Wekelijkse bijbeltekst

Bijbeltekst week 2019 – 42

Gij maakt mij het pad des levens be­kend; overvloed van vreugde is bij uw aangezicht, liefelijkheid is in uw rech­terhand, voor eeuwig.

Psalm 16:11

We hebben voor deze week een jubeltekst uit de Psalmen. Laat het maar jubelen, elke dag dus wel drie keer! Wat een vreugdevolle ontdekking geeft die eerste regel weer: Gij maakt mij het pad des levens be­kend; …

We ontdekken het pad des levens dus niet zelf, door studie of meditatie, maar God maakt ons het pad des levens bekend. Dit ‘bekendmaken’ heeft niets te maken met ‘aankondigen’, ‘proclameren’ of iets dergelijks. Nee, we kunnen het veel beter vertalen met: ‘doen verstaan’, zoals in Deut.29:4  Doch de HERE heeft u geen hart gegeven om te verstaan of ogen om te zien, of oren om te horen, tot op de huidige dag. Ja, zo was het toen Israël nog in de woestijn ronddoolde. Maar de psalmist jubelt het uit: Ik mag het pad des levens verstaan!

We kunnen ‘bekendmaken’ ook nog met ‘zich bewust zijn van’ vertalen, zoals in 1 Kon.2:44 Gij weet al het kwaad, – uw hart is zich daarvan bewust -, dat gij mijn vader David hebt aangedaan; …

Verder is ook een heel mooie vertaling: ‘aanwijzen’, zoals in Job 38:12 Hebt gij ooit in uw leven de morgen ontboden, de dageraad zijn plaats aangewezen, … En het woord ‘pad’ mogen we ook vertalen met ‘wandel’ of ‘levensweg’. Terwijl we het Hebreeuwse woord ‘leven’: ‘chai’, beter kunnen vertalen, als het om mensen gaat, met: actieve levendigheid. Hoe begrijpelijk wordt dan de vreugde die van deze tekst uitstraalt: Gij maakt mij bewust hoe sprankelend het leven is dat U ons schenkt.

Nu gaan we naar de tweede versregel: overvloed van vreugde is bij uw aangezicht, … We beginnen bij het laatste gedeelte, want daarin zit de kern van deze regel: bij uw aangezicht. Het woord ‘aangezicht’ is ook te vertalen met ‘tegenwoordigheid, aanwezigheid’. Heel eenvoudig is deze regel daarom te vertalen met: Als we in Uw aanwezigheid zijn dan worden we verzadigd van vrolijkheid en blijdschap.

Alleen in de echte ‘aanwezigheid’ van God is waarheid. Van deze werkelijkheid getuigt koning David. En alleen als wij deze werkelijkheid kennen in ons leven, kunnen ook wij deze woorden uitjubelen…   Als we in Uw aanwezigheid zijn dan worden we verzadigd van vrolijkheid en blijdschap. Wat een zegen als ons huis, als de Gemeente waar wij toe mogen behoren, vervuld is met de aanwezigheid van God, waarvan zowel het Oude – als het Nieuwe Testament getuigen: Gen.28:15  En zie, Ik ben met u en Ik zal u behoeden overal waar gij gaat, … en: Matt.28:20  En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld.

Het kan gewoonweg niet op. Want in de aanwezigheid van God is er pure blijdschap en vreugde. Daarom zegt David in de derde regel van dit lied: liefelijkheid is in uw rech­terhand, voor eeuwig.

Liefelijkheid heeft niets te maken met ‘zoetigheid’. Nee, dit woord is te vertalen met: ‘aangename, goed klinkende muziek’. Daarbij moet ik denken aan de woorden van Paulus uit Efeziërs 5:19  en spreekt onder elkander in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zingt en jubelt de Here van harte. Dit komt zomaar vanzelf, als we verstaan wat de woorden: in uw rech­terhand, inhouden. ‘Rechterhand’ is een Hebreeuws woord met heel veel betekenissen, zoals: ‘recht, rechterhand, rechterzijde, rechts (van richting), zuidwaarts’. Maar figuurlijk betekent het: ‘het recht, het goede beleven in Zijn nabijheid’. Deze laatste regel van dit psalmvers kunnen we dus vertalen met: In Uw nabijheid kunnen we pas echte muziek maken.

En nu nog: voor eeuwig. Het Hebreeuwse woord, dat hier gebruikt wordt, wijst op de inhoud van het eeuwig voortdurende: steeds maar doorgaande begeleiding. Het gaat hier om de eeuwigdurende nabijheid en begeleiding van God, waardoor we van harte vrolijk kunnen zijn.

Als we deze tafeltekst opzeggen, dan willen we dus alle ‘Baäldienst’ voorgoed afzweren om alleen nog maar Gods nabijheid te zoeken tot in ieder detail van ons leven.

Bijbeltekst week 2019 – 43

Hij heeft u bekend gemaakt, o mens, wat goed is en wat de HERE van u vraagt: niet anders dan recht te doen en getrouwheid lief te hebben, en ootmoedig te wandelen met uw God.

Micha 6:8 

Micha profeteerde in de tijd van koning Hizkia. Hij was een tijdgenoot van de profeet Jesaja. Micha sprak vol gloed over de komst van het Vrederijk (Micha 4:1-4) als troost voor degenen, die zijn profeteren over de ondergang van het noordelijke Rijk ter harte hadden genomen (Micha 1:1-8). Maar hij geselt de zonden van de heersende klassen: de omkoopbaarheid van de profeten, de hebzucht van de priesters die ook recht spraken, en de hardvochtigheid van de rijken jegens de armen (hoofdstuk twee en drie).

Maar te midden van al deze harde woorden tegen een volk dat, zelfgenoegzaam, niet meer luisteren wil naar de stem van God, staan deze liefelijke woorden, die voor deze week onze tafeltekst zullen zijn: Hij heeft u bekendgemaakt, o mens… 

Micha en Jesaja waren in die tijd niet de enige profeten. Het was de bloeitijd van de profeten: ze waren wat je noemt ‘in’. Ze hoorden bij het leven van de hoge stand in Israël, ze werden uitgenodigd bij de luisterrijke feesten. Maar naar wat zij spraken in de Naam van God, werd niet geluisterd. Ach ja, wel geluisterd, maar niet aan gehoorzaamd. We hoeven dat niet verder uit te leggen, want dat begrijpen we maar al te goed…  De woorden die de profeet Micah sprak, waren voor degenen die wél luisteren wilden. Want alleen aan de luisterende mens kan God iets ‘bekend maken’. Dit ‘bekendmaken’ heeft niets te maken met ‘proclameren’. Maar wel met ‘mededelen’ of beter nog met ‘duidelijk maken’, ‘te kennen geven’, of nog beter: ‘te weten laten komen’, ‘uitleggen’.

Ook hier leren we God weer kennen zoals Hij werkelijk voor ons wil zijn: een liefdevolle, zorgzame Vader, voor hen die niet alleen Zijn schepsel willen zijn, maar kind willen zijn, zoon en dochter willen zijn.

Aan hen vertelt Vader, dat het leven zo eenvoudig is, in het schuilen bij Hem. Hij vraagt van Zijn kinderen niet anders dan. Dat betekent: ‘alleen maar’. De woorden, zoals ze in onze tafeltekst vertaald staan, klinken nogal zwaar: niet anders dan recht te doen. Maar we mogen het ook anders vertalen: niet anders dan te gehoorzamen aan wat Hij ons heeft voorgeschreven. Gods voorschriften zijn aanbevelingen, richting aangevend voor werkelijk leven: Tora, wat dus niet slechts wet betekent. Als we God hebben leren kennen als onze liefhebbende, eeuwige Vader, dan beleven we de rijkdom van Zijn voorschriften, van de Tora, als raadgevingen, die overigens wel dienen opgevolgd te worden, willen we echt kunnen leven.

Dan gaat onze tekst verder met: en getrouwheid lief te hebben. Het woord ‘getrouwheid’ klinkt ook weer zo zwaar. Maar dit woord krijgt zo veel warmere inhoud als we zien hoe het ook vertaald kan worden, met: ‘goedheid’, ‘vriendelijkheid’ of ‘vriendschap’. Laten we er vooral op letten dat er niet staat: getrouwheid in acht nemen of zoiets, maar liefhebben.

En nu nog het laatste gedeelte van deze liefelijke woorden van, de overigens zo strenge profeet, Micha: en ootmoedig te wandelen met uw God.

We gebruiken het woord ‘ootmoed’ vaak zonder werkelijk te verstaan wat dat betekent. In onze tekst staat er niet ‘ootmoed’ maar ‘ootmoedig zijnde’. Het staat in een werkwoordsvorm die om een andere vertaling vraagt: ‘bescheiden zijn’. De woorden van de profeet Micha roepen ons op om in het wandelen met God, in het Hem kennen in al onze wegen, geen geweldenaar te zijn.

Als we van harte onze tafeltekst opzeggen, dan spreken we uit dat we in alle eenvoud Vader willen gehoorzamen, Die ons dan veilig in het Koninkrijk van Zijn Zoon zal aanbrengen. Want Hij is niet alleen onze Hemelse Vader, maar de HERE. En dat is: Degene, Die in alles het laatste Woord heeft.

Bijbeltekst week 2019 – 41

Maar de rechtvaardigen ver­heugen zich, zij juichen voor Gods aangezicht­ en zijn blijde met vreugdebetoon.

