Wekelijkse bijbeltekst

Bijbeltekst week 2018 – 50

Ik zelf zal vóór u uitgaan en de oneffenheden effenen; koperen deuren zal Ik verbreken en ijzeren grendels verbrijzelen.

Jesaja 45:2

We leven in een tijd waarin de vijandschap: koperen deuren en ijzeren grendels, nog niet verbroken is. Integendeel! En het zal blijken hoe hard de vijandschap zich zal manifesteren, vooral als het eerste gedeelte van onze tafeltekst in vervulling zal gaan. Daarom willen we vooral aan het eerste gedeelte van deze tekst aandacht schenken: Ik zelf zal vóór u uitgaan. Wat staan hier prachtige dingen in vermeld, waar je zo maar overheen kunt lezen!

Het woord zelf staat helemaal niet in de grondtekst, maar geeft uitdrukking aan het heel persoonlijke dat wordt weergegeven in het woordje vóór. Dit woord ‘voor’ betekent eigenlijk: aangezicht. God belooft dus dat Hij van aangezicht tot aangezicht, heel persoonlijk betrokken dus, vóór ons zal ‘uitgaan’. Dit werkwoord: ‘uitgaan’ betekent gewoon ‘gaan’, maar ook ‘meegaan’, ‘wandelen’ en wordt zelfs nog vertaald met ‘leven’. Wat een rijke belofte voor ons, dat God heel persoonlijk met ons wandelen wil, met ons leven wil, bij ons betrokken wil zijn …

En nu het tweede gedeelte: en de oneffenheden effenen; ‘oneffenheden’ komt van een woord wat de betekenis heeft van: voortrekken, pralen, eren, eer bewijzen. Alleen hier in Jesaja 45 wordt het vertaald met ‘oneffenheden’. De bedoeling van onze tekst wordt duidelijker als we aandacht besteden aan de betekenis: pralen, eren. Maar dan vooral in de zin van: zichzelf eren, eer opeisen.

Als we dan verder ook nog het werkwoord ‘effenen’ bekijken, dat veel meer de betekenis heeft van: oprecht zijn, recht zijn, effen zijn, rechtvaardig zijn, zacht zijn, dan kunnen we dit gedeelte eigenlijk beter vertalen met: Al het zoeken van eigen eer zal Ik doen verdwijnen doordat Ik – in een persoonlijke wandel met jullie – je zacht zal maken, je oprecht en rechtvaardig zal doen zijn.

Ja, dan wordt het duidelijk, hoe al de vijandschap van de wereld tegen God op de vlucht zal gaan als wij, in die heel persoonlijke wandel met onze Heer, al onze eigen eer en trots leren afleggen. Want daar is satan niet tegen opgewassen. Als we deze komende week onze tafeltekst opzeggen moeten we telkens maar even aan deze vrije vertaling denken: Ik zal heel persoonlijk met jullie gaan leven, van aangezicht tot aangezicht, zodat je geen behoefte meer hebt om nog eigen eer te zoeken. Dan zal de wereld om je heen geen raad weten met de zachtheid, waarmee we de ander tegemoet treden en daarom op de vlucht slaan of, met ons, zich buigen voor Hem.

Bijbeltekst week 2018 – 49

Mijn schapen horen naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij, en Ik geef hun eeuwig leven en zij zullen voorzeker niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit mijn hand roven.

Johannes 10:27,28

Het woord ‘schaap’, als dat niet letterlijk voor een stuk kleinvee gebruikt wordt, heeft vaak niet zo’n gelukkige betekenis. ‘Arm schaap’, schaapachtig, enz. … Als in het Nieuwe Testament gesproken wordt over een ‘schaap’ dan wordt daarmee bedoeld: de altijd maar voortgaande – grazende – mens, die er in z’n eentje niet komen kan. Dat beeld wordt doorbroken door wat er op volgt: zij ‘horen naar Mijn stem’. Dat woord ‘horen’ betekent hier niet: waarnemen, al zou dat al iets heel geweldigs zijn! Stel je toch voor dat we Zijn stem zouden ‘horen’! Nee, het werkwoord ‘horen’ betekent hier meer dan alleen maar ‘opmerken’, het betekent: leren gehoor geven aan onderwijzing of aan een leraar. Daardoor komt er een eind aan het monotone voortjagen in de vanzelfsprekende sleur van iedere dag. De maar voortjakkerende mens wordt, door het gehoor geven aan de Stem van de Herder, tot een wakker en leergierig mensenkind. Het woord ‘stem’ moeten we ook goed begrijpen. Eigenlijk is het niet meer dan de klank, de toon, het geluid van gesproken woorden.

Wat heeft God al niet vaak tot ons gesproken, door de tijden heen. Ach, je weet wat er gezegd wordt, in de samenkomsten, in de toerustingsavonden … en je graast maar door, als mensen waarvan de Bijbel zegt: die zich te allen tijde laten leren, zonder ooit tot erkentenis der waarheid te kunnen komen (2 Tim.3:7). Ja, dan ‘graas’ je maar door, totdat … je gehoor geeft aan de woorden die al zo vaak geklonken hebben. Dat is het wonder van de werking van de Heilige Geest in ons leven.

Wat zou het rijk zijn als we nu toch werkelijk stoppen met het verburgerlijkte voort-jakkerende, grazende christelijke leven en Zijn Woord gingen verstaan! Want dan gaan we Jezus ‘volgen’. Dat betekent niets minder dan: ons als leerling bij Jezus voegen, ons bij Hem aansluiten om achter Hem aan te gaan, waarheen Hij ons ook voeren zal. Pas in dat werkelijk als leerling Hem volgen, zullen we niet verhongeren, geestelijk armoe lijden, maar echt ‘leven’: verkeren in de toestand van iemand die levenskracht heeft of bezield is. En dat niet maar zo af en toe, maar eeuwig: zonder begin en einde, dat wat altijd geweest is en altijd zal zijn. Dan verzadigen we ons altijd, eeuwig, bij de Bron, die Hij is. Dat maakt dat we niet verloren gaan: vernietigd worden, geheel uit de weg geruimd worden, ten onder gaan, omkomen. Dan blijft er niets van het ‘schaapachtige’ over, nee, dan maakt Hij ons tot een koperen onneembare muur, zoals Jeremia het van God moet zeggen: Dan zal Ik u voor dit volk maken tot een koperen, onneembare muur, en zij zullen tegen u strijden, maar u niet overmogen; want Ik ben met u om u te helpen en te bevrijden, luidt het woord des HEREN (Jer. 15:20). Wat een machtig woord van troost en bemoediging voor degenen die zo’n woord van God meekrijgen, het verdere leven in…

Jezus besluit Zijn woorden met: … en niemand zal ze uit mijn hand roven. Dit is ongeveer dezelfde belofte als in de woorden van Jeremia naar voren komt, want het werkwoord ‘roven’ betekent: grijpen, met geweld wegnemen, beslag leggen op. Als we door het gehoor geven aan de woorden van Jezus veranderen van schaapachtige, voortjakkerende, verburgerlijkte christenen, tot leerlingen van de Allerhoogste, dan zijn we zó veilig in Zijn Hand, dat niemand ons daaruit kan roven. Dan hoeven we dus nooit meer op onszelf te passen, voor onszelf op te komen… Wat zal er dan veel tijd overblijven, vrij komen, om ons geheel te gaan wijden aan de geweldige opdracht die Hij ons geeft om Zijn getuigen te zijn, een waarschuwingsteken voor de grote mensen-kudde, die voortjagend de (zelf)vernietiging tegemoet ‘graast’!

Bijbeltekst week 2018 – 48

Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet.

Hebreeën 11:1

Als er in de Bijbel gesproken wordt over het geloof, dan gaat het altijd over het geloof dat God schenkt: Efeziërs 2:8  Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God.  Het Griekse woord voor geloof is afgeleid van een werkwoord, dat naast ‘geloven’ ook de betekenis heeft van: vrienden maken, iemands gunst winnen, proberen iemand voor zich in te nemen. Eén en ander maakt duidelijk dat ‘geloven’ te maken heeft met een relatie van twee: God en mens. Omdat het geloof een gave van God is, kunnen we begrijpen dat het in de eerste plaats God is die deze relatie zoekt, ons tot vriend wil maken, probeert om onze gunst te winnen, ons voor zich in te nemen. Wat een bevrijdende gedachte voor mensen, die God altijd toch nog ergens zien als de ‘eisende partij’…

Daarnaast heeft het werkwoord nog een andere vorm en dan betekent het: iemand vertrouwen, luisteren naar, gehoorzamen. Als we ons, in de ontmoeting met God, het geloof laten schenken – als we naar God gaan luisteren en in een groeiend vertrouwen Hem gaan gehoorzamen – dan leren we Hem kennen als een zorgzame Vader, als een Vriend, die ons hart verwarmt.

