Simon Petrus antwoordde Hem: Here, tot wie zullen wij heengaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven; en wij hebben geloofd en erkend, dat Gij zijt de Heilige Gods.

 Johannes 6:68,69

Petrus geeft hier antwoord op een vraag van Jezus: “Gij wilt toch ook niet weggaan?” Deze vraag van Jezus was heel begrijpelijk. Hij sprak tot Zijn discipelen rechtstreeks, dus zonder gelijkenissen, over de geheimenissen van het Koninkrijk van God.

Het waren woorden die wij ook graag horen, maar voor mensen die God alleen maar kennen vanuit overlevering, die geen persoonlijke ontmoeting met Jezus hebben gehad, voor hen zijn deze woorden, zelfs al zijn ze volgelingen van Jezus, niet te begrijpen. En als ze er iets van begrepen, konden ze eigenlijk alleen maar zeggen: Johannes 6:60 Deze rede is hard; wie kan haar aanhoren? En een paar verzen later staat er dan ook: Johannes 6:66 Van toen af keerden vele van zijn discipelen terug en gingen niet langer met Hem mede.

We weten niet hoeveel het er waren die heengingen, maar ik heb het idee dat ongeveer alleen de apostelen, zij die uit de discipelschare door Jezus waren uitgekozen, overbleven…

Eigenlijk had Jezus niet veel mensen om Hem heen, die Hem echt begrepen. En de vraag, gericht tot de apostelen: “Gij wilt toch ook niet weggaan?”, werd natuurlijk weer door Petrus beantwoord. Het was dit keer geen direct antwoord: “Natuurlijk niet!” Nee, het antwoord was wel doordacht.

Misschien stond Petrus ook wel heel dicht bij de gedachte om maar met de anderen mee te gaan, naar huis, weer vissen, zoals vroeger…

Maar hij besefte dat het nooit meer als vroeger zou worden. Want een heilige onrust had hem aangegrepen: de Woorden van Jezus hadden zijn leven veranderd. En daardoor wist hij, dat er geen weg meer terug was: “Gij hebt woorden van eeuwig leven”.

Als Jezus sprak, was dat zo anders dan zij van de Schriftgeleerden gewend waren: Mattheüs 7:29 want Hij leerde hen als gezaghebbende en niet als hun schriftgeleerden. De woorden van Jezus waren eenvoudig, niet geleerd, maar onweerstaanbaar voor wie naar God vroegen: Lukas 4:32 En zij stonden versteld over zijn leer, want zijn woord was met gezag.

Het Griekse woord voor ‘gezag’ is heel wat anders dan ‘macht’: het heeft te maken met iets als ‘bevrijdende autoriteit’. De woorden van Jezus waren heel rechtstreeks, maar legden geen druk op de ziel van een mens, die werkelijk naar God zocht, die Zijn Koninkrijk verwachtte. De woorden van Jezus brachten scheiding tussen religieuzen en echt gelovigen. De religieuzen konden het niet langer aanhoren maar degenen die echt God liefhadden, konden niet meer terug: alleen maar verder, achter Hem aan! In de ban van Zijn liefde…

Voor ons mag het geen dogma of stelling zijn: Jezus is de Heilige Gods. Want een dogma, hoe boeiend ook omschreven, heeft geen ‘bevrijdend gezag’. Maar als we Jezus’ werk in en onder ons zijn gaan zien, dan kunnen ook wij, net als Petrus, niet meer terug; verder en verder, achter Hem aan, tot Hij komt! . . . .