Wekelijkse bijbeltekst

Bijbeltekst week 2020 – 22 (Voorbereiding op Pinksteren)

Komend weekend vieren we het Pinksterfeest. Pinksteren is de afsluiting van het Paasfeest. Tijdens ons Pinksterfeest gedenken wij, dat wij door de komst van de Heilige Geest een toerusting hebben gekregen om Zijn getuigen te zijn in de wereld waarin wij nu leven.

Maar de ure komt en is nu, dat de waarachtige aanbidders de Vader aanbidden zullen in geest en in waarheid, want de Vader zoekt zulke aanbidders.

 Johannes 4:23

Deze woorden van Jezus zullen we overdenken tijdens deze week. Jezus had een gesprek met een Samaritaanse vrouw die op het heetst van de dag water kwam putten. Zij deed dat, omdat niemand zin had, althans overdag, om contact met haar te hebben. Maar Jezus vraagt haar om hulp: ‘Geef Mij te drinken’.

In het gesprek dat dan op gang komt blijkt dat deze vrouw, door de fatsoenlijke mensen van Samaria verworpen, een gelovige is: De vrouw zeide tot Hem: Here, ik zie, dat Gij een profeet zijt. Onze vaderen hebben op deze berg aangebeden en gijlieden zegt, dat te Jeruzalem de plaats is, waar men moet aanbidden. (Joh.4:19,20)

Zijn er onder ons nog mensen die ‘zien’ dat iemand een profeet is?! Een profeet is iemand die, bewogen door de Geest van God, de mensen bekendmaakt wat hij door inspiratie ontvangen heeft. Omdat deze vrouw in de man die tot haar spreekt een profeet ziet, maakt zij er meteen gebruik van om een vraag te stellen die voor haar heel belangrijk is: Onze vaderen hebben op deze berg aangebeden en gijlieden zegt, dat te Jeruzalem de plaats is, waar men moet aanbidden.

Een gebedsplaats was in die tijd vaak een synagoge of, als die er niet was, slechts een plaats in de open lucht, buiten het rumoer van de stad, waar men gewend was om in alle rust te bidden. Voor veel mensen was toen, en is ook nu de plek, de entourage, belangrijker dan de gezindheid om te bidden; dat bleek uit de vraag van deze gelovige vrouw.

En dan geeft Jezus dit rijke en leerzame antwoord aan haar en aan allen die God ernstig zoeken: maar de ure komt en is nu, dat de waarachtige aanbidders de Vader aanbidden zullen in geest en in waarheid; want de Vader zoekt zulke aanbidders.

Door de komst van Jezus is er een nieuwe tijd aangebroken. Gebed zal niet langer slechts een ritueel gebeuren zijn. Vanaf nu is de tijd aangebroken dat gebed een echt gesprek is met de levende God: waarachtige bidders zijn mensen die God om antwoord vragen.

Het woord ‘waarachtig’ betekent: tegengesteld aan wat verzonnen, nagemaakt, denkbeeldig of voorgewend is. Vandaar dat de apostel Petrus zegt: Het einde aller dingen is nabijgekomen. Komt dus tot bezinning en wordt nuchter, opdat gij kunt bidden. (1 Petrus 4:7)

Wie in geest en waarheid God leert aanbidden, komt tot het besef dat het einde aller dingen nabijgekomen is.

Wat hebben wij het dan nodig dat het Pinkstergebeuren ons leven weer gaat vervullen, opdat Gods Geest woning kan maken in onze harten. Dan dringt de liefde van Christus ons, nu het nog kan, met alle zegen die wij ontvangen hebben onze naasten te zegenen, te dienen en mee te nemen naar Jezus toe.

Inleiding op Pinksteren 2020

Pinksteren 2020

Inleiding

Net zoals het Paasfeest, is ook het Pinksterfeest van oorsprong een feest vanuit het Oude Testament. Het is één van de drie grote feesten die de Israëlieten ieder jaar moesten houden voor Gods aangezicht, namelijk het Paasfeest, het Pinksterfeest en het Loofhuttenfeest. In Exodus 23:17 staat hierover vermeld: Driemaal in het jaar zullen al uw mannen voor het aangezicht van de Here HERE verschijnen.

Pinksterfeest is de Griekse naam voor het feest en betekent letterlijk ‘vijftigste’. In Leviticus staat hierover geschreven: Dan zult gij tellen van de dag na de (paas)sabbat, … zeven volle weken zullen het zijn; tot de dag na de zevende sabbat zult gij tellen, vijftig dagen. (Lev.23:15, 16). In het Hebreeuws wordt dit feest het ‘Feest der Weken’ genoemd: Het feest der weken, der eerstelingen van de tarwe-oogst zult gij vieren, …(Exodus 34:22). Men noemt dit ook wel het ‘Slotfeest’.

Pasen en Pinksteren horen dus duidelijk bij elkaar; Pinksteren is de afsluiting van het Paasfeest. In Exodus 23:14 staat: Driemaal in het jaar zult gij Mij een feest houden. En in Exodus 23:16 wordt hierover genoemd: Ook het feest van de oogst, der eerstelingen van uw vruchten, die gij op de akker zaaien zult. Een andere naam voor het Pinksterfeest is Oogstfeest, omdat dan het eerste graan (gerst) werd geoogst.

Dit alles is weer een prachtig beeld van wat God ons geschonken heeft in Jezus Christus, onze Here. Op Goede Vrijdag stierf Hij voor onze zonden aan het kruis, op Paasmorgen stond Hij op uit de doden en op de Pinksterdag werd ‘de eerste oogst’ binnengehaald!

In Handelingen 2:41-47 wordt hier over geschreven:  Zij dan, die zijn woord aanvaardden, lieten zich dopen en op die dag werden ongeveer drieduizend zielen toegevoegd. En zij bleven volharden bij het onderwijs der apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden. En er kwam vrees over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen. En allen, die tot het geloof gekomen en bijeen vergaderd waren, hadden alles gemeenschappelijk; en telkens waren er, die hun bezittingen en have verkochten en ze uitdeelden aan allen, die er behoefte aan hadden; en voortdurend waren zij elke dag eendrachtig in de tempel, braken het brood aan huis en gebruikten hun maaltijden met blijdschap en eenvoud des harten, en zij loofden God en stonden in de gunst bij het gehele volk.

En de Here voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden werden.

Tijdens ons Pinksterfeest gedenken wij dat wij door de komst van de Heilige Geest een toerusting hebben gekregen om Zijn getuigen te zijn, zodat door ons leven heen nog velen toegevoegd kunnen worden aan ‘de kring van hen die behouden worden’: de Gemeente van Christus.

Bijbeltekst week 2020 – 21

Deze week vieren we de Hemelvaart van Jezus.

Jezus heeft gezegd: “Het is beter voor u dat Ik heenga. Want indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden” (Joh.16:7).

In de uitleg van de tafeltekst van deze week wordt ook gesproken over de Heilige Geest (de Trooster).

Jezus kon maar op één plek tegelijk zijn, maar de Heilige Geest wil woning maken in de harten van alle mensen! Jezus ging terug naar de Hemel, naar de Vader, om dit te bewerkstelligen. Daarom is het vieren van de Hemelvaart van Jezus een goede voorbereiding voor het naderende Pinksterfeest!

Wees niet bevreesd, gij klein kuddeke! Want het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te geven.

Lukas 12:32

Het is voor ons, Hollanders, een voorrecht dat de meesten van ons wel eens een schaapherder met z’n kudde over de heide hebben zien zwalken.

Maar toch missen we vaak precies datgene wat zo belangrijk is om te verstaan waarom de Gemeente van Christus in de Bijbel vaak met een kudde schapen wordt vergeleken. Schapen zijn heel volgzame dieren, erg afhankelijk van de herder . . .  Maar ook voor schapen is het belangrijk, dat zij een vertrouwde relatie met de herder hebben, want, zo vertelt Jezus ons: …; maar een vreemde zullen zij voorzeker niet volgen, doch zij zullen van hem weglopen, omdat zij de stem der vreemden niet kennen (Johannes 10:5).

Als Jezus, hier in onze tafeltekst, spreekt van ‘gij klein kuddeke’, dan heeft Hij het dus tegen mensen, die Zijn stem weten te herkennen, omdat zij hebben leren luisteren naar Zijn stem: Mijn schapen horen naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij, … (Johannes 10:27). Het kleine kuddeke van Jezus bestaat dus niet uit mensen, die wel geloven dat Jezus voor de zonde van de hele wereld gestorven is: …; en Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld (1 Johannes 2:2).

