Wekelijkse bijbeltekst

Bijbeltekst week 2020 – 04

Zalig is de man, die in verzoeking volhardt, want, wanneer hij de proef heeft doorstaan, zal hij de kroon des levens ontvangen, die Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben.                    

     Jakobus 1:12

Het gaat in deze tafeltekst vooral om het laatste gedeelte: hij zal de kroon des levens ontvangen, die Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben. De ‘kroon des levens’ is een term die bekend was bij alle mensen, in de tijd dat Jakobus dit schreef. Net zoals bij ons voetbaltermen bekend zijn. En dan gaat het vooral om het woord ‘kroon’. Dit kunnen we vertalen als ‘lauwerkrans’. De lauwerkrans werd gegeven als prijs aan degene, die in de spelen de overwinning had behaald.

Het begrip ‘kroon des levens’ krijgt een diepere inhoud dan dit, doordat het woord ‘leven’ te maken heeft met de toestand van iemand die levenskracht heeft, of van iemand die bezield is. Deze lauwerkrans wordt dus niet gegeven aan iemand, die iets gepresteerd heeft, maar aan iemand die bezield is.

Natuurlijk moet iemand die er naar streeft om de ‘lauwerkrans’ te behalen bezield zijn! Maar de bezieling waar de apostel Jakobus het over heeft is de liefdes-bezieling! Hij zegt hier dus dat degene die vol van liefde is voor de Heer, bekroond wordt met een ongekende, boven alles en allen uittillende levenskracht. Deze bekroning wordt door de Here gegeven, niet aan degene die zich heeft ingespannen om tot dit resultaat te komen, maar aan degene, die zich heeft laten vormen in Zijn handen.

Deze vorming is zwaar. Te zwaar zelfs! Tenzij wij Jezus liefhebben boven alles. De liefde voor Hem maakt het onmogelijke mogelijk! Als we Hem echt liefhebben gaan we dit ervaren: Wat bij mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God  (Lukas 18:27). In de praktijk van het leven blijkt heel duidelijk dat alleen als we Hem gaan liefhebben, deze vorming werkelijkheid wordt. Zonder werkelijke liefde voor Jezus blijkt er geen basis voor deze vorming te zijn . . .

Dit verklaart de wonderlijke ervaring dat het leven er beslist niet eenvoudiger op wordt, als we Jezus gaan lief krijgen. Het eerste gedeelte van onze tafeltekst wordt nu duidelijker, als we er iets aan toevoegen: Zalig is de man, die in verzoeking (in de liefde tot Hem) volhardt. Als de liefde tot Hem in de ‘verzoeking’ vervaagt, dan is er geen kracht om te volharden.

Wat moeten we onder het woord ‘verzoeking’ verstaan? Het woord dat hier gebruikt wordt, komt van een werkwoord dat de betekenis heeft van: uitproberen, beproeven. We kunnen het woord ‘verzoeking’ het best omschrijven met: tegenspoed, verdriet en moeite, door God gezonden, om iemands karakter, geloof en heiligheid op de proef te stellen, beter nog: om iemands karakter, geloof en heiligheid te vormen.

Wie in de ‘verzoeking’ niet gericht blijft op Hem, die ons hierin vormen wil tot werkelijke hemelburgers, tot huisgenoten Gods, tot medearbeiders van Christus (Filippenzen 3:20; 1 Korintiërs 3:9; Efeze 2:19) merkt niets meer van Zijn rijke belofte: Gij hebt geen bovenmenselijke verzoeking te doorstaan. En God is getrouw, die niet zal gedogen, dat gij boven vermogen verzocht wordt, want Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen, zodat gij ertegen bestand zijt (1 Korintiërs 10:13). Wie in deze ‘vorming’ gericht blijft op Hem: Zalig is d(i)e man! 

‘Zalig’ betekent: gelukkig, voorspoedig. En het woord ‘man’ kunnen we, omdat het hier in z’n algemeenheid wordt gebruikt, natuurlijk vertalen met zowel ‘man’ als ‘vrouw’. Beter had hier dus kunnen staan: Gelukkig en voorspoedig is de mens . . . Het woord ‘volharden’ heeft niets verbetens in zich. Het betekent eenvoudig: dezelfde blijven, niet iets anders worden.

Jakobus zegt dus in onze tafeltekst dat, als we in de vorming die God ons in ons leven geeft, op Hem gericht blijven, dat we dan niet zullen wegglijden, als een hond tot z’n eigen uitbraaksel, maar voorspoedig en gelukkig zullen zijn! En de reden/oorzaak van dit voorspoedig en gelukkig zijn is hierin gelegen, dat we Hem liefhebben boven alles. Want als we Hem liefhebben boven alles en allen, dan zal Hij ons kronen met een hemelse levenskracht.

Hij heeft dat beloofd!! Het woord ‘beloven’ betekent: zich vrijwillig (onvoorwaardelijk) aan iets binden. Tot besluit een tekst die hier zeker bij past:

Daar wij nu deze beloften bezitten, geliefden, laten wij ons reinigen van alle bezoedeling des vlezes en des geestes, en zo onze heiligheid volmaken in de vreze Gods (2 Korintiërs 7:1).

En laten we dus daarbij vooral beseffen dat dit: laten wij ons reinigen, alleen maar mogelijk is als we, bezield door de liefde tot Jezus, ons overgeven, toevertrouwen aan de vorming waar onze tafeltekst voor deze week zo vreugdevol over spreekt!

Bijbeltekst week 2020 – 03

Nu wij zulk een verwachting hebben, treden wij met volle vrijmoedigheid op.

2 Korintiërs 3:12

De tafeltekst voor deze week is kort maar krachtig. Om deze tekst met overgave op te kunnen zeggen, moeten we wel heel aandachtig lezen wat daarvoor geschreven staat: 2 Kor. 3:5,6  Niet dat wij uit onszelf bekwaam zijn iets als óns werk in rekening te brengen, maar onze bekwaamheid is Gods werk, die ons ook bekwaam gemaakt heeft om dienaren te zijn van een nieuw verbond, niet der letter, maar des Geestes, want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.   

In onze tafeltekst wordt gesproken over: ‘met volle vrijmoedigheid optreden’. Het woord ‘vrijmoedigheid’ heeft de grondbetekenis van: onomwonden zich uiten over alles. En het werkwoord ‘optreden’ heeft de betekenis van: hanteren, van iets gebruikmaken. Er is hier dus sprake van een graag gebruik willen maken van elke gelegenheid om onomwonden zich bloot te geven, zich te uiten. Waarover willen we ons uiten? Over de verwachting, die wij hebben, zegt onze tafeltekst. Het werkwoord ‘verwachten’, dat de basis vormt voor het woord ‘verwachting’ in onze tekst, heeft de betekenis van ‘met genoegen verwachten’. Onze ‘verwachting’ is een gelukkige verwachting vol hoop…

Wat een heerlijke opdracht hebben we dus om midden in deze wereld van verwarring en uitzichtloosheid, in alle vrijmoedigheid ons onomwonden bloot te geven, omdat wij een gelukkige verwachting hebben, vol hoop! Waar is deze vreugdevolle verwachting op gebaseerd? Daarvoor moeten we de voorgaande teksten aandachtig doorlezen.

We hebben de opdracht gekregen om ‘dienaren te zijn van een Nieuw Verbond’ (vers 6). Wat is het kenmerk van het nieuwe verbond?  Heel duidelijk komt dat naar voren in het boek Ezechiël, hoofdstuk 11:19  Ik zal hun één hart geven en een nieuwe geest in hun binnenste, en Ik zal het hart van steen uit hun lichaam verwijderen en hun een hart van vlees geven.

Maar er zijn heel veel meer passages, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament, die hier over spreken. Zoals Jer. 31:31-33; Luk.22:20; Hebr.8:13;12:24. Allemaal meer dan de moeite waard om ze met een biddend hart te lezen. Want dan dringt het kenmerkende verschil met het Oude Verbond, het toegevoegde Verbond, zoals Paulus dit noemt, tot ons door: Gal. 3:19 Waartoe dient dan de wet(sbedeling)? Om de overtredingen te doen blijken is zij erbij gevoegd, totdat het zaad zou komen, waarop de belofte sloeg, en zij is op last van [God] door engelen in de hand van een middelaar gegeven.

Dit nieuwe verbond, waarvan wij de dienaren moeten zijn, sluit God niet alleen met ons, maar door het volbrachte werk van Christus, met de hele wereld! Met Jood en heiden: Jer.3:17; Rom.15:8‑12. En dit nieuwe verbond is niet naar de letter, maar naar de Geest, want de letter doodt, maar de Geest maakt levend, zegt het voorgaande gedeelte van onze tafeltekst.

Dit houdt in, dat we de wereld om ons heen niet moeten ‘beleren’ maar ‘voorleven’! Het mag van ons afstralen in alle openheid en onbaatzuchtige liefde, omdat we weten dat Jezus Christus een verzoening is voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld. (1 Joh. 2:2). Dit is de boodschap die mag uitstralen naar de wereld om ons heen!

Wat een wonder dat wij dienaren mogen zijn van dit nieuwe verbond, dat eeuwig is, voor ons, voor de Jood en voor de Islamiet en alle anderen! Als we deze week onze tafeltekst biddend opzeggen, doordrongen van dit alles, dan zullen we ontdekken hoe we, onder de zalving van Gods Geest, waardige, vrijmoedige dienaren zullen zijn van dit Nieuwe Verbond.

Bijbeltekst week 2020 – 02

…, opdat uw geloof niet zou rusten op wijsheid van mensen, maar op kracht van God.

