Wekelijkse bijbeltekst

Bijbeltekst week 2019 – 21

Wees niet bevreesd, gij klein kuddeke! Want het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te geven.

Lukas 12:32

Het is voor ons, Hollanders, een voorrecht dat de meesten van ons wel eens een schaapherder met z’n kudde over de heide hebben zien zwalken. Maar toch missen we vaak precies datgene wat zo belangrijk is, om te verstaan waarom de Gemeente van Christus in de Bijbel vaak met een kudde schapen wordt vergeleken.

Schapen zijn heel volgzame dieren, erg afhankelijk van de herder . . . Maar ook voor schapen is het belangrijk, dat zij een vertrouwde relatie met de herder hebben, want, zo vertelt Jezus ons: …; maar een vreemde zullen zij voorzeker niet volgen, doch zij zullen van hem weglopen, omdat zij de stem der vreemden niet kennen. (Johannes 10:5).

Als Jezus, hier in onze tafeltekst, spreekt van ‘gij klein kuddeke’, dan heeft Hij het dus tegen mensen, die Zijn stem weten te herkennen, omdat zij hebben leren luisteren naar Zijn stem: Mijn schapen horen naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij, … (Johannes 10:27).

Het kleine kuddeke van Jezus bestaat dus niet uit mensen, die wel geloven dat Jezus voor de zonde van de hele wereld gestorven is: …; en Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld (1Johannes 2:2). Nee, als Jezus het heeft over ‘gij klein kuddeke’, dan spreekt hij tot mensen, die door te luisteren naar Zijn stem, Hem herkennen te midden van alle, misschien wel nog zo vrome, geluiden die te horen zijn in deze wereld. Dit kan alleen als we ons laten leiden door Zijn Geest, die Jezus ons beloofd heeft tijdens zijn afscheidswoorden: Maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt. (Hand.1:8)

En dat dit kuddeke in het laatste uur maar heel klein zal zijn, heeft Jezus destijds al voorzien: Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde (Lukas 18:8)?

Waar we, door vele beproevingen heen, leren om weer naar Zijn stem te luisteren, daar gaan we beseffen tot Zijn klein kuddeke te behoren. Maar, al is dat kuddeke nog zo klein, tegen deze ‘schapen‘ zegt Jezus dus: Wees niet bevreesd, gij klein kuddeke! Dit ‘bevreesd’ zijn houdt in: bang, angstig zijn, door schrik bevangen zijn, bang zijn om (d.w.z. aarzelen) iets te doen (uit vrees voor schade). De profeet Daniël zegt: …, maar het volk dat zijn God kent, zal sterk zijn en daden doen (Daniël 11:32).

Wonderlijk is het toch eigenlijk, dat dit ‘kleine kuddeke’ en ‘het volk dat zijn God kent’ dezelfde mensen zijn. Want Daniël heeft het niet over mensen die veel kennis vergaard hebben over God, maar over mensen, die leerlingen van de Allerhoogste willen zijn, door te luisteren naar Zijn Stem. Jezus zegt in onze tafeltekst ongeveer hetzelfde als Daniël, namelijk dat, aan allen die naar Zijn Stem leren luisteren, Zijn Koninkrijk is toevertrouwd en dus dat zij – in alle zwakheid – sterk zullen zijn en daden doen …

Bijbeltekst week 2019 – 20

Het is beter bij de HERE te schuilen dan op mensen te vertrouwen;  het is beter bij de HERE te schuilen dan op edelen te vertrouwen.

Psalm 118:8,9

De tafeltekst voor de komende week begint met: Het is beter. Voor het woord ‘beter’ staat een Hebreeuws woord dat ook in het Nederlands veel gebruikt wordt: ‘tof’. Meestal wordt dit woord vertaald met ‘goed’, maar als het gaat om iets verhoudingsgewijs uit te drukken wordt het vertaald met ‘beter . . . dan’. Maar ‘goed’ is eigenlijk te algemeen. Het wordt ook vertaald met ‘gelukkiger’: Prediker 4:3 …, en gelukkiger dan die allen [prees ik] degene, die er nog niet geweest is, die nog niet heeft aanschouwd het boze werk dat onder de zon geschiedt.

Een andere vertaling van dit woord vinden we in Jeremia 29:10Want zo zegt de HERE: Neen, als voor Babel zeventig jaren voorbij zullen zijn, dan zal Ik naar u omzien en mijn heilrijk woord aan u in vervulling doen gaan door u naar deze plaats terug te brengen. En weer ergens anders, in Hooglied 1:2 Want kostelijker dan wijn is uw liefde,…  Het woordje ‘tof’ is dus meer dan ‘goed’: gelukkig, heilrijk en kostelijk!

We zouden (zonder de vergelijking te gebruiken met de grote dwaasheid om op mensen te vertrouwen), eenvoudig kunnen zeggen dat er staat: het is gelukkig, heilrijk, kostelijk om bij de HERE te schuilen. Ja, en dan nog even opletten dat HERE met hoofdletters staat geschreven. In de grondtekst staat hier dus de Naam van God! Bij God schuilen betekent ook: je toevlucht vinden bij. Dat is iets mooier.

Dit is geen passief schuilen, als onder een van de vele bomen tegen de regen. Want er is pas sprake van toevlucht vinden, als je er ook naar gezocht hebt. Het is dan een gelukkig resultaat na een ongelukkige situatie…  En in de werkwoordsvorm die hier gebruikt wordt, zit ook de betekenis van: je vertrouwen stellen op. Dat is dus nog meer dan: je toevlucht vinden bij. Ja, dan is er echt rust en gerustheid gekomen: Bij God ben ik veilig!

In het negende vers komt een versterking van het achtste vers. Daar stond immers dat we niet op mensen moeten vertrouwen. Maar misschien dachten we nog dat er uitzonderingen mogelijk waren… Het negende vers geeft hier een schokkende duidelijkheid: zelfs degenen die wij ‘edelen’ noemen, zijn niet te vertrouwen, zoals de HERE te vertrouwen is. Het woord ‘edelen’ is afgeleid van ‘edel’, in de zin van: vrijwillig zich aanbieden, zich bereid verklaren. Onze tafeltekst vertelt ons, dat het veel gelukkiger is om bij de HERE te schuilen, dan je toevlucht te nemen tot mensen die zich spontaan aanbieden om je te hulp te komen…

Dat ‘beter dan’ wijst dus op een tegenstelling. Voor ons houdt dit in, dat je ook bij God moet blijven schuilen als je omringd wordt door mensen die je graag een dienst willen bewijzen, mensen die sociaal, zelfs christelijk, over je bewogen zijn.  Eigenlijk moet je dan juist bij God schuilen, want anders dreigt daar het grote gevaar dat je je aan de hulp van ‘lieve’ mensen liever toevertrouwt, dan aan God, omdat je toevlucht vinden bij God, altijd betekent: sterven aan het: ‘ikke zelf doen’.

Bijbeltekst week 2019 – 19

Want Ik, de HERE, uw God, grijp uw rechterhand vast; die tot u zeg: Vrees niet, Ik help u.

Jesaja 41:13

De tafeltekst voor deze week begint met ‘want’. Om de tekst op de juiste manier te begrijpen, is het goed om te lezen waar dat ‘want’ op slaat: 10.  Vrees niet, want Ik ben met u; zie niet angstig rond, want Ik ben uw God. Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met mijn heilrijke rechterhand. 11.  Zie, allen die tegen u in woede ontstoken zijn, staan beschaamd en worden te schande; de mannen die u bestrijden, worden als niets en komen om; 12.  gij zult hen zoeken, maar niet vinden, de mannen die u bestoken; zij worden als niets, ja vernietigd, de mannen die tegen u oorlog voeren. Het 10e vers komt heel erg overeen met onze tafeltekst. In vers 10 staat: Vrees niet, want Ik ben met u . . .  Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met mijn heilrijke rechterhand. En in vers 13 staat: Vrees niet, Ik help u.

Er is wel veel reden om te vrezen: er zijn mensen in woede tegen ons ontstoken en zij bestrijden ons, zij bestoken ons en voeren zelfs oorlog tegen ons…  Je zou je kunnen afvragen of deze tekst wel past bij onze leefsituatie. Immers we worden toch wel redelijk aanvaard door onze omgeving en als iemand eens boos op ons is, hebben we het er ook wel (een beetje) naar gemaakt. Je zou je natuurlijk ook, omgekeerd, kunnen afvragen of ons leven wel echt bij onze tafeltekst past!

Als ons leven te vergelijken is met dat van een kameleon, als we ons in alle situaties aanpassen in een ijverige poging om het Schriftwoord in ons leven zelf te vervullen:  (Rom. 12:18Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, vrede met alle mensen, ja, dan is de tafeltekst van deze week voor ons niet van toepassing. En zal ook nooit van toepassing worden, tenzij we tot het punt komen dat niet meer onze eigen-liefde de vervulling van welk Schriftwoord dan ook zal bepalen, maar de liefde van Christus, die naar alle mensen, dus ook naar de mensen in onze eigen omgeving, uitgaat. Dan is er niet langer vrees voor onze naasten, dat ze ‘in woede zullen ontstoken raken’, omdat de liefde van Christus zo duidelijk van ons naar hen toe uitstraalt. Dan groeit er een totaal andere vrees in ons: de vrees dat wij zo te kort schieten in de liefde van Christus, dat onze naasten daardoor misschien voor eeuwig verloren zullen gaan! Maar zelfs als die vrees zou gaan groeien, zou de tafeltekst voor deze week nog niet van toepassing zijn op ons leven.

