren om te horen, tot op de huidige dag. Ja, zo was het toen Israël nog in de woestijn ronddoolde. Maar de psalmist jubelt het uit: Ik mag het pad des levens verstaan!

We kunnen ‘bekendmaken’ ook nog met ‘zich bewust zijn van’ vertalen, zoals in 1 Kon.2:44 Gij weet al het kwaad, – uw hart is zich daarvan bewust -, dat gij mijn vader David hebt aangedaan; … Verder is ook een heel mooie vertaling: ‘aanwijzen’, zoals in Job 38:12 Hebt gij ooit in uw leven de morgen ontboden, de dageraad zijn plaats aangewezen, …

En het woord ‘pad’ mogen we ook vertalen met ‘wandel’ of ‘levensweg’. Terwijl we het Hebreeuwse woord ‘leven’: ‘chai’, beter kunnen vertalen, als het om mensen gaat, met: actieve levendigheid. Hoe begrijpelijk wordt dan de vreugde die van deze tekst uitstraalt: Gij maakt mij bewust hoe sprankelend het leven is dat U ons schenkt.

Nu gaan we naar de tweede versregel: …; overvloed van vreugde is bij uw aangezicht, … We beginnen bij het laatste gedeelte, want daarin zit de kern van deze regel: bij uw aangezicht. Het woord ‘aangezicht’ is ook te vertalen met ‘tegenwoordigheid, aanwezigheid’. Heel eenvoudig is deze regel daarom te vertalen met: Als we in Uw aanwezigheid zijn dan worden we verzadigd van vrolijkheid en blijdschap.

Alleen in de echte ‘aanwezigheid’ van God is waarheid. Van deze werkelijkheid getuigt koning David. En alleen als wij deze werkelijkheid kennen in ons leven, kunnen ook wij deze woorden uitjubelen…   Als we in Uw aanwezigheid zijn dan worden we verzadigd van vrolijkheid en blijdschap. Wat een zegen als ons huis, als de Gemeente waar wij toe mogen behoren, vervuld is met de aanwezigheid van God, waarvan zowel het Oude – als het Nieuwe Testament getuigen: Gen.28:15  En zie, Ik ben met u en Ik zal u behoeden overal waar gij gaat, … en: Matt.28:20  En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld.

Het kan gewoonweg niet op. Want in de aanwezigheid van God is er pure blijdschap en vreugde. Daarom zegt David in de derde regel van dit lied: …, liefelijkheid is in uw rech­terhand, voor eeuwig.

Liefelijkheid heeft niets te maken met ‘zoetigheid’. Nee, dit woord is te vertalen met: ‘aangename, goed klinkende muziek’. Daarbij kunnen we denken aan de woorden van Paulus uit Efeziërs 5:19 …  en spreekt onder elkander in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zingt en jubelt de Here van harte. Dit komt zomaar vanzelf, als we verstaan wat de woorden: in uw rech­terhand, inhouden. ‘Rechterhand’ is een Hebreeuws woord met heel veel betekenissen, zoals: ‘recht, rechterhand, rechterzijde, rechts (van richting), zuidwaarts’. Maar figuurlijk betekent het: ‘het recht, het goede beleven in Zijn nabijheid’. Deze laatste regel van dit psalmvers kunnen we dus vertalen met: In Uw nabijheid kunnen we pas echte muziek maken.

En nu nog: voor eeuwig. Het Hebreeuwse woord, dat hier gebruikt wordt, wijst op de inhoud van het eeuwig voortdurende: steeds maar doorgaande begeleiding. Het gaat hier om de eeuwigdurende nabijheid en begeleiding van God, waardoor we van harte vrolijk kunnen zijn.

Als we deze tafeltekst opzeggen, dan willen we dus alle ‘Baäldienst’ voorgoed afzweren om alleen nog maar Gods nabijheid te zoeken tot in ieder detail van ons leven.

Bijbeltekst week 2021 – 33

Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen.

Johannes 15:5

Wat een prachtige tekst voor deze week. Jezus vergelijkt Zich hier met een wijnstok, en degenen die van Hem zijn met de ranken, om daarmee uit te drukken hoe nauw de relatie tussen Hem en ons moet zijn.

Even daarvoor heeft Hij dit beeld ook gebruikt, maar dan in relatie tot onze hemelse Vader:

Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de landman.

