Wekelijkse bijbeltekst

Bijbeltekst week 2021 – 16

Als gij in mijn woord blijft, zijt gij waarlijk discipelen van Mij en gij zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.

Johannes 8:31,32

Deze woorden van Jezus beschrijven het werkelijke geloofsleven. De basis van ons geloofsleven is: blijven in Zijn woord. Dit ‘woord’ heeft de betekenis van: uitgesproken, meegedeelde gedachte(n). We moeten dus niet in de eerste plaats denken aan de Bijbel, maar aan de woorden, de gedachten van Jezus, die Hij bekend maakt aan wie naar Hem luisteren; dat kunnen dus ook woorden uit de Bijbel zijn, als we tenminste de Bijbel lezen met een biddend hart… Het spreken van Jezus tot ons wordt dan zo indringend, dat we daardoor bepaald worden.

Het werkwoord ‘blijven’, wat hier gebruikt wordt, kan ook vertaald worden met ‘verblijven’. Wanneer deze gezindheid in ons is, dan worden we werkelijk discipelen van Jezus: leerlingen, mensen die door Hem geleerd worden. Dus niet mensen die door studie meer over Hem te weten komen, maar die zich willen laten vormen, onderwijzen door Zijn spreken tot ons hart… Pas als deze gezindheid tot werkelijkheid is geworden, gaan we de ‘waarheid verstaan’.

Het werkwoord ‘verstaan’ kunnen we het beste vertalen met: ‘leren kennen’. Jezus heeft heel duidelijk gezegd: Ik ben de Waarheid (Joh.14:6). Als we ons dus laten bepalen door wat Jezus tegen ons zegt, als we luisteren naar Zijn onderwijzing om alleen nog maar daar uit te leven, dan gaan we Hem zó leren kennen, dat we alles gaan verstaan wat werkelijk waarheid is: wat met de komst van Zijn Rijk te maken heeft. Hier gaat het om de eeuwige Waarheid, die de natuurlijke mens, de nog niet wedergeboren mens, niet kan verstaan: Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is (1 Korintiërs 2:14).

Als de eeuwige Waarheid tot ons gaat doordringen, gaat er nog een andere betekenis van het werkwoord ‘verstaan’ gestalte krijgen in ons leven: ‘bemerken’. Want als we de eeuwige Waarheid gaan liefhebben zoals Hij ons heeft liefgehad, dan gaan we tot onze verwondering ‘bemerken’ dat dingen, tot in de wortels van ons bestaan, gaan veranderen. Dat is de bevrijdende kracht van het verstaan van de Waarheid…

Het werkwoord ‘vrijmaken’ is afgeleid van een zelfstandig naamwoord dat de betekenis heeft van: iemand die geen slaaf meer is, een vrijgelatene.

Als we het spreken van Jezus tot ons hart en denken toelaten, komen we tot onze verbazing en tot ons geluk tot de ontdekking, dat banden verbroken worden, waarvan we dachten, dat dit nooit zou kunnen gebeuren. Dan mogen we ervaren wat Jacobus al zo lang geleden geschreven heeft: Maar wie zich verdiept in de volmaakte wet, die der vrijheid…, die zal zalig zijn in zijn doen (Jac.1:25).

Bijbeltekst week 2021 – 15

Zalig die slaven, die de heer bij zijn komst wakende zal aantreffen. 

Lucas 12:37

Een heel korte tekst voor deze week. Maar natuurlijk staan deze woorden in verband met het voorafgaande. Daarom schrijven we dat hier maar even neer: Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn. Laten uw lendenen omgord zijn en uw lampen brandende. En gij, weest gelijk aan mensen, die op hun heer wachten, wanneer hij van de bruiloft wederkeert, om hem, als hij komt en klopt, terstond te kunnen opendoen. (Lucas 12:34, 35, 36)

Het woordje ‘wachten’ is hier onderstreept, want daar gaat het om. Dit ‘wachten’ en het woord ‘wakende’ in onze tafeltekst drukken hetzelfde uit. Het werkwoord ‘wachten’ drukt iets heel bijzonders uit, wat het beste is weer te geven met: toegang geven tot zichzelf, iemand toelaten in je hart. Het heeft dus duidelijk met een warme relatie te maken; met een verlangen in ons hart om zo te zijn, om te behoren tot mensen, die op hun heer wachten.

Graag willen we ook wijzen op het woord ‘Heer’: kurios in het Grieks, wat ook vertaald kan worden met keizer. De betekenis van dit woord is: hij die meester of bezitter is van iemand (of iets) waarover hij de bevoegdheid heeft om te beslissen. Onze Heer is op geen enkel gebied te vergelijken met een keizer of met een heer in deze wereld. Maar wel is Hij Heer in de diepste betekenis van het woord: hij die meester of bezitter is van iemand waarover hij de bevoegdheid heeft om te beslissen. Voor iemand die Jezus niet kent is dit een bedreiging van je ‘privacy’. Maar voor hen die beleven Hem lief te hebben, geeft dit een gevoel van enorme veiligheid, geborgenheid, waardoor je altijd vanzelf naar Hem uitziet, Hem wil kennen in al je wegen. Dit is de betekenis van het woord ‘wachten’: Jezus toelaten in je leven, naar Hem verlangen…

Als we aan het woord ‘slaaf’ denken, dan heeft dat meestal iets negatiefs. De apostel Paulus waarschuwt ons: Weest geen slaven van mensen (1 Korintiërs 7:23), maar … slaven van Christus die de wil Gods van harte doen. (Efeziërs 6:6) Het woord ‘slaaf’ betekent dan ook in de meest algemene zin van het woord: een bediende, toegewijd aan een ander, met veronachtzaming van eigen belangen. Of: iemand die zich aan de wil van een ander overgeeft.

De rijkdom in het ‘slaven van Christus’ zijn zit in het feit, dat het volkomen op basis van vrijwilligheid is! Wie de diepe keuze in zijn leven heeft gemaakt om zó een slaaf van Christus te zijn, kan niet anders dan op deze Bijbelse manier op zijn Heer ‘wachten’. Dit doet je pas echt leven. Vandaar dat onze tafeltekst begint met de uitroep: Zalig! Zalig klinkt heel erg ouderwets. Als het nog gebruikt wordt dan heeft het woord de betekenis van: verrukkelijk, lekker, heerlijk. Maar in Bijbelse zin betekent het: gelukkig, in de zin van: ‘voorspoedig’. Nu weer terug naar de tafeltekst.

Vrij vertaald zouden we kunnen neerschrijven: Voorspoedig zijn degenen, die de wil van God van harte doen. Hij die de bevoegdheid heeft om over hen te beslissen zal hen, die verlangen naar Zijn komst, wakende aantreffen.

Eigenlijk zijn we nog niet klaar met onze zo korte en bondige tafeltekst. Want graag willen we nog de onderstreepte woorden beschrijven. Eerst het woord ‘komst’. Naast de gewone betekenis van ‘komen’ heeft het een nog rijkere inhoud als we denken aan de vertaling hiervan als: te voorschijn komen, zich tonen. Degenen die naar Hem uitzien zeggen niet: ‘Daar komt ie an!’ Nee, ze zullen verrukt zijn van Zijn verschijnen! En die vreugde kan er alleen maar zijn als degenen die naar Hem uitzien ‘wakende’ zijn. Dit waken betekent: zorgvuldige aandacht schenken aan, zodat niemand een plotselinge ramp overkomt door nalatigheid of luiheid. Zo staat het in het woordenboek.

En zo moet het bij ons zijn: Als Hij zich openbaart, kunnen we alleen van harte verrukt en vrolijk zijn, als we, tot op dat ogenblik, heel zorgvuldig, zonder nalatigheid of luiheid, met elkaar zijn omgegaan…

Dan zullen we voorspoedig zijn, als de Heer bij Zijn komst ons zó zal aantreffen. Ons zó zal ‘herkennen’ betekent dat!

Bijbeltekst week 2021 – 14 – Pasen

Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven, en een ieder, die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven; gelooft gij dat?

Johannes 11:25,26

De tafeltekst voor deze week is een goede voorbereiding op het komende Paasfeest. In dit feest vieren wij immers dat Jezus uit de doden is opgestaan?! Maar er is in deze viering geen kracht als we niet in ons dagelijks leven ons verwonderen over het feit dat Hij leeft. Deze werkelijkheid van Zijn leven onder ons heeft Jezus zo krachtig uitgedrukt in de woorden die Hij sprak na Zijn opstanding uit de dood: En zie, Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld (Matth.28:20). 

Maar de woorden van onze tafeltekst zeggen ons meer dan de opstanding van Jezus uit de dood! Hij is niet alleen opgestaan uit de dood, maar Hij is de opstanding en Hij is het leven!

Dat betekent dus dat Hij niet alleen Zelf is opgestaan uit de doden, maar dat Hij de opstanding uit de dood is voor een ieder die in Hem gelooft: wie in Mij gelooft zal leven. Dit ‘leven’ staat tegenover het ‘gestorven zijn’. Dit ‘gestorven zijn’ staat in een werkwoordsvorm, die je duidelijker kunt vertalen met: stervend zijn. Deze uitdrukking wordt gebruikt bij bomen waarvan je ziet dat ze wegkwijnen door gebrek aan water en bij zaad, dat in de grond verrot, omdat het niet tot ontkieming is gekomen.

