Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus.

Filippenzen 4:6,7

De tafeltekst voor deze week begint met een tegenstelling: bezorgd zijn in verband met onze wensen en onze wensen bekend maken bij God. Paulus zegt hier heel radicaal: weest in niets bezorgd . . . Het werkwoord ‘bezorgd zijn’ heeft natuurlijk weer veel meer betekenissen, zoals:’in beslag genomen worden door’, ‘eigen belang bevorderen’, ‘door zorgen gekweld zijn’, kortom het heeft te maken met een zelfstandig naamwoord dat de betekenis heeft van: zorg, verdriet.

Dit alles heeft te maken met iets wat lijnrecht staat tegenover wat achter het woordje ‘maar’ vermeld staat: maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. Ieder mens weet heel goed wat ‘angst, zorg en verdriet’ betekent. Maar er zijn weinig mensen die het geheimenis zijn gaan verstaan van deze machtig gelukkige woorden van Paulus!

Wensen zijn meestal onvervulde verlangens, maar Paulus weet dat, als we echt bij God schuilen, er verlangens en wensen geboren worden, die ons hoopvol en verlangend doen uitzien naar de vervulling ervan. Want Paulus spreekt hier beslist niet over wensen die uit onvrede geboren zijn, maar wensen die ontstaan zijn vanuit het werkelijke leven met Hem!

Zulke wensen, die ontstaan vanuit een wandel met de Levende Here, zijn niet los te denken van Hem die deze verlangens gewekt heeft. En in het ‘gesprek’ met Hem worden deze wensen, deze verlangens alleen maar duidelijker omlijnd! Dat is nu precies wat Paulus bedoelt met ‘laten bekend worden’ bij God. Dit werkwoord zouden we ook kunnen vertalen met: grondig kennis hebben van. Het heeft te maken met: eenswillend worden met God. Dus: het samen eens zijn. Dit eenswillend worden met God ontstaat door gebed, smeking en dankzegging.

Het woord ‘gebed’ heeft in de taal van het Nieuwe Testament nog een andere betekenis, nl.‘gebedsplaats’. Dit was een plek, vaak in de open lucht, waar mensen (Joden) samen kwamen om te bidden. Hierdoor kunnen we gaan verstaan dat werkelijk bidden een zaak is van de Gemeente, die samenkomt op een afgesproken plaats om God te aanbidden, zodat – in de zo ontstane aanwezigheid van God – we eenswillend worden met Hem, die heilige verlangens in ons gewekt heeft, waardoor we meer en meer weten wat ons wacht . . .

Maar dan wordt ook het 7e vers duidelijk: En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus. Ja, want dan komt ‘de vrede Gods’ over ons. Het woord ‘vrede’ betekent in de eerste plaats: vrijheid van de verwoestende invloed van oorlog. Ook betekent het: de toestand van rust in de ziel.

We zingen in een lied: “wij weten wat ons wacht”. . . En Jezus heeft gezegd: Johannes 16:13 doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen. Dat is de toekomst die in Zijn handen is en waarvoor Hij ons de toerusting geeft om daar aan mee te bouwen.

Dat geeft de vrede ‘die alle verstand te boven gaat’. Voor ‘verstand’ wordt hier een woord gebruikt dat de betekenis heeft van: het vermogen om tot geestelijke waarheid te komen.

Dit – met elkaar – verkeren met God, geeft ons het vermogen om tot de eeuwige waarheid – we zouden dit een naam van God kunnen noemen : ‘Eeuwige Waarheid’-, te komen. Dan raken we vertrouwd met het denken als hemelburgers (Fil. 3.20), die nauwelijks de Eeuwige Waarheid kunnen verstaan, maar wel kunnen aanbidden! En die aanbidding komt als we gelukkig worden met de beleving dat deze eeuwige waarheid zelfs ons ‘geestelijk denkvermogen’ te boven gaat: overtreft, boven alles uitsteekt.

Dan komt de ‘vrede’ waar we al over spraken. Dat is de vrede die ontstaat als onze ziel tot rust komt ‘in Hem’. Dan worden onze gedachten niet meer verontrust door de denkpatronen van deze wereld, maar komen onze gedachten onder de hoede van God.

Dit werkwoord ‘behoeden’ in het 7e vers wordt bij de Joden gebruikt om uit te drukken dat onze gedachtewereld onder de heerschappij van de wet van Mozes is gekomen. Hoeveel meer zal de vrede Gods onze gedachten tot rust brengen als Zijn volle openbaring ons wensen-patroon bepalen gaat en we bruikbaar ingeschakeld gaan worden in Zijn komende Rijk?!