Wekelijkse bijbeltekst

Bijbeltekst week 2022 – 33

Maar wie de HERE verwachten, putten nieuwe kracht; zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen, maar worden niet moede; zij wandelen, maar worden niet mat.

Jesaja 40:31

De tafeltekst voor deze week begint met ‘Maar’. Er staat dus iets voor, wat belangrijk is. Jongelingen worden moede en mat, zelfs jonge mannen struikelen (Jesaja 40:30). In tegenstelling met wat hier vermeld staat, volgt dan onze tekst: maar wie de HERE verwachten…

Ach, wat zijn we vaak moe! Het leven is ook zo ‘heftig’ zeggen we dan vaak. Ook in deze tijd: oorlog, angst, nieuwe situaties, zoveel om over na te denken. Wat fijn dat in de Bijbel staat dat zelfs jongelingen moe en mat worden en struikelen. Graag zetten we dan een punt, maar onze tafeltekst zet een komma! ‘…, maar wie de HERE verwachten,…’

Dan rijst de vraag: verwachten wij de HERE nu werkelijk, of is het slechts een godsdienstige gedachte?

Wat zou het ons goed doen, als we de moed hadden om, als we zo moe zijn en zo mat, ons dan voor Gods aangezicht af te vragen of we eigenlijk wel in de praktijk van ons dagelijks leven echt Hem verwachten.

‘Leer ons U meer verwachten, Heer’, zou dan ons gebed mogen worden. Het mag ook het gebed van deze komende week worden! Hij alleen immers kan ons leren wat het inhoudt om Hem echt te verwachten. We hebben de zalving van Gods Geest nodig om te leren leven en van daaruit op Hem te vertrouwen, Die de Bron van alle leven is!

Echt verwachten zet je in beweging, want ‘verwachten’ betekent ook ‘uitzien naar’ en het betekent nog meer. In de Bijbel wordt dit werkwoord ook wel vertaald met: ‘verzamelen, samenbinden’. Wat een rijkdom om te beseffen dat het verwachten van de HERE ons samenbindt, ons verenigt. Ja, dat geeft eigenlijk op zich zelf al nieuwe kracht.

En het woord ‘kracht’ mag ook vertaald worden met ‘mogelijkheid’. Het verwachten van de HERE schept dus nieuwe mogelijkheden, maakt ons creatief!

Als je de diepe inhoud van deze tafeltekst tot je laat doordringen, dan strek je de kromme schouders en ga je diep adem halen, verwachtingsvol uitziende naar wat Zijn komst toch eigenlijk allemaal wel zal inhouden. En het vervolg van onze tafeltekst wijst ons in de goede richting. Daarom is het misschien wel goed om de hele tekst met elkaar op te zeggen, bij iedere maaltijd van deze week: zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen, maar worden niet moede; zij wandelen, maar worden niet mat.

Bijbeltekst week 2022 – 32

Want des HEREN ogen gaan over de gehele aarde, om krachtig bij te staan hen, wier hart volkomen naar Hem uitgaat.

2 Kronieken 16:9

Wie de tafeltekst van deze week tot zich laat doordringen, komt tot het besef dat de almachtige God een zoekend God is. Gods ogen gaan over de gehele aarde op zoek naar een mens. Wat voor mens? Een mens wier hart ‘volkomen’ naar Hem uitgaat.

Het is wel goed als we de betekenis van het begrip ‘volkomen’ even goed tot ons laten doordringen. Want het Hebreeuwse woord hiervoor is: Shaleem, wat wij kennen als de Joodse groet: Shalom. En dat betekent zoiets als: zuiver, vreedzaam, onverkort, niet opgesierd. Het is dus heel iets anders dan: volmaakt, perfect…

Het heeft niets te maken met een ‘resultaat’, maar veel meer met een gezindheid; een niet opgesierde, pure, ware, zuivere gezindheid: een kinderlijk verlangen naar Vader…

Mensen met zo’n volkomen, kinderlijk, toegewijd hart neemt God op in Zijn armen om Zich aan hen te hechten, als een liefdevolle Vader aan Zijn kind. Om het voor altijd bij Zich te houden, te bemoedigen en te herstellen in de volkomen relatie met Hem. Deze onderstreepte woorden zijn allemaal betekenissen van het Hebreeuwse werkwoord wat bij ons vertaald is met: krachtig bijstaan.

Laten we daarom, als we de tafeltekst lezen, ons laten bevrijden van de gedachte, dat God de mens, waar Zijn hart naar uitgaat, krachtig zal bijstaan in de goede strijd die hij voor Hem voert. Nee, de tafeltekst van deze week vertelt ons dat God ons in Zijn armen wil nemen, om ons te koesteren, zodat we in Zijn geborgenheid tot volle ontplooiing zullen komen.

Ja, en als we ons zo aan Zijn liefde hebben overgegeven kan het best zijn, dat Hij ons dán ook zal inschakelen om de werken te werken, die Hij voor ons bereid heeft van voor de grondlegging der wereld. Omdat Hij ons eindelijk betrouwbaar heeft kunnen maken voor Zijn dienst aan de wereld om ons heen. Dit staat niet in deze tafeltekst, maar die belofte staat wel in de Bijbel.

Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat we daarin zouden wandelen (Efeziërs 2:10).

 


 

Bijbeltekst week 2022 – 31

Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen.

Johannes 1:18

Is het wel waar wat Johannes ons vertelt: Niemand heeft ooit God gezien? En Mozes dan? Van hem wordt verteld: En de HERE sprak tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals iemand spreekt met zijn vriend;…  (Exodus 33:11).  En zo zijn er zo veel voorbeelden uit de Bijbel te noemen:

  • Genesis 32:30  En Jakob noemde de plaats Pniël, want [zeide hij] ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht en mijn leven is behouden gebleven.
  • Richteren 6:22  Toen begreep Gideon, dat het de Engel des HEREN was, en hij zeide: Wee mij, Here HERE! want ik heb de Engel des HEREN gezien van aangezicht tot aangezicht.

Zelfs van heel het volk wordt gezegd: Deuteronomium 5:4 Van aangezicht tot aangezicht heeft de HERE met u gesproken op de berg uit het midden van het vuur

Van aangezicht tot aangezicht met God spreken is toch veel meer dan Hem alleen maar zien?! De apostel Johannes zal dus meer hebben bedoeld dan we zo maar in eerste instantie verstaan.

Wat hebben we het nodig om, ieder persoonlijk, Gods Stem te verstaan; niet alleen verstaan, maar ook te gehoorzamen. God spreekt tot ons, door zijn profeten, door zijn Geest. Maar ook in het handelen van God in deze wereld. Maar het verstaan van zijn Stem is alleen mogelijk als we ons laten verlossen van de macht van de wereldgeesten. Zoals Paulus het zegt: En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat …(Rom.12:2).

Deze wereldgeesten bepalen het denken van de hele wereld. Maar wij, die van Jezus willen zijn… wij willen, verlost van de macht van de wereldgeesten, alleen maar door Gods Geest geïnspireerd worden in heel ons denken. Want: (1 Korintiërs 2:14Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is.

Niemand heeft ooit God gezien. Nee, wat een mens ooit van God gezien heeft was de Zoon: in het Oude Testament de Engel des HEREN. Zo wordt Hij voor het eerst genoemd in Genesis 16:7: En de Engel des HEREN trof haar aan bij een waterbron in de woestijn, bij de bron aan de weg naar Sur.

En in het Nieuwe Testament Jezus van Nazareth: Johannes 14:9  Jezus zeide tot hem: Ben Ik zolang bij u, Filippus, en kent gij Mij niet? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; hoe zegt gij dan: Toon ons de Vader?

De enige die God werkelijk heeft ‘gezien’ is Jezus van Nazareth, want Hij was, als de Zoon, aan de boezem des Vaders, van voor de grondlegging van deze wereld! En wie Jezus heeft leren kennen, niet zijn gestalte, maar Zijn wezen, heeft de Vader leren kennen. Ja, dus zelfs nog meer dan van aangezicht tot aangezicht: Zijn wezen! Want, zo zegt Jezus het immers Zelf (Johannes 14:9).

En laten we bij het lezen van de tafeltekst van deze week nooit vergeten, dat, als de apostel Johannes zegt: …, die heeft Hem doen kennen, hij dan als Jood gesproken heeft en niet als een Griek. Immers het ‘kennen’ waar Johannes van spreekt is het Hebreeuwse ‘kennen’: ‘Jada’ en dat betekent: wederzijds kennen, samen weet hebben van…

 

Bijbeltekst week 2022 – 30

Indien iemand Mij wil dienen, hij volge Mij, en waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn. Indien iemand Mij dienen wil, de Vader zal hem eren.