Nee, pas als we echt niet meer in de liefde van Christus voor onze naasten te kort schieten, maar, in tegendeel, Zijn licht van ons gaat uitstralen in alle eenvoud en duidelijkheid, dan zal de haat van deze wereld – waarvan Jezus spreekt, maar die ons in de praktijk van ons leven nog zo weinig raakt –  wel eens tot ontplooiing kunnen gaan komen: Indien de wereld u haat, weet dan, dat zij Mij eer dan u gehaat heeft. (Joh.15:18) . Ja, dan rijst er bij ons opnieuw een vraag: Kunnen we deze tafeltekst dan maar beter niet gebruiken? Wat zijn we toch goed in het ‘onszelf afvragen’.

Maar als we het niet meer ‘onszelf’ afvragen, maar God gaan vragen, dan beseffen we dat ook deze Bijbeltekst ‘Brood voor ons Hart’ mag zijn. Dan roept deze tekst ons bij iedere maaltijd een week lang op, om tot een werkelijke levensheiliging te geraken, zodat we deze tekst niet meer willen ‘doorstrepen’ maar ‘onderstrepen’. Want pas als we eenvoudig en in waarheid onze plaats gaan innemen in deze wereld, zullen we gaan delen in de liefde van Christus én in Zijn nood: onze Heiland,  die wil, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen.

Alleen in die – van ons af-levende nood – kunnen we eventueel in zo’n nood komen, dat we de tafeltekst van deze week brood-nodig zullen hebben. Want pas in die nood zullen we Gods nabijheid echt beleven en zullen Zijn Woorden ons echt aanspreken: Vrees niet, want Ik ben met u; zie niet angstig rond, want Ik ben uw God. Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met mijn heilrijke rechterhand. 11.  Zie, allen die tegen u in woede ontstoken zijn, staan beschaamd en worden te schande; de mannen die u bestrijden, worden als niets en komen om; 12.  gij zult hen zoeken, maar niet vinden, de mannen die u bestoken; zij worden als niets, ja vernietigd, de mannen die tegen u oorlog voeren. 13.  Want Ik, de HERE, uw God, grijp uw rechterhand vast; die tot u zeg: Vrees niet, Ik help u.

Bijbeltekst week 2019 – 18

In U wil ik mij verheugen en juichen, uw naam psalmzingen, o Allerhoogste.                                                                                                        

Psalm 9:3

De tafeltekst voor deze week begint met iets heel belangrijks: In U. Wat doen we vaak ons best om vrolijk te zijn, of althans in ieder geval vrolijk te lijken . . . De wereld om ons heen biedt van alles aan om ons op te vrolijken. Natuurlijk: het kost altijd wel het één en ander. Geheel gratis is het aanbod om verdrietig en uitzichtloos te zijn. Het leven – zonder God – geeft genoeg redenen daarvoor: het mensdom is heel intens bezig met de ondergang van het menselijk bestaan.

In deze Psalm van David wordt ons een hele andere weg gewezen om ons te verheugen en te juichen. Een weg, die door God voor ons is bereid van vóór de grondlegging der wereld, van voordat de mens geschapen werd . . .  En dat wordt hier dus heel eenvoudig en kortweg aangegeven door de twee woordjes: in U. Koning David spreekt hier geen dogma, geen stelling uit, maar hij spreekt hier van een fundamentele beslissing in zijn leven om anders te zijn dan de wereld om hem heen. Hij doet dit vanuit het besef dat hij koning is geworden van het volk Israël. Het volk dat God uit deze wereld geroepen heeft om Zijn volk te zijn, als een getuigenis in deze wereld van hoe God de mens bedoelde, toen Hij hem schiep, hier op aarde.

Vele jaren hierna heeft de profeet Jeremia ook gesproken van deze keuze: Ik heb niet gezeten in een kring van lachers, om uitgelaten te zijn;… (Jeremia 15:17). Het aanbod van deze wereld om – tegen betaling van het één en ander – uitgelaten te kunnen zijn, is er eigenlijk alleen voor de mensen, die met de rug naar God toe staan. Want wie z’n leven aan God heeft gewijd kent de diepe en, zo van de macht van de wereldgeesten, bevrijdende keuze om de ware levensvreugde alleen bij de echte Bron van het leven te zoeken: In U wil ik mij verheugen en juichen. Deze bevrijdende keuze is niet slechts een mooie gedachte, maar een daad, die de basis van ons leven zal bepalen: In U.

Koning David heeft deze Psalm geschreven en aan de koorleider van de Tempel opgedragen dit lied te laten zingen als een verkondiging, een boodschap van God voor Zijn volk. De apostel Paulus zegt, vele duizenden jaren later: Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede’. (Rom. 12:21). Als we deze woorden op onze tafeltekst betrekken, dan is het kwade: de opvrolijking van ons dorre bestaan zoeken in het aanbod van deze wereld. En het goede is dan: In U wil ik mij verheugen en juichen.

De keuze voor het kwade is niet moeilijk; Paulus zegt, dat dit vanzelf gaat: je laten overwinnen. De keuze voor het goede is een daad, in de praktijk van elke dag: overwin. Laten we weigeren om onze naargeestigheid en verveling ooit nog op te lossen door onze portemonnee te trekken voor het nooit werkelijk bevrijdende, bevredigende aanbod van deze wereld, om eens even lekker uit ons dak te gaan. Maar laat het deze week tot ons doordringen, bij het oplezen van de tafeltekst, dat het in ons leven gaat om een heldere, radicale keuze: onze levensvreugde alleen in Hem te zoeken.

In U wil ik mij verheugen en juichen, uw naam psalmzingen, o Allerhoogste.

Bijbeltekst week 2019 – 17

Gij komt hem tegemoet, die met vreugde gerechtigheid doet, hun die op Uw wegen aan U denken.

Jesaja 64:5

De tekst die deze week aan de beurt is, is een heel vrolijke tekst, met vaart… Allereerst even iets over het werkwoord ‘tegemoet komen’. Bij ons betekent dit werkwoord ‘tegemoet komen’ vaak zo iets als; een compromis sluiten: ik zal je tegemoet komen… De betekenis in onze tafeltekst is het tegenovergestelde hiervan. Het betekent zoiets als: zich voegen bij, ontmoeten, of zelfs: voorbede doen voor. God zal Zich dus voegen bij en voorbede doen voor degenen die, waar ze ook zijn of wat ze ook doen, aan Hem denken.

Maar nu lijkt het of we een stap te ver gaan, want er staat niet: op hun wegen, maar uitdrukkelijk: op Uw wegen. Die intieme, vertrouwelijke omgang met God ervaren we dus alleen als we op Zijn wegen wandelen. Maar – en dan moeten we denken aan het Schriftwoord uit Spreuken 3:6  Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken – , als wij in al ons doen en laten dus naar Hem vragen, ja dan komt Hij ons tegemoet, dan voegt Hij Zich bij ons, zoals Jezus Zich bij de Emmaüsgangers voegde, na Zijn opstanding. En het geschiedde, terwijl zij daarover spraken en van gedachten wisselden, dat Jezus zelf bij hen kwam en met hen medeging. (Lukas 24:15). En dat: ‘Zich bij ons voegen’ is niet een meelopen in de optocht, maar een volkomen betrokken zijn. Dat is juist de diepste betekenis van dit Hebreeuwse werkwoord!

Verder moet het ook tot ons doordringen dat het werkwoord ‘denken’ in het laatste gedeelte van onze tafeltekst, heel wat meer inhoudt dan ‘gedachten hebben over’ of zoiets. Het betekent veel meer: gedenken, rekening houden met, zoals het staat in Ezechiël 3:20 …, en met de gerechte daden die hij gedaan heeft, zal geen rekening gehouden worden;… Dit werkwoord ‘denken’ heeft ook de betekenis van: belijden, zoals in Jozua 23:7 . . ., de naam van hun goden niet belijdt

En nu nog even het tussenzinnetje: …, die met vreugde gerechtigheid doet,… Gerechtigheid doen is ook heel iets anders dan wat wij er meestal van maken! Het heeft de betekenis van: eenvoudig en zuiver zijn; naar de wil van God vragend. Samenvattend betekent dit eenvoudigweg: doen wat goed is. En dan niet omdat het zo hoort, maar omdat je het niet laten kunt. Dit is verwoord met de woorden: met vreugde, ofwel: jubelend, zingend tot eer van God . . .

Wat een lichtvoetige, vrolijke tafeltekst voor deze week. Als we van harte deze woorden uitspreken voor we gaan eten, dan hoeven we elkaar niet eens het: ‘Eet smakelijk’ toe te wensen, want reken maar dat, zelfs de meest eenvoudige maaltijd ons dan smaken zal.

Bijbeltekst week 2019 – 16

Nu gij Christus Jezus, de Here, aanvaard hebt, wandelt in Hem.

Kolossenzen 2:6

De tafeltekst voor deze week willen we graag gebruiken als voorbereiding voor het komende paasfeest. In dit feest vieren we dat Jezus uit de doden is opgestaan. Maar er is in deze viering geen kracht, als we Hem niet in ons dagelijks leven aanvaarden als onze Heer; degene die het voor het zeggen heeft in ons leven. Jezus Christus, de Messias, de Beloofde, die God al aan Adam en Eva beloofd heeft.

