Wekelijkse bijbeltekst

Bijbeltekst week 2018 – 42

Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is.

       Filippenzen 2:5,6,7

Deze week staan we stil bij een tekst uit de brief van Paulus aan de gemeente te Filippi. Het eerste gedeelte van deze tekst: Laat die gezindheid bij u zijn, is heel erg de moeite waard om over door te denken. Het gaat hier om het gebruik van een werkwoord, dat is afgeleid van het woord dat de betekenis heeft van: gevoel, hart of gedachte. Daarom zouden we dit eerste gedeelte heel goed kunnen vertalen met: Laat onder u het denken alleen maar bepaald worden, en dan gaan we verder met: zoals het ook bij Christus Jezus was. Denken is de basis van ons bestaan.

We moeten hierbij denken aan de woorden van Paulus: Rom. 12:2  En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene. Wat met: gelijkvormig aan deze wereld wordt bedoeld, wordt pas duidelijk als we er iets aan zouden toe voegen: gelijkvormig aan de manier van denken van deze wereld. Het woord ‘hervormd’ betekent hier onomwonden: wezensverandering. En  met ‘vernieuwing’ wordt bedoeld: volledige verandering ten beste. . .

In onze tafeltekst gaat het bij ‘gezindheid’ niet om een bepaalde mening van Jezus, maar om het wezen, het bestaan van Jezus. De tafeltekst zouden we daarom kunnen beginnen met: Laat onze gedachtewereld net zo bepaald worden als bij Jezus. Samenvattend zouden we kunnen zeggen: Laat ieder detail van ons leven bepaald worden door het wedergeboren zijn. Immers: Jezus was de eerste, na Adam, die uit God geboren was. Zijn denken werd dus niet bepaald door, zoals Paulus het noemt: de wereldgeesten, maar door de Heilige Geest, de Geest van God.

Onze tafeltekst roept ons op om, net als Jezus, door het ‘tijdloze denken’ bepaald te worden. Wat dat inhoudt staat in het vervolg van onze tafeltekst: Jezus heeft het ‘Gode gelijk zijnniet als een roof, als iets unieks beleefd. Voor Hem was dit gewoon het meest wezenlijke van Zijn bestaan. Wie als wedergeboren mens leeft, kent deze ‘gezindheid’ van Jezus: het is de basis van ons bestaan, van ons denken. Het is dwaas om zelf deze basis van je bestaan te bewaken, te beschermen. Het eeuwige leven is van God en is onaantastbaar. De apostel Johannes zegt daarom: …; want Hij, die uit God geboren werd, bewaart hem, en de boze heeft geen vat op hem (1 Joh 5:18).

Het uit God geboren leven is dus niet iets om zuinig op te zijn, zorgvuldig op te bergen in de brandkast van ons angstig bestaan, maar om er uitbundig uit te leven naar al onze naasten toe. Want we weten dat God wil …, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen (1 Tim.2:4). Waar we als wedergeboren mens leven, worden we door de liefde tot God gedreven om de wereld net als Hij lief te hebben. En de werkelijke, de Goddelijke Liefde, is een dienende liefde. Wie die bereidheid tot dienen niet kent, is daarom niet wedergeboren en leeft een waardeloos leven met een ‘eigendunkelijke godsdienst’ en is slechts bezig om zijn eigen ‘ik’ te bevredigen. (Lees hiervoor Kolossenzen 2:23).

Als wij deze week ons laten bepalen door de tafeltekst, dan kan het wonder gebeuren dat we niet langer zelfgenoegzaam verder kunnen leven. En dat we ons laten wakker schudden en gaan roepen tot God om ontferming en verlossing van onze eigen manier van godsdienstig denken. Dan gaan we echt vragen om een ‘hervorming’ van ons denken. Dat is een denken dat, verlost van de macht van de ‘wereldgeesten’, bepaald wordt door de Geest der Waarheid, waarvan Jezus zegt: …; doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen (Joh 16:13). Door Gods Geest gericht op Zijn toekomst zullen we dan … de waarheid verstaan, en de waarheid zal ons vrijmaken (Joh 8:32).

Wat mogen we ernaar uitzien om ons te laten vormen tot dat ‘normale’ geloofsleven, waarin Jezus ons is voorgegaan en waar onze tafeltekst zo onomwonden over spreekt.

Bijbeltekst week 2018 – 41

Daarom vertrouwen op U wie uw naam kennen, want Gij hebt nooit verlaten wie U zoeken, o HERE.

Psalm 9:11

In de tekst van de vorige week: Zoekt de HERE, terwijl Hij zich laat vinden,…(Jes.55:6), hebben we uitgebreid gelezen over de betekenis van het woord ‘zoeken’. Bij deze tekst kwam duidelijk naar voren dat je niet ‘iets’ zoekt, maar ‘iemand’: Hem.

Bij de tekst voor de deze week staan we stil bij het woord ‘vertrouwen’. Omdat deze tekst met ‘Daarom’ begint, is het goed om even naar het 10e vers te kijken: De HERE is een burcht voor de verdrukte, een burcht in tijden van nood. Wat is het goed om terug te denken aan de trouw van God in je leven. Om altijd in gedachten te houden, hoe Hij ons tot hier geleid heeft. Want als je nooit ervaren hebt, dat de HERE een burcht, een toevlucht, een schuilplaats was in tijden van nood, als je dit alleen maar als een mooie gedachte met je meedraagt, dan mis je heel veel: echt vertrouwen!

Want vertrouwen doe je alleen als je uit ervaring hebt geleerd, dat Hij te vertrouwen is! Pas dan voel je je echt veilig bij Hem, kun je onder de meest uitzichtloze omstandigheden rustig blijven, durf je zelfs zorgeloos te zijn . . .  Dat houdt het woord ‘vertrouwen’ in. Dit ‘vertrouwen’ is er dus alleen als je Zijn Naam kent. Dat wil zeggen: dat je Zijn faam, Zijn roem, ontstaan door Zijn handelen in ons leven, hebt leren kennen. En dat ‘kennen’ is het Hebreeuwse werkwoord: samen met Hem er weet van hebben.

Want als je in beproevingen niet je armen uit de mouwen hebt gestoken om je zelf er uit te redden, maar gemerkt hebt dat Hij bij je was en voor je zorgde, ja dan weet je dat Hij, al ga je door een dal van diepe duisternis, bij je is. Als God ons blijkbaar bij name kent, dan weet je, doet Hij je weten, dat Hij je nooit zal verlaten, nooit zal begeven. Dat is een grote zekerheid voor degenen die niet alleen :’Oh God!’ roepen in tijden van nood, maar voor wie Hem willen kennen in al hun wegen.

Dat blijkt uit het werkwoord ‘zoeken’ waar onze tafeltekst mee eindigt. Want dit zoeken betekent ook: vragen, raadplegen, je toevlucht zoeken bij. Als wij onze hemelse Vader onder alle omstandigheden hebben leren raadplegen, Hem hebben willen leren kennen, op al onze wegen, dan blijkt er, ook onder echt moeilijke omstandigheden, zo’n volkomen rust, zo’n gerustheid te zijn, omdat Hij het ons heeft doen ‘weten’ dat Hij altijd met ons is. Want God is niet een God van verre; Hij wil heel nabij zijn: Zie, Ik ben met u tot aan de voleinding der wereld, Dit ‘vertrouwen’ maakt ons bruikbaar voor de komst van Zijn Rijk.

Bijbeltekst week 2018 – 40

Zoekt de HERE, terwijl Hij Zich laat vinden; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is.

Jesaja 55:6

Jezus heeft gezegd: zoekt en gij zult vinden (Mattheüs 7:7). De Heer heeft daarbij hetzelfde bedoeld als in de woorden van Jesaja. Het Griekse werkwoord voor zoeken heeft meer te maken met ‘ontdekken’ dan met ‘vinden’. En dat is ook het geval met het Hebreeuwse werkwoord ‘zoeken’ in Jesaja 55: vragen, raadplegen, maar ook: je toevlucht zoeken bij. Hierdoor wordt het dan wel duidelijk, dat je niet ‘iets’ zoekt, maar ‘iemand’: Hem. Heel duidelijk komt dit ook naar voren door wat er achter staat: terwijl Hij Zich laat vinden. Je gaat Hem zoeken, je verlangt Hem meer te leren kennen, je toevlucht bij Hem te zoeken en Hem te raadplegen, omdat je alleen niet verder kan . . . Dit laatste is het grote wonder!