Psalm 68:4

Omdat de tafeltekst begint met het woordje ‘maar’, moeten we wel aandacht besteden aan wat er voor staat. Belangrijk is vooral in het 2e vers van deze psalm de tekst: God staat op. Dit is een prachtige uitdrukking. De eigenlijke betekenis is: God maakt Zich gereed, gaat op weg. Hij verheft Zich dus. Want het betekent: God laat zich zien, Hij openbaart Zich, Hij treedt handelend op. Dit is de grondtoon van deze psalm: God is niet ver weg, maar heel nabij. Hij ontfermt Zich over ons. Alle ellende verdwijnt dan als sneeuw voor de zon. Alles wordt eenvoudig, omdat de duisternis op de vlucht gaat.

En nu onze tafeltekst: Maar de rechtvaardigen ver­heugen zich. Wat zijn de ‘rechtvaardigen’? Dat zijn degenen die onschuldig zijn. Wat zijn dat voor mensen? De Prediker zegt: Want niemand op aarde is zo rechtvaardig, dat hij goed doet zonder te zondigen (Prediker 7:20).

Maar dan kunnen er toch geen onschuldigen bestaan?

Daarom is het woord ‘rechtvaardige’ juist ook zo mooi, want een rechtvaardige is iemand die ‘recht vaart’, in wie niets ‘dubbel’ is. Hij bestaat alleen bij het wonder, dat God ‘opstaat’, Zich openbaart. Alleen dan komt er duidelijkheid: licht is licht en duisternis blijkt echt duisternis te zijn. Als God Zich openbaart, komt er een scheiding van geesten; wie bij Hem schuilt wordt verlost van al het ‘dubbele’, van alle kronkels… De tafeltekst beschrijft het ‘schuilen bij Hem’ op zo’n rijke manier. Om dit duidelijk te maken kunnen we de tekst veranderen; een beetje omkeren: Zij die zich ver­heugen en juichen voor Gods aangezicht­, en die blijde zijn met vreugdebetoon, zijn rechtvaardigen.

Een rechtvaardige is iemand die zich verheugt. Dit werkwoord betekent: innerlijk blij zijn. Echte innerlijke vreugde is er alleen, als je opmerkt, dat God naar ons omziet en handelend optreedt: Zie, Ik maak alle dingen nieuw (Openbaring 21:5).

Niemand kan deze tafeltekst, die uitpuilt van vreugde, blijdschap en pret, van harte opzeggen, tenzij hij z’n denken laat bepalen door het handelen van God. Wie uitgekeken is op de wereld van vandaag, door uit te zien naar Zijn handelen, gaat deze vreugde beleven en voelen opborrelen in z’n hart. Deze blijdschap is een vrucht van Gods Geest: Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing  (Galaten 5:22). Wie dat eenmaal geproefd heeft, verstaat het dat rechtvaardigen ‘innerlijk blij zijn’ . . .

Onze tafeltekst tuimelt nog verder in de blijdschap: zij juichen voor Gods aangezicht. Dit is heel speels: opspringen, huppelen van vreugde. Ja, daar is die ‘innerlijke’ vreugde voor nodig. Maar die is er ook alleen als we voor Gods aangezicht zijn. Dit betekent: in Gods tegenwoordigheid zijn. Geheel anders is dat in de ‘godsdienstigheid’. Daar wordt alles zo steriel-plechtig, met kaarsen en wierook…  Nee, de beschrijving van een ‘rechtvaardige’ in de Bijbel is zo anders: een kinderlijk, speels en blij mens, omdat hij God kent in alle details van zijn leven. Daar heb je geen sfeertjes voor nodig. Al dat ‘plechtige’ bevredigt alleen maar het vrome vlees. En dat kent een rechtvaardige niet. Nee, hij is blijde met vreugdebetoon. Dit ‘blijde’ beleeft niets van ‘plechtigheid’, want het betekent: vrolijkheid, plezier, feestelijkheid. En het woord ‘vreugdebetoon’ beschrijft de bron van de vreugde: niet om de pret, maar ‘plezier hebben in’… de aanwezigheid van God!

Als we onze tafeltekst opzeggen, mogen we beseffen, dat deze echte vreugde er alleen kan zijn – te midden van alle verwording en vervreemding van God –  als wij, juist daarom, bij Hem schuilen, letten op Zijn handelen onder ons. Dan maakt God Zelf ons immers tot ‘rechtvaardigen’, die zo geheel anders zijn dan we dachten: eenvoudige, blije mensen, die het nooit kunnen nalaten, om onder alle omstandigheden naar Gods handelen te blijven kijken.

Bijbeltekst week 2019 – 40

De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten wij dan de werken der duisternis afleggen en aandoen de wapenen des lichts!

Romeinen 13:12

Onze tafeltekst spreekt overdrachtelijk over dag en nacht. In deze zin moeten we het woord ‘dag’ zien als de tijd om zich te onthouden van uitspatting, ondeugd, misdaad, omdat daden van die aard ‘s nachts en in duisternis bedreven worden. Het woord ‘dag’ kun je zien als een symbool van alles wat het licht verdragen kan, het licht niet schuwt. Daar tegenover staat het begrip ‘nacht’ als de tijd waarop het normale werk stil ligt, de tijd voor daden die het licht niet verdragen, de tijd van het leven in de dood…

Onze tekst zegt: De nacht is ver gevorderd. Dit ‘ver gevorderd’ kunnen we ook vertalen met: ‘snelle voortgang hebben, toenemen’. Het ‘nachtleven’ is er altijd geweest, door de eeuwen heen. Maar nu is ‘de dag’ – de periode dat men werkt – er vaak alleen om het nachtleven te beleven: de tijd van de dood, de tijd voor daden van zonde en schande. Dit laatste is overigens alleen de beschrijving, vanuit het ‘licht’ gezien, want in ‘de nacht’ is dit alles eigenlijk gewoon, gezellig, ontspannend etc.

De nacht is ver gevorderd betekent dat het hierboven beschreven leven, wat vroeger alleen ‘s nachts plaats vond, nu niet meer verborgen is, maar ‘gewoon’ is geworden. En dat we er steeds meer gewoon aan raken, tenzij we ons bewust worden, dat ‘de dag nabij is’, zoals onze tafeltekst vertelt. Vaak wordt in de Bijbel gesproken over de dag als de laatste dag van deze tegenwoordige eeuw, de dag dat Christus zal wederkeren uit de hemel, de doden zal opwekken, het eindgericht zal houden en Zijn koninkrijk zal voltooien. Immers op die dag zal alles wat in de ‘duisternis’ gewerkt werd aan het ‘licht’ komen: Ef.5:13  maar als dat alles door het licht ontmaskerd wordt, komt het aan de dag; want al wat aan de dag komt is licht.

Iedereen die zich hier van bewust is, gaat een hekel krijgen aan alles wat tot de ‘nacht’ behoort. Het verlangen om open, klaar en helder, heel eenvoudig te leven, verdrijft de ‘nacht’ uit ons leven. De ‘nachtkleding’ willen we niet meer! Die past alleen bij de bezigheden van de ‘nacht’. Maar als we niets meer van doen willen hebben met de ‘bezigheden’, de ‘werken’ van de nacht, van de duisternis, dan willen we ons ‘bekleden’ met de ‘wapenrusting’ die we nodig hebben om alles tot stand te brengen wat bij de dag hoort. Dit alles staat eigenlijk in onze tafeltekst: Waar we ‘de Dag’ zien naderen willen we de werken der duisternis afleggen. Dat wil zeggen, dat we alle bezigheden die tot de nacht behoren, willen afleggen, weg doen.

Als we in plaats van ‘nacht’ nu eens ‘vlees’ zetten: alles wat belangrijk is, kan zijn, voor het tijdgebonden leven. En voor ‘dag’ het woord ‘geest’ zetten: alles wat belangrijk is en met het hemelburgerschap te maken heeft. Dan roept de tafeltekst ons op om alles opzij te schuiven, wat alleen maar te maken heeft met het hier en nu, zonder God en: aandoen de wapenen des lichts. Het woord ‘aandoen’ betekent: zich kleden in, verzinken in, zich omringd weten met. En het woord ‘wapenen’ heeft niet alleen met ‘oorlogstuig’ te maken, maar kan ook eenvoudig vertaald worden met: gereedschap om iets te maken.

Dan zie ik zo voor mij een werkplaats, waar een vrolijk lied klinkt en mensen met plezier bezig zijn om iets te maken, wat straks gebruikt zal worden; straks als de bazuin klinkt en Zijn voeten op de Olijfberg staan, als Zijn Rijk aanbreekt. Immers, onze tafeltekst spreekt toch eigenlijk van dat ogenblik, van die Dag…

Als we die Dag zien naderen, dan gaan we aan de slag; de nachtkleding uit, de werkkleding aan. Omringd door alle werktuigen die nodig zijn en gereedliggen, om de werken te werken, die God voor ons bereid heeft; al vóór de grondlegging van deze wereld!

Bijbeltekst week 2019 – 39

Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen.

Johannes 15:5

Wat een prachtige tekst voor deze week. Jezus vergelijkt Zich hier met een wijnstok, en degenen die van Hem zijn met de ranken, om daarmee uit te drukken hoe nauw de relatie tussen Hem en ons moet zijn. Even daarvoor heeft Hij dit beeld ook gebruikt, maar dan in relatie tot onze hemelse Vader:  Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de landman. Toch is het beeld dat Hij in het eerste vers gebruikt anders dan in het vijfde. In onze tafeltekst voor deze week splitst Hij de wijnstok op in de wortelstam en de ranken, maar in het eerste vers doelt Hij op de hele plant.