Nee, als Jezus het heeft over ‘gij klein kuddeke’, dan spreekt hij tot mensen, die door te luisteren naar Zijn stem, Hem herkennen te midden van alle, misschien wel nog zo vrome, geluiden die te horen zijn in deze wereld. Dit kan alleen als we ons laten leiden door Zijn Geest, die Jezus ons beloofd heeft tijdens zijn afscheidswoorden: Maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt (Hand.1:8).  

En dat dit kuddeke in het laatste uur maar heel klein zal zijn heeft Jezus destijds al voorzien: Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde? (Lukas 18:8).

Waar we, door vele beproevingen heen, leren om weer naar Zijn stem te luisteren, daar gaan we beseffen tot Zijn klein kuddeke te behoren. Maar, al is dat kuddeke nog zo klein, tegen deze ‘schapen’ zegt Jezus dus: Wees niet bevreesd, gij klein kuddeke!  Dit ‘bevreesd’ zijn houdt in: bang, angstig zijn, door schrik bevangen zijn, bang zijn om  (d.w.z. aarzelen) iets te doen (uit vrees voor schade).

De profeet Daniël zegt …, maar het volk dat zijn God kent, zal sterk zijn en daden doen (Daniël 11:32). Wonderlijk is het toch eigenlijk, dat dit ‘kleine kuddeke’ en ‘het volk dat zijn God kent’ dezelfde mensen zijn. Want Daniël heeft het niet over mensen die veel kennis vergaard hebben over God, maar over mensen, die leerlingen van de Allerhoogste willen zijn, door te luisteren naar Zijn Stem.

Jezus zegt in onze tafeltekst ongeveer hetzelfde als Daniël, namelijk dat, aan allen die naar Zijn Stem leren luisteren, Zijn Koninkrijk is toevertrouwd en dus dat zij – in alle zwakheid – sterk zullen zijn en daden doen …

Bijbeltekst week 2020 – 20

God zegent ons, opdat alle einden der aarde Hem vrezen.

 Psalm 67:8

De tafeltekst voor de komende week is een woord uit de Psalmen. Deze psalm, waarschijnlijk geschreven door koning David, is geschreven als een ‘danklied voor de oogst’. De inhoud van deze psalm lijkt duidelijker, als we de laatste drie verzen bij elkaar lezen en dan wel in een andere volgorde: 7,8 en 6

  • 7. De aarde gaf haar gewas, God, onze God, zegent ons;
  • 8. God zegent ons, opdat alle einden der aarde Hem vrezen.
  • 6. Dat de volken U loven, o God, dat de volken altegader U loven.

Het doel van de zegen die God ons schenkt, is niet in de eerste plaats dat wij voorspoedig zijn. Maar dat we door deze zegen van God leren om Hem te vrezen: het hebben van diepe eerbied en kinderlijk ontzag voor Hem, Die ons schiep en voor ons zorgt. In het Bijbelboek Spreuken schrijft koning Salomo over deze vrees:

Laat je hart … heel de dag blijven in de vreze des HEEREN. Want juist dan is er toekomst, en wordt je hoop niet afgesneden (Spr.23:17 HSV).

De profeet Jesaja profeteert over de Messias: En op hem zal de Geest des HEREN rusten, de Geest van wijsheid en verstand, de Geest van raad en sterkte, de Geest van kennis en vreze des HEREN; ja, zijn lust zal zijn in de vreze des HEREN (Jes. 11:2,3).

Vrees voor God is geen angst, maar vol aanbidding verrukt zijn van Vader. Dit krijgt gestalte in ons leven door beproeving en strijd. Als we bang zijn voor God, dan proberen we Hem te ontlopen, maar als we met ontzag vervuld zijn, dan willen we Hem kennen in al onze wegen, opdat Hij onze paden recht zal maken. Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken (Spr.3:6)In Handelingen wordt van de gemeente getuigd: De gemeente dan door geheel Judea, Galilea en Samaria had vrede; zij werd opgebouwd en wandelde in de vreze des Heren (Hand.9:31).

Als deze vreze des HEREN werkelijkheid wordt in ons leven, dan gaan we misschien ook iets beleven van het geheimenis van deze psalm uit onze tafeltekst. Om dit geheimenis duidelijk te maken, onderstrepen we even een gedeelte uit deze drie verzen: God, onze God, zegent ons, opdat alle einden der aarde Hem vrezen. We zouden het tweede gedeelte: opdat alle einden der aarde Hem vrezen, ook kunnen vertalen met: opdat er niemand op aarde zal zijn die Hem niet vreest.

De zegen van God die ons ten deel valt, moet dus verder reiken dan ons eigen leven. Daarom is het goed om de bede (van David) in ons hart over te nemen: 6. Dat de volken U loven, o God, dat de volken altegader U loven. Het woord ‘altegader’ past niet meer in onze taalbeleving. Het betekent gewoon ‘al’ of ‘alle’ en over het woordje ‘volk’ hoeven we ook niet zo weids te denken. Het Hebreeuwse woord hiervoor wordt ook vaak vertaald met: mensen of familie (zie bijv. 2 Koningen.4:13).

Zo mogen de mensen die wij ontmoeten, getuigen zijn van de verwondering en dankbaarheid aan onze hemelse Vader, voor de ons geschonken zegen; opdat alle einden der aarde Hem vrezen.

 

 

 

Bijbeltekst week 2020 – 19

De wereld gaat voorbij en haar begeren, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.

1 Johannes 2:17

Door de schokkende gebeurtenissen in de wereld moet de tekst van deze week ons wel bijzonder aanspreken! Angst grijpt ons allen aan: waar gaat het toch heen?! Hoe indrukwekkend staat onze tafeltekst hier tegenover: De wereld gaat voorbij.

Of onderstrepen deze woorden juist het actuele gebeuren? De ondergang van onze beschaving staat voor de deur. Wat een rust geven deze woorden van de apostel Johannes, als we beseffen dat hij dit tweeduizend jaar geleden schreef. Waar zal hij aan gedacht hebben toen hij deze woorden schreef, wat zal hij hebben gezien? Veel belangrijker is het voor ons om te mogen verstaan, wat God ons nu wil zeggen als we deze tweeduizend jaar oude woorden tot ons laten doordringen, als we ze biddend opzeggen.

Als Johannes het over de ‘wereld’ heeft, dan gebruikt hij het Griekse woord ‘kosmos’. Dit kan hier vertaald worden met: de mensheid. Maar ook, zoals het woordenboek ons vertelt, met: het geheel van aardse goederen, rijkdommen, voordelen, genietingen, enz. Hoewel deze aardse goederen in feite hol, zwak en voorbijgaand zijn, wekken ze het begeren op, leiden van God af en zijn hinderpalen voor de zaak van Christus. Deze laatste uitleg van het woord ‘kosmos’ willen we graag onderstrepen. Voor ons betekenen de woorden van Johannes dat al het ‘tijdgebondene’, wat ons zo verschrikkelijk van de zaak van Christus afleidt, voorbij gaat. Je zou dit ‘voorbij gaan’ ook kunnen vertalen met: er aan voorbij gaan, misleiden of verleiden.

Als Mozes aan Israël Gods geboden geeft, dan leert hij hun ook: ‘gij zult niet begeren’… We weten allemaal in ons leven wat een macht het ‘begeren’ heeft. Maar we mogen ook merken dat, in de groeiende liefde van en voor Jezus, het begeren, in welke vorm dan ook, wegsmelt als sneeuw voor de zon. Alleen als we dit wonder ervaren in ons eigen leven, gaan we verstaan wat Johannes tijdloos bedoelde met: En de wereld gaat voorbij en haar begeren. Dit is een heilig verstaan van de woorden van God.

Het geheimenis, om tot dit verstaan te komen, staat in het vervolg: maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid. Helaas blijft voor velen dit geheimenis een verborgenheid. Want: wat zal Johannes bedoeld hebben met: de wil van God doen? Allereerst: wat is de wil van God? In het Griekse woordenboek vinden we o.a. als vertaling van dit woord:

  • 1) wat iemand wenst of besloten heeft te doen
  • 1b) wat God verlangt dat door ons gedaan moet worden…

Wat prachtig dat er niet staat: wat God eist dat door ons gedaan moet worden…

Alleen in de innige wandel met de Here, gaan we iets verstaan van dat diepe, respectvolle verlangen van God. Het is dus uit liefde tot Hem dat we gaan wensen, en uiteindelijk zelfs besluiten om te gaan DOEN wat Hij verlangt dat we zullen doen. Dit is het werk van Gods Geest aan de harten van mensen die naar God Zelf vragen.