Johannes 12:26

De tafeltekst begint met het woord ‘indien’. Dit kan ook vertaald worden met: ‘in het geval dat’. De tekst begint dus met: In het geval dat iemand Mij dienen wil, … dan moet hij Mij volgen.

In het werkwoord ‘dienen’ zit het Griekse woordje ‘diaken’ en dat betekent: de bevelen van een meester uitvoeren. En het werkwoord ‘volgen’ betekent letterlijk: dezelfde weg gaan. Maar dan niet in een betekenis als ‘toevallig’ dezelfde weg gaan, maar er dus bewust voor kiezen: zich bij iemand voegen als leerling.

Het begin van onze tafeltekst zou dus ook zo kunnen luiden: ‘In het geval dat iemand bereid is om al Mijn bevelen uit te voeren, dan moet hij dezelfde weg gaan, die Ik ga, om Mijn leerling te kunnen zijn.’  Wie hier ‘Ja’ op zegt gaat tot de wonderbaarlijke ontdekking komen, dat de belofte van de Here Jezus dan in vervulling gaat: ‘waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn.’

Het woordje ‘en’ heeft heel vaak in het Grieks veel meer betekenis dan bij ons. Meestal betekent ‘en’ bij ons gewoon ‘plus’. Maar in het Grieks legt ’en’ een ‘oorzakelijk verband’. Dit wil zeggen dat het één verband houdt met het ander.

Dat is in de tafeltekst voor de komende week zeker het geval! Pas ‘In het geval dat iemand bereid is om al Mijn bevelen uit te voeren, en daarom bereid is om dezelfde weg te gaan, die Ik ga, zal hij Mijn leerling kunnen zijn en (= en dan geldt de belofte:) waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn.’

Zó zouden we het eerste gedeelte van de tafeltekst wel een tijdje boven onze tafel kunnen hangen! Want wat worden nu veel ‘woorden’ uit de Bijbel voor ons duidelijk…

Als we hiermee biddend bezig zijn, zullen de woorden van het tweede gedeelte van onze tafeltekst krachtig gaan jubelen in ons hart: Indien iemand Mij (zo) dienen wil, de Vader zal hem eren.

Dit laatste gedeelte heeft natuurlijk alles te maken met: ‘waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn’. Want in dit ware discipelschap (leerling zijn) maakt Jezus ons tot ‘huisgenoten Gods’: Efeze 2:19  Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods. Daar is God, de Schepper van Hemel en Aarde, onze Hemelse Vader, onze eeuwige Gastheer! Daar worden we door Hemzelf ‘verzorgd’.

Ja, want dat is de diepste betekenis van het Griekse woord ‘eren’. Eigenlijk is er een nog mooiere betekenis van dit werkwoord: in de handen dragen… Dat is heel wat rijker dan wat wij vaak van het woord ‘eren’ maken: op de handen dragen. Pas als de tafeltekst van de komende week in ons leven tot ‘vlees en bloed’ wordt: gestalte gaat krijgen, dan gaan we beleven hoe, nú al in dit leven, we door Jezus tot huisgenoten Gods worden gemaakt: hemelburgers. Daar is God onze eeuwige Gastheer, die in al onze noden rijkelijk voorziet en …

We houden op met verder schrijven! Maar in ons hart gaan we verder. Dan zal het wonder, waar de wereld al zo lang tevergeefs naar uitziet werkelijkheid worden. Dat wij als huisgenoten Gods ons verheugen in Zijn zorg voor ieder, die in ons zodanig Jezus’ leven herkent, dat zij, met ons mee, leerling van Hem willen zijn.

 

 

Bijbeltekst week 2022 – 29

Daarom vertrouwen op U wie uw naam kennen, want Gij hebt nooit verlaten wie U zoeken, o HERE.

Psalm 9:11

Bij de tafeltekst van deze week staan we eerst stil bij het woord ‘vertrouwen’.

Omdat deze tekst met ‘Daarom’ begint, is het goed om even naar het 10e vers te kijken: De HERE is een burcht voor de verdrukte, een burcht in tijden van nood. Wat is het goed om terug te denken aan de trouw van God in je leven, om altijd in gedachten te houden, hoe Hij ons tot hier geleid heeft. Want als je nooit ervaren hebt, dat de HERE een burcht, een toevlucht, een schuilplaats was in tijden van nood, als je dit alleen maar als een mooie gedachte met je meedraagt, dan mis je heel veel: echt vertrouwen!

Want vertrouwen doe je alleen als je uit ervaring hebt geleerd, dat Hij te vertrouwen is! Pas dan voel je je echt veilig bij Hem, kun je onder de meest uitzichtloze omstandigheden rustig blijven, durf je zelfs zorgeloos te zijn . . .  Dat houdt het woord ‘vertrouwen’ in.

Dit ‘vertrouwen’ is er dus alleen als je Zijn Naam kent. Dat wil zeggen: dat je Zijn faam, Zijn roem, ontstaan door Zijn handelen in je leven, hebt leren kennen. En dat ‘kennen’ is het Hebreeuwse werkwoord: samen met Hem er weet van hebben.

Want als je in beproevingen niet je armen uit de mouwen hebt gestoken om je zelf er uit te redden, maar gemerkt hebt dat Hij bij je was en voor je zorgde, ja dan weet je dat Hij, al ga je door een dal van diepe duisternis, bij je is. Als God ons blijkbaar bij name kent, dan weet je, doet Hij je weten, dat Hij je nooit zal verlaten. Dat is een grote zekerheid voor degenen die niet alleen :’Oh God!’ roepen in tijden van nood, maar voor wie Hem willen kennen in al hun wegen. Zoals koning Salomo al schreef: Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken (Spreuken 3:6).

De tafeltekst eindigt met: … maar Gij hebt nooit verlaten wie U zoeken, o HERE. De betekenis van het werkwoord ‘zoeken’ is: vragen, raadplegen, maar ook: je toevlucht zoeken bij. Je zoekt niet ‘iets’, maar ‘iemand’: Hem. Je gaat Hem zoeken en Hem raadplegen, omdat je niet alleen verder kan. Dit laatste is Zijn grote genade! Want in deze huidige maatschappij word je geleerd om zelfstandig te zijn en voor jezelf op te komen. Maar als Gods Geest werkt in je ziel, dan word je vermoeid en beladen en kan het verlangen in je hart ontstaan om Hem te zoeken.

Als wij onze hemelse Vader onder alle omstandigheden hebben leren raadplegen, Hem hebben willen leren kennen, op al onze wegen, dan blijkt er, ook onder echt moeilijke omstandigheden, zo’n volkomen rust, zo’n gerustheid te zijn, omdat Hij het ons heeft doen ‘weten’ dat Hij altijd met ons is. Want God is niet een God van verre; Hij wil heel nabij zijn: Zie, Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld (Mattheüs 28:20).  Dit ‘vertrouwen’ maakt ons bruikbaar voor de komst van Zijn Rijk.

Bijbeltekst week 2022 – 28

Genees mij, HERE, dan zal ik genezen zijn; help mij, dan zal ik geholpen zijn, want Gij zijt mijn lof.

Jeremia 17:14 

Bij het lezen van de tafeltekst voor deze week bidden we om twee dingen:

  1. Genees mij, en
  2. help mij.

Waarom zou je, als je je kerngezond voelt, bidden om genezing en waarom zou je, als je voorspoedig bent, om hulp vragen? Hoort het soms bij ons ‘christelijk’ leven, in onze religieuze ogenblikken, om te zeggen dat we ziek zijn en Zijn hulp echt nodig hebben…?

Wat moet het in de hemelse gewesten dwaas overkomen, als we in ons dagelijks leven trots zijn op ons gezonde lichaam en op de manier waarop we ons door het leven slaan, maar alleen in onze ‘vroomheid’ ons ziek en hulpbehoevend verklaren… Dat komt omdat we vertrouwd zijn met een ‘gespleten’ leven, een leven dat ergens een knopje heeft weten in te bouwen, waarmee we ons leven eenvoudig kunnen omschakelen van vroom tot normaal…

Het gebed dat in onze tafeltekst naar voren komt, wordt inderdaad belachelijk als we gewend zijn om een dubbel leven te leven! Bijbels realisme wil zeggen: God kennen in alle aspecten van ons dagelijks leven.

Maar het geheimenis van onze tafeltekst zit in de staart, de laatste vijf woorden: want Gij zijt mijn lof. Het woord lof  betekent ook ‘lied’, ‘loflied’ wel te verstaan, maar ook ‘roemen in Gods daden’, ‘dankzegging’, ‘aanbidding’. Als God mijn lof is, betekent dit dat ik niet meer op mezelf gericht leef, maar van me af leef. Dan let ik niet meer op hoe ik overkom bij de ander, maar let ik op Gods daden, die ik zoek te herkennen in de ander, in m’n naasten. Ja, dan komt er verwondering om wie Hij blijkt te zijn, en kom ik onder de indruk van Zijn majesteit en macht!