In deze relatie met Hem groeit er zekerheid, die z’n fundering heeft in de omgang met Hem, een vast vertrouwen in de ‘dingen’, die Hij ons toezegt en waar wij dan ook echt, vol vertrouwen op hopen. ‘Hopen’ heeft bij ons meer de betekenis gekregen van: niet zeker weten. We zeggen wel eens: ik hoop van wel, maar ik weet het niet zeker. Dit ‘hopen’ is niet het ‘hopen’ waar we hier van lezen. Het werkwoord ‘hopen’ in onze tekst voor de komende week betekent: verwachten, vertrouwen op. Wij verwachten dus en vertrouwen, met grote zekerheid, op de vervulling van alles wat God ons toezegt, als we tenminste in de door Hem aangeboden relatie blijven leven. Als deze relatie verarmt, dan vervaagt deze zekerheid en blijven alleen maar holle, vaak nog wel hoogdravende, woorden over en vervallen we in een ‘eigendunkelijke godsdienst’ (Kol. 2:23).

Het werkwoord ‘zien’ heeft twee betekenissen: met het lichamelijke oog waarnemen, maar ook: met geestelijke ogen zien, onderscheiden, begrijpen. Als God, in die warme, vriendschappelijke relatie met ons, spreekt over de dingen van Zijn komende Rijk, dan zijn dat vaak zaken, die we niet kunnen bevatten. God vraagt van ons geen blindelings vertrouwen en geloof in de dingen, waarover Hij tot ons spreekt. Maar Hij schenkt ons, in deze relatie met Hem, een blindelings vertrouwen in Hem, het bewijs, dat alles wat Hij zegt zal gebeuren, ook al kan ons zgn. gezonde verstand er niet bij…

Het ‘bewijs’ dat God geeft is zo anders dan wat wij met dat woord bedoelen. Want het woord ‘bewijs’ in deze tekst is een woord dat de betekenis heeft van: met daden verantwoording afleggen. Als ons oog door de Heilige Geest geopend wordt voor de daden van God, het handelen van Hem in ons leven, dan geeft ons dat het hemelse bewijs van de dingen, die we nu nog niet zien, maar die we vertrouwensvol en leven bepalend verwachten. Wat een aanmoediging om alle vormen van ‘aangeleerd’ geloof te laten varen en, door te letten op de gaven van God die Hij ons schenkt, ons aan Hem te leren toevertrouwen.

Bijbeltekst week 2018 – 47

Maar wie de HERE verwachten, putten nieuwe kracht; zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen, maar worden niet moede; zij wandelen, maar worden niet mat.

Jesaja 40:31

De tafeltekst voor de deze week begint met ‘Maar’. Er staat dus iets voor, wat belangrijk is: Jesaja 40:30  Jongelingen worden moede en mat, zelfs jonge mannen struikelen. In tegenstelling met wat hier vermeld staat, volgt dan onze tekst: maar wie de HERE verwachten … Ach, wat zijn we vaak moe! Het leven is ook zo ‘heftig’ zeggen we dan vaak. Wat fijn dat in de Bijbel staat dat zelfs jongelingen moe en mat worden en struikelen. Graag zetten we dan een punt, maar onze tafeltekst zet een komma! ‘…, maar wie de HERE verwachten, …’

Dan rijst de vraag: verwachten wij de HERE nu werkelijk, of is het slechts een godsdienstige gedachte?! Wat zou het ons goed doen als we de moed hadden om, als we zo moe zijn en zo mat, ons dan voor Gods aangezicht af te vragen of we eigenlijk wel in de praktijk van ons dagelijks leven echt Hem verwachten? ‘Leer ons U meer te verwachten, Heer’, zou dan ons gebed mogen worden. Het mag ook het gebed van deze komende week worden! Hij alleen immers kan ons leren wat het inhoudt om Hem echt te verwachten. We hebben de zalving van Gods Geest nodig om te leren leven en van daar uit Hem te verwachten, Die de Bron van alle leven is!

Echt verwachten zet je in beweging, want ‘verwachten’ betekent ook ‘uitzien naar’ en het betekent nog meer. In de Bijbel wordt dit werkwoord ook wel vertaald met: ‘verzamelen, samenbinden’. Wat een rijkdom om te beseffen dat het verwachten van de HERE ons samenbindt, ons verenigt. Ja, dat geeft eigenlijk op zich zelf al nieuwe kracht. En het woord ‘kracht’ mag ook vertaald worden met ‘mogelijkheid’. Het verwachten van de HERE schept dus nieuwe mogelijkheden, maakt ons creatief!

Als je de diepe inhoud van onze tafeltekst voor deze week tot je laat doordringen, dan strek je de kromme schouders en ga je diep adem halen, verwachtingsvol uitziende naar wat Zijn komst toch eigenlijk allemaal wel zal inhouden. En het vervolg van onze tafeltekst wijst ons in de goede richting. Daarom is het misschien wel goed om de hele tekst met elkaar op te zeggen, bij iedere maaltijd van de komende week: zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen, maar worden niet moede; zij wandelen, maar worden niet mat.

Bijbeltekst week 2018 – 46

Want des HEREN ogen gaan over de gehele aarde, om krachtig bij te staan hen, wier hart volkomen naar Hem uitgaat.

2 Kronieken 16:9

Wie de tafeltekst van de komende week tot zich laat doordringen komt tot het besef, dat de almachtige God een zoekend God is. Gods ogen gaan over de gehele aarde op zoek naar een mens. Wat voor mens? Een mens wier hart ‘volkomen’ naar Hem uitgaat. Het is wel goed als we de betekenis van het begrip ‘volkomen’ even goed tot ons laten doordringen. Want het Hebreeuwse woord hiervoor is: Shaleem, wat wij kennen als de Joodse groet: Shalom. En dat betekent zoiets als: zuiver, vreedzaam, onverkort, niet opgesierd.

Het is dus heel iets anders dan: volmaakt, perfect… Het heeft niets te maken met een ‘resultaat’, maar veel meer met een gezindheid; een niet opgesierde, pure, ware, zuivere gezindheid: een kinderlijk verlangen naar Vader… Mensen met zo’n volkomen, kinderlijk, toegewijd hart neemt God op in Zijn armen om Zich aan hen te hechten, als een liefdevolle Vader aan Zijn kind. Om het voor altijd bij Zich te houden, te bemoedigen en te herstellen in de volkomen relatie met Hem. Deze onderstreepte woorden zijn allemaal betekenissen van het Hebreeuwse werkwoord wat bij ons vertaald is met: krachtig bijstaan.

Laten we daarom, als we de tafeltekst lezen, ons laten bevrijden van de gedachte, dat God de mens, waar Zijn hart naar uitgaat, krachtig zal bijstaan in de goede strijd die hij voor Hem voert. Nee, de tafeltekst van deze week vertelt ons dat God ons in Zijn armen wil nemen, om ons te koesteren, zodat we in Zijn geborgenheid tot volle ontplooiing zullen komen. Ja, en als we ons zo aan Zijn liefde hebben overgegeven kan het best zijn, dat Hij ons dán ook zal inschakelen om de werken te werken, die Hij voor ons bereid heeft van voor de grondlegging der wereld. Want Hij heeft ons eindelijk betrouwbaar kunnen maken voor Zijn dienst aan de wereld om ons heen. Dit staat niet in deze tafeltekst, maar die belofte staat wel in de Bijbel: Efeziërs 2:10 Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat we daarin zouden wandelen.

Bijbeltekst week 2018 – 45

Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen.

Johannes 1:18

Is het wel waar wat Johannes ons vertelt: Niemand heeft ooit God gezien? En Mozes dan? Van hem wordt verteld: (Exodus 33:11)  En de HERE sprak tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals iemand spreekt met zijn vriend;… En zo zijn er zo veel voorbeelden uit de Bijbel te noemen:

  • Genesis 32:30:  En Jakob noemde de plaats Pniël, want [zeide hij] ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht en mijn leven is behouden gebleven.
  • Richteren 6:22:  Toen begreep Gideon, dat het de Engel des HEREN was, en hij zeide: Wee mij, Here HERE! want ik heb de Engel des HEREN gezien van aangezicht tot aangezicht.
  • Zelfs van heel het volk wordt gezegd: (Deuteronomium 5:4)  Van aangezicht tot aangezicht heeft de HERE met u gesproken op de berg uit het midden van het vuur

Van aangezicht tot aangezicht met God spreken is toch veel meer dan Hem alleen maar zien?! De apostel Johannes zal dus meer hebben bedoeld dan we zo maar in eerste instantie verstaan.