Het is goed om te luisteren naar wat Jezus in de eerste verzen zegt, willen we de tekst voor deze week beter begrijpen: Let op wat de Landman (onze hemelse Vader) doet. Hij bekijkt elke rank met grote aandacht. Als Hij ziet dat er geen vruchten komen aan de rank, dan neemt Hij die tak weg, omdat deze tak niet beantwoordt aan het doel. Want het gaat bij de landman niet om de ranken, maar om de vruchten. Daarom schenkt Hij alle aandacht aan de ranken die wel vrucht dragen. Vanaf het eerste begin let Hij er op, in vreugdevolle zorg, dat de vruchtbare ranken alles krijgen wat ze nodig hebben: lucht, zonlicht, en verder neemt Hij van deze vruchtbare ranken alles weg wat te veel is voor de volle ontwikkeling van de vruchten. Dan bloedt de rank misschien wel even en misschien begrijpt de rank niet waarom die prachtige zijtakken worden afgeknipt…

En nu de tekst voor deze week:

Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen.

Hierin vertelt Jezus hoe het komt dat er takken zijn die veel vrucht dragen. Heel eenvoudig, omdat een tak die niet volledig en gezond met Hem verbonden is, nooit vrucht kan dragen. Er kunnen wel bloesems aan komen, heel veelbelovend, maar na de bloei blijft er niets over.

Als dit tot ons doordringt, wat zullen we dan bij het lezen van de tekst van deze week bereid worden om met vreugde en verwondering het snoeimes van de Landman in ons leven van iedere dag toe te laten. Omdat het snoeimes van Hem in ons leven een teken is, dat we echt met Jezus verbonden zijn, als de rank met de wijnstok. Dan mogen we, vol vertrouwen in de Landman, uitzien naar de vruchten die heel zeker niet zullen uitblijven.

Bijbeltekst week 2019 – 38

HERE, wees ons genadig. Op U hopen wij; wees onze arm elke morgen, ja ons heil in tijd van benauwdheid.

Jesaja 33:2

In de tafeltekst van deze week wordt de kostbare Naam van God gebruikt: HERE. Altijd als dit woord in de Bijbel met hoofdletters geschreven staat, betekent dit dat hier de Naam van God staat, waarmee Hij Zich bekend heeft gemaakt aan Zijn volk Israël, toen Hij hen uit het slavenhuis redde. Deze Naam van God was niet onbekend. In de geschriften, die Mozes gebruikte om het boek Genesis samen te stellen, komt deze Naam al voor. De oudste geschriften, waaronder de ‘Scheppingshymne’, ontstonden al ruim 2500 jaar vóór Abraham. En in Mesopotamië liet Koning Hammurabi op een hoge zuil zijn wetten schrijven, waartussen het zinnetje staat: de HERE is koning.

In het Hebreeuws staat, net als in het Nederlands, dit woord geschreven met vier letters; medeklinkers, zonder klinkers. Dat is moeilijk uit te spreken voor degenen die de taal niet zo goed kennen. Later heeft men er klinkers aan toegevoegd. Maar niet dié klinkers die bij de Naam horen, maar, uit eerbied voor deze heilige Naam, de klinkers van ‘adonai’: heer. Hierdoor ontstond het woord dat je uitspreekt als Jehova. Maar de diepe betekenis van de werkelijke Naam van God is: ‘de (eeuwig) Bestaande’ of ‘Ik ben er voor jullie’. Deze rijke betekenis is afgeleid van de basis van deze Naam, die gevormd wordt door het werkwoord ‘zijn’. De betekenis van dit ‘zijn’ is ook heel veelkleurig: 1) tot hulp zijn, 2) vervullen, 3) toebehoren, 4) omringen, en ga zo maar door.

De HERE is dus onze God, Die ons ter hulpe is, Die Zijn beloften aan ons vervult, aan wie wij toebehoren, Hij is het, Die ons omringt.
Tot deze God richten wij ons gebed: wees ons genadig. Het werkwoord ‘genadig zijn’ klinkt zo veel warmer als we het, heel terecht, vertalen met ‘genegenheid toedragen’. God ontfermt Zich over ons, omdat Hij ons liefheeft! Als wij bidden: wees ons genadig, dan spreken wij eigenlijk uit, dat wij ons willen overgeven aan Zijn genade: aan Zijn liefdevolle genegenheid.

Op U hopen wij. Dit ‘hopen’ is zo veel anders dan wij het kennen in: nou ja, ik hoop het… We mogen dit Hebreeuwse werkwoord ook best vertalen met:
verwachten, vurig uitzien naar. Wees onze arm elke morgen. Het woord ‘arm’ betekent veel meer: kracht. Zo wordt het ook heel vaak in de Bijbel vertaald.

En elke morgen heeft simpel de betekenis van: altijd, van ogenblik tot ogenblik. En dan het woord heil. Wat prachtig is dat, als we beseffen dat ook hier weer het Hebreeuwse woord ‘Jeshoeah’ staat. Dit woord, dat wij vaak vertalen met ‘Jezus’ als eigennaam van onze Heer, betekent Redding, Verlossing.
Dan rest ons nog om het woord benauwdheid te bekijken. Dit woord is ook te vertalen met: nood, verdriet, onrust of moeilijkheid.

Natuurlijk laten we onze tafeltekst staan zoals hij in de Bijbel staat. Maar om de inhoud goed tot ons te laten doordringen volgt hier even een andere vertaling: God, U die er altijd voor ons wilt zijn, wij zien naar U uit; wees ieder ogenblik van de dag onze sterkte, ja onze verlossing, onze uitredding als we verdrietig, als we onrustig zijn.

Bijbeltekst week 2019 – 37

Mijn schapen horen naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij, en Ik geef hun eeuwig leven en zij zullen voorzeker niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit mijn hand roven.

Johannes 10:27, 28

Het woord ‘schaap’, als dat niet letterlijk voor een stuk kleinvee gebruikt wordt, heeft vaak niet zo’n gelukkige betekenis. ‘Arm schaap’, schaapachtig, enz. … In het Nieuwe Testament wordt met een ‘schaap’ bedoeld: de altijd maar voortgaande – grazende – mens, die er in z’n eentje niet komen kan. Dat beeld wordt doorbroken door wat er op volgt: zij horen naar Mijn stem. Dat woord ‘horen’ betekent hier niet: waarnemen, al zou dat al iets heel geweldigs zijn! Stel je toch voor dat we Zijn stem zouden ‘horen’! Nee, het werkwoord ‘horen’ betekent hier meer dan alleen maar ‘opmerken’, het betekent: leren gehoor geven aan onderwijzing of aan een leraar. Daardoor komt er een eind aan het monotone voortjagen in de vanzelfsprekende sleur van iedere dag. De maar voortjakkerende mens wordt, door het gehoor geven aan de Stem van de Herder, tot een wakker en leergierig mensenkind. Het woord ‘stem’ moeten we ook goed begrijpen. Eigenlijk is het niet meer dan de klank, de toon, het geluid van gesproken woorden.

Wat heeft God al niet vaak tot ons gesproken, door de tijden heen. Ach, je weet wat er gezegd wordt, in de samenkomsten, in de toerustingsavonden . . . en je graast maar door, als mensen waarvan de Bijbel zegt: die zich te allen tijde laten leren, zonder ooit tot erkentenis der waarheid te kunnen komen (2 Tim. 3:7). Ja, dan ‘graas’ je maar door, totdat . . .  je gehoor geeft aan de woorden die al zo vaak geklonken hebben. Dat is het wonder van de werking van de Heilige Geest in ons leven.

Wat is het rijk als we werkelijk stoppen met het verburgerlijkte voortjakkerende, grazende christelijke leven en Zijn Woord gaan verstaan! Want dan gaan we Jezus ‘volgen’. Dat betekent niets minder dan: ons als leerling bij Jezus voegen, ons bij Hem aansluiten om achter Hem aan te gaan, waarheen Hij ons ook voeren zal. Pas in dat werkelijk als leerling Hem volgen, zullen we niet verhongeren, geestelijk armoe lijden, maar echt ‘leven’: verkeren in de toestand van iemand die levenskracht heeft of bezield is. En dat niet maar zo af en toe, maar eeuwig: zonder begin en einde, dat wat altijd geweest is en altijd zal zijn. Dan verzadigen we ons altijd, eeuwig, bij de Bron, die Hij is en gaan we niet verloren: vernietigd worden, geheel uit de weg geruimd worden, ten onder gaan, omkomen. Er blijft dan niets over van het ‘schaapachtige’, nee, dan maakt Hij ons tot een koperen onneembare muur, zoals Jeremia het van God moet zeggen: Dan zal Ik u voor dit volk maken tot een koperen, onneembare muur, en zij zullen tegen u strijden, maar u niet overmogen; want Ik ben met u om u te helpen en te bevrijden, luidt het woord des HEREN (Jeremia 15:20).  Wat een machtig woord van troost en bemoediging voor degenen die zo’n woord van God meekrijgen, het verdere leven in…

Jezus besluit Zijn woorden met: en niemand zal ze uit mijn hand roven. Dit is ongeveer dezelfde belofte als in de woorden van Jeremia naar voren komt, want het werkwoord ‘roven’ betekent: grijpen, met geweld wegnemen, beslag leggen op.

Als we door het gehoor geven aan de woorden van Jezus veranderen tot leerlingen van de Allerhoogste, zijn we zó veilig in Zijn Hand, dat niemand ons daaruit kan roven. Dan hoeven we dus nooit meer op onszelf te passen, voor onszelf op te komen…

Wat zal er dan veel tijd overblijven, vrij komen, om ons geheel te gaan wijden aan de geweldige opdracht die Hij ons geeft om Zijn getuigen te zijn, een waarschuwingsteken voor de grote mensen-kudde, die voortjagend de (zelf)vernietiging tegemoet ‘graast’!

Bijbeltekst week 2019 – 36

 O HERE, Gij zijt mijn God, U zal ik verheffen, uw naam loven, want Gij hebt wonderen gedaan, raadsbesluiten uit een ver verleden in waarheid en trouw volvoerd.

