Wekelijkse bijbeltekst

Bijbeltekst week 2021 – 03

Want wat hoog is bij mensen, is een gruwel voor God.

Lucas 16:15

Voor de komende week een korte tafeltekst. Maar wel een veel omvattende tekst. Omdat onze tafeltekst met ‘want’ begint, moeten we wel even aandacht besteden aan wat er aan vooraf gaat. Maar we zullen voor deze week de tekst laten voor wat het is, dus niet het hele vers 15, maar alleen de tweede helft zeggen we op.

We gaan nu lezen wat vooraf gaat aan vers 15: En Hij zeide tot hen: Gij zijt het, die voor rechtvaardig wilt doorgaan voor de mensen, maar God kent uw harten. Als we deze woorden van Jezus kort willen samenvatten, dan zouden we kunnen zeggen dat God de ‘show’ die we dagelijks leveren doorziet, omdat Hij ons hart kent. Bij God is de ‘show’ dus volkomen nietszeggend. Eigenlijk is dat een heel bevrijdende gedachte, als we maar beseffen, dat God van ons houdt met een eeuwige liefde. En die liefde hebben we niet ‘verdiend’! Liefde is niet te verdienen. Oh, als dat nu toch eindelijk eens tot ons hart zou doordringen! Dan zou dat de deur openen naar het echte leven met de HERE.

HEER, Die mij ziet zoals ik ben,
dieper dan ik mijzelf ooit ken, 
kent Gij mij, …

zingen we wel eens. Wat bevrijdend te weten dat God onze harten kent, tot in de diepste hoeken! We hoeven ons dus voor God nooit ‘hoog te houden’. Wat wordt er eigenlijk mee bedoeld met dat ‘hooghouden’? De Bijbel gebruikt hiervoor een Grieks woord dat de betekenis heeft van: hoogmoedig, trots zijn, hoge dingen (als eer en rijkdom) nastreven. Hoogmoed en trots is meestal een camouflage voor de angst. Waar de liefde verkild is, daar komt de hoogmoed en de trots voor in de plaats. Dan wordt het hoogste goed om na te streven: eer en rijkdom.

Pas als de onbaatzuchtige en eeuwige Liefde van God tot ons leven gaat doordringen, knapt de angst om ons gezicht te zullen verliezen en het krampachtige verlangen om ‘iets te zijn’ echt af; bevrijdend, levenwekkend.

Want God kan niet werken aan een ziel, die zichzelf nog probeert ‘hoog te houden’. In Jesaja 57:15 staat: In den hoge en in het heilige woon Ik en bij de verbrijzelde en nederige van geest,… want al dit ‘hooghouden’ is bij God een ‘gruwel’. Hier wordt een woord gebruikt, dat precies aangeeft hoe God over het zoeken van ‘eer en rijkdom’ denkt: een smerige, verachtelijke zaak. Dit Griekse woord wordt ook gebruikt voor ‘afgoden en alle dingen die met afgoderij te maken hebben’ zegt het Griekse woordenboek.

Wat goed dat we een week lang er over kunnen nadenken hoeveel ‘gruwel’ er nog in de weg staat voor God, om ons werkelijk gelukkig te kunnen maken. Dan kan Hij ons het echte, eenvoudige Leven schenken. Dit zal er kunnen zijn, als we ons leven niet langer door de mensen om ons heen laten bepalen, maar door Gods Liefde die zo onbevangen naar ons, naar de hele wereld uitgaat.

Bijbeltekst week 2021 – 02

Maar gij geheel anders: gij hebt Christus leren kennen.

Efeziërs 4:20

Als we bovengenoemde tafeltekst lezen, kan het verlangen in ons leven ontstaan om echt en heel eenvoudig ‘geheel anders’ te zijn.

Wat zitten we vaak vast in een bekrompen compromis-denken, maar de eenvoud van de boodschap maakt het ons duidelijk: Alles is volbracht. Voor hen die het verstaan is de uitnodiging om eenvoudig ‘amen’ te zeggen. Om ons als een kind toe te vertrouwen aan de ruimte die God ons biedt binnen het Koninkrijk van Jezus, onze Heer. Weg met het compromis-leven en eenvoudig instappen! Geheel anders dus dan heel dat ingewikkelde gedoe. Maar hoe is dat? Zoals het immers verder geschreven staat:

Dit is de waarheid in Jezus, dat gij, wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens aflegt, die ten verderve gaat, naar zijn misleidende begeerten, dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken, en de nieuwe mens aandoet, die naar de wil van God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid (Efeziërs 4:21-24).

Geen praten meer óver, maar: afleggen en aandoen.

De nieuwe vertaling zegt: ‘aantrekken’ of ‘je kleden in’, in waarachtige gerechtigheid en heiligheid. Mensen kunnen denken dat dit een saai leven is. Totdat ze personen ontmoeten die zo verrukt van Gods aanbod zijn, dat ze het eenvoudig zijn gaan doen! En dan blijkt het helemaal niet saai te zijn. Het blijkt zo sprankelend te zijn, zo avontuurlijk, zo vol waarheid en, ja, zo vol van heiligheid…

Wat hebben we vaak moeite met dat woord ‘heiligheid’! Maar deze Bijbelse ‘heiligheid’ is zo anders dan de ‘schijn-heiligheid’… Want heiligheid betekent gewoon: zo geboeid zijn door Jezus en door Zijn aanbod om te zijn als Hij in deze wereld, dat je maar al te graag je oude plunje uitdoet en de ‘nieuwe mens’ aandoet. Het blijkt heel eenvoudig te zijn, omdat het allemaal al gereed ligt.

Eenvoudig wordt het pas echt, als je er blij mee bent dat God wil dat wij werkelijk ‘anders’ willen zijn, als Jezus. Dat wil je, als je meer en meer van Hem gaat houden, want dan ga je ‘anders denken’. Op dat moment wordt je denken niet meer bepaald door de denkpatronen van het tijdgebonden leven, maar door de Geest van God. Zo raak je geboeid door Zijn eeuwige Koninkrijk. De profeet Jesaja zegt: Want zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; aan wat vroeger was, zal niet gedacht worden, het zal niemand in de zin komen (Jesaja 65:17).

Het Koninkrijk van Jezus waar wij nu al deel aan mogen hebben, (Want wíj zijn burgers van een rijk in de hemelen … Filippenzen 3:20a) is al een voorloper van het nieuwe dat komen gaat. Laten wij derhalve, omdat wij een onwankelbaar koninkrijk ontvangen, dankbaar zijn en hierdoor God vereren op een Hem welbehagelijke wijze met eerbied en ontzag (Hebreeën 12:28). Het nieuwe leven aandoen is hetzelfde als leven als mensen die opnieuw geboren zijn.

Van deze mensen zegt de apostel Johannes: Wij weten, dat een ieder, die uit God geboren is, niet zondigt; want Hij (Jezus), die uit God geboren werd, bewaart hem, en de boze heeft geen vat op hem (1 Johannes 5:18). Wie als Hemelburger gaat leven, heeft nooit meer last van dat stoeien met de begeerten van deze wereld, want: de boze heeft geen vat op hem.

Wat een heerlijk aanbod van onze Heer om geheel anders te zijn! ‘Heel graag’ zeggen we, als onze blik op Hem gericht is en als we Hem willen leren kennen in al onze wegen. Laten we nu, onder de indruk van Gods aanbod, van harte ‘ja’ zeggen. En, zoals de Nieuwe Vertaling het zo mooi zegt: onze geest en ons denken voortdurend laten vernieuwen door het zoeken van Zijn nabijheid in alles.

Bijbeltekst week 2021 – 01

Want in liefde heb Ik behagen en niet in slachtoffer, in kennis van God en niet in brandoffers.

Hosea 6:6

De tafeltekst van deze week begint met: Want in liefde heb Ik behagen. Het woord ‘liefde’ heeft in het Hebreeuws een prachtige betekenis. Meestal wordt het vertaald met: goedertierenheid, verder met liefde, maar ook met gunstbewijzen, trouw, genade, vriendschap, barmhartigheid en dankbaarheid. Kortom, het woord ‘liefde’ heeft alles te maken met echt ‘leven’ met God en daardoor met elkaar.

‘Behagen hebben’ geeft uitdrukking aan de vreugde van God bij het zien van deze liefde, in de Gemeente: ‘plezier hebben in’ en ‘zich uitstrekken naar’, ‘uitzien naar’. Het geeft uitdrukking aan het verlangend uitzien van God naar deze liefde, die in de wereld om ons heen steeds meer verdwijnt, maar die het kenmerk is van het Koninkrijk van God: Hieraan zullen allen weten, dat gij discipelen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkander. (Johannes 13:35)

Deze liefde is een vrucht van de Geest (Galaten 5:22). De profeet Hosea stelt deze liefde lijnrecht tegenover ‘slachtoffer’. Het woord ‘slachtoffer’ betekent: feest van offeren . . . Wat is het verschrikkelijk als ons samenkomen, als gemeente van Christus, dus een feest van offeren is in de zin van: een vreugdevol samenzijn waarin wij iets inbrengen, onze toewijding, onze liederen die we zingen, ons luisteren naar wat er verkondigd wordt, terwijl deze ‘liefde’, waarvan de profeet spreekt, ontbreekt!