  1 Korintiërs 2:5

Eigenlijk is deze tekst niet te begrijpen zonder het voorgaande. Het begint dan ook met ‘opdat’. Wat een geheimenis ligt er in de voorgaande teksten. Paulus, een ‘Schriftgeleerde’, heeft ontdekt dat al zijn studie hem niet dichter bij God heeft gebracht; maar dat je ook de ander door ‘studie’ geen stap dichter bij God kunt brengen. Paulus, de Schriftgeleerde, heeft God pas leren kennen toen God hem tegenkwam. Die ontmoeting was beslist niet ‘christelijk’. God sloeg hem met blindheid, niet om Paulus te straffen, maar om Paulus radicaal te stoppen in al zijn religieuze ijver.

Wat is het belangrijk om dit tot ons te laten doordringen. En wat is het nodig voor ons om te beseffen dat we beslist niet beter zijn dan Paulus. Ook wij staan onze naasten in de weg om God werkelijk te leren kennen, als we denken dat een vertrouwen op inzichten en verworven kennis óver God de ander tot geloof kan brengen…

Paulus was een gezien man in Jeruzalem, hij had gestudeerd bij een groot geleerde: Ik ben een Jood, te Tarsus in Cilicië geboren, doch in deze stad opgevoed, aan de voeten van Gamaliël opgeleid met nauwgezette inachtneming van de wet onzer vaderen, een ijveraar voor God (Handelingen 22:3). Maar Paulus was door de openbaring van God in zijn leven tot een ander mens geworden. Dat was zo ingrijpend geweest dat hij zijn naam ‘Saulus’ veranderde in ‘Paulus’. In volle overtuiging verwierp hij al zijn verworven kennis over God: Maar alles wat mij winst was, heb ik om Christus’ wil schade geacht. (Filip. 3:7)

En in zijn opdracht om mensen bij God te brengen, wist hij dat hij alleen maar schade zou toebrengen aan mensen als hij met schittering van woorden of wijsheid het getuigenis van God zou komen brengen (1 Kor.2:1). Hier is het woord ‘wijsheid’ onderstreept, omdat Paulus hier hetzelfde woord gebruikt als in onze tafeltekst. Dit woord ‘wijsheid’ heeft met ‘scholing’ te maken. Het is een wijsheid die je verwerven kan. Paulus noemt dit hier ‘wijsheid van mensen’. Deze ‘wijsheid van mensen’ is een vijand van God. Met deze wijsheid kun je het in deze tijdgebonden wereld ver schoppen, maar het brengt je geen stap dichter bij God!

Paulus wilde geen mis-leider zijn, maar een dienstknecht van God. In zijn brief aan de Filippenzen zegt hij onomwonden: Voorzeker, ik acht zelfs alles schade, omdat de kennis van Christus Jezus, mijn Here, dat alles te boven gaat. Om zijnentwil heb ik dit alles prijs gegeven en houd het voor vuilnis, opdat ik Christus moge winnen, en in Hem moge blijken niet een eigen gerechtigheid, uit de wet, te bezitten, maar de gerechtigheid door het geloof in Christus, welke uit God is op de grond van het geloof (Filip. 3:8,9).

 Als we ons afvragen waarom ons leven nog onvruchtbaar is voor God, dan kan onze tafeltekst ons zeker helpen, als we ons ernstig durven af te vragen waar ons geloof nu eigenlijk op gebaseerd is. Is ons geloof gebaseerd op een eigen gerechtigheid, uit de wet, zoals Paulus het noemde? Dit is de brandende vraag die in deze tafeltekst op ons af komt: Waar ‘rust’ ons geloof op? Dit woord ‘rusten’ kunnen we ook vertalen met ‘bestaan uit’. Waar bestaat ons geloof uit? Is dat gebaseerd op ‘scholing’ door de ‘wijsheid der mensen’? Dan wordt het tijd dat we daar net zo radicaal mee breken als Paulus. Want het is juist dit aangeleerde geloof wat de openbaring van God in de weg staat.

Paulus, onderweg naar Damascus, was echt niet zo zelfverzekerd als hij er uitzag (Handelingen 22), want hij was getuige geweest bij de steniging van Stefanus…  Dit sterven van Stefanus was tot een ‘spreken van God’ geworden voor Saulus. Hierdoor kon hij een ontmoeting met God hebben, wat hem tot een nieuwe schepping maakte. De ‘stoere’, zelfverzekerde Saulus werd tot een diep afhankelijke Paulus, die er naar verlangde om in zwakheid te leren roemen, opdat de kracht van Christus zich in hem aan de ander kon openbaren. Dit heeft het leven van Paulus vruchtbaar gemaakt voor het Koninkrijk van God. Wat een tafeltekst voor deze week. Weg dus met alle ‘wijsheid van mensen’. Laten we deze week, en ons hele verdere leven, bidden om de ‘kracht’ van God, die zich openbaart in een leven dat graag wil roemen in zwakheid, om alleen nog maar van Hem te zijn!

Bijbeltekst week 2020 – 01

Vertoef in dit land als een vreemdeling, dan zal Ik met u zijn en u zegenen.   

Genesis 26:3

In de tekst, voorafgaande aan onze tafeltekst staat: ‘…, woon in het land, …’  Dit ‘wonen’ geeft een rust aan, tegenovergesteld aan rondtrekken, dwalen, dolen … Het heeft de betekenis van: rustig blijven wonen, nestelen. Het is goed om dat te weten, want onze tafeltekst drukt in het ‘vertoeven’ uit, op welke manier, met wat voor gezindheid dit ‘wonen’ moet plaatsvinden.

Dit ‘vertoeven’ staat niet los van ‘als een vreemdeling’. Het werkwoord dat hier gebruikt wordt betekent: als vreemdeling vertoeven. Het staat in een vorm uitgedrukt die kleur en beweging weergeeft. God zegt in deze tekst tegen ons dat we ons echt moeten nestelen, woning maken, vertrouwd moeten zijn in het gebied waar we leven, maar wel in het besef, dat het maar voor tijdelijk is. We moeten ons dus bewust zijn, dat we hemelburgers zijn, die slechts voor een bepaalde tijd hier op aarde zijn om gevormd te worden in Zijn handen voor een eeuwige bestemming. Een heel belangrijke periode dus, omdat onze plaats in de eeuwigheid zal bepaald worden door hoe we hier op aarde ons door God hebben laten vormen.

De juiste gezindheid waarmee we hier op aarde ‘vertoeven als vreemdeling’  is voorwaarde voor het tweede gedeelte van onze tafeltekst: ‘dan zal Ik met u zijn en u zegenen.’ . Dit: ‘met u zijn’  zouden we heel goed kunnen vertalen met: vergezellen, mee gaan, begeleiden.

Pas als we de tijd hier op aarde serieus nemen, gericht op onze eeuwige bestemming, kan God ons in dit tijd-gebonden bestaan ‘zegenen’. En dit gezegend worden bestaat dan hier uit, dat we door Hem vergezeld worden, begeleid.

Wat is het toch meer dan de moeite waard, om Hem te willen kennen in al onze wegen! Zoals Koning Salomo al geschreven heeft in zijn spreuken: Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken (Spreuken 3:6).

Bijbeltekst week 2019 – 52

Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.

Jesaja 9:5

We bereiden ons voor op het Kerstfeest. Naarmate het licht van God in onze harten doordringt, gaan we beseffen hoe we vervreemd zijn van de grote vreugde waarmee de engelen de geboorte van Jezus, in de stal van Bethlehem, aan de herders aangekondigd hebben. Het was alsof een ingehouden adem eindelijk werd uitgeblazen: Hoe lang hebben de overheden en machten in de eeuwige, Hemelse gewesten uitgezien naar dit moment. En zij niet alleen! Want door de duizenden jaren heen, hebben gelovigen uitgezien naar de vervulling van de belofte, die God aan Adam en Eva heeft gedaan:

En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen (Genesis 3:15). Deze heilige woorden zijn een bemoediging en vertroosting voor miljoenen mensen geweest. En telkens waren er weer profeten die deze blijde verwachting aanvuurden.

Hoe hartverwarmend klinken de woorden van de grote profeet Jesaja, ruim 600 jaren voor de engelen hun lied zongen in Efrata’s velden: Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst (Jesaja 9:5).

Ook Simeon verwachtte de vertroosting van Israël. Hoe kwam het dat hij de vertroosting van Israël verwachtte? Zou het komen omdat hij, door het Woord van God, gericht werd op de beloften van God? Simeon was een oud man, maar hij wandelde daadwerkelijk met God, want God sprak tot hem. Wat een rijke belofte ontving Simeon in zijn wandel met God: En hem was door de Heilige Geest een godsspraak gegeven, dat hij de dood niet zou zien, eer hij de Christus des Heren gezien had (Lukas 2:26).

En, gelukkig, hij was niet de enige gelovige in Jeruzalem. Daar was ook een Hanna, van wie geschreven staat: Ook was daar Hanna, een profetes. Zij was op hoge leeftijd gekomen, nadat zij met haar man na haar huwelijksdag zeven jaren had geleefd, en nu was zij weduwe, ongeveer vierentachtig jaar oud, en zij diende God onafgebroken in de tempel, met vasten en bidden, nacht en dag (Lucas 2:36).

Hoe komt het toch dat wij die onderstreepte regel zo onbelangrijk vinden, alsof het er gewoon voor niets staat…? Maken we ons van deze woorden af met de gedachte dat er nu geen tempel meer bestaat? Als we deze woorden lezen, laten we dan bidden tot God dat wij, net als Hanna, dag en nacht met vasten en bidden mogen leren verkeren in het huis van God… En wie echt en eenvoudig wandelt met God, zoals Abraham, zoals Simeon, zoals Hanna …, die ervaart de vervulling van de belofte van God. Hij zal ons namelijk tot de volle waarheid leiden door Zijn Geest: Doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij ons de weg wijzen tot de volle waarheid (Johannes 16:13).