Wat hebben we het nodig om, ieder persoonlijk, Gods Stem te verstaan; niet alleen verstaan, maar ook te gehoorzamen. God spreekt tot ons, door zijn profeten, door zijn Geest. Maar ook in het handelen van God in deze wereld. Maar het verstaan van zijn Stem is alleen mogelijk als we ons laten verlossen van de macht van de wereldgeesten. Zoals Paulus het zegt: En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat …(Rom.12:2). Deze wereldgeesten bepalen het denken van de hele wereld. Maar wij, die van Jezus willen zijn… wij willen, verlost van de macht van de wereldgeesten, alleen maar door Gods Geest geïnspireerd worden in heel ons denken. Want: (1 Korintiërs 2:14Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is. 

Niemand heeft ooit God gezien. Nee, wat een mens ooit van God gezien heeft was de Zoon: in het Oude Testament de Engel des HEREN. Zo wordt Hij voor het eerst genoemd in: Genesis 16:7 En de Engel des HEREN trof haar aan bij een waterbron in de woestijn, bij de bron aan de weg naar Sur. En in het Nieuwe Testament Jezus van Nazareth: Johannes 14:9  Jezus zeide tot hem: Ben Ik zolang bij u, Filippus, en kent gij Mij niet? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; hoe zegt gij dan: Toon ons de Vader?

De enige die God werkelijk heeft ‘gezien’ is Jezus van Nazareth. Want Hij was, als de Zoon, aan de boezem des Vaders, van voor de grondlegging van deze wereld! En wie Jezus heeft leren kennen, niet zijn gestalte, maar Zijn wezen, heeft de Vader leren kennen. Ja, zelfs nog meer dan van aangezicht tot aangezicht: Zijn wezen! Want, zo zegt Jezus het immers zelf (Johannes 14:9). En laten we bij het lezen van de tafeltekst van de komende week nooit vergeten, dat, als de apostel Johannes zegt: …, die heeft Hem doen kennen, hij dan als Jood gesproken heeft en niet als een Griek. Immers het ‘kennen’ waar Johannes van spreekt is het Hebreeuwse ‘kennen’: ‘Jada’ en dat betekent: wederzijds kennen, samen weet hebben van…

Bijbeltekst week 2018 – 44

Indien iemand Mij wil dienen, hij volge Mij, en waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn. Indien iemand Mij dienen wil, de Vader zal hem eren.

Johannes 12:26

De weektekst begint met het woord ‘indien’. Dit kan ook vertaald worden met: ‘in het geval dat’. De tekst begint dus met: In het geval dat iemand Mij dienen wil, … dan moet hij Mij volgen. In het werkwoord ‘dienen’ zit het Griekse woordje ‘diaken’ en dat betekent: de bevelen van een meester uitvoeren. En het werkwoord ‘volgen’ betekent letterlijk: dezelfde weg gaan. Maar dan niet in een betekenis als ‘toevallig’ dezelfde weg gaan, maar er dus bewust voor kiezen: zich bij iemand voegen als leerling.

Het begin van onze tafeltekst zou dus ook zo kunnen luiden: ‘In het geval dat iemand bereid is om al Mijn bevelen uit te voeren, dan moet hij dezelfde weg gaan, die Ik ga, om Mijn leerling te kunnen zijn.’ Wie hier ‘Ja’ op zegt gaat tot de wonderbaarlijke ontdekking komen, dat de belofte van de Here Jezus dan in vervulling gaat: ‘waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn.’

Het woordje ‘en’ heeft heel vaak in het Grieks veel meer betekenis dan bij ons. Meestal betekent ‘en’ bij ons gewoon ‘plus’. Maar in het Grieks legt ’en’ een ‘oorzakelijk verband’. Dit wil zeggen dat het één verband houdt met het ander. Dat is in de tafeltekst voor de komende week zeker het geval! Pas ‘In het geval dat iemand bereid is om al Mijn bevelen uit te voeren, en daarom bereid is om dezelfde weg te gaan, die Ik ga, zal hij Mijn leerling kunnen zijn en (= en dan geldt de belofte:) waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn.’

Zó zouden we het eerste gedeelte van de tafeltekst wel een tijdje boven onze tafel kunnen hangen! Want wat worden nu veel ‘woorden’ uit de Bijbel voor ons duidelijk…  Als we hiermee biddend bezig zijn, zullen de woorden van het tweede gedeelte van onze tafeltekst krachtig gaan jubelen in ons hart: Indien iemand Mij (zo) dienen wil, de Vader zal hem eren.

Dit laatste gedeelte heeft natuurlijk alles te maken met: ‘waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn’. Want in dit ware discipelschap (leerling zijn) maakt Jezus ons tot ‘huisgenoten Gods’: Efeze 2:19  Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods. Daar is God, de Schepper van Hemel en Aarde, onze Hemelse Vader, onze eeuwige Gastheer! Daar worden we door Hemzelf ‘verzorgd’. Ja, want dat is de diepste betekenis van het Griekse woord ‘eren’. Eigenlijk is er een nog mooiere betekenis van dit werkwoord: in de handen dragen… Dat is heel wat rijker dan wat wij vaak van het woord ‘eren’ maken: op de handen dragen.

Pas als de tafeltekst van de komende week in ons leven tot ‘vlees en bloed’ wordt: gestalte gaat krijgen, dan gaan we beleven hoe nú al, in dit leven, we door Jezus tot huisgenoten Gods worden gemaakt: hemelburgers. Daar is God onze eeuwige Gastheer, die in al onze noden rijkelijk voorziet en … We houden op met verder schrijven! Maar in ons hart gaan we verder. Dan zal het wonder, waar de wereld al zo lang tevergeefs naar uitziet werkelijkheid worden. Dat wij als huisgenoten Gods ons verheugen in Zijn zorg voor ieder, die in ons zodanig Jezus’ leven herkent, dat zij, met ons mee, leerling van Hem willen zijn.

Bijbeltekst week 2018 – 43

Genees mij, HERE , dan zal ik genezen zijn; help mij, dan zal ik geholpen zijn, want Gij zijt mijn lof.

Jeremia 17:14 

Bij het lezen van de tafeltekst voor deze week bidden we om twee dingen:

  1. Genees mij, en
  2. help mij.

Waarom zou je, als je je kerngezond voelt, bidden om genezing en waarom zou je, als je voorspoedig bent, om hulp vragen? Hoort het soms bij ons christelijk leven, in onze stichtelijke ogenblikken, om te zeggen dat we ziek zijn en Zijn hulp echt nodig hebben…? Wat moet het in de hemelse gewesten dwaas overkomen, als we in ons dagelijks leven trots zijn op ons gezonde lichaam en op de manier waarop we ons door het leven slaan, maar alleen in onze ‘vroomheid’ ons ziek en hulpbehoevend verklaren… Dat komt omdat we vertrouwd zijn met een ‘gespleten’ leven, een leven dat ergens een knopje heeft weten in te bouwen, waarmee we ons leven eenvoudig kunnen omschakelen van vroom tot normaal…

Het gebed dat in onze tafeltekst naar voren komt, wordt inderdaad belachelijk als we gewend zijn om een dubbel leven te leven! Bijbels realisme wil zeggen: God kennen in alle aspecten van ons dagelijks leven. Maar het geheimenis van onze tafeltekst zit in de staart, de laatste vijf woorden: want Gij zijt mijn lof. Het woord lof betekent ook ‘lied’, ‘loflied’ wel te verstaan, maar ook ‘roemen in Gods daden’, ‘dankzegging’, ‘aanbidding’. Als God mijn lof is, betekent dit dat ik niet meer op mezelf gericht leef, maar van me af leef. Dan let ik niet meer op hoe ik overkom bij de ander, maar let ik op Gods daden, die ik zoek te herkennen in de ander, in m’n naasten.

Ja, dan komt er verwondering om wie Hij blijkt te zijn, en kom ik onder de indruk van Zijn majesteit en macht! Zo groeit er zo’n diep vertrouwen dat Hij alleen bij machte is, zelfs mij om te vormen tot een nieuwe schepping. Dus is onze tafeltekst geen wanhoopskreet naar God om genezing en om hulp, maar veel meer een bereidverklaring van mijn ziel, om me te laten genezen en te laten helpen. Dan…ja dan… Maar laten we dan beginnen met wat aan het eind van de tekst staat. Laten we de tekst gewoon omdraaien:

Omdat Gij mijn lof zijt, wil ik me volkomen laten genezen en me helemaal, door U alleen, laten helpen.

Zo zullen we merken dat Gods genezing veel dieper gaat dan een herstel van allerlei lichamelijke kwaaltjes en kwalen, maar ervaren we de diepe gezondmaking van ons denken. Dan worden we niet slechts uit – voor ons zo –  moeilijke situaties geholpen, maar gaan we ervaren wat hulp van Godswege werkelijk inhoudt: behoudenis, verlossing en overwinning.