Hierbij moet ik heel sterk denken aan wat de apostel Paulus zegt in zijn brief aan de Korintiërs: Al ware het, dat ik met de tongen der mensen en der engelen sprak, maar had de liefde niet, ik ware schallend koper of een rinkelende cymbaal. Al ware het, dat ik profetische gaven had, en alle geheimenissen en alles, wat te weten is, wist, en al het geloof had, zodat ik bergen verzette, maar ik had de liefde niet, ik ware niets. Al ware het, dat ik al wat ik heb tot spijs uitdeelde, en al ware het, dat ik mijn lichaam gaf om te worden verbrand, maar had de liefde niet, het baatte mij niets. (1 Korintiërs 13:1- 3)

Het woord ‘kennis’ hebben we al heel vaak besproken. Maar toch is het goed als de rijke betekenis van het Bijbelse woord ‘kennis’ ons weer duidelijk voor ogen staat als we de tekst met elkaar opzeggen! Het woord ‘kennis’ heeft een heel andere betekenis dan ‘verworvenheden door studie’. Het heeft te maken met: ‘leren kennen’, ‘zich bewust zijn van’ (1 Kon. 2:44), ‘beseffen’ (Ex.10:7) en ‘tot erkenning komen van’ (1 Sam.3:20). Het gaat er hier dus om dat God uitziet naar mensen die Hem willen leren kennen, door Hem te erkennen en door zich bewust te zijn dat Hij er is, tot in elk detail van ons leven.

Laten we vooral ook opmerkzaam zijn dat het woord ‘slachtoffer’ in het enkelvoud staat, maar het woord ‘brandoffers’ in het meervoud. We zouden kunnen zeggen dat het bij ‘slachtoffer’ gaat om een gezindheid en bij ‘brandoffers’ om allerlei activiteiten, zoals de betekenis van het woord ook aangeeft: bezig zijn met ons te verheffen, ons op te schroeven, ons zelf doen uitstijgen boven de ander (onszelf . . .).

Als we onze tafeltekst overdenken moeten we ook telkens maar denken aan wat de profeet Jesaja zegt: Want zo zegt de Hoge en Verhevene, die in eeuwigheid troont en wiens naam de Heilige is: In den hoge en in het heilige woon Ik en bij de verbrijzelde en nederige van geest, om de geest der nederigen en het hart der verbrijzelden te doen opleven. (Jesaja 57:15)

Bijbeltekst week 2020 – 53

Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen en mijn gedachten dan uw gedachten.

Jesaja 55:9

De tafeltekst voor de komende week is heel eenvoudig. Maar wat dringt deze eenvoudige waarheid toch moeilijk tot ons door!

Het woord ‘hemel’ staat in het Hebreeuws in het meervoud: het enkelvoud bestaat gewoonweg niet. Ach ja, de hemel, de woonplaats van God, is zo onmetelijk ver verwijderd van de plek waar wij, mensen, vertoeven. En toch . . . wat kan God ons ontzagwekkend nabij zijn. Maar het woord ‘hoger’ heeft in eerste instantie niet te maken met ‘afstand’, maar met ‘anders zijn’; ‘uitstijgen boven’, ‘alles te boven gaan’, ‘onvergelijkbaar zijn’. Heel vaak wordt het woord ‘aarde’ ook gebruikt als iets wat tegenover de hemel staat.

Wat is dan toch dat ‘anders’ zijn?! Nu, dat staat in het vervolg van de tekst. Gods ‘wegen’ zijn ‘hoger’ dan, (lees) onvergelijkbaar met, onze ‘wegen’. Het woord ‘weg’ is afgeleid van een werkwoord dat ‘voortgaan’ betekent, maar tegelijk ook: de boog spannen. Dat wil dus zeggen: een doel voor ogen hebben. Gods ‘doelen’ zijn zo veel verhevener dan onze doelen.

God heeft (met de mens) zo’n totaal ander, verhevener doel, dan de mens, zonder God, ooit bedenken kan. Gods doel heeft met de eeuwigheid, met de ‘hemel’ te maken en wij stellen ‘doelen’ die vaak alleen te maken hebben met het hier en nu. Zo is het ook met onze gedachtewereld, die zo totaal anders is dan die van God. Het woord ‘gedachte’ is ook te vertalen met: plan, voornemen, ontwerp.

Gods plannen met de mens zijn zo totaal anders dan de plannen die de mens voor zichzelf ontwerpt… tenminste… als onze plannen door het tijdgebonden denken worden bepaald en niet vanuit het eeuwigheidsdenken! Paulus roept ons niet voor niets op, om ons opnieuw te laten vormen door de vernieuwing van ons denken! Dan leren we te onderkennen wat de wil van God is; het goede, welgevallige en volkomene. (Rom.12:2)

De tekst voor de komende week roept ons dus op om te breken met het plannen maken dat alleen te maken heeft met het hier en nu, zonder ons af te vragen of God soms andere, veel verhevener plannen heeft met ons aardse, tijdgebonden leven. Plannen die in het hier en nu passen, bij de eeuwige bestemming die God voor ons bereid heeft…

Bijbeltekst week 2020 – 52

Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.

Johannes 3:16

Deze keer, hoe toepasselijk in de ‘kerstmaand’, een tekst over de komst van de Messias. Deze week is de week van het Kerstfeest, en deze tekst kan ons helpen om ons voor te bereiden op dit komende feest.

De liefde waarmee God de wereld heeft liefgehad, is het beste te omschrijven met: welkom heten, gesteld zijn op. Wat is het goed om te bedenken dat God alle mensen van de hele wereld ‘welkom heet’, omdat Hij ‘op hen gesteld is’. Dat met ‘wereld’ alle mensen die op aarde leven bedoeld worden, is wel duidelijk, want het woord wereld, ‘kosmos’ in het Grieks, betekent: de bewoners van de aarde. Dit woord is afgeleid van een werkwoord wat betekent: terugkrijgen wat vroeger eigendom was.

Wat prachtig om daar over door te denken! God heet dus de mensen welkom, die voorheen Zijn eigendom waren, maar die hun eigen weg zijn gegaan. Hij roept ze terug in Zijn armen door Jezus Christus, die de verzoening tot stand heeft gebracht tussen God en ons, eigenwijze mensen. God is hierbij de grote Initiatiefnemer, want er staat dat Hij zijn Zoon gegeven heeft.

Het woord ‘zoon’ is een weids begrip in de Bijbel. Het betekent in de eerste plaats: nakomeling van mensen. Een nakomeling is iemand die lijkt op degene uit wie hij is voortgekomen. Daarom betekent ‘zoon’ vooral ook ‘beelddrager’. God heeft dus iemand gezonden op aarde die een Beeld van de Vader is:

Deze, de afstraling zijner heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen, die alle dingen draagt door het woord zijner kracht, heeft, na de reiniging der zonden tot stand gebracht te hebben, Zich gezet aan de rechterhand van de majesteit in den hoge. (Hebreeën 1:3).

Zo beschrijft de schrijver van de Hebreeënbrief onze Heer. Jezus Zelf zegt: Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien (Joh.14:9).

God heeft ons in Jezus van Nazareth de afstraling zijner heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen ‘gegeven’. Dit ‘gegeven’ is niet iets vrijblijvends, want het betekent: tot zijn voordeel iemand iets geven om in zijn belangen te voorzien.

Dan gaat onze tafeltekst verder met: opdat een ieder, die in Hem gelooft . . .  Wat heeft het werkwoord ‘geloven’ een diepe en ingrijpende betekenis. Het is heel wat anders dan ons: ‘ik geloof van wel’, want daar betekent geloven: niet zeker weten. Nee, het Bijbelse geloven betekent: ‘je vertrouwen schenken aan’, ‘je toevertrouwen aan’. Als we dit ‘geschenk’ van God gaan verstaan als iets wat veel meer is dan een ‘oplossing van een probleem’, waardoor we in de hemel kunnen komen, dan gaat Zijn aanbod zo eindeloos meer worden dan slechts een weg daar naartoe; het is een uitnodiging om verwonderd te raken van wie Hij is. Dan zullen we Hem leren kennen en daardoor worden we bereid om ons aan Hem toe te vertrouwen.

In het ons gaan toevertrouwen aan onze Here komt een radicaal einde aan het eindeloos ronddolen in ons eigen denken. Dan gaan we ervaren hoe Hij ons doet opstaan uit de verlorenheid: uit de ondergang, het verderf, de dood, de uitzichtloosheid van deze wereld en ons plaatst in het Goddelijke perspectief van ‘leven’: echt leven, genieten, fris, sterk, daadkrachtig zijn. En dat niet heel spaarzaam, zo af en toe, maar ‘eeuwig’; dit wil volgens het woordenboek zeggen: zonder begin en einde, dat wat altijd geweest is en altijd zal zijn.