Onze tafeltekst begint met het woordje ‘Nu’. Dit woord kan ook vertaald worden met: ‘Aangezien’. Het eerste gedeelte van de tekst veronderstelt een feit. De apostel Paulus spreekt hier dus tegen mensen die Jezus als Here aanvaard hebben. Wat houdt dit in? Het gaat hier om mensen, die aanvaard hebben dat Jezus van Nazareth hun Here is. Het werkwoord ‘aanvaarden’ heeft zo veel betekenissen, dat het daarom goed is om te verstaan wat de betekenis hiervan in onze tafeltekst is. Het Griekse woordenboek zegt dat ‘aanvaarden’ betekent: aanvaarden of erkennen dat iemand is wat hij zegt te zijn.

Jezus heeft in Zijn leven hier op aarde getoond dat Hij de Christus is, doordat Hij de tekenen van de Christus, die de profeten hadden genoemd, volbracht heeft: Toen dan de mensen zagen, welk teken Hij verricht had, zeiden zij: Deze is waarlijk de profeet, die in de wereld komen zou (Joh.6:14). Maar het is niet genoeg dat wij alleen geloven dat Jezus de Messias is, door de tekenen die Hij verricht heeft. Dat doen de duivel en de boze geesten immers ook: ….(maar) dat geloven de boze geesten ook en zij sidderen (Jak. 2:19). Het onderscheid tussen de kinderen van de duisternis en de kinderen van het licht is, dat de kinderen van het licht niet alleen aanvaarden dat Jezus de Christus is, maar Hem daarom ook aanvaarden als Here!

Het mooie van het werkwoord ‘aanvaarden’ is, dat het niet alleen betekent: aanvaarden of erkennen dat Jezus is wat Hij zegt te zijn. Want dit werkwoord is afgeleid van een ander werkwoord dat de betekenis heeft van: iemand aan zich verbinden als metgezel. Het werkwoord ‘aanvaarden’ geeft in de tafeltekst dus aan dat we niet alleen erkennen dat Jezus werkelijk de Messias, de Verlosser is, maar dat we Hem daarom ook aanvaarden als onze Metgezel, onze Levenspartner, als iemand die we betrekken in alles van ons leven. . . Maar in de ogen van Paulus is dat nog niet voldoende. Hij zegt tegen de gemeente te Kolosse: aangezien jullie geloven dat Jezus inderdaad jullie Verlosser is en Hem daarom wilt kennen in alle aspecten van jullie leven . . ., wandelt dan ook in Hem.

‘Wandelen’ betekent in het Joodse denken: leven. En dan gaat het hierbij niet om het eeuwige leven, maar het dagelijks leven hier op aarde, de belevingen van iedere dag. Paulus maakt dit heel duidelijk in de tweede brief aan de gemeente te Korinthe: Want al leven wij in het vlees (hier op aarde), wij trekken niet ten strijde naar het vlees, want de wapenen van onze veldtocht zijn niet vleselijk, maar krachtig voor God … (2 Kor. 10:3,4). Wat zou het heerlijk zijn als we bij het lezen van deze tafeltekst gaan verstaan, dat Jezus niet alleen voor de vergeving van onze zonden is gestorven aan het Kruis van Golgotha, om ons daardoor het eeuwige leven te schenken, maar dat Hij is opgestaan uit de doden om met ons te zijn, ons aardse leven lang. Als Metgezel, als Levenspartner, om ons tijdens ons aardse leven te leren leven als Hemelburgers, als vreemdelingen op aarde, tot een getuigenis voor alle mensen om ons heen.

Dan mogen we elke dag vieren dat Jezus gezegd heeft: En zie, Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld. (Matt. 28:20) Zo wordt ieder paasfeest dan altijd weer opnieuw een aansporing om het avontuur van het leven met Hem aan te gaan, totdat Hij terugkomt op aarde. Als hulp om deze tafeltekst beter te verstaan, hier nog een vrije vertaling:

Aangezien jullie Jezus als de Christus in jullie leven hebt opgenomen als jullie Levensgezel, laat jullie leven dan ook in alles door Hem bepalen.

Bijbeltekst week 2019 – 15

Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem, die Hij gezonden heeft.

Johannes 6:29

De tafeltekst is het laatste gedeelte van vers 29. In het eerste gedeelte staat: Jezus antwoordde en zeide tot hen:… De woorden van Jezus (uit vers 29) zijn een antwoord op een vraag die de schare aan Hem gesteld had. Zij zeiden dan tot Hem: Wat moeten wij doen, opdat wij de werken Gods mogen werken? (Vers 28). Deze tafeltekst is dus een antwoord op de vraag die ook wij mogen stellen: Wat moeten wij doen, opdat wij de werken Gods mogen werken?

Het zal overigens wel een verrassend antwoord van Jezus geweest zijn! Want de Joden die deze vraag stelden wilden aan de slag, wilden iets doen, om het eeuwige leven te beërven. Want zij stelden deze vraag naar aanleiding van de woorden van Jezus: (vs.27) Werkt niet om de spijs, die vergaat, maar om de spijs, die blijft tot in het eeuwige leven, welke de Zoon des mensen u geven zal; want op Hem heeft God, de Vader, zijn zegel gedrukt. De vraag van de toehoorders van Jezus was dus eigenlijk: welk werk moeten wij werken om de spijs die blijft tot in het eeuwige leven?

Het woord ‘spijs’ heeft in de christelijke gemeente een eigen betekenis gekregen: het voedsel van de ziel, dat wat de ziel verfrist, dan wel voedt en onderhoudt. Maar de mensen die om de spijs vroegen die blijft tot in het eeuwige leven, hadden zojuist van de broden gegeten tijdens de ‘wonderbare spijziging’. Het waren arme mensen, die graag de zorg voor het dagelijkse leven voor hen en hun kinderen kwijt wilden. Zij zochten Jezus omdat, zoals Jezus het zei: gij van de broden gegeten hebt en verzadigd zijt (vs.26). Jezus veroordeelt deze mensen niet, maar vertelt hun dat Hij gezonden is, niet om in eerste instantie ons van ons dagelijks brood te voorzien, maar om onze ziel tot in eeuwigheid te voeden met de ware spijs.

Het gaat er om dat wij, tijdens het oplezen van deze tekst, terwijl wij ons dagelijks brood genieten, gaan beseffen dat wij zullen werken om een spijs, die blijft tot in het eeuwige leven. Het werkwoord ‘werken’ staat hier in een bepaalde vorm, waardoor het meer de betekenis krijgt van: bezig zijn met, tot stand brengen. Het antwoord op de gestelde vraag is dus zoiets als: wees nu niet zo bezig met de zorg van elke dag, maar wees bezig met datgene wat je ziel nodig heeft: geloven in Hem, die God gezonden heeft.

‘Geloven’ staat voor: je vertrouwen stellen in iemand. Dit is weer afgeleid van een ander werkwoord dat de betekenis heeft van: 1) vrienden maken, iemands gunst winnen, maar ook: 2) zich laten overtuigen. Geloven betekent dus: bezig zijn om Jezus tot je vriend te maken, Zijn gunst te winnen, waardoor je Hem zo leert kennen, dat je je door Hem laat overtuigen, die God tot ons ‘gezonden’ heeft.

We zullen deze korte tekst nu even wat uitgebreider vertalen: Dit is hetgeen waar God wil dat je mee bezig bent, dat je Jezus, die God volgens afspraak naar de aarde gezonden heeft, tot vriend maakt zodat je Hem leert kennen en je aan Hem gaat toevertrouwen en dan hierbij aansluitend de vertaling van vers 27: zodat je ziel verfrist en onderhouden wordt tot in het eeuwige leven toe.

Bijbeltekst week 2019 – 14

Vreest niet, want God is gekomen om u op de proef te stellen, en opdat er vrees voor Hem over u kome, dat gij niet zondigt.

Exodus 20:20

Bijna 70 keer staat in de Bijbel (O.T) dat God de mens tegemoet komt met: ‘Vrees niet’. Het Hebreeuwse werkwoord heeft vaak een tegengestelde betekenis. Het betekent: ‘vrezen, bang zijn voor’, maar vaak heeft het ook een andere betekenis, zoals ‘eren’ (Richt. 6:10) of ‘met ontzag vervuld zijn’ (1 Kon.3:28).

Twee keer komt dit werkwoord in onze tafeltekst van de komende week voor; ‘Vreest niet’ en dan betekent het inderdaad: weest niet bang. Maar in het tweede gedeelte heeft het de betekenis van ‘met ontzag vervuld zijn, vereren’. Als we bang zijn voor God, dan proberen we Hem te ontlopen. Maar als we met ontzag vervuld zijn, dan willen we Hem kennen in al onze wegen, opdat Hij onze paden recht zal maken: Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken. (Spr.3:6) Als we vervuld worden met een diep ontzag voor God, dan leren we Hem kennen, zoals Hij werkelijk is. Dan worden we verlost van al onze eigen ‘godsbeelden’. Vol verwondering en geluk buigen we dan voor Hem: vertrouwen we ons aan Hem toe. En gaan we Hem liefhebben, boven alles. In het schuilen bij Hem, heeft de boze geen vat op ons: Wij weten, dat een ieder, die uit God geboren is, niet zondigt; want Hij, die uit God geboren werd, bewaart hem, en de boze heeft geen vat op hem. (1 Joh.5:18) Maar geen mens kán bij God schuilen zonder gereinigd te zijn van de zondelast, d.w.z. van de vijandschap tegen God!