Zo kan God verloren mensen maken tot hemelburgers. En het hoeft toch echt geen uitleg, dat hemelburgers tot in eeuwigheid ‘blijven’: aanwezig blijven, voortdurend vastgehouden worden.

Bijbeltekst week 2020 – 18

Wij danken God altijd om u allen, wanneer wij u gedenken bij onze gebeden.

1 Tessalonicenzen 1:2

Als we de tafeltekst van deze week goed tot ons door laten dringen, dan vragen we ons af of deze tekst wel geschikt is als tafeltekst… Maar waarom zou niet juist als we aan tafel gaan, een gelegenheid tot gebed zijn. Moet je je voorstellen wat Paulus hier eigenlijk zegt: Telkens als wij u gedenken in onze gebeden. Eigenlijk zegt hij letterlijk: U gedenkende in onze gebeden.

Allereerst iets over: onze gebeden. Voor ‘gebed’ worden in het Nieuwe Testament veel woorden gebruikt. Het meest komt voor een woord dat de betekenis heeft van: ontmoeting, samenspreking (met God). In zo’n gebed worden zaken duidelijker door Gods onderwijzingen.

Maar in onze tafeltekst wordt een woord gebruikt, waar het accent meer ligt op: het samen komen voor Gods aangezicht voor een bepaalde zaak, b.v.: Uw Koninkrijk kome. Het is zoiets als: samenkomen om iets aan God voor te leggen. Dit woord wordt niet alleen vertaald met ‘gebed’ maar ook voor het aanduiden van de plaats die apart is gezet om te bidden. Vaak een plaats in de open lucht, in ieder geval een stil plekje. Als in de Bijbel dit woord gebruikt wordt voor de Joden, die te gering in aantal waren om een echte Synagoge te bouwen, of waar de vrouwen graag apart samen kwamen voor gebed, dan wordt dat meestal vertaald met ‘gebedsplaats’.

Wij zouden ook een gelegenheid, een plek moeten hebben, waar we bewust samen komen (gezamenlijk, eendrachtig), om bepaalde belangrijke zaken aan God voor te leggen, voorbede te doen. Paulus zegt dat, als zij, een groep gelovigen dus, bijeenkomen om God bepaalde zaken voor te leggen, om voorbede te doen, zij God ‘danken’.

Wat beleven wij eigenlijk, als we God voor iemand of voor een groep mensen ‘danken’? Het werkwoord dat Paulus hier gebruikt, beeldt een innige band uit: blij zijn met het feit dat we ons met elkaar verbonden weten in en door onze Heer. Het wonderlijke is dat dit niet inhoudt dat we blij zijn dat we zo veel aan elkaar hebben, maar dat we er voor elkaar mogen zíjn. Want dit werkwoord houdt ook in: de instelling om iemand in een gevaarlijke situatie te beschermen.

Nu zijn we, zoals de Bijbel ons leert, voortdurend in een gevaarlijke situatie, want Petrus zegt: Wordt nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden (1 Petrus 5:8). In dit besef willen zij daarom de Gemeente te Tessalonica ‘gedenken’. Dat betekent: tijd ervoor nemen om aan hen te denken, opmerkzaam te zijn, te waken over.

Paulus zegt hier dus zoiets als dat zij, telkens wanneer zij samenkomen op een plaats van gebed, hun aandacht wijden aan, opmerkzaam zijn op de gemeente te Tessalonica. En dat zij dan een dankbaar gevoel krijgen, dat God hen in de gelegenheid gesteld heeft om in de bres te staan voor deze mensen, hen voortdurend ‘de voeten te willen wassen’ (Joh.13:14,15), zodat de boze geen vat op hen kan hebben.

Als we zo onze tafeltekst deze week biddend opzeggen, dan bidden we dus om een waakzame ziel voor elkaar en voor allen die allerwegen de Naam van onze Here Jezus aanroepen. Dan staan we open voor het ontvangen van een waakzaam priesterhart…

Bijbeltekst week 2020 – 17

Zie, Ik, de HERE, ben de God van al wat leeft; zou voor Mij iets te wonderlijk zijn? 

Jeremia 32: 27

De tafeltekst van deze week begint met: ‘Zie’. In het Hebreeuws staat daar een aanwijzend voornaamwoord. Dit woord kan op veel manieren vertaald worden. Inderdaad het meest met ‘zie’. Maar het wordt ook vertaald met: ‘Zie, hier ben Ik’. Leuk om het even zo te vertalen: Zie, hier ben Ik, Ik, die er altijd voor jullie wil zijn, ben het hoogste gezag over alle vlees…  Maar dit Hebreeuwse woord, waar de tekst mee begint kan ook vertaald worden met: ‘zo, indien’. Dan wordt de vertaling: ‘Indien Ik, de HERE (Degene die er altijd voor jullie zal zijn), de God (hoogste gezag) ben over alle vlees, zou voor Mij dan iets te wonderlijk zijn?’

En dan nu het woord ‘wonderlijk’. In het algemeen wordt dit Hebreeuwse woord vertaald met ‘wonderlijk’, maar het is een werkwoord, dat vertaald kan worden met: ‘te moeilijk, onmogelijk lijken, iemands macht te boven gaan, moeilijk te doen zijn’. Hiermee wordt natuurlijk ook heel duidelijk betekenis gegeven aan ‘wonderlijk’. Want alles wat onze macht te boven gaat is wonderlijk!

Als we dit alles overdenken dan kunnen we onze tafeltekst dus ook zo vertalen: ‘Zie, hier ben Ik, Ik, Degene die er altijd voor jullie wil zijn (HERE), Ik ben het hoogste gezag (Elohim) over alles wat vlees (tijdgebonden) is; zou er voor Mij iets kunnen zijn, dat Mijn macht te boven zou gaan (Ik niet zou kunnen volbrengen)?’

De tafeltekst van de komende week is Gods antwoord op het gebed van Jeremia, dat we heel beslist moeten lezen voor we aan onze tafeltekst gaan beginnen! Het gebed van Jeremia begint met vers 17: Ach, Here HERE, zie, Gij hebt de hemel en de aarde gemaakt door uw grote kracht en uw uitgestrekte arm; niets zou te wonderlijk zijn voor U.

Jeremia twijfelt geen moment aan de almacht van God. Hoe dat komt? Omdat Jeremia’s leven bepaald wordt door het handelen van God. In zijn gebed tot God stelt hij zich al de daden van God voor ogen, vanaf de schepping tot op de dag van vandaag: vers 17 – 22. En dan komt de belijdenis van Jeremia voor het hele volk:

(Jeremia 32:23) maar toen zij gekomen waren en het in bezit genomen hadden, hoorden zij niet naar uw stem en wandelden niet naar uw wet; zij deden niets van alles wat Gij hun geboden hadt te doen; daarom hebt Gij al deze rampspoed over hen gebracht. Zie, de wallen zijn tot aan de stad gekomen om die in te nemen, en de stad is gegeven in de macht van de Chaldeeën die tegen haar strijden, door het zwaard, de honger en de pest; ja, wat Gij gesproken hebt, is geschied; en zie, Gij aanschouwt het.

En terwijl alles geschied is, zoals God eertijds gesproken had (Deut.28 – 30), spreekt God tot Jeremia, die, terwijl heel Israël ontrouw werd, trouw is gebleven aan zijn God: (Jeremia 32:25) Toch hebt Gij zelf tot mij gezegd, Here HERE: Koop u de akker voor de prijs en laat het door getuigen bekrachtigen, terwijl de stad in de macht der Chaldeeën is gegeven!

Ja, God spreekt tot de zijnen, ook al staat de hele wereld met de rug naar God gekeerd; ook in deze tijd geldt dan dit troostvolle woord van de Eeuwige tot Jeremia, voor ons. Wat een zegen zal het zijn als we de komende week in deze gezindheid onze tafeltekst ‘nuttigen’!

Bijbeltekst week 2020 – 16

Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen.

Johannes 15:5

Wat een prachtige tekst voor deze week. Jezus vergelijkt Zich hier met een wijnstok en degenen die van Hem zijn met de ranken, om daarmee uit te drukken hoe nauw de relatie tussen Hem en ons moet zijn. Even daarvoor heeft Hij dit beeld ook gebruikt, maar dan in relatie tot onze hemelse Vader: Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de landman. Toch is het beeld dat Hij in het eerste vers gebruikt anders dan in het vijfde. In onze tafeltekst voor deze week splitst Hij de wijnstok op in de wortelstam en de ranken, maar in het eerste vers doelt Hij op de hele plant.