Bijbeltekst week 2018 – 42

Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is.

       Filippenzen 2:5,6,7

Deze week staan we stil bij een tekst uit de brief van Paulus aan de gemeente te Filippi. Het eerste gedeelte van deze tekst: Laat die gezindheid bij u zijn, is heel erg de moeite waard om over door te denken. Het gaat hier om het gebruik van een werkwoord, dat is afgeleid van het woord dat de betekenis heeft van: gevoel, hart of gedachte. Daarom zouden we dit eerste gedeelte heel goed kunnen vertalen met: Laat onder u het denken alleen maar bepaald worden, en dan gaan we verder met: zoals het ook bij Christus Jezus was. Denken is de basis van ons bestaan.

We moeten hierbij denken aan de woorden van Paulus: Rom. 12:2  En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene. Wat met: gelijkvormig aan deze wereld wordt bedoeld, wordt pas duidelijk als we er iets aan zouden toe voegen: gelijkvormig aan de manier van denken van deze wereld. Het woord ‘hervormd’ betekent hier onomwonden: wezensverandering. En  met ‘vernieuwing’ wordt bedoeld: volledige verandering ten beste. . .

In onze tafeltekst gaat het bij ‘gezindheid’ niet om een bepaalde mening van Jezus, maar om het wezen, het bestaan van Jezus. De tafeltekst zouden we daarom kunnen beginnen met: Laat onze gedachtewereld net zo bepaald worden als bij Jezus. Samenvattend zouden we kunnen zeggen: Laat ieder detail van ons leven bepaald worden door het wedergeboren zijn. Immers: Jezus was de eerste, na Adam, die uit God geboren was. Zijn denken werd dus niet bepaald door, zoals Paulus het noemt: de wereldgeesten, maar door de Heilige Geest, de Geest van God.

Onze tafeltekst roept ons op om, net als Jezus, door het ‘tijdloze denken’ bepaald te worden. Wat dat inhoudt staat in het vervolg van onze tafeltekst: Jezus heeft het ‘Gode gelijk zijnniet als een roof, als iets unieks beleefd. Voor Hem was dit gewoon het meest wezenlijke van Zijn bestaan. Wie als wedergeboren mens leeft, kent deze ‘gezindheid’ van Jezus: het is de basis van ons bestaan, van ons denken. Het is dwaas om zelf deze basis van je bestaan te bewaken, te beschermen. Het eeuwige leven is van God en is onaantastbaar. De apostel Johannes zegt daarom: …; want Hij, die uit God geboren werd, bewaart hem, en de boze heeft geen vat op hem (1 Joh 5:18).

Het uit God geboren leven is dus niet iets om zuinig op te zijn, zorgvuldig op te bergen in de brandkast van ons angstig bestaan, maar om er uitbundig uit te leven naar al onze naasten toe. Want we weten dat God wil …, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen (1 Tim.2:4). Waar we als wedergeboren mens leven, worden we door de liefde tot God gedreven om de wereld net als Hij lief te hebben. En de werkelijke, de Goddelijke Liefde, is een dienende liefde. Wie die bereidheid tot dienen niet kent, is daarom niet wedergeboren en leeft een waardeloos leven met een ‘eigendunkelijke godsdienst’ en is slechts bezig om zijn eigen ‘ik’ te bevredigen. (Lees hiervoor Kolossenzen 2:23).

Als wij deze week ons laten bepalen door de tafeltekst, dan kan het wonder gebeuren dat we niet langer zelfgenoegzaam verder kunnen leven. En dat we ons laten wakker schudden en gaan roepen tot God om ontferming en verlossing van onze eigen manier van godsdienstig denken. Dan gaan we echt vragen om een ‘hervorming’ van ons denken. Dat is een denken dat, verlost van de macht van de ‘wereldgeesten’, bepaald wordt door de Geest der Waarheid, waarvan Jezus zegt: …; doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen (Joh 16:13). Door Gods Geest gericht op Zijn toekomst zullen we dan … de waarheid verstaan, en de waarheid zal ons vrijmaken (Joh 8:32).

Wat mogen we ernaar uitzien om ons te laten vormen tot dat ‘normale’ geloofsleven, waarin Jezus ons is voorgegaan en waar onze tafeltekst zo onomwonden over spreekt.

Bijbeltekst week 2018 – 41

Daarom vertrouwen op U wie uw naam kennen, want Gij hebt nooit verlaten wie U zoeken, o HERE.

Psalm 9:11

In de tekst van de vorige week: Zoekt de HERE, terwijl Hij zich laat vinden,…(Jes.55:6), hebben we uitgebreid gelezen over de betekenis van het woord ‘zoeken’. Bij deze tekst kwam duidelijk naar voren dat je niet ‘iets’ zoekt, maar ‘iemand’: Hem.

Bij de tekst voor de deze week staan we stil bij het woord ‘vertrouwen’. Omdat deze tekst met ‘Daarom’ begint, is het goed om even naar het 10e vers te kijken: De HERE is een burcht voor de verdrukte, een burcht in tijden van nood. Wat is het goed om terug te denken aan de trouw van God in je leven. Om altijd in gedachten te houden, hoe Hij ons tot hier geleid heeft. Want als je nooit ervaren hebt, dat de HERE een burcht, een toevlucht, een schuilplaats was in tijden van nood, als je dit alleen maar als een mooie gedachte met je meedraagt, dan mis je heel veel: echt vertrouwen!

Want vertrouwen doe je alleen als je uit ervaring hebt geleerd, dat Hij te vertrouwen is! Pas dan voel je je echt veilig bij Hem, kun je onder de meest uitzichtloze omstandigheden rustig blijven, durf je zelfs zorgeloos te zijn . . .  Dat houdt het woord ‘vertrouwen’ in. Dit ‘vertrouwen’ is er dus alleen als je Zijn Naam kent. Dat wil zeggen: dat je Zijn faam, Zijn roem, ontstaan door Zijn handelen in ons leven, hebt leren kennen. En dat ‘kennen’ is het Hebreeuwse werkwoord: samen met Hem er weet van hebben.

Want als je in beproevingen niet je armen uit de mouwen hebt gestoken om je zelf er uit te redden, maar gemerkt hebt dat Hij bij je was en voor je zorgde, ja dan weet je dat Hij, al ga je door een dal van diepe duisternis, bij je is. Als God ons blijkbaar bij name kent, dan weet je, doet Hij je weten, dat Hij je nooit zal verlaten, nooit zal begeven. Dat is een grote zekerheid voor degenen die niet alleen :’Oh God!’ roepen in tijden van nood, maar voor wie Hem willen kennen in al hun wegen.

Dat blijkt uit het werkwoord ‘zoeken’ waar onze tafeltekst mee eindigt. Want dit zoeken betekent ook: vragen, raadplegen, je toevlucht zoeken bij. Als wij onze hemelse Vader onder alle omstandigheden hebben leren raadplegen, Hem hebben willen leren kennen, op al onze wegen, dan blijkt er, ook onder echt moeilijke omstandigheden, zo’n volkomen rust, zo’n gerustheid te zijn, omdat Hij het ons heeft doen ‘weten’ dat Hij altijd met ons is. Want God is niet een God van verre; Hij wil heel nabij zijn: Zie, Ik ben met u tot aan de voleinding der wereld, Dit ‘vertrouwen’ maakt ons bruikbaar voor de komst van Zijn Rijk.

Bijbeltekst week 2018 – 40

Zoekt de HERE, terwijl Hij Zich laat vinden; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is.

Jesaja 55:6

Jezus heeft gezegd: zoekt en gij zult vinden (Mattheüs 7:7). De Heer heeft daarbij hetzelfde bedoeld als in de woorden van Jesaja. Het Griekse werkwoord voor zoeken heeft meer te maken met ‘ontdekken’ dan met ‘vinden’. En dat is ook het geval met het Hebreeuwse werkwoord ‘zoeken’ in Jesaja 55: vragen, raadplegen, maar ook: je toevlucht zoeken bij. Hierdoor wordt het dan wel duidelijk, dat je niet ‘iets’ zoekt, maar ‘iemand’: Hem. Heel duidelijk komt dit ook naar voren door wat er achter staat: terwijl Hij Zich laat vinden. Je gaat Hem zoeken, je verlangt Hem meer te leren kennen, je toevlucht bij Hem te zoeken en Hem te raadplegen, omdat je alleen niet verder kan . . . Dit laatste is het grote wonder!