Jesaja 25:1

 Wat is het toch goed om altijd de hele tekst rondom de tafeltekst door te lezen. De tafeltekst van deze week staat te midden van woorden die profeteren over een geheel nieuwe wereld: het komende Godsrijk op aarde. In de teksten ervoor profeteert Jesaja over de vernietiging van alles wat zichzelf verheven heeft: Jesaja 24:21  En te dien dage zal het geschieden, dat de HERE bezoeking zal brengen over het heer der hoogte in den hoge en over de koningen der aarde op de aardbodem.

Wonderlijk is ook de vreugde van de profeet over de totale afbraak van Jeruzalem, dat helemaal geen stad van God meer bleek te zijn: Jesaja 25:2  Want Gij hebt de stad tot een steenhoop gemaakt, de versterkte veste tot een bouwval, de burcht der vreemden tot wat geen stad meer is; in eeuwigheid zal deze niet herbouwd worden.

Veel zal afgebroken worden voordat de grote Dag aanbreekt. Maar het zal zeker zo worden, dat Jeruzalem weer de Stad Gods zal zijn: Jesaja 24:23  Dan zal de blanke maan schaamrood worden, en de gloeiende zon zal zich schamen, want de HERE der heerscharen zal Koning zijn op de berg Sion en in Jeruzalem, en er zal heerlijkheid zijn ten aanschouwen van zijn oudsten.

Ja, het zijn ongelofelijke dingen die staan te gebeuren. Maar hoe zouden we dit alles kunnen geloven, hoe zou ons leven door dit alles bepaald kunnen worden, als… de tafeltekst voor deze week niet ons leven en denken, dag en nacht, bepaalt! Te midden van al deze kleurrijke toekomstige gebeurtenissen staat als een rots het Woord voor deze week: O HERE, Gij zijt mijn God, U zal ik verheffen, uw naam loven.

De reden voor deze aanbidding is, dit keer, niet de aankondiging door Jesaja van alles wat dus komen gaat, maar: want Gij hebt wonderen gedaan. Het woord ‘wonderen’ betekent eigenlijk: buitengewoon moeilijk te begrijpen dingen. Het verlangen van Jesaja om Gods naam te loven is, dat God buitengewoon moeilijk te begrijpen dingen gedaan heeft. Dus niet de belofte dat Hij het doen zal, maar gedaan heeft. Echte aanbidding is er alleen als we ons ‘verwonderen’: erkennen dat er moeilijk te bevatten dingen van Godswege gebeurd zijn. Ja, dat is weer een kenmerk van wat we Bijbels realisme noemen.

De aanbidding bij Jesaja was er niet, omdat God weer veel openbaarde van wat Hij zal gaan doen, maar omdat God veel gedaan heeft! En dan gaat het hier niet in de eerste plaats om het directe handelen van God in ons dagelijks leven maar omdat God: raadsbesluiten uit een ver verleden in waarheid en trouw volvoerd heeft. Het woord ‘raadsbesluiten’ willen we hier liever vertalen met: plannen of voornemens. Bij het woord ‘raadsbesluit’ denk je zo gauw aan plechtige vergaderingen van belangrijke mensen . . .

Nee, hier moeten we denken dat de eeuwige God Zijn plannen en voornemens ‘in een ver verleden’: in een onmetelijke, eeuwige tijdsafstand  – heel mooi samengevat is dit in de eerste woorden van de Bijbel: in den beginne – , gesproken heeft. Deze ‘woorden van God’ heeft God in ons leven ‘volvoerd’ (simpelweg te vertalen met ’gedaan’). Er is geen kracht in het profetische woord van de Bijbel tenzij we juichen bij het zien, dat God ook nu, in ons leven, Zijn woord aan en in ons vervult!

Dit woord zal doel en zin krijgen als we deze week, en altijd, juichend doorbrengen en onze God ‘verheffen’: als we God op de eerste, de hoogste plaats stellen. Laten we daarom Zijn ‘Naam’, Zijn roem loven. Het woord ‘loven’ kunnen we vertalen met: lofzingen, danken, vanwege Zijn woord, dat Hij dagelijks in ons leven in ‘waarheid’ vervult. Hier kunnen we ook zeggen: in ‘getrouwheid’ vervult. In het Hebreeuws staat het zo, dat je het zou kunnen vertalen met: dat Gij Uw plannen…  in getrouwheid uitgevoerd hebt. En dan als slot de uitroep: AMEN.

Bijbeltekst week 2019 – 35

Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus.

Efeziërs 1:3

Wat een jubelroep mogen we deze week telkens weer uitroepen, als we samen aan tafel gaan! De tekst begint met ‘gezegend’. Dit werkwoord heeft een heel diepe betekenis. Het is in ieder geval iets heel vreugdevols. Als we dit vreugdevolle aan God brengen, kunnen we dit het beste vertalen met: Laten we met plechtige gebeden de God en Vader van onze Here Jezus Christus eren.

Nu gaan we het bekende woordje ‘Here’ met aandacht te bekijken. Dit woord is afgeleid van het woord ‘kracht, macht’. Tijdens het Nieuwe Testament werd ‘Here’ gebruikt voor mensen die meester of bezitter waren van anderen, over wie zij de bevoegdheid hadden om te beslissen. De koning van het Romeinse rijk werd daarom ook zo genoemd: kurios, keizer. Wat machtig om te bedenken dat wij onze Heiland ook kurios, keizer noemen. Want daarmee spreken we uit dat Hij meester of bezitter is van ons en dat Hij de bevoegdheid heeft om over ons te beslissen in alle dingen van ons leven…

Nu het tweede gedeelte van de tekst: die ons met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus. Wat houdt het woord ‘zegen’ in onze tekst in? Het woord kan op zich zelf betekenen: lof, roem, weldaad, wijding. Graag kiezen we in onze tafeltekst, omdat het hier in het enkelvoud staat, voor de betekenis van ‘wijding’. Vooral als we denken aan de betekenis van het woord ’geestelijke’, dat er voor staat. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat de betekenis heeft van: deel van de mens, dat verwant is aan God en dienst doet als Zijn instrument. Wat moeten we hieronder verstaan? We denken dat de apostel Paulus hiermee doelt op het nieuw geboren leven.

De nieuw geboren mens bestaat uit een: geest, ziel en lichaam. In zijn brief aan de Korintiërs schrijft Paulus: Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is. (1 Korintiërs 2:14)

Overal ter wereld waar mensen zijn,  is er sprake van ‘religie’. Een godsdienstig mens hoeft -helaas- niet altijd een geestelijk mens te zijn. Dat zijn alleen de wedergeboren mensen. Misschien kunnen we nu de rijkdom van onze tafeltekst beter gaan verstaan: Het is door Jezus Christus dat wij wedergeboren worden. Hierbij kunnen we denken aan twee teksten uit de eerste brief van Petrus:

*Geloofd zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons naar zijn grote barmhartigheid door de opstanding van Jezus Christus uit de doden heeft doen wedergeboren worden tot een levende hoop, … (1 Petrus 1:3)

*….als wedergeboren, en niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en blijvende woord van God. (1 Petrus 1:23)

De 1e tekst vertelt ons dat het beleven van een levende hoop een kenmerk van de wedergeboorte is. En die hoop ontstaat dus omdat Jezus ons de weg heeft geopend, door de wedergeboorte, om van Godswege deel te krijgen aan allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten.

De 2e tekst leert ons dat de wedergeboorte, het geestelijk leven, gestalte krijgt door gehoorzaamheid aan het levende en blijvende woord van God.

De gehoorzaamheid is geen deugd van ons zelf! Het is een ‘zegen’, een ‘wijding’ aan het nieuwe leven, dat verwant is aan God en dienst kan doen als Zijn instrument voor de wereld om ons heen. De tafeltekst is dus een uitroep tot God voor we gaan eten:

Heer, hier ben ik, om als Uw instrument in deze wereld te staan!

 

 

Bijbeltekst week 2019 – 34

Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen, luidt het woord des HEREN.     

Jesaja 55:8

Omdat de tafeltekst voor de komende week met het woordje ‘want’ begint, moeten we, om de betekenis goed te verstaan, wel even terug gaan naar de vorige tekst: Jesaja 55:7  De goddeloze verlate zijn weg en de ongerechtige man zijn gedachten en hij bekere zich tot de HERE, dan zal Hij Zich over hem ontfermen – en tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig.

In deze tekst wordt gesproken over een ‘goddeloze’ en over een ‘ongerechtige man’. De taal van de profeet Jesaja is vaak heel dichterlijk. We moeten hierbij niet denken aan twee verschillende soorten van mensen. Bij ‘goddeloze’ gaat het niet direct over mensen die zonder God leven – in het Hebreeuwse woord ‘goddeloos’ is het woord ‘God’ helemaal niet terug te vinden -, maar gewoon over ons mensen, die boosaardig zijn, schuldig staan (tegenover God en mens), en het woord ‘ongerechtige’ wijst op mensen die een heilloze weg gaan, een onvruchtbaar leven lijden.

Jesaja doelt hier op alle mensen, die God niet kennen in hun levenswandel. Hij raadt ze aan om er mee te stoppen die eigen gekozen wegen te gaan en vooral te stoppen met ‘eigen gedachten’. Het is mooi om even aandacht te besteden aan het Hebreeuwse woord voor ‘gedachten’: naast de goede vertaling van ‘gedachten’ is het ook te vertalen met ‘plannen, bedenksels, uitvindingen’.

Maar hoe kom je daar toch allemaal van af?!