Zo groeit er zo’n diep vertrouwen dat Hij alleen bij machte is, zelfs mij om te vormen tot een nieuwe schepping. Zoals Paulus dit schrijft in zijn brief aan de gemeente van Korinthe: Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbij-gegaan, zie, het nieuwe is gekomen (2 Kor.5:17). 

Dus is onze tafeltekst geen wanhoopskreet naar God om genezing en om hulp, maar veel meer een bereidverklaring van mijn ziel, om me te laten genezen en te laten helpen. Dan…ja dan… Maar laten we dan beginnen met wat aan het eind van de tekst staat. Laten we de tekst gewoon omdraaien:

Omdat Gij mijn lof zijt, wil ik me volkomen laten genezen en me helemaal, door U alleen, laten helpen.

Zo zullen we merken dat Gods genezing veel dieper gaat dan een herstel van allerlei lichamelijke kwaaltjes en kwalen, maar ervaren we de diepe gezondmaking van ons denken. Dan worden we niet slechts uit – voor ons zo –  moeilijke situaties geholpen, maar gaan we ervaren wat hulp van Godswege werkelijk inhoudt: behoudenis, verlossing en overwinning.

 

 

Bijbeltekst week 2022 – 27

Zoekt de HERE, terwijl Hij Zich laat vinden; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is.

Jesaja 55:6

Jezus heeft gezegd: …zoekt en gij zult vinden (Mattheüs 7:7). De Heer heeft daarbij hetzelfde bedoeld als in de woorden van Jesaja. Het Griekse werkwoord voor zoeken heeft meer te maken met ‘ontdekken’ dan met ‘vinden’. En dat is ook het geval met het Hebreeuwse werkwoord ‘zoeken’ in Jesaja 55: vragen, raadplegen, maar ook: je toevlucht zoeken bij.

Hierdoor wordt het dan wel duidelijk, dat je niet ‘iets’ zoekt, maar ‘iemand’: Hem. Heel duidelijk komt dit ook naar voren door wat er achter staat: …, terwijl Hij Zich laat vinden. Je gaat Hem zoeken, je verlangt Hem meer te leren kennen, je toevlucht bij Hem te zoeken en Hem te raadplegen, omdat je alleen niet verder kan . . . Dit laatste is het grote wonder!

Want in deze wereld word je geleerd om zelfstandig te zijn, assertief, voor jezelf op te komen. Maar als Gods Geest werkt in je ziel, dan word je vermoeid en beladen; je komt met je rug tegen de muur te staan. En het duurt wel heel lang vaak voordat je beseft dat dit genade van God is! Dit laatste komt eigenlijk ook uit in het zinnetje: terwijl Hij Zich laat vinden. Want ‘zich laten vinden’ kun je ook vertalen met: Zijn aanwezigheid kenbaar maken, Zijn gunst betonen…

Als je je bewust gaat worden van Zijn bestaan, Zijn aanwezigheid, Zijn vrede, dan ga je ernaar verlangen, niet om kennis over Hem te verkrijgen, maar om Hem meer te leren kennen, te raadplegen, je bij Hem veilig te voelen.

De tafeltekst van de komende week zou misschien wat duidelijker worden als we deze twee stukjes in omgekeerde volgorde zouden plaatsen: Terwijl Hij Zich laat vinden, zoekt dan de Here. Of met andere woorden: Zolang de Here laat merken, dat Hij er voor je is (om je te bergen in Zijn armen), zoek je toevlucht dan ook bij Hem, laat je dan ook in Zijn armen rusten…

Roept Hem aan, terwijl Hij nabij is zou je ook kunnen vertalen met: vraag Hem om hulp zolang Hij het aller dichtst bij je is. Ja, want het woord ‘nabij’ betekent zoiets als: naaste bloedverwant, persoonlijke relatie.

God is niet een God van verre; Hij wil heel nabij zijn: Zie, Ik ben met u tot aan de voleinding der wereld, heeft Jezus gezegd. En de apostel Paulus zegt: Nu gij Christus Jezus, de Here, aanvaard hebt, wandelt in Hem (Kolossenzen 2:6).

Als we deze week de tekst overdenken, laat het dan voor ons allemaal een oproep worden, om al het afstandelijke, al het beschouwelijke, prijs te geven. Om dankbaar gebruik te gaan maken van het grote wonder dat Hij een gemeente geeft, waar Hij zó Zijn liefde en genade schenkt, dat het voor de meest angstige mens mogelijk wordt om zich aan Hem te gaan toevertrouwen, onvoorwaardelijk, bevrijd van alle reserves!

 

Bijbeltekst week 2022 – 26

Nochtans zijt Gij de Heilige, die troont op de lofzangen Israëls.

Psalm 22:4

De tafeltekst van deze week begint met Nochtans . . . Er gaat iets aan vooraf wat te maken heeft met deze jubelroep: ‘Mijn God, ik roep des daags, en Gij antwoordt niet, en des nachts, en ik kom niet tot stilte.’

David is dus in grote nood! De hemel lijkt van koper; hij roept tot God maar hij krijgt geen antwoord, komt niet tot rust. Maar hij weet dat dit niet aan God ligt. Hij kent God en heeft Zijn nabijheid ervaren, zelfs onder de moeilijkste omstandigheden.

Nu zijn er weer moeilijke omstandigheden, maar waar is God nu toch op wie Hij zijn vertrouwen heeft leren stellen?! Hoe beschamend rijk zijn dan de woorden van deze grote koning.

We kunnen deze tafeltekst niet zo maar opzeggen, als we geen respect hebben voor de woorden die hier aan vooraf gaan.

Het woord ‘nochtans’ is een woord dat je leert uitspreken door beproevingen heen, beproevingen die God in ons leven brengt om ons te leren in alles alleen op Hem te vertrouwen. Tenminste… als je ooit eens naar Hem toe hebt uitgesproken betrouwbaar te willen zijn. Alleen door beproevingen heen wordt deze Bijbeltekst een werkelijk getuigenis, waarin we alleen maar kunnen roemen in de trouw van God.

Nochtans – ‘hoe dan ook, wat me ook overkomt’ – Gij zijt de Heilige. Voor de gelovige Jood is dit één van de kostbaarste eigennamen van God. Heilig is iemand die zich met een volkomen hart wijdt, hier dus God, van Wie David weet dat Hij Zich onvoorwaardelijk wijdt aan de Zijnen. Maar de Zijnen zijn degenen die van harte verlangen om zich geheel aan de Heilige, aan God, te wijden.

David getuigt, door heel zijn leven heen, dat hij, wat hij er ook van terecht zal brengen, geheel en al voor God wil leven. En zo heeft hij God leren kennen als Hij die troont op de lofzangen van Israël.

Het werkwoord ‘tronen’ is weer zo’n prachtig woord wat onze aandacht mag hebben. In het moderne Hebreeuws betekent dit werkwoord gewoon: gaan zitten. Het kan natuurlijk ook wat deftiger vertaald worden met: zich nederzetten etc. Maar de Bijbel toont ons diepere betekenissen van dit werkwoord:

  • zich vestigen
  • bewonen
  • verblijf zoeken
  • zich bevinden
  • maaltijd houden, aanzitten.

Zo gaan we verstaan dat God niet hoog verheven ‘troont’ op de lofzangen, maar dat Hij, waar we echt Hem de lof toe zingen, bij ons wil verblijven en maaltijd met ons wil houden.

Maar let op, ook het woord ‘lofzangen’ verdient onze aandacht: Het woord ‘lofzang’ is onlosmakelijk verbonden met: het roemen in de eigenschappen, het wezen, van God en het verrukt zijn van Zijn handelen in ons leven.

Als we God de lof toe zingen, dan gaat het niet om onze mooie stem of onze vrome blik. Nee, de lofzang kan juist heel stil zijn, als een uitstraling van ons leven. Daarom wordt dit woord ook wel vertaald als ’lof gewaad’. Dan wordt het gebruikt samen met het woord, dat mantel, omslag betekent.

Wat zal de wereld om ons heen, die zo in angst verkeert, er anders uitzien, als we de grote daden van God niet alleen maar uitzingen, maar vooral ook uitstralen, als een feestkleed om ons heen . . .

Ja, als we zó Hem de lof ‘toebrengen’ dan klopt Hij aan onze deur en laten we Hem graag binnen om Hem onder ons te doen tronen, te wonen, aan te zitten, te (ver)blijven. Dan zal Hij ons, door de inwoning van Zijn Geest, kunnen aanbevelen als Zijn getuigen, overal waar Hij ons brengen zal.

 

Bijbeltekst week 2022 – 25

Vrees voor mensen spant een strik, maar wie op de HERE vertrouwt, is onaantastbaar.