Het is goed om te luisteren naar wat Jezus in de eerste verzen zegt, willen we de tekst voor deze week beter begrijpen: Let op wat de Landman (onze hemelse Vader) doet. Hij bekijkt elke rank met grote aandacht. Als Hij ziet, dat er geen vruchten komen aan de rank, dan neemt Hij die tak weg, omdat deze tak niet beantwoordt aan het doel. Want het gaat bij de Landman niet om de ranken maar om de vruchten. Daarom schenkt Hij alle aandacht aan de ranken die wel vrucht dragen.

Vanaf het eerste begin let Hij er op in vreugdevolle zorg, dat de vruchtbare ranken alles krijgen wat ze nodig hebben: lucht, zonlicht; en verder neemt Hij van deze vruchtbare ranken alles weg wat te veel is voor de volle ontwikkeling van de vruchten. Dan bloedt de rank misschien wel even en wellicht begrijpt de rank niet waarom die prachtige zijtakken worden afgeknipt…

Nu de tekst voor deze week:

Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen.

Hierin vertelt Jezus hoe het komt dat er takken zijn die veel vrucht dragen. Heel eenvoudig omdat een tak, die niet volledig en gezond met Hem verbonden is, nooit vrucht kan dragen. Er kunnen wel bloesems aan komen, heel veelbelovend, maar na de bloei blijft er niets over. Zo kunnen ook wij geen vrucht dragen voor Jezus, als wij niet als een rank verbonden blijven met de wijnstok. Evenals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, zo kunnen ook wij geen vrucht dragen voor het Koninkrijk, als het leven van Jezus niet door ons heen stroomt!

Als dit tot ons doordringt, wat zullen we dan, bij het lezen van de tekst van deze week, bereid worden om met vreugde en verwondering het snoeimes van de Landman, in ons leven van iedere dag, toe te laten. Omdat het snoeimes van Hem in ons leven een teken is, dat we echt met Jezus verbonden zijn, zoals de rank met de wijnstok. Daarom mogen we vol vertrouwen in de Landman, uitzien naar de vruchten, die heel zeker niet zullen uitblijven.

Bijbeltekst week 2020 – 15 (week voor Pasen)

Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen … En houd dit voor ogen: Ik ben met  jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.

Mattheüs 28:19a,20

Deze tafeltekst is een goede voorbereiding op het komende Paasfeest.

‘Ga dus op weg’, zei Jezus tegen Zijn discipelen. Waar slaat dat woordje ‘dus’ op? Op datgene wat Hij aan deze woorden vooraf liet gaan: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde.’ Wat een troost in deze tijd! De apostel Paulus zegt het, vele jaren later, op een andere manier: En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis. Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader (Filippenzen 2:8-11).

Hoe kunnen we de vrijdag dat Jezus stierf aan dat kruis ‘Goede Vrijdag’ noemen, als we niet met hart en ziel beleven dat Hij uit de dood is opgestaan? Dat kunnen we alleen van harte geloven als Hij Zelf ons, tot onze verwondering, doet ervaren, van dag tot dag, dat Hij met ons is. Maar ook dat is niet voldoende om mee ‘op weg te gaan’. Nee, het is echt niet voldoende het iedere dag tot onze verwondering te beleven dat Hij met ons is … Dat doet ons niet onderweg gaan, onderweg naar iets toe dat zeker komen gaat.

Jezus belooft ons niet alleen dat Hij elke dag er weer voor ons zal zijn, maar Hij belooft dat Hij met ons zal zijn tot aan de voleinding van deze wereld. Deze huidige wereld is hard onderweg om zichzelf te vernietigen, omdat de mensen alleen nog maar geloven in zichzelf, en krampachtig trachten voor alle problemen zelf een oplossing te vinden.

Het mensdom is het wezenlijke van de Paasboodschap kwijtgeraakt door de verafgoding van het hier en nu. Waar is nog de onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan God te vinden? Ja, bij onze uit de dood verrezen Heiland! En Hij spreekt niet alleen over de voltooiing van deze wereld, maar Hij richt ons op wat daarna zal komen: Jezus werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis. Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader.

Onze levende Heer komt terug op aarde en allen die de ondergang van de huidige wereld overleefd hebben, zullen daar getuigen van zijn. Daarom is het Paasfeest het feest van ‘leven uit de dood’ voor ieder mens die aan de Paasboodschap gehoor heeft gegeven. Daarom klinkt ook voor ons, meer dan ooit, de boodschap: ‘Ga dus op weg en maak al de volken tot mijn leerlingen. ‘ Dit is een voor ons onmogelijke opdracht. Maar onze Heer heeft uitdrukkelijk gezegd: ‘Wat bij de mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God’ (Lukas 18:27).

Daarom zal het voor iedereen, die nu de Paasboodschap serieus neemt, straks ook echt Pinksteren worden: maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde (Handelingen 1:8).

En besef het goed; wie deze woorden serieus neemt, begint eenvoudig in het eigen ‘Jeruzalem’ …

Bijbeltekst week 2020 – 14 (voorbereiding voor Pasen)

Voorbereiding voor Pasen

Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is.

Filippenzen 2:5,6 en 7

In deze voorbereidingstijd naar Pasen toe, staan we stil bij een tekst uit de brief van Paulus aan de gemeente te Filippi; een tekst over de gezindheid van Jezus.

Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was’.

Wat is het een indrukwekkende uitnodiging voor ons allemaal om in de voetstappen van onze Heer te mogen gaan. Zijn als Hij in deze wereld, zoals de apostel Johannes het ons zegt: Hierin is de liefde bij ons volmaakt geworden, dat wij vrijmoedigheid hebben op de dag des oordeels, want gelijk Hij is, zijn ook wij in deze wereld (1 Joh.4:17).

Ja, onze tafeltekst roept ons op om in de gezindheid van een volmaakte liefde, in deze wereld, te leven voor alle mensen om ons heen. God wil dat alle mensen behouden worden zegt de Schrift: God, onze Heiland, die wil, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen (1 Tim. 2:3,4).

Als wij God gaan lief krijgen met heel ons hart en met heel onze ziel en met geheel onze kracht, zoals Mozes het volk Israël leerde (Deut. 6:5), dan kunnen we het niet langer verdragen dat onze naasten geen deel hebben aan de behoudenis die in Christus is. Trouwens, dat is toch ook de centrale boodschap van Christus opstanding?

Niet hoog verheven, maar de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, . . .

Dat beeldt die wonderlijke gezindheid op zo’n schitterende wijze uit. Als de rijke inhoud van onze tafeltekst tot ons gaat doordringen, dan wordt het Paasfeest dit jaar een feest van ‘leven uit de dood’, een feest waarin deze goddelijke gezindheid gestalte mag gaan krijgen in ons leven. Hierdoor gaat ons leven werkelijk vruchtdragend worden voor Zijn komende Rijk.

En als we ons daadwerkelijk laten bepalen door deze Bijbeltekst, over de gezindheid van Jezus, kan het wonder gaan gebeuren dat we niet langer zelfgenoegzaam verder kunnen leven. En dat we ons wakker laten schudden en gaan roepen tot God om ontferming en verlossing van onze eigen manier van denken en leven. Dan gaan we echt vragen om een  ‘hervorming’ van ons denken. Een denken, verlost van de macht van de ‘wereldgeesten’, bepaald door de Geest der Waarheid, waarvan Jezus zegt: doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen (Joh.16:13).

Door Gods Geest gericht op Zijn toekomst, zullen we dan … de waarheid gaan verstaan, en de waarheid zal ons vrijmaken (Joh.8:32). Wat mogen we ernaar uitzien om, ook in deze  tijd, waarin alle aardse zekerheden wegvallen, ons te laten vormen tot dat ‘normale’ geloofsleven, waarin Jezus ons is voorgegaan en waar onze tafeltekst zo onomwonden over spreekt.

Bijbeltekst week 2020 – 13

HERE, des morgens hoort Gij mijn stem, des morgens leg ik het U voor, en zie uit.

Psalm 5:4

Wie denkt dat de tafeltekst van deze week een uitdrukking is van een verlangen om de dag altijd met God te beginnen, moet maar eerst de hele psalm aandachtig lezen. David is in nood, hij kan ‘s nachts niet slapen. Het is zoals het in de volgende psalm staat:

Psalm 6:7  Ik ben afgemat van mijn zuchten; elke nacht doorweek ik mijn sponde, doe ik mijn bed van tranen vloeien.