Jesaja vertelt ons dat dit heel eenvoudig is: hij bekere zich tot de HERE. Het woord ‘bekeren’ betekent: omkeren, terugkeren of terugkomen. Hoe we het ook vertalen het betekent heel duidelijk: rechtsomkeert! Dus: ‘geheel anders’ . . . .terugkeren naar God, die op ons wacht. Pas dàn zullen we ervaren hoe Hij Zich over ons ‘ontfermt’.

‘Ontfermen’ betekent naast ‘ontfermen’ vooral ook ‘van harte liefhebben’.

De centrale boodschap van Jesaja in deze twee verzen is dat we ons moeten bekeren, teruggaan naar God, wat alleen mogelijk is, niet door veel te bidden en Bijbel te lezen, maar door ons niet meer te laten leiden door al onze eigen slimme plannen en gedachtenwerelden, maar te luisteren naar Zijn Stem. Bidden en Bijbellezen kan hierbij een geweldige sprong in de goede richting zijn…

Want, en nu komen we bij onze tafeltekst aan: mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen. Bij echte bekering is het dus onmogelijk om nog iets van onze eigen plannen en denkwerelden mee te nemen: Lukas 5:28  En hij liet alles achter, stond op en volgde Hem. Hierbij komen mij ook de woorden van Paulus in gedachte: Efeze 4:20  Maar gij geheel anders: gij hebt Christus leren kennen. En: Romeinen 12:2  En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene.

De tafeltekst voor de komende week leert ons te beseffen dat, in het loslaten van heel onze ‘eigen gedachtenwerelden’ en ophouden om nog zelf onze wegen te bepalen, doordat we geboeid raken door de openbaring van Jezus Christus in ons leven, we zullen gaan ervaren dat dán struikelen niet meer erg is: want Hij vergeeft (dan) veelvuldig. 

Bijbeltekst week 2019 – 33

Werkt niet om de spijs, die vergaat, maar om de spijs, die blijft tot in het eeuwige leven, welke de Zoon des mensen u geven zal; want op Hem heeft God, de Vader, zijn zegel gedrukt. 

Johannes 6:27

Onze tafeltekst begint met iets wat we vooral niet moeten doen: werken om spijs, die vergaat. Het werkwoord ‘werken’ kunnen we ook vertalen met: tot stand brengen, bezig zijn met. Het woord ‘spijs’ heeft, naast de algemene betekenis van ’dat wat gegeten wordt’, in de christelijke literatuur vaak de betekenis in geestelijke zin van: voedsel, dat de ziel verfrist, voedt en onderhoudt.  Jezus waarschuwt ons er voor dat er ziele-voedsel is, dat ‘vergaat’. De betekenis van dit werkwoord verwijst niet zo zeer naar de ‘vergankelijkheid’, de tijd-gebondenheid, maar heeft veel meer een actieve betekenis van: vernietigend, geheel uit de weg ruimend, verwoestend.

De Heer waarschuwt ons dat er dus in de religieuze sfeer voedsel wordt aangeboden, dat het zielenleven kan verwoesten. Daar mogen we ons dus niet mee bezighouden, niet aan meewerken! Maar hoe weten we welke spijs, welk godsdienstig aanbod, hiermee bedoeld wordt?

Jezus heeft gezegd: Ik ben het brood des levens; wie tot Mij komt, zal nimmermeer hongeren en wie in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten. (Johannes 6:35)  Als we deze woorden voor ogen hebben, dan verstaan we dat alles wat ons niet dichter bij Jezus brengt en alles wat ons vertrouwen in Hem niet versterkt ons zielenleven vernietigt. Waar zijn we, dag in dag uit, uur na uur, in Gods Naam mee bezig?

Jezus waarschuwt ons om te stoppen met dit zinloos bezig zijn, met dit onvruchtbaar bestaan. Hij roept ons op om voortdurend bezig te zijn met het tot stand brengen, met het voortbrengen van ‘spijs die de ziel verfrist en onderhoudt’, want dan werken we, zijn we bezig met een ‘spijs’, die eeuwig blijft. D.w.z. een ‘spijs’ die niet verdwijnt, maar altijd blijft bestaan: tot in het ‘eeuwige leven’. Dat is een actief en krachtig leven, altijd ‘fris en sprankelend’, dat geen begin kent en geen eind. Wie dit gaat verstaan wordt voor altijd bevrijd van dat zgn. hemelse beeld: schone witte jurken, altijd schone nagels en geen eelt op de vingers ondanks dat eeuwig spelen op gouden harpen . . .  Echt leven is ‘krachtig’; niet in de wereldse zin van spierkracht, maar ‘bruisend’ en ‘betrokken’.

Jezus zegt heel duidelijk dat dit ‘leven’ niet pas komt na de dood, maar er nu al mag zijn, en even krachtig zal blijven tot in de eeuwigheid. Het werkwoord ‘geven’ staat in de tafeltekst in de ‘aantonende wijs’; een werkwoordsvorm die een handeling aangeeft, die werkelijk plaatsvindt. Hier dus: de Zoon des Mensen geeft deze spijs, dit voedsel voor onze ziel, voor nu en tot in het leven hierna.

Achter deze rijke belofte staat: want op Hem heeft God, de Vader, zijn zegel gedrukt. God heeft Jezus van Nazareth aangewezen als de beloofde Messias, door de tekenen en wonderen die Hij destijds heeft verricht. Maar ook in onze tijd drukt God Zijn zegel op Hem. Hij wijst Jezus aan als Degene die de ware ‘spijs’ aan ons geeft: Hij is met ons, tot aan de voleinding der wereld. Dit beleven we, waar wij Zijn nabijheid ervaren, in moeite, pijn, maar ook in blijdschap en verwondering.

Wat een zegen, dat Hij ons een Gemeente geeft, waar we telkens opnieuw de vervulling van deze, broodnodige, belofte mogen ervaren!

Bijbeltekst week 2019 – 32

En laten wij op elkander acht geven om elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken

Hebreeën 10:24

Deze week worden we door onze tafeltekst opgeroepen om: op elkander acht te geven. Dat kan je op velerlei wijzen doen. Vaak wordt dat helemaal verkeerd gedaan. Want wat letten we maar al te graag op wat er ontbreekt of verkeerd is in de ander. Jezus zei hier over: Hoe kunt gij tot uw broeder zeggen: Broeder, laat mij de splinter, die in uw oog is, wegdoen, terwijl gij de balk, die in uw eigen oog is, niet ziet? Huichelaar, doe eerst de balk weg uit uw oog en dan zult gij scherp kunnen zien om de splinter in het oog van uw broeder weg te doen (Lukas 6:42).  Deze manier van acht geven op elkaar is dus een eigenschap van huichelaars… en dat willen we toch echt niet zijn!?

Nee, dit ‘op elkander acht geven’ heeft niets te maken met dit schijnheilige gepeuter aan de ander. Het heeft te maken met de ‘volle aandacht schenken’ aan de ander, niet om te zien wat er mogelijkerwijze ontbreekt, maar om ervoor zorg te dragen dat in de ander iets moois gaat ontstaan: liefde en goede werken.

Het woord ‘liefde’ heeft niets te maken met de betekenis die het in de gangbare taal heeft. Daar wordt van liefde gesproken als het gaat om het geboeid zijn in de andere sekse. Deze liefde, ‘eros’,  zelfs in de mooiste zin van het woord, komt in de Bijbel niet voor! Want het woord ‘eros’ betekent: verlangen, begeerte. Als er in de Bijbel gesproken wordt over liefde, dan is het altijd over de liefde die vrij is van de hebzucht, van de begeerte. Het woord ‘liefde’ dat in onze tekst gebruikt wordt, heeft te maken met: broederlijke liefde, genegenheid, het goedgezind zijn, welwillendheid.

De tekst van deze week roept ons op om ons zodanig te wijden aan elkaar, dat daardoor deze ‘broederliefde, de genegenheid en welwillendheid’ het juist gaat winnen van de hebberigheid. De hartstocht is een vuur, dat ontbrandt als gevolg van de fantasiewereld waarin we vluchten als we ons ongelukkig voelen. En natuurlijk wordt in de Bijbel niet gesproken over dit verterend vuur wat alles in brand zet wat maar branden kan…

De tafeltekst spreekt van een heel ander ‘aanvuren’. Dit aanvuren heeft de betekenis van aansporen, bemoedigen, richten op. De gezindheid waarmee we ‘acht slaan’ op de ander is dus niet aandacht-trekkerig, maar: richtend op het doel, het doel wat God met het leven van de ander heeft. En dat maakt dat het wegvluchten in hebberige fantasieën weggespoeld wordt door de liefde van God, die je niet uitkleedt, maar juist bekleedt met waardigheid en geluk! De aandacht die God wil dat we aan elkaar schenken, beknelt niet, maar vuurt aan om je te wijden aan de broederliefde; aan echte betrokkenheid en het ‘goedgezind zijn naar de ander toe’, waardoor we ruimte schenken aan elkaar om tot die volle ontplooiing te komen. Pas dan wordt de weg voor ons, door elkaar, geopend om tot datgene te komen wat de Bijbel weergeeft in het begrip: goede werken. Dit begrip komt 14 keer voor in het Nieuwe Testament. Er wordt nooit omschreven wat het inhoudt. Maar als we het zouden willen omschrijven, dan zouden we zeggen dat alle goede werken heel eenvoudig zijn samen te vatten in: alles wat je doet om de ander tot volle ontplooiing te brengen.

Dan ontstaat er weer een heel mooie vertaling van onze tafeltekst, die we hier dan ook graag neerschrijven: Laten we zo aandacht aan elkaar besteden, dat we elkaar aansporen om onbaatzuchtig lief te hebben en elkaar de ruimte te bieden om elkaar op te bouwen, geschikt te maken, voor het Koninkrijk van God.