Spreuken 29:25

Bovenstaande tafeltekst geeft veel stof om over na te denken. Allereerst de eerste drie woorden: Vrees voor mensen. Met evenveel recht kan het vertaald worden met: Vrees van mensen. Als we dat doen, wordt de inhoud van de tekst heel anders.

Het woordje ‘vrees’ kan ook vertaald worden met: angstige zorg. Deze ‘angstige zorg’ is zo kenmerkend voor wat wij ‘volwassen zijn’ noemen. Het staat zo lijnrecht tegenover de zorgeloosheid van een kind. Maar een kind kent geen echte zorgeloosheid als het zich niet geborgen voelt in zijn ouders. Alleen een kind dat opgroeit in de geborgenheid, de veiligheid van een gezond gezin, waar liefde regeert, straalt deze onbevangen zorgeloosheid uit. En waar deze veiligheid ontbreekt, wordt de basis gelegd voor veel geestelijke afwijkingen die in het latere, volwassen leven openbaar komen. Eén van deze geestelijke afwijkingen is de ‘vrees’ waar deze tafeltekst over spreekt.

Er is zo veel reden om angstige zorg te hebben, zeker als mensen van onze tijd! Deze angstige zorg voor het leven, zo zegt onze tekst: spant een strik. Het woord strik heeft te maken met: valstrik. Maar het woord betekent ook ‘lokaas’. Wie z’n leven laat bepalen door deze angstige zorg, trekt zorgelijke dingen naar zich toe. Angst maakt angstig en wekt agressie naar elkaar.

God heeft de mens niet geschapen om bepaald te worden door deze vrees, maar om waarlijk vrolijk te zijn: Deut.16:15 …; want de HERE, uw God, zal u zegenen in heel uw oogst en in al het werk uwer handen, zodat gij waarlijk vrolijk kunt zijn. Wie zich laat bepalen door angstige zorg kán niet echt vrolijk zijn!

Maar God schenkt ons in Zijn liefde echte vrolijkheid als een vrucht van de Geest. Paulus schrijft hierover in zijn brief aan de gemeenten in Galatië: Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing (Galaten 5:22).

De tekst voor deze week wijst ons de weg naar die werkelijke levensvreugde: maar wie op de HERE vertrouwt, is onaantastbaar. Het Hebreeuwse werkwoord ‘vertrouwen’ heeft zo’n rijke betekenis: zich veilig voelen, zijn vertrouwen vestigen op, zorgeloos zijn.

Er is voor ons en voor degenen die God ons toevertrouwt alléén toekomst, als we nu leren om werkelijk op Hem te vertrouwen – ons veilig gaan voelen bij Hem, zorgeloos durven zijn, omdat Hij voor ons zorgt: 1 Petrus 5:7 Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u. Want als we zo op Hem leren vertrouwen dan maakt Hij ons onaantastbaar.

En het Hebreeuwse woord ‘onaantastbaar’ vertelt ons ook weer zo veel: hoogverheven zijn, boven de angstaanjagende gebeurtenissen in de wereld rondom ons. En ontoegankelijk zijn voor de denkwerelden van onze tijd. Dan zij we beveiligd in de hoogte, omdat Hij ons, midden in deze angstige wereld, tot Hemelburgers maakt.

 

 

Bijbeltekst week 2022 – 24

Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods.

Kolossenzen 3:1

De tafeltekst voor de deze week geeft een opdracht: zoekt de dingen, die boven zijn. Deze opdracht is gericht tot degenen, die weten dat zij met Christus ‘opgewekt’ zijn . . . Voor het woord ‘opgewekt’ wordt in de grondtekst een werkwoord gebruikt dat de betekenis heeft: vanuit de doodsslaap wekken, de doden terugroepen tot het leven. Maar aan dit werkwoord is nog een woordje toegevoegd: ‘samen’. Hierdoor krijgt dit werkwoord een heel specifieke betekenis die in de literatuur eigenlijk alleen maar in de Bijbel voorkomt en dus een heel eigen, christelijke betekenis heeft gekregen: samen opwekken uit de dood tot een nieuw en gezegend leven, toegewijd aan God.

In onze tafeltekst staat dus eigenlijk: Indien gij dan met Christus uit de dood bent opgewekt om samen met Hem een nieuw en gezegend leven, toegewijd aan God te leven . . . Dan duizelt het wel even een beetje in je denken, want dan gaan er zo veel uitspraken van de Bijbel door je heen!

We denken dan bijvoorbeeld aan: Zie, Ik ben met u tot aan de voleinding der wereld, en Galaten 2:20  Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, [dat is], niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu [nog] in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven. In al deze woorden gaat het niet om een leven voor Hem, maar samen met Hem.

Wie daar iets van is gaan proeven heeft dus de opdracht die in onze tafeltekst staat: zoekt de dingen, die boven zijn.

Voor het werkwoord ‘zoeken’ staat een woord dat het beste te omschrijven is met: zoeken [om te ontdekken] door na te denken, te beredeneren, te onderzoeken. Het leven met Christus is dus een soort ontdekkingstocht . . .

Wat mogen we dan, samen met Hem, ontdekken? Dat wat er achter staat: de dingen, die boven zijn. Hier staat in onze tekst alleen maar een bijwoord, dat aangeeft: naar boven, naar omhoog. Daarom zouden we dit misschien wel beter kunnen vertalen met: ontdek, samen met Hem, de dingen, die naar boven, naar omhoog leiden; ontdek, samen met Christus, de hemelse zaken. Daar is immers Christus, ‘gezeten’ aan de rechterhand Gods. Dat woord ‘gezeten’ geeft ook veel meer aan dan ‘zitten’. Het heeft de betekenis van: vast en onveranderlijk aan een bepaalde plaats gebonden zijn; daar waar je thuis bent dus.

En dan nog even iets over ‘aan de rechterhand Gods’. Dat staat er heel letterlijk, maar het woord betekent niet alleen ‘rechterhand’, maar ook: een plaats van eer of gezag.

Tot slot maar weer een ‘eigen’ vertaling, om deze tafeltekst wat levendiger, meer aanspreekbaar voor ons te maken:

Indien gij dan met Christus uit de dood bent opgewekt om samen met Hem een nieuw en gezegend leven, toegewijd aan God te leven, ontdek dan [in het leven en in het gesprek met Hem] de hemelse zaken, waar Christus in thuis is, omdat Hij in de Hemel voor altijd een plaats van eer en ontzag bij God heeft.

Bijbeltekst week 2022 – 23

Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer; dit is uw redelijke eredienst. 

Romeinen 12:1

Het woord ‘vermanen’ in onze tafeltekst en het woord ‘tucht’, dat we regelmatig in de Bijbel tegenkomen, heeft vaak een minder prettige klank. Maar als we in de Bijbel lezen waar het woord ‘vermanen’ voor komt, dan blijkt dit werkwoord ook zo veel andere betekenissen te hebben, zoals ‘aansporen, troosten, bemoedigen en onderwijzen’. En het woord ‘tucht’ vinden we in het Nederlands terug in het woord ‘pedagoog’ wat betekent: opvoeder. De tafeltekst spreekt dus van opvoeden en dan in de zin van bemoedigen, vertroosten, opwekken!

En dan de woorden ‘met beroep op de barmhartigheden Gods’. Als we ergens een beroep op doen, dan klinkt dat al gauw juridisch. Maar in de Bijbel is dat toch anders, want in plaats hiervan kunnen we zeggen: lettend op. Het Griekse woord ’barmhartigheden’ kunnen we ook vertalen met: een hart vol ontferming. Paulus zegt hier dus dat als wij God leren kennen, Die een hart vol ontferming heeft voor Zijn schepselen, we bemoedigd worden om: onze lichamen te stellen tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer.

Het gaat hier dus om een ‘van harte’ bereid zijn! Dat zit ook in het woord ‘stellen’, want dit woord betekent vooral: ter beschikking stellen. God verlangt er naar dat wij met vreugde onze lichamen ter beschikking stellen tot: een levend, heilig en Gode welgevallig offer. Wat een totaal andere manier van denken dan wij van nature gewend zijn. We beleven vaak dat ons lichaam onszelf toebehoort; dat we recht hebben op gezondheid en ons lekker in ons vel voelen… Wat een totaal ander klimaat komt in deze tekst op ons af: indrukwekkend en beangstigend tegelijk. Hier blijkt of we werkelijk God willen dienen.