Maar David steekt zijn nood niet onder stoelen of banken; hij beschrijft zijn nood in een lied en geeft de opdracht aan het hele volk om dit lied, deze psalm voor Gods aangezicht biddend te zingen:

Psalm 5:1  Voor de koorleider. Bij fluitspel. Een psalm van David.

Wat de nood van David is staat duidelijk beschreven in deze verdere psalm:

  • 5:  Want Gij zijt geen God, aan wie goddeloosheid behaagt, geen boze zal bij U vertoeven;
  • 6:  de verdwaasden houden geen stand voor uw ogen, Gij haat alle bedrijvers van ongerechtigheid;
  • 7:  Gij richt te gronde de leugensprekers, de HERE verafschuwt de man van bloed en bedrog.

David weet wat de gezindheid is van de wereld die hem omringt, maar hij weet ook wat er gebeurt als God zich over de mens ontfermt:

  • 8:  Maar ik zal, dank zij uw grote goedertierenheid, uw huis binnengaan, mij neder buigen naar uw heilige tempel in vreze voor U.
  • 9:  HERE, leid mij door uw gerechtigheid om mijner belagers wil; effen uw weg voor mijn aangezicht.

David heeft de nood van de wereld om zich heen voor ogen als hij onze (tafel)tekst uitspreekt voor Gods aangezicht. Als wij bereid zijn om gedurende deze week in dezelfde gezindheid deze woorden voor Gods aangezicht uit te spreken, zal ons oog meer dan ooit hoopvol, verwachtingsvol gericht zijn op wat God – misschien wel door ons heen – zal gaan doen in de wereld om ons heen.

Hij wil dat wij betrokken willen zijn bij Zijn handelen in de wereld om ons heen, met een priesterlijk en bereidvaardig hart. Daarom mag, niet alleen deze week, maar iedere dag van ons leven zó bepaald zijn door:

HERE, des morgens hoort Gij mijn stem, des morgens leg ik het U voor, en zie uit.

Bijbeltekst week 2020 – 12

Zo zegt de HERE: De wijze roeme niet op zijn wijsheid, en de sterke roeme niet op zijn kracht, de rijke roeme niet op zijn rijkdom, maar wie roemen wil, roeme hierin, dat hij verstaat en Mij kent.    

Jeremia 9: 23,24

De tekst van deze week begint met: Zo spreekt de HERE. Als we deze woorden goed willen verstaan, is het goed om de klemtoon te leggen op HERE. Dit houdt dan in dat God anders spreekt dan wíj gewend zijn te doen. Wij zouden zeggen: De wijze roeme in zijn wijsheid, etc..

Het werkwoord ‘roemen’ wordt ook wel gebruikt als ‘dwaas zijn’. Dat is ook wel begrijpelijk. Want we zien het mensdom steeds dwazer worden waar we roemen in en roemen op alles wat we zelf, zonder God, kunnen opbrengen: kennis, kracht en rijkdom. Hoe meer we daar op roemen, hoe dwazer we worden in de ogen van de overheden en machten in de hemelse gewesten . . .

Daarom zegt de HERE dan ook, dat we daar niet aan mee moeten doen. Maar als we dat niet doen, dan blijft er eigenlijk niets over wat waarde heeft in ons leven . . . tenzij we verder luisteren: maar wie roemen wil – wonderlijk dat dit ‘wil’ eigenlijk een uitnodiging is – hij roeme hierin dat hij verstaat . . . Het werkwoord ‘verstaan’ betekent hier eigenlijk: zicht hebben op, aanschouwen, gericht zijn op (daarom is bij deze tekst gekozen voor de Statenvertaling).

Als we deze week deze woorden als tafeltekst lezen en opzeggen, dan worden we uitgenodigd om te beseffen dat echt roemen, zonder dwaas te worden, pas ontstaat als we, in alles wat we doen, gericht zijn op God. Het is dus eigenlijk hetzelfde als: Hem kennen in al onze wegen. Salomo spreekt hierover: Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken.(Spreuken 3:6) En als we zo God betrokken weten in alles wat we doen en bedenken, dan gaan we de werkelijkheid van God leren kennen. Zo worden we echt verlost van al onze eigen ‘godsbeelden’.

Wanneer we gericht zijn op God, Hem bij ons weten, dan raken we vertrouwd met Hem. Maar echt vertrouwd met God zijn we pas, als we ons ook zelf door God laten kennen. Wat machtig dat in het Hebreeuws dan ook voor ‘kennen’ het werkwoord staat dat we het beste kunnen vertalen met ‘wederzijds gekend zijn’. Als we die vertrouwde omgang met God zoeken en leren kennen, dan gaan we in Hem roemen. En als we echt in Hem gaan roemen, meer en meer, ja, dan moeten we aanvaarden dat we ook steeds dwazer worden voor de wereld om ons heen, die dit geheimenis niet meer kent.

Zo zegt de HERE dus tegen ons, dat als wij gaan roemen in Hem, we steeds meer dwaze, maar gelukkige, vreemdelingen worden op aarde. ‘Huisgenoten Gods’ wordt dat in de bijbel genoemd: Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is.(Efeziërs 2:19, 20)

 

Bijbeltekst week 2020 – 11

Welzalig het volk dat de jubelroep kent, zij wandelen, HERE, in het licht van uw aanschijn; in uw naam juichen zij de ganse dag, en door uw gerechtigheid worden zij verhoogd.

Psalm 89:16 en 17

Wat een heerlijke tekst, deze week! Als je het met elkaar opzegt, dan jubelt en danst het in je hart. En het mag doordansen en jubelen, al de uren van de dag! Het woord ‘welzalig’ is ietwat ouderwets, past niet meer in ons taalgebruik. We kunnen het vertalen met: gelukkig of gezegend. Het is goed om te bedenken dat het woord ‘volk’ niet in de eerste plaats ‘natie’ betekent, maar zeker ook gewoon een groep mensen. En daarom betekent het verder: natie, krijgsvolk, bevolking.

En de ‘jubelroep’ is niet alleen maar feestgeroep, maar in het algemeen het geven van een teken; om op te trekken. Vandaar ook krijgsgeschreeuw, als sein om tot de aanval over te gaan. Het is verder het geluid van een naderende storm, wat je waakzaam maakt. Als het een vreugdekreet is (op godsdienstige gronden), dan denken we aan een startsein, aan het elkaar mee nemen in de goede richting. De jubelroep is dus niet een gebeuren in een klein hoekje, maar dienstbaar aan de omgeving; een blij meenemen van de ander naar God toe.

Gelukkig, ja gezegend, zijn de mensen die het startsein weten te geven om God groot te maken. Heel praktisch gezien gaat het dus om mensen die gezegend genoemd worden, omdat ze de ander altijd weer mee weten te nemen naar het geluk van het ‘van Hem’ mogen zijn. Zulke mensen wandelen in het licht van Gods aanschijn.

Het werkwoord ‘wandelen’ heeft ook zo’n rijke betekenis. Het heeft niets te maken met een gezellig wandelingetje in de zonneschijn op zondagmiddag… Het betekent vooral: je laten meenemen om vertrouwd te raken met degene met wie je onderweg bent. Daarom ook: behoren tot het gevolg van God, behoren tot degenen die achter Hem aan gaan. Daardoor raken we bekend op Zijn wegen. Zeventien keer wordt dit werkwoord in de Bijbel eveneens vertaald met: gemeenschap hebben met…

Het woord ‘licht’ betekent vooral ochtendlicht, dus begin van de dag. Wat zijn wij gezegende, gelukkige mensen als we de dag beginnen met voor Zijn aanschijn te zijn. Dit houdt in, dat we bij het ontwaken ons bewust zijn dat we onder de hoede van Hem willen zijn, onder Zijn toezicht. Dit houdt dan meteen in dat we tot Zijn beschikking willen zijn; vragend opzien naar Hem om, Hem volgend, te gaan verstaan wat Hij voor ons bedoelt. Dan juichen we de hele dag, dus zonder ophouden.