Want in deze wereld word je geleerd om zelfstandig te zijn, assertief, voor jezelf op te komen. Maar als Gods Geest werkt in je ziel, dan word je vermoeid en beladen; je komt met je rug tegen de muur te staan. En het duurt wel heel lang vaak voordat je beseft dat dit genade van God is! Dit laatste komt eigenlijk ook uit in het zinnetje: terwijl Hij Zich laat vinden. Want ‘zich laten vinden’ kun je ook vertalen met: Zijn aanwezigheid kenbaar maken, Zijn gunst betonen…  Het is, omdat je je bewust gaat worden van Zijn bestaan, Zijn aanwezigheid, Zijn vrede, dat je ernaar gaat verlangen, niet om kennis over Hem te verkrijgen, maar Hem meer te leren kennen, te raadplegen, je bij Hem veilig te voelen.

De tafeltekst van de komende week zou misschien wat duidelijker worden als we deze twee stukjes in omgekeerde volgorde zouden plaatsen: Terwijl Hij Zich laat vinden, zoekt dan de Here. Of met andere woorden: Zolang de Here laat merken, dat Hij er voor je is (om je te bergen in Zijn armen), zoek je toevlucht dan ook bij Hem, laat je dan ook in Zijn armen rusten…Roept Hem aan, terwijl Hij nabij is zou je ook kunnen vertalen met: vraag Hem om hulp zolang Hij het aller dichtst bij je is. Ja, want het woord ‘nabij’ betekent zoiets als: naaste bloedverwant, persoonlijke relatie.

God is niet een God van verre; Hij wil heel nabij zijn: Zie, Ik ben met u tot aan de voleinding der wereld, heeft Jezus gezegd. En de apostel Paulus zegt: Nu gij Christus Jezus, de Here, aanvaard hebt, wandelt in Hem (Colossenzen 2:6). Als we deze tekst overdenken, de komende week, laat het dan voor ons allemaal een oproep worden, om al het afstandelijke, al het beschouwelijke, prijs te geven. Om dankbaar gebruik te gaan maken van het grote wonder dat Hij een gemeente geeft, waar Hij zó Zijn liefde en genade schenkt, dat het voor de meest angstige mens mogelijk wordt om zich aan Hem te gaan toevertrouwen, onvoorwaardelijk, bevrijd van alle reserves!

Bijbeltekst week 2018 – 39

Nochtans zijt Gij de Heilige, die troont op de lofzangen Israëls.

Psalm 22:4

De tafeltekst van deze week begint met Nochtans . . . . Er gaat iets aan vooraf wat te maken heeft met deze jubelroep: “Mijn God, ik roep des daags, en Gij antwoordt niet, en des nachts, en ik kom niet tot stilte.” David is dus in grote nood! De hemel lijkt van koper; hij roept tot God maar hij krijgt geen antwoord, komt niet tot rust. Maar hij weet dat dit niet aan God ligt. Hij kent God en heeft Zijn nabijheid ervaren, zelfs onder de moeilijkste omstandigheden. Nu zijn er weer moeilijke omstandigheden, maar waar is God nu toch op wie Hij zijn vertrouwen heeft leren stellen?!

Hoe beschamend rijk zijn dan de woorden van deze grote koning. We kunnen deze tafeltekst niet zo maar opzeggen, als we geen respect hebben voor de woorden die hier aan vooraf gaan. Het woord ‘nochtans’ is een woord dat je leert uitspreken door beproevingen heen, beproevingen die God in ons leven brengt om ons te leren in alles alleen op Hem te vertrouwen. Tenminste… als je ooit eens naar Hem toe hebt uitgesproken betrouwbaar te willen zijn. Alleen door beproevingen heen wordt onze tafeltekst een werkelijk getuigenis, waarin we alleen maar kunnen roemen in de trouw van God.

Nochtans – ‘hoe dan ook, wat me ook overkomt’ – Gij zijt de Heilige. Voor de gelovige Jood is dit één van de kostbaarste eigennamen van God. Heilig is iemand die zich met een volkomen hart wijdt, hier dus God van Wie David weet dat Hij zich onvoorwaardelijk wijdt aan de Zijnen. Maar de Zijnen zijn degenen die van harte verlangen om zich geheel aan de Heilige, aan God, te wijden. David getuigt, door heel zijn leven heen, dat hij, wat hij er ook van terecht zal brengen, geheel en al voor God wil leven. En zo heeft hij God leren kennen als Hij die troont op de lofzangen van Israël.

Het werkwoord ‘tronen’ is weer zo’n prachtig woord wat onze aandacht mag hebben. In het moderne Hebreeuws betekent dit werkwoord gewoon: gaan zitten. Het kan natuurlijk ook wat deftiger vertaald worden met: zich nederzetten etc.. Maar de Bijbel toont ons diepere betekenissen van dit werkwoord:

  • zich vestigen: Jeremia 49:1b Waarom heeft Milkom Gad in bezit genomen en diens volk zich in zijn steden gevestigd?
  • bewonen: Jesaja 45:18 (Hij is God) die de aarde geformeerd en haar gemaakt heeft, Hij heeft haar gegrondvest; niet tot een baaierd heeft Hij haar geschapen, maar ter bewoning heeft Hij haar geformeerd.
  • verblijf zoeken: Exodus 2:15 Toen Farao van deze zaak hoorde, trachtte hij Mozes te doden, maar Mozes vluchtte voor Farao en zocht verblijf in het land Midjan.
  • zich bevinden: Jeremia 32:12b …, en al de Judeeërs die zich in de gevangenhof bevonden.
  • maaltijd houden, aanzitten: Spreuken 23:1 Wanneer gij bij een heerser tafelt, bepaal dan uw aandacht alleen bij wat voor u staat,

Zo gaan we verstaan dat God niet hoog verheven ‘troont’ op de lofzangen, maar dat Hij, waar we echt Hem de lof toe zingen… Wacht even, want ook het woord ‘lofzangen’ verdient onze aandacht: Het woord ‘lofzang’ is onlosmakelijk verbonden met: het roemen in de eigenschappen, het wezen, van God en het verrukt zijn van Zijn handelen in ons leven. Als wij onze liederen zingen en dit zingen is niet voortgekomen uit het verrukt zijn over wie Hij is in ons leven, dan wordt ons zingen een bespotting van Gods heerlijkheid en maken we, al zingende, de hemel van koper.

Als we God de lof toe zingen, dan gaat het niet om onze mooie stem of onze vrome blik. Nee, de lofzang kan juist heel stil zijn, als een uitstraling van ons leven. Daarom wordt dit woord ook wel vertaald als ’lofgewaad’. Dan wordt het gebruikt samen met het woord, dat mantel, omslag betekent: Jesaja 61:3 om over de treurenden van Sion te beschikken, dat men hun geve hoofdsieraad in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een kwijnende geest. En men zal hen noemen: Terebinten der gerechtigheid, een planting des HEREN, tot zijn verheerlijking.

Wat zou de wereld om ons heen er anders uitzien, als we de grote daden van God niet alleen maar uitzingen, maar vooral ook uitstralen, als een feestkleed om ons heen . . .Ja, als we zó Hem de lof ‘toebrengen’ dan klopt Hij aan onze deur en laten we Hem graag binnen om Hem onder ons te doen tronen, te wonen, aan te zitten, te (ver)blijven. Dan zal Hij ons kunnen aanbevelen als Zijn getuigen, overal waar Hij ons brengen zal.

Bijbeltekst week 2018 – 38

Vrees voor mensen spant een strik, maar wie op de HERE vertrouwt, is onaantastbaar.

                                                                                                        Spreuken 29:25

De bijbeltekst voor deze week geeft veel stof om over na te denken. Allereerst de eerste drie woorden: Vrees voor mensen. Met evenveel recht kan het vertaald worden met: Vrees van mensen. Als we dat doen, wordt de inhoud van de tekst heel anders.

Het woordje ‘vrees’ kan ook vertaald worden met: angstige zorg. Deze ‘angstige zorg’ is zo kenmerkend voor wat wij ‘volwassen zijn’ noemen. Het staat zo lijnrecht tegenover de zorgeloosheid van een kind. Maar een kind kent geen echte zorgeloosheid als het zich niet geborgen voelt in zijn ouders. Alleen een kind dat opgroeit in de geborgenheid, de veiligheid van een gezond gezin, waar liefde regeert, straalt deze onbevangen zorgeloosheid uit. En waar deze veiligheid ontbreekt, wordt de basis gelegd voor veel geestelijke afwijkingen die in het latere, volwassen leven openbaar komen. Eén van deze geestelijke afwijkingen is de ‘angstige zorg’ waar deze tafeltekst over spreekt. Wat gaan de woorden van God, die Hij tot Mozes sprak dan duidelijk worden: Numeri 14:18  De HERE is lankmoedig en groot van goedertierenheid, vergevende ongerechtigheid en overtreding, hoewel Hij zeker niet ongestraft laat, maar de ongerechtigheid der vaderen bezoekt aan de kinderen, aan het derde en vierde geslacht.