Dit laatste vooral geeft duidelijk de betekenis van de woorden van Jezus weer. Immers, als wij jaar in jaar uit het Woord van God aanhoren, maar het niet tot ontkieming komt in onze harten, dan zijn we daarmee te vergelijken. Heel de wereldbevolking is daarmee te vergelijken, met bomen die door gebrek aan water verdrogen en met zaad, dat niet tot ontkieming komt en daarom langzaam maar zeker verrot in de aarde.

Wat een geweldige boodschap is het Woord van Jezus dan: wie in Mij gelooft zal leven, ook al is hij stervende. Want door het geloof in Jezus zullen allen, die uitzichtloos stervende zijn leven!

Maar dan zijn de Woorden die daar op volgen heel belangrijk: en een ieder, die (1) leeft en (2) in Mij gelooft . . .

Want pas als wij uit het ‘sterven’ zijn verlost tot leven, omdat het Woord van God tot ontkieming is gekomen in onze zielen, kunnen we pas echt geloven. Eerder is ons geloven niets anders dan het aanhangen van een leer of een traditie . . .  Als het Woord van God tot ontkieming komt in ons leven, kunnen we pas echt geloven zoals Jezus bedoelt. Wat houdt dat geloof in? Jezus heeft na het uitspreken van deze indrukwekkende woorden aan Martha de indringende vraag gesteld: gelooft gij dat?

Onze tafeltekst voor deze week zou onvolledig zijn als we niet eindigden met deze vraag! De tafeltekst mag dan wel compleet zijn met deze vraag, maar als ons antwoord, zoals Martha antwoordde, wegblijft, wordt deze tafeltekst nooit tot een volwaardige Paastekst:

Zij zeide tot Hem: Ja, Here, ik heb geloofd, dat Gij zijt de Christus, de Zoon van God, die in de wereld komen zou (Johannes 11:27). 

Oppervlakkig gezien zou je denken dat Martha niet het juiste antwoord geeft. Ze had eigenlijk moeten zeggen: Ja Heer, ik geloof dat U de opstanding en het leven bent. Wat gelukkig als wij gaan beleven hoe juist het antwoord van Martha op de vraag van Jezus was.

Laat ons antwoord op Jezus’ vraag in dezelfde geest zijn, want alleen als we beseffen en geloven dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, die God vanaf het prille bestaan van de mens ons beloofd heeft, pas dan verandert ons stervend zijn in eeuwig leven. Hiervan getuigt de Geest van Jezus in het boek Openbaring:  Zalig en heilig is hij, die deel heeft aan de eerste opstanding: over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn en zij zullen met Hem als koningen heersen, die duizend jaren (Openb. 20:6).

Pasen 2021

PASEN 2021

Het Paasfeest is van oorsprong een Oud Testamentisch feest. De Israëlieten kregen de opdracht dit feest jaarlijks te vieren, om daarin te gedenken dat God hen uit het slavenhuis, uit Egypte, geleid had. Dit feest valt in de maand Abib, (ongeveer april): ‘Deze maand zal u het begin der maanden zijn; zij zal u de eerste der maanden van het jaar zijn’ (Exodus 12:2).

Op de 10e van deze maand moesten de Israëlieten een gaaf, mannelijk, éénjarig stuk kleinvee nemen en dat apart zetten tot de 14e van de maand, om het dan in de  avondschemering te slachten en gedurende de nacht op te eten (:5,6). Vier dagen werd het Paaslam apart gezet om geslacht te worden. ‘Vier’ is in de Bijbel het symbolische getal van de voorbereiding.

Als later Johannes de Doper zijn discipelen op de Here Jezus wijst, dan zegt hij: ‘Zie, het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt’ (Johannes 1:29,36). Voor de gelovige Jood was het Paaslam een beeld van de Messias en Johannes zegt hier dus eigenlijk: ‘Zie, de Messias!’ Ook de apostel Johannes trekt deze vergelijking later door als hij Exodus 12:46 citeert: ‘Want dit is geschied, opdat het schriftwoord zou vervuld worden: Geen been van Hem zal verbrijzeld worden’ (Johannes 19:36).

En zoals het bloed van het paaslam, op de deurposten van de huizen gestreken, de doodsengel aan de gelovigen voorbij deed gaan (Exodus 12:13), zo werd ook het bloed van Jezus voor velen vergoten tot verzoening van hun zonden (Matteüs 26:28).

Daarom vieren we ieder jaar, vaak bijna gelijk met het Joodse volk, het Paasfeest, om te gedenken dat Jezus als ons Paaslam is geslacht tot verzoening van al onze zonden.

Bijbeltekst week 2021 – 13 – Voorbereiding op Pasen

Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is.

Filippenzen 2:5,6 en 7

In deze voorbereidingstijd naar Pasen toe, staan we stil bij een tekst uit de brief van Paulus aan de gemeente te Filippi. Deze tekst spreekt over de dienende gezindheid van Jezus.

Het eerste gedeelte van deze tekst: Laat die gezindheid bij u zijn, is heel erg de moeite waard om verder over na te denken. Het gaat hier om het gebruik van een werkwoord, dat is afgeleid van het woord dat de betekenis heeft van: gevoel, hart of gedachte. Daarom zouden we dit eerste gedeelte heel goed kunnen vertalen met: Laat onder u het denken alleen maar bepaald worden, en dan gaan we verder met: zoals het ook bij Christus Jezus was.

Denken is de basis van ons bestaan. We moeten hierbij denken aan de woorden van Paulus: En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene (Rom. 12:2). Wat met: gelijkvormig aan deze wereld wordt bedoeld, wordt pas duidelijk als we er iets aan zouden toevoegen: gelijkvormig aan de manier van denken van deze wereld. Het woord ‘hervormd’ betekent hier onomwonden: wezensverandering. En met ‘vernieuwing’ wordt bedoeld: volledige verandering ten beste. . .

In onze tafeltekst gaat het bij ‘gezindheid’ niet om een bepaalde mening van Jezus, maar om het wezen, het bestaan van Christus Jezus. De tafeltekst zouden we daarom kunnen beginnen met: Laat onze gedachtewereld net zo bepaald worden als bij Jezus. Samenvattend zouden we kunnen zeggen: Laat ieder detail van ons leven bepaald worden door het wedergeboren zijn. Immers: Jezus was de eerste, na Adam, die uit God geboren was. Zijn denken werd dus niet bepaald door, zoals Paulus het noemt: de wereldgeesten, maar door de Heilige Geest, de Geest van God.

Onze tafeltekst roept ons op om, net als Jezus, door het ‘tijdloze denken’ bepaald te worden. Wat dat inhoudt staat in het vervolg van onze tafeltekst: Jezus heeft het ‘Gode gelijk zijn’ niet als een roof, als iets unieks, beleefd. Voor Hem was dit gewoon het meest wezenlijke van Zijn bestaan.

Wie als wedergeboren mens leeft, kent deze ‘gezindheid’ van Jezus: het is de basis van ons bestaan, van ons denken. Het is dwaas om zelf deze basis van je bestaan te bewaken, te beschermen. Het eeuwige leven is van God en is onaantastbaar. De apostel Johannes zegt daarom: …; want Hij, die uit God geboren werd, bewaart hem, en de boze heeft geen vat op hem (1Joh.5:18).

Het uit God geboren leven is dus niet iets om zuinig op te zijn, zorgvuldig op te bergen in de brandkast van ons angstig bestaan, maar om er uitbundig uit te leven naar al onze naasten toe. Want we weten dat God wil …, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen (1Tim.2:4).

Waar we als wedergeboren mens leven, worden we door de liefde tot God gedreven om de wereld net als Hij lief te hebben. En de werkelijke, de Goddelijke Liefde, is een dienende liefde. Wie die bereidheid tot dienen niet kent, is daarom niet wedergeboren en leeft een waardeloos leven met een ‘eigendunkelijke godsdienst’ en is slechts bezig om zijn eigen ‘ik’ te bevredigen. (Lees hiervoor Kolossenzen 2:23).

Als wij ons deze week laten bepalen door de tafeltekst, dan kan het wonder gebeuren dat we niet langer zelfgenoegzaam verder kunnen leven. En dat we ons laten wakker schudden en gaan roepen tot God om ontferming en verlossing van onze eigen manier van godsdienstig denken. Dan gaan we echt vragen om een ‘hervorming’ van ons denken. Dat is een denken dat, verlost van de macht van de ‘wereldgeesten’, bepaald wordt door de Geest der Waarheid, waarvan Jezus zegt: …; doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen (Joh.16:13).

Door Gods Geest gericht op Zijn toekomst zullen we dan … de waarheid verstaan, en de waarheid zal ons vrijmaken (Joh.8:32).

Wat mogen we ernaar uitzien om ons te laten vormen tot dat ‘normale’ geloofsleven, waarin Jezus ons is voorgegaan en waar onze tafeltekst zo onomwonden over spreekt.

Bijbeltekst week 2021 – 12

Hij heeft u bekend gemaakt, o mens, wat goed is en wat de HERE van u vraagt: niet anders dan recht te doen en getrouwheid lief te hebben, en ootmoedig te wandelen met uw God.

