Zie, deze is onze God, van wie wij hoopten, dat Hij ons zou verlossen; dit is de HERE, op wie wij hoopten; la­ten wij juichen en ons verblijden over de verlossing die Hij geeft.     

                                                                                                                           Jesaja 25:9

Aan de tafeltekst, zoals wij die opzeggen, gaan nog een paar woorden vooraf, die we jullie niet willen onthouden: En men zal te dien dage zeggen:. Te dien dage . . . dat is zo’n geweldige uitdrukking in de Bijbel. Dat is de Dag, ja meer nog: de bedeling, het tijdperk, waarnaar alle gelovigen door de eeuwen heen hebben uitgezien.

Als die dag gekomen is, dan zal men zeggen . . . Dit werkwoord ‘zeggen’ is zo veel meer dan wat wij hier onder verstaan. Het betekent: ‘heel uitdrukkelijk zeggen’. En het is nog meer: ‘ten antwoord geven’. Maar het wordt ook wel vertaald met ‘uitroepen’ en ‘bidden’. In dit ‘zeggen’ wordt een vreugdevol geloof van de ziel uitgedrukt, vol aanbidding!

Laten we ons voornemen om in die gezindheid ook de tafeltekst met elkaar op te zeggen: Zie, deze is onze God, van wie wij hoopten, dat Hij ons zou verlossen; dit is de HERE, op wie wij hoopten; la­ten wij juichen en ons verblijden over de verlossing die Hij geeft.

De woorden ‘Zie, deze is onze God’, geven weer dat ‘men’ zal wijzen naar God, Die Zich openbaart! Dan zal ‘men’ zeggen: Zie, op Hem hebben wij gehoopt. Het werkwoord ‘hopen’ kunnen we ook vertalen met: begerig naar uitzien. Wat heerlijk als we zo de betekenis van woorden tot ons laten doordringen. Daar moet het stil voor worden in ons hart. Dan gaan we verstaan dat dit werkwoord ‘hopen’ eigenlijk nog meer inhoudt. Want dit: begerig, vurig naar uitzien, heeft iets ‘samenbindend’ in zich. Zo wordt dit werkwoord nl. ook wel eens vertaald: samenbinden.

Als we vurig naar Hem uitzien, uitzien naar de Grote Dag, dan bindt dit verlangen ons samen, zoals Simeon en Anna dat in Jeruzalem ook zo beleefd hebben: …en zij sprak over Hem tot allen, die voor Jeruzalem verlossing verwachtten (Lucas 2:38). Wij verwachten dus ook met elkaar ‘dat Hij ons verlossen zal’. Dit Hebreeuwse werkwoord is ook de grondvorm van de Naam van Jezus: Jeshoea. Dit betekent: Verlosser. En in dat woord ‘verlossen’ zit niet alleen: van iets bevrijden, maar ook vooral: in de ruimte plaatsen!

Het is zo’n prachtig dichterlijke taal van de profeet Jesaja. Je proeft in onze tafeltekst een cadans, zo’n schwung: Deze is onze God, naar Hem hebben we uitgezien (die Zijn beloften waar heeft gemaakt)  . . . . dit is Jaweh, naar Wie we hebben uitgezien, (laten we juichen en ons verblijden).

Ja, laten we daarom juichen en ons verblijden! Dit ‘juichen’ is niet hetzelfde als bij ons: leve de koning… Want in dit ‘juichen’ zit ook iets van: sidderen van vrees. Het beste kunnen we dit dus vertalen met: Laten wij met diep ontzag juichen. En het: laten wij ons ‘verblijden’ is ook niet zo maar gewoon ‘blij zijn’. Nee, dit ‘verblijden’ is eigenlijk het beste te vertalen met: godsdienstig verheugen, dus: ons verheugen in God.

Maar nu moeten we nog even nadenken waarom de profeet ons oproept om te gaan juichen en ons te verblijden. Wel, dat staat in de tekst hiervoor: Jesaja 25:8  Hij zal voor eeuwig de dood vernietigen, en de Here HERE zal de tranen van alle aangezichten afwissen en de smaad van zijn volk zal Hij van de gehele aarde verwijderen, want de HERE heeft het gesproken.

We moeten, voor we de tafeltekst deze week opzeggen, telkens maar even de Bijbel er bij pakken en dan vers 8 eerst lezen. Wat zal het dan juichen en jubelen, elke maaltijd weer, heel deze week!