Zoekt de HERE, terwijl Hij Zich laat vinden; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is.

Jesaja 55:6

Jezus heeft gezegd: zoekt en gij zult vinden (Mattheüs 7:7). De Heer heeft daarbij hetzelfde bedoeld als in de woorden van Jesaja. Het Griekse werkwoord voor zoeken heeft meer te maken met ‘ontdekken’ dan met ‘vinden’. En dat is ook het geval met het Hebreeuwse werkwoord ‘zoeken’ in Jesaja 55: vragen, raadplegen, maar ook: je toevlucht zoeken bij. Hierdoor wordt het dan wel duidelijk, dat je niet ‘iets’ zoekt, maar ‘iemand’: Hem. Heel duidelijk komt dit ook naar voren door wat er achter staat: terwijl Hij Zich laat vinden. Je gaat Hem zoeken, je verlangt Hem meer te leren kennen, je toevlucht bij Hem te zoeken en Hem te raadplegen, omdat je alleen niet verder kan . . . Dit laatste is het grote wonder!

Want in deze wereld word je geleerd om zelfstandig te zijn, assertief, voor jezelf op te komen. Maar als Gods Geest werkt in je ziel, dan word je vermoeid en beladen; je komt met je rug tegen de muur te staan. En het duurt wel heel lang vaak voordat je beseft dat dit genade van God is! Dit laatste komt eigenlijk ook uit in het zinnetje: terwijl Hij Zich laat vinden. Want ‘zich laten vinden’ kun je ook vertalen met: Zijn aanwezigheid kenbaar maken, Zijn gunst betonen…  Het is, omdat je je bewust gaat worden van Zijn bestaan, Zijn aanwezigheid, Zijn vrede, dat je ernaar gaat verlangen, niet om kennis over Hem te verkrijgen, maar Hem meer te leren kennen, te raadplegen, je bij Hem veilig te voelen.

De tafeltekst van de komende week zou misschien wat duidelijker worden als we deze twee stukjes in omgekeerde volgorde zouden plaatsen: Terwijl Hij Zich laat vinden, zoekt dan de Here. Of met andere woorden: Zolang de Here laat merken, dat Hij er voor je is (om je te bergen in Zijn armen), zoek je toevlucht dan ook bij Hem, laat je dan ook in Zijn armen rusten…Roept Hem aan, terwijl Hij nabij is zou je ook kunnen vertalen met: vraag Hem om hulp zolang Hij het aller dichtst bij je is. Ja, want het woord ‘nabij’ betekent zoiets als: naaste bloedverwant, persoonlijke relatie.

God is niet een God van verre; Hij wil heel nabij zijn: Zie, Ik ben met u tot aan de voleinding der wereld, heeft Jezus gezegd. En de apostel Paulus zegt: Nu gij Christus Jezus, de Here, aanvaard hebt, wandelt in Hem (Colossenzen 2:6). Als we deze tekst overdenken, de komende week, laat het dan voor ons allemaal een oproep worden, om al het afstandelijke, al het beschouwelijke, prijs te geven. Om dankbaar gebruik te gaan maken van het grote wonder dat Hij een gemeente geeft, waar Hij zó Zijn liefde en genade schenkt, dat het voor de meest angstige mens mogelijk wordt om zich aan Hem te gaan toevertrouwen, onvoorwaardelijk, bevrijd van alle reserves!