Er is zo veel reden om angstige zorg te hebben, zeker als mensen van onze tijd! Deze angstige zorg voor het leven, zo zegt onze tekst: spant een strik.  Het woord strik heeft natuurlijk niets te maken met: een mooie das strikken, maar met: valstrik. Maar het woord betekent ook ‘lokaas’. Wie z’n leven laat bepalen door angstige zorg, trekt zorgelijke dingen naar zich toe. Angst maakt angstig en wekt agressie naar elkaar. God heeft de mens niet geschapen om bepaald te worden door angstige zorg, maar om waarlijk vrolijk te zijn: Deut.16:15b   …; want de HERE, uw God, zal u zegenen in heel uw oogst en in al het werk uwer handen, zodat gij waarlijk vrolijk kunt zijn. Wie zich laat bepalen door angstige zorg kán niet echt vrolijk zijn! Maar God schenkt ons in Zijn liefde echte vrolijkheid als een vrucht van de Geest: Galaten 5:22  Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.

En de tekst voor deze week wijst ons de weg naar die werkelijke levensvreugde: maar wie op de HERE vertrouwt, is onaantastbaar. Het Hebreeuwse werkwoord ‘vertrouwen’ heeft zo’n rijke betekenis: zich veilig voelen, zijn vertrouwen vestigen op, zorgeloos zijn. Er is voor ons en voor degenen die God ons toevertrouwt echt geen toekomst, tenzij we leren nu werkelijk op Hem te vertrouwen – ons veilig gaan voelen bij Hem, zorgeloos durven zijn, omdat Hij voor ons zorgt: 1 Petrus 5:7 Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u. Want als we zo op Hem leren vertrouwen dan maakt Hij ons onaantastbaar. En het Hebreeuwse woord ‘onaantastbaar’ vertelt ons ook weer zo veel: hoogverheven zijn (boven de angstaanjagende gebeurtenissen in de wereld rondom ons), ontoegankelijk zijn (voor de denkwerelden van onze tijd), beveiligd zijn in de hoogte (omdat Hij ons tot Hemelburgers maakt).

Bijbeltekst week 2018 – 37

Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods.

                                   Kolossenzen 3:1

De tafeltekst voor de komende week geeft een opdracht: zoekt de dingen, die boven zijn. Deze opdracht is gericht tot degenen, die weten dat zij met Christus ‘opgewekt’ zijn . . . Voor het woord ‘opgewekt’ wordt in de grondtekst een werkwoord gebruikt dat de betekenis heeft: vanuit de doodsslaap wekken, de doden terugroepen tot het leven.

Maar aan dit werkwoord is nog een woordje toegevoegd: ‘samen’. Hierdoor krijgt dit werkwoord een heel specifieke betekenis die in de literatuur eigenlijk alleen maar in de Bijbel voorkomt en dus een heel eigen, christelijke betekenis heeft gekregen: samen opwekken uit de dood tot een nieuw en gezegend leven, toegewijd aan God. In onze tafeltekst staat dus eigenlijk: Indien gij dan met Christus uit de dood bent opgewekt om samen met Hem een nieuw en gezegend leven, toegewijd aan God te leven . . .

Dan duizelt het wel even een beetje in je denken, want dan gaan er zo veel uitspraken van de Bijbel door je heen! We denken dan bijvoorbeeld aan: Zie, Ik ben met u tot aan de voleinding der wereld, en Galaten 2:20  Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, [dat is], niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu [nog] in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven.

In al deze woorden gaat het niet om een leven voor Hem, maar samen met Hem. Wie daar iets van is gaan proeven heeft dus de opdracht die in onze tafeltekst staat: zoekt de dingen, die boven zijn.

Voor het werkwoord ‘zoeken’ staat een woord dat het beste te omschrijven is met: zoeken [om te ontdekken] door na te denken, te beredeneren, te onderzoeken. Het leven met Christus is dus een soort ontdekkingstocht . . .

Wat mogen we dan, samen met Hem, ontdekken? Dat wat er achter staat: de dingen, die boven zijn. Hier staat in onze tekst alleen maar een bijwoord, dat aangeeft: naar boven, naar omhoog. Daarom zouden we dit misschien wel beter kunnen vertalen met: ontdek, samen met Hem, de dingen, die naar boven, naar omhoog leiden; ontdek, samen met Christus, de hemelse zaken. Daar is immers Christus, ‘gezeten’ aan de rechterhand Gods. Dat woord ‘gezeten’ geeft ook veel meer aan dan ‘zitten’. Het heeft de betekenis van: vast en onveranderlijk aan een bepaalde plaats gebonden zijn; daar waar je thuis bent dus.

En dan nog even iets over ‘aan de rechterhand Gods’. Dat staat er heel letterlijk, maar het woord betekent niet alleen ‘rechterhand’, maar ook: een plaats van eer of gezag.

Tot slot maar weer een ‘eigen’ vertaling, om de tekst voor de komende week wat levendiger, meer aanspreekbaar voor ons te maken: Indien gij dan met Christus uit de dood bent opgewekt om samen met Hem een nieuw en gezegend leven, toegewijd aan God te leven, ontdek dan [in het leven en in het gesprek met Hem] de hemelse zaken, waar Christus in thuis is, omdat Hij in de Hemel voor altijd een plaats van eer en ontzag bij God heeft.

Bijbeltekst week 2018 – 36

Voorwaar, Ik zeg u: Wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt als een kind, zal het voorzeker niet binnengaan.

                                                                            Lucas 18:17

De tafeltekst voor de komende week begint met: Voorwaar, Ik zeg u: en we moeten deze woorden er zeker bij opzeggen. Want dan beseffen we dat hier iets heel belangrijks door Jezus is gezegd. Wij zouden in onze tijd zeggen: Let nu even heel goed op wat ik zeg.

Jezus spreekt hier over de voorwaarde voor het binnengaan van het Koninkrijk Gods. Het Koninkrijk Gods is het gebied waar God regeert, waar Hij het onvoorwaardelijk voor het zeggen heeft.

Het is wonderlijk dat in deze weinige woorden van Jezus gesproken wordt over ontvangen en over binnengaan. Beide werkwoorden hebben heel veel met elkaar te maken.

‘Ontvangen’ wil zeggen: met beide handen aanpakken om je er geheel aan te wijden, het helemaal in je op te nemen. Dit werkwoord past helemaal bij de instelling van een kind dat een kadootje ontvangt: onvoorwaardelijk, vol vertrouwen aanpakken om er helemaal in op te gaan. Het woord ‘kind’ is hier beter vertaald met kindje, hierbij denkend aan ten hoogste zo’n 7 jaar oud.

Zoals een kleuter een geschenk met beide handen aanpakt en alles om hem heen vergeet, geboeid door wat nu van hem is, zo moeten wij het Koninkrijk in ontvangst nemen, omdat we het anders geenszins, dat wil zeggen onmogelijk, kunnen binnengaan.

Het werkwoord ‘binnengaan’ wordt veel gebruikt bij het naar binnen gaan van voedsel in de mond. Het wordt ook gebruikt als een aanduiding voor wat het betekent als een kind bij het volwassen-worden de maatschappij binnengaat: zich er geheel door laat omgeven, verwachtingsvol, vol vertrouwen.

Het is voor de mens onmogelijk het Koninkrijk Gods binnen te gaan, als we nog een achterdeurtje hebben naar wat we eigenlijk moeten achterlaten. Wees niet ongerust, wie nog reserves heeft kán het Koninkrijk niet binnengaan. Een achterdeurtje heeft dezelfde uitwerking als een geweldige, openstaande, voordeur: onmogelijk om ook maar één stap binnen het Koninkrijk van God te zetten . . .

Wie nog wijs wil zijn in deze wereld, zal altijd reserves behouden: ik vraag mezelf af . . .De meest bescheiden reserves zijn in staat om betonnen muren te bouwen tussen ons en het  naderende Koninkrijk van God. Zelfs als de bazuin klinkt zullen die muren blijven staan!

Daarom: laat het tot ons doordringen, dat het de hoogste tijd wordt om te worden als een kind, vóórdat Zijn voeten staan op de Olijfberg. Wie om zich heen kijkt, de krant leest, het nieuws ziet, weet dat de tijd om alsnog als een kind te worden nog maar héél kort kan zijn.

Bijbeltekst week 2018 – 35

Gelooft in het licht zolang gij het licht hebt, opdat gij kinderen des lichts moogt zijn.