‘Juichen’ betekent zoiets als jubelen, blij zijn, je verheugen. Dat is heel wat anders dan blij doen. De Bron van onze blijdschap mag zijn dat Christus onze Heer is; die de Naam boven alle naam ontvangen heeft, omdat Hij gehoorzaam is geweest tot de dood, ja, tot de dood aan het kruis (Fil 2:8,9). Bij ons heeft een naam niet zo veel waarde als in de Bijbel. Dat komt omdat ‘naam’ in de Bijbel iets weergeeft van het wezen van de persoon, eigenlijk de persoon zelf. Als een jood het heeft over de Naam, dan bedoelt hij daarmee, heel eerbiedig, God Zelf. Het woord naam betekent dan ook meer dan bij ons: faam, roem, aanzien. Ja, het wordt zelfs gebruikt voor een gedenkteken, een monument. Maar dan heel duidelijk niet voor een gebeuren, maar uitsluitend voor een persoon.

Gezegend en gelukkig zijn dus de mensen, die in alles erop gericht zijn om zich te verheugen in de grootheid van God, omdat zij in alles wat zij zien een gedenkteken zien van Gods grootheid. Zulke mensen worden door Gods gerechtigheid verhoogd: grootgebracht, opgevoed door de  rechtvaardiging, de redding die van God uitgaat. Het ons heel de dag verheugen in de grootheid van God, doet ons dan groeien in Zijn genade, Zijn ‘gein’. Gein heeft echt iets te maken met de twinkellichtjes in de ogen van God, die je opmerkt, als je leert, om bij alles wat je doet, naar Hem op te kijken, Hem te kennen op alle wegen die je gaat.

Bijbeltekst week 2020 – 10

En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus.                      

Filippenzen 4:7

Deze tekst is een sluitstuk van wat daarvoor geschreven staat:  Verblijdt u in de Here te allen tijde! Wederom zal ik zeggen: verblijdt u! Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend. De Here is nabij. Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. We hebben alle reden om ons in Hem te verblijden: we zijn schoon gewassen in het bloed van het Lam. Laten we ons dus verheugen in Hem en … onder alle omstandigheden. Dan leven we waardig en gelukkig en is er geen enkele reden meer – zo die er ooit was – om niet vriendelijk te zijn voor alle mensen.

Het woord ‘vriendelijkheid’ kan ook vertaald worden met ‘mildheid’. Dat past hier wel beter. Want waar wij dieper mogen gaan beseffen wat het is om alleen uit genade te leven, daar wordt ons hart mild voor alle mensen om ons heen, ook als die dit geheimenis van Gods genade nog niet hebben leren kennen… Onbezorgd en met een biddend hart mogen we dus altijd vooruit blikken. Onbevangen en gelukkig, mild en verwachtingsvol voor alle mensen om ons heen.

Deze gezindheid is voorwaarde waardoor onze tafeltekst in vervulling kan gaan: alle dagen van ons leven.

Vandaar dat onze tafeltekst begint met het woordje ‘en’.  Ja, dan zal de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, die dus niet te bevatten is, onze harten en onze gedachten ‘behoeden’. Dit werkwoord ‘behoeden’ betekent eigenlijk: gewapend bewaken, beschermen door te bewaken. De wapenen worden in de hierboven genoemde verzen genoemd. Maar al deze wapenen zijn pas krachtig, als we beseffen dat deze wapens er alleen maar zijn in het heel eenvoudig schuilen bij onze levende Here. Vandaar dat onze tafeltekst eindigt met dat waar het eigenlijk allemaal om gaat: in Christus Jezus!

Bijbeltekst week 2020 – 09

Jezus Christus, onze Here, gesproten uit het geslacht van David naar het vlees, naar de geest der heiligheid door zijn opstanding uit de doden verklaard Gods Zoon te zijn in kracht.  

Romeinen 1: 3,4

Wat een aanbidding spreekt er uit deze tekst! Jezus van Nazareth, zo getuigt Paulus, is de Christus, de Gezalfde des HEREN. Hij is de Beloofde, de Verlosser van de mens uit de zondeslavernij. Zoveel profeten hebben over Hem gesproken in de Oude Bedeling. Voor de gelovige Joden is het door alle eeuwen heen duidelijk geworden dat de Christus, de Gezalfde, voort zou komen uit het geslacht van David. En Paulus heeft in Jezus van Nazareth de beloofde Messias herkend, toen deze Zich aan hem openbaarde, onderweg naar Damascus: En terwijl hij daarheen op weg was, geschiedde het, toen hij Damascus naderde, dat hem plotseling licht uit de hemel omstraalde; en ter aarde gevallen, hoorde hij een stem tot zich zeggen: Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij? En hij zeide: Wie zijt Gij, Here? En Hij zeide: Ik ben Jezus, die gij vervolgt (Hand.9:3-5).

Jezus openbaarde Zich niet aan hem omdat Paulus Hem zocht; integendeel, hij vervolgde allen die in Jezus geloofden. Paulus is, na deze schokkende openbaring, niet te rade gegaan bij degenen die hij eerst vervolgde, nee, hij zocht de stilte in de woestijn van Arabië om daar door God zelf onderwezen te worden. Pas jaren later zocht hij de apostelen in Jeruzalem op: Daarna ging ik na verloop van veertien jaar weder naar Jeruzalem…en ik ging op grond van een openbaring. En ik legde hun het evangelie voor, dat ik onder de heidenen verkondig, afzonderlijk echter aan hen, die in aanzien waren, opdat ik niet vruchteloos liep of gelopen had (Galaten 2:1,2).

Wat kunnen overleveringen en leringen van mensen gevaarlijk zijn, tenzij zij heel nauwkeurig in overeenstemming zijn met het Woord van God: Marcus 7:9 Het gebod Gods stelt gij wel fraai buiten werking om úw overlevering in stand te houden, zei Jezus. En Paulus kende dit gevaar ook. In zijn brief aan de gemeente te Kolosse schrijft hij …, dat alles zijn dingen, die door het gebruik teloorgaan, zoals het gaat met voorschriften en leringen van mensen. Dit toch is, ook al staat het in een roep van wijsheid met zijn eigendunkelijke godsdienst, zijn nederigheid en zijn kastijding van het lichaam, zonder enige waarde [en dient slechts] tot bevrediging van het vlees… (Kol. 2:22,23).

Als volgelingen van Jezus mogen wij het feest van Zijn opstanding, waar Paulus over schrijft in zijn brief aan de Romeinen, iedere eerste dag van de week vieren.

Ja, iedere dag van iedere week, elk uur van iedere dag, omdat Jezus’ opstanding uit de doden niet slechts een overlevering van mensen is. Want iedere dag van ons leven mogen we de woorden van Jezus ervaren: En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld (Matth.28:20). Want waar we de nabijheid van Hem ervaren in ons dagelijks leven, juist ook in de moeilijkste omstandigheden, daar weten we dat Jezus van Nazareth telkens krachtig bewijst Gods Zoon te zijn. Hij zal elk woord dat Hij gesproken heeft dan ook waar maken voor hen, die Hem zo hebben leren kennen.

Zo mag deze tekst dan ook altijd weer opnieuw een aansporing zijn om het avontuur van het leven met Hem aan te gaan, totdat Hij terugkomt op aarde.

Bijbeltekst week 2020 – 08

Verblijdt u in de Here te allen tijde! Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u!

Filippenzen 4:4

 Paulus schrijft in zijn brief aan de gemeente te Galaten, dat blijdschap een vrucht is van de Heilige Geest: Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing (Gal.5:22). Natuurlijk gaat het hier niet om blij doen, maar blij zijn. Het werkwoord ‘verblijden’, in de grondtekst, heeft een prachtige betekenis: zich verheugen, blij zijn, maar ook: het goed hebben, gedijen. Het zijn een beetje verschillende betekenissen, maar die hebben toch wel veel met elkaar te maken.

Want als we ons echt verheugen, dan zullen we het goed hebben, dan zullen we gedijen, ons gezond ontplooien. Veel ziekte is het gevolg van gebrek aan innerlijke vreugde. Het gaat natuurlijk vooral om de innerlijke vreugde, vreugde die van binnenuit opborrelt, niet omdat het zo hoort, maar verrassend: een vrucht van de Geest dus. Die spontane vreugde zit ook als het ware opgesloten in dit Griekse werkwoord verblijden, want er is nóg een betekenis voor dit werkwoord: Hallo zeggen en groeten (bij de aanhef van een brief).

We zouden de tafeltekst van deze week dus ook anders kunnen zeggen: Zeg altijd ‘Hallo’ tegen de Here, wederom zal ik zeggen: doe de groeten. 

‘Hallo’ zeg je tegen iemand bij een ontmoeting . . .