En het is niet genoeg om te geloven dat Jezus is gestorven, opdat deze vijandschap doorbroken zou worden, want dat doen de boze geesten ook: Gij gelooft, dat God één is? Daaraan doet gij wél, [maar] dat geloven de boze geesten ook en zij sidderen. (Jak.2:19)  Nee, het is onmogelijk om bij God te schuilen tenzij wij een ‘nieuwe schepping’ zijn: een wedergeboren mens. Daar valt de diepe scheiding tussen mensen die het ‘wel geloven’ en de mensen die werkelijk ‘leven’.

In onze tafeltekst staat dat God ‘gekomen’ is, dit betekent, dat God ons ‘opgezocht’ heeft, dat God is ‘neergedaald’ tot ons, verloren mensen, om ons uit te redden. Dat wijst naar de komst van Jezus Christus. Uit die hoop hebben Adam en Eva al geleefd en met hen al de mensen van de ‘heilige lijn’, die in het Oude Testament van de Bijbel beschreven staat. Daar mogen ook wij uit leven, door het geloof dat de Christus gekomen is. En dus niet alleen door te geloven, maar door te leven uit de werkelijkheid van de verlossing. Dan kunnen we, ieder moment van de dag, onze toevlucht zoeken bij Hem, die ons tegemoet is gekomen, Jezus Christus, die ons bij de Vader brengt: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij. (Joh.14:6)

Als door de dagelijkse wandel met Jezus de eerste vrees (bang zijn voor God) verdwenen is, schuilen we als onbevangen kinderen bij Vader, die ons onderwijst en ons de weg wijst, waar we dan niet meer van kunnen afdwalen. Want door ‘beproevingen’ heen leert Hij ons bij Hem te blijven schuilen, zodat de boze geen vat op ons heeft. Dan blijkt het heel duidelijk dat Hijzelf alleen de garantie voor ons leven is dat wij ‘niet zondigen’: niet meer van het doel en de zin van het Leven af te leiden zijn. Dit betekent dat Hijzelf het is die ons, door beproevingen heen, leert om voor tijd en eeuwigheid aan Hem ‘verkleefd’ te zijn en te blijven: Mijn ziel is aan U verkleefd, uw rechterhand houdt mij vast. (Ps. 63:9)

 Voor de duidelijkheid nu nog een vrije vertaling van onze tafeltekst: ‘Wees niet bang, want God is tot ons neergedaald om ons betrouwbaar te maken (in de wandel met Hem), zodat er een kinderlijk ontzag voor Hem over ons komt, zodat wij, aan Hem verkleefd, nooit meer van het Levenspad zullen afdwalen’.

Bijbeltekst week 2019 – 13

Kies dan het leven, opdat gij leeft, gij en uw nageslacht, door de HERE, uw God, lief te hebben, naar zijn stem te luisteren en Hem aan te hangen, want dat is uw leven.

Deuteronomium 30:19,20

De tafeltekst voor de komende week behoort tot het sluitstuk van de verbondssluiting van God met het volk Israël. God heeft het volk zijn zegen voorgehouden en de vloek: het leven en de dood. En nu mag het volk kiezen, dat wil zeggen: een keus doen. Er is dus geen mogelijkheid voor een compromis! Wat gek eigenlijk dat wij denken dat dit wel mogelijk is: een beetje van deze wereld; de dood, en een beetje van Gods Koninkrijk; het (eeuwige) leven.

God roept ons, waar we deel krijgen aan het nieuwe verbond (Jeremia 31:31  Zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal), om uit de dood op te staan en in Christus ‘weer tot leven gewekt te worden’: “opdat gij leeft”. Wat met het ‘leven’ bedoeld wordt in: ”kies dan het leven”, wordt duidelijk als we kijken naar hoe dit woord nog meer wordt gebruikt. Het werkwoord ‘leven’ wordt gebruikt om iets aan te geven als: ’vloeiend, fris water’ en ‘levendige activiteit’ (van mensen), maar ook van ‘het begin van de lente’.

Wat geweldig dat God ons tot zulk een rijk leven roept, dat het hiermee te vergelijken valt! Dan is de keuze niet moeilijk, maar graag gedaan. Het ‘leven’ dat God biedt is immers te vergelijken met de lente, maar de ’dood’ die God ons voorhoudt in een voorafgaand vers: Deut. 30:15  Zie, ik houd u heden het leven en het goede voor, maar ook de dood en het kwade: heeft de betekenis van ‘dood gaan’, ‘bezig zijn te sterven’, herfst dus. Het kenmerkende van dit ‘herfstig leven’ is de uitzichtloosheid, maar het lente-leven dat God ons biedt is toekomst gericht! Dat leven neemt ons en onze kinderen mee naar Zijn toekomst, tegen de tijdstroom van de wereld in, die geen toekomst meer bieden kan…

Wat wij hiervoor moeten doen? Ach, het is zo eenvoudig! Het is precies zoals de Schrift ergens anders zegt: Hij heeft u bekendgemaakt, o mens, wat goed is en wat de HERE van u vraagt: niet anders dan recht te doen en getrouwheid lief te hebben, en ootmoedig te wandelen met uw God. (Micha 6:8). Onze tafeltekst zegt het ook heel eenvoudig: door de HERE, uw God, lief te hebben, naar zijn stem te luisteren en Hem aan te hangen. Dat liefhebben is ook zo’n rijk woord in de grondtekst! Naast de vertaling als: ‘liefhebben’ wordt het ook vertaald met: bevriend zijn met, houden van, en ook met: ‘met liefde aanhangen’.

Het wonderlijke is dat het werkwoord luisteren ook heel goed te vertalen is met: ‘instemmen met’. Dat houdt dus in dat we heel erg betrokken mogen, moeten zijn bij Gods ‘wilsuiting’, want dat is een goede vertaling van het woordje ‘stem’.

Wie instemt met God, moet dan wel een heel vertrouwde omgang met Hem hebben. En dat wordt daarom ook weergegeven in het werkwoord ‘aanhangen’. Want God verlangt er naar om een heel vertrouwde omgang met ons te hebben, zoals met Abraham: En de HERE dacht: Zou Ik voor Abraham verbergen wat Ik ga doen? (Genesis 18:17)  Dat kan onmogelijk als we zo nu en dan even bidden, nee, dat vraagt om een bidden zonder ophouden (1 Tess.5:17).

Dit vraagt dus om een helemaal met Hem verkleefd zijn: Maar die zich aan de Here hecht, is één geest [met Hem]  (1 Kor.6:17). Wat een rijke tafeltekst hebben we dus voor de komende week! Misschien hebben we deze woorden al zo vaak gehoord; daarom nu even een andere vertaling: Neem een beslissing voor een levendig en actief leven, dat is als de lente, als fris, vloeiend helder water, een lente-leven, opdat jullie en jullie kinderen weer tot echt leven gewekt zult worden, door de HERE God met liefde aan te hangen, in liefde met Hem verkleefd te zijn, zodat je zult instemmen met alles wat Hij je vertelt in een innige wandel met Hem.

Bijbeltekst week 2019 – 12

Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen en mijn gedachten dan uw gedachten.

Jesaja 55:9

De tafeltekst voor de komende week is heel eenvoudig. Maar wat dringt deze eenvoudige waarheid toch moeilijk tot ons door! Het woord ‘hemel’ staat in het Hebreeuws in het meervoud: het enkelvoud bestaat gewoonweg niet. Ach ja, de hemel, de woonplaats van God, is zo onmetelijk ver verwijderd van de plek waar wij, mensen, vertoeven. En toch . . . wat kan God ons ontzagwekkend nabij zijn. Maar het woord ‘hoger’ heeft in eerste instantie niet te maken met ‘afstand’, maar met ‘anders zijn’; ‘uitstijgen boven’, ‘alles te boven gaan’, ‘onvergelijkbaar zijn’. Heel vaak wordt het woord ‘aarde’ ook gebruikt als iets wat tegenover de hemel staat.

Wat is dan toch dat ‘anders’ zijn?! Nu, dat staat in het vervolg van de tekst. Gods ‘wegen’ zijn ‘hoger’ dan, (lees) onvergelijkbaar met, onze ‘wegen’. Het woord ‘weg’ is afgeleid van een werkwoord dat ‘voortgaan’ betekent, maar tegelijk ook: de boog spannen. Dat wil dus zeggen: een doel voor ogen hebben. Gods ‘doelen’ zijn zo veel verhevener dan onze doelen. God heeft (met de mens) zo’n totaal ander, verhevener doel, dan de mens, zonder God, ooit bedenken kan. Gods doel heeft met de eeuwigheid, met de ‘hemel’ te maken en wij stellen ‘doelen’ die vaak alleen te maken hebben met het hier en nu.

Zo is het ook met onze gedachtewereld, die zo totaal anders is dan die van God. Het woord ‘gedachte’ is ook te vertalen met: plan, voornemen, ontwerp. Gods plannen met de mens zijn zo totaal anders dan de plannen die de mens voor zichzelf ontwerpt… tenminste… als onze plannen door het tijdgebonden denken worden bepaald en niet vanuit het eeuwigheidsdenken! Paulus roept ons niet voor niets op, om ons opnieuw te laten vormen door de vernieuwing van ons denken! Dan leren we te onderkennen wat de wil van God is; het goede, welgevallige en volkomene. (Rom.12:2).