Als Gods Geest ons gaat inspireren en onze Leermeester wordt, gaat het wonder gebeuren, dat we toch graag: heel anders zijn, niet meer gelijkvormig aan deze wereld. Hierover wordt gesproken in de Romeinenbrief: En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken (Romeinen 12:2a). Als we God hebben leren kennen, doordat Hij Zich aan ons openbaart, dan blijkt Hij de geheel Andere te zijn. De liefdevolle Vader, Die ons leven wil veranderen, gericht op Zijn eeuwig Koninkrijk. Wie dat gaat onderkennen, gaat ook verstaan dat dit alleen maar door lijden heen gaat. De apostelen  schreven hier al over: … keerden zij terug, om de zielen van de discipelen te versterken en hen te vermanen om te blijven bij het geloof, en dat wij door vele verdrukkingen het Koninkrijk Gods moeten binnengaan (Handelingen 14:22).

Ja, alleen door Zijn openbaring in onze levens, leren we weer ‘hoe zeer de Here te vrezen is’ (2 Korintiërs 5:11). Dat wil zeggen, dat we weer leren om kinderlijk ontzag voor Vader te hebben, zodat Hij ons vormen kan tot Zijn getuigen in deze ontredderde wereld. Want betrouwbare getuigen zijn we niet als we heel veel over God kunnen vertellen. Getuigen zijn we als we door Zijn liefde gedreven worden om ons lichaam beschikbaar te stellen voor een hoger doel, dan het, gedurende onze ‘vreemdelingschap’ hier op aarde, naar onze zin te hebben. En dit is alleen mogelijk als ons lichaam een tempel is van de Heilige Geest. Als Zijn Geest woning gemaakt heeft in onze harten, dringt de liefde van Christus ons om met al onze zegen de naasten te zegenen. Daarvoor hebben wij de toerusting ontvangen tijdens  het Pinksterfeest. Hierdoor mogen we ons, met de gezindheid van Jezus, gezondenen weten in de wereld van nu!

Bijbeltekst week 2022 – 22

Komend weekend vieren we het Pinksterfeest. Pinksteren is de afsluiting van het Paasfeest. Tijdens ons Pinksterfeest gedenken wij, dat wij door de komst van de Heilige Geest een toerusting hebben gekregen om Zijn getuigen te zijn in de wereld waarin wij nu leven.

De tafeltekst voor deze week is:

Maar de ure komt en is nu, dat de waarachtige aanbidders de Vader aanbidden zullen in geest en in waarheid, want de Vader zoekt zulke aanbidders.

Johannes 4:23

Deze woorden van Jezus zullen we overdenken tijdens deze week. Jezus had een gesprek met een Samaritaanse vrouw die op het heetst van de dag water kwam putten. Zij deed dat, omdat niemand zin had, althans overdag, om contact met haar te hebben. Maar Jezus vraagt haar om hulp: ‘Geef Mij te drinken’.

In het gesprek dat dan op gang komt blijkt dat deze vrouw, door de fatsoenlijke mensen van Samaria verworpen, een gelovige is: De vrouw zeide tot Hem: Here, ik zie, dat Gij een profeet zijt. Onze vaderen hebben op deze berg aangebeden en gijlieden zegt, dat te Jeruzalem de plaats is, waar men moet aanbidden. (Joh.4:19,20)

Zijn er onder ons nog mensen die ‘zien’ dat iemand een profeet is?! Een profeet is iemand die, bewogen door de Geest van God, de mensen bekendmaakt wat hij door inspiratie ontvangen heeft. Omdat deze vrouw in de man die tot haar spreekt een profeet ziet, maakt zij er meteen gebruik van om een vraag te stellen die voor haar heel belangrijk is: Onze vaderen hebben op deze berg aangebeden en gijlieden zegt, dat te Jeruzalem de plaats is, waar men moet aanbidden.

Een gebedsplaats was in die tijd vaak een synagoge of, als die er niet was, slechts een plaats in de open lucht, buiten het rumoer van de stad, waar men gewend was om in alle rust te bidden. Voor veel mensen was toen, en is ook nu de plek, de entourage, belangrijker dan de gezindheid om te bidden; dat bleek uit de vraag van deze gelovige vrouw.

En dan geeft Jezus dit rijke en leerzame antwoord aan haar en aan allen die God ernstig zoeken: maar de ure komt en is nu, dat de waarachtige aanbidders de Vader aanbidden zullen in geest en in waarheid; want de Vader zoekt zulke aanbidders.

Door de komst van Jezus is er een nieuwe tijd aangebroken. Gebed zal niet langer slechts een ritueel gebeuren zijn. Vanaf nu is de tijd aangebroken dat gebed een echt gesprek is met de levende God: waarachtige bidders zijn mensen die God om antwoord vragen.

Het woord ‘waarachtig’ betekent: tegengesteld aan wat verzonnen, nagemaakt, denkbeeldig of voorgewend is. Vandaar dat de apostel Petrus zegt: Het einde aller dingen is nabijgekomen. Komt dus tot bezinning en wordt nuchter, opdat gij kunt bidden. (1 Petrus 4:7)

Wie in geest en waarheid God leert aanbidden, komt tot het besef dat het einde aller dingen nabijgekomen is. Wat hebben wij het dan nodig dat het Pinkstergebeuren ons leven weer gaat vervullen, opdat Gods Geest woning kan maken in onze harten. Dan dringt de liefde van Christus ons, nu het nog kan, met alle zegen die wij ontvangen hebben onze naasten te zegenen, te dienen en mee te nemen naar Jezus toe.

Bijbeltekst week 2022 – 21

Deze week vieren we de Hemelvaart van Jezus.

Jezus heeft gezegd: ‘Het is beter voor u dat Ik heenga. Want indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden’ (Joh.16:7). In de uitleg van de tafeltekst van deze week wordt ook gesproken over de Heilige Geest (de Trooster). Jezus kon maar op één plek tegelijk zijn, maar de Heilige Geest wil woning maken in de harten van alle mensen! Jezus ging terug naar de Hemel, naar de Vader, om dit te bewerkstelligen. Daarom is het vieren van de Hemelvaart van Jezus een goede voorbereiding voor het naderende Pinksterfeest!

Wees niet bevreesd, gij klein kuddeke! Want het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te geven.

Lucas 12:32

Het is voor ons, Hollanders, een voorrecht dat de meesten van ons wel eens een schaapherder met z’n kudde over de heide hebben zien zwalken. Maar toch missen we vaak precies datgene wat zo belangrijk is om te verstaan waarom de Gemeente van Christus in de Bijbel vaak met een kudde schapen wordt vergeleken.

Schapen zijn heel volgzame dieren, erg afhankelijk van de herder . . .  Maar ook voor schapen is het belangrijk, dat zij een vertrouwde relatie met de herder hebben, want, zo vertelt Jezus ons: …; maar een vreemde zullen zij voorzeker niet volgen, doch zij zullen van hem weglopen, omdat zij de stem der vreemden niet kennen (Johannes 10:5).

Als Jezus, hier in onze tafeltekst, spreekt van ‘gij klein kuddeke’, dan heeft Hij het dus tegen mensen, die Zijn stem weten te herkennen, omdat zij hebben leren luisteren naar Zijn stem: Mijn schapen horen naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij, … (Johannes 10:27).

De  kleine kudde van Jezus bestaat dus niet uit mensen, die wel geloven dat Jezus voor de zonde van de hele wereld gestorven is: …; en Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld (1 Johannes 2:2).

Nee, als Jezus het heeft over ‘gij klein kuddeke’, dan spreekt hij tot mensen, die door te luisteren naar Zijn stem, Hem herkennen te midden van alle, misschien wel nog zo vrome, geluiden die te horen zijn in deze wereld. Dit kan alleen als we ons laten leiden door Zijn Geest, die Jezus ons beloofd heeft tijdens zijn afscheidswoorden: Maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt (Hand.1:8).  

En dat deze kudde in het laatste uur maar heel klein zal zijn heeft Jezus destijds al voorzien: Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde? (Lucas 18:8).

Waar we, door vele beproevingen heen, leren om weer naar Zijn stem te luisteren, daar gaan we beseffen tot Zijn kleine kudde te behoren. Maar, al is dat kuddeke nog zo klein, tegen deze ‘schapen’ zegt Jezus dus: Wees niet bevreesd, gij klein kuddeke!  Dit ‘bevreesd’ zijn houdt in: bang, angstig zijn, door schrik bevangen zijn, bang zijn om (d.w.z. aarzelen) iets te doen (uit vrees voor schade).

De profeet Daniël zegt …, maar het volk dat zijn God kent, zal sterk zijn en daden doen (Daniël 11:32).

Wonderlijk is het toch eigenlijk, dat dit ‘kleine kuddeke’ en ‘het volk dat zijn God kent’ dezelfde mensen zijn. Want Daniël heeft het niet over mensen die veel kennis vergaard hebben over God, maar over mensen, die leerlingen van de Allerhoogste willen zijn, door te luisteren naar Zijn Stem.

