Here, wees ons genadig. Op U hopen wij; wees onze arm elke morgen, ja ons heil in tijd van benauwdheid. 

Jesaja 33:2

In de tafeltekst van deze week wordt de kostbare Naam van God gebruikt: Here. Altijd als dit woord in de Bijbel met hoofdletters geschreven staat, betekent dit dat hier de Naam van God staat, waarmee Hij Zich bekend heeft gemaakt aan Zijn volk Israël, toen Hij hen uit het slavenhuis redde. Deze Naam van God was niet onbekend. In de geschriften, die Mozes gebruikte om het boek Genesis samen te stellen, komt deze Naam al voor. De oudste geschriften, waaronder de ‘Scheppingshymne’, ontstonden al ruim 2500 jaar vóór Abraham. En in Mesopotamië liet Koning Hammurabi op een hoge zuil zijn wetten schrijven, waar tussen het zinnetje staat: de Here is koning.

In het Hebreeuws staat, net als in het Nederlands, dit woord geschreven met vier letters; medeklinkers, zonder klinkers. Dat is moeilijk uit te spreken voor degenen die de taal niet zo goed kennen. Later heeft men er klinkers aan toegevoegd. Maar niet dié klinkers die bij de Naam horen, maar, uit eerbied voor deze heilige Naam, de klinkers van ‘adonai’: heer. Hierdoor ontstond het woord dat je uitspreekt als Jaweh.

Maar de diepe betekenis van de werkelijke Naam van God is: ‘de (eeuwig) Bestaande’ of  ‘Ik ben er voor jullie’. Deze rijke betekenis is afgeleid van de basis van deze Naam, die gevormd wordt door het werkwoord ‘zijn’. De betekenis van dit ‘zijn’  is ook heel veelkleurig: 1) tot hulp zijn, 2) vervullen, 3) toebehoren, 4) omringen, en ga zo maar door. In deze volgorde volgen een paar teksten, waar ‘zijn’ zo vertaald is:

1) Psalm 119:173 Uw hand zij mij ter hulpe,

2) Spreuken 13:19  Een vervulde begeerte is zoet voor de ziel,

3) Jesaja 45:14 … die mannen van statige gestalte, zullen tot u overkomen en u toebehoren;

4) Jeremia 4:17  Als akkerhoeders omringen zij het van alle kanten,

De Here is dus onze God, Die ons ter hulpe is, Die Zijn beloften aan ons vervult, aan wie wij toebehoren, Hij is het, Die ons omringt.

Tot deze God richten wij ons gebed: wees ons genadig. Het werkwoord ‘genadig zijn’ klinkt zo veel warmer als we het, heel terecht, vertalen met ‘genegenheid toedragen’. God ontfermt Zich over ons, omdat Hij ons liefheeft! Als wij bidden: wees ons genadig, dan spreken wij eigenlijk uit, dat wij ons willen overgeven aan Zijn genade: aan Zijn liefdevolle genegenheid.

Op U hopen wij. Dit ‘hopen’ is zo veel anders dan wij het kennen in: nou ja, ik hoop het… We mogen dit Hebreeuwse werkwoord ook best vertalen met: verwachten, vurig uitzien naar.

Wees onze  arm elke morgen. Het woord ‘arm’ betekent veel meer: kracht. Zo wordt het ook heel vaak in de Bijbel vertaald. En elke morgen heeft simpel de betekenis van: altijd, van ogenblik tot ogenblik.

En dan het woord heil. Wat prachtig is dat, als we beseffen dat ook hier weer het Hebreeuwse woord  ‘Jeshoeah’ staat. Dit woord, dat wij vaak vertalen met ‘Jezus’ als eigennaam van onze Heer, betekent Redding, Verlossing.

Dan rest ons nog om het woord benauwdheid te bekijken. Dit woord is ook te vertalen met: nood, verdriet, onrust of moeilijkheid.

Natuurlijk laten we onze tafeltekst staan zoals hij in de Bijbel staat. Maar om de inhoud goed tot ons te laten doordringen volgt hier even een andere vertaling: God, U die er altijd voor ons wilt zijn, wij zien naar U uit, wees ieder ogenblik van de dag onze sterkte, ja onze verlossing, onze uitredding als we verdrietig, als we onrustig zijn.