De tekst voor de komende week roept ons dus op om te breken met het plannen maken dat alleen te maken heeft met het hier en nu, zonder ons af te vragen of God soms andere, veel verhevener plannen heeft met ons aardse, tijdgebonden leven. Plannen die in het hier en nu passen, bij de eeuwige bestemming die God voor ons bereid heeft…

Bijbeltekst week 2019 – 11

Maar gij geheel anders: gij hebt Christus leren kennen.

Efeze 4:20

Als we bovengenoemde tafeltekst lezen, kan het verlangen in ons leven ontstaan om echt en heel eenvoudig ‘geheel anders’ te zijn. Wat zitten we vaak vast in een bekrompen compromis-denken, maar de eenvoud van de boodschap maakt het ons duidelijk: Alles is volbracht. Voor hen die het verstaan is de uitnodiging om eenvoudig ‘amen’ te zeggen. Om ons als een kind toe te vertrouwen aan de ruimte die God ons biedt binnen het Koninkrijk van Jezus, onze Heer. Weg met het compromis-leven en eenvoudig instappen! Geheel anders dus dan heel dat ingewikkelde gedoe. Maar hoe is dat? Zoals het immers verder geschreven staat:

Dit is de waarheid in Jezus, dat gij, wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens aflegt, die ten verderve gaat, naar zijn misleidende begeerten, dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken, en de nieuwe mens aandoet, die naar de wil van God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid (Efeze 4:21-24).

Geen praten meer óver, maar: afleggen en aandoen. De nieuwe vertaling zegt: ‘aantrekken’ of ‘je kleden in’, in waarachtige gerechtigheid en heiligheid. Mensen kunnen denken dat dit een saai leven is. Totdat ze personen ontmoeten die zo verrukt van Gods aanbod zijn, dat ze het eenvoudig zijn gaan doen! En dan blijkt het helemaal niet saai te zijn. Het blijkt zo sprankelend te zijn, zo avontuurlijk, zo vol waarheid en, ja, zo vol van heiligheid…

Wat hebben we vaak moeite met dat woord ‘heiligheid’! Ook weer zo iets zuurs… Maar deze Bijbelse ‘heiligheid’ is zo anders dan de ‘schijn-heiligheid’… Want heiligheid betekent gewoon: zo geboeid zijn door Jezus en door Zijn aanbod om te zijn als Hij in deze wereld, dat je maar al te graag je oude plunje uitdoet en de ‘nieuwe mens’ aandoet. Het blijkt heel eenvoudig te zijn, omdat het allemaal al gereed ligt. Eenvoudig wordt het pas echt, als je er blij mee bent dat God wil dat wij werkelijk ‘anders’ willen zijn, als Jezus. Dat wil je, als je meer en meer van Hem gaat houden, want dan ga je ‘anders denken’. Op dat moment wordt je denken niet meer bepaald door de denkpatronen van het tijdgebonden leven, maar door de Geest van God. Zo raak je geboeid door Zijn eeuwige Koninkrijk.

De profeet Jesaja zegt: Want zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; aan wat vroeger was, zal niet gedacht worden, het zal niemand in de zin komen (Jes.65:17). Het Koninkrijk van Jezus waar wij nu al deel aan mogen hebben, (Want wíj zijn burgers van een rijk in de hemelen … Fil. 3:20a) is al een voorloper van het nieuwe dat komen gaat.

Laten wij derhalve, omdat wij een onwankelbaar koninkrijk ontvangen, dankbaar zijn en hierdoor God vereren op een Hem welbehagelijke wijze met eerbied en ontzag (Hebr. 12:28).

Het nieuwe leven aandoen is hetzelfde als leven als mensen die opnieuw geboren zijn. Van deze mensen zegt de apostel Johannes: Wij weten, dat een ieder, die uit God geboren is, niet zondigt; want Hij (Jezus), die uit God geboren werd, bewaart hem, en de boze heeft geen vat op hem (1 Joh. 5:18). Wie als Hemelburger gaat leven, heeft nooit meer last van dat stoeien met de begeerten van deze wereld, want: de boze heeft geen vat op hem.

Wat een heerlijk aanbod van onze Heer om geheel anders te zijn! ‘Heel graag’ zeggen we, als onze blik op Hem gericht is en als we Hem willen leren kennen in al onze wegen. Laten we nu, onder de indruk van Gods aanbod, van harte ‘ja’ zeggen. En, zoals de Nieuwe Vertaling het zo mooi zegt: onze geest en ons denken voortdurend laten vernieuwen door het zoeken van Zijn nabijheid in alles.

Bijbeltekst week 2019 – 10

Want in liefde heb Ik behagen en niet in slachtoffer, in kennis van God en niet in brandoffers.

Hosea 6:6

De tafeltekst van deze week begint met: Want in liefde heb Ik behagen. Het woord ‘liefde’ heeft in het Hebreeuws een prachtige betekenis. Meestal wordt het vertaald met: goedertierenheid, verder met liefde, maar ook met gunstbewijzen, trouw, genade, vriendschap, barmhartigheid en dankbaarheid. Kortom, het woord ‘liefde’ heeft alles te maken met echt ‘leven’ met God en daardoor met elkaar.

‘Behagen hebben’ geeft uitdrukking aan de vreugde van God bij het zien van deze liefde, in de Gemeente: ‘plezier hebben in’ en ‘zich uitstrekken naar’, ‘uitzien naar’. Het geeft uitdrukking aan het verlangend uitzien van God naar deze liefde, die in de wereld om ons heen steeds meer verdwijnt, maar die het kenmerk is van het Koninkrijk van God: Johannes 13:35  Hieraan zullen allen weten, dat gij discipelen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkander.

Deze liefde is een vrucht van de Geest (Galaten 5:22). De profeet Hosea stelt deze liefde lijnrecht tegenover ‘slachtoffer’. Het woord ‘slachtoffer’ betekent: feest van offeren . . . Wat is het verschrikkelijk als ons samenkomen, als gemeente van Christus, dus een feest van offeren is in de zin van: een vreugdevol samenzijn waarin wij iets inbrengen, onze toewijding, onze liederen die we zingen, ons luisteren naar wat er verkondigd wordt, terwijl deze ‘liefde’, waarvan de profeet spreekt, ontbreekt!

Hierbij moet ik heel sterk denken aan wat de apostel Paulus zegt:1 Korinthe 13:1- 3  Al ware het, dat ik met de tongen der mensen en der engelen sprak, maar had de liefde niet, ik ware schallend koper of een rinkelende cymbaal. Al ware het, dat ik profetische gaven had, en alle geheimenissen en alles, wat te weten is, wist, en al het geloof had, zodat ik bergen verzette, maar ik had de liefde niet, ik ware niets. Al ware het, dat ik al wat ik heb tot spijs uitdeelde, en al ware het, dat ik mijn lichaam gaf om te worden verbrand, maar had de liefde niet, het baatte mij niets.

Het woord ‘kennis’ hebben we al heel vaak besproken. Maar toch is het goed als de rijke betekenis van het Bijbelse woord ‘kennis’ ons weer duidelijk voor ogen staat als we de tekst met elkaar opzeggen! Het woord ‘kennis’ heeft een heel andere betekenis dan ‘verworvenheden door studie’. Het heeft te maken met: ‘leren kennen’, ‘zich bewust zijn van’ (1 Kon. 2:44), ‘beseffen’ (Ex.10:7) en ‘tot erkenning komen van’ (1 Sam.3:20). Het gaat er hier dus om dat God uitziet naar mensen die Hem willen leren kennen, door Hem te erkennen en door zich bewust te zijn dat Hij er is, tot in elk detail van ons leven.

Laten we vooral ook opmerkzaam zijn dat het woord ‘slachtoffer’ in het enkelvoud staat, maar het woord ‘brandoffers’ in het meervoud. We zouden kunnen zeggen dat het bij ‘slachtoffer’ gaat om een gezindheid en bij ‘brandoffers’ om allerlei activiteiten, zoals de betekenis van het woord ook aangeeft: bezig zijn met ons te verheffen, ons op te schroeven, ons zelf doen uitstijgen boven de ander (onszelf . . .).

Als we onze tafeltekst overdenken moeten we ook telkens maar denken aan wat de profeet Jesaja zegt: Jesaja 57:15  Want zo zegt de Hoge en Verhevene, die in eeuwigheid troont en wiens naam de Heilige is: In den hoge en in het heilige woon Ik en bij de verbrijzelde en nederige van geest, om de geest der nederigen en het hart der verbrijzelden te doen opleven.

Bijbeltekst week 2019 – 09

Want wat hoog is bij mensen, is een gruwel voor God.                   

Lucas 16:15b

Voor de komende week een korte tafeltekst. Maar wel een veel omvattende tekst. Omdat onze tafeltekst met ‘want’ begint, moeten we wel even aandacht besteden aan wat er aan vooraf gaat. Maar we zullen voor deze week de tekst laten voor wat het is, dus niet het hele vers 15, maar alleen de tweede helft zeggen we op.