Gods Geest leidde Simeon en Hanna in de weg van de volle waarheid. Hij bracht hen, heel praktisch, naar de tempel, toen Maria met haar Zoon daar binnenging ‘om met Jezus te doen overeenkomstig de wet’. Dat is wat we noemen: Bijbels realisme. En die realiteit, die volle waarheid, ging verder. Want toen Simeon zijn profetische woorden gesproken had, toen loofde Hanna God ‘en sprak over Hem tot allen, die voor Jeruzalem verlossing verwachten.’

Bijbeltekst week 2019 – 51

De maand december is begonnen. Deze tijd gebruiken we om toe te leven naar het naderende kerstfeest. De vier weken voor Kerst hebben de naam Advent gekregen. Advent is de periode van voorbereiding op het kerstfeest. Het begint vier zondagen voor Kerst en duurt tot kerstavond. Advent betekent letterlijk ‘komst’. In de uitleg van de tafeltekst staat geschreven dat we vurig naar Hem mogen uitzien, naar Zijn komst op de Grote Dag.

Gelooft in het licht zolang gij het licht hebt, opdat gij kinderen des lichts moogt zijn. 

Johannes 12:36

In het toeleven naar het Kerstfeest, voor deze week een tekst over het Licht. De tafeltekst mag een Woord zijn voor de hele week, om te overdenken en op ons te laten inwerken. Het is goed om iedere week weer de moeite te nemen het gedeelte, waarin de tafeltekst staat, in z’n geheel te lezen. Wat een prachtige, heilige woorden van Jezus! Dan klinkt de tafeltekst des te dieper tot ons door:

Gelooft in het licht . . .

Geloven is: je vertrouwen stellen in. In het vers vóór onze tafeltekst, zegt Jezus: Wandelt, terwijl gij het licht hebt. Wandelen kan ook vertaald worden met: voortgang maken; goed gebruik maken van gelegenheden. Jezus zegt hier, dat we goed gebruik moeten maken van het licht, zolang het er is, opdat we niet door de duisternis overvallen worden. Jezus zegt hier verder, dat iedereen die door de duisternis overvallen wordt, niet weet waar hij naar toe gaat.

Dit is het kenmerkende verschil tussen kinderen van het Licht en kinderen van de duisternis: de eerste weten wat hen wacht en de laatste weten niet wat het werkelijke doel en de werkelijke zin van het leven is. Zij, die in de duisternis verkeren, zijn degenen waarvan de apostel Paulus zegt:

Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is (1 Korintiërs 2:14). 

De niet wedergeboren mens weet misschien wel wat er in de Bijbel staat, maar hij kan het niet verstaan, niet bemerken, niet bekend raken met. Wat hij ook mogelijk wéét van het hemelburgerschap, het is hem dwaasheid, onzinnigheid, hij laat zich daar niet door beïnvloeden.

Maar degene die zich laat bepalen door het Licht dat in deze wereld verschenen is: Jezus Christus, laat zich meer en meer door Hem bepalen en gaat verstaan wat hem wacht. Wie in het licht wandelt gelijk Hij in het licht is, wordt toekomstgericht en verdraagt het niet langer om in de duisternis, in de uitzichtloosheid rond te dolen.

Wie in het licht wandelt, leeft vanuit de realiteit van het Licht. En in die realiteit ga je in het Licht ‘geloven’. Dat wil zeggen, dan ga je je vertrouwen stellen in het Licht. Jezus zegt niet voor niets:

Ik ben het Licht der wereld (Johannes 8:12).

Het is goed om er ook nog aan te denken dat ‘kinderen des lichts’ eigenlijk meer betekent: zonen des Lichts; nakomelingen van het Licht. Het woord ‘licht’ houdt veel meer in dan slechts een ‘lamp’ of een ‘ster’ zijn. Het woord ‘licht’ is ontstaan uit twee woorden die iets weergeven van: het uiten, bekendmaken van je wezen, van je innerlijk…

De tafeltekst voor deze week roept ons op om ons vertrouwen te gaan stellen in Hem, die Zijn wezen aan ons bekend wil maken, opdat we zullen zijn als Hij in deze wereld: Goddelijk licht in de uitzichtloosheid van de duisternis van deze wereld. Dit laatste is de diepste betekenis van: opdat gij kinderen des lichts moogt zijn.

Bijbeltekst week 2019 – 50

De maand december is begonnen. Deze tijd gebruiken we om toe te leven naar het naderende kerstfeest. De vier weken voor Kerst hebben de naam Advent gekregen. Advent is de periode van voorbereiding op het kerstfeest. Het begint vier zondagen voor Kerst en duurt tot kerstavond. Advent betekent letterlijk ‘komst’. In de uitleg van de tafeltekst staat geschreven dat we vurig naar Hem mogen uitzien, naar Zijn komst op de Grote Dag.

Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is. 

Fil 2:5,6 en 7

In onze voorbereidingen op het Kerstfeest een tekst over de gezindheid van Jezus. Wat is het een indrukwekkende uitnodiging voor ons allemaal om in de voetstappen van onze Heer te mogen gaan. Zijn als Hij in deze wereld, zoals de apostel Johannes het ons zegt:

Hierin is de liefde bij ons volmaakt geworden, dat wij vrijmoedigheid hebben op de dag des oordeels, want gelijk Hij is, zijn ook wij in deze wereld (1 Joh.4:17).

Ja, onze tafeltekst roept ons op om in de gezindheid van een volmaakte liefde in deze wereld te leven voor alle mensen om ons heen. God wil dat alle mensen behouden worden zegt de Schrift:

God, onze Heiland, die wil, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen (1Tim. 2:3,4).

Als wij God gaan lief krijgen met heel ons hart en met heel onze ziel en met geheel onze kracht, zoals Mozes het volk Israël leerde (Deut. 6:5), dan kunnen we het niet langer verdragen dat onze naasten geen deel hebben aan de behoudenis die in Christus is. Trouwens, dat is toch ook de centrale boodschap van Christus geboorte?! Niet hoog verheven, maar nederig en klein, geboren in een stal . . . Dat beeldt die wonderlijke gezindheid op zo’n schitterende wijze uit.

Als de rijke inhoud van onze tafeltekst tot ons gaat doordringen, dan wordt het Kerstfeest dit jaar een vernieuwingsfeest, een feest waarin deze goddelijke gezindheid gestalte mag gaan krijgen in ons leven, waardoor ons leven werkelijk vruchtdragend gaat worden voor Zijn komende Rijk.

Dan stellen we ons huis en leven open voor de naaste, om werkelijk bewogen en verlangend, net als Jezus, ons leven te delen met die naaste. Dit kan alleen, net als Jezus, als we aan de naaste ‘gelijk worden’, ja zelfs werkelijk dienstbaar worden. Dan dienen we de ander alleen waar deze werkelijk mee gediend wil worden. Als we voor onze omgeving een ruimte scheppen waar iedereen zich veilig voelt, dan zullen we verbaasd staan waar de ander mee gediend wil worden. Want dan zal zo onbevangen de schoonheid van het leven in Christus van ons uitstralen, zonder het als zodanig te benoemen, dat de ander daar naar gaat verlangen.

Als dat op een of andere manier tot werkelijkheid gaat worden, dan zal het Kerstfeest van dit jaar echt het geboortefeest van Christus worden, niet alleen voor ons, maar voor heel veel mensen om ons heen.

Bijbeltekst week 2019 – 49

De maand december is begonnen. Deze tijd gebruiken we om toe te leven naar het naderende kerstfeest. De vier weken voor Kerst hebben de naam Advent gekregen. Advent is de periode van voorbereiding op het kerstfeest. Het begint vier zondagen voor Kerst en duurt tot kerstavond. Advent betekent letterlijk ‘komst’. In de uitleg van de tafeltekst staat geschreven dat we vurig naar Hem mogen uitzien, naar Zijn komst op de Grote Dag.

Zie, deze is onze God, van wie wij hoopten, dat Hij ons zou verlossen; dit is de HERE, op wie wij hoopten; la­ten wij juichen en ons verblijden over de verlossing die Hij geeft.

Jesaja 25:9

Aan de tafeltekst, zoals wij die opzeggen, gaan nog een paar woorden vooraf: En men zal te dien dage zeggen:… ‘Te dien dage’ . . . dat is zo’n geweldige uitdrukking in de Bijbel. Dat is de Dag, ja meer nog: de bedeling, het tijdperk, waarnaar alle gelovigen door de eeuwen heen hebben uitgezien. Als die dag gekomen is, dan zal men zeggen . . . Dit werkwoord ‘zeggen’ betekent: ‘heel uitdrukkelijk zeggen’. En het is nog meer: ‘ten antwoord geven’. Maar het wordt ook wel vertaald met ‘uitroepen’ en ‘bidden’. In dit ‘zeggen’ wordt een vreugdevol geloof van de ziel uitgedrukt, vol aanbidding!

Laten we ons voornemen om in die gezindheid ook de tafeltekst met elkaar op te zeggen: Zie, deze is onze God, van wie wij hoopten, dat Hij ons zou verlossen; dit is de HERE, op wie wij hoopten; la­ten wij juichen en ons verblijden over de verlossing die Hij geeft. De woorden ‘Zie, deze is onze God’, geven weer dat ‘men’ zal wijzen naar God, Die Zich openbaart!

Dan zal ‘men’ zeggen: Zie, op Hem hebben wij gehoopt. Het werkwoord ‘hopen’ kunnen we ook vertalen met: begerig naar uitzien. Wat heerlijk als we zo de betekenis van woorden tot ons laten doordringen. Daar moet het stil voor worden in ons hart. Dan gaan we verstaan dat dit werkwoord ‘hopen’ eigenlijk nog meer inhoudt. Want dit: begerig, vurig naar uitzien, heeft iets ‘samenbindend’ in zich. Zo wordt dit werkwoord namelijk ook wel eens vertaald: samenbinden.