Jezus zegt in onze tafeltekst ongeveer hetzelfde als Daniël, namelijk dat, aan allen die naar Zijn Stem leren luisteren, Zijn Koninkrijk is toevertrouwd en dus dat zij – in alle zwakheid – sterk zullen zijn en daden doen …

Bijbeltekst week 2022 – 20

Voorwaar, Ik zeg u: Wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt als een kind, zal het voorzeker niet binnengaan.

Lucas 18:17

De tafeltekst voor de komende week begint met: Voorwaar, Ik zeg u: en we moeten deze woorden er zeker bij opzeggen. Want dan beseffen we dat hier iets heel belangrijks door Jezus is gezegd. Wij zouden in onze tijd zeggen: Let nu even heel goed op wat ik zeg. Jezus spreekt hier over de voorwaarde voor het binnengaan van het Koninkrijk Gods. Het Koninkrijk Gods is het gebied waar God regeert, waar Hij het onvoorwaardelijk voor het zeggen heeft.

Het is wonderlijk dat in deze weinige woorden van Jezus gesproken wordt over ontvangen en over binnengaan. Beide werkwoorden hebben heel veel met elkaar te maken. ‘Ontvangen’ wil zeggen: met beide handen aanpakken om je er geheel aan te wijden, het helemaal in je op te nemen. Dit werkwoord past helemaal bij de instelling van een kind dat een cadeautje ontvangt: onvoorwaardelijk, vol vertrouwen aanpakken om er helemaal in op te gaan. Het woord ‘kind’ is hier beter vertaald met kindje, hierbij denkend aan ten hoogste zo’n 7 jaar oud.

Zoals een kleuter een geschenk met beide handen aanpakt en alles om hem heen vergeet, geboeid door wat nu van hem is, zo moeten wij het Koninkrijk in ontvangst nemen, omdat we het anders geenszins, dat wil zeggen onmogelijk, kunnen binnengaan.

Het werkwoord ‘binnengaan’ wordt veel gebruikt bij het naar binnen gaan van voedsel in de mond. Het wordt ook gebruikt als een aanduiding voor wat het betekent als een kind bij het volwassen-worden de maatschappij binnengaat: zich er geheel door laat omgeven, verwachtingsvol, vol vertrouwen.

Het is voor de mens onmogelijk het Koninkrijk Gods binnen te gaan, als we nog een achterdeurtje hebben naar wat we eigenlijk moeten achterlaten. Wees niet ongerust, wie nog reserves heeft kán het Koninkrijk niet binnengaan. Een achterdeurtje heeft dezelfde uitwerking als een geweldige, openstaande, voordeur: onmogelijk om ook maar één stap binnen het Koninkrijk van God te zetten . . .

Wie nog wijs wil zijn in deze wereld, zal altijd reserves behouden: ik vraag mezelf af . . . De meest bescheiden reserves zijn in staat om betonnen muren te bouwen tussen ons en het naderende Koninkrijk van God.

Daarom: laat het tot ons doordringen, dat het de hoogste tijd wordt om te worden als een kind, vóórdat Zijn voeten staan op de Olijfberg. Wie om zich heen kijkt, de krant leest, het nieuws ziet, weet dat de tijd om alsnog als een kind te worden, nog maar héél kort kan zijn.

Bijbeltekst week 2022 – 19

En hij liet alles achter, stond op en volgde Hem.

Lucas 5:28

In de tafeltekst van deze week wordt gesproken over de tollenaar Levi. Hij was een hoge beambte, die in dienst stond van Herodes Antipas. Deze Herodes was viervorst over Galilea en Perea. Levi inde de belasting die geheven werd over de goederen, die in- en uitgevoerd werden over de grens. Tollenaars werden, vooral bij de gelovige joden, vaak op één lijn gezet met de zondaren. Zij werden geëerd om hun hoge positie én veracht om hun hebzucht en de grove manier waarmee zij de reizigers vaak behandelden. Daarom werden tollenaars uitgesloten van de samenkomsten in de synagoge.

Levi was aan het werk toen Jezus tegen hem zei: Volg Mij! Dan komt er een wonderlijke reactie, die we vaker in de Bijbel lezen, en het begin van onze tafeltekst is: En hij liet alles achter, … Wat moeten we daar onder verstaan? Er wordt in de grondtekst een werkwoord gebruikt, dat o.a. vertaald kan worden met: onverzorgd achterlaten, iets of iemand achter laten zonder zorg er voor te hebben, links laten liggen. Levi liet dus zijn bron van inkomsten, zijn middelen van bestaan achter: anderen moesten er mee doen wat ze wilden. Een onverantwoord gedrag, zullen we ongetwijfeld zeggen …

Hij stond op … hij hield dus op met zijn werkzaamheden en volgde Jezus. Voor dit ‘volgen’ is een woord gebruikt dat de betekenis heeft van: iemand als leerling volgen.

Wat een ingrijpende verandering vond er plaats in het leven van deze Levi: van veracht en geëerd man werd hij tot een leerling … Hij was blijkbaar niet onbemiddeld, want het verhaal in de Bijbel gaat verder met: En Levi richtte een grote maaltijd voor Jezus aan in zijn huis, en er was een grote menigte tollenaars en anderen, die met hen aan tafel waren (Lucas 5:29). Bij Jezus schaamde hij zich niet voor zijn oude beroep. Hij nodigde immers een menigte van tollenaars uit om samen met Jezus aan één tafel te gaan!

Wat moet hij de Here Jezus goed gekend hebben; hij wist dat er voor Hem ook geen enkel bezwaar bestond om met zulke, door de ‘hooggeplaatsten’ van die tijd, verachte tollenaars samen te eten. Levi verlangde er naar om zijn vreugde: van Jezus te zijn, met zijn ‘vrienden’ te delen en bracht ze dus met hem bijeen aan één tafel. Wat een diepe verandering vond er plaats in het leven van Levi!

Hij, de gearriveerde burger, werd leerling van de Messias en liet zich van af nu niet meer bepalen door wat achter hem lag, maar door al hetgeen hij van zijn Heer zou gaan ontvangen. Is dit niet het grote geheimenis van het volgen van Jezus? Ook voor ons?! Hij heeft toch niet zomaar gezegd: Niemand, die de hand aan de ploeg slaat en ziet naar hetgeen achter hem ligt, is geschikt voor het Koninkrijk Gods (Lucas 9:62).

En Paulus zegt …, maar één ding doe ik: vergetende hetgeen achter mij ligt, en mij uitstrekkende naar hetgeen vóór mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus (Fil.3:14). Ook hier wordt weer een werkwoord gebruikt dat zo veel te maken heeft met dat: ‘alles achterlaten’. Hier staat in de grondtekst een werkwoord dat zoiets betekent als: verwaarlozen, zich niet langer bekommeren om.

Wat hebben wij een echte openbaring van de levende Heer nodig, om zo onder de indruk van Hem te raken, dat we echt los komen van, zoals Jezus het noemde: de zorgen van de wereld en het bedrog van de rijkdom en de begeerten naar al het andere … (Marcus 4:19). Wat een zegen dat er nog plekjes zijn, stukjes Gemeente van Christus, waar deze bevrijdende openbaring nog werkelijkheid kan zijn.

Bijbeltekst week 2022 – 18

God zegent ons, opdat alle einden der aarde Hem vrezen.

Psalm 67:8

De tafeltekst voor de komende week is een woord uit de Psalmen. Deze psalm, waarschijnlijk geschreven door koning David, is geschreven als een ‘danklied voor de oogst’. Het doel van de zegen die God ons schenkt, is niet in de eerste plaats dat wij voorspoedig zijn. Maar dat we door deze zegen van God leren om Hem te vrezen: het hebben van diepe eerbied en kinderlijk ontzag voor Hem, Die ons schiep en voor ons zorgt.

In het bijbelboek Spreuken schrijft koning Salomo over deze vrees: Laat je hart … heel de dag blijven in de vreze des HEEREN. Want juist dan is er toekomst, en wordt je hoop niet afgesneden (Spr.23:17 HSV). De profeet Jesaja profeteert over de Messias: En op hem zal de Geest des HEREN rusten, de Geest van wijsheid en verstand, de Geest van raad en sterkte, de Geest van kennis en vreze des HEREN; ja, zijn lust zal zijn in de vreze des HEREN (Jes. 11:2,3).

Vrees voor God is geen angst, maar vol aanbidding verrukt zijn van Vader. Dit krijgt gestalte in ons leven door beproeving en strijd. Als we bang zijn voor God, dan proberen we Hem te ontlopen, maar als we met ontzag vervuld zijn, dan willen we Hem kennen in al onze wegen, opdat Hij onze paden recht zal maken. Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken (Spr.3:6).