We gaan nu lezen wat vooraf gaat aan het vers:  En Hij zeide tot hen: Gij zijt het, die voor rechtvaardig wilt doorgaan voor de mensen, maar God kent uw harten. Als we deze woorden van Jezus kort willen samenvatten, dan zouden we kunnen zeggen dat God de ‘show’ die we dagelijks leveren doorziet, omdat Hij ons hart kent. Bij God is de ‘show’ dus volkomen nietszeggend.

Eigenlijk is dat een heel bevrijdende gedachte, als we maar beseffen, dat God van ons houdt met een eeuwige liefde. En die liefde hebben we niet ‘verdiend’! Liefde is niet te verdienen. Oh, als dat nu toch eindelijk eens tot ons hart zou doordringen! Dan zou dat de deur openen naar het echte leven met de HERE.

HEER, Die mij ziet zoals ik ben,
dieper dan ik mijzelf ooit ken,
kent Gij mij, … zingen we wel eens. Wat bevrijdend te weten dat God onze harten kent, tot in de diepste hoeken! We hoeven ons dus voor God nooit ‘hoog te houden’.

Wat wordt er eigenlijk mee bedoeld met dat ‘hooghouden’? De Bijbel gebruikt hiervoor een Grieks woord dat de betekenis heeft van: hoogmoedig, trots zijn, hoge dingen (als eer en rijkdom) nastreven. Hoogmoed en trots is meestal een camouflage voor de angst. Waar de liefde verkild is, daar komt de hoogmoed en de trots voor in de plaats. Dan wordt het hoogste goed om na te streven: eer en rijkdom. Ach, dat herkennen we allemaal immers in ons armzalig leventje, waar we zelf zo’n grote plaats en God maar zo’n klein plaatsje heeft?!

Pas als de onbaatzuchtige en goddelijke Liefde van God tot ons leven gaat doordringen, knapt de angst om ons gezicht te zullen verliezen en het krampachtige verlangen om ‘iets te zijn’ echt af; bevrijdend, levenwekkend. Want God kan niet werken aan een ziel, die zichzelf nog probeert ‘hoog te houden’.

In Jes. 57:15 staat: In den hoge en in het heilige woon Ik en bij de verbrijzelde en nederige van geest,… want al dit ‘hooghouden’ is bij God een ‘gruwel’. Hier wordt een woord gebruikt, dat precies aangeeft hoe God over het zoeken van ‘eer en rijkdom’ denkt: een smerige, verachtelijke zaak. Dit Griekse woord wordt ook gebruikt voor ‘afgoden en alle dingen die met afgoderij te maken hebben’ zegt het Griekse woordenboek.

Wat goed dat we een week lang er over kunnen nadenken hoeveel ‘gruwel’ er nog in de weg staat voor God, om ons werkelijk gelukkig te kunnen maken. Dan kan Hij ons het echte, eenvoudige Leven schenken. Dit zal er kunnen zijn, als we ons leven niet langer door de mensen om ons heen laten bepalen, maar door Gods liefde die zo onbevangen naar ons, naar de hele wereld uitgaat.

Bijbeltekst week 2019 – 08

Zo zegt de HERE, uw Verlosser, de Heilige Israëls: Ik ben de HERE, uw God, die u leert, opdat het u welga; die u de weg doet betreden, die gij moet gaan.     

Jesaja 48:17

De tekst van deze week staat ingebed tussen twee heel belangrijke zinnen. De tekst wordt voorafgegaan door: En nu heeft de Here HERE mij met zijn Geest gezonden: Het is dus niet Jesaja die hier spreekt, maar God Zelf! Hij maakt Zich aan Zijn volk bekend als: de HERE, uw God. Dat kan misschien uit het Hebreeuws het beste vertaald worden met: Het hoogste gezag, Die er altijd voor jullie wil zijn.

Onze tafeltekst wordt vervolgd met vers 18:  Och, dat gij naar mijn geboden luisterdet; dan zou uw vrede zijn als een rivier en uw gerechtigheid als de golven der zee; dit is een smeekbede van God aan Zijn kinderen… Als we dit tot ons laten doordringen, wat wordt onze tafeltekst dan een bewogen, liefdevol woord van God aan Zijn kinderen. Alleen in dit besef komt onze tafeltekst pas tot zijn volle recht!

Nu halen we de woorden even uit elkaar: Zo zegt de HERE, . . .   Ik ben de HERE, uw Verlosser, de Heilige Israëls, uw God, Laten we altijd goed opmerken wanneer HERE met hoofdletters staat geschreven. Want dat betekent heel wat anders dan Here. In de zin voorafgaande aan onze tekst staan deze twee woorden achter elkaar: En nu heeft de Here HERE mij met zijn Geest gezonden: Het eerste woord Here betekent eenvoudigweg: meester, maar het tweede woord HERE is de heiligste eigennaam van God, die de betekenis heeft: Ik zal er altijd voor jullie zijn.

Als we nu weer even teruggaan naar ‘het uit elkaar gehaalde zinnetje’, dan staat daar dus: Zo zegt Degene, Die er altijd voor jullie wil zijn, . . . Ik ben Degene Die er altijd voor jullie zal zijn, jullie Verlosser, Degene, Die Zich heeft afgezonderd voor Zijn volk, jullie hoogste gezag: Ik onderwijs jullie. Dit onderwijs van God is niet als van een professor aan studenten. Het ‘onderwijzen’ van God heeft te maken met: oefenen, gewennen, vertrouwd doen zijn. Dit wijst op een enorme betrokkenheid van de leraar bij zijn leerling…  En Hij rust niet tot het ons ‘welgaat’: tot het baat heeft gebracht, we iets bereikt hebben, we ‘beter af’ zijn. Zijn onderwijs is dus pas voltooid als Hij tot Zijn doel met ons is gekomen: dat wij met Hem wandelen op Zijn wegen, als Henoch, als Noach, als Jezus… En dat ‘wandelen’ is de mooiste vertaling voor ‘moet gaan’, waar de tafeltekst van deze week mee eindigt. Want dat ‘moet gaan’, heeft niets te maken met dwang, met moeten, maar met ‘mogen’. Wonderlijk is het dat dit werkwoord vertaald wordt in de Bijbel met: ‘sterven’, maar net zo goed ook met ‘leven’, met ‘levenswijze’, manier van leven dus. We moeten immers eerst sterven aan alle eigen gedoe om tot werkelijk leven te komen!

Als we de tafeltekst van deze week lezen, dan worden we eraan herinnerd, dat God niet ophoudt om ons mee te nemen op Zijn wegen, niet rust totdat we gewoon met Hem wandelen, al de dagen van ons leven, luisterend naar Zijn stem. Ja, dat komt zo duidelijk naar voren in de uitroep van God, die op onze tekst volgt: Och, dat gij naar mijn geboden luisterdet; … Want Zijn wegen leren we nooit te bewandelen door studie, maar door te luisteren naar Zijn stem!

Bijbeltekst week 2019 – 07

Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus.

Filippenzen 4:6,7

De tafeltekst voor deze week begint met een tegenstelling: ‘bezorgd zijn in verband met onze wensen’ en ‘onze wensen bekend maken bij God’. Paulus zegt hier heel radicaal: weest in niets bezorgd . . .  Het werkwoord ‘bezorgd zijn’ heeft natuurlijk weer veel meer betekenissen, zoals: ’in beslag genomen worden door’, ‘eigen belang bevorderen’, ‘door zorgen gekweld zijn’. Kortom, het heeft te maken met een zelfstandig naamwoord dat de betekenis heeft van: zorg, verdriet.

Dit alles heeft te maken met iets wat lijnrecht staat tegenover wat achter het woordje ‘maar’ vermeld staat: maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. Ieder mens weet heel goed wat ‘angst, zorg en verdriet’ betekent, maar er zijn weinig mensen die het geheimenis zijn gaan verstaan van de machtig gelukkige woorden van Paulus!

Wensen zijn meestal onvervulde verlangens, maar Paulus weet dat, als we echt bij God schuilen, er verlangens en wensen geboren worden, die ons hoopvol en verlangend doen uitzien naar de vervulling ervan. Want Paulus spreekt hier beslist niet over wensen die uit onvrede geboren zijn, maar wensen die ontstaan zijn vanuit het werkelijke leven met Hem! Zulke wensen, die ontstaan vanuit een wandel met de Levende Here, zijn niet los te denken van Hem die deze verlangens gewekt heeft. En in het ‘gesprek’ met Hem worden deze wensen, deze verlangens alleen maar duidelijker omlijnd!

Dat is nu precies wat Paulus bedoelt met ‘laten bekend worden’ bij God. Dit werkwoord zouden we ook kunnen vertalen met: grondig kennis hebben van. Het heeft te maken met: eenswillend worden met God. Dus: het samen eens zijn. Dit eenswillend worden met God ontstaat door gebed, smeking en dankzegging.

Het woord ‘gebed’ heeft in de taal van het Nieuwe Testament nog een andere betekenis, nl. ‘gebedsplaats’. Dit was een plek, vaak in de open lucht, waar mensen (Joden) samen kwamen om te bidden. Hierdoor kunnen we gaan verstaan dat werkelijk bidden een zaak is van de Gemeente, die samenkomt op een afgesproken plaats om God te aanbidden, zodat – in de zo ontstane aanwezigheid van God – we eenswillend worden met Hem, die heilige verlangens in ons gewekt heeft, waardoor we meer en meer weten wat ons wacht . . .

