Maar de rechtvaardigen ver­heugen zich, zij juichen voor Gods aangezicht­ en zijn blijde met vreugdebetoon.

                                                                                                              Psalm 68:4

Omdat onze tafeltekst begint met het woordje ‘maar’, moeten we wel aandacht besteden aan wat er voor staat. Belangrijk is vooral in het tweede vers van deze psalm de tekst: God staat op. Dit is een prachtige uitdrukking. De eigenlijke betekenis is: God maakt Zich gereed, gaat op weg. Hij verheft Zich dus. Want het betekent: God laat zich zien, Hij openbaart Zich, Hij treedt handelend op. Dit is de grondtoon van deze psalm: God is niet ver weg, maar heel nabij. Hij ontfermt Zich over ons. Alle ellende verdwijnt dan als sneeuw voor de zon. Alles wordt dan eenvoudig, omdat de duisternis op de vlucht gaat.

En dan komt onze tafeltekst: Maar de rechtvaardigen ver­heugen zich. Wat zijn de ‘rechtvaardigen’? Dat zijn degenen die onschuldig zijn. Wat zijn dat voor mensen? De Prediker zegt: Pred. 7:20 Want niemand op aarde is zo rechtvaardig, dat hij goed doet zonder te zondigen. Maar dan kunnen er toch geen onschuldigen bestaan?

Daarom is het woord ‘rechtvaardige’ juist ook zo mooi, want een rechtvaardige is iemand die ‘recht vaart’, in wie niets ‘dubbel’ is. Een rechtvaardige bestaat alleen bij het wonder, dat God ‘opstaat’, Zich openbaart. Want alleen dan komt er duidelijkheid: licht is licht en duisternis blijkt echt duisternis te zijn. Alleen als God Zich openbaart, komt er een scheiding van geesten; wie bij Hem schuilt wordt verlost van al het ‘dubbele’, van alle kronkels…

En onze tafeltekst beschrijft het ‘schuilen bij Hem’ op zo’n rijke manier. Om dit duidelijk te maken zouden we de tekst beter kunnen veranderen; de zaken een beetje omkeren: Zij die zich ver­heugen en juichen voor Gods aangezicht­, en die blijde zijn met vreugdebetoon, zijn rechtvaardigen. Een rechtvaardige is dus iemand die zich verheugt. Dit werkwoord ‘verheugen’ betekent: innerlijk blij zijn. Echte innerlijke vreugde is er alleen, als je opmerkt, dat God naar ons omziet, dat Hij handelend optreedt: Openb. 21:5  Zie, Ik maak alle dingen nieuw.

Geen mens kan deze tafeltekst, die uitpuilt van vreugde en blijdschap en pret, van harte opzeggen, tenzij hij z’n denken laat bepalen door het handelen van God. Dus niet meer door de complexiteit van het leven, wat een gevolg is van het bepaald laten worden door de wereld-geesten.

Wie uitgekeken is op de wereld van vandaag, door uit te zien naar het handelen van God, die gaat deze vreugde beleven, gaat deze vreugde voelen opborrelen in z’n hart. Dat is de blijdschap die een vrucht is van Gods Geest: Gal. 5:22  Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Wie dat eenmaal geproefd heeft, verstaat het dat de rechtvaardigen ‘innerlijk blij zijn’ . . .

Maar onze tafeltekst tuimelt nog verder in de blijdschap: zij juichen voor Gods aangezicht. Dit ‘juichen’ is heel speels: opspringen, huppelen van vreugde. Ja, daar is die ‘innerlijke’ vreugde voor nodig. Maar die is er ook alleen als we voor Gods aangezicht zijn. Dit betekent: in Gods tegenwoordigheid zijn.

Geheel anders is dat toch dan in de ‘godsdienstigheid’. Daar wordt alles zo steriel-plechtig, met kaarsen en wierook…  Nee, de beschrijving van een ‘rechtvaardige’ in de Bijbel is zo anders. Een rechtvaardige is een kinderlijk, speels en blij mens, omdat hij God kent in alle details van zijn leven. Daar heb je geen kaarsen en wierook voor nodig. Al dat ‘plechtige’ bevredigt alleen maar het vrome vlees. En dat kent een rechtvaardige niet. Nee, hij is blijde met vreugdebetoon. Dit ‘blijde’ beleeft niets van ‘plechtigheid’, want het betekent: vrolijkheid, plezier, feestelijkheid. En het woord ‘vreugdebetoon’ beschrijft de bron van de vreugde. Dit is geen vreugde om de pret, maar ‘plezier hebben in’… de aanwezigheid van God!

Als we onze tafeltekst opzeggen, mogen we beseffen, dat deze echte vreugde er alleen kan zijn – te midden van alle verwording en vervreemding van God –  als wij, juist daarom, alleen nog maar bij Hem schuilen, letten op Zijn handelen onder ons. Dan maakt God Zelf ons immers tot ‘rechtvaardigen’, die zo geheel anders zijn dan we dachten: eenvoudige, blije mensen, die het nooit kunnen nalaten, om onder alle omstandigheden naar Gods handelen te blijven kijken.