Als dit gestalte gaat krijgen in ons dagelijks leven, dan zal dit kerstfeest echt het geboortefeest van Jezus worden, niet alleen voor ons, maar voor heel veel mensen om ons heen.

> Kerstfeest 2020: Waardeert u deze wekelijkse tekst en wilt u ons steunen? Dat kan met een donatie. Hartelijk bedankt!

Bijbeltekst week 2020 – 51

Ik ben als een licht in de wereld gekomen, opdat een ieder, die in Mij gelooft, niet in de duisternis blijve. 

Johannes 12:46

We bereiden ons voor op het Kerstfeest. Naarmate het licht van God onze harten doordringt, gaan we beseffen hoe we vervreemd zijn van de grote vreugde waarmee de engelen de geboorte van Jezus, in de stal van Bethlehem, aan de herders aangekondigd hebben. Het was alsof een ingehouden adem eindelijk werd uitgeblazen: Hoe lang hebben de overheden en machten in de Hemelse gewesten uitgezien naar dit moment. En zij niet alleen!

De grote profeet Jesaja heeft, ruim 600 jaren voor de engelen hun lied zongen in Efrata’s velden, hier hartverwarmende woorden over gesproken:

Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst (Jesaja 9:6).

Ook Simeon verwachtte in Jeruzalem de vertroosting van Israël. Hoe kwam het dat hij die vertroosting verwachtte? De Heilige Geest had hem gezegd dat hij niet zou sterven, voordat hij de Heiland der wereld zou hebben gezien.

En hem was door de Heilige Geest een godsspraak gegeven, dat hij de dood niet zou zien, eer hij de Christus des Heren gezien had. (Lucas 2:26)

Simeon leefde toe naar het ogenblik dat deze belofte zou uitkomen. Hij legde deze ‘Godsspraak’ niet achteloos naast zich neer. Nee, hij zag uit naar deze, voor hem zo belangrijke, gebeurtenis.
Simeon wist dat hij, als hij eenmaal de Christus gezien had, zou sterven. Toen Simeon het kindje Jezus in zijn armen had, loofde hij God:

‘Nu laat Gij, Here, Uw dienstknecht gaan in vrede, naar uw woord, want mijn ogen hebben Uw heil gezien’ (Lucas 2:29).

God heeft dit heil bereid voor alle volken. Dit heil, Jezus Christus, de Here, is een Licht voor hen die in het duister wandelen. Een Licht, een grote Troost, een heilige Zekerheid, dat hun schuld is weggenomen. Want Jezus is het volmaakte Lam dat de zonde wegneemt van allen, die op Hem hun hoop gevestigd hebben.

Bijbeltekst week 2020 – 50

Gelooft in het licht zolang gij het licht hebt, opdat gij kinderen des lichts moogt zijn. 

Johannes 12:36

In het toeleven naar het Kerstfeest, voor deze week een tekst over het Licht. De tafeltekst mag een Woord zijn voor de hele week, om te overdenken en op ons te laten inwerken. Het is goed om iedere week weer de moeite te nemen het gedeelte, waarin de tafeltekst staat, in z’n geheel te lezen. Wat een prachtige, heilige woorden van Jezus! Dan klinkt de tafeltekst des te dieper tot ons door:

Gelooft in het licht . . .

Geloven is: je vertrouwen stellen in. In het vers vóór onze tafeltekst, zegt Jezus: Wandelt, terwijl gij het licht hebt. Wandelen kan ook vertaald worden met: voortgang maken; goed gebruik maken van gelegenheden. Jezus zegt hier, dat we goed gebruik moeten maken van het licht, zolang het er is, opdat we niet door de duisternis overvallen worden. Jezus zegt hier verder, dat iedereen die door de duisternis overvallen wordt, niet weet waar hij naar toe gaat.

Dit is het kenmerkende verschil tussen kinderen van het Licht en kinderen van de duisternis: de eerste weten wat hen wacht en de laatste weten niet wat het werkelijke doel en de werkelijke zin van het leven is. Zij, die in de duisternis verkeren, zijn degenen waarvan de apostel Paulus zegt:

Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is (1 Korintiërs 2:14). 

De niet wedergeboren mens weet misschien wel wat er in de Bijbel staat, maar hij kan het niet verstaan, niet bemerken, niet bekend raken met. Wat hij ook mogelijk wéét van het hemelburgerschap, het is hem dwaasheid, onzinnigheid, hij laat zich daar niet door beïnvloeden.

Maar degene die zich laat bepalen door het Licht dat in deze wereld verschenen is: Jezus Christus, laat zich meer en meer door Hem bepalen en gaat verstaan wat hem wacht. Wie in het licht wandelt gelijk Hij in het licht is, wordt toekomstgericht en verdraagt het niet langer om in de duisternis, in de uitzichtloosheid rond te dolen.

Wie in het licht wandelt, leeft vanuit de realiteit van het Licht. En in die realiteit ga je in het Licht ‘geloven’. Dat wil zeggen, dan ga je je vertrouwen stellen in het Licht. Jezus zegt niet voor niets:

Ik ben het Licht der wereld (Johannes 8:12).

Het is goed om er ook nog aan te denken dat ‘kinderen des lichts’ eigenlijk meer betekent: zonen des Lichts; nakomelingen van het Licht. Het woord ‘licht’ houdt veel meer in dan slechts een ‘lamp’ of een ‘ster’ zijn. Het woord ‘licht’ is ontstaan uit twee woorden die iets weergeven van: het uiten, bekendmaken van je wezen, van je innerlijk…

De tafeltekst voor deze week roept ons op om ons vertrouwen te gaan stellen in Hem, die Zijn wezen aan ons bekend wil maken, opdat we zullen zijn als Hij in deze wereld: Goddelijk licht in de uitzichtloosheid van de duisternis van deze wereld. Dit laatste is de diepste betekenis van: opdat gij kinderen des lichts moogt zijn.

Bijbeltekst week 2020 – 49 (advent)

Volgende week is het december. Deze tijd gebruiken we om toe te leven naar het naderende kerstfeest. De vier weken voor Kerst hebben de naam Advent gekregen. Advent is de periode van voorbereiding op het kerstfeest. Het begint vier zondagen voor Kerst en duurt tot kerstavond. Advent betekent letterlijk ‘komst’. In de uitleg van de tafeltekst staat geschreven dat we vurig naar Hem mogen uitzien, naar Zijn komst op de Grote Dag.

Zie, deze is onze God, van wie wij hoopten, dat Hij ons zou verlossen; dit is de HERE, op wie wij hoopten; la­ten wij juichen en ons verblijden over de verlossing die Hij geeft.

Jesaja 25:9

Aan de tafeltekst, zoals wij die opzeggen, gaan nog een paar woorden vooraf: En men zal te dien dage zeggen:… ‘Te dien dage’ . . . dat is zo’n geweldige uitdrukking in de Bijbel. Dat is de Dag, ja meer nog: de bedeling, het tijdperk, waarnaar alle gelovigen door de eeuwen heen hebben uitgezien. Als die dag gekomen is, dan zal men zeggen . . . Dit werkwoord ‘zeggen’ betekent: ‘heel uitdrukkelijk zeggen’. En het is nog meer: ‘ten antwoord geven’. Maar het wordt ook wel vertaald met ‘uitroepen’ en ‘bidden’. In dit ‘zeggen’ wordt een vreugdevol geloof van de ziel uitgedrukt, vol aanbidding!

Laten we ons voornemen om in die gezindheid ook de tafeltekst met elkaar op te zeggen: Zie, deze is onze God, van wie wij hoopten, dat Hij ons zou verlossen; dit is de HERE, op wie wij hoopten; la­ten wij juichen en ons verblijden over de verlossing die Hij geeft. De woorden ‘Zie, deze is onze God’, geven weer dat ‘men’ zal wijzen naar God, Die Zich openbaart!

Dan zal ‘men’ zeggen: Zie, op Hem hebben wij gehoopt. Het werkwoord ‘hopen’ kunnen we ook vertalen met: begerig naar uitzien. Wat heerlijk als we zo de betekenis van woorden tot ons laten doordringen. Daar moet het stil voor worden in ons hart. Dan gaan we verstaan dat dit werkwoord ‘hopen’ eigenlijk nog meer inhoudt. Want dit: begerig, vurig naar uitzien, heeft iets ‘samenbindend’ in zich. Zo wordt dit werkwoord namelijk ook wel eens vertaald: samenbinden.

Als we vurig naar Hem uitzien, uitzien naar de Grote Dag, dan bindt dit verlangen ons samen, zoals Simeon en Anna dat in Jeruzalem ook zo beleefd hebben: …en zij sprak over Hem tot allen, die voor Jeruzalem verlossing verwachtten. (Lucas 2:38)

Wij verwachten dus ook met elkaar ‘dat Hij ons verlossen zal’. Dit Hebreeuwse werkwoord is ook de grondvorm van de Naam van Jezus: Jeshoea. Dit betekent: Verlosser. En in dat woord ‘verlossen’ zit niet alleen: van iets bevrijden, maar ook vooral: in de ruimte plaatsen! Het is zo’n prachtig dichterlijke taal van de profeet Jesaja. Je proeft in onze tafeltekst een cadans, zo’n schwung: Deze is onze God, naar Hem hebben we uitgezien (die Zijn beloften waar heeft gemaakt)  . . .  dit is Jahweh, naar Wie we hebben uitgezien, (laten we juichen en ons verblijden).

