Daarom, aanvaardt elkander, zoals ook Christus ons aanvaard heeft tot heerlijkheid Gods.

Romeinen 15:7

De tafeltekst begint met Daarom, aanvaardt elkander.  Dit is een grondwaarheid van het evangelie en nog steeds blijkt deze oproep van Paulus zeer wezenlijk te zijn. Voor ieder van ons geldt de vraag: ‘aanvaard ik, zoals Christus mij aanvaardt’, en: ‘laat ik mij aanvaarden?‘ Als we lezen in de Bijbel wat aanvaarden eigenlijk betekent, is het zo volkomen anders dan wij er in het dagelijks spraakgebruik mee bedoelen. Daarin is het vaak zoiets als de ander ‘tolereren, gedogen’: de ander ‘aanvaarden’ als huisgenoot, collega, levenspartner en daarbij hebben we dan een manier van overleven gevonden.

Aanvaarden in de Bijbel heeft niets met dit slappe humane aftreksel te maken, maar betekent zoveel als: in de gemeenschap doen delen, welkom heten in je leven, mee onderweg nemen, in de kring opnemen. Kortom ‘aanvaardt elkander’ betekent zoveel als je leven delen. Op dezelfde wijze als Christus Jezus Zijn leven met ons gedeeld heeft. Zoals de Heer ons aanvaardt heeft, zo aanvaarden wij de ander, elkaar. Dit aanvaarden is onvoorwaardelijk, onbaatzuchtig. Zoals Jezus op aarde de mensen steeds weer opzocht, ze uitnodigde, ze aanvaardde, of ze nu gehate personen of geëerde burgers waren.

Neem bijv. Zacheüs (Lucas 19). Onvoorwaardelijk aanvaardde Jezus deze oppertollenaar, wilde in zijn huis vertoeven, en juist deze aanvaarding, deze liefde, deze openbaring van God, deed Zacheüs smelten. Jezus aanvaardde Zacheüs niet omdat hij zo goed was, aan die en die eisen voldaan had, maar vanwege Zijn liefde voor deze zoekende tollenaar heet Hij hem welkom in Zijn leven. Dat werkt wonderen uit en tot die gezindheid worden wij door Paulus opgeroepen.

Betekent dit dan dat je alles maar goed moet vinden? Helemaal niet. Aanvaarden betekent ook: serieus nemen. En een houding van alles door de vingers zien, of met de mantel der liefde bedekken, is juist helemaal niet serieus nemen. Iemand aanvaarden kan betekenen ‘iemand wakker roepen’, ‘durven botsen’, omdat een houding van ‘laat maar zitten’ alleen maar verdere vervreemding uitwerkt. Ter wille van Gods Koninkrijk, ter wille van het Bijbelse aanvaarden, kan er een strengheid nodig zijn, zoals dat bij God Zelf ook is. Want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Here, en Hij kastijdt iedere zoon die Hij aanneemt (Hebr.12:6). Juist het tolereren, het gedogen, maakt tot bastaards; zo is God niet, en zo evenmin de gemeente Gods.

Het Bijbelse aanvaarden betekent niet alleen onvoorwaardelijk aanvaarden en het serieus nemen van de ander, maar het is vooral ook een aanvaarden zonder woorden. Woorden kunnen soms nog duidelijker maken, maar beslissend is onze houding, gezindheid. Intuïtief voelen mensen best goed aan hoe we tegenover elkaar staan. En zoals hoeren, tollenaars, zondaars haarscherp aanvoelden dat ze bij Jezus welkom waren, zo zal ook van ons afstralen wie bij ons welkom is, of ons aanvaarden selectief is of niet. Welke mensen trekken wij aan? Zijn we daarin een representatie van Jezus en van Zijn aanvaarden van mensen, of zoeken we liever de eer van mensen? Wie dit Bijbels aanvaarden tot zich laat doordringen, verstaat algauw de onmogelijkheid van deze opdracht. Zó aanvaarden, zó liefhebben, dienen, er zijn voor de ander, wie kan dat?

Daarom is het maar goed dat er staat: zoals Christus óns aanvaard heeft. Het is dus bij Hem begonnen. Jezus heeft Zijn leven voor ons door dood en opstanding gegeven. Hij heeft de weg tot dit leven vrijgemaakt. Met andere woorden, als we leven uit de aanvaarding van Christus voor ons leven, werkt Hij dat in ons uit. Niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij, jubelde Paulus. Hij wist zich omarmd, aanvaard, vernieuwd door de Heer, zodat hij als een koperen, onneembare muur zijn plaats als apostel van Christus kon innemen. Laten wij ons aanvaarden? Laten we ons wel verzoenen? Vertrouwen we ons wel ten volle aan God toe en buigen we voor Zijn majesteit?

Doen we dat niet dan zal het aanvaarden van de ander in de gezindheid van Christus ook nooit ons leven bepalen en blijven we ver van Gods bedoeling met ons leven. Maar waar we met vreugde en verwondering ons gewonnen geven aan Hem, Die steeds weer van Zich spreekt, gaan we de onbaatzuchtige liefde van Christus ook in ons leven ontdekken. En dan zal het echte aanvaarden van de ander geen zware plicht voor ons zijn, maar onze hoogste vreugde worden.