                                                                                           Johannes 12:36

Het is goed voor ons allemaal om iedere week weer de moeite te nemen om het gedeelte waarin de tafeltekst staat in z’n geheel te lezen. Wat een prachtige, heilige woorden van Jezus! Dan klinken de woorden van de tafeltekst des te dieper tot ons door: Gelooft in het licht . . .

Geloven is: je vertrouwen stellen in. En het woordje ‘licht’ vraagt ook wel even meer aandacht. Want behalve dat ‘licht’ het tegenovergestelde van ‘duisternis’ is, wordt het woord ‘licht’ ook gebruikt als een omschrijving van het vermogen om te begrijpen wat geestelijke, eeuwige waarheid is.

Als we dus de eerste woorden van onze tafeltekst lezen, dan willen we tegen elkaar zeggen, dat we ons vertrouwen mogen stellen in het vermogen, de mogelijkheid, die God ons in Christus geschonken heeft, om te begrijpen wat echt waarheid is. Wat moeten we ons dan nog vaak laten verlossen van alles wat ons, door de wereld om ons heen, als waarheid wordt verkocht!

Er is een periode in ons aardse leven dat dit Goddelijke aanbod er is: Zolang gij het licht hebt. Het woordje ‘hebben’ houdt veel meer in dan slechts ‘bezitten’. Dit werkwoord ‘hebben’ wil uitdrukking geven aan: nauw met iets of iemand verbonden zijn.

Jezus zegt ons hier dat, zolang wij deel hebben aan de door God geboden mogelijkheid om – Hem, die het Licht en de Waarheid Zelf is –  Jezus Christus, te kennen en door Hem gekend te zijn, we ons alleen maar aan Hem toe moeten vertrouwen. Want alleen dan kunnen we: Kinderen des Lichts zijn.

Het woord ‘kinderen’ betekent eigenlijk: Zonen. Maar dan zonen in Bijbelse zin. Want zeker in de woorden van Jezus wordt hier heel duidelijk bedoeld: mensen die van Hem afhankelijk zijn of Zijn volgeling, Zijn leerlingen willen zijn.

Eenvoudig samengevat wil de tafeltekst van de komende week ons dus zeggen: Als wij ons alleen nog maar door de eeuwige Waarheid willen laten bepalen, moeten we de gelegenheid die God ons in Christus biedt, aangrijpen om als leerlingen van Jezus de tijd die ons op aarde rest, te gaan leven.

Bijbeltekst week 2018 – 34

God zegent ons, opdat alle einden der aarde Hem vrezen.

                                                                                                           Psalm 67:7

De tafeltekst voor de komende week is een woord uit de Psalmen. Deze psalm, waarschijnlijk geschreven door koning David, is geschreven als een ‘danklied voor de oogst’. De inhoud van deze psalm lijkt duidelijker, als we de laatste drie verzen bij elkaar lezen en dan wel in een andere volgorde: 7,8 en 6

De aarde gaf haar gewas, God, onze God, zegent ons;

8  God zegent ons, opdat alle einden der aarde Hem vrezen.

Dat de volken U loven, o God, dat de volken altegader U loven.

Het doel van de zegen die God ons schenkt, is niet in de eerste plaats dat wij voorspoedig zijn. Maar dat we door deze zegen van God leren om Hem te vrezen: het hebben van diepe eerbied en kinderlijk ontzag voor Hem, Die ons schiep en voor ons zorgt.

In het bijbelboek Spreuken schrijft koning Salomo over deze vrees: Laat je hart … heel de dag blijven in de vreze des HEEREN. Want juist dan is er toekomst, en wordt je hoop niet afgesneden (Spr.23:17 HSV).

De profeet Jesaja profeteert over de Messias: En op hem zal de Geest des HEREN rusten, de Geest van wijsheid en verstand, de Geest van raad en sterkte, de Geest van kennis en vreze des HEREN; ja, zijn lust zal zijn in de vreze des HEREN (Jes. 11:2,3).

Vrees voor God is geen angst, maar vol aanbidding verrukt zijn van Vader. Dit krijgt gestalte in ons leven door beproeving en strijd. Als we bang zijn voor God, dan proberen we Hem te ontlopen, maar als we met ontzag vervuld zijn, dan willen we Hem kennen in al onze wegen, opdat Hij onze paden recht zal maken. Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden rechtmaken (Spr.3:6).

In Handelingen wordt van de gemeente getuigd: De gemeente dan door geheel Judea, Galilea en Samaria had vrede; zij werd opgebouwd en wandelde in de vreze des Heren (Hand.9:31).

Als deze vreze des HEREN werkelijkheid wordt in ons leven, dan gaan we misschien ook iets beleven van het geheimenis van deze psalm uit onze tafeltekst. Om dit geheimenis duidelijk te maken, onderstrepen we even een gedeelte uit deze drie verzen: God, onze God, zegent ons, opdat alle einden der aarde Hem vrezen.

We zouden het tweede gedeelte: opdat alle einden der aarde Hem vrezen, ook kunnen vertalen met: opdat er niemand op aarde zal zijn die Hem niet vreest. De zegen van God die ons ten deel valt, moet dus verder reiken dan ons eigen leven. Daarom is het goed om de bede (van David) in ons hart over te nemen: 6  Dat de volken U loven, o God, dat de volken altegader U loven.

Het woord ‘altegader’ past niet meer in onze taalbeleving. Het betekent gewoon ‘al’ of ‘alle’ en over het woordje ‘volk’ hoeven we ook niet zo weids te denken. Het Hebreeuwse woord hiervoor wordt ook vaak vertaald met: mensen of familie (2 Kon.4:13).

Zo mogen de mensen die wij ontmoeten, getuigen zijn van de verwondering en dankbaarheid aan onze hemelse Vader, voor de ons geschonken zegen; opdat alle einden der aarde Hem vrezen.

 

 

 

Bijbeltekst week 2018 – 33

De wereld gaat voorbij en haar begeren, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.

1 Johannes 2:17

Door de schokkende gebeurtenissen in de wereld moet de tekst van deze week ons wel bijzonder aanspreken! De duisternis slaat steeds harder toe, meedogenloze terreur vernietigt levens in één klap… Angst grijpt ons allen aan: waar gaat het toch heen?!

Hoe indrukwekkend staat onze tafeltekst hier tegenover: De wereld gaat voorbij. Of onderstrepen deze woorden juist het actuele gebeuren? De ondergang van onze beschaving staat voor de deur. Wat een rust geven deze woorden van de apostel Johannes, als we beseffen dat hij dit tweeduizend jaar geleden schreef.

Waar zal hij aan gedacht hebben toen hij deze woorden schreef, wat zal hij hebben gezien? Veel belangrijker is het voor ons om te mogen verstaan, wat God ons nu wil zeggen als we deze tweeduizend jaar oude woorden tot ons laten doordringen, als we ze biddend opzeggen.

Als Johannes het over de ‘wereld’ heeft, dan gebruikt hij het Griekse woord ‘kosmos’. Dit kan hier vertaald worden met: de mensheid. Maar ook, zoals het woordenboek ons vertelt, met: het geheel van aardse goederen, rijkdommen, voordelen, genietingen, enz. Hoewel deze aardse goederen in feite hol, zwak en voorbijgaand zijn, wekken ze het begeren op, leiden van God af en zijn hinderpalen voor de zaak van Christus.

Deze laatste uitleg van het woord ‘kosmos’ willen we graag onderstrepen. Voor ons betekenen de woorden van Johannes dat al het ‘tijdgebondene’, wat ons zo verschrikkelijk van de zaak van Christus afleidt, voorbij gaat. Je zou dit ‘voorbij gaan’ ook kunnen vertalen met: er aan voorbij gaan, misleiden of verleiden.

Als Mozes aan Israël Gods geboden geeft, dan leert hij hun ook: ‘gij zult niet begeren’… We weten allemaal in ons leven wat een macht het ‘begeren’ heeft. Maar we mogen ook merken dat, in de groeiende liefde van en voor Jezus, het begeren, in welke vorm dan ook, wegsmelt als sneeuw voor de zon. Alleen als we dit wonder ervaren in ons eigen leven, gaan we verstaan wat Johannes tijdloos bedoelde met: En de wereld gaat voorbij en haar begeren.

Dit is een heilig verstaan van de woorden van God. Het geheimenis, om tot dit verstaan te komen, staat in het vervolg: maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.

Helaas blijft voor velen dit geheimenis een verborgenheid. Want: wat zal Johannes bedoeld hebben met: de wil van God doen? Allereerst: wat is de wil van God? In het Griekse woordenboek vinden we o.a. als vertaling van dit woord:

1) wat iemand wenst of besloten heeft te doen

1b) wat God verlangt dat door ons gedaan moet worden…

Wat prachtig dat er niet staat: wat God eist dat door ons gedaan moet worden… Alleen in de innige wandel met de Here, gaan we iets verstaan van dat diepe, respectvolle verlangen van God. Het is dus uit liefde tot Hem dat we gaan wensen, en uiteindelijk zelfs besluiten om te gaan DOEN wat Hij verlangt dat we zullen doen. Dit is het werk van Gods Geest aan de harten van mensen die naar God Zelf vragen.