Ja, laten we daarom juichen en ons verblijden! Dit ‘juichen’ is niet hetzelfde als bij ons: leve de koning… Want in dit ‘juichen’ zit ook iets van: sidderen van vrees. Het beste kunnen we dit dus vertalen met: Laten wij met diep ontzag juichen.

En het: laten wij ons ‘verblijden’ is ook niet zo maar gewoon ‘blij zijn’. Nee, dit ‘verblijden’ is eigenlijk het beste te vertalen met: godsdienstig verheugen, dus: ons verheugen in God. Maar nu moeten we nog even nadenken waarom de profeet ons oproept om te gaan juichen en ons te verblijden. Wel, dat staat in de tekst hiervoor: Jesaja 25:8  Hij zal voor eeuwig de dood vernietigen, en de Here HERE zal de tranen van alle aangezichten afwissen en de smaad van zijn volk zal Hij van de gehele aarde verwijderen, want de HERE heeft het gesproken.

We moeten, voor we de tafeltekst deze week opzeggen, telkens maar even de Bijbel er bij pakken en dan vers 8 eerst lezen. Wat zal het dan juichen en jubelen, elke maaltijd weer, heel deze week!

Bijbeltekst week 2020 – 48

Zo zegt de HERE, uw Verlosser, de Heilige Israëls: Ik ben de HERE, uw God, die u leert, opdat het u welga; die u de weg doet betreden, die gij moet gaan.

Jesaja 48:17

De tafeltekst van deze week staat ingebed tussen twee heel belangrijke zinnen. De tekst wordt voorafgegaan door: En nu heeft de Here HERE mij met zijn Geest gezonden: Het is dus niet Jesaja die hier spreekt, maar God Zelf! Hij maakt Zich aan Zijn volk bekend als: de HERE, uw God. Dat kan misschien uit het Hebreeuws het beste vertaald worden met: Het hoogste gezag, Die er altijd voor jullie wil zijn.

Onze tafeltekst wordt vervolgd met vers 18:  Och, dat gij naar mijn geboden luisterdet; dan zou uw vrede zijn als een rivier en uw gerechtigheid als de golven der zee; dit is een smeekbede van God aan Zijn kinderen… Als we dit tot ons laten doordringen, wat wordt onze tafeltekst dan een bewogen, liefdevol woord van God aan Zijn kinderen. Alleen in dit besef komt onze tafeltekst pas tot zijn volle recht!

Nu halen we de woorden even uit elkaar: Zo zegt de HERE, . . .   Ik ben de HERE, uw Verlosser, de Heilige Israëls, uw God, … Laten we altijd goed opmerken wanneer HERE met hoofdletters staat geschreven. Want dat betekent heel wat anders dan Here. In de zin voorafgaande aan onze tekst staan deze twee woorden achter elkaar: En nu heeft de Here HERE mij met zijn Geest gezonden: Het eerste woord Here betekent eenvoudigweg: meester, maar het tweede woord HERE is de heiligste eigennaam van God, die de betekenis heeft: Ik zal er altijd voor jullie zijn.

Als we nu weer even teruggaan naar ‘het uit elkaar gehaalde zinnetje’, dan staat daar dus: Zo zegt Degene, Die er altijd voor jullie wil zijn, . . . Ik ben Degene Die er altijd voor jullie zal zijn, jullie Verlosser, Degene, Die Zich heeft afgezonderd voor Zijn volk, jullie hoogste gezag: Ik onderwijs jullie. Dit onderwijs van God is niet als van een professor aan studenten. Het ‘onderwijzen’ van God heeft te maken met: oefenen, gewennen, vertrouwd doen zijn. Dit wijst op een enorme betrokkenheid van de leraar bij zijn leerling…  En Hij rust niet tot het ons ‘welgaat’: tot het baat heeft gebracht, we iets bereikt hebben, we ‘beter af’ zijn.

Zijn onderwijs is dus pas voltooid als Hij tot Zijn doel met ons is gekomen: dat wij met Hem wandelen op Zijn wegen, als Henoch, als Noach, als Jezus… En dat ‘wandelen’ is de mooiste vertaling voor ‘moet gaan’, waar de tafeltekst van deze week mee eindigt. Want dat ‘moet gaan’, heeft niets te maken met dwang, met moeten, maar met ‘mogen’. Wonderlijk is het dat dit werkwoord vertaald wordt in de Bijbel met: ‘sterven’, maar net zo goed ook met ‘leven’, met ‘levenswijze’, manier van leven dus. We moeten immers eerst sterven aan alle eigen gedoe om tot werkelijk leven te komen!

Als we de tafeltekst van deze week lezen, dan worden we eraan herinnerd, dat God niet ophoudt om ons mee te nemen op Zijn wegen, niet rust totdat we gewoon met Hem wandelen, al de dagen van ons leven, luisterend naar Zijn stem. Ja, dat komt zo duidelijk naar voren in de uitroep van God, die op onze tekst volgt: Och, dat gij naar mijn geboden luisterdet; … Want Zijn wegen leren we nooit te bewandelen door studie, maar door te luisteren naar Zijn stem!

Bijbeltekst week 2020 – 47

Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus.

Filippenzen 4:6,7

De tafeltekst begint met een tegenstelling: ‘bezorgd zijn in verband met onze wensen’ en ‘onze wensen bekend maken bij God’. Paulus zegt hier heel radicaal: weest in niets bezorgd . . .  Het werkwoord ‘bezorgd zijn’ heeft veel betekenissen, zoals: ’in beslag genomen worden door’, ‘door zorgen gekweld zijn’. Kortom, het heeft te maken met een zelfstandig naamwoord dat de betekenis heeft van: zorg, verdriet.

Dit staat lijnrecht tegenover wat achter het woordje ‘maar’ vermeld staat: maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. Ieder mens weet heel goed wat ‘angst, zorg en verdriet’ betekent, maar er zijn weinig mensen die het geheimenis zijn gaan verstaan van de gelukkige woorden van Paulus! Wensen zijn meestal onvervulde verlangens, maar Paulus weet dat, als we echt bij God schuilen, er verlangens en wensen geboren worden, die ons hoopvol en verlangend doen uitzien naar de vervulling ervan. Want Paulus spreekt hier beslist niet over wensen die uit onvrede geboren zijn, maar wensen die ontstaan zijn vanuit het werkelijke leven met Hem!

Zulke wensen, die ontstaan vanuit een wandel met de Levende Here, zijn niet los te denken van Hem die deze verlangens gewekt heeft. En in het ‘gesprek’ met Hem worden deze wensen, deze verlangens alleen maar duidelijker omlijnd. Dat is nu precies wat Paulus bedoelt met ‘laten bekend worden’ bij God. Dit werkwoord zouden we ook kunnen vertalen met: grondig kennis hebben van. Het heeft te maken met: eens willend worden met God. Dus: het samen eens zijn. Dit eenswillend worden met God ontstaat door gebed, smeking en dankzegging.

Het woord ‘gebed’ heeft in de taal van het Nieuwe Testament nog een andere betekenis, nl. ‘gebedsplaats’. Dit was een plek, vaak in de open lucht, waar mensen (Joden) samen kwamen om te bidden. Hierdoor kunnen we gaan verstaan dat werkelijk bidden een zaak is van de Gemeente, die samenkomt op een afgesproken plaats om God te aanbidden, zodat – in de zo ontstane aanwezigheid van God – we eens willend worden met Hem, die heilige verlangens in ons gewekt heeft, waardoor we meer en meer weten wat ons wacht . . .

Maar dan wordt ook het 7e vers duidelijk: En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus. Ja, want dan komt ‘de vrede Gods’ over ons. Het woord ‘vrede’ betekent in de eerste plaats: vrijheid van de verwoestende invloed van oorlog. Ook betekent het: de toestand van rust in de ziel.

We zingen in een lied: ‘wij weten wat ons wacht’. . .  En Jezus heeft gezegd: … doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen (Johannes 16:13). Dat is de toekomst die in Zijn handen is en waarvoor Hij ons de toerusting geeft om daar aan mee te bouwen.

Dat geeft de vrede ‘die alle verstand te boven gaat’. Het woord ‘verstand’ heeft hier de betekenis van: het vermogen om tot geestelijke waarheid te komen. Dit -met elkaar- verkeren met God, geeft ons het vermogen om tot de ‘Eeuwige Waarheid’ (we zouden dit een naam van God kunnen noemen), te komen. Dan raken we vertrouwd met het denken als hemelburgers (Fil.3:20), die nauwelijks de Eeuwige Waarheid kunnen verstaan, maar wel kunnen aanbidden!