Maar dan wordt ook het 7e vers duidelijk: En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus. Ja, want dan komt ‘de vrede Gods’ over ons. Het woord ‘vrede’ betekent in de eerste plaats: vrijheid van de verwoestende invloed van oorlog. Ook betekent het: de toestand van rust in de ziel. We zingen in een lied: “wij weten wat ons wacht”. . .  En Jezus heeft gezegd: Johannes 16:13  doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen. Dat is de toekomst die in Zijn handen is en waarvoor Hij ons de toerusting geeft om daar aan mee te bouwen. Dat geeft de vrede ‘die alle verstand te boven gaat’.

Voor ‘verstand’ wordt hier een woord gebruikt dat de betekenis heeft van: het vermogen om tot geestelijke waarheid te komen. Dit -met elkaar- verkeren met God, geeft ons het vermogen om tot de eeuwige waarheid – we zouden dit een naam van God kunnen noemen: ‘Eeuwige Waarheid’-, te komen. Dan raken we vertrouwd met het denken als hemelburgers (Fil. 3:20), die nauwelijks de Eeuwige Waarheid kunnen verstaan, maar wel kunnen aanbidden!

En die aanbidding komt als we gelukkig worden met de beleving dat deze eeuwige waarheid zelfs ons ‘geestelijk denkvermogen’ te boven gaat: overtreft, boven alles uitsteekt. Dan komt de ‘vrede’ waar we al over spraken. Dat is de vrede die ontstaat als onze ziel tot rust komt ‘in Hem’. Dan worden onze gedachten niet meer verontrust door de denkpatronen van deze wereld, maar komen onze gedachten onder de hoede van God. Dit werkwoord ‘behoeden’ in het 7e vers wordt bij de Joden gebruikt om uit te drukken dat onze gedachtenwereld onder de heerschappij van de wet van Mozes is gekomen.

Hoeveel meer zal de vrede Gods onze gedachten tot rust brengen als Zijn volle openbaring ons wensenpatroon bepalen gaat en we bruikbaar ingeschakeld gaan worden in Zijn komende Rijk?!

Bijbeltekst week 2019 – 06

Want de HERE zelf zal vóór u uit trekken, Hij zelf zal met u zijn, Hij zal u niet begeven en u niet verlaten; vrees niet en word niet verschrikt.

Deuteronomium 31:8

De tafeltekst van deze week komt uit het laatste gedeelte van de vijf boeken van Mozes. Mozes is dan honderd en twintig jaar oud. Van zichzelf zegt hij: ‘ik kan niet meer uitgaan of ingaan’. (Deut. 31:2). Hij voelt zich oud en weet dat hij het beloofde land niet zal ingaan. Dit is niet omdat hij daarvoor te oud is, maar omdat hij tegen God gezondigd heeft door voor de tweede maal de Rots te slaan:

  • Exodus 17:6 Zie, Ik zal daar vóór u op de rots bij Horeb staan; dan zult gij op de rots slaan en daaruit zal water te voorschijn komen, zodat het volk kan drinken.
  • Numeri 20:8 Neem de staf en laat de vergadering samenkomen, gij en uw broeder Aäron; spreek dan in hun tegenwoordigheid tot de rots, dan zal zij haar water geven.

De ‘zachtmoedigste van alle mensen’ (Num.12:3) bedierf daarmee de geweldige profetische waarheid dat de Rots (Jezus Christus) ten tweede male niet als de Lijdende Knecht zou komen, maar als de Koning der koningen. Mozes heeft in zijn leven telkens weer ervaren, dat God niet een God van verre is, maar dat Hij Zelf met de zijnen optrekt: En Mozes zeide tot Hem: Indien Gij zelf niet medegaat, doe ons vanhier niet optrekken. (Exodus 33:15)

Deze levenservaring geeft hij aan het volk Israël mee als zij, zonder hem, verder moeten trekken, het Beloofde Land in. Wat hebben ook wij het nodig te beleven dat God ons niet ‘afscheept’ met mooie leefregels en wij dan maar moeten zien daar wat van terecht te brengen. Nee, ook voor ons geldt, dat God ons Zijn Woord heeft gegeven als een richtsnoer voor het leven van elke dag, maar dat wij daar niets van terecht zullen brengen tenzij wij beleven dat Hij Zelf met ons mee trekt naar Zijn toekomst.

Hij zal ons niet begeven: niet aan ons lot overlaten. Hij zal ons niet verlaten: niet eenzaam achterlaten op de weg. Als het er soms op lijkt dat God ver weg is en de hemel als van koper is, vrees dan niet: laat je dan niet afschrikken door wat je onderweg tegenkomt. En laat je nooit ontmoedigen, niet door het wereldgebeuren, niet door eigen falen of wat dan ook, omdat je het immers zelf ervaren hebt: ‘Want de HERE Zelf zal vóór u uit trekken, Hij Zelf zal met u zijn, Hij zal u niet begeven en u niet verlaten; vrees niet en word niet verschrikt.’

Bijbeltekst week 2019 – 05

Ik zal U loven, HERE, met mijn ganse hart, ik wil al uw wonderen verhalen.

Psalm 9:2

Koning David begint deze psalm met een heilig voornemen: Ik zal U loven. Vanuit dat heilig voornemen heeft hij al zijn psalmen geschreven voor zijn volk, om hen mee te nemen in het grote levensgeheim: God troont op de lofzangen van Zijn volk. Hoe zouden we onze medemens kunnen dienen door hen mee te nemen in onze lofzang, als we zelf niet verstaan hoe belangrijk de aanbidding is in ons leven!? We zeggen wel eens: ‘Eerst aanbidden en dan pas ademen.’ Maar als het bij een mooie gedachte blijft, dan blijven we toeven in de dood en nemen onze naasten mee in de uitzichtloosheid van de dood.

De kracht van koning Davids leven is dus de aanbidding: Ik zal U loven. Het werkwoord ‘loven’ houdt veel meer in dan geestelijke liederen zingen: dat kan een verdoving zijn, een geestelijke drug, waardoor je jezelf even boven alle ellende uit tilt… Dat religieuze gedoe dient, zoals Paulus het uitdrukt: slechts tot bevrediging van het (vrome) vlees. Nee, echt loven is er alleen maar als we onder de indruk zijn van Gods handelen in ons leven! Echt loven is het gevolg van het onder de indruk zijn van wie Hij is. Daarom houdt loven niet in: geestelijk uit je dak gaan, maar verwonderd neerknielen, buigen voor Hem, voor de HERE. De diepe betekenis van de Naam van God, HERE, is: Ik ben er voor jullie. In die verwondering wordt het echte ‘loven’ geboren. Loven is niet een dansen en springen en met je armen zwaaien, maar is een verstilling.

Het werkwoord loven houdt ook in een ‘belijden’, ja, een schuld belijden, zoals het ook vertaald is in Daniël 9:4,5  En ik bad tot de HERE, mijn God, en deed schuldbelijdenis en zeide: Ach Here, Gij grote en geduchte God, die vasthoudt aan het verbond en de goedertierenheid jegens hen die U liefhebben en uw geboden bewaren; wij hebben gezondigd en misdreven, wij hebben goddeloos gehandeld en zijn wederspannig geweest; wij zijn afgeweken van uw geboden en van uw verordeningen, en alles wat er verder volgt in de woorden van Daniël.

Als David uitroept: Ik zal U loven, HERE, dan is het woord HERE niet zo maar een stopwoordje, zoals het helaas maar al te vaak gebruikt wordt in onze gebeden;  het is de meest verheven Naam van God, die een oprechte Jood nooit zal durven uitspreken: de Zijnde, de eeuwig Bestaande, Die er altijd voor ons wil zijn. Loven heeft dus niets te maken met: in een religieuze sfeer komen, maar met: onder de indruk zijn van Gods handelen in ons leven.

David vervolgt de inleiding van deze psalm met: …, met mijn hele hart. Het woord hart duidt niet op onze rikketik, maar op: ons innerlijk, onze manier van denken, onze wil, ons geweten. David heeft de ware Bron van het Leven ontdekt: met ons hele hart bepaald worden door de ‘wonderen’ van God. Wat zijn de wonderen van God? Elk handelen van God, dat we niet aan toeval, maar alleen aan het werkelijk ingrijpen van God kunnen toeschrijven, is een wonder. Een wonder verwondert ons, maakt ons stil, doet ons echt leven. Alleen in het schuilen bij God is er de mogelijkheid tot verwondering: zien van Gods handelen.

David neemt zich voor om niet zijn eigen handelen, maar het handelen van God, de wonderen dus, te ‘verhalen’. Het werkwoord verhalen is veel meer dan alleen ‘vertellen over’. Nee, het heeft te maken met: opsommen, optellen, mee rekenen, herhalen, in ogenschouw nemen. Kortom, David neemt zich voor om heel zijn ‘hart’ te laten bepalen door de ‘wonderen’ van God.

Bijbeltekst week 2019 – 04

Wie zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar wie ze belijdt en nalaat, die vindt ontferming.  

Spreuken 28:13

De tafeltekst voor komende week begint met ‘Wie zijn overtredingen bedekt’. Wat wordt hier met ‘overtredingen’ bedoeld? Het Hebreeuwse woord is een afleiding van een werkwoord dat betekent: ‘afvallig worden’, ‘zich onttrekken aan de macht van’. Met overtredingen wordt dus alles bedoeld wat het gevolg is van een leven dat niet bepaald wordt door echte toewijding aan Hem Die ons schiep… Dat is dan alles wat we op eigen initiatief bedenken en doen, zonder God daarin te kennen en te eren.