Toch is het beeld dat Hij in het eerste vers gebruikt anders dan in het vijfde. In onze tafeltekst voor deze week splitst Hij de wijnstok op in de wortelstam en de ranken, maar in het eerste vers doelt Hij op de hele plant.

Het is goed om te luisteren naar wat Jezus in de eerste verzen zegt, willen we de tekst voor deze week beter begrijpen: Let op wat de Landman (onze hemelse Vader) doet. Hij bekijkt elke rank met grote aandacht. Als Hij ziet dat er geen vruchten komen aan de rank, dan neemt Hij die tak weg, omdat deze tak niet beantwoordt aan het doel. Want het gaat bij de landman niet om de ranken, maar om de vruchten.

Daarom schenkt Hij alle aandacht aan de ranken die wel vrucht dragen. Vanaf het eerste begin let Hij er op, in vreugdevolle zorg, dat de vruchtbare ranken alles krijgen wat ze nodig hebben: lucht, zonlicht, en verder neemt Hij van deze vruchtbare ranken alles weg wat te veel is voor de volle ontwikkeling van de vruchten. Dan bloedt de rank misschien wel even en misschien begrijpt de rank niet waarom die prachtige zijtakken worden afgeknipt…

En nu de tekst voor deze week:

Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen.

Hierin vertelt Jezus hoe het komt dat er takken zijn die veel vrucht dragen. Heel eenvoudig, omdat een tak die niet volledig en gezond met Hem verbonden is, nooit vrucht kan dragen. Er kunnen wel bloesems aan komen, heel veelbelovend, maar na de bloei blijft er niets over.

Als dit tot ons doordringt, wat zullen we dan bij het lezen van de tekst van deze week bereid worden om met vreugde en verwondering het snoeimes van de Landman in ons leven van iedere dag toe te laten. Omdat het snoeimes van Hem in ons leven een teken is, dat we echt met Jezus verbonden zijn, als de rank met de wijnstok. Dan mogen we, vol vertrouwen in de Landman, uitzien naar de vruchten die heel zeker niet zullen uitblijven.

Bijbeltekst week 2021 – 32

HERE, wees ons genadig. Op U hopen wij; wees onze arm elke morgen, ja ons heil in tijd van benauwdheid.

Jesaja 33:2

In de tafeltekst van deze week wordt de kostbare Naam van God gebruikt: HERE. Altijd als dit woord in de Bijbel met hoofdletters geschreven staat, betekent dit dat hier de Naam van God staat, waarmee Hij Zich bekend heeft gemaakt aan Zijn volk Israël, toen Hij hen uit het slavenhuis redde. Deze Naam van God was niet onbekend. In de geschriften, die Mozes gebruikte om het boek Genesis samen te stellen, komt deze Naam al voor. De oudste geschriften, waaronder de ‘Scheppingshymne’, ontstonden al ruim 2.500 jaar vóór Abraham. En in Mesopotamië liet koning Hammurabi op een hoge zuil zijn wetten schrijven, waartussen het zinnetje staat: de HERE is koning.

In het Hebreeuws staat, net als in het Nederlands, dit woord geschreven met vier letters; medeklinkers, zonder klinkers. Dat is moeilijk uit te spreken voor degenen die de taal niet zo goed kennen. Later heeft men er klinkers aan toegevoegd. Maar niet dié klinkers die bij de Naam horen, maar, uit eerbied voor deze heilige Naam, de klinkers van ‘adonai’: heer. Hierdoor ontstond het woord dat je uitspreekt als Jehova.

Maar de diepe betekenis van de werkelijke Naam van God is: ‘de (eeuwig) Bestaande’ of  ‘Ik ben er voor jullie’. Deze rijke betekenis is afgeleid van de basis van deze Naam, die gevormd wordt door het werkwoord ‘zijn’. De betekenis van dit ‘zijn’  is ook heel veelkleurig: 1) tot hulp zijn, 2) vervullen, 3) toebehoren, 4) omringen, en ga zo maar door.

De HERE is dus onze God, Die ons ter hulpe is, Die Zijn beloften aan ons vervult, aan wie wij toebehoren, Hij is het, Die ons omringt. Tot deze God richten wij ons gebed: wees ons genadig. Het werkwoord ‘genadig zijn’ klinkt zo veel warmer als we het, heel terecht, vertalen met ‘genegenheid toedragen’. God ontfermt Zich over ons, omdat Hij ons liefheeft!