Want in deze wereld word je geleerd om zelfstandig te zijn, assertief, voor jezelf op te komen. Maar als Gods Geest werkt in je ziel, dan word je vermoeid en beladen; je komt met je rug tegen de muur te staan. En het duurt wel heel lang vaak voordat je beseft dat dit genade van God is! Dit laatste komt eigenlijk ook uit in het zinnetje: terwijl Hij Zich laat vinden. Want ‘zich laten vinden’ kun je ook vertalen met: Zijn aanwezigheid kenbaar maken, Zijn gunst betonen…  Het is, omdat je je bewust gaat worden van Zijn bestaan, Zijn aanwezigheid, Zijn vrede, dat je ernaar gaat verlangen, niet om kennis over Hem te verkrijgen, maar Hem meer te leren kennen, te raadplegen, je bij Hem veilig te voelen.

De tafeltekst van de komende week zou misschien wat duidelijker worden als we deze twee stukjes in omgekeerde volgorde zouden plaatsen: Terwijl Hij Zich laat vinden, zoekt dan de Here. Of met andere woorden: Zolang de Here laat merken, dat Hij er voor je is (om je te bergen in Zijn armen), zoek je toevlucht dan ook bij Hem, laat je dan ook in Zijn armen rusten…Roept Hem aan, terwijl Hij nabij is zou je ook kunnen vertalen met: vraag Hem om hulp zolang Hij het aller dichtst bij je is. Ja, want het woord ‘nabij’ betekent zoiets als: naaste bloedverwant, persoonlijke relatie.

God is niet een God van verre; Hij wil heel nabij zijn: Zie, Ik ben met u tot aan de voleinding der wereld, heeft Jezus gezegd. En de apostel Paulus zegt: Nu gij Christus Jezus, de Here, aanvaard hebt, wandelt in Hem (Colossenzen 2:6). Als we deze tekst overdenken, de komende week, laat het dan voor ons allemaal een oproep worden, om al het afstandelijke, al het beschouwelijke, prijs te geven. Om dankbaar gebruik te gaan maken van het grote wonder dat Hij een gemeente geeft, waar Hij zó Zijn liefde en genade schenkt, dat het voor de meest angstige mens mogelijk wordt om zich aan Hem te gaan toevertrouwen, onvoorwaardelijk, bevrijd van alle reserves!

Bijbeltekst week 2018 – 39

Nochtans zijt Gij de Heilige, die troont op de lofzangen Israëls.

Psalm 22:4

De tafeltekst van deze week begint met Nochtans . . . . Er gaat iets aan vooraf wat te maken heeft met deze jubelroep: “Mijn God, ik roep des daags, en Gij antwoordt niet, en des nachts, en ik kom niet tot stilte.” David is dus in grote nood! De hemel lijkt van koper; hij roept tot God maar hij krijgt geen antwoord, komt niet tot rust. Maar hij weet dat dit niet aan God ligt. Hij kent God en heeft Zijn nabijheid ervaren, zelfs onder de moeilijkste omstandigheden. Nu zijn er weer moeilijke omstandigheden, maar waar is God nu toch op wie Hij zijn vertrouwen heeft leren stellen?!

Hoe beschamend rijk zijn dan de woorden van deze grote koning. We kunnen deze tafeltekst niet zo maar opzeggen, als we geen respect hebben voor de woorden die hier aan vooraf gaan. Het woord ‘nochtans’ is een woord dat je leert uitspreken door beproevingen heen, beproevingen die God in ons leven brengt om ons te leren in alles alleen op Hem te vertrouwen. Tenminste… als je ooit eens naar Hem toe hebt uitgesproken betrouwbaar te willen zijn. Alleen door beproevingen heen wordt onze tafeltekst een werkelijk getuigenis, waarin we alleen maar kunnen roemen in de trouw van God.

Nochtans – ‘hoe dan ook, wat me ook overkomt’ – Gij zijt de Heilige. Voor de gelovige Jood is dit één van de kostbaarste eigennamen van God. Heilig is iemand die zich met een volkomen hart wijdt, hier dus God van Wie David weet dat Hij zich onvoorwaardelijk wijdt aan de Zijnen. Maar de Zijnen zijn degenen die van harte verlangen om zich geheel aan de Heilige, aan God, te wijden. David getuigt, door heel zijn leven heen, dat hij, wat hij er ook van terecht zal brengen, geheel en al voor God wil leven. En zo heeft hij God leren kennen als Hij die troont op de lofzangen van Israël.

Het werkwoord ‘tronen’ is weer zo’n prachtig woord wat onze aandacht mag hebben. In het moderne Hebreeuws betekent dit werkwoord gewoon: gaan zitten. Het kan natuurlijk ook wat deftiger vertaald worden met: zich nederzetten etc.. Maar de Bijbel toont ons diepere betekenissen van dit werkwoord:

  • zich vestigen: Jeremia 49:1b Waarom heeft Milkom Gad in bezit genomen en diens volk zich in zijn steden gevestigd?
  • bewonen: Jesaja 45:18 (Hij is God) die de aarde geformeerd en haar gemaakt heeft, Hij heeft haar gegrondvest; niet tot een baaierd heeft Hij haar geschapen, maar ter bewoning heeft Hij haar geformeerd.
  • verblijf zoeken: Exodus 2:15 Toen Farao van deze zaak hoorde, trachtte hij Mozes te doden, maar Mozes vluchtte voor Farao en zocht verblijf in het land Midjan.
  • zich bevinden: Jeremia 32:12b …, en al de Judeeërs die zich in de gevangenhof bevonden.
  • maaltijd houden, aanzitten: Spreuken 23:1 Wanneer gij bij een heerser tafelt, bepaal dan uw aandacht alleen bij wat voor u staat,

Zo gaan we verstaan dat God niet hoog verheven ‘troont’ op de lofzangen, maar dat Hij, waar we echt Hem de lof toe zingen… Wacht even, want ook het woord ‘lofzangen’ verdient onze aandacht: Het woord ‘lofzang’ is onlosmakelijk verbonden met: het roemen in de eigenschappen, het wezen, van God en het verrukt zijn van Zijn handelen in ons leven. Als wij onze liederen zingen en dit zingen is niet voortgekomen uit het verrukt zijn over wie Hij is in ons leven, dan wordt ons zingen een bespotting van Gods heerlijkheid en maken we, al zingende, de hemel van koper.

Als we God de lof toe zingen, dan gaat het niet om onze mooie stem of onze vrome blik. Nee, de lofzang kan juist heel stil zijn, als een uitstraling van ons leven. Daarom wordt dit woord ook wel vertaald als ’lofgewaad’. Dan wordt het gebruikt samen met het woord, dat mantel, omslag betekent: Jesaja 61:3 om over de treurenden van Sion te beschikken, dat men hun geve hoofdsieraad in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een kwijnende geest. En men zal hen noemen: Terebinten der gerechtigheid, een planting des HEREN, tot zijn verheerlijking.

Wat zou de wereld om ons heen er anders uitzien, als we de grote daden van God niet alleen maar uitzingen, maar vooral ook uitstralen, als een feestkleed om ons heen . . .Ja, als we zó Hem de lof ‘toebrengen’ dan klopt Hij aan onze deur en laten we Hem graag binnen om Hem onder ons te doen tronen, te wonen, aan te zitten, te (ver)blijven. Dan zal Hij ons kunnen aanbevelen als Zijn getuigen, overal waar Hij ons brengen zal.

Bijbeltekst week 2018 – 38

Vrees voor mensen spant een strik, maar wie op de HERE vertrouwt, is onaantastbaar.

                                                                                                        Spreuken 29:25

De bijbeltekst voor deze week geeft veel stof om over na te denken. Allereerst de eerste drie woorden: Vrees voor mensen. Met evenveel recht kan het vertaald worden met: Vrees van mensen. Als we dat doen, wordt de inhoud van de tekst heel anders.

Het woordje ‘vrees’ kan ook vertaald worden met: angstige zorg. Deze ‘angstige zorg’ is zo kenmerkend voor wat wij ‘volwassen zijn’ noemen. Het staat zo lijnrecht tegenover de zorgeloosheid van een kind. Maar een kind kent geen echte zorgeloosheid als het zich niet geborgen voelt in zijn ouders. Alleen een kind dat opgroeit in de geborgenheid, de veiligheid van een gezond gezin, waar liefde regeert, straalt deze onbevangen zorgeloosheid uit. En waar deze veiligheid ontbreekt, wordt de basis gelegd voor veel geestelijke afwijkingen die in het latere, volwassen leven openbaar komen. Eén van deze geestelijke afwijkingen is de ‘angstige zorg’ waar deze tafeltekst over spreekt. Wat gaan de woorden van God, die Hij tot Mozes sprak dan duidelijk worden: Numeri 14:18  De HERE is lankmoedig en groot van goedertierenheid, vergevende ongerechtigheid en overtreding, hoewel Hij zeker niet ongestraft laat, maar de ongerechtigheid der vaderen bezoekt aan de kinderen, aan het derde en vierde geslacht.