En die aanbidding komt als we gelukkig worden met de beleving dat deze eeuwige waarheid zelfs ons ‘geestelijk denkvermogen’ te boven gaat: overtreft, boven alles uitsteekt. Dan komt de ‘vrede’ waar we al over spraken. Dat is de vrede die ontstaat als onze ziel tot rust komt ‘in Hem’. Dan worden onze gedachten niet meer verontrust door de denkpatronen en complottheorieën van deze wereld, maar komen onze gedachten onder de hoede van God. Dit werkwoord ‘behoeden’ in het 7e vers wordt bij de Joden gebruikt om uit te drukken dat onze gedachtewereld onder de heerschappij van de wet van Mozes is gekomen.

Hoeveel meer zal de vrede Gods onze gedachten tot rust brengen als Zijn volle openbaring ons wensenpatroon bepalen gaat en we bruikbaar ingeschakeld gaan worden in Zijn komende Rijk?!

Bijbeltekst week 2020 – 46

Want de HERE zelf zal vóór u uit trekken, Hij zelf zal met u zijn, Hij zal u niet begeven en u niet verlaten; vrees niet en word niet verschrikt.

Deuteronomium 31:8

De tafeltekst van deze week komt uit het laatste gedeelte van de vijf boeken van Mozes. Mozes is dan honderd en twintig jaar oud. Van zichzelf zegt hij: ‘ik kan niet meer uitgaan of ingaan’ (Deut. 31:2). Hij weet dat hij het beloofde land niet zal ingaan. Dit is niet omdat hij daarvoor te oud is, maar omdat hij tegen God gezondigd heeft door voor de tweede maal de Rots te slaan:

  • Exodus 17:6 Zie, Ik zal daar vóór u op de rots bij Horeb staan; dan zult gij op de rots slaan en daaruit zal water te voorschijn komen, zodat het volk kan drinken.
  • Numeri 20:8 Neem de staf en laat de vergadering samenkomen, gij en uw broeder Aäron; spreek dan in hun tegenwoordigheid tot de rots, dan zal zij haar water geven.

Omdat Mozes, de ‘zachtmoedigste van alle mensen’ (Num.12:3) ook de tweede keer op de rots sloeg, bedierf hij daarmee de geweldige profetische waarheid dat de Rots (Jezus Christus) ten tweede male niet als de Lijdende Knecht zou komen, maar als de Koning der koningen.

Mozes heeft in zijn leven telkens weer ervaren, dat God niet een God van verre is, maar dat Hij Zelf met de zijnen optrekt: En Mozes zeide tot Hem: Indien Gij zelf niet medegaat, doe ons vanhier niet optrekken (Exodus 33:15). Deze levenservaring geeft hij aan het volk Israël mee als zij, zonder hem, verder moeten trekken, het Beloofde Land in.

Wat hebben ook wij het nodig te beleven dat God ons niet ‘afscheept’ met mooie leefregels en wij dan maar moeten zien daar wat van terecht te brengen. Nee, ook voor ons geldt, dat God ons Zijn Woord heeft gegeven als een richtsnoer voor het leven van elke dag, maar dat wij daar niets van terecht zullen brengen, tenzij wij beleven dat Hij Zelf met ons mee trekt naar Zijn toekomst.

Hij zal ons niet begeven: niet aan ons lot overlaten. Hij zal ons niet verlaten: niet eenzaam achterlaten op de weg. Als het er soms op lijkt dat God ver weg is en de hemel als van koper is, vrees dan niet: laat je dan niet afschrikken door wat je onderweg tegenkomt. En laat je nooit ontmoedigen, niet door het wereldgebeuren, niet door eigen falen of wat dan ook, omdat je het immers zelf ervaren hebt: ‘Want de HERE Zelf zal vóór u uit trekken, Hij Zelf zal met u zijn, Hij zal u niet begeven en u niet verlaten; vrees niet en word niet verschrikt.’

Bijbeltekst week 2020 – 45

Ik zal U loven, HERE, met mijn ganse hart, ik wil al uw wonderen verhalen.

Psalm 9:2

Koning David begint deze psalm met een heilig voornemen: Ik zal U loven. Vanuit dat heilig voornemen heeft hij al zijn psalmen geschreven voor zijn volk, om hen mee te nemen in het grote levensgeheim: God troont op de lofzangen van Zijn volk. Hoe zouden we onze medemens kunnen dienen door hen mee te nemen in onze lofzang, als we zelf niet verstaan hoe belangrijk de aanbidding is in ons leven!? We zeggen wel eens: ‘Eerst aanbidden en dan pas ademen.’ Maar als het bij een mooie gedachte blijft, dan blijven we toeven in de dood en nemen onze naasten mee in de uitzichtloosheid van de dood.

De kracht van koning Davids leven is dus de aanbidding: Ik zal U loven.

Het werkwoord ‘loven’ houdt veel meer in dan geestelijke liederen zingen: dat kan een verdoving zijn, een geestelijke drug, waardoor je jezelf even boven alle ellende uittilt… Dat religieuze gedoe dient, zoals Paulus het uitdrukt: slechts tot bevrediging van het (vrome) vlees. Nee, echt loven is er alleen maar als we onder de indruk zijn van Gods handelen in ons leven! Echt loven is het gevolg van het onder de indruk zijn van wie Hij is. Daarom houdt loven niet in: geestelijk uit je dak gaan, maar verwonderd neerknielen, buigen voor Hem, voor de HERE.

De diepe betekenis van de Naam van God, HERE, is: Ik ben er voor jullie. In die verwondering wordt het echte ‘loven’ geboren. Loven is niet een dansen en springen en met je armen zwaaien, maar is een verstilling. Het werkwoord loven houdt ook in een ‘belijden’, ja, een schuld belijden, zoals het ook vertaald is in Daniël 9:4,5  En ik bad tot de HERE, mijn God, en deed schuldbelijdenis en zeide: Ach Here, Gij grote en geduchte God, die vasthoudt aan het verbond en de goedertierenheid jegens hen die U liefhebben en uw geboden bewaren; wij hebben gezondigd en misdreven, wij hebben goddeloos gehandeld en zijn wederspannig geweest; wij zijn afgeweken van uw geboden en van uw verordeningen, en alles wat er verder volgt in de woorden van Daniël.

Als David uitroept: Ik zal U loven, HERE, dan is het woord HERE niet zo maar een stopwoordje, zoals het helaas maar al te vaak gebruikt wordt in onze gebeden;  het is de meest verheven Naam van God, die een oprechte Jood nooit zal durven uitspreken: de Zijnde, de eeuwig Bestaande, Die er altijd voor ons wil zijn. Loven heeft dus niets te maken met: in een religieuze sfeer komen, maar met: onder de indruk zijn van Gods handelen in ons leven.

David vervolgt de inleiding van deze psalm met: …, met mijn hele hart. Het woord hart duidt niet op onze rikketik, maar op: ons innerlijk, onze manier van denken, onze wil, ons geweten. David heeft de ware Bron van het Leven ontdekt: met ons hele hart bepaald worden door de ‘wonderen’ van God. Wat zijn de wonderen van God? Elk handelen van God, dat we niet aan toeval, maar alleen aan het werkelijk ingrijpen van God kunnen toeschrijven, is een wonder. Een wonder verwondert ons, maakt ons stil, doet ons echt leven. Alleen in het schuilen bij God is er de mogelijkheid tot verwondering: zien van Gods handelen.

David neemt zich voor om niet zijn eigen handelen, maar het handelen van God, de wonderen dus, te ‘verhalen’. Het werkwoord verhalen is veel meer dan alleen ‘vertellen over’. Nee, het heeft te maken met: opsommen, optellen, mee rekenen, herhalen, in ogenschouw nemen. Kortom, David neemt zich voor om heel zijn ‘hart’ te laten bepalen door de ‘wonderen’ van God.

Bijbeltekst week 2020 – 44

Wie zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar wie ze belijdt en nalaat, die vindt ontferming. 

Spreuken 28:13

De tafeltekst voor komende week begint met ‘Wie zijn overtredingen bedekt’. Wat wordt hier met ‘overtredingen’ bedoeld? Het Hebreeuwse woord is een afleiding van een werkwoord dat betekent: ‘afvallig worden’, ‘zich onttrekken aan de macht van’. Met overtredingen wordt dus alles bedoeld wat het gevolg is van een leven dat niet bepaald wordt door echte toewijding aan Hem Die ons schiep… Dat is dan alles wat we op eigen initiatief bedenken en doen, zonder God daarin te kennen en te eren. Als wij onze ‘overtredingen bedekken’ dan leven we dus vanuit een vanzelfsprekendheid: zo is het nu eenmaal. Want ‘bedekken’ betekent niet alleen ‘verbergen’ etc., maar ook: ‘zich bekleden met’, ‘zich tooien in’.