Als we vurig naar Hem uitzien, uitzien naar de Grote Dag, dan bindt dit verlangen ons samen, zoals Simeon en Anna dat in Jeruzalem ook zo beleefd hebben: …en zij sprak over Hem tot allen, die voor Jeruzalem verlossing verwachtten. (Lucas 2:38)

Wij verwachten dus ook met elkaar ‘dat Hij ons verlossen zal’. Dit Hebreeuwse werkwoord is ook de grondvorm van de Naam van Jezus: Jeshoea. Dit betekent: Verlosser. En in dat woord ‘verlossen’ zit niet alleen: van iets bevrijden, maar ook vooral: in de ruimte plaatsen! Het is zo’n prachtig dichterlijke taal van de profeet Jesaja. Je proeft in onze tafeltekst een cadans, zo’n schwung: Deze is onze God, naar Hem hebben we uitgezien (die Zijn beloften waar heeft gemaakt)  . . .  dit is Jahweh, naar Wie we hebben uitgezien, (laten we juichen en ons verblijden).

Ja, laten we daarom juichen en ons verblijden! Dit ‘juichen’ is niet hetzelfde als bij ons: leve de koning… Want in dit ‘juichen’ zit ook iets van: sidderen van vrees. Het beste kunnen we dit dus vertalen met: Laten wij met diep ontzag juichen.

En het: laten wij ons ‘verblijden’ is ook niet zo maar gewoon ‘blij zijn’. Nee, dit ‘verblijden’ is eigenlijk het beste te vertalen met: godsdienstig verheugen, dus: ons verheugen in God. Maar nu moeten we nog even nadenken waarom de profeet ons oproept om te gaan juichen en ons te verblijden. Wel, dat staat in de tekst hiervoor: Jesaja 25:Hij zal voor eeuwig de dood vernietigen, en de Here HERE zal de tranen van alle aangezichten afwissen en de smaad van zijn volk zal Hij van de gehele aarde verwijderen, want de HERE heeft het gesproken.

We moeten, voor we de tafeltekst deze week opzeggen, telkens maar even de Bijbel er bij pakken en dan vers 8 eerst lezen. Wat zal het dan juichen en jubelen, elke maaltijd weer, heel deze week!

Bijbeltekst week 2019 – 48

Ja, van oudsher heeft men het niet gehoord noch vernomen, geen oog heeft gezien een God buiten U, die optreedt ten behoeve van wie op Hem wacht.

Jesaja 64:4

De Bijbeltekst voor deze week begint met: van oudsher. Dat is een prachtige uitdrukking. Maar dit Hebreeuwse woord drukt niet alleen het verleden uit, maar ook de toekomst. Het woord is afgeleid van een werkwoord, dat de betekenis heeft van: verbergen, geheim zijn, altijd durend, niet eindigend. Van oudsher houdt dus iets oneindigs in naar verleden, heden en toekomst: niet te bevatten, niet te doorgronden, niet te overzien. Wat houdt dit ‘niet te doorgronden’ in onze tafeltekst in? Het is iets wat ‘te horen’, ‘te vernemen’ of ‘te zien’ valt.

Dit ‘horen’ en ‘vernemen’ horen bij elkaar. Het zijn twee verschillende werkwoorden, die allebei met ‘horen’ te maken hebben. Het eerste echter legt meer de nadruk op het ‘horen’, ‘geluid waarnemen’ en het tweede meer op het ‘gericht luisteren naar’. Je zou kunnen zeggen dat het eerste op je afkomt: je hoort wat, en het tweede geeft weer, dat je gehoor geeft aan. Het eerste werkwoord zou meer de betekenis kunnen hebben van: het ene oor in, het andere uit, maar het tweede drukt het verlangen uit om er gevolg aan te geven. Dit laatste is zo anders, omdat het weer met relatie, met liefde te maken heeft.

Laten we het vergelijken met de situatie dat je ergens bent en je je naam hoort roepen. Je kijkt verbaasd rond om te weten te komen wie jou hier kent. Maar het tweede is anders: je herkent aan de stem degene die je naam roept en dat doet je verlangen naar alles wat nu verder gaat gebeuren in het contact met elkaar.

Direct daar achter staat wat geen oog heeft gezien. Dit ‘gezien’ is meer dan ‘waarnemen’. Het heeft vooral ook te maken met ‘bezien om het te begrijpen’. Waar gaat het in onze tafeltekst nu om? Dat er in de oneindige tijd door de mens, behalve onze God, niemand ‘te zien’ is die ‘optreedt’.

Bij het woord ‘optreden’ moeten we echt wel even stil staan! Want dit woord ‘optreden’ is een werkwoord dat meer dan 2.200 keer in het Oude Testament voorkomt en al in de eerste verzen van de Bijbel wordt gebruikt. In het ‘scheppingsverhaal’ (Gen 1:1 tot 2:4) staat dat God tweemaal ‘scheppend’ iets tot stand bracht: 1) de hemel en de aarde en 2) de mens.

Voor het overige staat er geen ‘scheppen’, maar een werkwoord dat de betekenis heeft van: doen, vormen, tot stand brengen, maken. Dit werkwoord komt ook hier in onze tekst voor en wordt dan vertaald met ‘optreden’. Wat is het goed om te beseffen dat dit ‘optreden’ niets te maken heeft met een schouwspel, maar met een betrokken zorg.

En deze zorg van God is voor, ‘ten behoeve van’, ten dienste van: de mens die op Hem ‘wacht’. Maar dit ‘wachten’ is niet een passief wachten, niet een af-wachten! Nee, het is een ‘wachten op’, een ‘verwachten’! In het verband van onze tafeltekst is het nog meer. Het is een ‘verlangen naar’, een ‘uitzien naar’.

Wat hebben we weer een rijke tafeltekst. Natuurlijk lezen we deze tafeltekst, zoals die in de Bijbel vertaald staat. Maar toch weer even een eigen, heel vrije, vertaling, om het geluk dat vanuit deze woorden ons toe straalt, een week lang te bejubelen: Nooit zal er door een mens een god te verzinnen zijn, die meer zou kunnen zijn dan God, Die ieder, die naar Hem uitziet en zich aan Hem toevertrouwt, verzorgt, bewaart voor tijd en eeuwigheid.

Bijbeltekst week 2019 – 47

Wat gij ook doet, verricht uw werk van harte, als voor de Here en niet voor mensen;

Kolossenzen 3:23

In vers 17 van dit hoofdstuk staat: En al wat gij doet, met woord of werk …  Deze tekst begint met: Al wat gij doet. Het woord ‘al’ betekent gewoon ‘alles’, dus niets uitgezonderd. Het werkwoord ‘doen’ slaat vooral op alles wat je tot stand brengt: maken, toebereiden. De woorden: ‘verricht uw werk’  in deze tafeltekst, is eigenlijk één woord en kan vertaald worden met: werken of bezig zijn. Het slaat eigenlijk op alle gewone, dagelijkse dingen. ‘Verricht uw werk’ doet je al heel gauw denken aan wat meer opvallende zaken. Zo is het beslist niet bedoeld! Het gaat dus om ons gewone dagelijkse werk.

Paulus roept ons op om alle dagelijkse bezigheden ‘van harte’ te doen. Dit van harte zouden we ook kunnen vertalen als: met heel je ziel. Het woord ‘ziel’ kan vertaald worden met ‘levensadem’. Met ‘ziel’ wordt in het Nieuwe Testament altijd bedoeld: de innerlijke mens die voor het eeuwige leven bestemd is. Dit ‘van harte’ is de kern van onze tafeltekst.

Paulus vertelt ons dat alles wat we doen, iedere dag, elk ogenblik van de dag, bepaald moet worden, inhoud moet krijgen, vanuit het besef dat we hemelburgers zijn; mensen die huisgenoten Gods zijn, medearbeiders van Christus, mee bouwend aan Zijn komende Rijk . . . Efeziërs 2:19 Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods.

De tafeltekst is een duidelijke oproep om te breken met het dubbele leven. Paulus zegt ergens anders: Indien ik nog mensen trachtte te behagen, zou ik geen dienstknecht van Christus zijn (Galaten 1:10). Dat is duidelijke taal! Al ons ‘bezig zijn’ moet voor Hem zijn. Als dat niet het geval is, komt dit omdat we nog zo vast zitten aan het tijd-gebonden leven. We laten ons nog zo beïnvloeden door de wereldgeesten, waar Paulus zo vaak over spreekt (Galaten 4:3,9 en Kolossenzen 2:8,20).

Paulus roept ons op om ons zo op de komst van Zijn Rijk te richten, dat de wereldgeesten geen inspraak meer kunnen hebben. Dat is alleen mogelijk als we ons van ogenblik tot ogenblik laten inspireren door de Heilige Geest, die ons immers wil leiden in alle waarheid! Johannes 16:13  doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen.

Dan kunnen we ook denken aan een ander woord van Paulus: Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede (Romeinen 12:21). En wat het ‘goede’ is, staat zo duidelijk omschreven in de tafeltekst van deze week.

Iedere dag mogen we driemaal aan tafel deze woorden tot ons laten doordringen. En dan ook vertrouwen dat, als we niet uit gewoonte, maar biddend deze woorden uitspreken als ‘Brood voor ons Hart’, God Zijn Woord zal bevestigen in onze harten. Dan zullen we, meer dan ooit, betrouwbare medearbeiders van Christus worden, tot zegen en verlossing van heel veel mensen om ons heen . . .

Bijbeltekst week 2019 – 46

Laat ons oog daarbij [alleen] gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde welke voor Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods. 

Hebreeën 12:2

Laat ons oog daarbij alleen gericht zijn op Jezus . . .  Het woordje ‘daarbij’ maakt het nodig om ook het eerste vers te lezen: Hebreeën 12:1 Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die vóór ons ligt. 

Hebben wij echt zo’n grote wolk van getuigen rondom ons?