Als wij bidden: wees ons genadig, dan spreken wij eigenlijk uit, dat wij ons willen overgeven aan Zijn genade: aan Zijn liefdevolle genegenheid.

Op U hopen wij. Dit ‘hopen’ is zo veel anders dan wij het kennen in: nou ja, ik hoop het… We mogen dit Hebreeuwse werkwoord ook best vertalen met: verwachten, vurig uitzien naar.

Wees onze arm elke morgen. Het woord ‘arm’ betekent veel meer: kracht. Zo wordt het ook heel vaak in de Bijbel vertaald. En elke morgen heeft simpel de betekenis van: altijd, van ogenblik tot ogenblik.

En dan het woord heil. Wat prachtig is dat, als we beseffen dat ook hier weer het Hebreeuwse woord  ‘Jeshoeah’ staat. Dit woord, dat wij vaak vertalen met ‘Jezus’ als eigennaam van onze Heer, betekent Redding, Verlossing.

Dan rest ons nog om het woord benauwdheid te bekijken. Dit woord is ook te vertalen met: nood, verdriet, onrust of moeilijkheid.

Natuurlijk laten we onze tafeltekst staan zoals hij in de Bijbel staat. Maar om de inhoud goed tot ons te laten doordringen volgt hier even een andere vertaling:

God, U die er altijd voor ons wilt zijn, wij zien naar U uit; wees ieder ogenblik van de dag onze sterkte, ja onze verlossing, onze uitredding als we verdrietig, als we onrustig zijn.

Bijbeltekst week 2021 – 31

Mijn schapen horen naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij, en Ik geef hun eeuwig leven en zij zullen voorzeker niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit mijn hand roven.

Johannes 10:27, 28

Het woord ‘schaap’, als dat niet letterlijk voor een stuk kleinvee gebruikt wordt, heeft vaak niet zo’n gelukkige betekenis. ‘Arm schaap’, schaapachtig, enz. … In het Nieuwe Testament wordt met een ‘schaap’ bedoeld: de altijd maar voortgaande – grazende – mens, die er in z’n eentje niet komen kan. Dat beeld wordt doorbroken door wat er op volgt: zij horen naar Mijn stem. Dat woord ‘horen’ betekent hier niet: waarnemen, al zou dat al iets heel geweldigs zijn! Stel je toch voor dat we Zijn stem zouden ‘horen’! Nee, het werkwoord ‘horen’ betekent hier meer dan alleen maar ‘opmerken’, het betekent: leren gehoor geven aan onderwijzing of aan een leraar. Daardoor komt er een eind aan het monotone voortjagen in de vanzelfsprekende sleur van iedere dag. De maar voortjakkerende mens wordt, door het gehoor geven aan de Stem van de Herder, tot een wakker en leergierig mensenkind. Het woord ‘stem’ moeten we ook goed begrijpen. Eigenlijk is het niet meer dan de klank, de toon, het geluid van gesproken woorden.

Wat heeft God al vaak tot ons gesproken, door de tijden heen, in de samenkomsten, via de livestreams . . . en je graast maar door, als mensen waarvan de Bijbel zegt: die zich te allen tijde laten leren, zonder ooit tot erkentenis der waarheid te kunnen komen (2 Tim. 3:7). Ja, dan ‘graas’ je maar door, totdat . . .  je gehoor geeft aan de woorden die al zo vaak geklonken hebben. Dat is het wonder van de werking van de Heilige Geest in ons leven.

Wat is het rijk als we werkelijk stoppen met het verburgerlijkte voortjakkerende, grazende christelijke leven en Zijn Woord gaan verstaan! Want dan gaan we Jezus ‘volgen’. Dat betekent niets minder dan: ons als leerling bij Jezus voegen, ons bij Hem aansluiten om achter Hem aan te gaan, waarheen Hij ons ook voeren zal. Pas in dat werkelijk als leerling Hem volgen, zullen we niet verhongeren, geestelijk armoe lijden, maar echt ‘leven’: verkeren in de toestand van iemand die levenskracht heeft of bezield is. En dat niet maar zo af en toe, maar eeuwig: zonder begin en einde, dat wat altijd geweest is en altijd zal zijn. Dan verzadigen we ons altijd, eeuwig, bij de Bron, die Hij is en gaan we niet verloren: vernietigd worden, geheel uit de weg geruimd worden, ten onder gaan, omkomen. Er blijft dan niets over van het ‘schaapachtige’, nee, dan maakt Hij ons tot een koperen onneembare muur: Dan zal Ik u voor dit volk maken tot een koperen, onneembare muur, en zij zullen tegen u strijden, maar u niet overmogen; want Ik ben met u om u te helpen en te bevrijden, luidt het woord des HEREN (Jeremia 15:20).  Wat een machtig woord van troost en bemoediging voor degenen die zo’n woord van God meekrijgen, het verdere leven in…