Wat een wonder is het in ons leven, als we gaan ontdekken dat het zo maar vanzelfsprekend leven en denken en verlangen, zonder God in dit alles te kennen, ons niet voorspoedig maakt! Ja, echt een wonder, een genade van God, want de hele wereld leeft in deze vanzelfsprekendheid en… het gaat hen goed… wordt gezegd…

Het is echt een ingrijpen van God in je leven als deze levensinstelling je niet langer voorspoedig maakt. Maar hoe belangrijk is dan onze reactie naar God. Gaan we dan verlangen om Hem te kennen in al onze wegen van denken, doen en verlangen? Gaan we echt verdriet hebben over al onze eigenzinnigheid, als elke vorm van voorspoed ons bij de handen wordt afgebroken? Of worden we boos en ballen de vuist tegen alles en iedereen om ons heen, die ons dit alles maar aandoen en…  tegen God?!

Wat is Gods aanbod in ons leven toch groots als Hij, in Zijn eeuwige liefde voor ons, ons alles bij de handen afbreekt. Als deze instelling van verwonderd zijn het dan wint van alle boosheid en onmacht: verlies van macht, dan komt er een echt ‘belijden’. Echt belijden kent een lach en een traan. Als één van deze twee ontbreekt is er geen sprake van belijden. Als mensen zeggen: ‘Ik heb alles beleden en dus is alles nu goed’, dan ontbreekt de traan, de ontroering, de verwondering. Als we alleen maar zwaar zuchten over al onze ‘overtredingen’ en de verwondering ontbreekt dat God ons een halt toeriep, dan is er ook helemaal geen sprake van belijden.

Nee, bevrijdend belijden is er alleen in de verwondering over Gods bemoeiing met ons. Want alleen in Zijn licht zien we het licht én de duisternis. Dan verdwijnt al het grauwe. Zwart wordt zwart en wit wordt wit; dat is bevrijdend en doet ons juichen en roemen in Hem. Dit is de ware inhoud van ‘belijden’, want belijden betekent: loven, prijzen, maar ook: op het doel gericht zijn. Belijden geeft helderheid, vrolijkheid en doelgerichtheid. Wie echt belijdt, blijft ook niet ‘hangen’, kent geen ‘terugvallen’.

Echt belijden en ‘nalaten’ horen daarom ook bij elkaar, want wie zijn zonden belijdt, wordt op het doel gericht en laat alles wat te maken heeft met een leven zonder God achter zich. Dat is ook de betekenis van ‘nalaten’: achter laten, aan z’n lot overlaten. Wie in de ontmoeting met de levende Here deze gezindheid ontvangt, gaat vrolijk verder, verwachtingsvol. Dan staat ‘voorspoedig zijn’ al helemaal niet meer op de eerste plaats in het leven, omdat we het hoogste geluk gevonden hebben: ‘ontferming vinden’. Dit houdt ten diepste in: (door God) hartelijk bemind zijn.

Bijbeltekst week 2020 – 43

Vestigt uw aandacht dan op Hem, die zulk een tegenspraak van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat gij niet door matheid van ziel verslapt. 

Hebreeën 12:3

Het woordje ‘dan’ in onze tafeltekst, wat we ook kunnen vertalen met ‘daarom’,  legt het verband met wat er voor staat. Dit is heel belangrijk! Want de voorgaande teksten geven een prachtige schildering van Jezus. Daarom schrijven we deze teksten maar even op: Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die vóór ons ligt. Laat ons oog daarbij [alleen] gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke vóór Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods (Hebreeën 12:1,2).

Wat is het belangrijk dat de vreugde in de Here ons leven bepaalt en niet de schande, niet het lijden dat ons wordt aangedaan: Nehemia 8:11b weest dus niet verdrietig, want de vreugde in de HERE, die is uw toevlucht. Want alles wat ons, in de dienst aan Hem, overkomt, is te doorstaan, als we onze aandacht vestigen op Hem. De onderstreepte woorden zijn met elkaar een werkwoord dat de betekenis heeft van: overdenken, overwegen. De oproep aan ons is dus om, onder alle omstandigheden, te overwegen, te denken aan Jezus, die zo ontzettend veel ‘tegenspraak’ heeft ondergaan.

‘Tegenspraak’ kan een woordentwist zijn, maar veel verdrietiger is het als je merkt dat je niet serieus wordt genomen in je verlangen om de ander mee te nemen in dat wat je zeker weet Gods bedoeling te zijn. Jezus heeft het in Zijn lijden uitgeroepen: O ongelovig en verkeerd geslacht, hoelang zal Ik nog bij u zijn en u verdragen? (Lukas 9:41) Het woord ‘tegenspraak’ is ook te vertalen met: zich tegen iemand verzetten, weigeren iemand te gehoorzamen, protesteren, weigeren om iets met iemand te maken te hebben.

In Zijn grote liefde voor zondaren heeft Jezus dit alles ‘verdragen’, dat wil zeggen: Hij is voortdurend aanwezig gebleven, zonder door de tegenstanders bepaald te worden. ‘Verdragen’ betekent dan ook: volharden. En dit wordt in de Bijbel meestal vertaald met: onder tegenslag en beproeving vasthouden aan het geloof.

Bij ‘zondaren’ moeten we niet in de eerste plaats denken aan wat wij ‘slechte mensen’ vinden, maar aan mensen die: het doel missen, die niet bewust deel hebben aan het plan van God met deze wereld. Dat zijn dus alle mensen, die zich niet laten leiden door de Heilige Geest in al hun denken en handelen… Als je leven niet door onze Heer bepaald wordt, maar door de mensen die ons omringen, dan komt er ongemerkt een ‘matheid’ over je. In de tekst staat hiervoor een werkwoord dat betekent: 1) moe worden 2) ziek zijn.

Voor je het weet word je dan ‘zielig’. Dat betekent eigenlijk ongeveer: ontzield. Want de betekenis van het woord ziel is: de ziel als de zetel van de gevoelens, verlangens. Maar heel duidelijk wordt het als we het vertalen met een andere omschrijving: de levenskracht die het lichaam bezielt. Dan blijft er geen energie meer over; niet voor het komende Koninkrijk, maar het gaat nog verder: … eigenlijk voor niets.

De tekst voor de komende week beschrijft dit met het woordje ‘verslappen’ en dat betekent ook: moedeloos worden, wanhopen. De schrijver van de brief aan de Hebreeën geeft ons deze week dus een heel goede raad, voor de rest van ons leven: laat de vreugde die voor ons ligt – de komst van Zijn Rijk – ons denken en handelen bepalen om daarin de kracht te ontvangen om de goede strijd te blijven strijden, zonder te verslappen!

Bijbeltekst week 2020 – 42

Indien gij in Mij blijft en mijn woorden in u blijven, vraagt wat gij maar wilt, en het zal u geworden.

 Johannes 15:7

In het eerste gedeelte van de tafeltekst wordt gesproken over ‘blijven’. Het is goed om aan de diepe betekenis van dit woord te denken: niet iets anders worden. Het gaat er dus niet alleen om, om dicht bij Jezus te blijven. Maar het is belangrijk om in het schuilen bij Hem betrouwbaar te blijken, stand te houden, te weten waar je voor leeft, in elk detail van het leven. En dat kan alleen als Zijn woorden in ons blijven.

Het Griekse woord dat hier gebruikt wordt voor ‘woord’ betekent vooral: dat wat wordt geuit door een levende stem. In het blijven in Hem, verkeren met Hem, spreekt Hij tot ons over de volle Waarheid en over de toekomst:…; doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen (Johannes 16:13).

Pas vanuit deze innige relatie met Hem kan het tweede gedeelte van onze tafeltekst in vervulling gaan: vraagt wat gij maar wilt, en het zal u geworden. Ja, want dan pas zijn we betrouwbaar en vragen we in alles naar Zijn komende Rijk en naar Zijn wil voor ons persoonlijke leven. Dan beaamt onze wil de Zijne . . . en kunnen we ook pas echt bidden in Zijn Naam. Dan gaat in vervulling wat Jezus gezegd heeft: want God uw Vader weet, wat gij van node hebt, eer gij Hem bidt (Mattheus 6:8).

Wat is het nu goed om het woord ‘geworden’ te vertalen zoals het ook eigenlijk hoort: worden, tot ontstaan komen, tot stand gebracht worden, leven ontvangen. Want als wij, door een echte wandel met Hem, eenswillend met Jezus zijn geworden, zal ons leven in elk detail tot leven komen, getuigenis afleggen van Zijn leven.

Bijbeltekst week 2020 – 41

Roep Mij aan ten dage der benauwdheid, Ik zal u redden en gij zult Mij eren.

Psalm 50:15

God nodigt ons uit om, als we het moeilijk hebben, Hem aan te roepen. Dat betekent dat wij Hem dan om hulp mogen vragen, beter nog: Hem zelf te hulp vragen, Zijn bijstand vragen. Het gaat er dus in de eerste plaats niet om, dat we uit de problemen komen, maar dat we de uitkomst van Hem willen verwachten.

In het werkwoord ‘redden’ komt uit hoe Hij voor de uitkomst zal zorgen. Want dit werkwoord betekent niet alleen ‘redden’, maar ook toerusten, wapenen, krachtig maken. De uitredding is dus vooral een mentale zaak, een geestelijke toerusting, waardoor we sterk komen te staan tegenover de vijand. Paulus zegt: Efeziërs 6:12  want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.