Ja, getuigen uit een ver verleden. Maar er is veel voor nodig willen deze overoude getuigen ons nog aanspreken. Paulus was er echt heel blij mee. Maar laten wij, om meer geïnspireerd te worden, even deze oude, echt wel waardevolle getuigen, naar de achtergrond schuiven en kijken of er geen meer actuele getuigen zijn. Echt waardevolle getuigen zijn alleen ooggetuigen. Daarom komen wij met de gemeente ook ‘s zondags samen om te luisteren naar wat wij zelf ervaren hebben van de bemoeienis van de Here in ons persoonlijke leven. Dat is de waarde van ons ‘elfuurtje’! Want als we horen en zien wat God in de levens van anderen bewerkt, staat de deur open voor echte aanbidding.

Dat is de basis voor echt leven en voor gezond denken: ‘Eerst aanbidden, dan pas ademen en dan pas denken’, is een bekende spreuk. Dan krijg je zin om mee te gaan, je er in te storten en te zorgen dat je niet achterblijft! Maar dat kan spanning en verbetenheid wekken.

Wat wordt de tafeltekst van de komende week dan kostbaar! Want wij hebben een grote wolk van getuigen om ons heen, we zien dat God onder ons werkt in de harten van veel mensen. Maar de enige manier om werkelijk deel te krijgen aan dit getuigenis is om dan ook alleen maar op Jezus gericht te zijn. Hij is gehoorzaam gebleken tot de dood aan het kruis. Ja, Hij heeft zelfs vreugdevol het kruis op Zich genomen, de schande en de smaad niet achtende. En daarom heeft Jezus van God de Naam boven alle Naam ontvangen en is Hij nu gezeten ter rechterzijde van de troon Gods.

Als de actuele getuigen van Gods werk onder ons, ons niet richten op Jezus, dan vervallen we tot armzalige meepraters en meelopers.

Laat de tafeltekst voor deze week daarom voor ons allemaal een oproep zijn om, meer dan ooit, alleen gericht te zijn op Jezus, onze levende Heer. Die dan ook voor ons de Leidsman en Voleinder (voleinden = voltooien, afmaken) van ons geloof zal blijken te zijn.

Bijbeltekst week 2019 – 45

Maar wij hebben deze schat in aarden vaten, zodat de kracht, die alles te boven gaat, van God is en niet van ons.

2 Korintiërs 4:7

Omdat onze nieuwe tafeltekst begint met ‘maar’ moeten we ook nu weer lezen wat aan deze tekst vooraf gaat. (2 Kor.4:6) Want de God, die gesproken heeft: Licht schijne uit het duister, heeft het doen schijnen in onze harten, om ons te verlichten met de kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Christus.

Deze tekst: ‘Want de God, die gesproken heeft: Licht schijne uit het duister,’ verwijst heel krachtig naar de eerste verzen van de Bijbel: En God zeide: Er zij licht; en er was licht (Gen. 1:3). Tijdens de scheppingsdagen brak er, vanuit de duisternis die er op de aardbol was, door het zweven van Gods Geest over deze duisternis, licht door. En de apostel Paulus drukt in zijn brief aan de Korintiërs uit, dat vanuit het duister van ons bestaan Gods licht ook doorgebroken is in onze harten. Dit licht heeft niet slechts tot doel om de duisternis te verbreken, maar, zoals de tekst in vers 6 ook weergeeft, iets aan het licht te brengen, te openbaren, nl. de kennis van de heerlijkheid Gods.

Het woord ‘kennis’ betekent niet zo zeer ‘er iets over weten’, maar eigenlijk meer ‘inzicht, verstaan, deel hebben aan.’

Het woord ‘heerlijkheid’ is ook de moeite waard om aandacht aan te besteden. Dit woord betekent zoiets als: iets verstaan, wat onlosmakelijk tot gevolg heeft dat men tot aanbidding en lofprijzing komt. Het is dus het tegenovergestelde van, zoals de Bijbel het zegt De kennis maakt opgeblazen (1Kor. 8:1). Het grote verschil is nl. de gezindheid bij de ‘kennis’: als de kennis ons tot zelfverrukking brengt of: tot aanbidding brengt vanwege de openbaring van God . . .

Alle kennis die wij vergaren, buiten Christus om, maakt opgeblazen en vervreemdt ons van God. Hiervan zegt de Schrift: Verderven zal Ik de wijsheid der wijzen, en het verstand der verstandigen zal Ik verdoen (1 Kor.1:19). Maar van de kennis die tot aanbidding brengt zegt de Schrift: Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis. Omdat gij de kennis verworpen hebt, verwerp Ik u, dat gij geen priester meer voor Mij zult zijn; daar gij de wet van uw God vergeten hebt, zal ook Ik uw zonen vergeten (Hosea 4:6).

De kennis waarvan vers 6 spreekt, kan niet opgeblazen maken, omdat – en nu komen we dan aan onze tafeltekst – deze kennis ons het besef geeft dat het een schat is die geborgen is in aarden vaten. Deze kennis heeft God namelijk toevertrouwd aan mensen, hier ‘vaten’ genoemd, die maar heel broze instrumenten, werktuigen zijn. Deze kennis, die ons God doet aanbidden, is een mogelijkheid voor God om Zich te openbaren aan de wereld om ons heen!

Wonderlijk dat in onze tafeltekst aan de ene kant de broosheid van het instrument, de mens, wordt weergegeven, maar aan de andere kant de ‘kracht’ die van het broze werktuig uitgaat naar de wereld om ons heen! Want ‘de kracht, die alles te boven gaat’ zouden we ook eenvoudig kunnen vertalen met: voortreffelijke bekwaamheid. Deze voortreffelijke bekwaamheid krijgt alleen gestalte in de aanbidding. Want alleen als we Hem aanbidden functioneert deze voortreffelijke bekwaamheid naar de wereld om ons heen.

Als we de tafeltekst van de komende week met elkaar opzeggen, kan het verlangen groeien, dat we meer dan ooit vanuit de aanbidding zullen leven. Dan zullen wij voor de wereld om ons heen tot openbaring komen als echte, eenvoudige, broze, maar toch ook weer loeisterke, zonen en dochters van God!

Bijbeltekst week 2019 – 44

Vreest niet, want God is gekomen om u op de proef te stellen, en opdat er vrees voor Hem over u kome, dat gij niet zondigt.

 Exodus 20:20

Bijna 70 keer staat in de Bijbel (O.T.) dat God de mens tegemoet komt met: ’Vrees niet’. Het Hebreeuwse werkwoord heeft vaak een tegengestelde betekenis. Het meest heeft het de betekenis van ‘vrezen, bang zijn voor’, maar vaak heeft het een andere betekenis, zoals ‘eren’ (Richt. 6:10) of ‘met ontzag vervuld zijn’ (1 Kon.3:28). In onze tafeltekst komt dit werkwoord 2 keer voor. ‘Vreest niet’ en dan betekent het inderdaad: weest niet bang. Maar in het tweede gedeelte heeft het de betekenis van ‘met ontzag vervuld zijn, vereren’.

Als we bang zijn voor God proberen we Hem te ontlopen, maar als we met ontzag vervuld zijn, willen we Hem kennen in al onze wegen, opdat Hij onze paden recht zal maken: Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken (Spr.3:6).

Als we vervuld worden met een diep ontzag voor God, leren we Hem kennen, zoals Hij werkelijk is. Dan worden we verlost van al onze eigen ‘godsbeelden’. Vol verwondering en geluk buigen we ons voor Hem: vertrouwen we ons aan Hem toe. Dan gaan we Hem liefhebben, boven alles. En in het schuilen bij Hem, heeft de boze geen vat op ons: Wij weten, dat een ieder, die uit God geboren is, niet zondigt; want Hij, die uit God geboren werd, bewaart hem, en de boze heeft geen vat op hem (1 Joh.5:18).

Maar geen mens kán bij God schuilen zonder gereinigd te zijn van de zondelast, d.w.z. van de vijandschap tegen God! En het is niet genoeg om te geloven dat Jezus is gestorven, opdat deze vijandschap doorbroken zou worden, want dat doen de boze geesten ook: (Jak.2:19) Gij gelooft, dat God één is? Daaraan doet gij wél, [maar] dat geloven de boze geesten ook en zij sidderen. Nee, het is onmogelijk om bij God te schuilen tenzij wij een ‘nieuwe schepping’ zijn: een wedergeboren mens. Daar valt de diepe scheiding tussen mensen die het ‘wel geloven’ en de mensen die werkelijk ‘leven’.

Als in onze tafeltekst staat dat God ‘gekomen is’, dan betekent dit, dat God ons ‘opgezocht’ heeft, dat God is ‘neergedaald’ tot ons, verloren mensen, om ons uit te redden. Dat wijst naar de komst van Jezus Christus. Uit die hoop hebben Adam en Eva al geleefd en met hen al de mensen van de ‘heilige lijn’ die in het Oude Testament van de Bijbel beschreven staat. Daar mogen ook wij uit leven, door het geloof dat de Christus gekomen is. En dus niet alleen door te geloven, maar door te leven uit de werkelijkheid van de verlossing. Dan kunnen we, ieder moment van de dag, onze toevlucht zoeken bij Hem, die ons tegemoet is gekomen, Jezus Christus, die ons bij de Vader brengt: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij (Joh.14:6).

Als door de dagelijkse wandel met Jezus de eerste vrees (bang zijn voor God) verdwenen is, schuilen we als onbevangen kinderen bij Vader, die ons onderwijst en ons de weg wijst, waar we dan niet meer van kunnen afdwalen. Want door beproevingen heen leert Hij ons bij Hem te blijven schuilen, zodat de boze geen vat meer op ons heeft. Dan blijkt het heel duidelijk dat alleen Hijzelf de garantie voor ons leven is, dat wij ‘niet zondigen’: niet meer van het doel en de zin van het Leven af te leiden zijn. Jezus Zelf is het Die ons, door beproevingen heen, leert om voor tijd en eeuwigheid aan Hem ‘verkleefd’ te zijn en te blijven: Mijn ziel is aan U verkleefd, uw rechterhand houdt mij vast (Psalm 63:9).