Micha 6:8 

Micha profeteerde in de tijd van koning Hizkia. Hij was een tijdgenoot van de profeet Jesaja. Micha sprak vol gloed over de komst van het Vrederijk (Micha 4:1-4) als troost voor degenen, die zijn profeteren over de ondergang van het noordelijke Rijk ter harte hadden genomen (Micha 1:1-8). Maar hij geselt de zonden van de heersende klassen: de omkoopbaarheid van de profeten, de hebzucht van de priesters die ook recht spraken, en de hardvochtigheid van de rijken jegens de armen (hoofdstuk twee en drie).

Maar te midden van al deze harde woorden tegen een volk dat, zelfgenoegzaam, niet meer luisteren wil naar de stem van God, staan deze liefelijke woorden, die voor deze week onze tafeltekst zullen zijn: Hij heeft u bekendgemaakt, o mens… 

Micha en Jesaja waren in die tijd niet de enige profeten. Het was de bloeitijd van de profeten: ze waren wat je noemt ‘in’. Ze hoorden bij het leven van de hoge stand in Israël, ze werden uitgenodigd bij de luisterrijke feesten. Maar naar wat zij spraken in de Naam van God, werd niet geluisterd. Ach ja, wel geluisterd, maar niet aan gehoorzaamd. We hoeven dat niet verder uit te leggen, want dat begrijpen we maar al te goed…  De woorden die de profeet Micha sprak, waren voor degenen die wél luisteren wilden. Want alleen aan de luisterende mens kan God iets ‘bekend maken’. Dit ‘bekendmaken’ heeft niets te maken met ‘proclameren’. Maar wel met ‘mededelen’ of beter nog met ‘duidelijk maken’, ‘te kennen geven’, of nog beter: ‘te weten laten komen’, ‘uitleggen’.

Ook hier leren we God weer kennen zoals Hij werkelijk voor ons wil zijn: een liefdevolle, zorgzame Vader, voor hen die niet alleen Zijn schepsel willen zijn, maar kind willen zijn, zoon en dochter willen zijn.

Aan hen vertelt Vader, dat het leven zo eenvoudig is, in het schuilen bij Hem. Hij vraagt van Zijn kinderen niet anders dan. Dat betekent: ‘alleen maar’. De woorden, zoals ze in onze tafeltekst vertaald staan, klinken nogal zwaar: niet anders dan recht te doen. Maar we mogen het ook anders vertalen: niet anders dan te gehoorzamen aan wat Hij ons heeft voorgeschreven. Gods voorschriften zijn aanbevelingen, richting aangevend voor werkelijk leven: Tora, wat dus niet slechts wet betekent. Als we God hebben leren kennen als onze liefhebbende, eeuwige Vader, dan beleven we de rijkdom van Zijn voorschriften, van de Tora, als raadgevingen, die overigens wel dienen opgevolgd te worden, willen we echt kunnen leven.

Dan gaat onze tekst verder met: en getrouwheid lief te hebben. Het woord ‘getrouwheid’ klinkt ook weer zo zwaar. Maar dit woord krijgt zo veel warmere inhoud als we zien hoe het ook vertaald kan worden, met: ‘goedheid’, ‘vriendelijkheid’ of ‘vriendschap’. Laten we er vooral op letten dat er niet staat: getrouwheid in acht nemen of zoiets, maar liefhebben.

En nu nog het laatste gedeelte van deze liefelijke woorden van, de overigens zo strenge profeet, Micha: en ootmoedig te wandelen met uw God.

We gebruiken het woord ‘ootmoed’ vaak zonder werkelijk te verstaan wat dat betekent. In onze tekst staat er niet ‘ootmoed’ maar ‘ootmoedig zijnde’. Het staat in een werkwoordsvorm die om een andere vertaling vraagt: ‘bescheiden zijn’. De woorden van de profeet Micha roepen ons op om in het wandelen met God, in het Hem kennen in al onze wegen, geen geweldenaar te zijn.

Als we van harte onze tafeltekst opzeggen, dan spreken we uit dat we in alle eenvoud Vader willen gehoorzamen, Die ons dan veilig in het Koninkrijk van Zijn Zoon zal aanbrengen. Want Hij is niet alleen onze Hemelse Vader, maar de HERE. En dat is: Degene, Die in alles het laatste Woord heeft.

Bijbeltekst week 2021 – 11

Wees niet bevreesd, gij klein kuddeke! Want het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te geven.

Lukas 12:32

Het is voor ons, Hollanders, een voorrecht dat de meesten van ons wel eens een schaapherder met z’n kudde over de heide hebben zien zwalken. Maar toch missen we vaak precies datgene wat zo belangrijk is, om te verstaan waarom de Gemeente van Christus in de Bijbel vaak met een kudde schapen wordt vergeleken. Schapen zijn heel volgzame dieren, erg afhankelijk van de herder . . .  Maar ook voor schapen is het belangrijk, dat zij een vertrouwde relatie met de herder hebben, want, zo vertelt Jezus ons: …; maar een vreemde zullen zij voorzeker niet volgen, doch zij zullen van hem weglopen, omdat zij de stem der vreemden niet kennen. (Johannes 10:5)

Als Jezus, hier in onze tafeltekst, spreekt van ‘gij klein kuddeke’, dan heeft Hij het dus tegen mensen, die Zijn stem weten te herkennen, omdat zij hebben leren luisteren naar Zijn stem: Mijn schapen horen naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij, … (Johannes 10:27)

Het kleine kuddeke van Jezus bestaat dus niet uit mensen, die wel geloven dat Jezus voor de zonde van de hele wereld gestorven is: …; en Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld. (1 Johannes 2:2) Nee, als Jezus het heeft over ‘gij klein kuddeke’, dan spreekt hij tot mensen, die door te luisteren naar Zijn stem, Hem herkennen te midden van alle, misschien wel nog zo vrome, geluiden die te horen zijn in deze wereld. Dit kan alleen als we ons laten leiden door Zijn Geest, die Jezus ons beloofd heeft tijdens zijn afscheidswoorden: Maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt. (Hand.1:8)  

En dat dit kuddeke in het laatste uur maar heel klein zal zijn, heeft Jezus destijds al voorzien: Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde? (Lukas 18:8). Waar we, door vele beproevingen heen, leren om weer naar Zijn stem te luisteren, daar gaan we beseffen tot Zijn klein kuddeke te behoren. Maar, al is dat kuddeke nog zo klein, tegen deze ‘schapen‘ zegt Jezus dus: Wees niet bevreesd, gij klein kuddeke!  Dit ‘bevreesd’ zijn houdt in: bang, angstig zijn, door schrik bevangen zijn, bang zijn om (d.w.z. aarzelen) iets te doen (uit vrees voor schade). De profeet Daniël zegt: …, maar het volk dat zijn God kent, zal sterk zijn en daden doen. (Daniël 11:32)

Wonderlijk is het toch eigenlijk, dat dit ‘kleine kuddeke’ en ‘het volk dat zijn God kent’ dezelfde mensen zijn. Want Daniël heeft het niet over mensen die veel kennis vergaard hebben over God, maar over mensen, die leerlingen van de Allerhoogste willen zijn, door te luisteren naar Zijn Stem.

Jezus zegt in onze tafeltekst ongeveer hetzelfde als Daniël, namelijk dat, aan allen die naar Zijn Stem leren luisteren, Zijn Koninkrijk is toevertrouwd en dus dat zij – in alle zwakheid – sterk zullen zijn en daden doen …

Bijbeltekst week 2021 – 10

Wij danken God altijd om u allen, wanneer wij u gedenken bij onze gebeden.

 1 Tessalonicenzen 1:2

Als we de tafeltekst van deze week goed tot ons door laten dringen, dan vragen we ons af of deze tekst wel geschikt is als tafeltekst… Maar waarom zou niet juist als we aan tafel gaan, een gelegenheid tot gebed zijn. Moet je je voorstellen wat Paulus hier eigenlijk zegt: Telkens als wij u gedenken in onze gebeden. Eigenlijk zegt hij letterlijk: U gedenkende in onze gebeden.

Allereerst iets over: onze gebeden. Voor ‘gebed’ worden in het Nieuwe Testament veel woorden gebruikt. Het meest komt voor een woord dat de betekenis heeft van: ontmoeting, samenspreking (met God). In zo’n gebed worden zaken duidelijker door Gods onderwijzingen.

Maar in onze tafeltekst wordt een woord gebruikt, waar het accent meer ligt op: het samen komen voor Gods aangezicht voor een bepaalde zaak, b.v.: Uw Koninkrijk kome. Het is zoiets als: samenkomen om iets aan God voor te leggen. Dit woord wordt niet alleen vertaald met ‘gebed’ maar ook voor het aanduiden van de plaats die apart is gezet om te bidden Vaak een plaats in de open lucht, in ieder geval een stil plekje.

Als in de Bijbel dit woord gebruikt wordt voor de Joden, die te gering in aantal waren om een echte synagoge te bouwen, of waar de vrouwen graag apart samen kwamen voor gebed, dan wordt dat meestal vertaald met ‘gebedsplaats’. Wij zouden ook een gelegenheid, een plek moeten hebben, waar we bewust samen komen (gezamenlijk, eendrachtig), om bepaalde belangrijke zaken aan God voor te leggen, voorbede te doen.