Bijbeltekst week 2019 – 31

Ik heb de stangen van uw juk verbroken en u rechtop doen gaan

Leviticus 26:13

De tafeltekst voor deze week is het tweede gedeelte van een vers. Daarom eerst maar even aandacht voor de hele tekst: Ik ben de HERE, uw God, die u uit het land Egypte heb geleid, opdat gij hun niet meer tot slaven zoudt zijn; Ik heb de stangen van uw juk verbroken en u rechtop doen gaan. De persoon die tot ons spreekt is dus: de HERE, uw God. De naam HERE is de Naam van God waarmee Hij zich aan Israël bekend heeft gemaakt ten tijde dat Hij hen uit Egypte, uit het slavenhuis, verloste.

De apostel Paulus zegt: (Galaten 5:1) Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt. Houdt dus stand en laat u niet weder een slavenjuk opleggen. Zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament bewerkt de ontmoeting met de levende Here, dat we verlost worden van een slavenjuk. Wat is dat slavenjuk dan?

Het is het leven onder het juk van de wereldgeesten: (Galaten 4:3) Zo bleven ook wij, zolang wij onmondig waren, onderworpen aan de wereldgeesten. Deze wereldgeesten binden ons aan, wat de Bijbel noemt, het tijdgebonden leven. De wereldgeesten gaan uit van de vorst der duisternis, waarvan Petrus zegt: (1 Petrus.5:8) Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden.

Hoe meer we door God met Zijn levenslicht omstraald worden (Job 33:30), hoe meer we ontdekken dat we gewend waren aan dit door de duivel verslonden worden. Het is een zuigende kracht naar alles wat de wereldmachten ons aanbieden. Als we ons maar even laten meezuigen in die richting, verzwakt het verlangen naar God en naar het leven dat Hij biedt. Het mag een wonder heten als we dan toch nog het roepen van God mogen verstaan en ons omkeren, ons bekeren tot Hem die ons roept…

God heeft ons, midden in deze wereld, de Gemeente van Christus gegeven. De Gemeente van Christus is en wordt door Hemzelf gebouwd. Overal waar vol ontzag wordt gezegd: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God”, daar bouwt Jezus, onze opgestane Heer, Zijn Gemeente: (Mattheus 16:18) En Ik zeg u, dat gij Petrus zijt, en op deze petra (op dit getuigenis) zal Ik mijn gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen. 

De Gemeente van Christus bouwt geen kathedralen; het is meestal een eenvoudige huisgemeente: (Romeinen 16:5) Groet insgelijks de gemeente bij hen aan huis. Daar worden mensen niet gebonden aan een bepaalde leer of dogmatiek, maar aan Hemzelf, die beloofd heeft: (Mattheus 28:20) En zie, Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld. En: (Handelingen 18:10) want Ik ben met u en niemand zal het op u toeleggen om u kwaad te doen, want Ik heb veel volk in deze stad.

Het is onze levende Here die ons bevrijdt van ieder slavenjuk, en ons stelt in de vrijheid waarvan ook Paulus spreekt! (Galaten. 5:1)

En dan komen we nu bij de tafeltekst van de komende week: Ik heb de stangen van uw juk verbroken en u rechtop doen gaan.

Als we Gods liefde in ons leven toelaten, dan kan Satan, de grote tegenstander, niet meer brullen als een leeuw, ons niet meer beangstigen, maar dan voelen we ons veilig en geborgen in Hem. Dan tilt Hij ons op uit ons slavenbestaan: het leven volgens regels en voorschriften van mensen (Kolossenzen 2:22), en dan doet Hij ons rechtop gaan. Dit werkwoord ‘gaan’ omschrijft zoiets als: wandelen, maar nog meer dan dat: meegaan, volgen, verder gaan; Zijn toekomst tegemoet…

Bijbeltekst week 2019 – 30

Doch wij hebben niets van doen met nalatigheid, die ten verderve leidt, doch met geloof, dat de ziel behoudt.

Hebreeën 10:39

De tafeltekst voor deze week begint met een reactie op de voorgaande tekst, waar staat: en mijn rechtvaardige zal uit geloof leven; maar als hij nalatig wordt, dan heeft mijn ziel in hem geen welbehagen.

Wat wordt bedoeld met een ‘rechtvaardige’? We zouden dit woord ook kunnen vertalen met: iemand wiens wijze van denken, voelen en doen geheel in overeenstemming is met de wil van God; iemand zonder zijwegen. Zulke mensen leven uit geloof. Dat betekent, dat zij in alles op God vertrouwen. Dat zijn mensen die, wakker, telkens weer, in iedere nieuwe situatie, deze keuze maken, deze beslissing nemen. Daarin kun je dus ‘nalatig worden’. Dat betekent heel eenvoudig: uit vrees aarzelen te bekennen dat je gelooft, dat je in alles op God vertrouwt.

Dit is een gruwel voor God; dan heeft God geen ‘welbehagen’ in zo’n persoon . . ., dan kan God hem, wegens zijn onbetrouwbaarheid, niet ‘gunstig gezind zijn’. De schrijver van de Hebreeënbrief reageert heel fel op deze gedachte met de woorden van onze nieuwe tafeltekst: Doch wij hebben niets van doen met deze misselijke instelling. We zouden dit ’nalatig zijn’ ook kunnen vertalen met: zich vreesachtig, stilletjes, terugtrekken van een stuk verantwoording …

Als we de komende week deze tekst aan tafel opzeggen, dan beseffen we dat we radicaal gebroken hebben met deze vreesachtigheid, dit ontlopen van de verantwoording om in alles Zijn getuigen te zijn! Want we weten dat dit volkomen ‘ten verderve leidt’! Anders vertaald: volslagen tot ondergang brengt. Deze ‘nalatigheid’ heeft, door de eeuwen heen, het geloofsgetuigenis van de gelovigen volkomen teniet gedaan. Door de eeuwen heen zijn de woorden van onze tafeltekst onomwonden gebleken waar te zijn! De kerk der eeuwen is zijn daadkracht kwijt en als wij niet oppassen, gebeurt hetzelfde met ons: Gods goedgunstigheid ebt weg uit de praktijk van ons dagelijks leven!

Als wij de tafeltekst opzeggen, dan hebben we dus een besluit genomen om te breken met dat ons vreesachtig terugtrekken. Nee! We zullen gaan staan in het geloof, in het vertrouwen, dat Gods openbaring in ons leven heeft gewekt: Hij zal Zijn plannen volvoeren! Daar willen we bij betrokken zijn. Zijn Woord zal ons leven bepalen en niet ons lafhartig eigen denken!

We zouden onze tafeltekst weer even heel anders kunnen vertalen, in de hoop dat het een verfrissende, wakker schuddende uitwerking heeft op ons leven van iedere dag van deze week en op de rest van ons leven dat nog voor ons ligt: Doch wij hebben niets te maken met een zich vreesachtig, stilletjes terugtrekken, wat tot een volslagen ondergang leidt, maar met een vast vertrouwen in God, die Heer is over alles, zodat het echte leven steeds meer gestalte krijgt.

Bijbeltekst week 2019 – 29

Niemand zoeke het zijne, maar wat des anderen is.   

1 Korintiërs 10:24

De tafeltekst voor deze week lijkt heel eenvoudig, maar dat is niet het geval. Natuurlijk staat deze tekst weer in een bepaald verband. Daar gaan we dus even naar kijken. Onze tekst staat achter een, voor velen vaak, schokkend woord van Paulus: Alles is geoorloofd, maar niet alles is nuttig. Alles is geoorloofd, maar niet alles bouwt op. (1 Korintiërs 10:23) Dit is een woord dat heen wijst naar een onbeperkte vrijheid: Alles is geoorloofd, maar gelukkig met daarop volgend een beperking: maar niet alles is nuttig, maar niet alles bouwt op.

De beperking van deze onbeschrijfelijke vrijheid van de gelovige is: de zorgvuldigheid naar de ander. Dit laatste blijkt weer uit wat volgt op onze tafeltekst: vers 29-33 Want waartoe zou mijn vrijheid beoordeeld worden door eens anders geweten? Indien ik onder dankzegging van iets gebruik maak, hoe kan men kwaad van mij spreken over iets, waarvoor ik dankzeg? Of gij dus eet of drinkt, of wat ook doet, doet het alles ter ere Gods. Geeft noch aan Joden, noch aan Grieken, noch aan de gemeente Gods aanstoot; zoals ook ik allen in alles ter wille ben, niet om mijn eigen belang te zoeken, maar dat van zeer velen, opdat zij behouden worden.

Uit alles wat de apostel Paulus vertelt in dit gedeelte blijkt overduidelijk, dat de vrijheid waarmee Christus ons heeft vrijgemaakt, alleen maar te beleven is als we leven in de gezindheid die Christus ons schenkt: Want gij zijt geroepen, broeders, om vrij te zijn; (gebruikt) echter die vrijheid niet als een aanleiding voor het vlees, maar dient elkander door de liefde. (Galaten 5:13)

Wonderlijk dat het hele verhaal van Paulus over het ‘vleeshuis’ dus eigenlijk alleen gaat om duidelijk te maken wat in onze tafeltekst staat! Alleen zó kunnen we de inhoud van deze tekst pas echt goed begrijpen. Want het werkwoord ‘zoeken’ in onze tafeltekst betekent vooral: door beredeneren en onderzoeken naar iets streven, maar ook: eisen van een ander. Niemand zoeke het zijne, zouden we daarom ook kunnen vertalen met: niemand eise van de ander te zijn als jij . . . En om de hele tekst in deze stijl af te maken wordt het dan: Eis niet van de ander te zijn als jij, maar heb belangstelling, onderzoek wat goed is voor de ander.