Er is zo veel reden om angstige zorg te hebben, zeker als mensen van onze tijd! Deze angstige zorg voor het leven, zo zegt onze tekst: spant een strik.  Het woord strik heeft natuurlijk niets te maken met: een mooie das strikken, maar met: valstrik. Maar het woord betekent ook ‘lokaas’. Wie z’n leven laat bepalen door angstige zorg, trekt zorgelijke dingen naar zich toe. Angst maakt angstig en wekt agressie naar elkaar. God heeft de mens niet geschapen om bepaald te worden door angstige zorg, maar om waarlijk vrolijk te zijn: Deut.16:15b   …; want de HERE, uw God, zal u zegenen in heel uw oogst en in al het werk uwer handen, zodat gij waarlijk vrolijk kunt zijn. Wie zich laat bepalen door angstige zorg kán niet echt vrolijk zijn! Maar God schenkt ons in Zijn liefde echte vrolijkheid als een vrucht van de Geest: Galaten 5:22  Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.

En de tekst voor deze week wijst ons de weg naar die werkelijke levensvreugde: maar wie op de HERE vertrouwt, is onaantastbaar. Het Hebreeuwse werkwoord ‘vertrouwen’ heeft zo’n rijke betekenis: zich veilig voelen, zijn vertrouwen vestigen op, zorgeloos zijn. Er is voor ons en voor degenen die God ons toevertrouwt echt geen toekomst, tenzij we leren nu werkelijk op Hem te vertrouwen – ons veilig gaan voelen bij Hem, zorgeloos durven zijn, omdat Hij voor ons zorgt: 1 Petrus 5:7 Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u. Want als we zo op Hem leren vertrouwen dan maakt Hij ons onaantastbaar. En het Hebreeuwse woord ‘onaantastbaar’ vertelt ons ook weer zo veel: hoogverheven zijn (boven de angstaanjagende gebeurtenissen in de wereld rondom ons), ontoegankelijk zijn (voor de denkwerelden van onze tijd), beveiligd zijn in de hoogte (omdat Hij ons tot Hemelburgers maakt).

Bijbeltekst week 2018 – 37

Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods.

                                   Kolossenzen 3:1

De tafeltekst voor de komende week geeft een opdracht: zoekt de dingen, die boven zijn. Deze opdracht is gericht tot degenen, die weten dat zij met Christus ‘opgewekt’ zijn . . . Voor het woord ‘opgewekt’ wordt in de grondtekst een werkwoord gebruikt dat de betekenis heeft: vanuit de doodsslaap wekken, de doden terugroepen tot het leven.

Maar aan dit werkwoord is nog een woordje toegevoegd: ‘samen’. Hierdoor krijgt dit werkwoord een heel specifieke betekenis die in de literatuur eigenlijk alleen maar in de Bijbel voorkomt en dus een heel eigen, christelijke betekenis heeft gekregen: samen opwekken uit de dood tot een nieuw en gezegend leven, toegewijd aan God. In onze tafeltekst staat dus eigenlijk: Indien gij dan met Christus uit de dood bent opgewekt om samen met Hem een nieuw en gezegend leven, toegewijd aan God te leven . . .

Dan duizelt het wel even een beetje in je denken, want dan gaan er zo veel uitspraken van de Bijbel door je heen! We denken dan bijvoorbeeld aan: Zie, Ik ben met u tot aan de voleinding der wereld, en Galaten 2:20  Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, [dat is], niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu [nog] in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven.

In al deze woorden gaat het niet om een leven voor Hem, maar samen met Hem. Wie daar iets van is gaan proeven heeft dus de opdracht die in onze tafeltekst staat: zoekt de dingen, die boven zijn.

Voor het werkwoord ‘zoeken’ staat een woord dat het beste te omschrijven is met: zoeken [om te ontdekken] door na te denken, te beredeneren, te onderzoeken. Het leven met Christus is dus een soort ontdekkingstocht . . .

Wat mogen we dan, samen met Hem, ontdekken? Dat wat er achter staat: de dingen, die boven zijn. Hier staat in onze tekst alleen maar een bijwoord, dat aangeeft: naar boven, naar omhoog. Daarom zouden we dit misschien wel beter kunnen vertalen met: ontdek, samen met Hem, de dingen, die naar boven, naar omhoog leiden; ontdek, samen met Christus, de hemelse zaken. Daar is immers Christus, ‘gezeten’ aan de rechterhand Gods. Dat woord ‘gezeten’ geeft ook veel meer aan dan ‘zitten’. Het heeft de betekenis van: vast en onveranderlijk aan een bepaalde plaats gebonden zijn; daar waar je thuis bent dus.

En dan nog even iets over ‘aan de rechterhand Gods’. Dat staat er heel letterlijk, maar het woord betekent niet alleen ‘rechterhand’, maar ook: een plaats van eer of gezag.

Tot slot maar weer een ‘eigen’ vertaling, om de tekst voor de komende week wat levendiger, meer aanspreekbaar voor ons te maken: Indien gij dan met Christus uit de dood bent opgewekt om samen met Hem een nieuw en gezegend leven, toegewijd aan God te leven, ontdek dan [in het leven en in het gesprek met Hem] de hemelse zaken, waar Christus in thuis is, omdat Hij in de Hemel voor altijd een plaats van eer en ontzag bij God heeft.

Bijbeltekst week 2018 – 36

Voorwaar, Ik zeg u: Wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt als een kind, zal het voorzeker niet binnengaan.

                                                                            Lucas 18:17

De tafeltekst voor de komende week begint met: Voorwaar, Ik zeg u: en we moeten deze woorden er zeker bij opzeggen. Want dan beseffen we dat hier iets heel belangrijks door Jezus is gezegd. Wij zouden in onze tijd zeggen: Let nu even heel goed op wat ik zeg.

Jezus spreekt hier over de voorwaarde voor het binnengaan van het Koninkrijk Gods. Het Koninkrijk Gods is het gebied waar God regeert, waar Hij het onvoorwaardelijk voor het zeggen heeft.

Het is wonderlijk dat in deze weinige woorden van Jezus gesproken wordt over ontvangen en over binnengaan. Beide werkwoorden hebben heel veel met elkaar te maken.

‘Ontvangen’ wil zeggen: met beide handen aanpakken om je er geheel aan te wijden, het helemaal in je op te nemen. Dit werkwoord past helemaal bij de instelling van een kind dat een kadootje ontvangt: onvoorwaardelijk, vol vertrouwen aanpakken om er helemaal in op te gaan. Het woord ‘kind’ is hier beter vertaald met kindje, hierbij denkend aan ten hoogste zo’n 7 jaar oud.

Zoals een kleuter een geschenk met beide handen aanpakt en alles om hem heen vergeet, geboeid door wat nu van hem is, zo moeten wij het Koninkrijk in ontvangst nemen, omdat we het anders geenszins, dat wil zeggen onmogelijk, kunnen binnengaan.

Het werkwoord ‘binnengaan’ wordt veel gebruikt bij het naar binnen gaan van voedsel in de mond. Het wordt ook gebruikt als een aanduiding voor wat het betekent als een kind bij het volwassen-worden de maatschappij binnengaat: zich er geheel door laat omgeven, verwachtingsvol, vol vertrouwen.

Het is voor de mens onmogelijk het Koninkrijk Gods binnen te gaan, als we nog een achterdeurtje hebben naar wat we eigenlijk moeten achterlaten. Wees niet ongerust, wie nog reserves heeft kán het Koninkrijk niet binnengaan. Een achterdeurtje heeft dezelfde uitwerking als een geweldige, openstaande, voordeur: onmogelijk om ook maar één stap binnen het Koninkrijk van God te zetten . . .

Wie nog wijs wil zijn in deze wereld, zal altijd reserves behouden: ik vraag mezelf af . . .De meest bescheiden reserves zijn in staat om betonnen muren te bouwen tussen ons en het  naderende Koninkrijk van God. Zelfs als de bazuin klinkt zullen die muren blijven staan!

Daarom: laat het tot ons doordringen, dat het de hoogste tijd wordt om te worden als een kind, vóórdat Zijn voeten staan op de Olijfberg. Wie om zich heen kijkt, de krant leest, het nieuws ziet, weet dat de tijd om alsnog als een kind te worden nog maar héél kort kan zijn.

Bijbeltekst week 2018 – 35

Gelooft in het licht zolang gij het licht hebt, opdat gij kinderen des lichts moogt zijn.