Het woord benauwdheid in onze tafeltekst betekent ook niet alleen ‘benauwdheid’, maar vooral ook: tegenstander, vijand of verdrukker, iemand die benauwt, angstig maakt. Als we de tekst lezen, moeten we daarom er vooral aan denken, dat we, als we ons door de tegenstander verdrukt, aangevallen voelen, niet een vuist maken, ons zelf sterk maken, maar een toerusting van God verwachten.

Pas als we in deze gezindheid ons opstellen tegen alle duisternis die we meer en meer gaan zien, als we echt onze toevlucht tot Jezus hebben genomen, dan komt er die diepe verwondering om wat God in ons leven doet: Hij geeft ons de toerusting om waardig in deze wereld te wandelen naar de roeping waarmee Hij ons geroepen heeft.

Als we ons zo door Hem laten toerusten met de wapenen des lichts (Ef. 6:13-17), dan verdwijnt de angst, de nood, die de tegenstander bij ons oproept. (De onderstreepte woorden zijn vertalingen van het woord ‘benauwdheid’). Dan zullen de overheden en machten, waarvan Paulus spreekt in de hierboven aangehaalde tekst, zien hoe wij, schuilend onder Zijn vleugels, deze geweldige toerusting ontvangen van Hem, Die wij aanroepen.

Dit is de mooiste manier om Hem te ‘eren’. Ja, want het woord ‘eren’ mogen we zeker ook vertalen met: Zijn heerlijkheid tonen, aan de mensen om ons heen, maar zeker ook aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten.

De tafeltekst voor de komende week roept ons dus op om zó eenvoudig alles van Hem te verwachten, dat Hij ons de toerusting kan geven om stand te houden tegen de vijand. Dan heeft satan niets aan ons en moet, als wij roemen in Gods heerlijkheid én roemen in onze zwakheid, verslagen afdruipen.

Bijbeltekst week 2020 – 40

Ik zelf zal vóór u uitgaan en de oneffenheden effenen; koperen deuren zal Ik verbreken en ijzeren grendels verbrijzelen.

Jesaja 45:2

We leven in een tijd waarin de vijandschap: in onze tafeltekst weergegeven door ‘koperen deuren’ en ‘ijzeren grendels’, nog niet verbroken is. Integendeel! En het zal blijken hoe hard de vijandschap zich zal manifesteren, vooral als het eerste gedeelte van onze tafeltekst in vervulling zal gaan. Daarom willen we vooral aan het eerste gedeelte van deze tekst aandacht schenken: Ik zelf zal vóór u uitgaan. Wat staan hier prachtige dingen in vermeld, waar je zo maar overheen kunt lezen!

Het woord zelf staat helemaal niet in de grondtekst, maar geeft uitdrukking aan het heel persoonlijke dat wordt weergegeven in het woordje vóór. Dit woord ‘voor’ betekent eigenlijk: aangezicht. God belooft dus dat Hij van aangezicht tot aangezicht, heel persoonlijk betrokken dus, vóór ons zal ‘uitgaan’. Dit werkwoord: ‘uitgaan’ betekent gewoon ‘gaan’, maar ook ‘meegaan’, ‘wandelen’ en wordt zelfs nog vertaald met ‘leven’. Wat een rijke belofte voor ons, dat God heel persoonlijk met ons wandelen wil, met ons leven wil, bij ons betrokken wil zijn …

En nu het tweede gedeelte: en de oneffenheden effenen; ‘oneffenheden’ komt van een woord wat de betekenis heeft van: pralen, eren, eer bewijzen. Alleen hier in Jesaja 45 wordt het vertaald met ‘oneffenheden’. De bedoeling van onze tekst wordt duidelijker als we aandacht besteden aan de betekenis: pralen, eren. Maar dan vooral in de zin van: zichzelf eren, eer opeisen. Als we dan verder ook nog het werkwoord ‘effenen’ bekijken, dat veel meer de betekenis heeft van: oprecht zijn, rechtvaardig zijn, zacht zijn, dan kunnen we dit gedeelte eigenlijk beter vertalen met: Al het zoeken van eigen eer zal Ik doen verdwijnen doordat Ik – in een persoonlijke wandel met jullie – je zacht zal maken, je oprecht en rechtvaardig zal doen zijn.

Ja, dan wordt het duidelijk, hoe al de vijandschap van de wereld tegen God op de vlucht zal gaan als wij, in die heel persoonlijke wandel met onze Heer, al onze eigen eer en trots leren afleggen. Want daar is satan niet tegen opgewassen.

Als we deze komende week onze tafeltekst opzeggen moeten we telkens maar even aan deze vrije vertaling denken: Ik zal heel persoonlijk met jullie gaan leven, van aangezicht tot aangezicht, zodat je geen behoefte meer hebt om nog eigen eer te zoeken. Dan zal de wereld om je heen geen raad weten met de zachtheid, waarmee we de ander tegemoet treden en daarom op de vlucht slaan of, met ons, zich buigen voor Hem.

Bijbeltekst week 2020 – 39

Het komt immers niet aan op wat de mens ziet; de mens toch ziet aan wat voor ogen is, maar de HERE ziet het hart aan. 

1 Samuël 16:7

De tafeltekst voor deze week staat in het Bijbelboek Samuël. Hierin wordt verteld over de profeet Samuël; hij was een volkomen toegewijd dienstknecht aan God. Uit deze geschiedenis blijkt, dat, ook al zijn we nog zo volkomen toegewijd aan God, we nooit bruikbaar zullen zijn als we niet onze dienst in diepe afhankelijkheid van Hem verrichten. Toen Samuël de eerste zoon van Isaï zag binnenkomen, dacht hij: ”Zeker staat hier voor de HERE zijn gezalfde”(:6). Als íemand een zuiver oordeel kon hebben, dan was het toch vast en zeker Samuël, de dienstknecht des HEREN. Maar wat is een dienstknecht van God zonder de voortdurende wandel met God? Dat blijkt wel heel duidelijk uit deze geschiedenis. Stel je voor dat Samuël uitgegaan was van de gedachte, dat zijn eigen inzicht wel betrouwbaar genoeg was, gezien zijn ‘ervaring’ in de dienst van God. Dan had hij vanuit deze gezindheid immers nooit de stem van zijn Heer gehoord?

Wat missen wij toch, juist in de dienst van God vaak – en misschien wel voortdurend – de gezindheid van afhankelijk luisteren… Al hebben we net zoveel ervaring als Samuël, de dienaar van God en al hebben we nog zo veel kennis verworven over het wezen van God … we zullen rampen veroorzaken, als we niet diezelfde afhankelijkheid van God beleven, als Samuël, als alle dienstknechten, die in de Bijbel vermeld worden.

Wat onderscheidt een dienstknecht van God van de andere mensen? Daar is natuurlijk veel over te zeggen en over na te denken. Maar één ding staat vast, dat we alleen bruikbaar voor Gods Koninkrijk zullen zijn, als we ons hebben laten verlossen van alles wat ons belet om ons daadwerkelijk door God te laten leiden, in alles wat wij voor Hem mogen doen. Bij het lezen van dit Bijbelse verhaal wordt het ons wel duidelijk dat, als we in dienst van God staan, we heus nog wel ‘eigen gedachten’ kunnen hebben (:6). Maar al ons ‘eigen’ denken moet onderworpen zijn aan het spreken van God.

Dit te weten is niet genoeg: het moet onze levensinstelling worden, om in afhankelijkheid van God en in een bereidheid om in alles door God gecorrigeerd te worden, te leven. Zonder een innige wandel met de HERE, worden onze gedachten en wandel volkomen bepaald door wat onze ogen en andere zintuigen waarnemen. Onze mogelijkheden, in onszelf, schieten te kort om dieper door te dringen in de werkelijkheid van het leven van onze naasten. Onze zintuigen, onze ervaringen en onze verworven wijsheden kunnen ons dat niet duidelijk maken. Dit alles wordt samengevat in de woorden, die God tot Samuël sprak: “de mens toch ziet aan wat voor ogen is, maar de HERE ziet het hart aan.”

Koning Salomo vroeg van God wijsheid en kennis, om zijn volk werkelijk te kunnen dienen: “Geef mij thans wijsheid en kennis, dat ik voor dit volk kan uitgaan en ingaan, want wie zal dit grote volk van U kunnen richten?” (2 Kron.1:10). En het was door ‘deze van God ontvangen wijsheid’ dat Salomo begreep, dat God alleen het hart van alle mensenkinderen kent. …, daar Gij zijn hart kent – want Gij alleen kent het hart van alle mensenkinderen – (1 Kon.8:39).