Paulus zegt dat, als zij, een groep gelovigen dus, bijeenkomen om God bepaalde zaken voor te leggen, om voorbede te doen, zij God ‘danken’. Wat beleven wij eigenlijk, als we God voor iemand of voor een groep mensen ‘danken’? Het werkwoord dat Paulus hier gebruikt, beeldt een innige band uit: blij zijn met het feit dat we ons met elkaar verbonden weten in en door onze Heer.

Het wonderlijke is dat dit niet inhoudt dat we blij zijn dat we zo veel aan elkaar hebben, maar dat we er voor elkaar mogen zíjn. Want dit werkwoord houdt ook in: de instelling om iemand in een gevaarlijke situatie te beschermen. Nu zijn we, zoals de Bijbel ons leert, voortdurend in een gevaarlijke situatie, want Petrus zegt: Wordt nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden (1 Petrus 5:8). In dit besef willen zij daarom de Gemeente te Tessalonica ‘gedenken’. Dat betekent: tijd ervoor nemen om aan hen te denken, opmerkzaam te zijn, te waken over.

Paulus zegt hier dus zoiets als dat zij, telkens wanneer zij samenkomen op een plaats van gebed, hun aandacht wijden aan, opmerkzaam zijn op de gemeente te Tessalonica. En dat zij dan een dankbaar gevoel krijgen, dat God hen in de gelegenheid gesteld heeft om in de bres te staan voor deze mensen, hen voortdurend ‘de voeten te willen wassen’ (Joh.13:14,15), zodat de boze geen vat op hen kan hebben.

Als we zo onze tafeltekst deze week biddend opzeggen, dan bidden we dus om een waakzame ziel voor elkaar en voor allen die allerwegen de Naam van onze Here Jezus aanroepen. Dan staan we open voor het ontvangen van een waakzaam priesterhart…

Bijbeltekst week 2021 – 09

Gij komt hem tegemoet, die met vreugde gerechtigheid doet, hun die op Uw wegen aan U denken.

Jesaja 64:5

De tekst die deze week aan de beurt is, is een heel vrolijke tekst, met vaart… Allereerst even iets over het werkwoord ‘tegemoet komen’. Bij ons betekent dit werkwoord ‘tegemoet komen’ vaak zo iets als; een compromis sluiten: ik zal je tegemoet komen… De betekenis in onze tafeltekst is het tegenovergestelde hiervan. Het betekent zoiets als: zich voegen bij, ontmoeten, of zelfs: voorbede doen voor. God zal Zich dus voegen bij en voorbede doen voor degenen die, waar ze ook zijn of wat ze ook doen, aan Hem denken.

Maar nu lijkt het of we een stap te ver gaan, want er staat niet: op hun wegen, maar uitdrukkelijk: op Uw wegen. Die intieme, vertrouwelijke omgang met God ervaren we dus alleen als we op Zijn wegen wandelen. Maar – en dan moeten we denken aan het Schriftwoord uit Spreuken 3:6  Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken – , als wij in al ons doen en laten dus naar Hem vragen, ja dan komt Hij ons tegemoet, dan voegt Hij Zich bij ons, zoals Jezus Zich bij de Emmaüsgangers voegde, na Zijn opstanding. En het geschiedde, terwijl zij daarover spraken en van gedachten wisselden, dat Jezus zelf bij hen kwam en met hen medeging. (Lukas 24:15)

En dat: ‘Zich bij ons voegen’ is niet een meelopen in de optocht, maar een volkomen betrokken zijn. Dat is juist de diepste betekenis van dit Hebreeuwse werkwoord!

Verder moet het ook tot ons doordringen dat het werkwoord ‘denken’ in het laatste gedeelte van onze tafeltekst, heel wat meer inhoudt dan ‘gedachten hebben over’ of zoiets. Het betekent veel meer: gedenken, rekening houden met. Het werkwoord ‘denken’ heeft ook de betekenis van: belijden.

En nu nog even het tussenzinnetje: …, die met vreugde gerechtigheid doet,… Gerechtigheid doen is ook heel iets anders dan wat wij er meestal van maken! Het heeft de betekenis van: eenvoudig en zuiver zijn; naar de wil van God vragend. Samenvattend betekent dit eenvoudigweg: doen wat goed is. En dan niet omdat het zo hoort, maar omdat je het niet laten kunt. Dit is verwoord met de woorden: met vreugde, ofwel: jubelend, zingend tot eer van God . . .

Wat een lichtvoetige, vrolijke tafeltekst voor deze week. Als we van harte deze woorden uitspreken voor we gaan eten, dan hoeven we elkaar niet eens het: ‘Eet smakelijk’ toe te wensen, want reken maar dat, zelfs de meest eenvoudige maaltijd ons dan smaken zal.

Bijbeltekst week 2021 – 08

Nu gij Christus Jezus, de Here, aanvaard hebt, wandelt in Hem.

Kolossenzen 2:6

Onze tafeltekst begint met het woordje ‘Nu’. Dit woord kan ook vertaald worden met: ‘Aangezien’. Het eerste gedeelte van de tekst veronderstelt een feit. De apostel Paulus spreekt hier dus tegen mensen die Jezus als Here aanvaard hebben. Wat houdt dit in? Het gaat hier om mensen, die aanvaard hebben dat Jezus van Nazareth hun Here is. Het werkwoord ‘aanvaarden’ heeft zo veel betekenissen, dat het daarom goed is om te verstaan wat de betekenis hiervan in onze tafeltekst is. Het Griekse woordenboek zegt dat ‘aanvaarden’ betekent: aanvaarden of erkennen dat iemand is wat hij zegt te zijn.

Jezus heeft in Zijn leven hier op aarde getoond dat Hij de Christus is, doordat Hij de tekenen van de Christus, die de profeten hadden genoemd, volbracht heeft: Toen dan de mensen zagen, welk teken Hij verricht had, zeiden zij: Deze is waarlijk de profeet, die in de wereld komen zou. (Joh.6:14)

Maar het is niet genoeg dat wij alleen geloven dat Jezus de Messias is, door de tekenen die Hij verricht heeft. Dat doen de duivel en de boze geesten immers ook:

….(maar) dat geloven de boze geesten ook en zij sidderen. (Jac. 2:19)

Het onderscheid tussen de kinderen van de duisternis en de kinderen van het licht is, dat de kinderen van het licht niet alleen aanvaarden dat Jezus de Christus is, maar Hem daarom ook aanvaarden als HereHet mooie van het werkwoord ‘aanvaarden’ is, dat het niet alleen betekent: aanvaarden of erkennen dat Jezus is wat Hij zegt te zijn. Want dit werkwoord is afgeleid van een ander werkwoord dat de betekenis heeft van: iemand aan zich verbinden als metgezel.

Het werkwoord ‘aanvaarden’ geeft in de tafeltekst dus aan dat we niet alleen erkennen dat Jezus werkelijk de Messias, de Verlosser is, maar dat we Hem daarom ook aanvaarden als onze Metgezel, onze Levenspartner, als iemand die we betrekken in alles van ons leven. . .

Maar in de ogen van Paulus is dat nog niet voldoende. Hij zegt tegen de gemeente te Kolosse: aangezien jullie geloven dat Jezus inderdaad jullie Verlosser is en Hem daarom wilt kennen in alle aspecten van jullie leven . . ., wandelt dan ook in Hem. ‘Wandelen’ betekent in het Joodse denken: leven. En dan gaat het hierbij niet om het eeuwige leven, maar het dagelijks leven hier op aarde, de belevingen van iedere dag. Paulus maakt dit heel duidelijk in de tweede brief aan de gemeente te Korinthe:

Want al leven wij in het vlees (hier op aarde), wij trekken niet ten strijde naar het vlees, want de wapenen van onze veldtocht zijn niet vleselijk, maar krachtig voor God ... (2 Kor. 10:3,4)

Wat zou het heerlijk zijn als we bij het lezen van deze tafeltekst gaan verstaan, dat Jezus niet alleen voor de vergeving van onze zonden is gestorven aan het Kruis van Golgotha, om ons daardoor het eeuwige leven te schenken, maar dat Hij is opgestaan uit de doden om met ons te zijn, ons aardse leven lang. Als Metgezel, als Levenspartner, om ons tijdens ons aardse leven te leren leven als hemelburgers, als vreemdelingen op aarde, tot een getuigenis voor alle mensen om ons heen. Dan mogen we elke dag vieren dat Jezus gezegd heeft: En zie, Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld. (Matt. 28:20) Zo wordt elke dag opnieuw een aansporing om het avontuur van het leven met Hem aan te gaan, totdat Hij terugkomt op aarde.

Als hulp om deze tafeltekst beter te verstaan, hier nog een vrije vertaling:

Aangezien jullie Jezus als de Christus in jullie leven hebt opgenomen als jullie Levensgezel, laat jullie leven dan ook in alles door Hem bepalen.

Bijbeltekst week 2021 – 07

Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem, die Hij gezonden heeft.