                                                                                           Johannes 12:36

Het is goed voor ons allemaal om iedere week weer de moeite te nemen om het gedeelte waarin de tafeltekst staat in z’n geheel te lezen. Wat een prachtige, heilige woorden van Jezus! Dan klinken de woorden van de tafeltekst des te dieper tot ons door: Gelooft in het licht . . .

Geloven is: je vertrouwen stellen in. En het woordje ‘licht’ vraagt ook wel even meer aandacht. Want behalve dat ‘licht’ het tegenovergestelde van ‘duisternis’ is, wordt het woord ‘licht’ ook gebruikt als een omschrijving van het vermogen om te begrijpen wat geestelijke, eeuwige waarheid is.

Als we dus de eerste woorden van onze tafeltekst lezen, dan willen we tegen elkaar zeggen, dat we ons vertrouwen mogen stellen in het vermogen, de mogelijkheid, die God ons in Christus geschonken heeft, om te begrijpen wat echt waarheid is. Wat moeten we ons dan nog vaak laten verlossen van alles wat ons, door de wereld om ons heen, als waarheid wordt verkocht!

Er is een periode in ons aardse leven dat dit Goddelijke aanbod er is: Zolang gij het licht hebt. Het woordje ‘hebben’ houdt veel meer in dan slechts ‘bezitten’. Dit werkwoord ‘hebben’ wil uitdrukking geven aan: nauw met iets of iemand verbonden zijn.

Jezus zegt ons hier dat, zolang wij deel hebben aan de door God geboden mogelijkheid om – Hem, die het Licht en de Waarheid Zelf is –  Jezus Christus, te kennen en door Hem gekend te zijn, we ons alleen maar aan Hem toe moeten vertrouwen. Want alleen dan kunnen we: Kinderen des Lichts zijn.

Het woord ‘kinderen’ betekent eigenlijk: Zonen. Maar dan zonen in Bijbelse zin. Want zeker in de woorden van Jezus wordt hier heel duidelijk bedoeld: mensen die van Hem afhankelijk zijn of Zijn volgeling, Zijn leerlingen willen zijn.

Eenvoudig samengevat wil de tafeltekst van de komende week ons dus zeggen: Als wij ons alleen nog maar door de eeuwige Waarheid willen laten bepalen, moeten we de gelegenheid die God ons in Christus biedt, aangrijpen om als leerlingen van Jezus de tijd die ons op aarde rest, te gaan leven.

Bijbeltekst week 2018 – 34

God zegent ons, opdat alle einden der aarde Hem vrezen.

                                                                                                           Psalm 67:7

De tafeltekst voor de komende week is een woord uit de Psalmen. Deze psalm, waarschijnlijk geschreven door koning David, is geschreven als een ‘danklied voor de oogst’. De inhoud van deze psalm lijkt duidelijker, als we de laatste drie verzen bij elkaar lezen en dan wel in een andere volgorde: 7,8 en 6

De aarde gaf haar gewas, God, onze God, zegent ons;

8  God zegent ons, opdat alle einden der aarde Hem vrezen.

Dat de volken U loven, o God, dat de volken altegader U loven.

Het doel van de zegen die God ons schenkt, is niet in de eerste plaats dat wij voorspoedig zijn. Maar dat we door deze zegen van God leren om Hem te vrezen: het hebben van diepe eerbied en kinderlijk ontzag voor Hem, Die ons schiep en voor ons zorgt.

In het bijbelboek Spreuken schrijft koning Salomo over deze vrees: Laat je hart … heel de dag blijven in de vreze des HEEREN. Want juist dan is er toekomst, en wordt je hoop niet afgesneden (Spr.23:17 HSV).

De profeet Jesaja profeteert over de Messias: En op hem zal de Geest des HEREN rusten, de Geest van wijsheid en verstand, de Geest van raad en sterkte, de Geest van kennis en vreze des HEREN; ja, zijn lust zal zijn in de vreze des HEREN (Jes. 11:2,3).

Vrees voor God is geen angst, maar vol aanbidding verrukt zijn van Vader. Dit krijgt gestalte in ons leven door beproeving en strijd. Als we bang zijn voor God, dan proberen we Hem te ontlopen, maar als we met ontzag vervuld zijn, dan willen we Hem kennen in al onze wegen, opdat Hij onze paden recht zal maken. Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden rechtmaken (Spr.3:6).

In Handelingen wordt van de gemeente getuigd: De gemeente dan door geheel Judea, Galilea en Samaria had vrede; zij werd opgebouwd en wandelde in de vreze des Heren (Hand.9:31).

Als deze vreze des HEREN werkelijkheid wordt in ons leven, dan gaan we misschien ook iets beleven van het geheimenis van deze psalm uit onze tafeltekst. Om dit geheimenis duidelijk te maken, onderstrepen we even een gedeelte uit deze drie verzen: God, onze God, zegent ons, opdat alle einden der aarde Hem vrezen.

We zouden het tweede gedeelte: opdat alle einden der aarde Hem vrezen, ook kunnen vertalen met: opdat er niemand op aarde zal zijn die Hem niet vreest. De zegen van God die ons ten deel valt, moet dus verder reiken dan ons eigen leven. Daarom is het goed om de bede (van David) in ons hart over te nemen: 6  Dat de volken U loven, o God, dat de volken altegader U loven.

Het woord ‘altegader’ past niet meer in onze taalbeleving. Het betekent gewoon ‘al’ of ‘alle’ en over het woordje ‘volk’ hoeven we ook niet zo weids te denken. Het Hebreeuwse woord hiervoor wordt ook vaak vertaald met: mensen of familie (2 Kon.4:13).

Zo mogen de mensen die wij ontmoeten, getuigen zijn van de verwondering en dankbaarheid aan onze hemelse Vader, voor de ons geschonken zegen; opdat alle einden der aarde Hem vrezen.

 

 

 

Bijbeltekst week 2018 – 33

De wereld gaat voorbij en haar begeren, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.

1 Johannes 2:17

Door de schokkende gebeurtenissen in de wereld moet de tekst van deze week ons wel bijzonder aanspreken! De duisternis slaat steeds harder toe, meedogenloze terreur vernietigt levens in één klap… Angst grijpt ons allen aan: waar gaat het toch heen?!

Hoe indrukwekkend staat onze tafeltekst hier tegenover: De wereld gaat voorbij. Of onderstrepen deze woorden juist het actuele gebeuren? De ondergang van onze beschaving staat voor de deur. Wat een rust geven deze woorden van de apostel Johannes, als we beseffen dat hij dit tweeduizend jaar geleden schreef.

Waar zal hij aan gedacht hebben toen hij deze woorden schreef, wat zal hij hebben gezien? Veel belangrijker is het voor ons om te mogen verstaan, wat God ons nu wil zeggen als we deze tweeduizend jaar oude woorden tot ons laten doordringen, als we ze biddend opzeggen.

Als Johannes het over de ‘wereld’ heeft, dan gebruikt hij het Griekse woord ‘kosmos’. Dit kan hier vertaald worden met: de mensheid. Maar ook, zoals het woordenboek ons vertelt, met: het geheel van aardse goederen, rijkdommen, voordelen, genietingen, enz. Hoewel deze aardse goederen in feite hol, zwak en voorbijgaand zijn, wekken ze het begeren op, leiden van God af en zijn hinderpalen voor de zaak van Christus.

Deze laatste uitleg van het woord ‘kosmos’ willen we graag onderstrepen. Voor ons betekenen de woorden van Johannes dat al het ‘tijdgebondene’, wat ons zo verschrikkelijk van de zaak van Christus afleidt, voorbij gaat. Je zou dit ‘voorbij gaan’ ook kunnen vertalen met: er aan voorbij gaan, misleiden of verleiden.

Als Mozes aan Israël Gods geboden geeft, dan leert hij hun ook: ‘gij zult niet begeren’… We weten allemaal in ons leven wat een macht het ‘begeren’ heeft. Maar we mogen ook merken dat, in de groeiende liefde van en voor Jezus, het begeren, in welke vorm dan ook, wegsmelt als sneeuw voor de zon. Alleen als we dit wonder ervaren in ons eigen leven, gaan we verstaan wat Johannes tijdloos bedoelde met: En de wereld gaat voorbij en haar begeren.

Dit is een heilig verstaan van de woorden van God. Het geheimenis, om tot dit verstaan te komen, staat in het vervolg: maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.