Jezus besluit Zijn woorden met: en niemand zal ze uit mijn hand roven. Dit is ongeveer dezelfde belofte als in de woorden van Jeremia naar voren komt, want het werkwoord ‘roven’ betekent: grijpen, met geweld wegnemen, beslag leggen op.

Als we door het gehoor geven aan de woorden van Jezus veranderen tot leerlingen van de Allerhoogste, zijn we zó veilig in Zijn Hand, dat niemand ons daaruit kan roven. Dan hoeven we dus nooit meer op onszelf te passen, voor onszelf op te komen… Wat zal er dan veel tijd overblijven, vrij komen, om ons geheel te gaan wijden aan de geweldige opdracht die Hij ons geeft om Zijn getuigen te zijn, een waarschuwingsteken voor de grote mensen-kudde, die voortjagend de (zelf)vernietiging tegemoet ‘graast’!

Bijbeltekst week 2021 – 30

Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus.

Efeziërs 1:3

Wat een jubelroep mogen we deze week telkens weer uitroepen, als we samen aan tafel gaan! De tekst begint met ‘gezegend’. Dit werkwoord heeft een heel diepe betekenis. Het is in ieder geval iets heel vreugdevols. Als we dit vreugdevolle aan God brengen, kunnen we dit het beste vertalen met: Laten we met plechtige gebeden de God en Vader van onze Here Jezus Christus eren.

Nu gaan we het bekende woordje ‘Here’ met aandacht te bekijken. Dit woord is afgeleid van het woord ‘kracht, macht’. Tijdens het Nieuwe Testament werd ‘Here’ gebruikt voor mensen die meester of bezitter waren van anderen, over wie zij de bevoegdheid hadden om te beslissen. De koning van het Romeinse rijk werd daarom ook zo genoemd: kurios, keizer. Wat machtig om te bedenken dat wij onze Heiland ook kurios, keizer noemen. Want daarmee spreken we uit dat Hij meester of bezitter is van ons en dat Hij de bevoegdheid heeft om over ons te beslissen in alle dingen van ons leven…

Nu het tweede gedeelte van de tekst: die ons met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus. Wat houdt het woord ‘zegen’ in onze tekst in?

Het woord kan op zich zelf betekenen: lof, roem, weldaad, wijding. Graag kiezen we in onze tafeltekst, omdat het hier in het enkelvoud staat, voor de betekenis van ‘wijding’. Vooral als we denken aan de betekenis van het woord ’geestelijke’, dat er voor staat. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat de betekenis heeft van: deel van de mens, dat verwant is aan God en dienst doet als Zijn instrument. Wat moeten we hieronder verstaan? We denken dat de apostel Paulus hiermee doelt op het nieuw geboren leven.

De nieuw geboren mens bestaat uit een: geest, ziel en lichaam.

In zijn brief aan de Korintiërs schrijft Paulus: Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is. (1 Korintiërs 2:14)

Overal ter wereld waar mensen zijn,  is er sprake van ‘religie’. Een godsdienstig mens hoeft -helaas- niet altijd een geestelijk mens te zijn. Dat zijn alleen de wedergeboren mensen. Misschien kunnen we nu de rijkdom van onze tafeltekst beter gaan verstaan: Het is door Jezus Christus dat wij wedergeboren worden. Hierbij kunnen we denken aan twee teksten uit de eerste brief van Petrus:

  • *Geloofd zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons naar zijn grote barmhartigheid door de opstanding van Jezus Christus uit de doden heeft doen wedergeboren worden tot een levende hoop, … (1 Petrus 1:3)
  • *….als wedergeborenen, en niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en blijvende woord van God. (1 Petrus 1:23)

De 1e tekst vertelt ons dat het beleven van een levende hoop een kenmerk van de wedergeboorte is. En die hoop ontstaat dus omdat Jezus ons de weg heeft geopend, door de wedergeboorte, om van Godswege deel te krijgen aan allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten.

