De maand december is begonnen. Deze tijd gebruiken we om toe te leven naar het naderende kerstfeest. De vier weken voor Kerst hebben de naam Advent gekregen. Advent is de periode van voorbereiding op het kerstfeest. Het begint vier zondagen voor Kerst en duurt tot kerstavond. Advent betekent letterlijk ‘komst’. In de uitleg van de tafeltekst staat geschreven dat we vurig naar Hem mogen uitzien, naar Zijn komst op de Grote Dag.

Gelooft in het licht zolang gij het licht hebt, opdat gij kinderen des lichts moogt zijn. 

Johannes 12:36

In het toeleven naar het Kerstfeest, voor deze week een tekst over het Licht. De tafeltekst mag een Woord zijn voor de hele week, om te overdenken en op ons te laten inwerken. Het is goed om iedere week weer de moeite te nemen het gedeelte, waarin de tafeltekst staat, in z’n geheel te lezen. Wat een prachtige, heilige woorden van Jezus! Dan klinkt de tafeltekst des te dieper tot ons door:

Gelooft in het licht . . .

Geloven is: je vertrouwen stellen in. In het vers vóór onze tafeltekst, zegt Jezus: Wandelt, terwijl gij het licht hebt. Wandelen kan ook vertaald worden met: voortgang maken; goed gebruik maken van gelegenheden. Jezus zegt hier, dat we goed gebruik moeten maken van het licht, zolang het er is, opdat we niet door de duisternis overvallen worden. Jezus zegt hier verder, dat iedereen die door de duisternis overvallen wordt, niet weet waar hij naar toe gaat.

Dit is het kenmerkende verschil tussen kinderen van het Licht en kinderen van de duisternis: de eerste weten wat hen wacht en de laatste weten niet wat het werkelijke doel en de werkelijke zin van het leven is. Zij, die in de duisternis verkeren, zijn degenen waarvan de apostel Paulus zegt:

Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is (1 Korintiërs 2:14). 

De niet wedergeboren mens weet misschien wel wat er in de Bijbel staat, maar hij kan het niet verstaan, niet bemerken, niet bekend raken met. Wat hij ook mogelijk wéét van het hemelburgerschap, het is hem dwaasheid, onzinnigheid, hij laat zich daar niet door beïnvloeden.

Maar degene die zich laat bepalen door het Licht dat in deze wereld verschenen is: Jezus Christus, laat zich meer en meer door Hem bepalen en gaat verstaan wat hem wacht. Wie in het licht wandelt gelijk Hij in het licht is, wordt toekomstgericht en verdraagt het niet langer om in de duisternis, in de uitzichtloosheid rond te dolen.

Wie in het licht wandelt, leeft vanuit de realiteit van het Licht. En in die realiteit ga je in het Licht ‘geloven’. Dat wil zeggen, dan ga je je vertrouwen stellen in het Licht. Jezus zegt niet voor niets:

Ik ben het Licht der wereld (Johannes 8:12).

Het is goed om er ook nog aan te denken dat ‘kinderen des lichts’ eigenlijk meer betekent: zonen des Lichts; nakomelingen van het Licht. Het woord ‘licht’ houdt veel meer in dan slechts een ‘lamp’ of een ‘ster’ zijn. Het woord ‘licht’ is ontstaan uit twee woorden die iets weergeven van: het uiten, bekendmaken van je wezen, van je innerlijk…

De tafeltekst voor deze week roept ons op om ons vertrouwen te gaan stellen in Hem, die Zijn wezen aan ons bekend wil maken, opdat we zullen zijn als Hij in deze wereld: Goddelijk licht in de uitzichtloosheid van de duisternis van deze wereld. Dit laatste is de diepste betekenis van: opdat gij kinderen des lichts moogt zijn.