In Handelingen wordt van de gemeente getuigd: De gemeente dan door geheel Judea, Galilea en Samaria had vrede; zij werd opgebouwd en wandelde in de vreze des Heren (Hand.9:31). Als deze vreze des HEREN werkelijkheid wordt in ons leven, dan gaan we misschien ook iets beleven van het geheimenis van deze psalm uit onze tafeltekst. Om dit geheimenis duidelijk te maken, onderstrepen we even een gedeelte uit deze drie verzen: God, onze God, zegent ons, opdat alle einden der aarde Hem vrezen. We zouden het tweede gedeelte: opdat alle einden der aarde Hem vrezen, ook kunnen vertalen met: opdat er niemand op aarde zal zijn die Hem niet vreest.

De zegen van God die ons ten deel valt, moet dus verder reiken dan ons eigen leven. Daarom is het goed om de bede (van David) in ons hart over te nemen: 6. Dat de volken U loven, o God, dat de volken altegader U loven. Het woord ‘altegader’ past niet meer in onze taalbeleving. Het betekent gewoon ‘al’ of ‘alle’ en over het woordje ‘volk’ hoeven we ook niet zo weids te denken. Het Hebreeuwse woord hiervoor wordt ook vaak vertaald met: mensen of familie (2 Koningen 4:13).

Zo mogen de mensen die wij ontmoeten, getuigen zijn van de verwondering en dankbaarheid aan onze hemelse Vader, voor de ons geschonken zegen; opdat alle einden der aarde Hem vrezen.

Bijbeltekst week 2022 – 17

Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen … En houd dit voor ogen: Ik ben met  jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.

Mattheüs 28:19,20b (NBV)

Na Zijn opstanding uit de dood zei Jezus tegen Zijn discipelen: ‘Ga dus op weg’. Waar slaat dat woordje ‘dus’ op? Op datgene wat Hij aan deze woorden vooraf liet gaan: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde.’

De apostel Paulus zegt het, vele jaren later, op een andere manier: En als mens verschenen, heeft Hij Zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis. Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader. (Filippenzen 2:8-11 NBV) 

Hoe kunnen we de vrijdag dat Jezus stierf aan dat kruis ‘Goede Vrijdag’ noemen, als we niet met hart en ziel beleven dat Hij uit de dood is opgestaan? Dat kunnen we alleen van harte geloven als Hij Zelf ons, tot onze verwondering, doet ervaren, van dag tot dag, dat Hij met ons is. Jezus belooft ons niet alleen dat Hij elke dág er weer voor ons zal zijn, maar Hij belooft dat Hij met ons zal zijn tot aan de voleinding van deze wereld.

Deze tegenwoordige wereld is hard onderweg om zichzelf te vernietigen, omdat de mensen alleen nog maar geloven in zichzelf en krampachtig trachten voor alle problemen zelf een oplossing te vinden. Het mensdom is het wezenlijke van de Paasboodschap kwijtgeraakt door de verafgoding van het hier en nu. Waar is nog de onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan God te vinden? Ja, bij onze uit de dood verrezen Heiland! En Hij spreekt niet alleen over de voltooiing van deze wereld, maar Hij richt ons op wat daarna zal komen:

Jezus werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis. Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader. 

Onze levende Heer komt terug op aarde en allen die de ondergang van de huidige wereld overleefd hebben, zullen daar getuigen van zijn. Daarom is het Paasfeest het feest van ‘leven uit de dood’ voor ieder mens die aan de Paasboodschap gehoor heeft gegeven. Ook voor ons klinkt daarom meer dan ooit, de boodschap: ‘Ga dus op weg en maak al de volken tot mijn leerlingen.’ Dit is een voor ons onmogelijke opdracht. Maar onze Heer heeft uitdrukkelijk gezegd: ‘Wat bij de mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God.’ (Lucas 18:27 NBV)

Daarom zal het voor iedereen, die nu de Paasboodschap serieus heeft genomen, straks ook echt Pinksteren worden: … maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt, en gij zult Mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde. (Handelingen 1:8)

En besef het goed; wie deze woorden serieus neemt, begint eenvoudig in het eigen ‘Jeruzalem’ …

Bijbeltekst week 2022 – 16 (Paasfeest)

Want de liefde van Christus dringt ons, daar wij tot het inzicht gekomen zijn, dat één voor allen gestorven is. Dus zijn zij allen gestorven. En voor allen is Hij gestorven, opdat zij, die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem, die voor hen gestorven is en opgewekt.

2 Korintiërs 5:14, 15

Wat een indrukwekkende tafeltekst als voorbereiding voor het komende Paasfeest! Het kan werkelijk een vrolijk Paasfeest worden, als de liefde van Christus ons ‘dringt’. De betekenis van dit werkwoord is: vastgehouden worden. Het is dus de liefde van Christus, die ons vasthoudt, bijeenhoudt.

Wat houdt ons bijeen, wat houdt ons vast? Dat staat er duidelijk bij: wij zijn tot het inzicht gekomen dat Hij voor allen gestorven is. Voor allen betekent voor iedereen, voor alle mensen.

Paulus zegt in de brief aan de Romeinen: Daarom, gelijk het door één daad van overtreding (van Adam en Eva) voor alle mensen tot veroordeling gekomen is, zo komt het ook door één daad van gerechtigheid voor alle mensen tot rechtvaardiging ten leven (Rom.5:18). Paulus is er diep van overtuigd dat: God, onze Heiland, wil dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen (1 Timotheüs 2:4).

Als deze grote waarheid niet tot ons is doorgedrongen kan het onmogelijk een vrolijk Paasfeest worden. Want dan leven we nog in een religieuze roes. Die ‘roes’ zorgt er voor dat de boodschap van Pasen niet echt tot ons hart kan doordringen. Dan is de overlevering, dat Jezus is gestorven en opgestaan, slechts een tweeduizend jaar oud ‘verhaal’. Echt vrolijk Paasfeest zal het slechts zijn voor degenen die de woorden van Paulus, waarmee hij de brief aan de Romeinen begint, ook echt beleven: Jezus Christus, onzen Heer, die krachtig bewezen is door de opstanding uit de doden, de Zoon Gods te zijn  (Rom.1:4 Luth.vertaling).

Een ‘verhaal’ is geen bewijs van een zaak. Dus het verhaal over Jezus’ opstanding uit de doden is geen bewijs. Jezus Zelf geeft voortdurend het bewijs, dat Hij als Gods Zoon is opgestaan uit de doden, doordat Hij Zijn Woord waar maakt: En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld (Matth.28:20). Wie dit ervaart in het dagelijkse leven, heeft echt iets te gedenken, te vieren met Pasen. Dan beleven we ook de ernst van de werkelijkheid van onze tafeltekst: En voor allen (lees: voor alle mensen) is Hij gestorven, opdat zij, die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem, die voor hen gestorven is en opgewekt.

Als wij Zijn nabijheid tot in elk detail van onze dagelijks leven beleven, dan is het Paasfeest in waarheid te vieren en geeft ons leven vrucht voor Zijn Koninkrijk.

Als Jezus, ook in ons leven, Zijn nabijheid doet ervaren, wordt het Paasfeest het feest van daadwerkelijke bevrijding uit het slavenhuis van ons eigen denken, en zal ons leven vrucht dragen, in deze bange wereld, voor Gods naderende Koninkrijk.

Bijbeltekst week 2022 – 15

Vestigt uw aandacht dan op Hem, die zulk een tegenspraak van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat gij niet door matheid van ziel verslapt.

Hebreeën 12:3

In deze voorbereidingstijd naar Pasen toe, staan we stil bij een Bijbeltekst uit de brief aan de Hebreeën. Deze tekst spreekt over de dienende gezindheid van Jezus.

Aan het begin van onze tafeltekst staat het woordje ‘dan’. Dit kunnen we ook vertalen met ‘daarom’; dit legt het verband met wat er voor staat. Dat is heel belangrijk! Want de voorgaande teksten geven een prachtige schildering van Jezus, onze Heiland, die voor ons gekruisigd is en opgestaan uit de dood. Daarom schrijven we vers 1 en 2 maar even op: Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die vóór ons ligt. Laat ons oog daarbij [alleen] gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder van het geloof, die, om de vreugde, welke vóór Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods.

Wat is het belangrijk dat de vreugde in de Here ons leven bepaalt en niet de schande, niet het lijden dat ons wordt aangedaan: … weest dus niet verdrietig, want de vreugde in de HERE, die is uw toevlucht. (Nehemia 8:11b) Want alles wat ons, in de dienst aan Hem, overkomt, is te doorstaan als we onze aandacht vestigen op Hem. De onderstreepte woorden zijn met elkaar een werkwoord dat de betekenis heeft van: overdenken, overwegen.