Voor de duidelijkheid nu nog een vrije vertaling van onze tafeltekst: ‘Wees niet bang, want God is tot ons neergedaald om ons betrouwbaar te maken (in de wandel met Hem) zodat er een kinderlijk ontzag voor Hem over ons komt, zodat wij, aan Hem verkleefd, nooit meer van het Levenspad zullen afdwalen’.

Bijbeltekst week 2019 – 42

Gij maakt mij het pad des levens be­kend; overvloed van vreugde is bij uw aangezicht, liefelijkheid is in uw rech­terhand, voor eeuwig.

Psalm 16:11

We hebben voor deze week een jubeltekst uit de Psalmen. Laat het maar jubelen, elke dag dus wel drie keer! Wat een vreugdevolle ontdekking geeft die eerste regel weer: Gij maakt mij het pad des levens be­kend; …

We ontdekken het pad des levens dus niet zelf, door studie of meditatie, maar God maakt ons het pad des levens bekend. Dit ‘bekendmaken’ heeft niets te maken met ‘aankondigen’, ‘proclameren’ of iets dergelijks. Nee, we kunnen het veel beter vertalen met: ‘doen verstaan’, zoals in Deut.29:4  Doch de HERE heeft u geen hart gegeven om te verstaan of ogen om te zien, of oren om te horen, tot op de huidige dag. Ja, zo was het toen Israël nog in de woestijn ronddoolde. Maar de psalmist jubelt het uit: Ik mag het pad des levens verstaan!

We kunnen ‘bekendmaken’ ook nog met ‘zich bewust zijn van’ vertalen, zoals in 1 Kon.2:44 Gij weet al het kwaad, – uw hart is zich daarvan bewust -, dat gij mijn vader David hebt aangedaan; …

Verder is ook een heel mooie vertaling: ‘aanwijzen’, zoals in Job 38:12 Hebt gij ooit in uw leven de morgen ontboden, de dageraad zijn plaats aangewezen, … En het woord ‘pad’ mogen we ook vertalen met ‘wandel’ of ‘levensweg’. Terwijl we het Hebreeuwse woord ‘leven’: ‘chai’, beter kunnen vertalen, als het om mensen gaat, met: actieve levendigheid. Hoe begrijpelijk wordt dan de vreugde die van deze tekst uitstraalt: Gij maakt mij bewust hoe sprankelend het leven is dat U ons schenkt.

Nu gaan we naar de tweede versregel: overvloed van vreugde is bij uw aangezicht, … We beginnen bij het laatste gedeelte, want daarin zit de kern van deze regel: bij uw aangezicht. Het woord ‘aangezicht’ is ook te vertalen met ‘tegenwoordigheid, aanwezigheid’. Heel eenvoudig is deze regel daarom te vertalen met: Als we in Uw aanwezigheid zijn dan worden we verzadigd van vrolijkheid en blijdschap.

Alleen in de echte ‘aanwezigheid’ van God is waarheid. Van deze werkelijkheid getuigt koning David. En alleen als wij deze werkelijkheid kennen in ons leven, kunnen ook wij deze woorden uitjubelen…   Als we in Uw aanwezigheid zijn dan worden we verzadigd van vrolijkheid en blijdschap. Wat een zegen als ons huis, als de Gemeente waar wij toe mogen behoren, vervuld is met de aanwezigheid van God, waarvan zowel het Oude – als het Nieuwe Testament getuigen: Gen.28:15  En zie, Ik ben met u en Ik zal u behoeden overal waar gij gaat, … en: Matt.28:20  En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld.

Het kan gewoonweg niet op. Want in de aanwezigheid van God is er pure blijdschap en vreugde. Daarom zegt David in de derde regel van dit lied: liefelijkheid is in uw rech­terhand, voor eeuwig.

Liefelijkheid heeft niets te maken met ‘zoetigheid’. Nee, dit woord is te vertalen met: ‘aangename, goed klinkende muziek’. Daarbij moet ik denken aan de woorden van Paulus uit Efeziërs 5:19  en spreekt onder elkander in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zingt en jubelt de Here van harte. Dit komt zomaar vanzelf, als we verstaan wat de woorden: in uw rech­terhand, inhouden. ‘Rechterhand’ is een Hebreeuws woord met heel veel betekenissen, zoals: ‘recht, rechterhand, rechterzijde, rechts (van richting), zuidwaarts’. Maar figuurlijk betekent het: ‘het recht, het goede beleven in Zijn nabijheid’. Deze laatste regel van dit psalmvers kunnen we dus vertalen met: In Uw nabijheid kunnen we pas echte muziek maken.

En nu nog: voor eeuwig. Het Hebreeuwse woord, dat hier gebruikt wordt, wijst op de inhoud van het eeuwig voortdurende: steeds maar doorgaande begeleiding. Het gaat hier om de eeuwigdurende nabijheid en begeleiding van God, waardoor we van harte vrolijk kunnen zijn.

Als we deze tafeltekst opzeggen, dan willen we dus alle ‘Baäldienst’ voorgoed afzweren om alleen nog maar Gods nabijheid te zoeken tot in ieder detail van ons leven.

Bijbeltekst week 2019 – 43

Hij heeft u bekend gemaakt, o mens, wat goed is en wat de HERE van u vraagt: niet anders dan recht te doen en getrouwheid lief te hebben, en ootmoedig te wandelen met uw God.

Micha 6:8 

Micha profeteerde in de tijd van koning Hizkia. Hij was een tijdgenoot van de profeet Jesaja. Micha sprak vol gloed over de komst van het Vrederijk (Micha 4:1-4) als troost voor degenen, die zijn profeteren over de ondergang van het noordelijke Rijk ter harte hadden genomen (Micha 1:1-8). Maar hij geselt de zonden van de heersende klassen: de omkoopbaarheid van de profeten, de hebzucht van de priesters die ook recht spraken, en de hardvochtigheid van de rijken jegens de armen (hoofdstuk twee en drie).

Maar te midden van al deze harde woorden tegen een volk dat, zelfgenoegzaam, niet meer luisteren wil naar de stem van God, staan deze liefelijke woorden, die voor deze week onze tafeltekst zullen zijn: Hij heeft u bekendgemaakt, o mens… 

Micha en Jesaja waren in die tijd niet de enige profeten. Het was de bloeitijd van de profeten: ze waren wat je noemt ‘in’. Ze hoorden bij het leven van de hoge stand in Israël, ze werden uitgenodigd bij de luisterrijke feesten. Maar naar wat zij spraken in de Naam van God, werd niet geluisterd. Ach ja, wel geluisterd, maar niet aan gehoorzaamd. We hoeven dat niet verder uit te leggen, want dat begrijpen we maar al te goed…  De woorden die de profeet Micah sprak, waren voor degenen die wél luisteren wilden. Want alleen aan de luisterende mens kan God iets ‘bekend maken’. Dit ‘bekendmaken’ heeft niets te maken met ‘proclameren’. Maar wel met ‘mededelen’ of beter nog met ‘duidelijk maken’, ‘te kennen geven’, of nog beter: ‘te weten laten komen’, ‘uitleggen’.

Ook hier leren we God weer kennen zoals Hij werkelijk voor ons wil zijn: een liefdevolle, zorgzame Vader, voor hen die niet alleen Zijn schepsel willen zijn, maar kind willen zijn, zoon en dochter willen zijn.

Aan hen vertelt Vader, dat het leven zo eenvoudig is, in het schuilen bij Hem. Hij vraagt van Zijn kinderen niet anders dan. Dat betekent: ‘alleen maar’. De woorden, zoals ze in onze tafeltekst vertaald staan, klinken nogal zwaar: niet anders dan recht te doen. Maar we mogen het ook anders vertalen: niet anders dan te gehoorzamen aan wat Hij ons heeft voorgeschreven. Gods voorschriften zijn aanbevelingen, richting aangevend voor werkelijk leven: Tora, wat dus niet slechts wet betekent. Als we God hebben leren kennen als onze liefhebbende, eeuwige Vader, dan beleven we de rijkdom van Zijn voorschriften, van de Tora, als raadgevingen, die overigens wel dienen opgevolgd te worden, willen we echt kunnen leven.

Dan gaat onze tekst verder met: en getrouwheid lief te hebben. Het woord ‘getrouwheid’ klinkt ook weer zo zwaar. Maar dit woord krijgt zo veel warmere inhoud als we zien hoe het ook vertaald kan worden, met: ‘goedheid’, ‘vriendelijkheid’ of ‘vriendschap’. Laten we er vooral op letten dat er niet staat: getrouwheid in acht nemen of zoiets, maar liefhebben.

En nu nog het laatste gedeelte van deze liefelijke woorden van, de overigens zo strenge profeet, Micha: en ootmoedig te wandelen met uw God.

We gebruiken het woord ‘ootmoed’ vaak zonder werkelijk te verstaan wat dat betekent. In onze tekst staat er niet ‘ootmoed’ maar ‘ootmoedig zijnde’. Het staat in een werkwoordsvorm die om een andere vertaling vraagt: ‘bescheiden zijn’. De woorden van de profeet Micha roepen ons op om in het wandelen met God, in het Hem kennen in al onze wegen, geen geweldenaar te zijn.

Als we van harte onze tafeltekst opzeggen, dan spreken we uit dat we in alle eenvoud Vader willen gehoorzamen, Die ons dan veilig in het Koninkrijk van Zijn Zoon zal aanbrengen. Want Hij is niet alleen onze Hemelse Vader, maar de HERE. En dat is: Degene, Die in alles het laatste Woord heeft.

Bijbeltekst week 2019 – 41

Maar de rechtvaardigen ver­heugen zich, zij juichen voor Gods aangezicht­ en zijn blijde met vreugdebetoon.