Laat deze ‘vertaling’ nu eens rustig tot je doordringen, dan ga je pas goed begrijpen wat Paulus met alles wat hij over het ‘vleeshuis’ vertelt, bedoelt. Maar dan begrijp je ook dat hij dat hele verhaal alleen maar als voorbeeld heeft verteld om de kostbare inhoud van onze tafeltekst aan de lezers van zijn brief duidelijk te maken. Wat zou ons leven – en daardoor het leven van de ander – er anders uitzien, als deze gezindheid ons meer bezielde! Dan zouden wíj meer van onze vrijheid genieten en zou onze vrijheid de ander nooit beknellen, maar verlangend maken om, net als wij …, door Christus waarlijk vrijgemaakt te worden van elk moralistisch denken over onszelf en over anderen.

Laten we bidden dat we gedurende deze week, door het opzeggen van onze tafeltekst, gaan verlangen om meer uit deze vrijheid te leven ten dienste van de ander!

Bijbeltekst week 2019 – 28

Simon Petrus antwoordde Hem: Here, tot wie zullen wij heengaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven; en wij hebben geloofd en erkend, dat Gij zijt de Heilige Gods.

Johannes 6:68,69

Petrus geeft hier antwoord op een vraag van Jezus: Gij wilt toch ook niet weggaan? Deze vraag van Jezus was heel begrijpelijk. Hij sprak tot Zijn discipelen rechtstreeks, dus zonder gelijkenissen, over de geheimenissen van het Koninkrijk van God. Het waren woorden die wij ook graag horen, maar voor mensen die God alleen maar kennen vanuit overlevering, die geen persoonlijke ontmoeting met Jezus hebben gehad, voor hen zijn deze woorden, zelfs al zijn ze volgelingen van Jezus, niet te begrijpen. En als ze er iets van begrepen, konden ze eigenlijk alleen maar zeggen: Deze rede is hard; wie kan haar aanhoren? (Johannes 6:60)  En een paar verzen later staat er dan ook:  Van toen af keerden vele van zijn discipelen terug en gingen niet langer met Hem mede. (Joh. 6:66)

We weten niet hoeveel het er waren die heengingen, maar misschien waren alleen de apostelen, zij die uit de discipelschare door Jezus waren uitgekozen, overgebleven…

Eigenlijk had Jezus niet veel mensen om Hem heen die Hem echt begrepen. En de vraag gericht tot de apostelen: Gij wilt toch ook niet weggaan? werd natuurlijk weer door Petrus beantwoord. Het was dit keer geen direct antwoord: “Natuurlijk niet!”  Nee, het antwoord was wel doordacht. Misschien stond Petrus ook wel heel dicht bij de gedachte om maar met de anderen mee te gaan, naar huis, weer vissen, zoals vroeger… Maar hij besefte dat het nooit meer als vroeger zou worden. Want een heilige onrust had hem aangegrepen: de Woorden van Jezus hadden zijn leven veranderd. En daardoor wist hij dat er geen weg meer terug was: Gij hebt woorden van eeuwig leven.

Als Jezus sprak, was dat zo anders dan zij van de Schriftgeleerden gewend waren: want Hij leerde hen als gezaghebbende en niet als hun schriftgeleerden. (Mattheüs 7:29)  De woorden van Jezus waren eenvoudig, niet geleerd, maar onweerstaanbaar voor wie naar God vroegen: En zij stonden versteld over zijn leer, want zijn woord was met gezag. (Lukas 4:32)  Het Griekse woord voor ‘gezag’ is heel wat anders dan ‘macht’: het heeft te maken met iets als ‘bevrijdende autoriteit’. De woorden van Jezus waren heel rechtstreeks, maar legden geen druk op de ziel van een mens die werkelijk naar God zocht, die Zijn Koninkrijk verwachtte. De woorden van Jezus brachten scheiding tussen religieuzen en echt gelovigen. De religieuzen konden het niet langer aanhoren, maar degenen die echt God liefhadden, konden niet meer terug: alleen maar verder, achter Hem aan! In de ban van Zijn liefde…

Voor ons mag het geen dogma of bewering zijn: Jezus is de Heilige Gods. Want een dogma, hoe boeiend ook omschreven, heeft geen ‘bevrijdend gezag’. Maar als we Jezus’ werk in en onder ons zijn gaan zien, dan kunnen ook wij, net als Petrus, niet meer terug; verder en verder, achter Hem aan, tot Hij komt!

Bijbeltekst week 2019 – 27

Want bij U is de bron des levens, in uw licht zien wij het licht.

Psalm 36:10

Deze tekst begint met ‘Want’ en daarom moeten we wel het voorgaande aandachtig lezen om niet aan de kostbaarheid van onze weektekst voorbij te gaan: Psalm 36:8,9  Hoe kostelijk is uw goedertierenheid, o God; daarom schuilen de mensenkinderen in de schaduw uwer vleugelen; zij laven zich aan het vette van uw huis, Gij drenkt hen met de stroom van uw liefelijkheden. Het woord ‘kostelijk’ betekent: prachtig, gewichtig, invloedrijk. De goedertierenheid van God moet voor ons dus kostbaar zijn, in de zin van: levensbepalend. En het woord ‘goedertierenheid’ is zo ouderwets, dat we misschien beter kunnen zeggen: trouw, of vriendschap, genegenheid. En dat er achter staat: o God, betekent dus dat we tegen God zeggen dat Zijn trouw en Zijn vriendschap ons leven bepalen.

Ja, als dat zo is, dan is het vanzelfsprekend dat we maar al te graag bij Hem ‘schuilen’. Dit betekent dat we in alles ‘ons vertrouwen stellen’ op Hem, want dat is de diepste betekenis van het Hebreeuwse werkwoord. Dan zoeken we dus onze toevlucht ‘in de schaduw van Zijn vleugelen’. Voor dit woord kunnen we ook iets anders zetten, wat alles wat minder poëtisch maar realistischer maakt. In Ezechiël staat het vertaald met: slip van Uw kleed. Ezechiël 16:8 Ik spreidde de slip van mijn kleed over u en bedekte uw naaktheid, Ik ging onder ede een verbond met u aan, luidt het woord van de Here HERE; zo werdt gij de mijne. We moeten dat hele stuk uit Ezechiël maar eens lezen deze week. Misschien gaat het dan een beetje tot ons doordringen wat Gods liefde voor ons doet: onze naaktheid bedekken. (Dus niet ontbloten!)

Dan komen we het werkwoord ‘laven’ tegen. Heel gewoon vertaald betekent dat: doordrenkt worden, dronken zijn. God dompelt ons dus onder in ‘het vette van Zijn huis’. Het ‘vette’ is afgeleid van een werkwoord, dat betekent: overvloedig verkwikken of zalven. Hij neemt ons dus op in Zijn huis, maakt ons tot ‘huisgenoten Gods in de Geest’, zoals de apostel Paulus het zegt: Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods…(Efeze 2:19) Vaak lijkt het erop dat we daar liever een ‘meubelstuk’ zijn dan iemand die zich overvloedig laat verkwikken door de liefde van God, waar Ezechiël over spreekt . . .

Daarna volgt: Gij drenkt hen met de stroom van uw liefelijkheden. Het ‘drenken met de stroom’ wordt eigenlijk met één woord weergegeven: Nahal. Dit betekent een rivierbedding. We kunnen dit gedeelte dus ook vertalen met: Gij bedt ons in in Uw liefelijkheden. Ja, en dan het kostelijke woord ‘liefelijkheden’: Eden. Precies! Het is het woord dat ook al in het begin van de Bijbel staat: Voorts plantte de HERE God een hof in Eden, in het Oosten, en Hij plaatste daar de mens, die Hij geformeerd had. (Genesis 2:8) Het woord Eden is afgeleid van een werkwoord wat betekent: zich vermaken, genoegen hebben. God geeft ons dus een plaats in Eden, waar het heerlijk toeven is. Immers het huisgenoot Gods zijn betekent niets minder dan Hemelburger zijn, of, zoals het laatste boek van de Bijbel zegt: Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt. Wie overwint, hem zal Ik geven te eten van de boom des levens, die in het paradijs Gods is. (Openbaring 2:7)

En dan komen we nu bij onze tafeltekst voor de deze week. Heel de rijkdom van de vorige verzen wordt hier samengevat: Want bij U is de bron des levens, in Uw licht zien wij het licht. Wat verschrikkelijk is het toch als die overvloeiende vreugde van Gods heil verdoft wordt door de weigering van het dwaze, ik-gerichte vlees, om naar Gods liefde te kijken. We worden liever geboeid door wat de wereld van nu ons aanbiedt. De tafeltekst van deze week nodigt ons toch nog een keer uit om onze ogen te richten op Gods licht over alles wat er in deze ondergaande wereld te koop is, want dan zien we, onderscheiden we, wat waarheid en leugen is. Als we ons niet door de ‘verlichting’ maar door Gods licht laten omstralen, doorzien we de valse schijn. En dan willen we niet anders dan ons graag laten inbedden in de ruimte van Gods huis, Eden, het Paradijs. Alleen door het verzoenend sterven van Jezus te ondergaan, brengt het Licht van God ons in Zijn Huis.

Bijbeltekst week 2019 – 26

Vertrouwt op de HERE voor immer, want de HERE HERE is een eeuwige rots.