De oproep aan ons is dus om, onder alle omstandigheden te overwegen, te denken aan Jezus, die zo ontzettend veel ‘tegenspraak’ heeft ondergaan. ‘Tegenspraak’ kan een woordentwist zijn, maar veel verdrietiger is het, als je merkt dat je niet serieus wordt genomen in je verlangen om de ander mee te nemen in dat wat je zeker weet dat Gods bedoeling is. Jezus heeft het in Zijn lijden uitgeroepen: O ongelovig en verkeerd geslacht, hoelang zal Ik nog bij u zijn en u verdragen? (Lucas 9:41) Het woord ‘tegenspraak’ is ook te vertalen met: zich tegen iemand verzetten, weigeren iemand te gehoorzamen, protesteren, weigeren om iets met iemand te maken te hebben.

In Zijn grote liefde voor zondaren heeft Jezus dit alles ‘verdragen’, dat wil zeggen: Hij is voortdurend aanwezig gebleven, zonder door de tegenstanders bepaald te worden. ‘Verdragen’ betekent dan ook: volharden. Dit wordt in de Bijbel meestal vertaald met: onder tegenslag en beproeving vasthouden aan het geloof.

En bij ‘zondaren’ moet we niet in de eerste plaats denken aan wat wij ‘slechte mensen’ vinden, maar aan mensen die: het doel missen, die niet bewust deel hebben aan het plan van God met deze wereld. Dat zijn dus alle mensen, die zich niet laten leiden door de Heilige Geest in al hun denken en handelen…

Als je leven niet door onze Heer bepaald wordt, maar door de mensen die ons omringen, dan komt er ongemerkt een ‘matheid’ over je. In de tekst staat hiervoor een werkwoord dat betekent: 1) moe worden 2) ziek zijn. Voor je het weet word je dan ‘zielig’. En dan blijft er geen energie meer over; niet voor het komende Koninkrijk, maar het gaat nog verder:.. eigenlijk voor niets. De tekst voor de komende week beschrijft dit met het woordje ‘verslappen’ en dat betekent ook: moedeloos worden, wanhopen.

De schrijver van de brief aan de Hebreeën geeft ons deze week dus een heel goede raad, voor de rest van ons leven: laat de vreugde die voor ons ligt – de komst van Zijn Rijk – ons denken en handelen bepalen, zonder te verslappen. Dan zullen we kracht ontvangen om de goede strijd te blijven strijden!

Bijbeltekst week 2022 – 14

Jezus Christus, onze Here, gesproten uit het geslacht van David naar het vlees, (heeft) naar de geest der heiligheid door zijn opstanding uit de doden verklaard Gods Zoon te zijn in kracht.

Romeinen 1:3,4

Bovengenoemde tafeltekst kunnen we gebruiken als voorbereiding op het komende Paasfeest. Met deze paastekst begint Paulus zijn beroemde brief aan de Gemeente te Rome. Natuurlijk! Want hierin wordt de kern van het leven verwoord. Hier moet het, in ons leven, immers altijd om gaan: om Jezus, de Christus: ’de Gezalfde’ betekent dat. We kunnen het ook vertalen met: de Aangewezene, de Beloofde.

De Christus, in het Hebreeuws ‘de Messias’, is degene, die God al aan Adam en Eva beloofd heeft, dat Hij eens zou komen om de mens te verlossen uit de ban van de zonde. We moeten bij ‘zonde’ niet denken aan handelingen die niet goedgekeurd kunnen worden, maar aan een veel diepere betekenis van
het woord: doel gemist.

God heeft de mens geschapen, met twee mogelijkheden: tevreden zijn met alles wat het tijdgebonden leven hier op aarde biedt, of: in dit tijdgebonden leven kiezen voor het eeuwige leven. De eerste mogelijkheid is nodig om tot het werkelijke doel te komen: het eeuwige leven. Dit grootse heeft God aan de mens meegegeven door het beloven en zenden van de Messias, Jezus Christus, onze HERE.

Heel het Oude Testament, de Tenach, het Boek van de Joden, getuigt van de komende Messias. Het leven ‘hier en nu’ heeft de kans in zich om bevrucht te worden, bevrucht met het Woord van God: Jezus Christus, onze HERE. Wat hebben deze vier woorden een diepe inhoud!

Jezus, de zoon van de timmerman uit Nazareth? Nee, Jezus de Zoon van David is de Christus, de Beloofde. Hij is de Verzoener van de zonde, van het: niet tot het doel komen. Hij is, van vóór de grondlegging der wereld, daartoe van Godswege bestemd: Hij was van tevoren gekend, voor de grondlegging der wereld, doch is bij het einde der tijden geopenbaard ter wille van u, …(1 Petrus 1:20) Niet voor een bepaalde groep mensen, maar voor álle mensen: … en Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld. (1 Johannes 2:2)

Toch gaat bijna de hele wereld aan de Paasboodschap voorbij! Dat komt, omdat voor de hele wereld Jezus Christus misschien nog wel een historische figuur is, maar geen HERE . . . ‘Here’ betekent ook ‘keizer’. Als Jezus Christus onze HERE wordt, dan is Hij degene die meester of bezitter is van ons, omdat wij Hem de bevoegdheid hebben gegeven om in alles te beslissen, het laatste woord te hebben. Waar Jezus werkelijk HERE wordt in ons leven, wordt ons tijdgebonden leven bevrucht tot een nieuwe schepping.

Het Paas ‘verhaal’ is niet bevruchtend! De kracht van onze tafeltekst zit in de woorden: … (heeft) door zijn opstanding uit de doden verklaard Gods Zoon te zijn in kracht. We zouden deze woorden ook zo kunnen vertalen: die krachtig bewezen heeft Gods Zoon te zijn door zijn opstanding uit de doden.

Dan is het Paas-verhaal niet langer een verhaal van meer dan tweeduizend jaar oud. Het woord ‘kracht’ heeft de betekenis van: macht die in iets woont overeenkomstig zijn aard. Jezus ‘verklaart’ door de macht die in Hem woont, overeenkomstig Zijn aard, Zijn wezen, Gods Zoon te zijn. Dit ‘verklaart’ betekent: duidelijk maken, openbaar maken. Dan hebben we niets meer te maken met het ‘verhaal’, maar met de openbaring van Jezus als de Christus, de Gezalfde Gods in ons leven. Alleen deze openbaring van de levende Here in ons leven, maakt Hem tot degene, die het voor het zeggen heeft in ons leven. Dat alleen maakt Hem tot HERE.

Velen zijn gestorven voor een goed doel, maar alleen Jezus is niet alleen gestorven, maar Hij is opgestaan, verrezen uit de dood! Als Hij tot HERE is geworden in ons leven, kunnen we echt Pasen vieren: de bevrijding uit de slavernij van de zinloosheid van het onbevruchte, tijdgebonden bestaan.

Toelichting bij PASEN 2022

Het Paasfeest is van oorsprong een Oud Testamentisch feest. De Israëlieten kregen de opdracht dit feest jaarlijks te vieren, om daarin te gedenken dat God hen uit het slavenhuis, uit Egypte, geleid had. Dit feest valt in de maand Abib, (ongeveer april): ‘Deze maand zal u het begin der maanden zijn; zij zal u de eerste der maanden van het jaar zijn’ (Exodus 12:2).

Op de 10e van deze maand moesten de Israëlieten een gaaf, mannelijk, éénjarig stuk kleinvee nemen en dat apart zetten tot de 14e van de maand, om het dan in de avondschemering te slachten en gedurende de nacht op te eten (:5,6). Vier dagen werd het Paaslam apart gezet om geslacht te worden. ‘Vier’ is in de Bijbel het symbolische getal van de voorbereiding.

Als later Johannes de Doper zijn discipelen op de Here Jezus wijst, dan zegt hij: ‘Zie, het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt’ (Johannes 1:29-36). Voor de gelovige Jood was het Paaslam een beeld van de Messias en Johannes zegt hier dus eigenlijk: ‘Zie, de Messias!’ Ook de apostel Johannes trekt deze vergelijking later door als hij Exodus 12:46 citeert: ‘Want dit is geschied, opdat het Schriftwoord zou vervuld worden: Geen been van Hem zal verbrijzeld worden’ (Johannes 19:36).

En zoals het bloed van het paaslam, op de deurposten van de huizen gestreken, de doodsengel aan de gelovigen voorbij deed gaan (Exodus 12:13), zo werd ook het bloed van Jezus voor velen vergoten tot verzoening van hun zonden (Mattheüs 26:28). Daarom vieren we ieder jaar, vaak bijna gelijk met het Joodse volk, het Paasfeest, om te gedenken dat Jezus als ons Paaslam is geslacht tot verzoening van al onze zonden (1 Korintiërs 5:7).

Abonneer je op de weektekst

Voer je e-mailadres in om wekelijks de bijbeltekst te ontvangen.

Voeg je bij 126 andere abonnees

Archieven