Gelooft in het licht zolang gij het licht hebt, opdat gij kinderen des lichts moogt zijn.

                                                                                           Johannes 12:36

Het is goed voor ons allemaal om iedere week weer de moeite te nemen om het gedeelte waarin de tafeltekst staat in z’n geheel te lezen. Wat een prachtige, heilige woorden van Jezus! Dan klinken de woorden van de tafeltekst des te dieper tot ons door: Gelooft in het licht . . .

Geloven is: je vertrouwen stellen in. En het woordje ‘licht’ vraagt ook wel even meer aandacht. Want behalve dat ‘licht’ het tegenovergestelde van ‘duisternis’ is, wordt het woord ‘licht’ ook gebruikt als een omschrijving van het vermogen om te begrijpen wat geestelijke, eeuwige waarheid is.

Als we dus de eerste woorden van onze tafeltekst lezen, dan willen we tegen elkaar zeggen, dat we ons vertrouwen mogen stellen in het vermogen, de mogelijkheid, die God ons in Christus geschonken heeft, om te begrijpen wat echt waarheid is. Wat moeten we ons dan nog vaak laten verlossen van alles wat ons, door de wereld om ons heen, als waarheid wordt verkocht!

Er is een periode in ons aardse leven dat dit Goddelijke aanbod er is: Zolang gij het licht hebt. Het woordje ‘hebben’ houdt veel meer in dan slechts ‘bezitten’. Dit werkwoord ‘hebben’ wil uitdrukking geven aan: nauw met iets of iemand verbonden zijn.

Jezus zegt ons hier dat, zolang wij deel hebben aan de door God geboden mogelijkheid om – Hem, die het Licht en de Waarheid Zelf is –  Jezus Christus, te kennen en door Hem gekend te zijn, we ons alleen maar aan Hem toe moeten vertrouwen. Want alleen dan kunnen we: Kinderen des Lichts zijn.

Het woord ‘kinderen’ betekent eigenlijk: Zonen. Maar dan zonen in Bijbelse zin. Want zeker in de woorden van Jezus wordt hier heel duidelijk bedoeld: mensen die van Hem afhankelijk zijn of Zijn volgeling, Zijn leerlingen willen zijn.

Eenvoudig samengevat wil de tafeltekst van de komende week ons dus zeggen: Als wij ons alleen nog maar door de eeuwige Waarheid willen laten bepalen, moeten we de gelegenheid die God ons in Christus biedt, aangrijpen om als leerlingen van Jezus de tijd die ons op aarde rest, te gaan leven.