Jesaja 26:4

We beginnen bij de overdenking van de tafeltekst voor deze week met het tweede gedeelte: want de HERE HERE is een eeuwige rots. Het komt alleen in deze tekst voor dat de Naam van God: HERE HERE, met twee hoofdletters geschreven moet worden. Want in onze tekst staat, en nergens anders komt dit in de Bijbel voor, twee keer achter elkaar de Naam Jahweh geschreven. Hiermee wordt tot uitdrukking gebracht dat God onze God is. Hij is voor degenen die dit van harte beleven tot iets wat absoluut onwankelbaar is. Dit wordt in onze tekst uitgedrukt met: als een gesteente, een rotspartij, die van eeuwigheid tot eeuwigheid er zal zijn, zoals Hij er nu is: de eeuwig Onveranderlijke . . .

Als we dit, met heel onze ziel, weten, dan blijft er voor ons niets anders over dan op Hem te vertrouwen. Anders gezegd: ons voor immer bij Hem zo veilig te voelen, dat we volkomen zorgeloos kunnen zijn. Paulus spreekt hier ook over in zijn brief aan de gemeente te Filippi: Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. (Fil.4:6) Paulus zegt hier heel radicaal: weest in niets bezorgd . . .  Het werkwoord ‘bezorgd zijn’ heeft natuurlijk veel meer betekenissen, zoals: ’in beslag genomen worden door’, ‘eigen belang bevorderen’, ‘door zorgen gekweld zijn’. Kortom, het gaat over: zorg en verdriet.

Dit alles heeft te maken met iets wat lijnrecht staat tegenover wat achter het woordje ‘maar’ vermeld staat: maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. Ieder mens weet heel goed wat ‘angst, zorg en verdriet’ betekent, maar er zijn weinig mensen die het geheimenis zijn gaan verstaan van de machtig gelukkige woorden van Paulus, om al onze wensen met dankzegging bekend te maken bij God!

Wensen zijn meestal onvervulde verlangens, maar Paulus weet dat, als we echt bij God schuilen, er verlangens en wensen geboren worden, die ons hoopvol en verlangend doen uitzien naar de vervulling ervan. Want hij spreekt hier beslist niet over wensen die uit onvrede geboren zijn, maar wensen die ontstaan zijn vanuit het werkelijke leven met Hem! Zulke wensen, die ontstaan vanuit een wandel met de Levende Here, zijn niet los te denken van Hem die deze verlangens gewekt heeft. En in het ‘gesprek’ met Hem worden deze wensen, deze verlangens alleen maar duidelijker omlijnd! Dat is nu precies wat Paulus bedoelt met ‘laten bekend worden’ bij God. Dit werkwoord zouden we ook kunnen vertalen met: grondig kennis hebben van. Het heeft te maken met: eens willend worden met God. Dus: het samen eens zijn. Dit eens willend worden met God ontstaat door gebed, smeking en dankzegging.

En nu nog even aandacht voor de woorden: voor immer, uit onze tafeltekst. Want dat is niet niks! In het Hebreeuws staan hier twee woorden voor, die allebei van één werkwoord zijn afgeleid. Dat werkwoord betekent: doorgeven, vooruitgaan, doorgaan. Voor immer betekent dus zoiets als: van altijd tot altijd doorgaand. Dit wijst niet op een stelling, een dogma, een gedachte, maar op een beweging.

We zouden onze tafeltekst dus ook zo kunnen vertalen: Omdat God, onze God, is als een eeuwig onveranderlijke Rots, laten we ons daarom van ogenblik tot ogenblik volkomen veilig weten bij God.

Bijbeltekst week 2019 – 25

Als gij in mijn woord blijft, zijt gij waarlijk discipelen van Mij en gij zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.

Johannes 8:31,32

Deze woorden van Jezus beschrijven het werkelijke geloofsleven. De basis van ons geloofsleven is: blijven in Zijn woord. Dit ‘woord’ heeft de betekenis van: uitgesproken, meegedeelde gedachte(n). We moeten dus niet in de eerste plaats denken aan de Bijbel, maar aan de woorden, de gedachten van Jezus, die Hij bekend maakt aan wie naar Hem luisteren; dat kunnen dus ook woorden uit de Bijbel zijn, als we tenminste de Bijbel lezen met een biddend hart… Het spreken van Jezus tot ons wordt dan zo indringend, dat we daardoor bepaald worden.

Het werkwoord ‘blijft’ kan ook vertaald worden met ‘verblijven’. Wanneer deze gezindheid in ons is, dan worden we werkelijk discipelen van Jezus: leerlingen, mensen die door Hem geleerd worden. Dus niet mensen die door studie meer over Hem te weten komen, maar die zich willen laten vormen, onderwijzen door Zijn spreken tot ons hart… Pas als deze gezindheid tot werkelijkheid is geworden, gaan we de ‘waarheid verstaan’. Het werkwoord ‘verstaan’ kunnen we het beste vertalen met: ‘leren kennen’.

Jezus heeft heel duidelijk gezegd: Ik ben de Waarheid. (Joh 14:6) Als we ons dus laten bepalen door wat Jezus tegen ons zegt, als we luisteren naar Zijn onderwijzing om alleen nog maar daar uit te leven, dan gaan we Hem zó leren kennen, dat we alles gaan verstaan wat werkelijk waarheid is: wat met de komst van Zijn Rijk te maken heeft. Hier gaat het om de eeuwige Waarheid, die de natuurlijke mens, de nog niet wedergeboren mens, niet kan verstaan: Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is. (1Korintiërs 2:14)

Als de eeuwige waarheid tot ons gaat doordringen, gaat er nog een andere betekenis van het werkwoord ‘verstaan’ gestalte krijgen in ons leven: ‘bemerken’. Want als we de eeuwige Waarheid gaan liefhebben zoals Hij ons heeft liefgehad, dan gaan we tot onze verwondering ‘bemerken’ dat dingen, tot in de wortels van ons bestaan, gaan veranderen. Dat is de bevrijdende kracht van het verstaan van de Waarheid… Het werkwoord ‘vrijmaken’ is afgeleid van een zelfstandig naamwoord dat de betekenis heeft van: iemand die geen slaaf meer is, een vrijgelatene.

Als we het spreken van Jezus tot ons hart en denken toelaten, komen we tot onze verbazing en tot ons geluk tot de ontdekking, dat banden verbroken worden, waarvan we dachten, dat dit nooit zou kunnen gebeuren. Gek hè, dat er toch nog mensen zijn die denken dat het discipelschap van Jezus saai zou zijn!

Bijbeltekst week 2019 – 24

En dit is zijn gebod: dat wij geloven in de naam van zijn Zoon Jezus Christus en elkander liefhebben, gelijk Hij ons geboden heeft.

1 Johannes 3:23

De tekst voor de komende week begint met En dit is zijn gebod:… Wij denken bij het woord ‘gebod’ meestal aan een bevel, maar in de Bijbel betekent het veel meer: opdracht, voorschrift. Het woord is afgeleid van een werkwoord dat betekent: opdracht om iets tot stand te brengen. Een taakbeschrijving eigenlijk voor iemand die een taak gaat vervullen. Dat is heel wat anders dan het ‘bevel’ dat de Israëlieten kregen om die steden voor Farao te bouwen! Zij moesten zelf het stro zoeken om daarmee zelf de tichelstenen te maken. Nee, als iemand een taakomschrijving krijgt, dan is alles wat er voor nodig is om die taak uit te voeren, al klaargelegd. Zo is het ook met het ‘gebod’ in onze tafeltekst! Onze taak is:

  1. om te geloven in de Naam van Jezus.
  2. om elkander lief te hebben.

De apostel Paulus vertelt ons dat het geloof een gave van God is: Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God. (Ef. 2:8). Geloven betekent: vertrouwen hebben in. Waar moeten we dan vertrouwen in hebben? Dat staat er achter: in de Naam van Jezus. Dan denken we aan de Naam, die Jezus ontvangen heeft boven alle Naam, omdat Hij gehoorzaam is geweest tot de dood … Daarom heeft God hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken, … (Filippenzen 2:9)

Het woord ‘naam’ betekent niet alleen maar ‘naam’, maar ook: roem, aanzien, gedachtenis. We hebben dus in de eerste plaats de opdracht om vertrouwen te hebben in de Naam, het aanzien bij God, van Jezus. En in de tweede plaats hebben we de opdracht om elkaar lief te hebben. Hier wordt mee bedoeld: elkaar welkom te heten, te koesteren. Als we daar mee beginnen, dan komt de rest van de betekenis van ‘liefhebben’ vanzelf. Als vrucht van dit welkom heten van de ander in ons leven, gaan we meer en meer ‘gesteld raken op’ de ander. En dan zal het niet lang duren of de laatste betekenis van ‘liefhebben’ komt ook: houden van. Nu is dit ‘houden van’ natuurlijk een rekbaar begrip: ik houd van chocola, van zeilen, etc…

Maar Jezus laat hier geen onduidelijkheid over bestaan: Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkander liefhebt. (Johannes 13:34). Zijn liefde is grenzeloos!! Dus Zijn opdracht aan ons ook! We mogen daarom onderweg gaan, zonder ooit te denken: “zo is het wel genoeg” of  “ik zie het verder niet zo zitten”, want onze tafeltekst voor deze week is een taakomschrijving, een opdracht voor ons hele leven, een gebod om elkaar lief te hebben, zoals Hij ons aangeboden heeft.

Wie zijn vertrouwen op Hem heeft gesteld kan met een gerust hart, na het opzeggen van deze tekst, gaan eten. Want bij alles wat Hij ons opdraagt liggen de ingrediënten klaar: we staan niet in dienst van een gevreesde Farao, maar van Jezus. Hij is ons Zelf deze weg voorgegaan en heeft ons geroepen om Hem daarop eenvoudig te volgen.

Abonneer je op de weektekst

Voer je e-mailadres in om wekelijks de bijbeltekst te ontvangen.

Voeg je bij 92 andere abonnees

Archief