Psalm 68:4

Omdat de tafeltekst begint met het woordje ‘maar’, moeten we wel aandacht besteden aan wat er voor staat. Belangrijk is vooral in het 2e vers van deze psalm de tekst: God staat op. Dit is een prachtige uitdrukking. De eigenlijke betekenis is: God maakt Zich gereed, gaat op weg. Hij verheft Zich dus. Want het betekent: God laat zich zien, Hij openbaart Zich, Hij treedt handelend op. Dit is de grondtoon van deze psalm: God is niet ver weg, maar heel nabij. Hij ontfermt Zich over ons. Alle ellende verdwijnt dan als sneeuw voor de zon. Alles wordt eenvoudig, omdat de duisternis op de vlucht gaat.

En nu onze tafeltekst: Maar de rechtvaardigen ver­heugen zich. Wat zijn de ‘rechtvaardigen’? Dat zijn degenen die onschuldig zijn. Wat zijn dat voor mensen? De Prediker zegt: Want niemand op aarde is zo rechtvaardig, dat hij goed doet zonder te zondigen (Prediker 7:20).

Maar dan kunnen er toch geen onschuldigen bestaan?

Daarom is het woord ‘rechtvaardige’ juist ook zo mooi, want een rechtvaardige is iemand die ‘recht vaart’, in wie niets ‘dubbel’ is. Hij bestaat alleen bij het wonder, dat God ‘opstaat’, Zich openbaart. Alleen dan komt er duidelijkheid: licht is licht en duisternis blijkt echt duisternis te zijn. Als God Zich openbaart, komt er een scheiding van geesten; wie bij Hem schuilt wordt verlost van al het ‘dubbele’, van alle kronkels… De tafeltekst beschrijft het ‘schuilen bij Hem’ op zo’n rijke manier. Om dit duidelijk te maken kunnen we de tekst veranderen; een beetje omkeren: Zij die zich ver­heugen en juichen voor Gods aangezicht­, en die blijde zijn met vreugdebetoon, zijn rechtvaardigen.

Een rechtvaardige is iemand die zich verheugt. Dit werkwoord betekent: innerlijk blij zijn. Echte innerlijke vreugde is er alleen, als je opmerkt, dat God naar ons omziet en handelend optreedt: Zie, Ik maak alle dingen nieuw (Openbaring 21:5).

Niemand kan deze tafeltekst, die uitpuilt van vreugde, blijdschap en pret, van harte opzeggen, tenzij hij z’n denken laat bepalen door het handelen van God. Wie uitgekeken is op de wereld van vandaag, door uit te zien naar Zijn handelen, gaat deze vreugde beleven en voelen opborrelen in z’n hart. Deze blijdschap is een vrucht van Gods Geest: Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing  (Galaten 5:22). Wie dat eenmaal geproefd heeft, verstaat het dat rechtvaardigen ‘innerlijk blij zijn’ . . .

Onze tafeltekst tuimelt nog verder in de blijdschap: zij juichen voor Gods aangezicht. Dit is heel speels: opspringen, huppelen van vreugde. Ja, daar is die ‘innerlijke’ vreugde voor nodig. Maar die is er ook alleen als we voor Gods aangezicht zijn. Dit betekent: in Gods tegenwoordigheid zijn. Geheel anders is dat in de ‘godsdienstigheid’. Daar wordt alles zo steriel-plechtig, met kaarsen en wierook…  Nee, de beschrijving van een ‘rechtvaardige’ in de Bijbel is zo anders: een kinderlijk, speels en blij mens, omdat hij God kent in alle details van zijn leven. Daar heb je geen sfeertjes voor nodig. Al dat ‘plechtige’ bevredigt alleen maar het vrome vlees. En dat kent een rechtvaardige niet. Nee, hij is blijde met vreugdebetoon. Dit ‘blijde’ beleeft niets van ‘plechtigheid’, want het betekent: vrolijkheid, plezier, feestelijkheid. En het woord ‘vreugdebetoon’ beschrijft de bron van de vreugde: niet om de pret, maar ‘plezier hebben in’… de aanwezigheid van God!

Als we onze tafeltekst opzeggen, mogen we beseffen, dat deze echte vreugde er alleen kan zijn – te midden van alle verwording en vervreemding van God –  als wij, juist daarom, bij Hem schuilen, letten op Zijn handelen onder ons. Dan maakt God Zelf ons immers tot ‘rechtvaardigen’, die zo geheel anders zijn dan we dachten: eenvoudige, blije mensen, die het nooit kunnen nalaten, om onder alle omstandigheden naar Gods handelen te blijven kijken.

Bijbeltekst week 2019 – 40

De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten wij dan de werken der duisternis afleggen en aandoen de wapenen des lichts!

Romeinen 13:12

Onze tafeltekst spreekt overdrachtelijk over dag en nacht. In deze zin moeten we het woord ‘dag’ zien als de tijd om zich te onthouden van uitspatting, ondeugd, misdaad, omdat daden van die aard ‘s nachts en in duisternis bedreven worden. Het woord ‘dag’ kun je zien als een symbool van alles wat het licht verdragen kan, het licht niet schuwt. Daar tegenover staat het begrip ‘nacht’ als de tijd waarop het normale werk stil ligt, de tijd voor daden die het licht niet verdragen, de tijd van het leven in de dood…

Onze tekst zegt: De nacht is ver gevorderd. Dit ‘ver gevorderd’ kunnen we ook vertalen met: ‘snelle voortgang hebben, toenemen’. Het ‘nachtleven’ is er altijd geweest, door de eeuwen heen. Maar nu is ‘de dag’ – de periode dat men werkt – er vaak alleen om het nachtleven te beleven: de tijd van de dood, de tijd voor daden van zonde en schande. Dit laatste is overigens alleen de beschrijving, vanuit het ‘licht’ gezien, want in ‘de nacht’ is dit alles eigenlijk gewoon, gezellig, ontspannend etc.

De nacht is ver gevorderd betekent dat het hierboven beschreven leven, wat vroeger alleen ‘s nachts plaats vond, nu niet meer verborgen is, maar ‘gewoon’ is geworden. En dat we er steeds meer gewoon aan raken, tenzij we ons bewust worden, dat ‘de dag nabij is’, zoals onze tafeltekst vertelt. Vaak wordt in de Bijbel gesproken over de dag als de laatste dag van deze tegenwoordige eeuw, de dag dat Christus zal wederkeren uit de hemel, de doden zal opwekken, het eindgericht zal houden en Zijn koninkrijk zal voltooien. Immers op die dag zal alles wat in de ‘duisternis’ gewerkt werd aan het ‘licht’ komen: Ef.5:13  maar als dat alles door het licht ontmaskerd wordt, komt het aan de dag; want al wat aan de dag komt is licht.

Iedereen die zich hier van bewust is, gaat een hekel krijgen aan alles wat tot de ‘nacht’ behoort. Het verlangen om open, klaar en helder, heel eenvoudig te leven, verdrijft de ‘nacht’ uit ons leven. De ‘nachtkleding’ willen we niet meer! Die past alleen bij de bezigheden van de ‘nacht’. Maar als we niets meer van doen willen hebben met de ‘bezigheden’, de ‘werken’ van de nacht, van de duisternis, dan willen we ons ‘bekleden’ met de ‘wapenrusting’ die we nodig hebben om alles tot stand te brengen wat bij de dag hoort. Dit alles staat eigenlijk in onze tafeltekst: Waar we ‘de Dag’ zien naderen willen we de werken der duisternis afleggen. Dat wil zeggen, dat we alle bezigheden die tot de nacht behoren, willen afleggen, weg doen.

Als we in plaats van ‘nacht’ nu eens ‘vlees’ zetten: alles wat belangrijk is, kan zijn, voor het tijdgebonden leven. En voor ‘dag’ het woord ‘geest’ zetten: alles wat belangrijk is en met het hemelburgerschap te maken heeft. Dan roept de tafeltekst ons op om alles opzij te schuiven, wat alleen maar te maken heeft met het hier en nu, zonder God en: aandoen de wapenen des lichts. Het woord ‘aandoen’ betekent: zich kleden in, verzinken in, zich omringd weten met. En het woord ‘wapenen’ heeft niet alleen met ‘oorlogstuig’ te maken, maar kan ook eenvoudig vertaald worden met: gereedschap om iets te maken.

Dan zie ik zo voor mij een werkplaats, waar een vrolijk lied klinkt en mensen met plezier bezig zijn om iets te maken, wat straks gebruikt zal worden; straks als de bazuin klinkt en Zijn voeten op de Olijfberg staan, als Zijn Rijk aanbreekt. Immers, onze tafeltekst spreekt toch eigenlijk van dat ogenblik, van die Dag…

Als we die Dag zien naderen, dan gaan we aan de slag; de nachtkleding uit, de werkkleding aan. Omringd door alle werktuigen die nodig zijn en gereedliggen, om de werken te werken, die God voor ons bereid heeft; al vóór de grondlegging van deze wereld!

Bijbeltekst week 2019 – 39

Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen.

Johannes 15:5

Wat een prachtige tekst voor deze week. Jezus vergelijkt Zich hier met een wijnstok, en degenen die van Hem zijn met de ranken, om daarmee uit te drukken hoe nauw de relatie tussen Hem en ons moet zijn. Even daarvoor heeft Hij dit beeld ook gebruikt, maar dan in relatie tot onze hemelse Vader:  Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de landman. Toch is het beeld dat Hij in het eerste vers gebruikt anders dan in het vijfde. In onze tafeltekst voor deze week splitst Hij de wijnstok op in de wortelstam en de ranken, maar in het eerste vers doelt Hij op de hele plant.