Johannes 6:29

De tafeltekst is het laatste gedeelte van vers 29. In het eerste gedeelte staat: Jezus antwoordde en zeide tot hen:… De woorden van Jezus (uit vers 29) zijn een antwoord op een vraag die de schare aan Hem gesteld had. Zij zeiden dan tot Hem: Wat moeten wij doen, opdat wij de werken Gods mogen werken? (Vers 28). Deze tafeltekst is dus een antwoord op de vraag die ook wij mogen stellen: Wat moeten wij doen, opdat wij de werken Gods mogen werken?

Het zal overigens wel een verrassend antwoord van Jezus geweest zijn! Want de Joden die deze vraag stelden wilden aan de slag, wilden iets doen, om het eeuwige leven te beërven. Want zij stelden deze vraag naar aanleiding van de woorden van Jezus: (vs.27) Werkt niet om de spijs, die vergaat, maar om de spijs, die blijft tot in het eeuwige leven, welke de Zoon des mensen u geven zal; want op Hem heeft God, de Vader, zijn zegel gedrukt.

De vraag van de toehoorders van Jezus was dus eigenlijk: welk werk moeten wij werken om de spijs die blijft tot in het eeuwige leven?

Het woord ‘spijs’ heeft in de christelijke gemeente een eigen betekenis gekregen: het voedsel van de ziel, dat wat de ziel verfrist, dan wel voedt en onderhoudt. Maar de mensen die om de spijs vroegen die blijft tot in het eeuwige leven, hadden zojuist van de broden gegeten tijdens de ‘wonderbare spijziging’. Het waren arme mensen, die graag de zorg voor het dagelijkse leven voor hen en hun kinderen kwijt wilden. Zij zochten Jezus omdat, zoals Jezus het zei: gij van de broden gegeten hebt en verzadigd zijt (vs.26).

Jezus veroordeelt deze mensen niet, maar vertelt hun dat Hij gezonden is, niet om in eerste instantie ons van ons dagelijks brood te voorzien, maar om onze ziel tot in eeuwigheid te voeden met de ware spijs. Het gaat er om dat wij, tijdens het oplezen van deze tekst, terwijl wij ons dagelijks brood genieten, gaan beseffen dat wij zullen werken om een spijs, die blijft tot in het eeuwige leven.

Het werkwoord ‘werken’ staat hier in een bepaalde vorm, waardoor het meer de betekenis krijgt van: bezig zijn met, tot stand brengen.

Het antwoord op de gestelde vraag is dus zoiets als: wees nu niet zo bezig met de zorg van elke dag, maar wees bezig met datgene wat je ziel nodig heeft: geloven in Hem, die God gezonden heeft.

‘Geloven’ staat voor: je vertrouwen stellen in iemand. Dit is weer afgeleid van een ander werkwoord dat de betekenis heeft van: 1) vrienden maken, iemands gunst winnen, maar ook: 2) zich laten overtuigen. Geloven betekent dus: bezig zijn om Jezus tot je vriend te maken, Zijn gunst te winnen, waardoor je Hem zo leert kennen, dat je je door Hem laat overtuigen, die God tot ons ‘gezonden’ heeft.

We zullen deze korte tekst nu even wat uitgebreider vertalen: Dit is hetgeen waar God wil dat je mee bezig bent, dat je Jezus, die God volgens afspraak naar de aarde gezonden heeft, tot vriend maakt zodat je Hem leert kennen en je aan Hem gaat toevertrouwen en dan hierbij aansluitend de vertaling van vers 27: zodat je ziel verfrist en onderhouden wordt tot in het eeuwige leven toe.

Bijbeltekst week 2021 – 06

Vertrouwt op de HERE voor immer, want de HERE HERE is een eeuwige rots.

Jesaja 26:4

We beginnen bij de overdenking van de tafeltekst voor deze week met het tweede gedeelte: want de HERE HERE  is een eeuwige rots. Het komt alleen in deze tekst voor dat de Naam van God: HERE HERE, twee keer met hoofdletters geschreven moet worden. Want in onze tekst staat, en nergens anders komt dit in de Bijbel voor, twee keer achter elkaar de Naam Jahweh geschreven. Hiermee wordt tot uitdrukking gebracht dat God onze God is. Hij is voor degenen die dit van harte beleven tot iets wat absoluut onwankelbaar is. Dit wordt in onze tekst uitgedrukt met: als een gesteente, een rotspartij, die van eeuwigheid tot eeuwigheid er zal zijn, zoals Hij er nu is: de eeuwig Onveranderlijke . . .

Als we dit met heel onze ziel weten, dan blijft er voor ons niets anders over dan op Hem te vertrouwen. Anders gezegd: ons voor immer bij Hem zo veilig te voelen, dat we volkomen zorgeloos kunnen zijn. Paulus spreekt hier ook over in zijn brief aan de gemeente te Filippi:

Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. (Fil.4:6)

Paulus zegt hier heel radicaal: weest in niets bezorgd . . .  Het werkwoord ‘bezorgd zijn’ heeft natuurlijk veel meer betekenissen, zoals: ’in beslag genomen worden door’, ‘eigen belang bevorderen’, ‘door zorgen gekweld zijn’. Kortom, het gaat over: zorg en verdriet. Ieder mens weet heel goed wat ‘angst, zorg en verdriet’ betekent. En zeker in de tijd waarin we nu leven, zijn dit zulke herkenbare woorden.

Dit bezorgd zijn heeft te maken met iets wat lijnrecht staat tegenover wat achter het woordje ‘maar’ vermeld staat: maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. Er zijn weinig mensen die het geheimenis zijn gaan verstaan van de machtig gelukkige woorden van Paulus: om al onze wensen met dankzegging bekend te maken bij God!

Wensen zijn meestal onvervulde verlangens, maar Paulus weet dat, als we echt bij God schuilen, er verlangens en wensen geboren worden, die ons hoopvol en verlangend doen uitzien naar de vervulling ervan. Want hij spreekt hier beslist niet over wensen die uit onvrede geboren zijn, maar wensen die ontstaan zijn vanuit het werkelijke leven met Hem!

Zulke wensen, die ontstaan vanuit een wandel met de Levende Here, zijn niet los te denken van Hem die deze verlangens gewekt heeft. En in het ‘gesprek’ met Hem worden deze wensen, deze verlangens alleen maar duidelijker omlijnd! Dat is nu precies wat Paulus bedoelt met ‘laten bekend worden’ bij God. Dit werkwoord zouden we ook kunnen vertalen met: grondig kennis hebben van. Het heeft te maken met: eenswillend worden met God. Dus: het samen eens zijn. Dit eenswillend worden met God ontstaat door gebed, smeking en dankzegging.

En nu nog even aandacht voor de woorden: voor immer, uit onze tafeltekst. Want dat is niet niks! In het Hebreeuws staan hier twee woorden voor, die allebei van één werkwoord zijn afgeleid. Dat werkwoord betekent: doorgeven, vooruitgaan, doorgaan. Voor immer betekent dus zoiets als: van altijd tot altijd doorgaand.

Dit wijst niet op een stelling, een dogma, een gedachte, maar op een beweging.

We zouden onze tafeltekst dus ook zo kunnen vertalen: Omdat God, onze God, is als een eeuwig onveranderlijke Rots, laten we ons daarom van ogenblik tot ogenblik volkomen veilig weten bij God.

Bijbeltekst week 2021 – 05

Vreest niet, want God is gekomen om u op de proef te stellen, en opdat er vrees voor Hem over u kome, dat gij niet zondigt.

Exodus 20:20

Bijna 70 keer staat in de Bijbel (O.T) dat God de mens tegemoet komt met: ‘Vreest niet’. Het Hebreeuwse werkwoord heeft vaak een tegengestelde betekenis. Het betekent: ‘vrezen, bang zijn voor’, maar vaak heeft het ook een andere betekenis, zoals ‘eren’ (Richt. 6:10) of ‘met ontzag vervuld zijn’ (1 Kon.3:28).

Twee keer komt dit werkwoord in onze tafeltekst voor. ‘Vreest niet’ en dan betekent het inderdaad: weest niet bang. Maar in het tweede gedeelte heeft‘vrees’  de betekenis van ‘met ontzag vervuld zijn, vereren’. Als we bang zijn voor God, dan proberen we Hem te ontlopen, maar als we met ontzag vervuld zijn, dan willen we Hem kennen in al onze wegen, opdat Hij onze paden recht zal maken: Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken (Spr.3:6). Als we vervuld worden met een diep ontzag voor God, dan leren we Hem kennen, zoals Hij werkelijk is. Dan worden we verlost van al onze eigen ‘godsbeelden’. Vol verwondering en geluk buigen we dan voor Hem: vertrouwen we ons aan Hem toe. En gaan we Hem liefhebben, boven alles. In het schuilen bij Hem, heeft de boze geen vat op ons: Wij weten, dat een ieder, die uit God geboren is, niet zondigt; want Hij, die uit God geboren werd, bewaart hem, en de boze heeft geen vat op hem (1 Joh.5:18). Maar geen mens kán bij God schuilen zonder gereinigd te zijn van de zondelast, d.w.z. van de vijandschap tegen God!