Als we de tekst opzeggen, dan is het goed om je af te vragen of je de Here al tegen bent gekomen, deze dag. En niet alleen tegen gekomen – we mogen immers Zijn aanwezigheid altijd veronderstellen – maar ook gegroet, ‘Hallo’ tegen Hem gezegd. Om het een beetje bijbelser te zeggen: ‘Ken Hem in al je wegen’, want als je dat doet, dan springt je hart op van spontane blijdschap. Dit geeft doel en zin aan al je denken en doen van iedere dag. De tafeltekst voor deze week is niet zo moeilijk om met elkaar op te zeggen. Het is heel wat anders als we deze oproep serieus willen nemen!

Verblijdt u! is dus de opdracht. En dat niet alleen voor deze week, het is een opdracht voor heel ons leven.

Bijbeltekst week 2020 – 07

En het gelovige gebed zal de lijder gezond maken, en de Here zal hem oprichten.

 Jakobus 5:15a

Wat wordt bedoeld met het gelovige gebed?
Het woord ‘gelovig’ is afgeleid van een werkwoord wat veel, op elkaar betrokken, betekenissen heeft. De grondbetekenis is: ‘overreden’ of: ‘met woorden overtuigen’. Dit laatste heeft te maken met een gesprek. Wat goed om dit tot ons te laten door dringen! Want dan gaat het niet om een gesprek met jezelf, maar om een gesprek met God. Dan gaan we begrijpen dat bidden niets te maken heeft met ‘hemelbestorming’, maar met een door God overtuigd worden. Heel duidelijk wordt dit als we denken aan de woorden van Jezus: Indien gij in Mij blijft en mijn woorden in u blijven, vraagt wat gij maar wilt, en het zal u geworden (Johannes 15:7). Wat een uitbundige uitnodiging van Jezus: vraagt wat gij maar wilt, en het zal u geworden.

Waar halen we de moed vandaan om daar gevolg aan te geven?! Wie van ons durft dit onvoorwaardelijk te geloven?
Dat kan alleen werkelijkheid worden als het eerste gedeelte van deze tekst tot werkelijkheid is geworden in ons leven: Indien gij in Mij blijft en mijn woorden in u blijven. Alleen in de relatie met Jezus, alleen in het voortdurende gesprek met Hem, ontstaat het gelovige gebed. Dan merk je zelf ook dat ‘gelovig’ nog meer betekent: gehoorzaam toegeven, overgeven aan.

God leert ons in het dagelijks leven dat het gelovige gebed door moet gaan, omdat het gelovige gebed de lijder gezond zal maken: het is dus een genezingsproces waarbij het gelovige gebed het geneesmiddel is. Niet alleen de ‘oudsten’ maar alle gemeente-leden mogen deelhebben aan dit gelovig gebed, dit door God gedreven worden tot gebed! Zo worden we gevormd tot dat, wat we eigenlijk al zo lang hadden moeten zijn: voorbidders, priesters!

Als we uit liefde voor allen, die in Gods liefde getuchtigd en opgevoed worden, gelovig zijn gaan bidden, kan God eindelijk ons gelovig gebed gaan verhoren. En dan zal God ons zeker ook gaan leren dat de lijder waar Jakobus over spreekt, niet alleen onze allernaaste is. Dan zullen we beseffen dat heel de wereld om ons heen lijdt onder het ontbreken van een krachtig getuigenis van de liefde van God. Het getuigenis dat dag in dag uit van ons had moeten uitgaan naar al onze naasten. Maar als God wonderlijk en onweerlegbaar Zijn Woord heeft bevestigd onder ons, dan zal de echte ‘vreze des HEREN’, het kinderlijk ontzag voor Vader, ons drijven tot een gelovig gebed voor allen die lijden in deze wereld . . . Dan zullen eindelijk ook de woorden van Jezus vervuld worden in ons:  Hierin is mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt en gij zult mijn discipelen zijn (Johannes 15:8).

Als wij deze week onze tafeltekst met elkaar opzeggen, hopen we dat er een verlangen geboren wordt in ons hart: Vervul ons leven met het gelovig gebed, dat ons leven vruchtbaar maakt voor Uw naderend Koninkrijk.

Bijbeltekst week 2020 – 06

Laten wij dan door Hem Gode voort­durend een lofoffer brengen, namelijk de vrucht van onze lippen, die zijn Naam belijden.

Hebreeën 13:15

Het is goed om de tafeltekst van deze week in z’n verband te lezen: Het twaalfde vers vertelt ons over Jezus, die, als het Lam van God, Zijn bloed, Zijn leven heeft gegeven om ons te ‘heiligen’. Wat hebben we vaak een verkeerde voorstelling van wat ‘heiligen’ eigenlijk inhoudt. Dit woord betekent: apart zetten van aardse, tijdgebonden dingen om louter aan God toegewijd te zijn. Als wij ons leven door het offer van Jezus laten heiligen, wordt ons leven losgemaakt van de tijdgebonden zaken: ons denken wordt dan niet meer bepaald door wat de wereld te bieden heeft, maar door het eeuwige.

Dit is het ‘vernieuwde denken’ waar de apostel Paulus van spreekt in zijn brief aan de Romeinen: ‘En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene’ (Romeinen 12:2). Heiliging is dus niet een zuur en saai gebeuren, maar een verrijking van ons leven van iedere dag, omdat het echt doel en zin aan ons leven geeft. We gaan verstaan wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene.

Jezus, die tegen de vrome Joden die Hem omringden, zei: ‘O, ongelovig geslacht, hoelang zal Ik nog bij u zijn? Hoelang zal Ik u nog verdragen?’ (Marcus 9:19), had hen lief en bood hen Zijn Koninkrijk, het eeuwigheidsleven aan. Velen hebben Zijn aanbod aanvaard en met deze Joden, die zich lieten vervullen met het vernieuwde eeuwigheids-denken, stichtte Jezus Zijn Gemeente: ‘En Ik zeg u, dat gij Petrus zijt, en op deze petra (aanbidding) zal Ik mijn gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen’ (Mattheus 16:18).

In de brief aan de Hebreeën lezen we dat Jezus niet in Jeruzalem, maar buiten de poort geleden heeft. Dat doet ons denken aan de Israëlieten, op weg naar het Beloofde Land: Mozes nu nam een tent en spande haar voor zich uit buiten de legerplaats, ver van de legerplaats, en noemde haar: tent der samenkomst’ (Exodus 33:7). Ieder, die de Here zocht, ging uit naar de tent der samenkomst, die buiten de legerplaats was.

Deze woorden spraken Herman Kloppenburg, ruim 50 jaar geleden, zo geweldig aan dat dit de basis werd van het ontstaan van de B’ulah-hoeve. In Hebreeën 13:14 staat: ‘Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar zoeken de toekomstige’. Dan zoeken we niet langer erkenning van mensen, proberen we niet langer ons aannemelijk te maken: ‘… doch wij prediken een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid, …’ (1 Kor.1:23). Dan willen we niet langer ‘geweldig’ zijn, maar leren roemen in zwakheid (2 Kor.12:9) en willen we Zijn smaad dragen (Hebreeën 13:13).

Nu wordt onze tekst pas duidelijk: Onze opdracht mag zijn om voortdurend door Jezus aan God een lofoffer te brengen, namelijk de vrucht van onze lippen, die Zijn Naam belijden. ‘Voortdurend’ betekent: zonder ophouden. Want als onze lippen (onze mond die van Zijn Liefde spreekt) Zijn Naam belijden (vrijuit spreken), zal ons dat niet zonder vrucht laten; die vrucht is het resultaat van ons vrijuit spreken over Hem. Als wij leren om onze weg te laten bepalen door de vernieuwing van ons denken, zal God zelf zielen aan de Gemeente van Christus toevoegen: ‘En de Here voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden werden’ (Handelingen 2:47).

Bijbeltekst week 2020 – 05

Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.

1 Johannes 1:9

Deze tafeltekst is uit het Nieuwe Testament, uit de 1e brief van Johannes. De apostel Johannes beklemtoont hier, dat Jezus getrouw en rechtvaardig is. Het woord ‘getrouw’ geeft uitdrukking aan een heel wezenlijke eigenschap van iemand, die in de praktijk van het leven getoond heeft trouw te zijn in het afhandelen van zaken. Het is goed om bij het lezen van deze woorden er aan te denken, dat we nooit meer mogen twijfelen of Jezus bij machte is om onze zonden te vergeven. Hij heeft blijk gegeven daarin betrouwbaar te zijn en ‘rechtvaardig’, wat zeggen wil, dat Hij onberispelijk, schuldeloos is. Jezus is het vlekkeloze Lam dat onze schuld heeft weggedragen. Dit woordje ‘rechtvaardig’ betekent: gebleken smetteloos te zijn. En dat is een prachtig beeld van Jezus, die dit niet van Zichzelf beweert, maar die, hoe meer we Hem leren kennen, blijkt onberispelijk te zijn. Jezus is dus betrouwbaar en onberispelijk, de enige autoriteit om onze zonden te vergeven.