Zo kan God verloren mensen maken tot hemelburgers. En het hoeft toch echt geen uitleg, dat hemelburgers tot in eeuwigheid ‘blijven’: aanwezig blijven, voortdurend vastgehouden worden.

 

 

Bijbeltekst week 2018 – 32

Welzalig het volk dat de jubelroep kent, zij wandelen, HERE, in het licht van uw aanschijn; in uw naam juichen zij de ganse dag, en door uw gerechtigheid worden zij verhoogd.

Psalm 89:16 en 17

Wat een heerlijke tekst, deze week! Als je het met elkaar opzegt, dan jubelt en danst het in je hart. En het mag doordansen en jubelen, al de uren van de dag!

Het woord ‘welzalig’ is ietwat ouderwets, past niet meer in ons taalgebruik. We kunnen het vertalen met: gelukkig of gezegend. Het is goed om te bedenken dat het woord ‘volk’ niet in de eerste plaats ‘natie’ betekent, maar zeker ook gewoon een groep mensen. En daarom betekent het verder: natie, krijgsvolk, bevolking.

En de ‘jubelroep’ is niet alleen maar feestgeroep, maar in het algemeen het geven van een teken; om op te trekken. Vandaar ook krijgsgeschreeuw, als sein om tot de aanval over te gaan. Het is verder het geluid van een naderende storm, wat je waakzaam maakt.

Als het een vreugdekreet is (op godsdienstige gronden), dan denken we aan een startsein, aan het elkaar mee nemen in de goede richting. De jubelroep is dus niet een gebeuren in een klein hoekje, maar dienstbaar aan de omgeving; een blij meenemen van de ander naar God toe.

Gelukkig, ja gezegend, zijn de mensen, die het startsein weten te geven om God groot te maken. Heel praktisch gezien gaat het dus om mensen die gezegend genoemd worden, omdat ze de ander altijd weer mee weten te nemen naar het geluk van het ‘van Hem’ mogen zijn. Zulke mensen wandelen in het licht van Gods aanschijn.

Het werkwoord ‘wandelen’ heeft ook zo’n rijke betekenis. Het heeft niets te maken met een gezellig wandelingetje in de zonneschijn op zondagmiddag… Het betekent vooral: je laten meenemen om vertrouwd te raken met degene met wie je onderweg bent. Daarom ook: behoren tot het gevolg van God, behoren tot degenen die achter Hem aan gaan. Daardoor raken we bekend op Zijn wegen. Zeventien keer wordt dit werkwoord in de Bijbel eveneens vertaald met: gemeenschap hebben met…

Het woord ‘licht’ betekent vooral ochtendlicht, dus begin van de dag. Wat zijn wij gezegende, gelukkige mensen als we de dag beginnen met voor Zijn aanschijn te zijn. Dit houdt in, dat we bij het ontwaken ons bewust zijn dat we onder de hoede van Hem willen zijn, onder Zijn toezicht. Dit houdt dan meteen in dat we tot Zijn beschikking willen zijn; vragend opzien naar Hem om, Hem volgend, te gaan verstaan wat Hij voor ons bedoelt.

Dan juichen we de hele dag, dus zonder ophouden. ‘Juichen’ betekent zoiets als jubelen, blij zijn, je verheugen. Dat is heel wat anders dan blij doen. De Bron van onze blijdschap mag zijn dat Christus onze Heer is; die de Naam boven alle naam ontvangen heeft, omdat Hij gehoorzaam is geweest tot de dood, ja, tot de dood aan het kruis (Fil. 2:8,9).

Bij ons heeft een naam niet zo veel waarde als in de Bijbel. Dat komt omdat ‘naam’ in de Bijbel iets weergeeft van het wezen van de persoon, eigenlijk de persoon zelf. Als een jood het heeft over de Naam, dan bedoelt hij daarmee, heel eerbiedig, God Zelf. Het woord Naam betekent dan ook meer dan bij ons: faam, roem, aanzien. Ja, het wordt zelfs gebruikt voor een gedenkteken, een monument. Maar dan heel duidelijk niet voor een gebeuren, maar uitsluitend voor een persoon.

Gezegend en gelukkig zijn dus de mensen, die in alles erop gericht zijn om zich te verheugen in de grootheid van God, omdat zij in alles wat zij zien een gedenkteken zien van Gods grootheid. Zulke mensen worden door Gods gerechtigheid verhoogd: grootgebracht, opgevoed door de  rechtvaardiging, de redding die van God uitgaat.

Het ons heel de dag verheugen in de grootheid van God, doet ons dan groeien in Zijn genade, Zijn ‘gein’. Gein heeft echt iets te maken met de twinkellichtjes in de ogen van God, die je opmerkt, als je leert, bij alles wat je doet, naar Hem op te kijken, Hem te kennen op alle wegen die je gaat.

Bijbeltekst week 2018 – 31

Wij danken God altijd om u allen, wanneer wij u gedenken bij onze gebeden.

                                                                                           1 Thessalonicenzen 1:2

Als we de tafeltekst van deze week goed tot ons door laten dringen, dan vragen we ons af of deze tekst wel geschikt is als tafeltekst… Maar waarom zou niet juist als we aan tafel gaan een gelegenheid tot gebed zijn. Moet je je voorstellen wat Paulus hier eigenlijk zegt: Telkens als wij u gedenken in onze gebeden. Eigenlijk zegt hij letterlijk: U gedenkende in onze gebeden.

Allereerst iets over: onze gebeden. Voor ‘gebed’ worden in het Nieuwe Testament veel woorden gebruikt. Het meest komt voor een woord dat de betekenis heeft van: ontmoeting, samenspreking (met God). In zo’n gebed worden zaken duidelijker door Gods onderwijzingen.

Maar in onze tafeltekst wordt een woord gebruikt, waar het accent meer ligt op: het samen komen voor Gods aangezicht voor een bepaalde zaak, b.v.: Uw Koninkrijk kome. Het is zoiets als: samenkomen om iets aan God voor te leggen.

Dit woord wordt niet alleen vertaald met ‘gebed’ maar ook voor het aanduiden van de plaats die apart is gezet om te bidden Vaak een plaats in de open lucht, in ieder geval een stil plekje. Als in de Bijbel dit woord gebruikt wordt voor de Joden, die te gering in aantal waren om een echte Synagoge te bouwen, of waar de vrouwen graag apart samen kwamen voor gebed, dan wordt dat meestal vertaald met ‘gebedsplaats’.

Wij zouden ook een gelegenheid, een plek moeten hebben, waar we bewust samen komen (gezamenlijk, eendrachtig), om bepaalde belangrijke zaken aan God voor te leggen, voorbede te doen.

Paulus zegt dat, als zij, een groep gelovigen dus, bijeenkomen om God bepaalde zaken voor te leggen, om voorbede te doen, zij God ‘danken’. Wat beleven wij eigenlijk, als we God voor iemand of voor een groep mensen ‘danken’?

Het werkwoord dat Paulus hier gebruikt, beeldt een innige band uit: blij zijn met het feit dat we ons met elkaar verbonden weten in en door onze Heer. Het wonderlijke is dat dit niet inhoudt dat we blij zijn dat we zo veel aan elkaar hebben, maar dat we er voor elkaar mogen zíjn. Want dit werkwoord houdt ook in: de instelling om iemand in een gevaarlijke situatie te beschermen.

Nu zijn we, zoals de Bijbel ons leert, voortdurend in een gevaarlijke situatie, want Petrus zegt: Wordt nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden. (1 Petrus 5:8) In dit besef willen zij daarom de Gemeente te Thessalonica ‘gedenken’. Dat betekent: tijd ervoor nemen om aan hen te denken, opmerkzaam te zijn, te waken over.

Paulus zegt hier dus zoiets als dat zij, telkens wanneer zij samen komen op een plaats van gebed, hun aandacht wijden aan, opmerkzaam zijn op de gemeente te Thessalonica. En dat zij dan een dankbaar gevoel krijgen dat God hen in de gelegenheid gesteld heeft om op de bres te staan voor deze mensen, hen voortdurend ‘de voeten te willen wassen’, zodat de boze geen vat op hen kan hebben.

Als we zo onze tafeltekst deze week biddend opzeggen, dan bidden we dus om een waakzame ziel voor elkaar en voor allen die allerwegen de Naam van onze Here Jezus aanroepen. Dan staan we open voor het ontvangen van een waakzaam priesterhart…