Helaas blijft voor velen dit geheimenis een verborgenheid. Want: wat zal Johannes bedoeld hebben met: de wil van God doen? Allereerst: wat is de wil van God? In het Griekse woordenboek vinden we o.a. als vertaling van dit woord:

1) wat iemand wenst of besloten heeft te doen

1b) wat God verlangt dat door ons gedaan moet worden…

Wat prachtig dat er niet staat: wat God eist dat door ons gedaan moet worden… Alleen in de innige wandel met de Here, gaan we iets verstaan van dat diepe, respectvolle verlangen van God. Het is dus uit liefde tot Hem dat we gaan wensen, en uiteindelijk zelfs besluiten om te gaan DOEN wat Hij verlangt dat we zullen doen. Dit is het werk van Gods Geest aan de harten van mensen die naar God Zelf vragen.

Zo kan God verloren mensen maken tot hemelburgers. En het hoeft toch echt geen uitleg, dat hemelburgers tot in eeuwigheid ‘blijven’: aanwezig blijven, voortdurend vastgehouden worden.

 

 

Bijbeltekst week 2018 – 32

Welzalig het volk dat de jubelroep kent, zij wandelen, HERE, in het licht van uw aanschijn; in uw naam juichen zij de ganse dag, en door uw gerechtigheid worden zij verhoogd.

Psalm 89:16 en 17

Wat een heerlijke tekst, deze week! Als je het met elkaar opzegt, dan jubelt en danst het in je hart. En het mag doordansen en jubelen, al de uren van de dag!

Het woord ‘welzalig’ is ietwat ouderwets, past niet meer in ons taalgebruik. We kunnen het vertalen met: gelukkig of gezegend. Het is goed om te bedenken dat het woord ‘volk’ niet in de eerste plaats ‘natie’ betekent, maar zeker ook gewoon een groep mensen. En daarom betekent het verder: natie, krijgsvolk, bevolking.

En de ‘jubelroep’ is niet alleen maar feestgeroep, maar in het algemeen het geven van een teken; om op te trekken. Vandaar ook krijgsgeschreeuw, als sein om tot de aanval over te gaan. Het is verder het geluid van een naderende storm, wat je waakzaam maakt.

Als het een vreugdekreet is (op godsdienstige gronden), dan denken we aan een startsein, aan het elkaar mee nemen in de goede richting. De jubelroep is dus niet een gebeuren in een klein hoekje, maar dienstbaar aan de omgeving; een blij meenemen van de ander naar God toe.

Gelukkig, ja gezegend, zijn de mensen, die het startsein weten te geven om God groot te maken. Heel praktisch gezien gaat het dus om mensen die gezegend genoemd worden, omdat ze de ander altijd weer mee weten te nemen naar het geluk van het ‘van Hem’ mogen zijn. Zulke mensen wandelen in het licht van Gods aanschijn.

Het werkwoord ‘wandelen’ heeft ook zo’n rijke betekenis. Het heeft niets te maken met een gezellig wandelingetje in de zonneschijn op zondagmiddag… Het betekent vooral: je laten meenemen om vertrouwd te raken met degene met wie je onderweg bent. Daarom ook: behoren tot het gevolg van God, behoren tot degenen die achter Hem aan gaan. Daardoor raken we bekend op Zijn wegen. Zeventien keer wordt dit werkwoord in de Bijbel eveneens vertaald met: gemeenschap hebben met…

Het woord ‘licht’ betekent vooral ochtendlicht, dus begin van de dag. Wat zijn wij gezegende, gelukkige mensen als we de dag beginnen met voor Zijn aanschijn te zijn. Dit houdt in, dat we bij het ontwaken ons bewust zijn dat we onder de hoede van Hem willen zijn, onder Zijn toezicht. Dit houdt dan meteen in dat we tot Zijn beschikking willen zijn; vragend opzien naar Hem om, Hem volgend, te gaan verstaan wat Hij voor ons bedoelt.

Dan juichen we de hele dag, dus zonder ophouden. ‘Juichen’ betekent zoiets als jubelen, blij zijn, je verheugen. Dat is heel wat anders dan blij doen. De Bron van onze blijdschap mag zijn dat Christus onze Heer is; die de Naam boven alle naam ontvangen heeft, omdat Hij gehoorzaam is geweest tot de dood, ja, tot de dood aan het kruis (Fil. 2:8,9).

Bij ons heeft een naam niet zo veel waarde als in de Bijbel. Dat komt omdat ‘naam’ in de Bijbel iets weergeeft van het wezen van de persoon, eigenlijk de persoon zelf. Als een jood het heeft over de Naam, dan bedoelt hij daarmee, heel eerbiedig, God Zelf. Het woord Naam betekent dan ook meer dan bij ons: faam, roem, aanzien. Ja, het wordt zelfs gebruikt voor een gedenkteken, een monument. Maar dan heel duidelijk niet voor een gebeuren, maar uitsluitend voor een persoon.

Gezegend en gelukkig zijn dus de mensen, die in alles erop gericht zijn om zich te verheugen in de grootheid van God, omdat zij in alles wat zij zien een gedenkteken zien van Gods grootheid. Zulke mensen worden door Gods gerechtigheid verhoogd: grootgebracht, opgevoed door de  rechtvaardiging, de redding die van God uitgaat.

Het ons heel de dag verheugen in de grootheid van God, doet ons dan groeien in Zijn genade, Zijn ‘gein’. Gein heeft echt iets te maken met de twinkellichtjes in de ogen van God, die je opmerkt, als je leert, bij alles wat je doet, naar Hem op te kijken, Hem te kennen op alle wegen die je gaat.

Bijbeltekst week 2018 – 31

Wij danken God altijd om u allen, wanneer wij u gedenken bij onze gebeden.

                                                                                           1 Thessalonicenzen 1:2

Als we de tafeltekst van deze week goed tot ons door laten dringen, dan vragen we ons af of deze tekst wel geschikt is als tafeltekst… Maar waarom zou niet juist als we aan tafel gaan een gelegenheid tot gebed zijn. Moet je je voorstellen wat Paulus hier eigenlijk zegt: Telkens als wij u gedenken in onze gebeden. Eigenlijk zegt hij letterlijk: U gedenkende in onze gebeden.

Allereerst iets over: onze gebeden. Voor ‘gebed’ worden in het Nieuwe Testament veel woorden gebruikt. Het meest komt voor een woord dat de betekenis heeft van: ontmoeting, samenspreking (met God). In zo’n gebed worden zaken duidelijker door Gods onderwijzingen.

Maar in onze tafeltekst wordt een woord gebruikt, waar het accent meer ligt op: het samen komen voor Gods aangezicht voor een bepaalde zaak, b.v.: Uw Koninkrijk kome. Het is zoiets als: samenkomen om iets aan God voor te leggen.

Dit woord wordt niet alleen vertaald met ‘gebed’ maar ook voor het aanduiden van de plaats die apart is gezet om te bidden Vaak een plaats in de open lucht, in ieder geval een stil plekje. Als in de Bijbel dit woord gebruikt wordt voor de Joden, die te gering in aantal waren om een echte Synagoge te bouwen, of waar de vrouwen graag apart samen kwamen voor gebed, dan wordt dat meestal vertaald met ‘gebedsplaats’.

Wij zouden ook een gelegenheid, een plek moeten hebben, waar we bewust samen komen (gezamenlijk, eendrachtig), om bepaalde belangrijke zaken aan God voor te leggen, voorbede te doen.

Paulus zegt dat, als zij, een groep gelovigen dus, bijeenkomen om God bepaalde zaken voor te leggen, om voorbede te doen, zij God ‘danken’. Wat beleven wij eigenlijk, als we God voor iemand of voor een groep mensen ‘danken’?

Het werkwoord dat Paulus hier gebruikt, beeldt een innige band uit: blij zijn met het feit dat we ons met elkaar verbonden weten in en door onze Heer. Het wonderlijke is dat dit niet inhoudt dat we blij zijn dat we zo veel aan elkaar hebben, maar dat we er voor elkaar mogen zíjn. Want dit werkwoord houdt ook in: de instelling om iemand in een gevaarlijke situatie te beschermen.

Nu zijn we, zoals de Bijbel ons leert, voortdurend in een gevaarlijke situatie, want Petrus zegt: Wordt nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden. (1 Petrus 5:8) In dit besef willen zij daarom de Gemeente te Thessalonica ‘gedenken’. Dat betekent: tijd ervoor nemen om aan hen te denken, opmerkzaam te zijn, te waken over.

Paulus zegt hier dus zoiets als dat zij, telkens wanneer zij samen komen op een plaats van gebed, hun aandacht wijden aan, opmerkzaam zijn op de gemeente te Thessalonica. En dat zij dan een dankbaar gevoel krijgen dat God hen in de gelegenheid gesteld heeft om op de bres te staan voor deze mensen, hen voortdurend ‘de voeten te willen wassen’, zodat de boze geen vat op hen kan hebben.