Er is slechts één voorwaarde aan verbonden: dat wij onze zonden belijden.

Als de bijbel over ‘zonden’ spreekt, moeten we niet in de eerste plaats denken aan allerlei dingen die fout liepen, maar aan een levensinstelling die niet deugt. Zonde betekent dat we geen deel hebben aan het plan dat God met Zijn schepping heeft, kortweg: het doel missen. Door deze verkeerde instelling lopen er allerlei dingen mis en worden we verontreinigd in ons denken en handelen. Zo zou je het laatste woord van onze tafeltekst, ongerechtigheid, het beste kunnen omschrijven. De voorwaarde om vergeving te ontvangen is dus: belijden dat we niet op het doel gericht zijn, geen deel hebben aan het plan van God, en we een eigen gekozen weg zijn gegaan.

Het woord ‘belijden’ vraagt ook wel even aandacht. De eigenlijke betekenis van dit woord is: hetzelfde zeggen als een ander, beamen, instemmen met de ander. Als we hier over nadenken dan beseffen we dat er pas sprake is van zonden belijden, als God tot ons gesproken heeft, als God ons hiervan overtuigd heeft. Als een christelijke moraal ons vertelt dat we verkeerd gehandeld hebben, dan kunnen we ons schuldig voelen, maar nooit merken we dan iets van bevrijding; het is de volgende keer weer hetzelfde… Maar als God ons overtuigt, dat we een verkeerde gezindheid hebben en we daarom dit graag erkennen en beamen, dan pas is er sprake van vergeving.

Vergeven’ is een woord dat ten diepste betekent: wegzenden, laten varen, opgeven, uitademen. Als je lucht uitademt, kun je die niet meer inademen, tenzij je de uitgeademde lucht zorgvuldig in een zakje hebt uitgeblazen… Vergeving is pas echt als je beleeft, dat God de zonde(bok) wegzendt om nooit meer terug te laten keren. Daarom is er pas sprake van echte vergeving als we ‘amen’ zeggen op Gods spreken.

Dan is er verwondering om de bemoeiing van God met ons leven. Tot onze verbazing merken we dan hoe Jezus Zich omgordt om onze voeten te wassen, die vuil zijn geworden in het daadwerkelijk onderweg zijn in deze wereld, met Zijn gezindheid, met Zijn Geest in ons hart. En dat is dan ook de diepe betekenis van het laatste gedeelte van de tekst van deze week: ‘en ons te reinigen van alle ongerechtigheid’.

Bijbeltekst week 2020 – 04

Zalig is de man, die in verzoeking volhardt, want, wanneer hij de proef heeft doorstaan, zal hij de kroon des levens ontvangen, die Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben.                    

     Jakobus 1:12

Het gaat in deze tafeltekst vooral om het laatste gedeelte: hij zal de kroon des levens ontvangen, die Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben. De ‘kroon des levens’ is een term die bekend was bij alle mensen, in de tijd dat Jakobus dit schreef. Net zoals bij ons voetbaltermen bekend zijn. En dan gaat het vooral om het woord ‘kroon’. Dit kunnen we vertalen als ‘lauwerkrans’. De lauwerkrans werd gegeven als prijs aan degene, die in de spelen de overwinning had behaald.

Het begrip ‘kroon des levens’ krijgt een diepere inhoud dan dit, doordat het woord ‘leven’ te maken heeft met de toestand van iemand die levenskracht heeft, of van iemand die bezield is. Deze lauwerkrans wordt dus niet gegeven aan iemand, die iets gepresteerd heeft, maar aan iemand die bezield is.

Natuurlijk moet iemand die er naar streeft om de ‘lauwerkrans’ te behalen bezield zijn! Maar de bezieling waar de apostel Jakobus het over heeft is de liefdes-bezieling! Hij zegt hier dus dat degene die vol van liefde is voor de Heer, bekroond wordt met een ongekende, boven alles en allen uittillende levenskracht. Deze bekroning wordt door de Here gegeven, niet aan degene die zich heeft ingespannen om tot dit resultaat te komen, maar aan degene, die zich heeft laten vormen in Zijn handen.

Deze vorming is zwaar. Te zwaar zelfs! Tenzij wij Jezus liefhebben boven alles. De liefde voor Hem maakt het onmogelijke mogelijk! Als we Hem echt liefhebben gaan we dit ervaren: Wat bij mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God  (Lukas 18:27). In de praktijk van het leven blijkt heel duidelijk dat alleen als we Hem gaan liefhebben, deze vorming werkelijkheid wordt. Zonder werkelijke liefde voor Jezus blijkt er geen basis voor deze vorming te zijn . . .

Dit verklaart de wonderlijke ervaring dat het leven er beslist niet eenvoudiger op wordt, als we Jezus gaan lief krijgen. Het eerste gedeelte van onze tafeltekst wordt nu duidelijker, als we er iets aan toevoegen: Zalig is de man, die in verzoeking (in de liefde tot Hem) volhardt. Als de liefde tot Hem in de ‘verzoeking’ vervaagt, dan is er geen kracht om te volharden.

Wat moeten we onder het woord ‘verzoeking’ verstaan? Het woord dat hier gebruikt wordt, komt van een werkwoord dat de betekenis heeft van: uitproberen, beproeven. We kunnen het woord ‘verzoeking’ het best omschrijven met: tegenspoed, verdriet en moeite, door God gezonden, om iemands karakter, geloof en heiligheid op de proef te stellen, beter nog: om iemands karakter, geloof en heiligheid te vormen.

Wie in de ‘verzoeking’ niet gericht blijft op Hem, die ons hierin vormen wil tot werkelijke hemelburgers, tot huisgenoten Gods, tot medearbeiders van Christus (Filippenzen 3:20; 1 Korintiërs 3:9; Efeze 2:19) merkt niets meer van Zijn rijke belofte: Gij hebt geen bovenmenselijke verzoeking te doorstaan. En God is getrouw, die niet zal gedogen, dat gij boven vermogen verzocht wordt, want Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen, zodat gij ertegen bestand zijt (1 Korintiërs 10:13). Wie in deze ‘vorming’ gericht blijft op Hem: Zalig is d(i)e man! 

‘Zalig’ betekent: gelukkig, voorspoedig. En het woord ‘man’ kunnen we, omdat het hier in z’n algemeenheid wordt gebruikt, natuurlijk vertalen met zowel ‘man’ als ‘vrouw’. Beter had hier dus kunnen staan: Gelukkig en voorspoedig is de mens . . . Het woord ‘volharden’ heeft niets verbetens in zich. Het betekent eenvoudig: dezelfde blijven, niet iets anders worden.

Jakobus zegt dus in onze tafeltekst dat, als we in de vorming die God ons in ons leven geeft, op Hem gericht blijven, dat we dan niet zullen wegglijden, als een hond tot z’n eigen uitbraaksel, maar voorspoedig en gelukkig zullen zijn! En de reden/oorzaak van dit voorspoedig en gelukkig zijn is hierin gelegen, dat we Hem liefhebben boven alles. Want als we Hem liefhebben boven alles en allen, dan zal Hij ons kronen met een hemelse levenskracht.

Hij heeft dat beloofd!! Het woord ‘beloven’ betekent: zich vrijwillig (onvoorwaardelijk) aan iets binden. Tot besluit een tekst die hier zeker bij past:

Daar wij nu deze beloften bezitten, geliefden, laten wij ons reinigen van alle bezoedeling des vlezes en des geestes, en zo onze heiligheid volmaken in de vreze Gods (2 Korintiërs 7:1).

En laten we dus daarbij vooral beseffen dat dit: laten wij ons reinigen, alleen maar mogelijk is als we, bezield door de liefde tot Jezus, ons overgeven, toevertrouwen aan de vorming waar onze tafeltekst voor deze week zo vreugdevol over spreekt!

Abonneer je op de weektekst

Voer je e-mailadres in om wekelijks de bijbeltekst te ontvangen.

Voeg je bij 115 andere abonnees

Archief