Als wij onze ‘overtredingen bedekken’ dan leven we dus vanuit een vanzelfsprekendheid: zo is het nu eenmaal. Want ‘bedekken’ betekent niet alleen ‘verbergen’ etc., maar ook: ‘zich bekleden met’, ‘zich tooien in’. Wat een wonder is het in ons leven, als we gaan ontdekken dat het zo maar vanzelfsprekend leven en denken en verlangen, zonder God in dit alles te kennen, ons niet voorspoedig maakt! Ja, echt een wonder, een genade van God, want de hele wereld leeft in deze vanzelfsprekendheid. Het gaat hen goed… wordt gezegd…  Heel de wereld gonst van succes, van geluk hebben, van ‘geslaagde’ ondernemingen. Het is echt een ingrijpen van God in je leven als deze levensinstelling je niet langer voorspoedig maakt.

Maar hoe belangrijk is dan onze reactie naar God. Gaan we dan verlangen om Hem te kennen in al onze wegen van denken, doen en verlangen? Gaan we echt verdriet hebben over al onze eigenzinnigheid, als elke vorm van voorspoed ons bij de handen wordt afgebroken? Of worden we boos en ballen de vuist tegen alles en iedereen om ons heen, die ons dit alles maar aandoen en…  tegen God?!

Wat is Gods aanbod in ons leven toch groots als Hij, in Zijn eeuwige liefde voor ons, ons alles bij de handen afbreekt. Als deze instelling van verwonderd zijn het dan wint van alle boosheid en onmacht: verlies van macht, dan komt er een echt ‘belijden’. Echt belijden kent een lach en een traan. Als één van deze twee ontbreekt is er geen sprake van belijden. Wanneer mensen zeggen: ‘Ik heb alles beleden en dus is alles nu goed’, dan ontbreekt de traan, de ontroering, de verwondering. Als we alleen maar zwaar zuchten over al onze ‘overtredingen’ en de verwondering ontbreekt dat God ons een halt toeriep, dan is er ook helemaal geen sprake van belijden.

Nee, bevrijdend belijden is er alleen in de verwondering over Gods bemoeiing met ons. Want alleen in Zijn licht zien we het licht én de duisternis. Dan verdwijnt al het grauwe. Zwart wordt zwart en wit wordt wit; dat is bevrijdend en doet ons juichen en roemen in Hem. Dit is de ware inhoud van ‘belijden’, want belijden betekent: loven, prijzen, maar ook: op het doel gericht zijn. Belijden geeft helderheid, vrolijkheid en doelgerichtheid. Wie echt belijdt, blijft ook niet ‘hangen’, kent geen ‘terugvallen’.

Echt belijden en ‘nalaten’ horen daarom ook bij elkaar. Want wie zijn zonden belijdt, wordt op het doel gericht en laat alles wat te maken heeft met een leven zonder God achter zich. Dat is ook de betekenis van ‘nalaten’: achter laten, aan z’n lot overlaten. Wie in de ontmoeting met de levende Here deze gezindheid ontvangt, gaat vrolijk verder, verwachtingsvol. Dan staat ‘voorspoedig zijn’ al helemaal niet meer op de eerste plaats in het leven, omdat we het hoogste geluk gevonden hebben: ‘ontferming vinden’. Dat wil zeggen wat ‘ontferming vinden’ ook ten diepste inhoudt: (door God) hartelijk bemind zijn.

Bijbeltekst week 2019 – 03

Vestigt uw aandacht dan op Hem, die zulk een tegenspraak van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat gij niet door matheid van ziel verslapt.

Hebreeën 12:3

Het woordje ‘dan’ in onze tafeltekst, wat we ook kunnen vertalen met ‘daarom’,  legt het verband met wat er voor staat. Dit is heel belangrijk! Want de voorgaande teksten geven een prachtige schildering van Jezus. Daarom schrijven we deze teksten maar even op: Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die vóór ons ligt. Laat ons oog daarbij [alleen] gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke vóór Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods (Hebreeën 12:1,2).

Wat is het belangrijk dat de vreugde in de Here ons leven bepaalt en niet de schande, niet het lijden dat ons wordt aangedaan: Nehemia 8:11b weest dus niet verdrietig, want de vreugde in de HERE, die is uw toevlucht. Want alles wat ons, in de dienst aan Hem, overkomt, is te doorstaan, als we onze aandacht vestigen op Hem. De onderstreepte woorden zijn met elkaar een werkwoord dat de betekenis heeft van: overdenken, overwegen. De oproep aan ons is dus om, onder alle omstandigheden, te overwegen, te denken aan Jezus, die zo ontzettend veel ‘tegenspraak’ heeft ondergaan.

‘Tegenspraak’ kan een woordentwist zijn, maar veel verdrietiger is het als je merkt dat je niet serieus wordt genomen in je verlangen om de ander mee te nemen in dat wat je zeker weet Gods bedoeling te zijn. Jezus heeft het in Zijn lijden uitgeroepen: O ongelovig en verkeerd geslacht, hoelang zal Ik nog bij u zijn en u verdragen? (Luk 9:41). Het woord ‘tegenspraak’ is ook te vertalen met: zich tegen iemand verzetten, weigeren iemand te gehoorzamen, protesteren, weigeren om iets met iemand te maken te hebben.

In Zijn grote liefde voor zondaren heeft Jezus dit alles ‘verdragen’, dat wil zeggen: Hij is voortdurend aanwezig gebleven, zonder door de tegenstanders bepaald te worden. ‘Verdragen’ betekent dan ook: volharden. En dit wordt in de Bijbel meestal vertaald met: onder tegenslag en beproeving vasthouden aan het geloof.

Bij ‘zondaren’ moeten we niet in de eerste plaats denken aan wat wij ‘slechte mensen’ vinden, maar aan mensen die: het doel missen, die niet bewust deel hebben aan het plan van God met deze wereld. Dat zijn dus alle mensen, die zich niet laten leiden door de Heilige Geest in al hun denken en handelen… Als je leven niet door onze Heer bepaald wordt, maar door de mensen die ons omringen, dan komt er ongemerkt een ‘matheid’ over je. In de tekst staat hiervoor een werkwoord dat betekent: 1) moe worden 2) ziek zijn.

Voor je het weet word je dan ‘zielig’. Dat betekent eigenlijk ongeveer: ontzield. Want de betekenis van het woord ziel is: de ziel als de zetel van de gevoelens, verlangens. Maar heel duidelijk wordt het als we het vertalen met een andere omschrijving: de levenskracht die het lichaam bezielt. Dan blijft er geen energie meer over; niet voor het komende Koninkrijk, maar het gaat nog verder: … eigenlijk voor niets. De tekst voor de komende week beschrijft dit met het woordje ‘verslappen’ en dat betekent ook: moedeloos worden, wanhopen.

De schrijver van de brief aan de Hebreeën geeft ons deze week dus een heel goede raad, voor de rest van ons leven: laat de vreugde die voor ons ligt – de komst van Zijn Rijk – ons denken en handelen bepalen, om daarin de kracht te ontvangen om de goede strijd te blijven strijden, zonder te verslappen!

Bijbeltekst week 2019 – 02

Indien gij in Mij blijft en mijn woorden in u blijven, vraagt wat gij maar wilt, en het zal u geworden.

Johannes 15:7

Het eerste gedeelte van de tekst spreekt over ‘blijven’. Het is goed om aan de diepe betekenis van dit woord te denken: niet iets anders worden. Het gaat er dus niet alleen om, om dicht bij Jezus te blijven, maar om in het schuilen bij Hem betrouwbaar te blijken, stand te houden, te weten waar je voor leeft, in elk detail van het leven. En dat kan alleen als Zijn woorden in ons blijven. Het Griekse woord dat hier gebruikt wordt voor ‘woord’ betekent vooral: dat wat wordt geuit door een levende stem.

In het blijven in Hem, verkeren met Hem, spreekt Hij tot ons over de volle Waarheid en over de toekomst: Johannes 16:13 ...; doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen. Pas vanuit deze innige relatie met Hem kan het tweede gedeelte van onze tafeltekst in vervulling gaan: vraagt wat gij maar wilt, en het zal u geworden. Ja, want dan pas zijn we betrouwbaar en vragen we in alles naar Zijn komende Rijk en naar Zijn wil voor ons persoonlijke leven. Dan beaamt onze wil de Zijne . . . en kunnen we ook pas echt bidden in Zijn Naam.

Dan gaat in vervulling wat Jezus gezegd heeft: want God uw Vader weet, wat gij van node hebt, eer gij Hem bidt. (Mattheus 6:8). Wat is het nu goed om het woord ‘geworden’ te vertalen zoals het ook eigenlijk hoort: worden, tot ontstaan komen, tot stand gebracht worden, leven ontvangen. Want als wij, door een echte wandel met Hem, eens willend met Jezus zijn geworden, zal ons leven in elk detail tot leven komen, getuigenis afleggen van Zijn leven.

Abonneer je op de weektekst

Voer je e-mailadres in om wekelijks de bijbeltekst te ontvangen.

Voeg je bij 72 andere abonnees

Archief