Het is goed om te luisteren naar wat Jezus in de eerste verzen zegt, willen we de tekst voor deze week beter begrijpen: Let op wat de Landman (onze hemelse Vader) doet. Hij bekijkt elke rank met grote aandacht. Als Hij ziet dat er geen vruchten komen aan de rank, dan neemt Hij die tak weg, omdat deze tak niet beantwoordt aan het doel. Want het gaat bij de landman niet om de ranken, maar om de vruchten. Daarom schenkt Hij alle aandacht aan de ranken die wel vrucht dragen. Vanaf het eerste begin let Hij er op, in vreugdevolle zorg, dat de vruchtbare ranken alles krijgen wat ze nodig hebben: lucht, zonlicht, en verder neemt Hij van deze vruchtbare ranken alles weg wat te veel is voor de volle ontwikkeling van de vruchten. Dan bloedt de rank misschien wel even en misschien begrijpt de rank niet waarom die prachtige zijtakken worden afgeknipt…

En nu de tekst voor deze week:

Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen.

Hierin vertelt Jezus hoe het komt dat er takken zijn die veel vrucht dragen. Heel eenvoudig, omdat een tak die niet volledig en gezond met Hem verbonden is, nooit vrucht kan dragen. Er kunnen wel bloesems aan komen, heel veelbelovend, maar na de bloei blijft er niets over.

Als dit tot ons doordringt, wat zullen we dan bij het lezen van de tekst van deze week bereid worden om met vreugde en verwondering het snoeimes van de Landman in ons leven van iedere dag toe te laten. Omdat het snoeimes van Hem in ons leven een teken is, dat we echt met Jezus verbonden zijn, als de rank met de wijnstok. Dan mogen we, vol vertrouwen in de Landman, uitzien naar de vruchten die heel zeker niet zullen uitblijven.

Bijbeltekst week 2019 – 38

HERE, wees ons genadig. Op U hopen wij; wees onze arm elke morgen, ja ons heil in tijd van benauwdheid.

Jesaja 33:2

In de tafeltekst van deze week wordt de kostbare Naam van God gebruikt: HERE. Altijd als dit woord in de Bijbel met hoofdletters geschreven staat, betekent dit dat hier de Naam van God staat, waarmee Hij Zich bekend heeft gemaakt aan Zijn volk Israël, toen Hij hen uit het slavenhuis redde. Deze Naam van God was niet onbekend. In de geschriften, die Mozes gebruikte om het boek Genesis samen te stellen, komt deze Naam al voor. De oudste geschriften, waaronder de ‘Scheppingshymne’, ontstonden al ruim 2500 jaar vóór Abraham. En in Mesopotamië liet Koning Hammurabi op een hoge zuil zijn wetten schrijven, waartussen het zinnetje staat: de HERE is koning.

In het Hebreeuws staat, net als in het Nederlands, dit woord geschreven met vier letters; medeklinkers, zonder klinkers. Dat is moeilijk uit te spreken voor degenen die de taal niet zo goed kennen. Later heeft men er klinkers aan toegevoegd. Maar niet dié klinkers die bij de Naam horen, maar, uit eerbied voor deze heilige Naam, de klinkers van ‘adonai’: heer. Hierdoor ontstond het woord dat je uitspreekt als Jehova. Maar de diepe betekenis van de werkelijke Naam van God is: ‘de (eeuwig) Bestaande’ of ‘Ik ben er voor jullie’. Deze rijke betekenis is afgeleid van de basis van deze Naam, die gevormd wordt door het werkwoord ‘zijn’. De betekenis van dit ‘zijn’ is ook heel veelkleurig: 1) tot hulp zijn, 2) vervullen, 3) toebehoren, 4) omringen, en ga zo maar door.

De HERE is dus onze God, Die ons ter hulpe is, Die Zijn beloften aan ons vervult, aan wie wij toebehoren, Hij is het, Die ons omringt.
Tot deze God richten wij ons gebed: wees ons genadig. Het werkwoord ‘genadig zijn’ klinkt zo veel warmer als we het, heel terecht, vertalen met ‘genegenheid toedragen’. God ontfermt Zich over ons, omdat Hij ons liefheeft! Als wij bidden: wees ons genadig, dan spreken wij eigenlijk uit, dat wij ons willen overgeven aan Zijn genade: aan Zijn liefdevolle genegenheid.

Op U hopen wij. Dit ‘hopen’ is zo veel anders dan wij het kennen in: nou ja, ik hoop het… We mogen dit Hebreeuwse werkwoord ook best vertalen met:
verwachten, vurig uitzien naar. Wees onze arm elke morgen. Het woord ‘arm’ betekent veel meer: kracht. Zo wordt het ook heel vaak in de Bijbel vertaald.

En elke morgen heeft simpel de betekenis van: altijd, van ogenblik tot ogenblik. En dan het woord heil. Wat prachtig is dat, als we beseffen dat ook hier weer het Hebreeuwse woord ‘Jeshoeah’ staat. Dit woord, dat wij vaak vertalen met ‘Jezus’ als eigennaam van onze Heer, betekent Redding, Verlossing.
Dan rest ons nog om het woord benauwdheid te bekijken. Dit woord is ook te vertalen met: nood, verdriet, onrust of moeilijkheid.

Natuurlijk laten we onze tafeltekst staan zoals hij in de Bijbel staat. Maar om de inhoud goed tot ons te laten doordringen volgt hier even een andere vertaling: God, U die er altijd voor ons wilt zijn, wij zien naar U uit; wees ieder ogenblik van de dag onze sterkte, ja onze verlossing, onze uitredding als we verdrietig, als we onrustig zijn.

Bijbeltekst week 2019 – 37

Mijn schapen horen naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij, en Ik geef hun eeuwig leven en zij zullen voorzeker niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit mijn hand roven.

Johannes 10:27, 28

Het woord ‘schaap’, als dat niet letterlijk voor een stuk kleinvee gebruikt wordt, heeft vaak niet zo’n gelukkige betekenis. ‘Arm schaap’, schaapachtig, enz. … In het Nieuwe Testament wordt met een ‘schaap’ bedoeld: de altijd maar voortgaande – grazende – mens, die er in z’n eentje niet komen kan. Dat beeld wordt doorbroken door wat er op volgt: zij horen naar Mijn stem. Dat woord ‘horen’ betekent hier niet: waarnemen, al zou dat al iets heel geweldigs zijn! Stel je toch voor dat we Zijn stem zouden ‘horen’! Nee, het werkwoord ‘horen’ betekent hier meer dan alleen maar ‘opmerken’, het betekent: leren gehoor geven aan onderwijzing of aan een leraar. Daardoor komt er een eind aan het monotone voortjagen in de vanzelfsprekende sleur van iedere dag. De maar voortjakkerende mens wordt, door het gehoor geven aan de Stem van de Herder, tot een wakker en leergierig mensenkind. Het woord ‘stem’ moeten we ook goed begrijpen. Eigenlijk is het niet meer dan de klank, de toon, het geluid van gesproken woorden.

Wat heeft God al niet vaak tot ons gesproken, door de tijden heen. Ach, je weet wat er gezegd wordt, in de samenkomsten, in de toerustingsavonden . . . en je graast maar door, als mensen waarvan de Bijbel zegt: die zich te allen tijde laten leren, zonder ooit tot erkentenis der waarheid te kunnen komen (2 Tim. 3:7). Ja, dan ‘graas’ je maar door, totdat . . .  je gehoor geeft aan de woorden die al zo vaak geklonken hebben. Dat is het wonder van de werking van de Heilige Geest in ons leven.

Wat is het rijk als we werkelijk stoppen met het verburgerlijkte voortjakkerende, grazende christelijke leven en Zijn Woord gaan verstaan! Want dan gaan we Jezus ‘volgen’. Dat betekent niets minder dan: ons als leerling bij Jezus voegen, ons bij Hem aansluiten om achter Hem aan te gaan, waarheen Hij ons ook voeren zal. Pas in dat werkelijk als leerling Hem volgen, zullen we niet verhongeren, geestelijk armoe lijden, maar echt ‘leven’: verkeren in de toestand van iemand die levenskracht heeft of bezield is. En dat niet maar zo af en toe, maar eeuwig: zonder begin en einde, dat wat altijd geweest is en altijd zal zijn. Dan verzadigen we ons altijd, eeuwig, bij de Bron, die Hij is en gaan we niet verloren: vernietigd worden, geheel uit de weg geruimd worden, ten onder gaan, omkomen. Er blijft dan niets over van het ‘schaapachtige’, nee, dan maakt Hij ons tot een koperen onneembare muur, zoals Jeremia het van God moet zeggen: Dan zal Ik u voor dit volk maken tot een koperen, onneembare muur, en zij zullen tegen u strijden, maar u niet overmogen; want Ik ben met u om u te helpen en te bevrijden, luidt het woord des HEREN (Jeremia 15:20).  Wat een machtig woord van troost en bemoediging voor degenen die zo’n woord van God meekrijgen, het verdere leven in…

Jezus besluit Zijn woorden met: en niemand zal ze uit mijn hand roven. Dit is ongeveer dezelfde belofte als in de woorden van Jeremia naar voren komt, want het werkwoord ‘roven’ betekent: grijpen, met geweld wegnemen, beslag leggen op.

Als we door het gehoor geven aan de woorden van Jezus veranderen tot leerlingen van de Allerhoogste, zijn we zó veilig in Zijn Hand, dat niemand ons daaruit kan roven. Dan hoeven we dus nooit meer op onszelf te passen, voor onszelf op te komen…

Wat zal er dan veel tijd overblijven, vrij komen, om ons geheel te gaan wijden aan de geweldige opdracht die Hij ons geeft om Zijn getuigen te zijn, een waarschuwingsteken voor de grote mensen-kudde, die voortjagend de (zelf)vernietiging tegemoet ‘graast’!

Abonneer je op de weektekst

Voer je e-mailadres in om wekelijks de bijbeltekst te ontvangen.

Voeg je bij 109 andere abonnees

Archief