De 2e tekst leert ons dat de wedergeboorte, het geestelijk leven, gestalte krijgt door gehoorzaamheid aan het levende en blijvende woord van God.

De gehoorzaamheid is geen deugd van ons zelf! Het is een ‘zegen’, een ‘wijding’ aan het nieuwe leven, dat verwant is aan God en dienst kan doen als Zijn instrument voor de wereld om ons heen. De tafeltekst is dus een uitroep tot God voor we gaan eten:

Heer, hier ben ik, om als Uw instrument in deze wereld te staan!

Bijbeltekst week 2021 – 28

Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen, luidt het woord des HEREN.

Jesaja 55:8

Omdat de tafeltekst voor deze week met het woordje ‘Want’ begint, moeten we, om de betekenis goed te verstaan, teruggaan naar de vorige tekst: De goddeloze verlate zijn weg en de ongerechtige man zijn gedachten en hij bekere zich tot de HERE, dan zal Hij Zich over hem ontfermen – en tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig. (Jesaja 55:7)

In deze tekst wordt gesproken over een ‘goddeloze’ en over een ‘ongerechtige man’. De taal van de profeet Jesaja is vaak heel dichterlijk. We moeten hierbij niet denken aan twee verschillende soorten van mensen. Bij ‘goddeloze’ gaat het niet direct over mensen die zonder God leven – in het Hebreeuwse woord ‘goddeloos’ is het woord ‘God’ helemaal niet terug te vinden -, maar gewoon over ons mensen, die boosaardig zijn, schuldig staan (tegenover God en mens), en het woord ‘ongerechtige’ wijst op mensen die een heilloze weg gaan, een onvruchtbaar leven lijden.

Jesaja doelt hier op alle mensen, die God niet kennen in hun levenswandel. Hij raadt ze aan om te stoppen met die eigen gekozen wegen te gaan en vooral te stoppen met ‘eigen gedachten’. Het is mooi om even aandacht te besteden aan het Hebreeuwse woord voor ‘gedachten’: naast de goede vertaling van ‘gedachten’ is het ook te vertalen met ‘plannen, bedenksels, uitvindingen’.

Maar hoe kom je daar toch allemaal van af?!

Jesaja vertelt ons dat dit heel eenvoudig is: hij bekere zich tot de HERE. Het woord ‘bekeren’ betekent: omkeren, terugkeren of terugkomen. Hoe we het ook vertalen, het betekent heel duidelijk: rechtsomkeert! Dus: ‘geheel anders’ . . . terugkeren naar God, die op ons wacht. Pas dán zullen we ervaren hoe Hij Zich over ons ‘ontfermt’. ‘Ontfermen’ betekent naast ‘ontfermen’ vooral ook ‘van harte liefhebben’.

De centrale boodschap van Jesaja in deze twee verzen is, dat we ons moeten bekeren, teruggaan naar God. En dit is alleen mogelijk, niet door veel te bidden en Bijbel te lezen, maar door te luisteren naar Zijn Stem en ons niet meer te laten leiden door al onze eigen slimme plannen en gedachtewerelden. Bidden en Bijbellezen kan hierbij een geweldige sprong in de goede richting zijn…

Want, en nu komen we bij onze tafeltekst aan: mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen. Bij echte bekering is het dus onmogelijk om nog iets van onze eigen plannen en denkwerelden mee te nemen: En hij (Levi) liet alles achter, stond op en volgde Hem. (Lukas 5:28)  Hierbij komen ook de woorden van Paulus naar boven: Maar gij geheel anders: gij hebt Christus leren kennen. (Efeziërs 4:20 En in zijn brief aan de Romeinen schrijft hij:  En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene. (Rom.12:2)

De tafeltekst voor deze week leert ons te beseffen dat, wanneer we geboeid raken door de openbaring van Jezus Christus in ons leven, we zullen gaan ervaren dat dán struikelen niet meer erg is: want Hij vergeeft veelvuldig.

Abonneer je op de weektekst

Voer je e-mailadres in om wekelijks de bijbeltekst te ontvangen.

Voeg je bij 123 andere abonnees

Archieven