Mijn schapen horen naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij, en Ik geef hun eeuwig leven en zij zullen voorzeker niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit mijn hand roven.

Johannes 10:27,28

Het woord ‘schaap’, als dat niet letterlijk voor een stuk kleinvee gebruikt wordt, heeft vaak niet zo’n gelukkige betekenis. ‘Arm schaap’, schaapachtig, enz. … In het Nieuwe Testament wordt met een ‘schaap’ bedoeld: de altijd maar voortgaande – grazende – mens, die er in z’n eentje niet komen kan. Dat beeld wordt doorbroken door wat er op volgt:

zij horen naar Mijn stem. Het werkwoord ‘horen’ betekent hier meer dan alleen maar ‘opmerken’, het betekent: leren gehoor geven aan onderwijzing of aan een leraar. Daardoor komt er een eind aan het monotone voortjagen in de vanzelfsprekende sleur van iedere dag. Door het gehoor geven aan de Stem van de Herder, wordt de mens tot een wakker en leergierig mensenkind. Het woord ‘stem’ moeten we ook goed begrijpen. Eigenlijk is het niet meer dan de klank, de toon, het geluid van gesproken woorden.

Wat heeft God al vaak tot ons gesproken, door de tijden heen, in de samenkomsten, via de livestreams . . . en je graast maar door, als mensen waarvan de Bijbel zegt: die zich te allen tijde laten leren, zonder ooit tot erkentenis der waarheid te kunnen komen (2 Tim. 3:7). Wat is het rijk als we gehoor geven aan de woorden die je misschien al zo vaak gehoord hebt. Dat is het wonder van de werking van de Heilige Geest in ons leven.

Want dan gaan we Jezus ‘volgen’. Dat betekent niets minder dan: ons als leerling bij Jezus voegen, ons bij Hem aansluiten om achter Hem aan te gaan, waarheen Hij ons ook voeren zal. Pas in dat werkelijk als leerling Hem volgen, zullen we niet verhongeren, geestelijk armoe lijden, maar echt ‘leven’: verkeren in de toestand van iemand die levenskracht heeft of bezield is. En dat niet maar zo af en toe, maar eeuwig: zonder begin en einde, dat wat altijd geweest is en altijd zal zijn. Dan verzadigen we ons altijd, eeuwig, bij de Bron, die Hij is en gaan we niet verloren: vernietigd worden, geheel uit de weg geruimd worden, ten onder gaan, omkomen.

Dan maakt Hij ons tot een koperen onneembare muur: Dan zal Ik u voor dit volk maken tot een koperen, onneembare muur, en zij zullen tegen u strijden, maar u niet overmogen; want Ik ben met u om u te helpen en te bevrijden, luidt het woord des HEREN (Jeremia 15:20).  Wat een machtige troost en bemoediging voor degenen die zo’n woord van God meekrijgen, het verdere leven in…

Jezus besluit Zijn woorden met: en niemand zal ze uit mijn hand roven. Dit is ongeveer dezelfde belofte die in de woorden van Jeremia naar voren komt, want het werkwoord ‘roven’ betekent: grijpen, met geweld wegnemen, beslag leggen op.

Door het gehoor geven aan de woorden van Jezus veranderen we tot leerlingen van de Allerhoogste, en zijn we zó veilig in Zijn Hand, dat niemand ons daaruit kan roven. Dan hoeven we dus nooit meer op onszelf te passen, voor onszelf op te komen…

We zullen een waarschuwingsteken zijn voor de grote mensen-kudde, die voortjagend de (zelf)vernietiging tegemoet ‘graast’. Ja, dan zal er veel tijd overblijven, vrij komen, om ons geheel te gaan wijden aan de geweldige opdracht die Hij ons geeft om Zijn getuigen te zijn!