Als we zo onze tafeltekst deze week biddend opzeggen, dan bidden we dus om een waakzame ziel voor elkaar en voor allen die allerwegen de Naam van onze Here Jezus aanroepen. Dan staan we open voor het ontvangen van een waakzaam priesterhart…

Bijbeltekst week 2018 – 30

Zie, Ik, de HERE, ben de God van al wat leeft; zou voor Mij iets te wonderlijk zijn?

                                                                                                                                Jeremia 32: 27

De tafeltekst van deze week begint met: ‘Zie’. In het Hebreeuws staat daar een aanwijzend voornaamwoord. Dit woord kan op veel manieren vertaald worden. Inderdaad het meest met ‘zie’. Maar het wordt ook vertaald met: ‘Zie, hier ben Ik’. Leuk om het even zo te vertalen: Zie, hier ben Ik, Ik, die er altijd voor jullie wil zijn, ben het hoogste gezag over alle vlees.. 

Maar dit Hebreeuwse woord, waar de tekst mee begint kan ook vertaald worden met: ‘zo, indien’. Dan wordt de vertaling: ‘Indien Ik, de HERE (Degene die er altijd voor jullie zal zijn), de God (hoogste gezag) ben over alle vlees, zou voor Mij dan iets te wonderlijk zijn?’

En dan nu het woord ‘wonderlijk’. In het algemeen wordt dit Hebreeuwse woord vertaald met ‘wonderlijk’, maar het is een werkwoord, dat vertaald kan worden met: ‘te moeilijk, onmogelijk lijken, iemands macht te boven gaan, moeilijk te doen zijn’. Hiermee wordt natuurlijk ook heel duidelijk betekenis gegeven aan ‘wonderlijk’. Want alles wat onze macht te boven gaat is wonderlijk!

Als we dit alles overdenken dan kunnen we onze tafeltekst dus ook zo vertalen: ‘Zie, hier ben Ik, Ik, Degene die er altijd voor jullie wil zijn (HERE), Ik ben het hoogste gezag (Elohiem) over alles wat vlees (tijdgebonden) is; zou er voor Mij iets kunnen zijn, dat Mijn macht te boven zou gaan (Ik niet zou kunnen volbrengen)?’

De tafeltekst van de komende week is Gods antwoord op het gebed van Jeremia, dat we heel beslist moeten lezen voor we aan onze tafeltekst gaan beginnen! Het gebed van Jeremia begint met vers 17: Ach, Here HERE, zie, Gij hebt de hemel en de aarde gemaakt door uw grote kracht en uw uitgestrekte arm; niets zou te wonderlijk zijn voor U.

Jeremia twijfelt geen moment aan de almacht van God. Hoe dat komt? Omdat Jeremia’s leven bepaald wordt door het handelen van God. In zijn gebed tot God stelt hij zich al de daden van God voor ogen, vanaf de schepping tot op de dag van vandaag: vers 17 – 22. En dan komt de belijdenis van Jeremia voor het hele volk :(Jeremia 32:23) maar toen zij gekomen waren en het in bezit genomen hadden, hoorden zij niet naar uw stem en wandelden niet naar uw wet; zij deden niets van alles wat Gij hun geboden hadt te doen; daarom hebt Gij al deze rampspoed over hen gebracht. Zie, de wallen zijn tot aan de stad gekomen om die in te nemen, en de stad is gegeven in de macht van de Chaldeeën die tegen haar strijden, door het zwaard, de honger en de pest; ja, wat Gij gesproken hebt, is geschied; en zie, Gij aanschouwt het.

En terwijl alles geschied is, zoals God eertijds gesproken had (Deut.28 – 30), spreekt God tot Jeremia, die, terwijl heel Israël ontrouw werd, trouw is gebleven aan zijn God: (Jeremia 32:25) Toch hebt Gij zelf tot mij gezegd, Here HERE: Koop u de akker voor de prijs en laat het door getuigen bekrachtigen, terwijl de stad in de macht der Chaldeeën is gegeven!

Ja, God spreekt tot de zijnen, ook al staat de hele wereld met de rug naar God gekeerd; ook in deze tijd geldt dan dit troostvolle woord van de Eeuwige tot Jeremia, voor ons. Wat een zegen zal het zijn als we de komende week in deze gezindheid onze tafeltekst ‘nuttigen’!

Bijbeltekst week 2018 – 29

Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets niets doen.

                                                                                        Johannes 15:5

Wat een prachtige tekst voor deze week. Jezus vergelijkt Zich hier met een wijnstok en degenen die van Hem zijn met de ranken, om daarmee uit te drukken hoe nauw de relatie tussen Hem en ons moet zijn.

Even daarvoor heeft Hij dit beeld ook gebruikt, maar dan in relatie tot onze hemelse Vader: Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de landman.

Toch is het beeld dat Hij in het eerste vers gebruikt anders dan in het vijfde. In onze tafeltekst voor deze week splitst Hij de wijnstok op in de wortelstam en de ranken, maar in het eerste vers doelt Hij op de hele plant.

Het is goed om te luisteren naar wat Jezus in de eerste verzen zegt, willen we de tekst voor deze week beter begrijpen: Let op wat de Landman (onze hemelse Vader) doet. Hij bekijkt elke rank met grote aandacht. Als Hij ziet, dat er geen vruchten komen aan de rank, dan neemt Hij die tak weg, omdat deze tak niet beantwoordt aan het doel.

Want het gaat bij de Landman niet om de ranken maar om de vruchten. Daarom schenkt Hij alle aandacht aan de ranken die wel vrucht dragen.

Vanaf het eerste begin let Hij er op in vreugdevolle zorg, dat de vruchtbare ranken alles krijgen wat ze nodig hebben: lucht, zonlicht; en verder neemt Hij van deze vruchtbare ranken alles weg wat te veel is voor de volle ontwikkeling van de vruchten. Dan bloedt de rank misschien wel even en wellicht begrijpt de rank niet waarom die prachtige zijtakken worden afgeknipt…

Nu de tekst voor deze week: Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen. Hierin vertelt Jezus hoe het komt dat er takken zijn die veel vrucht dragen. Heel eenvoudig omdat een tak, die niet volledig en gezond met Hem verbonden is, nooit vrucht kan dragen. Er kunnen wel bloesems aan komen, heel veelbelovend, maar na de bloei blijft er niets over.

Zo kunnen ook wij geen vrucht dragen voor Jezus, als wij niet als een rank verbonden blijven met de wijnstok. Evenals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, zo kunnen ook wij geen vrucht dragen voor het Koninkrijk, als het leven van Jezus niet door ons heen stroomt!

Als dit tot ons doordringt, wat zullen we dan, bij het lezen van de tekst van deze week, bereid worden om met vreugde en verwondering het snoeimes van de Landman, in ons leven van iedere dag, toe te laten. Omdat het snoeimes van Hem in ons leven een teken is, dat we echt met Jezus verbonden zijn, zoals de rank met de wijnstok. Daarom mogen we vol vertrouwen in de Landman, uitzien naar de vruchten, die heel zeker niet zullen uitblijven.

 

Bijbeltekst week 2018 – 28

Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.

                                                                      1 Johannes 1:9

De tafeltekst van deze week is uit het Nieuwe Testament, uit de eerste brief van Johannes. De apostel Johannes beklemtoont hier, dat Jezus getrouw en rechtvaardig is. Het woord ‘getrouw’ geeft uitdrukking aan een heel wezenlijke eigenschap van iemand, die in de praktijk van het leven getoond heeft trouw te zijn in het afhandelen van zaken.

Het is goed om bij het lezen van deze woorden er aan te denken, dat we nooit meer mogen twijfelen of Jezus bij machte is om onze zonden te vergeven. Hij heeft blijk gegeven daarin betrouwbaar te zijn en ‘rechtvaardig’, wat zeggen wil, dat Hij onberispelijk, schuldeloos is.

Jezus is het vlekkeloze Lam dat onze schuld heeft weggedragen. Dit woordje ‘rechtvaardig’ wordt tweeledig gebruikt. In spottende zin over iemand, die van zichzelf vindt dat hij rechtvaardig is, maar vooral in de mooie zin van: gebleken smetteloos te zijn. En dat is een prachtig beeld van Jezus, die dit niet van Zichzelf beweert, maar die, hoe meer we Hem leren kennen, blijkt onberispelijk te zijn. Dit tweeledig gebruik van een woord kennen wij ook in het Nederlands met het woord ‘vroom’. In spottende zin: doe niet zo vroom en in de goede zin: een werkelijk vroom man.

Jezus is dus betrouwbaar en onberispelijk, de enige autoriteit om onze zonden te vergeven. Er is slechts één voorwaarde aan verbonden: dat wij onze zonden belijden. Als de bijbel over ‘zonden’ spreekt, moeten we niet in de eerste plaats denken aan allerlei dingen die fout liepen, maar aan een levensinstelling die niet deugt.

