Ik ben als een licht in de wereld geko­men, opdat een ieder, die in Mij ge­looft, niet in de duister­nis blijve. 

                                                                                                                                      Johannes 12:46

Deze week, hoe toepasselijk in de ‘Kerstmaand’, een tekst over het licht. Het woord ‘licht’ kan vertaald worden met: alles wat de duisternis verdrijft; vuur, omdat het licht geeft, vlam etc. Maar daarom kan het ook een diepere betekenis hebben: het vermogen om te begrijpen, maar vooral morele en geestelijke waarheden.

Jezus zegt hier, vele jaren na Bethlehem: Ik ben gekomen, d.w.z. Ik ben in het openbaar verschenen om mensen, die in de duisternis zijn, het vermogen te geven om geestelijke waarheden te begrijpen. Paulus zegt in zijn brief aan de Gemeente te Corinthe: Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is (1Cor.2:14).

Niemand is het dus kwalijk te nemen dat hij, uit zichzelf, de dingen van Gods Koninkrijk niet kan verstaan..

Maar Jezus heeft eerder gezegd: Dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht, want hun werken waren boos (Joh.3:19).We mogen hieruit leren dat ieder mens, die zich schaamt voor zichzelf, niet in het licht durft te komen om niet ontdekt te worden aan zijn rottigheid. Hij blijft dan dus liever in de ‘duisternis’: daar waar het licht afwezig is.

Als je diep in je hart weet, dat er niets van klopt, maar het geloof, het vertrouwen ontbreekt, dat er Iemand is die alles goed kan maken, dan durf je niet in het licht te komen en blijf je liever vertrouwd met de duisternis. God heeft de Gemeente gegeven, waar allereerst liefde is, voor elkaar en voor de wereld om ons heen. Alleen die liefde geeft veiligheid en vertrouwen, geloof, dat God Zich ontfermt. Dan alleen durft een mens zich bloot te geven: in het Licht te komen.

Er moet dus eerst dit vertrouwen komen dat God, onvoorwaardelijk, alle dingen nieuw maakt, voordat een mens in het Licht durft te komen. God veroordeelt niemand die niet in het licht durft te komen en dus liever in de duisternis wil blijven. Nee, daar waar de Gemeente van Christus is, daar is in de eerste plaats Gods liefde en veiligheid. En daar waar God zo aanwezig is, daar groeit het verlangen om in het licht te komen. Als die veiligheid er echt is, maar de mens de geborgenheid van God niet aangrijpt om in het licht te komen, dan blijft er niet anders over dan het rechtvaardig oordeel van God omdat: de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht, want hun werken waren boos.

Nu gaan we terug naar de tafeltekst voor deze week: Ik ben als een licht in de wereld geko­men, opdat een ieder, die in Mij ge­looft, niet in de duister­nis blijve. Jezus heeft Zich geopenbaard, is verschenen, in deze wereld, opdat niemand in de duisternis hoeft te ‘blijven’: uitzichtloos te blijven ronddolen in het niets. Maar deze uitredding uit de duisternis is alleen mogelijk, als we ons zo toevertrouwen aan Hem, dat we ons niet meer schamen voor onszelf, voor alle dwaze ijver om, ronddolend in het duister, nog wat te lijken…

Laat de tafeltekst voor deze week voor ons een oproep zijn, om zo met elkaar Gemeente van Christus te zijn, dat iedereen, die we meenemen naar ons samen-zijn, zich veilig gaat voelen. Dan gaat het verlangen naar het Licht het winnen van de angst, waardoor je wel in de duisternis zou moeten blijven ronddolen…

Als de viering van de komst van de Messias in deze wereld ons gelukkig maakt, dan zal ons dat niet zonder vrucht laten: mensen zullen ons geluk zien en verlangen om met ons in het Licht te komen. Dan hoeft niemand meer in de duisternis te blijven, omdat onder ons blijkt dat Jezus daadwerkelijk gekomen is om ons in staat te stellen gelukkig te worden met alles wat God ons in Christus schenkt. Wie zou dan nog, onveranderd, willen blijven ronddolen in de uitzichtloosheid van deze wereld?!