En het is niet genoeg om te geloven dat Jezus is gestorven, opdat deze vijandschap doorbroken zou worden, want dat doen de boze geesten ook: Gij gelooft, dat God één is? Daaraan doet gij wél, [maar] dat geloven de boze geesten ook en zij sidderen (Jak.2:19). Nee, het is onmogelijk om bij God te schuilen tenzij wij een ‘nieuwe schepping’ zijn: een wedergeboren mens. Daar valt de diepe scheiding tussen mensen die het ‘wel geloven’ en de mensen die werkelijk ‘leven’.

In onze tafeltekst staat dat God ‘gekomen’ is, dit betekent, dat God ons ‘opgezocht’ heeft, dat God is ‘neergedaald’ tot ons, verloren mensen, om ons uit te redden. Dat wijst naar de komst van Jezus Christus. Uit die hoop hebben Adam en Eva al geleefd en met hen al de mensen van de ‘heilige lijn’, die in het Oude Testament van de Bijbel beschreven staat. Daar mogen ook wij uit leven, door het geloof dat de Christus gekomen is. En dus niet alleen door te geloven, maar door te leven uit de werkelijkheid van de verlossing. Dan kunnen we, ieder moment van de dag, onze toevlucht zoeken bij Hem, die ons tegemoet is gekomen, Jezus Christus, die ons bij de Vader brengt: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij (Joh.14:6).

Als door de dagelijkse wandel met Jezus de eerste vrees (bang zijn voor God) verdwenen is, schuilen we als onbevangen kinderen bij Vader, die ons onderwijst en ons de weg wijst, waar we dan niet meer van kunnen afdwalen. Want door ‘beproevingen’ heen leert Hij ons bij Hem te blijven schuilen, zodat de boze geen vat op ons heeft. Dan blijkt het heel duidelijk dat Hijzelf alleen de garantie voor ons leven is dat wij ‘niet zondigen’: niet meer van het doel en de zin van het Leven af te leiden zijn. Dit betekent dat Hijzelf het is die ons, door beproevingen heen, leert om voor tijd en eeuwigheid aan Hem ‘verkleefd’ te zijn en te blijven: Mijn ziel is aan U verkleefd, uw rechterhand houdt mij vast (Ps. 63:9).

Voor de duidelijkheid nu nog een vrije vertaling van onze tafeltekst:

‘Wees niet bang, want God is tot ons neergedaald om ons betrouwbaar te maken (in de wandel met Hem), zodat er een kinderlijk ontzag voor Hem over ons komt, zodat wij, aan Hem verkleefd, nooit meer van het Levenspad zullen afdwalen’.

Bijbeltekst week 2021 – 04

Kies dan het leven, opdat gij leeft, gij en uw nageslacht, door de HERE, uw God, lief te hebben, naar zijn stem te luisteren en Hem aan te hangen, want dat is uw leven.

Deuteronomium 30:19,20

De tafeltekst voor deze week behoort tot het sluitstuk van de verbondssluiting van God met het volk Israël. God heeft het volk zijn zegen voorgehouden en de vloek: het leven en de dood. En nu mag het volk kiezen, dat wil zeggen: een keus doen. Er is dus geen mogelijkheid voor een compromis! Wat gek eigenlijk dat wij denken dat dit wel mogelijk is: een beetje van deze wereld; de dood, en een beetje van Gods Koninkrijk; het (eeuwige) leven.

God roept ons, waar we deel krijgen aan het nieuwe verbond (Jeremia 31:31  Zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal), om uit de dood op te staan en in Christus ‘weer tot leven gewekt te worden’: “opdat gij leeft”. Wat met het ‘leven’ bedoeld wordt in: ”kies dan het leven”, wordt duidelijk als we kijken naar hoe dit woord nog meer wordt gebruikt. Het werkwoord ‘leven’  wordt gebruikt om iets aan te geven als: ’vloeiend, fris water’ en ‘levendige activiteit’ (van mensen), maar ook van ‘het begin van de lente’.

Wat geweldig dat God ons tot zulk een rijk leven roept, dat het hiermee te vergelijken valt! Dan is de keuze niet moeilijk, maar graag gedaan. Het ‘leven’ dat God biedt is immers te vergelijken met de lente, maar de ’dood’ die God ons voorhoudt in een voorafgaand vers: Deuteronomium 30:15  Zie, ik houd u heden het leven en het goede voor, maar ook de dood en het kwade: heeft de betekenis van ‘dood gaan’, ‘bezig zijn te sterven’, herfst dus. Het kenmerkende van dit ‘herfstig leven’ is de uitzichtloosheid, maar het lente-leven dat God ons biedt is toekomst gericht! Dat leven neemt ons en onze kinderen mee naar Zijn toekomst, tegen de tijdstroom van de wereld in, die geen toekomst meer bieden kan…

Wat wij hiervoor moeten doen? Ach, het is zo eenvoudig! Het is precies zoals de Schrift ergens anders zegt: Hij heeft u bekendgemaakt, o mens, wat goed is en wat de HERE van u vraagt: niet anders dan recht te doen en getrouwheid lief te hebben, en ootmoedig te wandelen met uw God (Micha 6:8).

Onze tafeltekst zegt het ook heel eenvoudig: door de HERE, uw God, lief te hebben, naar zijn stem te luisteren en Hem aan te hangen. Dat liefhebben is ook zo’n rijk woord in de grondtekst! Naast de vertaling als: ‘liefhebben’ wordt het ook vertaald met: bevriend zijn met, houden van, en ook met: ‘met liefde aanhangen’. Het wonderlijke is dat het werkwoord luisteren ook heel goed te vertalen is met: ‘instemmen met’. Dat houdt dus in dat we heel erg betrokken mogen, moeten zijn bij Gods ‘wilsuiting’, want dat is een goede vertaling van het woordje ‘stem’.

Wie instemt met God, moet dan wel een heel vertrouwde omgang met Hem hebben. En dat wordt daarom ook weergegeven in het werkwoord ‘aanhangen’. Want God verlangt er naar om een heel vertrouwde omgang met ons te hebben, zoals met Abraham: En de HERE dacht: Zou Ik voor Abraham verbergen wat Ik ga doen? (Genesis 18:17)  Dat kan onmogelijk als we zo nu en dan even bidden, nee, dat vraagt om een bidden zonder ophouden (1 Thessalonicenzen 5:17). Dit vraagt dus om een helemaal met Hem verkleefd zijn: Maar die zich aan de Here hecht, is één geest [met Hem] (1 Korintiërs 6:17).

Wat een rijke tafeltekst hebben we dus voor de komende week! Misschien hebben we deze woorden al zo vaak gehoord; daarom nu even een andere vertaling: Neem een beslissing voor een levendig en actief leven, dat is als de lente, als fris, vloeiend helder water, een lente-leven, opdat jullie en jullie kinderen weer tot echt leven gewekt zult worden, door de HERE God met liefde aan te hangen, in liefde met Hem verkleefd te zijn, zodat je zult instemmen met alles wat Hij je vertelt in een innige wandel met Hem.

Bijbeltekst week 2021 – 03

Want wat hoog is bij mensen, is een gruwel voor God.

Lucas 16:15

Voor de komende week een korte tafeltekst. Maar wel een veel omvattende tekst. Omdat onze tafeltekst met ‘want’ begint, moeten we wel even aandacht besteden aan wat er aan vooraf gaat. Maar we zullen voor deze week de tekst laten voor wat het is, dus niet het hele vers 15, maar alleen de tweede helft zeggen we op.

We gaan nu lezen wat vooraf gaat aan vers 15: En Hij zeide tot hen: Gij zijt het, die voor rechtvaardig wilt doorgaan voor de mensen, maar God kent uw harten. Als we deze woorden van Jezus kort willen samenvatten, dan zouden we kunnen zeggen dat God de ‘show’ die we dagelijks leveren doorziet, omdat Hij ons hart kent. Bij God is de ‘show’ dus volkomen nietszeggend. Eigenlijk is dat een heel bevrijdende gedachte, als we maar beseffen, dat God van ons houdt met een eeuwige liefde. En die liefde hebben we niet ‘verdiend’! Liefde is niet te verdienen. Oh, als dat nu toch eindelijk eens tot ons hart zou doordringen! Dan zou dat de deur openen naar het echte leven met de HERE.

HEER, Die mij ziet zoals ik ben,
dieper dan ik mijzelf ooit ken, 
kent Gij mij, …

zingen we wel eens. Wat bevrijdend te weten dat God onze harten kent, tot in de diepste hoeken! We hoeven ons dus voor God nooit ‘hoog te houden’. Wat wordt er eigenlijk mee bedoeld met dat ‘hooghouden’? De Bijbel gebruikt hiervoor een Grieks woord dat de betekenis heeft van: hoogmoedig, trots zijn, hoge dingen (als eer en rijkdom) nastreven. Hoogmoed en trots is meestal een camouflage voor de angst. Waar de liefde verkild is, daar komt de hoogmoed en de trots voor in de plaats. Dan wordt het hoogste goed om na te streven: eer en rijkdom.

Pas als de onbaatzuchtige en eeuwige Liefde van God tot ons leven gaat doordringen, knapt de angst om ons gezicht te zullen verliezen en het krampachtige verlangen om ‘iets te zijn’ echt af; bevrijdend, levenwekkend.