Wat zal er toch veel meer liefde, betrokkenheid en wederzijds respect zijn bij alle mensen, die Hem toebehoren, als wij ons niet meer door zoveel ‘eigenwijsheid’, maar door een door God geschonken wijsheid laten leiden in elke ontmoeting en in het luisteren naar elkaar. Dan laten we ons niet meer bepalen door wat wij van elkaar vinden. Maar laten we ons bepalen door wat we, luisterend naar elkaar, mogen gaan verstaan wat God van de ander zegt, die evenals wij, door Gods genade, in Jezus Christus, Zijn kinderen mogen zijn. Dan zal er heel wat minder nodeloos geleden worden. Want dan leren we om elkaar waardig en mooi te maken voor God; in ons huwelijk, in ons gezinsleven, in het leven met onze naasten, in de Gemeente en in deze woelige wereld om ons heen! Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden der zonen Gods! (Rom. 8:19).                              

Bijbeltekst week 2020 – 38

Mijn schapen horen naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij, en Ik geef hun eeuwig leven en zij zullen voorzeker niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit mijn hand roven.

Johannes 10:27,28

Het woord ‘schaap’, als dat niet letterlijk voor een stuk kleinvee gebruikt wordt, heeft vaak niet zo’n gelukkige betekenis. ‘Arm schaap’, schaapachtig, enz. … Als in het Nieuwe Testament gesproken wordt over een ‘schaap’ dan wordt daarmee bedoeld: de altijd maar voortgaande – grazende – mens, die er in z’n eentje niet komen kan. Dat beeld wordt doorbroken door wat er op volgt: zij ‘horen naar Mijn stem’. Dat woord ‘horen’ betekent hier niet: waarnemen, al zou dat al iets heel geweldigs zijn! Stel je toch voor dat we Zijn stem zouden ‘horen’! Nee, het werkwoord ‘horen’ betekent hier meer dan alleen maar ‘opmerken’, het betekent: leren gehoor geven aan onderwijzing of aan een leraar. Daardoor komt er een eind aan het monotone voortjagen in de vanzelfsprekende sleur van iedere dag. De maar voortjakkerende mens wordt, door het gehoor geven aan de Stem van de Herder, tot een wakker en leergierig mensenkind.

Het woord ‘stem’ moeten we ook goed begrijpen. Eigenlijk is het niet meer dan de klank, de toon, het geluid van gesproken woorden. Wat heeft God al niet vaak tot ons gesproken, door de tijden heen. Ach, je weet wat er gezegd wordt, bij het bijbel lezen, in samenkomsten, in toerustingsavonden … en je graast maar door, als mensen waarvan de Bijbel zegt: die zich te allen tijde laten leren, zonder ooit tot erkentenis der waarheid te kunnen komen (2 Tim.3:7). Ja, dan ‘graas’ je maar door, totdat … je gehoor geeft aan de woorden die al zo vaak geklonken hebben. Dat is het wonder van de werking van de Heilige Geest in ons leven.

Wat zou het rijk zijn als we nu toch werkelijk stoppen met het verburgerlijkte voortjakkerende, grazende christelijke leven en Zijn Woord gaan verstaan! Want dan gaan we Jezus ‘volgen’. Dit betekent: ons als leerling bij Jezus voegen, ons bij Hem aansluiten om achter Hem aan te gaan, waarheen Hij ons ook voeren zal. Pas in dat werkelijk als leerling Hem volgen, zullen we niet verhongeren, geestelijk armoe lijden, maar echt ‘leven’: verkeren in de toestand van iemand die levenskracht heeft of bezield is.

En dat niet maar zo af en toe, maar eeuwig: zonder begin en einde, dat wat altijd geweest is en altijd zal zijn. Dan verzadigen we ons altijd, eeuwig, bij de Bron, die Hij is. Dit maakt dat we niet verloren gaan: vernietigd worden, geheel uit de weg geruimd worden, ten onder gaan, omkomen. Dan blijft er niets van het ‘schaapachtige’ over, nee, dan maakt Hij ons tot een koperen onneembare muur, zoals Jeremia het van God moet zeggen: Dan zal Ik u voor dit volk maken tot een koperen, onneembare muur, en zij zullen tegen u strijden, maar u niet overmogen; want Ik ben met u om u te helpen en te bevrijden, luidt het woord des HEREN (Jeremia 15:20).

Wat een machtig woord van troost en bemoediging voor iedereen die zo’n woord van God meekrijgt, ook voor deze tijd, en het verdere leven in… Jezus besluit Zijn woorden met: … en niemand zal ze uit mijn hand roven. Het werkwoord ‘roven’ betekent: grijpen, met geweld wegnemen, beslag leggen op. Als we door het gehoor geven aan de woorden van Jezus veranderen van schaapachtige, verburgerlijkte christenen, tot leerlingen van de Allerhoogste, dan zijn we zó veilig in Zijn Hand, dat niemand ons daaruit kan roven. Dan hoeven we dus nooit meer op onszelf te passen, voor onszelf op te komen… Wat zal er dan veel tijd overblijven, vrij komen, om ons geheel te gaan wijden aan de geweldige opdracht die Hij ons geeft om Zijn getuigen te zijn, een waarschuwingsteken voor de grote mensen-kudde, die voortjagend de (zelf)vernietiging tegemoet ‘graast’!

Bijbeltekst week 2020 – 37

Ja, van oudsher heeft men het niet gehoord noch vernomen, geen oog heeft gezien een God buiten U, die optreedt ten behoeve van wie op Hem wacht.

Jesaja 64:4

De Bijbeltekst voor deze week begint met: van oudsher. Dat is een prachtige uitdrukking. Maar dit Hebreeuwse woord drukt niet alleen het verleden uit, maar ook de toekomst. Het woord is afgeleid van een werkwoord, dat de betekenis heeft van: verbergen, geheim zijn, altijd durend, niet eindigend. Van oudsher houdt dus iets oneindigs in naar verleden, heden en toekomst: niet te bevatten, niet te doorgronden, niet te overzien. Wat houdt dit ‘niet te doorgronden’ in onze tafeltekst in? Het is iets wat ‘te horen’, ‘te vernemen’ of ‘te zien’ valt.

Dit ‘horen’ en ‘vernemen’ horen bij elkaar. Het zijn twee verschillende werkwoorden, die allebei met ‘horen’ te maken hebben. Het eerste echter legt meer de nadruk op het ‘horen’, ‘geluid waarnemen’ en het tweede meer op het ‘gericht luisteren naar’. Je zou kunnen zeggen dat het eerste op je afkomt: je hoort wat, en het tweede geeft weer, dat je gehoor geeft aan. Het eerste werkwoord zou meer de betekenis kunnen hebben van: het ene oor in, het andere uit, maar het tweede drukt het verlangen uit om er gevolg aan te geven. Dit laatste is zo anders, omdat het met relatie, met liefde te maken heeft. Laten we het vergelijken met de situatie dat je ergens bent en je je naam hoort roepen. Je kijkt verbaasd rond om te weten te komen wie jou hier kent. Maar het tweede is anders: je herkent aan de stem degene die je naam roept en dat doet je verlangen naar alles wat nu verder gaat gebeuren in het contact met elkaar.

Direct daar achter staat wat geen oog heeft gezien. Dit ‘gezien’ is meer dan ‘waarnemen’. Het heeft vooral ook te maken met ‘bezien om het te begrijpen’. Waar gaat het in onze tafeltekst nu om? Dat er in de oneindige tijd door de mens, behalve onze God, niemand ‘te zien’ is die ‘optreedt’. Bij het woord ‘optreden’ moeten we echt wel even stil staan! Want dit woord ‘optreden’ is een werkwoord dat meer dan 2.200 keer in het Oude Testament voorkomt en al in de eerste verzen van de Bijbel wordt gebruikt. In het ‘scheppingsverhaal’ (Gen 1:1 tot 2:4) staat dat God tweemaal ‘scheppend’ iets tot stand bracht: 1) de hemel en de aarde en 2) de mens. Voor het overige staat er geen ‘scheppen’, maar een werkwoord dat de betekenis heeft van: doen, vormen, tot stand brengen, maken. Wat is het goed om te beseffen dat dit ‘optreden’ (in onze tafeltekst) niets te maken heeft met een schouwspel, maar met een betrokken zorg.

En deze zorg van God is voor, ‘ten behoeve van’, ten dienste van: de mens die op Hem ‘wacht’. Maar dit ‘wachten’ is niet een passief wachten, niet een af-wachten! Nee, het is een ‘wachten op’, een ‘verwachten’! In het verband van onze tafeltekst is het nog meer. Het is een ‘verlangen naar’, een ‘uitzien naar’.

Wat hebben we weer een rijke tafeltekst. Natuurlijk lezen we deze tafeltekst, zoals die in de Bijbel vertaald staat. Maar toch weer even een eigen, heel vrije, vertaling, om het geluk dat vanuit deze woorden ons toe straalt, een week lang te bejubelen: Nooit zal er door een mens een god te verzinnen zijn, die meer zou kunnen zijn dan God, Die ieder, die naar Hem uitziet en zich aan Hem toevertrouwt, verzorgt, bewaart voor tijd en eeuwigheid.

Abonneer je op de weektekst

Voer je e-mailadres in om wekelijks de bijbeltekst te ontvangen.

Voeg je bij 117 andere abonnees

Archief