Zonde betekent dat we geen deel hebben aan het plan dat God met Zijn schepping heeft, kortweg: het doel missen. Door deze verkeerde instelling lopen er allerlei dingen mis en worden we verontreinigd in ons denken en handelen. Zo zou je het laatste woord van onze tafeltekst, ongerechtigheid, het beste kunnen omschrijven.

De voorwaarde om vergeving te ontvangen is dus: belijden dat we niet op het doel gericht zijn, geen deel hebben aan het plan van God, en we een eigen gekozen weg zijn gegaan. Het woord ‘belijden’ vraagt ook wel even aandacht. De eigenlijke betekenis van dit woord is: hetzelfde zeggen als een ander, beamen, instemmen met de ander. Als we hier over nadenken dan beseffen we dat er pas sprake is van zonden belijden, als God tot ons gesproken heeft, als God ons hiervan overtuigd heeft. Als een christelijke moraal ons vertelt dat we verkeerd gehandeld hebben, dan kunnen we ons schuldig voelen, maar nooit merken we dan iets van bevrijding; het is de volgende keer weer hetzelfde…

Maar als God ons overtuigt, dat we een verkeerde gezindheid hebben en we daarom dit graag erkennen en beamen, dan pas is er sprake van vergeving.

Vergeven’ is een woord dat ten diepste betekent: wegzenden, laten varen, opgeven, uitademen. Als je lucht uitademt, kun je die niet meer inademen, tenzij je de uitgeademde lucht zorgvuldig in een zakje hebt uitgeblazen… Vergeving is pas echt als je beleeft, dat God de zonde(bok) wegzendt om nooit meer terug te laten keren. Daarom is er pas sprake van echte vergeving als we ‘amen’ zeggen op Gods spreken.

Dan is er verwondering om de bemoeiing van God met ons leven. Tot onze verbazing merken we dan hoe Jezus Zich omgordt om onze voeten te wassen, die vuil zijn geworden in het daadwerkelijk onderweg zijn in deze wereld, met Zijn gezindheid, met Zijn Geest in ons hart. En dat is dan ook de diepe betekenis van het laatste gedeelte van de tekst van deze week: “en ons te reinigen van alle ongerechtigheid”.

 

Bijbeltekst week 2018 – 27

HERE, des morgens hoort Gij mijn stem, des morgens leg ik het U voor, en zie uit.

Psalm 5:4

Wie denkt dat de tafeltekst van deze week een uitdrukking is van een verlangen om de dag altijd met God te beginnen, moet maar eerst de hele psalm aandachtig lezen. David is in nood, hij kan ‘s nachts niet slapen. Het is zoals het in de volgende psalm staat:

Psalm 6:7  Ik ben afgemat van mijn zuchten; elke nacht doorweek ik mijn sponde, doe ik mijn bed van tranen vloeien.

Maar David steekt zijn nood niet onder stoelen of banken; hij beschrijft zijn nood in een lied en geeft de opdracht aan het hele volk om dit lied, deze psalm, voor Gods aangezicht biddend te zingen: Psalm 5:1  Voor de koorleider. Bij fluitspel. Een psalm van David.

 

Wat de nood van David is staat duidelijk beschreven in deze verdere psalm:

5:  Want Gij zijt geen God, aan wie goddeloosheid behaagt, geen boze zal bij U vertoeven;

6:  de verdwaasden houden geen stand voor uw ogen, Gij haat alle bedrijvers van ongerechtigheid;

7:  Gij richt te gronde de leugensprekers, de HERE verafschuwt de man van bloed en bedrog

 

David weet wat de gezindheid is van de wereld die hem omringt, maar hij weet ook wat er gebeurt als God zich over de mens ontfermt:

8:  Maar ik zal, dank zij uw grote goedertierenheid, uw huis binnengaan, mij neder buigen naar uw heilige tempel in vreze voor U.

9:  HERE, leid mij door uw gerechtigheid om mijner belagers wil; effen uw weg voor mijn aangezicht

 

David heeft de nood van de wereld om zich heen voor ogen als hij onze (tafel)tekst uitspreekt voor Gods aangezicht.

Als wij bereid zijn om gedurende deze week in dezelfde gezindheid deze woorden voor Gods aangezicht uit te spreken, zal ons oog meer dan ooit hoopvol, verwachtingsvol gericht zijn op wat God – misschien wel door ons heen – zal gaan doen in de wereld om ons heen.

Hij wil dat wij betrokken willen zijn bij Zijn handelen in de wereld om ons heen, met een priesterlijk en bereidvaardig hart. Daarom mag, niet alleen deze week, maar iedere dag van ons leven zó bepaald zijn door: HERE, des morgens hoort Gij mijn stem, des morgens leg ik het U voor, en zie uit.

 

 

Bijbeltekst week 2018 – 26

Zo zegt de HERE: De wijze roeme niet op zijn wijsheid, en de sterke roeme niet op zijn kracht, de rijke roeme niet op zijn rijkdom, maar wie roemen wil, roeme hierin, dat hij verstaat en Mij kent.  

Jeremia 9: 23,24

De tekst van deze week begint met: Zo spreekt de HERE. Als we deze woorden goed willen verstaan, is het goed om de klemtoon te leggen op HERE. Dit houdt dan in dat God anders spreekt dan wíj gewend zijn te doen. Wij zouden zeggen: De wijze roeme in zijn wijsheid, etc..

Het werkwoord ‘roemen’ wordt ook wel gebruikt als ‘dwaas zijn’. Dat is ook wel begrijpelijk. Want we zien het mensdom steeds dwazer worden waar we roemen in en roemen op alles wat we zelf, zonder God, kunnen opbrengen: kennis, kracht en rijkdom. Hoe meer we daar op roemen, hoe dwazer we worden in de ogen van de overheden en machten in de hemelse gewesten . . .

Daarom zegt de HERE dan ook, dat we daar niet aan mee moeten doen. Maar als we dat niet doen, dan blijft er eigenlijk niets over wat waarde heeft in ons leven . . . tenzij we verder luisteren: maar wie roemen wil – wonderlijk dat dit ‘wil’ eigenlijk een uitnodiging is – hij roeme hierin dat hij verstaat . . .

Het werkwoord ‘verstaan’ betekent hier eigenlijk: zicht hebben op, aanschouwen, gericht zijn op (daarom is bij deze tekst gekozen voor de Statenvertaling).

Als we deze week deze woorden als tafeltekst lezen en opzeggen, dan worden we uitgenodigd om te beseffen dat echt roemen, zonder dwaas te worden, pas ontstaat als we, in alles wat we doen, gericht zijn op God. Het is dus eigenlijk hetzelfde als: Hem kennen in al onze wegen (Spreuken 3:6).

En als we zo God betrokken weten in alles wat we doen en bedenken, dan gaan we de werkelijkheid van God leren kennen. Zo worden we echt verlost van al onze eigen ‘godsbeelden’.

Wanneer we gericht zijn op God, Hem bij ons weten, dan raken we vertrouwd met Hem. Maar echt vertrouwd met God zijn we pas, als we ons ook zelf door God laten kennen. Wat machtig dat in het Hebreeuws dan ook voor ‘kennen’ het werkwoord staat dat we het beste kunnen vertalen met ‘wederzijds gekend zijn’.

Als we die vertrouwde omgang met God zoeken en leren kennen, dan gaan we in Hem roemen. En als we echt in Hem gaan roemen, meer en meer, ja, dan moeten we aanvaarden dat we ook steeds dwazer worden voor de wereld om ons heen, die dit geheimenis niet meer kent.

Zo zegt de HERE dus tegen ons, dat als wij gaan roemen in Hem, we steeds meer dwaze, maar gelukkige, vreemdelingen worden op aarde. ‘Huisgenoten Gods’ wordt dat ergens anders in de bijbel genoemd (Efeziërs 2:19, 20).

 

Bijbeltekst week 2018 – 25

En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus.

                                                                                                      Filippenzen 4:7

Deze tekst is een sluitstuk van wat daarvoor geschreven staat:  Verblijdt u in de Here te allen tijde! Wederom zal ik zeggen: verblijdt u! Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend. De Here is nabij. Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God.

We hebben alle reden om ons in Hem te verblijden: we zijn schoon gewassen in het bloed van het Lam. Laten we ons dus verheugen in Hem en … onder alle omstandigheden. Dan leven we waardig en gelukkig en is er geen enkele reden meer – zo die er ooit was – om niet vriendelijk te zijn voor alle mensen.

