Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem, die Hij gezonden heeft.

                                                                                                                           Johannes 6:29

De tafeltekst voor de komende week is het laatste gedeelte van vers 29. In het eerste gedeelte staat: Jezus antwoordde en zeide tot hen:.  De woorden van Jezus zijn dus een antwoord op een vraag die Hem gesteld werd (vs. 28): Zij zeiden dan tot Hem: Wat moeten wij doen, opdat wij de werken Gods mogen werken?  Als we ons dat niet realiseren en de tekst op zich lezen, krijgen de woorden een heel andere – overigens ook mooie – betekenis: Dit is het werk dat God aan ons doet, dat gij gelooft in Hem die Hij gezonden heeft.

Maar de tafeltekst voor de komende week is dus een antwoord op de vraag, die ook wij mogen stellen:Wat moeten wij doen, opdat wij de werken Gods mogen werken?

Het zal overigens wel een verrassend antwoord van Jezus geweest zijn! Want de Joden die deze vraag stelden wilden aan de slag, wilden iets doen, om het eeuwige leven te beërven. Want zij stelden deze vraag naar aanleiding van de woorden van Jezus (vs. 27): Werkt niet om de spijs, die vergaat, maar om de spijs, die blijft tot in het eeuwige leven, welke de Zoon des mensen u geven zal; want op Hem heeft God, de Vader, zijn zegel gedrukt.

De vraag van de toehoorders van Jezus was dus eigenlijk: welk werk moeten wij werken om de spijs die blijft tot in het eeuwige leven?

Het woord ‘spijs’ heeft in de christelijke gemeente een eigen betekenis gekregen: het voedsel van de ziel, dat wat de ziel verfrist, dan wel voedt en onderhoudt. Maar de mensen die om de spijs vroegen, die blijft tot in het eeuwige leven, hadden zojuist van de broden gegeten tijdens de ‘wonderbare spijziging’. Het waren arme mensen, die graag de zorg voor het dagelijkse leven voor hen en hun kinderen kwijt waren. Zij zochten Jezus omdat, zoals Jezus het zei (vs. 26): gij van de broden gegeten hebt en verzadigd zijt.

Jezus veroordeelt deze mensen niet, maar vertelt hun dat Hij gezonden is, niet om in eerste instantie ons van ons dagelijks brood te voorzien, maar om onze ziel tot in eeuwigheid te voeden met de ware spijs. Er zullen ongetwijfeld Joden zijn geweest die het verstaan hebben maar ook velen niet…

Maar deze komende week gaat het er om dat wij, tijdens het oplezen van deze tekst, terwijl wij ons dagelijks brood genieten, gaan beseffen dat wij zullen werken om een spijs, die blijft tot in het eeuwige leven. Het werkwoord ‘werken’ staat hier in een bepaalde vorm, waardoor het meer de betekenis krijgt van: bezig zijn met, tot stand brengen.

Het antwoord op de gestelde vraag is dus zoiets als: wees nu niet zo bezig met de zorg van elke dag, maar wees bezig met datgene wat je ziel nodig heeft: geloven in Hem, die God gezonden heeft.

‘Geloven’ staat voor: je vertrouwen stellen in iemand. En dit werkwoord is weer afgeleid van een ander werkwoord dat de betekenis heeft van: 1) vrienden maken, iemands gunst winnen, maar ook: 2) zich laten overtuigen. Geloven betekent dus: bezig zijn om Jezus tot je vriend te maken, Zijn gunst te winnen, waardoor je Hem zo leert kennen, dat je je door Hem laat overtuigen, die God tot ons ‘gezonden’ heeft.

Het werkwoord ‘zenden’ heeft ook weer een heel bijzondere betekenis. Allereerst even het werkwoord fonetisch weergeven: apostelloo. Dat is leuk, want we herkennen hier meteen het woord apostel in. Dit apostelloo betekent: iemand op een afgesproken tijd en plaats met een bepaalde toerusting wegzenden. God heeft Zijn Zoon vanuit de Hemel weggezonden naar de aarde volgens afspraak! Hijzelf heeft het Adam en Eva al beloofd en deze belofte telkens weer in herinnering gebracht door de profeten!

Wat een rijke inhoud heeft deze korte tafeltekst dus eigenlijk.

We zullen deze korte tekst nu even wat uitgebreider vertalen: Dit is hetgeen waar God wil dat je mee bezig bent, dat je Jezus, die God volgens afspraak naar de aarde gezonden heeft, tot vriend maakt zodat je Hem leert kennen en je aan Hem gaat toevertrouwen en dan hierbij aansluitend de vertaling van vers 27: zodat je ziel verfrist en onderhouden wordt tot in het eeuwige leven toe.