Want God kan niet werken aan een ziel, die zichzelf nog probeert ‘hoog te houden’. In Jesaja 57:15 staat: In den hoge en in het heilige woon Ik en bij de verbrijzelde en nederige van geest,… want al dit ‘hooghouden’ is bij God een ‘gruwel’. Hier wordt een woord gebruikt, dat precies aangeeft hoe God over het zoeken van ‘eer en rijkdom’ denkt: een smerige, verachtelijke zaak. Dit Griekse woord wordt ook gebruikt voor ‘afgoden en alle dingen die met afgoderij te maken hebben’ zegt het Griekse woordenboek.

Wat goed dat we een week lang er over kunnen nadenken hoeveel ‘gruwel’ er nog in de weg staat voor God, om ons werkelijk gelukkig te kunnen maken. Dan kan Hij ons het echte, eenvoudige Leven schenken. Dit zal er kunnen zijn, als we ons leven niet langer door de mensen om ons heen laten bepalen, maar door Gods Liefde die zo onbevangen naar ons, naar de hele wereld uitgaat.

Bijbeltekst week 2021 – 02

Maar gij geheel anders: gij hebt Christus leren kennen.

Efeziërs 4:20

Als we bovengenoemde tafeltekst lezen, kan het verlangen in ons leven ontstaan om echt en heel eenvoudig ‘geheel anders’ te zijn.

Wat zitten we vaak vast in een bekrompen compromis-denken, maar de eenvoud van de boodschap maakt het ons duidelijk: Alles is volbracht. Voor hen die het verstaan is de uitnodiging om eenvoudig ‘amen’ te zeggen. Om ons als een kind toe te vertrouwen aan de ruimte die God ons biedt binnen het Koninkrijk van Jezus, onze Heer. Weg met het compromis-leven en eenvoudig instappen! Geheel anders dus dan heel dat ingewikkelde gedoe. Maar hoe is dat? Zoals het immers verder geschreven staat:

Dit is de waarheid in Jezus, dat gij, wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens aflegt, die ten verderve gaat, naar zijn misleidende begeerten, dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken, en de nieuwe mens aandoet, die naar de wil van God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid (Efeziërs 4:21-24).

Geen praten meer óver, maar: afleggen en aandoen.

De nieuwe vertaling zegt: ‘aantrekken’ of ‘je kleden in’, in waarachtige gerechtigheid en heiligheid. Mensen kunnen denken dat dit een saai leven is. Totdat ze personen ontmoeten die zo verrukt van Gods aanbod zijn, dat ze het eenvoudig zijn gaan doen! En dan blijkt het helemaal niet saai te zijn. Het blijkt zo sprankelend te zijn, zo avontuurlijk, zo vol waarheid en, ja, zo vol van heiligheid…

Wat hebben we vaak moeite met dat woord ‘heiligheid’! Maar deze Bijbelse ‘heiligheid’ is zo anders dan de ‘schijn-heiligheid’… Want heiligheid betekent gewoon: zo geboeid zijn door Jezus en door Zijn aanbod om te zijn als Hij in deze wereld, dat je maar al te graag je oude plunje uitdoet en de ‘nieuwe mens’ aandoet. Het blijkt heel eenvoudig te zijn, omdat het allemaal al gereed ligt.

Eenvoudig wordt het pas echt, als je er blij mee bent dat God wil dat wij werkelijk ‘anders’ willen zijn, als Jezus. Dat wil je, als je meer en meer van Hem gaat houden, want dan ga je ‘anders denken’. Op dat moment wordt je denken niet meer bepaald door de denkpatronen van het tijdgebonden leven, maar door de Geest van God. Zo raak je geboeid door Zijn eeuwige Koninkrijk. De profeet Jesaja zegt: Want zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; aan wat vroeger was, zal niet gedacht worden, het zal niemand in de zin komen (Jesaja 65:17).

Het Koninkrijk van Jezus waar wij nu al deel aan mogen hebben, (Want wíj zijn burgers van een rijk in de hemelen … Filippenzen 3:20a) is al een voorloper van het nieuwe dat komen gaat. Laten wij derhalve, omdat wij een onwankelbaar koninkrijk ontvangen, dankbaar zijn en hierdoor God vereren op een Hem welbehagelijke wijze met eerbied en ontzag (Hebreeën 12:28). Het nieuwe leven aandoen is hetzelfde als leven als mensen die opnieuw geboren zijn.

Van deze mensen zegt de apostel Johannes: Wij weten, dat een ieder, die uit God geboren is, niet zondigt; want Hij (Jezus), die uit God geboren werd, bewaart hem, en de boze heeft geen vat op hem (1 Johannes 5:18). Wie als Hemelburger gaat leven, heeft nooit meer last van dat stoeien met de begeerten van deze wereld, want: de boze heeft geen vat op hem.

Wat een heerlijk aanbod van onze Heer om geheel anders te zijn! ‘Heel graag’ zeggen we, als onze blik op Hem gericht is en als we Hem willen leren kennen in al onze wegen. Laten we nu, onder de indruk van Gods aanbod, van harte ‘ja’ zeggen. En, zoals de Nieuwe Vertaling het zo mooi zegt: onze geest en ons denken voortdurend laten vernieuwen door het zoeken van Zijn nabijheid in alles.

Bijbeltekst week 2021 – 01

Want in liefde heb Ik behagen en niet in slachtoffer, in kennis van God en niet in brandoffers.

Hosea 6:6

De tafeltekst van deze week begint met: Want in liefde heb Ik behagen. Het woord ‘liefde’ heeft in het Hebreeuws een prachtige betekenis. Meestal wordt het vertaald met: goedertierenheid, verder met liefde, maar ook met gunstbewijzen, trouw, genade, vriendschap, barmhartigheid en dankbaarheid. Kortom, het woord ‘liefde’ heeft alles te maken met echt ‘leven’ met God en daardoor met elkaar.

‘Behagen hebben’ geeft uitdrukking aan de vreugde van God bij het zien van deze liefde, in de Gemeente: ‘plezier hebben in’ en ‘zich uitstrekken naar’, ‘uitzien naar’. Het geeft uitdrukking aan het verlangend uitzien van God naar deze liefde, die in de wereld om ons heen steeds meer verdwijnt, maar die het kenmerk is van het Koninkrijk van God: Hieraan zullen allen weten, dat gij discipelen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkander. (Johannes 13:35)

Deze liefde is een vrucht van de Geest (Galaten 5:22). De profeet Hosea stelt deze liefde lijnrecht tegenover ‘slachtoffer’. Het woord ‘slachtoffer’ betekent: feest van offeren . . . Wat is het verschrikkelijk als ons samenkomen, als gemeente van Christus, dus een feest van offeren is in de zin van: een vreugdevol samenzijn waarin wij iets inbrengen, onze toewijding, onze liederen die we zingen, ons luisteren naar wat er verkondigd wordt, terwijl deze ‘liefde’, waarvan de profeet spreekt, ontbreekt!

Hierbij moet ik heel sterk denken aan wat de apostel Paulus zegt in zijn brief aan de Korintiërs: Al ware het, dat ik met de tongen der mensen en der engelen sprak, maar had de liefde niet, ik ware schallend koper of een rinkelende cymbaal. Al ware het, dat ik profetische gaven had, en alle geheimenissen en alles, wat te weten is, wist, en al het geloof had, zodat ik bergen verzette, maar ik had de liefde niet, ik ware niets. Al ware het, dat ik al wat ik heb tot spijs uitdeelde, en al ware het, dat ik mijn lichaam gaf om te worden verbrand, maar had de liefde niet, het baatte mij niets. (1 Korintiërs 13:1- 3)

Het woord ‘kennis’ hebben we al heel vaak besproken. Maar toch is het goed als de rijke betekenis van het Bijbelse woord ‘kennis’ ons weer duidelijk voor ogen staat als we de tekst met elkaar opzeggen! Het woord ‘kennis’ heeft een heel andere betekenis dan ‘verworvenheden door studie’. Het heeft te maken met: ‘leren kennen’, ‘zich bewust zijn van’ (1 Kon. 2:44), ‘beseffen’ (Ex.10:7) en ‘tot erkenning komen van’ (1 Sam.3:20). Het gaat er hier dus om dat God uitziet naar mensen die Hem willen leren kennen, door Hem te erkennen en door zich bewust te zijn dat Hij er is, tot in elk detail van ons leven.

Laten we vooral ook opmerkzaam zijn dat het woord ‘slachtoffer’ in het enkelvoud staat, maar het woord ‘brandoffers’ in het meervoud. We zouden kunnen zeggen dat het bij ‘slachtoffer’ gaat om een gezindheid en bij ‘brandoffers’ om allerlei activiteiten, zoals de betekenis van het woord ook aangeeft: bezig zijn met ons te verheffen, ons op te schroeven, ons zelf doen uitstijgen boven de ander (onszelf . . .).

Als we onze tafeltekst overdenken moeten we ook telkens maar denken aan wat de profeet Jesaja zegt: Want zo zegt de Hoge en Verhevene, die in eeuwigheid troont en wiens naam de Heilige is: In den hoge en in het heilige woon Ik en bij de verbrijzelde en nederige van geest, om de geest der nederigen en het hart der verbrijzelden te doen opleven. (Jesaja 57:15)

Bijbeltekst week 2020 – 53

Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen en mijn gedachten dan uw gedachten.