Het woord ‘vriendelijkheid’ kan ook vertaald worden met ‘mildheid’. Dat past hier wel beter. Want waar wij dieper mogen gaan beseffen wat het is om alleen uit genade te leven, daar wordt ons hart mild voor alle mensen om ons heen, ook als die dit geheimenis van Gods genade nog niet hebben leren kennen…

Onbezorgd en met een biddend hart mogen we dus altijd vooruit blikken. Onbevangen en gelukkig, mild en verwachtingsvol voor alle mensen om ons heen. Deze gezindheid is voorwaarde waardoor onze tafeltekst in vervulling kan gaan: alle dagen van ons leven.

Vandaar dat onze tafeltekst begint met het woordje ‘en’.  Ja, dan zal de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, die dus niet te bevatten is, onze harten en onze gedachten ‘behoeden’. Dit werkwoord ‘behoeden’ betekent eigenlijk: gewapend bewaken, beschermen door te bewaken.

De wapenen worden in de hierboven genoemde verzen genoemd. Maar al deze wapenen zijn pas krachtig, als we beseffen dat deze wapens er alleen maar zijn in het heel eenvoudig schuilen bij onze levende Here. Vandaar dat onze tafeltekst eindigt met dat waar het eigenlijk allemaal om gaat: in Christus Jezus!

Bijbeltekst week 2018 – 24

HERE, God van onze vaderen Abraham, Isaak en Israël, houd deze gezindheid in het hart van uw volk voor altijd in stand, en richt hun hart op U.          

                1 Kronieken 29:18

De tafeltekst is een stukje uit, misschien wel, het laatste gebed van koning David. Voor we deze tekst als tafeltekst gaan gebruiken, raden we aan om zeker de laatste twee hoofdstukken van 1 Kronieken te lezen. Want dan begrijpen we de grote dankbaarheid van de oude David veel beter. In de woorden vóór onze tafeltekst zegt koning David:  Ik weet, mijn God, dat Gij het hart toetst en een welbehagen hebt in oprechtheid; Ik heb in oprechtheid mijns harten U dit alles vrijwillig gegeven; nu heb ik met vreugde gezien, hoe ook uw volk dat zich hier bevindt, U vrijwillig gaven bracht (1Kron.29:17).

Hierbij gaat het ons vooral om de onderstreepte woorden. We lezen dat David van God niet zelf de Tempel mocht bouwen, omdat hij een krijgsman was geweest en bloed had vergoten (28:3), maar hij verlangde ernaar dat de oude tabernakel vervangen werd door een vaste woning, zoals Salomo de Tempel later noemde: voltooid heb ik de bouw van het huis U ter woning, een vaste plaats om daar eeuwig te wonen (1 Kon.8:13).

Koning David noemde de te bouwen Tempel een huis der rust: Toen stond koning David op en zeide: Hoort mij aan, mijn broeders en mijn volk. Ik zelf had het voornemen, een huis der rust te bouwen voor de ark van het verbond des HEREN en voor de voetbank van onze God; ik heb de bouw dan ook voorbereid (1 Kron.28:2).

Zoals we hier lezen heeft David de bouw dus voorbereid. En dan komen we bij 1 Kron.29:17 waar staat dat koning David met grote vreugde, in oprechtheid zijns harten, God dit alles vrijwillig had gegeven. Dit ‘vrijwillig geven’ is volkomen vrij van elke vorm van dwang, zo nodig moeten, vrij van elke vorm van opgelegde moraal.

Wat een zegen als we hier iets van gaan verstaan. Het heeft met spontane vreugde, met dankbaarheid te maken; dan weten we ook dat dát alleen waarde voor God heeft!

Als je deze gezindheid in je hart ervaart, dan ontstaat er zo’n onbeschrijfelijke vreugde, als je dezelfde gezindheid bij anderen gaat herkennen: nu heb ik met vreugde gezien, hoe ook uw volk dat zich hier bevindt, U vrijwillig gaven bracht.

Als deze hemel-vreugde je hart vervult, dan komt er ook zo’n priesterlijk gebed als bij David: houd deze gezindheid in het hart van uw volk voor altijd in stand.

Zo zijn we midden in onze tafeltekst terecht gekomen. Het is een gebed voor anderen, dat alleen kan ontstaan vanuit de verwondering en dankbaarheid, dat God iets tot stand heeft gebracht in jou en in de ander. Dan bid je dat God deze prachtige gezindheid in stand houdt. Want Hij alleen kan dit in stand houden. Dan wordt ons het begin van onze tafeltekst ook meteen duidelijk: HERE, God van onze vaderen Abraham, Isaak en Israël . . . .

Het woord ‘HERE’ is een eigen-naam, de haast onuitsprekelijke Naam van God: Ik ben die Ik ben, de eeuwig Onveranderlijke, eeuwig Getrouwe, Die er voor jou wil zijn, … De Naam die een vrome Jood niet durft uit te spreken, uit eerbied voor die Naam.

Dan volgt het woord ‘God’: Hij, Die het hoogste gezag draagt; er is niets en niemand achter Hem! Dit is de God van Abraham, Isaak en Israël; de aartsvaders. Van deze God zegt Jezus, bijna tweeduizend jaar later: Hij is niet een God van doden, maar van levenden (Mat.22:32).

Tot deze God, de Eeuwig onveranderlijke, bidt Koning David deze woorden: houd deze gezindheid in het hart van uw volk voor altijd in stand. En dan nog het vervolg van deze bede: en richt hun hart op U.

Wat is het belangrijk dat we met dit gebed ook onze jongeren dragen. David is zijn volk voorgegaan in het geven van ‘vrijwillige gaven’ voor een huis, waarvan God gezegd had dat hij zelf geen deel aan de bouw er van zou hebben. Maar zijn nageslacht, zijn zoon Salomo, zou dit huis voor God bouwen.

Wat een vreugde zou het ook voor ons zijn, als we zien hoe onze kinderen ons voorbeeld gaan volgen om – net als wij – God vrijwillig gaven te brengen. Dit ’vrijwillig gaven brengen’ is een werkwoord in het Hebreeuws dat, vooral in de tijdvorm waarin het in de tekst vóór onze tafeltekst staat, te vertalen is met: zich spontaan aanbieden.

De vreugde van David zal ook onze vreugde zijn als we zien hoe onze kinderen, meer nog dan wijzelf, onvoorwaardelijk, spontaan, vrijwillig zich aanbieden om zich te wijden, mee te bouwen aan het ‘Huis van God’.

Bijbeltekst week 2018 – 23

Verblijdt u in de Here te allen tijde! Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u!

Filippenzen 4:4.

Ergens anders lezen we in de bijbel, dat blijdschap een vrucht is van de Heilige Geest: Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing (Gal.5:22).

Natuurlijk gaat het hier niet om blij doen, maar blij zijn. Het werkwoord ‘verblijden’, in de grondtekst, heeft een prachtige betekenis: zich verheugen, blij zijn, maar ook: het goed hebben, gedijen.

Het zijn een beetje verschillende betekenissen, maar die hebben toch wel veel met elkaar te maken. Want als we ons echt verheugen, dan zullen we het goed hebben, dan zullen we gedijen, ons gezond ontplooien. Veel ziekte is het gevolg van gebrek aan innerlijke vreugde.

Het gaat natuurlijk vooral om de innerlijke vreugde, vreugde die van binnenuit opborrelt, niet omdat het zo hoort, maar verrassend: een vrucht van de Geest dus. Die spontane vreugde zit ook als het ware opgesloten in dit Griekse werkwoord verblijden, want er is nóg een betekenis voor dit werkwoord: Hallo zeggen en groeten (bij de aanhef van een brief).

We zouden de tafeltekst van deze week dus ook anders kunnen zeggen: Zeg altijd ‘Hallo’ tegen de Here, wederom zal ik zeggen: doe de groeten. ‘Hallo’ zeg je tegen iemand bij een ontmoeting . . .

Als we de tekst opzeggen, dan is het goed om je af te vragen of je de Here al tegen bent gekomen, deze dag. En niet alleen tegen gekomen – we mogen immers Zijn aanwezigheid altijd veronderstellen – maar ook gegroet, ‘Hallo’ tegen Hem gezegd.

Om het een beetje bijbelser te zeggen: ‘Ken Hem in al je wegen’, want als je dat doet, dan springt je hart op van spontane blijdschap. Dit geeft doel en zin aan al je denken en doen van iedere dag.

De tafeltekst voor deze week is niet zo moeilijk om met elkaar op te zeggen. Het is heel wat anders als we deze oproep serieus willen nemen!

Verblijdt u! is dus de opdracht. En dat niet alleen voor deze week, het is een opdracht voor heel ons leven.