Jesaja 55:9

De tafeltekst voor de komende week is heel eenvoudig. Maar wat dringt deze eenvoudige waarheid toch moeilijk tot ons door!

Het woord ‘hemel’ staat in het Hebreeuws in het meervoud: het enkelvoud bestaat gewoonweg niet. Ach ja, de hemel, de woonplaats van God, is zo onmetelijk ver verwijderd van de plek waar wij, mensen, vertoeven. En toch . . . wat kan God ons ontzagwekkend nabij zijn. Maar het woord ‘hoger’ heeft in eerste instantie niet te maken met ‘afstand’, maar met ‘anders zijn’; ‘uitstijgen boven’, ‘alles te boven gaan’, ‘onvergelijkbaar zijn’. Heel vaak wordt het woord ‘aarde’ ook gebruikt als iets wat tegenover de hemel staat.

Wat is dan toch dat ‘anders’ zijn?! Nu, dat staat in het vervolg van de tekst. Gods ‘wegen’ zijn ‘hoger’ dan, (lees) onvergelijkbaar met, onze ‘wegen’. Het woord ‘weg’ is afgeleid van een werkwoord dat ‘voortgaan’ betekent, maar tegelijk ook: de boog spannen. Dat wil dus zeggen: een doel voor ogen hebben. Gods ‘doelen’ zijn zo veel verhevener dan onze doelen.

God heeft (met de mens) zo’n totaal ander, verhevener doel, dan de mens, zonder God, ooit bedenken kan. Gods doel heeft met de eeuwigheid, met de ‘hemel’ te maken en wij stellen ‘doelen’ die vaak alleen te maken hebben met het hier en nu. Zo is het ook met onze gedachtewereld, die zo totaal anders is dan die van God. Het woord ‘gedachte’ is ook te vertalen met: plan, voornemen, ontwerp.

Gods plannen met de mens zijn zo totaal anders dan de plannen die de mens voor zichzelf ontwerpt… tenminste… als onze plannen door het tijdgebonden denken worden bepaald en niet vanuit het eeuwigheidsdenken! Paulus roept ons niet voor niets op, om ons opnieuw te laten vormen door de vernieuwing van ons denken! Dan leren we te onderkennen wat de wil van God is; het goede, welgevallige en volkomene. (Rom.12:2)

De tekst voor de komende week roept ons dus op om te breken met het plannen maken dat alleen te maken heeft met het hier en nu, zonder ons af te vragen of God soms andere, veel verhevener plannen heeft met ons aardse, tijdgebonden leven. Plannen die in het hier en nu passen, bij de eeuwige bestemming die God voor ons bereid heeft…

Bijbeltekst week 2020 – 52

Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.

Johannes 3:16

Deze keer, hoe toepasselijk in de ‘kerstmaand’, een tekst over de komst van de Messias. Deze week is de week van het Kerstfeest, en deze tekst kan ons helpen om ons voor te bereiden op dit komende feest.

De liefde waarmee God de wereld heeft liefgehad, is het beste te omschrijven met: welkom heten, gesteld zijn op. Wat is het goed om te bedenken dat God alle mensen van de hele wereld ‘welkom heet’, omdat Hij ‘op hen gesteld is’. Dat met ‘wereld’ alle mensen die op aarde leven bedoeld worden, is wel duidelijk, want het woord wereld, ‘kosmos’ in het Grieks, betekent: de bewoners van de aarde. Dit woord is afgeleid van een werkwoord wat betekent: terugkrijgen wat vroeger eigendom was.

Wat prachtig om daar over door te denken! God heet dus de mensen welkom, die voorheen Zijn eigendom waren, maar die hun eigen weg zijn gegaan. Hij roept ze terug in Zijn armen door Jezus Christus, die de verzoening tot stand heeft gebracht tussen God en ons, eigenwijze mensen. God is hierbij de grote Initiatiefnemer, want er staat dat Hij zijn Zoon gegeven heeft.

Het woord ‘zoon’ is een weids begrip in de Bijbel. Het betekent in de eerste plaats: nakomeling van mensen. Een nakomeling is iemand die lijkt op degene uit wie hij is voortgekomen. Daarom betekent ‘zoon’ vooral ook ‘beelddrager’. God heeft dus iemand gezonden op aarde die een Beeld van de Vader is:

Deze, de afstraling zijner heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen, die alle dingen draagt door het woord zijner kracht, heeft, na de reiniging der zonden tot stand gebracht te hebben, Zich gezet aan de rechterhand van de majesteit in den hoge. (Hebreeën 1:3).

Zo beschrijft de schrijver van de Hebreeënbrief onze Heer. Jezus Zelf zegt: Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien (Joh.14:9).

God heeft ons in Jezus van Nazareth de afstraling zijner heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen ‘gegeven’. Dit ‘gegeven’ is niet iets vrijblijvends, want het betekent: tot zijn voordeel iemand iets geven om in zijn belangen te voorzien.

Dan gaat onze tafeltekst verder met: opdat een ieder, die in Hem gelooft . . .  Wat heeft het werkwoord ‘geloven’ een diepe en ingrijpende betekenis. Het is heel wat anders dan ons: ‘ik geloof van wel’, want daar betekent geloven: niet zeker weten. Nee, het Bijbelse geloven betekent: ‘je vertrouwen schenken aan’, ‘je toevertrouwen aan’. Als we dit ‘geschenk’ van God gaan verstaan als iets wat veel meer is dan een ‘oplossing van een probleem’, waardoor we in de hemel kunnen komen, dan gaat Zijn aanbod zo eindeloos meer worden dan slechts een weg daar naartoe; het is een uitnodiging om verwonderd te raken van wie Hij is. Dan zullen we Hem leren kennen en daardoor worden we bereid om ons aan Hem toe te vertrouwen.

In het ons gaan toevertrouwen aan onze Here komt een radicaal einde aan het eindeloos ronddolen in ons eigen denken. Dan gaan we ervaren hoe Hij ons doet opstaan uit de verlorenheid: uit de ondergang, het verderf, de dood, de uitzichtloosheid van deze wereld en ons plaatst in het Goddelijke perspectief van ‘leven’: echt leven, genieten, fris, sterk, daadkrachtig zijn. En dat niet heel spaarzaam, zo af en toe, maar ‘eeuwig’; dit wil volgens het woordenboek zeggen: zonder begin en einde, dat wat altijd geweest is en altijd zal zijn.

Als dit gestalte gaat krijgen in ons dagelijks leven, dan zal dit kerstfeest echt het geboortefeest van Jezus worden, niet alleen voor ons, maar voor heel veel mensen om ons heen.

> Kerstfeest 2020: Waardeert u deze wekelijkse tekst en wilt u ons steunen? Dat kan met een donatie. Hartelijk bedankt!

Bijbeltekst week 2020 – 51

Ik ben als een licht in de wereld gekomen, opdat een ieder, die in Mij gelooft, niet in de duisternis blijve. 

Johannes 12:46

We bereiden ons voor op het Kerstfeest. Naarmate het licht van God onze harten doordringt, gaan we beseffen hoe we vervreemd zijn van de grote vreugde waarmee de engelen de geboorte van Jezus, in de stal van Bethlehem, aan de herders aangekondigd hebben. Het was alsof een ingehouden adem eindelijk werd uitgeblazen: Hoe lang hebben de overheden en machten in de Hemelse gewesten uitgezien naar dit moment. En zij niet alleen!

De grote profeet Jesaja heeft, ruim 600 jaren voor de engelen hun lied zongen in Efrata’s velden, hier hartverwarmende woorden over gesproken:

Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst (Jesaja 9:6).

Ook Simeon verwachtte in Jeruzalem de vertroosting van Israël. Hoe kwam het dat hij die vertroosting verwachtte? De Heilige Geest had hem gezegd dat hij niet zou sterven, voordat hij de Heiland der wereld zou hebben gezien.

En hem was door de Heilige Geest een godsspraak gegeven, dat hij de dood niet zou zien, eer hij de Christus des Heren gezien had. (Lucas 2:26)

Simeon leefde toe naar het ogenblik dat deze belofte zou uitkomen. Hij legde deze ‘Godsspraak’ niet achteloos naast zich neer. Nee, hij zag uit naar deze, voor hem zo belangrijke, gebeurtenis.
Simeon wist dat hij, als hij eenmaal de Christus gezien had, zou sterven. Toen Simeon het kindje Jezus in zijn armen had, loofde hij God:

‘Nu laat Gij, Here, Uw dienstknecht gaan in vrede, naar uw woord, want mijn ogen hebben Uw heil gezien’ (Lucas 2:29).

God heeft dit heil bereid voor alle volken. Dit heil, Jezus Christus, de Here, is een Licht voor hen die in het duister wandelen. Een Licht, een grote Troost, een heilige Zekerheid, dat hun schuld is weggenomen. Want Jezus is het volmaakte Lam dat de zonde wegneemt van allen, die op Hem hun hoop gevestigd hebben.

Abonneer je op de weektekst

Voer je e-mailadres in om wekelijks de bijbeltekst te ontvangen.

Voeg je bij 116 andere abonnees

Archief